[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"$fs6hdZBgeOWOG17RkYotFkmL2JhfytpDaYpiEmf-EnyU":3},{"id":4,"document_id":5,"title_full":6,"title_short":7,"date_published":8,"source_url":9,"is_palestine_relevant":10,"relevance_score":11,"relevance_keywords":12,"relevance_excerpt":14,"activiteit":15,"is_ongecorrigeerd":16,"publication_type":7,"frontend_url":17,"content_html":18,"pdf_url":15,"speakers":19,"besproken":20,"voortgezet_vanuit":21,"voortgezet_in":22,"fractie_spreektijd":23,"aanvragers":24,"toezeggingen":25,"verslag":15,"ai_summary":14,"ai_summary_updated_at":26,"relevance_keyword_chips":27},183032,"2026D31758","Veteranen (ongecorrigeerd)","Stenogram","2026-06-22","https:\u002F\u002Fgegevensmagazijn.tweedekamer.nl\u002FOData\u002Fv4\u002F2.0\u002FDocument(99af2305-5482-4385-8a61-47592022e751)\u002Fresource",true,1,[13],"genocide + erkenning","",null,false,"\u002Fdebatverslagen\u002F183032-veteranen-ongecorrigeerd","\u003Cdiv class=\"stuk activiteit-document stenogram\">\n\u003Cp>ONGECORRIGEERD STENOGRAM\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Verslag OSV 51 (2025-2026) van 22 juni 2026\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>VERSLAG VAN EEN NOTAOVERLEG\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Concept\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De vaste commissie voor Defensie heeft op 22 juni 2026 overleg gevoerd met mevrouw Yeşilgöz-Zegerius, minister van Defensie, viceminister-president, over:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>de brief van de minister van Defensie d.d. 11 juni 2026 inzake Veteranennota 2025-2026 (30139, nr. 295);\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>de brief van de minister van Defensie d.d. 6 januari 2026 inzake actuele ontwikkelingen rond veteranen (30139, nr. 292);\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>de brief van de minister van Defensie d.d. 19 december 2025 inzake stand van zaken verbetermaatregelen schadeafhandeling veteranen (30139, nr. 291);\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>de brief van de minister van Defensie d.d. 10 maart 2026 inzake reactie op verzoek commissie over veteranenstatus Koude Oorlog (30139, nr. 293);\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>de brief van de minister van Defensie, viceminister-president d.d. 15 april 2026 inzake afschrift reactie op brief van een voormalig Defensiemedewerker inzake erkenning van veteranenstatus voor onder andere manschappen Groepen Geleide Wapens (36800-X, nr. 74);\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>de brief van de minister van Defensie d.d. 5 juni 2026 inzake reactie op verzoek commissie over het PTSS-protocol voor invaliditeitsbeoordeling (30139, nr. 294).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter van de vaste commissie voor Defensie,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Paternotte\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De griffier van de vaste commissie voor Defensie,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Lange\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter: Ten Hove\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Griffier: Manten\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Aanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Van Baarle, Bikker, Bolhuis, Boon, Peter de Groot, Ten Hove, Jagtenberg, Van Lanschot en Nanninga,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>en mevrouw Yeşilgöz-Zegerius, minister van Defensie, viceminister-president.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Aanvang 14.00 uur.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dames en heren, het is 14.00 uur en we willen gaan starten met dit notaoverleg Veteranen. Welkom allemaal hier in huis. Welkom aan de minister en de ambtelijke ondersteuning. Welkom aan de mensen op de tribune, de kijkers op afstand en uiteraard aan de Kamerleden: als eerste de heer Van Lanschot namens het CDA, de heer De Groot namens de VVD, de heer Boon namens de PVV, mevrouw Nanninga namens JA21, de heer Bolhuis namens PRO, de heer Van Baarle namens de fractie van DENK en mevrouw Jagtenberg namens D66. Welkom.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>We gaan zo starten met de eerste termijn. De spreektijden zijn van tevoren vastgesteld en ik geef ze voor de zekerheid nog even duidelijk aan: de totale spreektijd geldt voor de eerste en tweede termijn gezamenlijk. In de eerste termijn van de Kamer staan we vier interrupties toe.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik geef het woord aan de heer Van Lanschot.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Van Lanschot (CDA):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Nederland telt ruim 100.000 veteranen, mannen en vrouwen die hebben gediend voor onze vrijheid, veiligheid en de internationale rechtsorde. Wat het CDA betreft verdienen zij erkenning, waardering en goede zorg. Veteranen zijn van grote waarde voor onze samenleving. Zij hebben geleerd onder druk rustig te blijven en weten wat kameraadschap betekent. Die ervaring kunnen we beter benutten.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>We spreken vaak over weerbaarheid, over noodpakketten, over wat te doen bij een crisis, maar weerbaarheid is meer dan een boekje. Weerbaarheid ontstaat in de wijk, op school, bij de sportclub en in het dorp. Veteranen kunnen daarin wat het CDA betreft een sleutelrol spelen. Zouden veteranen bijvoorbeeld een rol kunnen krijgen bij lokale noodsteunpunten? Denk daarbij aan advies over crisiscommunicatie, logistiek, eerste opvang en het trainen van inwoners. Kan de minister samen met gemeentes, veiligheidsregio&#x27;s en veteranenorganisaties verkennen of hier een pilot voor gestart kan worden? Het CDA ziet hierbij ook kansen voor een verdere uitbouw van het Veteranen Search Team. Dan is het natuurlijk wel belangrijk dat zij niet jaarlijks onzekerheid hebben over hun financiering. We begrijpen dat structurele financiering altijd een uitdaging is, maar meerjarig committeren zou al veel rust opleveren.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Bij weerbaarheid hoort ook onderwijs. Dat vrijheid niet gratis is, leer je het beste uit persoonlijke ervaringen. We kennen krachtige projecten als Veteraan in de Klas. Kan de minister met scholen en veteranenorganisaties een plan maken om dit breder aan te bieden?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Onze arbeidsmarkt snakt naar talent. Veteranen beschikken vaak over leidinggevende ervaring, discipline, stressbestendigheid en teamgevoel. Dat zijn kwaliteiten die veel werkgevers hard nodig hebben. Het CDA vraagt de minister om de maatschappelijke waarde van veteranen actiever onder de aandacht te brengen van werkgevers. Graag een reactie van de minister.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Veteranendag en herdenkingen zijn van groot belang voor de erkenning van veteranen. Van het CDA mag erkenning ook tastbaar zijn. We steunen daarom de ambitie van de minister om het aantal organisaties dat veteranenkorting aanbiedt versneld uit te breiden naar 750. Hoe denkt zij dit te gaan bereiken?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Tijdens het rondetafelgesprek Veteranen constateerden we dat veel zaken goed verlopen. Tegelijkertijd hoorden we ook van veteranenorganisaties dat er stevige knelpunten zijn op operationeel juridisch-administratief vlak. Die worden niet altijd even duidelijk uit de Veteranennota, denk aan de implementatie van HVUS, doorloop van RvS-procedures en financiering van veteranenorganisaties of bijeenkomsten. Daarom vraagt het CDA de minister of zij kan toezeggen om aan de volgende nota een dashboard van één pagina toe te voegen. Daarop zou moeten staan, gebaseerd op de artikelen van de Veteranenwet en in overleg met de veteranenorganisaties, wat de tien belangrijkste knelpunten zijn, inclusief de status, de acties die we moeten nemen en de deadline die erbij hoort. Dan kan de Kamer daar ook op sturen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Waardering voor veteranen kan niet zonder goede zorg. Veteranen met lichamelijke of mentale schade mogen niet in de bureaucratie verdwaald raken. De minister schrijft dat het herziene PTSS-protocol in juli 2026 moet ingaan. Dat is positief. Het CDA wil weten wat dit betekent voor veteranen die al jaren vastlopen. Komt er ruimte voor herbeoordeling? Graag een reactie van de minister. Zorg moet ook beschikbaar zijn. Daarom vraagt het CDA aandacht voor de inloophuizen waar ex-militairen en hun thuisfront terechtkunnen voor kameraadschap en ondersteuning. Die zijn laagdrempelig, vertrouwd en cruciaal voor vroegsignalering. Is de minister van mening dat er voldoende langjarige zekerheid is in de financiering van deze ontmoetingscentra?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het thuisfront. Partners en kinderen dragen vaak mee wat een veteraan heeft meegemaakt. Het is goed dat er naar aanleiding van het rapport van de Veteranenombudsman &quot;Erken mijn zorgen&quot; meer aandacht komt voor relaties en voor onderzoek naar invloed van een uitzending op de kinderen van veteranen. Een belangrijke observatie van de Veteranenombudsman is dat kinderen niet altijd vrij krijgen op uitzwaai- en terugkomdagen voor militairen. Kan de minister daarom toezeggen dat zij met haar collega van Onderwijs zal verduidelijken wat al de wettelijke mogelijkheden zijn voor scholen om geoorloofd verzuim toe te staan in dit soort omstandigheden?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. We moeten het ook hebben over de veteranenstatus. Uit de Publieksmonitor veteranen 2025 blijkt dat 87% van de Nederlanders veteranen waardeert. Op zichzelf is dat mooi nieuws, maar het interessante is dat door de ongeveer 1.000 ondervraagden in de monitor veelal een andere groep bedoeld wordt dan wat wij juridisch onder een veteraan verstaan. Zo&#x27;n twee op de drie denkt namelijk dat het gaat om oud-militairen of zij die in het leger hebben gediend. En dat klopt niet! Het is namelijk: oorlogsomstandigheden of deelname aan een missie in het kader van de internationale rechtsorde, voor zover aangewezen door de minister.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Als militairen bijzondere risico&#x27;s lopen, dan hoort daar ook een bijzondere zorgplicht van de overheid bij. Het is goed dat differentiatie via de veteranenstatus wordt gemaakt. Tegelijkertijd vindt het CDA dat de definitie van &quot;veteraan&quot; moet passen bij de dreigingen van nu. Oorlog ziet er anders uit dan vroeger en militairen lopen andere risico&#x27;s. Momenteel werkt de regering aan een afwegingskader, waarin de definitie uit de Veteranenwet nader wordt geduid. Het CDA vraagt de minister of zij in dat afwegingskader kan ingaan op cyber, remote warfare, gereedstelling aan de oostflank en langdurige oefeningen in risicogebieden als mogelijk onderdeel van die status.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Naast het futureproof houden van de huidige veteranenstatus wil het CDA ook een andere route verkennen, namelijk een op de VS geïnspireerd model met een onderscheid tussen veterans en war veterans. In zo&#x27;n model zouden alle oud-militairen veteranen mogen worden genoemd. De veteranen die in oorlogsomstandigheden hebben gediend of op een missie zijn geweest in het kader van de internationale rechtsorde, zouden dan bijvoorbeeld de eretitel oorlogsveteraan kunnen krijgen. Aan die tweede groep blijft dan ook de bijzondere zorgplicht verbonden, evenals voor de MOD&#x27;ers.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>U heeft een interruptie van de heer Boon.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Van Lanschot (CDA):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik ben bijna klaar. Vindt u het goed dat ik het afmaak, voorzitter? Ja? Dit stukje is bijna klaar en dan heeft u het complete beeld.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik geef eerst even de heer Boon het woord en dan gaan we verder.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Boon (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het verbaast me wel van het CDA dat ze de veteranenstatus heel flink willen oprekken. Ik ben zelf mijn opleiding begonnen in Roosendaal op het KCT. Toen moesten we naar Utrecht om kleding te gaan passen. We hebben die kleding opgehaald en met een plunjebaal in een viertonner werden we daarna afgezet bij de tenten in Rucphen. Toen waren er al mensen die uitstapten en zeiden: ik stop ermee. Die zijn dus misschien vier uur militair geweest. Wilt u ook deze mensen de status van veteraan geven?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Van Lanschot (CDA):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Uitstekende vraag van collega Boon. Het CDA vindt het allereerst belangrijk dat er onderscheid wordt gemaakt in zij die gevochten hebben, een hoger risico hebben gelopen en bij wie de kogels om de oren hebben gevlogen. Er moet onderscheid kunnen worden gemaakt met diegenen die een dag hebben gediend. In de VS en Groot-Brittannië kun je inderdaad al na een dag de veteranenstatus krijgen. Dus in dit voorbeeld zou deze militair het niet gehaald hebben, want die was maar vier uur aanwezig.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter, ik kan er zo nog wat meer over zeggen als ik mijn betoog mag vervolgen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>U vervolgt uw betoog.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Van Lanschot (CDA):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik wilde nog even zeggen dat die bijzondere zorgplicht natuurlijk ook voor de MOD&#x27;ers beschikbaar moet blijven. Het CDA vraagt de minister daarom in de brief over het afwegingskader ook een internationale vergelijking op te nemen van veteranendefinities en daarbij een overzicht te geven van de aantallen Nederlandse oud-militairen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De interruptie van zojuist liet ook al zien dat het CDA begrijpt dat iedere aanpassing van definities gevoelig ligt. Wij willen ook niet vanuit een ivoren toren in de Kamer pretenderen te weten wat goed is. We willen daarover graag in gesprek met het veteranenveld, de veteranenorganisaties.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Tot slot, voorzitter. Het CDA wil de veteranen niet alleen bedanken voor wat ze hebben gedaan, maar hen ook betrekken bij wat Nederland nu nodig heeft: een sterke, weerbare en verbonden samenleving.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank je wel.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel. Ik zie verder geen interrupties en dus geef ik het woord aan de heer De Groot.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Peter de Groot (VVD):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank, voorzitter. Deze week vieren we Veteranendag, een dag waarop Nederland stilstaat bij onze mensen die zich namens ons land hebben ingezet voor vrede, vrijheid en veiligheid. We denken daarbij aan de veteranen van de Tweede Wereldoorlog, aan degenen die dienden in Libanon, in voormalig Joegoslavië, in Irak of in Afghanistan en aan de mannen en vrouwen die deelnamen aan de vele andere missies, operaties en vredesmissies waarbij Nederland wereldwijd verantwoordelijkheid heeft genomen. Sommigen dragen zichtbaar de gevolgen daarvan. Velen dragen herinneringen met zich mee die een leven lang meegaan. Namens de VVD wil ik deze veteranen bedanken voor hun inzet voor Nederland en voor alles wat zij hiervoor hebben gegeven.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Erkenning en waardering zijn belangrijk. Veteranendag is belangrijk en herdenkingen zijn belangrijk, maar echte waardering zit uiteindelijk niet alleen in woorden en ceremonies, echte waardering blijkt uit de manier waarop Nederland voor zijn veteranen en hun gezinnen zorgt wanneer zij ons nodig hebben. Wie namens Nederland wordt uitgezonden, moet erop kunnen vertrouwen dat Nederland er ook na terugkeer staat.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dat brengt mij bij de uitvoering van het veteranenbeleid. De VVD maakt zich zorgen over de afhandeling van de schadeclaims. Al jaren is bekend dat de doorlooptijden van de Regeling Volledige Schadevergoeding te lang zijn. Inmiddels wordt de beoogde termijn van twee jaar bij ongeveer 60% van de aanvragen overschreden. Gemiddeld duurt een procedure zelfs ongeveer drie jaar. Dit zijn geen dossiers, dit zijn mensen, veteranen die wachten op duidelijkheid, veteranen die wachten op erkenning, veteraren die wachten op een overheid die verantwoordelijkheid neemt, net zoals zijzelf ooit verantwoordelijkheid namen, zij die de overheid zelf hebben gedragen. Kan de minister aangeven wanneer de norm van twee jaar voor de afhandeling van schadeclaims daadwerkelijk wordt gehaald en welke concrete mijlpalen daarbij horen?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Veteranendag is niet alleen een moment om terug te kijken, maar ook een moment om vooruit te kijken. Onze beelden van veteranen zijn vaak gevormd door, zoals ik net zei, missies naar Libanon, voormalig Joegoslavië, Irak en Afghanistan. Dat is terecht, maar de aard van de militaire inzet verandert ook. Nederlandse militairen zijn vandaag actief aan de oostflank van het NAVO-grondgebied. Zij opereren in een veiligheidsomgeving waarin voortdurende dreiging, spanning, afschrikking en paraatheid onderdeel zijn van de dagelijkse werkelijkheid. Juist daarom moeten wij onszelf de vraag durven stellen of ons veteranenbeleid voldoende blijft aansluiten bij de werkelijkheid van de moderne militaire inzet. Vindt de minister dan dat de huidige veteranendefinitie nog volledig aansluit bij de realiteit van moderne militaire inzet, waaronder langdurige operationele aanwezigheid aan de NAVO-oostflank? In het verlengde daarvan: is de minister bereid om te bezien hoe het veteranenbeleid zich de komende jaren moet ontwikkelen om aan te blijven sluiten bij de nieuwe vorm van militaire inzet, en de Kamer hierover te informeren? Collega Van Lanschot vroeg daar ook al naar.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Een tweede punt betreft de veteraan van morgen. Nederland telt inmiddels ruim 100.000 veteranen en een kwart daarvan dient vandaag nog steeds in uniform. Veteranen zijn dus niet alleen de generaties van vroeger, het zijn ook de mensen die nu nog actief onderdeel zijn van onze krijgsmacht. Daarom moet ook de zorg zich blijven ontwikkelen. Nieuwe technologieën veranderen de aard van conflicten. Nieuwe operationele omstandigheden leiden tot nieuwe vormen van belasting. Tegelijkertijd weten we dat de krijgsmacht diverser wordt en dat ook de zorg en ondersteuning beter moeten aansluiten bij de behoeften van vrouwelijke militairen en veteranen. De rapporten van de Nederlandse Defensie Academie laten zien dat daar nog werk te doen is. De vraag is hoe de minister de aanbevelingen uit deze onderzoeken concreet gaat vertalen naar verbeteringen in de veteranenzorg, zodat deze beter aansluit bij de behoeften van vrouwelijke veteranen en de nieuwe vormen van operationele belasting.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Dan het thuisfront. Achter iedere militair staat vaak een partner of een gezin, staan ouders, kinderen of andere naasten. Zij beleven een uitzending op een eigen manier mee. Ze zijn vaak de eersten die signalen herkennen wanneer het minder goed gaat en zij spelen een cruciale rol bij herstel en ondersteuning. De Veteranenombudsman vraagt hier terecht aandacht voor. Wat de VVD betreft begint aandacht voor het thuisfront niet pas wanneer er problemen ontstaan. Het thuisfront verdient vanaf het begin een volwaardige plaats binnen het veteranenbeleid. Maar betrokkenheid gaat verder dan ondersteuning alleen. Partners en gezinnen moeten ook de kans krijgen om zich onderdeel te voelen van de Defensiegemeenschap. Daarom ziet de VVD graag dat Defensie vaker inzet op laagdrempelige familieactiviteiten, open dagen en bijeenkomsten op kazernes, zodat partners, kinderen en andere naasten meer zicht krijgen op het werk van militairen en de gemeenschap waarvan zij deel uitmaken. Begrip, verbondenheid en onderlinge steun beginnen vaak juist met die ontmoeting. Welke aanvullende stappen is de minister bereid te zetten om partners en gezinnen van veteranen structureler te betrekken bij ondersteuning, nazorg en informatievoorziening, maar ook bij de bredere Defensiegemeenschap?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter, dan tot slot. De VVD vindt dat erkenning van veteranen niet beperkt mag blijven tot Veteranendag alleen; daar begon ik mee. Veteranen beschikken over ervaring, kennis, leiderschap en veerkracht die van grote waarde zijn voor onze samenleving. Daarom zouden we hen vaker tegen moeten komen op scholen, bij gemeenschappelijke organisaties, in bedrijven, bij verenigingen in onze gemeenten. Misschien mogen we ook wel zichtbaarder maken welke plekken in Nederland actief openstaan voor deze veteranen, reservisten en ook militairen, plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, een kop koffie of thee kunnen drinken, hun ervaringen kunnen delen en elkaar kunnen steunen en waar de samenleving laat zien dat hun inzet wordt gewaardeerd. Wat de VVD betreft bouwen we verder aan een cultuur waarin waardering voor veteranen niet iets is van één dag per jaar, maar iets wat zichtbaar aanwezig is in het dagelijks leven. Daarom vraag ik de minister hoe zij aankijkt tegen een zichtbaar predicaat, keurmerk of hoe je het ook wil noemen voor veteraanvriendelijke organisaties, bedrijven en instellingen. Ik bedoel dan echt een herkenbaar veteranenschild, op de voordeur geplakt, voor organisaties die veteranen ondersteunen bij werk en maatschappelijke participatie, voor bedrijven die flexibel verlof mogelijk maken voor veteranen en reservisten of speciale baankansen bieden voor veteranen en ga zo maar door. Ik kan een hele waslijst opnoemen, maar het gaat erom dat zij bijdragen aan die erkenning en waardering. Waarom zouden we deze ontmoetingsplekken waar veteranen welkom zijn en samenkomen, niet beter zichtbaar mogen uitdragen met elkaar? Want uiteindelijk zit erkenning niet alleen in een ceremonie, een medaille of een herdenking. Erkenning zit in de manier waarop wij als samenleving laten zien dat wij onze veteranen blijven zien, niet alleen op Veteranendag maar iedere dag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Boon voor zijn eerste termijn.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Boon (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel, voorzitter. Enkele weken geleden bezocht ik Omaha Beach in Normandië. Als je daar staat, besef je weer dat onze vrijheid niet vanzelfsprekend is. Onze vrijheid is betaald door generaties veteranen, mannen en vrouwen die bereid waren hun leven op het spel te zetten voor onze vrijheid en voor de vrijheid van anderen. En ja, veteranen verschillen in generatie, missie en ervaring, maar zij delen één ding: de bereidheid om te dienen wanneer de politiek daarom vraagt. Daarom mag je verwachten dat de overheid haar verantwoordelijkheid neemt wanneer zij terugkeren. Te vaak was dit niet zo. Neem de inmiddels overleden opa van mijn vrouw, Theo van Huizen. Als jonge dienstplichtige werd hij naar Nederlands-Indië gestuurd. Jarenlang deed hij wat zijn land van hem vroeg. Toen hij terugkeerde naar Nederland, kreeg hij op de Rotterdamse kade zijn plunjebaal mee en kon hij het verder zelf uitzoeken. Nazorg bestond niet. Zo zijn er duizenden verhalen van veteranen die jarenlang hebben moeten wachten op hulp of erkenning. Juist daarom is het zo belangrijk dat we onze veteranen vandaag wél de ondersteuning en waardering geven die zij verdienen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. In 2006 ben ik als infanterist van het 44ste Pantserinfanteriebataljon uitgezonden naar Uruzgan. Onlangs had ik zelf een reünie met mijn eigen eenheid. Dan zie je hoe belangrijk contact tussen veteranen is. Voor sommige veteranen betekent een gesprek met oude kameraden meer dan maandenlange hulpverlening. Mensen die dezelfde ervaring hebben meegemaakt, begrijpen elkaar vaak zonder veel uitleg. Juist daarom vind ik het jammer dat sommige oud-collega&#x27;s in de loop der jaren uit beeld zijn geraakt. Privacywetgeving staat het terugvinden van veteranen voor reünies en bijeenkomsten soms in de weg. Is de minister bereid te onderzoeken hoe voormalige eenheden veteranen die uit beeld zijn geraakt, weer beter kunnen terugvinden? En is zij bereid veteranen automatisch in te schrijven bij het Veteraneninstituut?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De reünie liet mij ook iets anders zien: gelukkig gaat het met veel collega&#x27;s goed, maar tegelijkertijd zag ik ook oud-collega&#x27;s die twintig jaar later nog altijd de lichamelijke of psychische gevolgen van hun uitzending met zich meedragen. Juist daarom hebben wij in Nederland een bijzondere zorgplicht voor veteranen; niet als gunst, maar omdat Nederland die verantwoordelijkheid heeft jegens de mannen en vrouwen die voor ons land hebben gediend. En veteranen moeten die verantwoordelijkheid ook in de praktijk terugzien, want als ongeveer 60% van alle procedures voor volledige schadevergoeding niet binnen de gestelde termijn wordt afgehandeld en veteranen gemiddeld drie jaar moeten wachten voordat hun zaak is afgerond, schiet de overheid tekort in haar bijzondere zorgplicht. De minister kondigt verbeteringen aan, maar wanneer gaan veteranen daar daadwerkelijk iets van merken? Welke concrete resultaten wil zij over een of twee jaar hebben bereikt? En wanneer verwacht zij dat de huidige achterstanden zijn weggewerkt?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Ik heb zelf ook bij burnpits gestaan. En geloof mij, daar werden zaken verbrand die in Nederland nooit verbrand hadden mogen worden. Er zijn veteranen die vandaag de dag kampen met ernstige gezondheidsklachten, waarvan zij geloven dat die samenhangen met hun werkzaamheden op uitzending. De bijzondere zorgplicht geldt natuurlijk ook voor deze veteranen. Dan is het niet redelijk om de bewijslast volledig bij de slachtoffers neer te leggen. De PVV roept nogmaals de minister op om met deze veteranen in gesprek te gaan, vanuit menselijkheid, vertrouwen en erkenning, en niet direct vanuit de juridische positie van de Staat. En naast voor de burnpits vragen we dit ook, wederom, voor de chroom-6-slachtoffers. Is de minister daartoe bereid?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. De PVV vindt dat de veteranenstatus een bijzondere vorm van erkenning moet blijven voor militairen die namens Nederland zijn uitgezonden. De status moet verbonden blijven aan daadwerkelijke uitzendingen en niet worden opgerekt naar militairen die nooit zijn uitgezonden. Kan de minister bevestigen dat het nieuwe afwegingskader niet bedoeld is om de veteranenstatus verder op te rekken, maar om juist vast te houden aan dit uitgangspunt?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Een positief punt in deze nota is de nadruk op erkenning en waardering. De nota besteedt terecht aandacht aan de partners en gezinnen van veteranen. Een uitzending raakt immers niet alleen een militair zelf; ook juist de partners, kinderen en andere naasten dragen vaak mee in de gevolgen van een uitzending. Kan de minister aangeven welke concrete verbeteringen zij de komende jaren voor partners en gezinnen van veteranen gaat realiseren? De BNMO waarschuwt dat door de overgang van de begeleidingsprogramma&#x27;s naar het Nederlands Veteraneninstituut kwaliteit, flexibiliteit en maatwerk onder druk zijn komen te staan. Herkent de minister deze signalen? Welke concrete maatregelen neemt zij om ervoor te zorgen dat veteranen en hun gezinnen hiervan niet de dupe worden? Ook wil ik aandacht vragen voor het Veteranen Search Team. Dit is belangrijk werk voor veteranen die dreigen vast te lopen of uit beeld te geraken. Is de minister bereid om het Veteranen Search Team structureel te ondersteunen, zodat dit belangrijke werk voor en door veteranen behouden blijft?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter, ik ga afsluiten. De Veteranennota bevat veel goede ambities, maar uiteindelijk zal zij worden beoordeeld op één vraag: merkt de veteraan er daadwerkelijk iets van? Minder bureaucratie, snellere procedures, meer erkenning en waardering? En een overheid die haar bijzondere zorgplicht niet alleen benoemt, maar ook daadwerkelijk waarmaakt? De mannen en vrouwen die voor Nederland hebben gediend, hebben daar recht op. Dit is waar de PVV het kabinet op zal blijven aanspreken. Dank u wel.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel, ook voor de mooie persoonlijke boodschap in uw betoog. U heeft een interruptie van de heer De Groot.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Peter de Groot (VVD):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik wilde graag ingaan op het punt van de heer Boon over de veteranenstatus. Als ik het goed heb begrepen, wil hij daar absoluut niet aan tornen. Ik heb in mijn bijdrage aan de minister gevraagd of de minister wil kijken naar hoe het daarmee zit als je bijvoorbeeld lang of vaak op oefening bent, of misschien wel jarenlang op oefening bent, of als je bijvoorbeeld lang aan de oostgrens gestationeerd bent geweest. Dat zijn natuurlijk ook militairen die worden blootgesteld aan langdurige inzet, en bijvoorbeeld aan de oostgrens misschien wel aan schending van het luchtruim door drones; die druk is daar dus ook sterk voelbaar. Ik heb niet gepleit voor het volledig openzetten van de veteranenstatus, maar vooral voor die groep. Hoe kijkt de heer Boon daartegen aan?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Boon (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik begrijp dat er een wens om duidelijkheid is. Die ondersteun ik. Maar we moeten niet te makkelijk gaan schuiven met de veteranenstatus. Ik ben bang dat als we een klein beetje gaan toegeven, we steeds meer gaan toegeven. In Nederland wordt het luchtruim ook geschonden door vliegtuigen. Moeten we alle militairen die zich in Nederland bevinden daardoor ook de veteranenstatus geven? Er zijn militairen die vaak op oefening gaan; dat gebeurt. Moeten we dan onderscheid gaan maken zodat de ene oefening wel bijdraagt aan de veteranenstatus en de andere oefening niet? Ik zie dat niet voor me. Ik denk dat we nu een mooi afwegingskader hebben. Er zijn natuurlijk grijze gevallen. Laten we zorgen dat we de schotten tussen die grijze gevallen duidelijk gaan neerzetten. Dat kan ik steunen. Ik roep de minister op om niet te gaan schuiven, want anders komen we op een hellend vlak en komen we zelfs uit bij het scenario dat ik net voorstelde, namelijk dat mensen die vier uur in dienst zijn geweest ook de veteranenstatus krijgen. Dan is het zo verwaterd en is de veteranenstatus in mijn ogen niks meer waard.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel. Dan komen we bij mevrouw Nanninga voor haar eerste termijn.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Nanninga (JA21):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Ik denk dat veel dingen al gezegd zijn door de sprekers voor mij. Enige eensgezindheid op dit onderwerp is misschien ook wel een keer mooi hier in Den Haag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Nederland telt ruim 100.000 veteranen, mannen en vrouwen die ons land hebben gediend, vaak onder moeilijke, riskante of onzekere omstandigheden. Zij verdienen erkenning, waardering en goede zorg. De Veteranennota schetst een positief beeld: met een groot deel van de veteranen gaat het goed. En toch vinden wij dat het beter kan en moet. Dus laten we daar vandaag aan werken. Laat ik beginnen met het positieve. De Veteranennota zet stevig in op erkenning en waardering en dat is terecht. De inzet op het Veteranen Platform, de samenwerking met Onbekende Helden, lokale erkenning via gemeenten, nieuwe draaginsignes zijn allemaal goede ontwikkelingen. Ook de nadruk op de veteraan als maatschappelijke kracht spreekt JA21 aan. Veteranen zijn mensen met ervaring, discipline, verantwoordelijkheidsgevoel, veerkracht. Die kwaliteiten zijn van hele grote waarde voor de samenleving als geheel. Het Veteranen Search Team, ook al veel genoemd, is daar een heel mooi voorbeeld van.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Waardering wordt pas geloofwaardig als de daadwerkelijke uitvoering van het zorgstelsel daarmee strookt en dat is waar de schoen nog wel wringt. We hebben vorige week een rondetafelgesprek gehad en in de positionpapers die we daarvoor ontvingen en in het gesprek waren de mensen opvallend eensgezind. Er gaat heel veel goed, maar in de uitvoering lopen veteranen en hun gezinnen nog te vaak vast: de schadeafhandeling duurt te lang, het voorzieningen- en uitkeringsstelsel is bureaucratisch, de zorgplicht is nog vaak te reactief, het thuisfront wordt nog onvoldoende structureel meegenomen, de transitie naar de burgermaatschappij stokt en oorlogs- en dienstslachtoffers zonder veteranenstatus vallen soms tussen wal en schip. Een goed veteranenstelsel is een essentieel onderdeel van goed werkgeverschap, personeelsbehoud én daagvlak voor Defensie in de samenleving. Daarom wil ik vandaag vooral kijken naar de uitvoering.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Allereerst de Regeling Volledige Schadevergoeding. De minister erkent dat de procedures te lang duren en belastend zijn en heeft verbetermaatregelen aangekondigd. Die klinken goed, maar de vraag is wat de veteraan daar nu van merkt. Want uit de stukken blijkt dat het streven is om procedures binnen twee jaar af te ronden, maar dat dit in een groot deel van de gevallen niet lukt. De gemiddelde doorlooptijd is drie jaar. De BNMO spreekt zelfs over leden die tot wel tien jaar procederen. Dit is onacceptabel. Een veteraan zou niet moeten vechten tegen de organisatie waarvoor hij of zij heeft gevochten. Daarom vraag ik de minister wanneer zij kan laten zien dat de doorlooptijden daadwerkelijk zijn teruggebracht. Hoeveel mensen hebben zich gemeld voor een schadeclaim? Hoeveel zaken zijn afgedaan? Hoeveel zaken lopen nog? Hoe zit het met de financiering van de schadevergoedingen? En hoe staat het ervoor met de aanbevelingen uit het rapport van de Rekenkamer van februari 2025?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Een ander terugkerend punt is de omslag van haalplicht naar brengplicht. Veteranen, militairen, oorlogs- en dienstslachtoffers en hun gezinnen moeten niet zelf door een woud van regelingen en loketten hoeven te akkeren. Defensie moet actief informeren, begeleiden en rechten toegankelijk maken. Defensie moet niet wachten tot mensen vastlopen, maar eerder handelen. Daarom vraag ik de minister hoe de brengplicht concreet wordt gemaakt. Welke processen worden aangepast zodat mensen actief worden benaderd? En hoe wordt het thuisfront structureel meegenomen in beleid en uitvoering?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan de transitie naar de burgermaatschappij. Dit is voor JA21 een heel belangrijk punt. Het Veteraneninstituut stelt dat ongeveer een derde van de jonge militairen die Defensie verlaten moeite heeft met de overgang naar de civiele samenleving. Tegelijkertijd ligt het transitieprogramma volgens het instituut stil door een gebrek aan capaciteit en budget bij Defensie. Wat is er nodig om dit weer op te starten? Met al die grote budgetten voor Defensie kan dit toch niet achterblijven? Hoe wordt actief gestuurd op het behoud van veteranen als reservist of op het inzetten van de kennis van veteranen voor de weerbaarheid van de civiele samenleving?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Dan de al veelbesproken veteranenstatus. JA21 is het eens met het Veteranenplatform en het Veteraneninstituut dat de veteranenstatus niet veralgemeniseerd moet raken voor alle militairen. De heer Boon zei ook al terecht: die veteranenstatus moet betekenis houden, want anders wordt het begrip te ruim, te ver opgerekt. Maar wij zijn wel voor een ruimhartige en realistische interpretatie van het begrip &quot;inzet&quot;. Wie taken verricht in of nabij een oorlogsgebied of wie beveiligingstaken uitvoert of wie aan andersoortige riskante operaties meedoet, moet niet door een al te nauwe definitie buiten beeld raken.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik denk dan bijvoorbeeld aan specifieke groepen als de BSB wanneer zij voor een beveiligingsopdracht worden gedetacheerd bij BUZA in een hoogrisicogebied als Oekraïne of Libië. Maar ik denk ook aan militairen die worden ingezet in zogenaamde gezamenlijke verdedigings- en afschrikkingsoperaties op de oostflank. Neem de enhanced Forward Presence: hier functioneren de ingezette militairen letterlijk als tripwire voor het geval Rusland de Baltische staten binnenvalt. Het zijn onze militairen en die trainen daar voor een oorlog! En met de huidige geopolitieke situatie is dat niet onrealistisch. Bovendien duurt die inzet vaak tot wel zes maanden. Ze bereiden het voor als een missie. Het wordt beleefd als een missie. En het thuisfront ervaart het als een missie. Daarom vraag ik de minister de huidige definitie aan te passen, zodat iedere militair die huid en haar riskeert voor Defensie en voor ons land de gepaste veteranenstatus ontvangt.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Tot slot, voorzitter, spreek ik namens mijn fractie waardering uit voor de veteranen en hun families!\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Tot zover. Dank u wel.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Bolhuis voor zijn eerste termijn.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Bolhuis (PRO):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. We mogen en moeten als Nederland trots zijn op onze veteranen. Meer dan 100.000! En we moeten hun de erkenning, de waardering en de zorg geven die ze verdienen, nu en later in de toekomst. Daarom hebben we onze Veteranenwet, internationaal uniek. We hebben een ombudsman en het NLVi. Vorige week nog een mooie hoorzitting gehad. Het is verder een felicitatie waard aan het NLVi dat ze de prestigieuze Legion of Honor Appreciation Award hebben gekregen. Het zegt toch wat over hoe wij het hier in Nederland doen. Wij willen verder ook nog onze waardering voor de Veteranenombudsman en het nationaal Veteranen Platform uitspreken.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik vind het erg goed om te zien dat de waardering van veteranen echt aan het stijgen is. In 2025 zit die op 87% en dat is toch weer 10% hoger dan in 2016. Voor de PRO-fractie is bij het veteranenbeleid het glas zeker meer dan halfvol. De meeste veteranen zijn tevreden. Ruim drie kwart kijkt positief terug op de uitzendingen, hoewel de overgang naar de burgermaatschappij lastig is. Het is complexe problematiek, maar ik wil toch benadrukken dat Nederland het hier goed doet. Maar er zijn altijd dingen om te verbeteren en daar werken we graag aan mee.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ten eerste valt toch wel op dat een aantal dossiers zich voortsleept of langzaam tot uitvoering komt. Het verslag van vorig jaar leest een beetje als een déjà vu. Mijn eerste vraag hierbij gaat over de verwerkingsproblematiek. Er is gesproken over een financierbare terugreis als dat nodig is voor de verwerking. Maar hoe staat het daarmee? Wordt dat nu echt mogelijk?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het PTSS-protocol treedt in juli in werking, maar het heeft na de aanbevelingen dus wel tien jaar geduurd voordat het zover is. Mijn vraag is hoe de minister dit vanaf nu gaat monitoren. Krijgen eerdere gevallen ook recht op dit protocol? Wordt er opnieuw naar hen gekeken?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Bij de schadeafhandeling, de RVS, lukt die afronding niet. Collega&#x27;s zeiden het al: tot 60% doet er meer dan twee jaar over om het af te handelen en het gemiddelde is drie jaar. Maar ik begreep van de bonden dat het soms ook tien jaar duurt. De minister geeft aan dat de behandelcapaciteit is uitgebreid en in de brief staat dat in april 2026 daarvan de eerste positieve effecten worden verwacht. We zijn dus heel erg benieuwd of die ook daadwerkelijk te zien zijn.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De HVUS-stelselherziening. Die wacht al sinds 2022 op besluitvorming. Het komt elke keer weer terug, maar kan de minister nu ook toezeggen dat het dit jaar daadwerkelijk naar de Kamer komt? We moeten dit nu daadwerkelijk gaan doen, want volgens mij wil iedereen dat.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De overstap naar de brengplicht. Er wordt gepleit voor een brengplicht en ook wij zijn daar positief over. Proactief, direct en mensgericht veteranen benaderen in plaats van de vele verhalen van veteranen die het zelf moesten uitzoeken. Het voorbeeld van het Draaginsigne Gewonden: dat moet zelf worden aangevraagd, terwijl andere landen dat op dit moment al wel actief uitreiken. Nu Defensie aan het groeien is, is ook het moment gekomen om zo&#x27;n nieuwe cultuur op te bouwen, naar meer proactiviteit en naar meer mensgerichtheid. We voelen ook dat we dat allemaal graag willen. De vraag is hoe de minister naar deze brengplicht kijkt en hoe hij die concreet vorm zou kunnen geven. We zijn heel benieuwd hoe de minister dit zou willen doen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan de rapporten van de ombudsman over de relaties en de gezinnen. Naar aanleiding van het ombudsmanrapport Erken mijn zorgen heeft het ministerie een aantal zaken in gang gezet. De werkwijze is aangescherpt, relaties worden meer betrokken, er zijn gesprekken met de partners erbij en de NLVi-website is aangepast. Dat is goed, daar zijn wij voor. Daarnaast is er nu het rapport van de ombudsman met de titel Erken mijn belangen. Daarin staat dat er extra aandacht nodig is voor kinderen van militairen, die toch in een risicovolle thuissituatie zitten, in alle fases van de uitzending: voor, tijdens en erna. Wij zouden dit graag willen verankeren. Hoe wil de minister dit doen? Hoe zorgen we ervoor dat de kinderen van militairen structureel en volwaardig onderdeel worden van de bijzondere zorgplicht, zeker nu Defensie gaat groeien? Het lijkt ons belangrijk om na te denken over informatievoorziening voor groepen die met de kinderen te maken hebben: ouders, partners, de kinderen zelf en ook de ex-partners. We vergeten dat weleens, maar er zijn natuurlijk ook ex-partners van militairen met kinderen. Die vallen vaak een beetje buiten de boot op het moment dat we het hierover hebben. Hoe gaan we hiermee om? En ja, ook scholen. We krijgen ook signalen van scholen en leraren van kinderen van uitgezonden militairen. Hoe gaan we daarmee om? Zouden we kunnen nadenken over een betere informatievoorziening richting deze scholen en leraren?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik wil nog twee punten noemen, ten eerste de status, de classificatie en de adviescommissie. Er is een heroverwegingskader. Het is goed dat dat wordt gedaan. Tegelijkertijd is er, zoals collega&#x27;s ook al zeiden, een onderscheid tussen de status van war veteran, die in andere landen vaak wordt gebruikt, en de reguliere veteranenstatus. Wat vindt de minister daarvan? Er wordt ook weleens gezegd dat, net zoals er een Traditiecommissie Krijgsmacht is of een Commissie Decoraties Defensie, er ook een adviescommissie veteranenstatus binnen Defensie zou moeten zijn. Wat vindt de minister van dit soort ideeën?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Tot slot wil ik even terugkomen op de moties van de heer Nordkamp en collega&#x27;s die zijn uitgevoerd. Voor de herdenkingsplek tegenover het Joegoslaviëtribunaal op het Churchillplein is al een hele mooie plaatsmarkering onthuld. Dat is de eerste stap naar een monument, maar ik ben wel benieuwd hoe het hiermee gaat. Is er al wat meer te vertellen? Kan de minister de Kamer informeren op het moment dat we echt richting een monument gaan? Wij denken namelijk dat dit heel belangrijk is.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Verder willen wij graag nogmaals alle waardering uitspreken aan de veteranen in Nederland, want die verdienen zij.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel. U heeft een interruptie van mevrouw Jagtenberg.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Jagtenberg (D66):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank aan collega Bolhuis voor zijn betoog. Ik heb een vraag over de zorgplicht waarover het in zijn betoog ook ging. Hij zei dat de overheid een proactieve houding moet innemen. Ik vraag me af of collega Bolhuis het met mij eens is dat als dit proactieve niet wordt gehandhaafd, de regie over de zorgplicht uiteindelijk bij het thuisfront komt te liggen en dat de militairen dus zelf verantwoordelijk blijken te zijn voor de zorgplicht die hen zelf betreft.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Bolhuis (PRO):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dat is denk ik een terechte conclusie, maar dat willen we natuurlijk niet. We willen dat de zorgplicht gecombineerd wordt met de brengplicht, dus dat de zorg wordt gebracht naar de militairen, hun relaties en hun kinderen. Dat is ook een vraag aan de minister. Ik denk overigens dat wij dit delen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel. Dan is het de beurt aan de heer Van Baarle voor zijn eerste termijn.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Van Baarle (DENK):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel, voorzitter. In dit huis verschillen we vaak stevig van mening over de hoogte van de Defensie-uitgaven en over missies. U weet dat DENK die missies zelden steunt, maar als militairen dan worden uitgezonden, dan is dat namens ons land, dus over het belang van zorg voor veteranen mogen we met elkaar niet van mening verschillen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. De rapporten van de Veteranenombudsman laten duidelijke verbeterpunten zien die moeten worden doorgevoerd. &quot;Erken mijn zorgen&quot; laat zien dat partners en andere naasten van veteranen te vaak niet weten waar ze terecht kunnen. Het nieuwste rapport, Erken mijn belangen, laat zien dat kinderen van militairen en veteranen nog te vaak buiten beeld blijven. Daarom vraag ik de minister of het kabinet de aanbevelingen uit het rapport Erkent mijn belangen overneemt, inclusief een duidelijke visie op de behoeften van kinderen van veteranen. Hoe zal de aandacht voor kinderen en partners van militairen en veteranen structureel beter worden geborgd?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Het tweede punt betreft de wachttijden. De Algemene Rekenkamer heeft vorig jaar duidelijk gemaakt dat de afhandeling van schadevergoeding te lang duurt. In meer dan de helft van de zaken wordt het streven om binnen twee jaar tot afhandeling te komen niet gehaald. Ik vraag de minister wat op dit moment de gemiddelde doorlooptijd is. Wat zijn de meest actuele cijfers? Hoeveel zaken lopen op dit moment langer dan twee jaar? Welke concrete doelstellingen stelt de minister om die wachttijden terug te dringen? En hoe staat het met het aantrekken van aanvullende capaciteit om dit sneller met elkaar te realiseren?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Ik zou ook graag in willen gaan op de Moluks-Nederlandse gemeenschap, want afgelopen weekend heeft minister-president Jetten namens de Nederlandse regering excuses aangeboden voor de behandeling van de eerste generatie mensen van Molukse komaf die naar Nederland zijn gehaald. Die excuses waren, zoals de premier zelf zei, laat, veel te laat zelfs, maar wel nodig. Excuses zijn belangrijk, maar excuses zonder rechtsherstel blijven onvolledig. Wat DENK betreft moet er dan ook een compensatieregeling komen voor die Molukse veteranen en hun nakomelingen die door dit land in de steek zijn gelaten. Ook zal Defensie net als de minister-president meer erkenning moeten geven aan dit onderdeel van ons gedeelde verleden en de doorwerking van dit verleden in het heden. Hoe gaat de minister namens Defensie deze verantwoordelijkheid op zich nemen?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Dan de genocide in Srebrenica. Dat is een van de zwartste bladzijden van de Europese geschiedenis. Meer dan 8.000 moslimmannen en -jongens werden vermoord. Families zijn verscheurd en tot op de dag van vandaag zijn niet alle families in staat geweest om hun dierbaren waardig te begraven. De wonden van Srebrenica zijn diep voor de nabestaanden, voor de Bosnisch-Nederlandse gemeenschap en ook voor Dutchbatveteranen. Juist daarom is een permanente herdenkingsplek in Nederland van heel erg groot belang, een plek waar zowel Dutchbatveteranen als mensen uit de Bosnisch-Nederlandse gemeenschap deze afschuwelijke gebeurtenis uit de geschiedenis kunnen herdenken op een waardige manier. DENK heeft eerder een motie ingediend over de spoedige totstandkoming van een permanente herdenkingsplek voor de genocide in Srebrenica. Die motie is aangenomen, maar als wij de stukken lezen, moeten wij constateren dat er nog weinig is veranderd. Waarom is er nog steeds geen concrete financiële bijdrage toegezegd? Hoe borgt de minister dat de overheid zich ook daadwerkelijk inzet voor een snelle totstandkoming van dit monument? Want het heeft echt veel te lang geduurd.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter, tot slot vraag ik ook naar de bredere Nederlandse inzet rond Srebenica. Nog steeds zijn niet alle slachtoffers gevonden of geïdentificeerd. Nog steeds wachten veel families op duidelijkheid. Daarom vraag ik de minister welke concrete bijdrage Nederland op dit moment levert aan identificatie, educatie, kenniscentra en steun aan nabestaanden in Srebrenica en Bosnië. En is het kabinet ook bereid om deze inzet te versterken?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel, voorzitter.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel. Mevrouw Jagtenberg, het woord is aan u voor uw eerste termijn.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Jagtenberg (D66):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank, voorzitter. Het is een enorme eer om vandaag dit debat te mogen doen en op deze manier ook dank te betuigen aan onze veteranen die met hun inzet, moed en toewijding hebben bijgedragen aan vrede en veiligheid wereldwijd.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Twee jaar geleden was ik bij een benefietavond voor de Invictus Games om daar geld op te halen, specifiek voor het Family- en Friendsgedeelte van de Invictus Games. De aanwezigheid en de ondersteuning van family en friends bij een dergelijk evenement zijn natuurlijk van onschatbare waarde voor veteranen, niet alleen voor ondersteuning van het herstelproces maar ook voor het vieren van persoonlijke mijlpalen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Wie een veteraan bedankt voor zijn of haar inzet, bedankt nooit één persoon alleen. Achter iedere militair staat een thuisfront, een partner die opvangt, grootouders die bijspringen en ook vooral kinderen. Het rapport Erken mijn belangen laat iets belangrijks zien. Met veel kinderen van militairen gaat het gelukkig goed, maar dat gaat niet vanzelf. Dat lukt alleen als de samenleving, de school en Defensie achter hen staan, want een uitzending raakt het hele gezin. Kinderen voelen die spanning. Ze merken het als een ouder terugkomt met psychische klachten. Veel kinderen zeggen: niemand weet eigenlijk echt hoe het is om kind van een veteraan te zijn. Dat moeten en kunnen we beter doen, bijvoorbeeld door meer te luisteren, structureel met gezinnen en kinderen te praten, niet pas als het misgaat maar proactief, zoals de Veteranenwet dat voorschrijft. Een aantal vragen aan de minister. Wordt er met de doelgroep zelf gesproken of vooral over hen? Wie heeft hier eigenlijk de regie? Is er zicht op welke kinderen extra hulp nodig hebben? Graag een reflectie van de minister op deze vragen en ook op de aanbevelingen van de Veteranenombudsman.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Dan over de informatievoorziening aan de Kamer zelf. Ik begon de voorbereiding van dit debat natuurlijk met het lezen van de Veteranennota. Ik was vooral op zoek naar een antwoord op de vraag hoe het nou echt gaat met onze veteranen. En heel eerlijk, ik ben niet ondankbaar aan de mensen die hier heel veel werk in hebben gestopt, maar het antwoord op die vraag is mij nog steeds onduidelijk. Ik heb dus zelf een quickscan uitgevoerd van een aantal nota&#x27;s van de afgelopen jaren, van 2022 tot aan nu, specifiek op de onderwerpen zorgcoördinatoren, thuisfront, het PTSS-protocol, invaliditeitsbeoordeling, gemeentelijke en lokale initiatieven, en sociale missies zoals Afghanistan en Dutchbat III. En heel eerlijk, je ziet dat het door de jaren heen steeds dunner wordt, steeds minder concreet. Het gaat steeds meer over processen. Goede intenties, dat wel. Losse initiatieven. Maar steeds minder over effecten, knelpunten en resultaten. Dat baart mij zorgen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan hebben we een aantal losse brieven mogen ontvangen, bijvoorbeeld hier eentje over het standaardiseren van schadeposten, het PTSS-protocol, de herziening van het voorzieningen- en uitkeringsstelsel. Voor een nieuwe lezer als ikzelf op dit dossier klinkt dat enorm hoopvol, maar de ervaren lezer weet dat dit soort trajecten al jaren duren. Wat is er nu dan concreet veranderd, wat is er concreet gebeurd? Dan is er ook nog een brief over het PTSS-protocol en de daarbij behorende invaliditeitsbeoordeling. Daarin wordt geschreven: met deze herziening beoogt Defensie de nadruk te verschuiven van compensatie naar meer erkenning, waardering en ondersteuning. Dat klinkt natuurlijk super, maar ook hier in deze brief vraag ik me af: wat is er in de praktijk, concreet, gebeurd? En wanneer kunnen we als Kamer dan dat nieuwe, herziene PTSS-protocol ontvangen? Wij hebben dat nog niet kunnen inzien. Hoe kunnen wij als Kamer dan onze controlerende taak uitvoeren, als we het protocol zelf niet hebben mogen ontvangen?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>In diezelfde brief wordt ook nog geschreven over de motie van het lid Hammelburg over veteranen die later PTSS ontwikkelen. Er wordt een opsomming gemaakt van een aantal initiatieven die bij het ministerie zijn uitgevoerd ter uitvoering van die motie. Dan staat er onderin: ik ben blij met deze ontwikkeling en beschouw hiermee de motie als afgedaan. Heel eerlijk: ik denk het niet. De opsomming die wordt gemaakt, gaat over punten die allang in de wet stonden en die dus niet extra zijn, zoals wordt gevraagd in de motie. Dus hierom ook de vraag: wat is hier dan concreet gebeurd?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan nog een andere motie. Vijf jaar geleden was dit onderwerp, de informatievoorziening, ook al een topic in de Kamer. Het was een motie van het lid Van Wijngaarden die expliciet vroeg om een &quot;meerjarig kwantitatief en kwalitatief inzicht in de effecten van het veteranenbeleid, onder andere over ontwikkelingen binnen de veteranenpopulatie, omvang van knelpunten, beleidsvoornemens, en deze uiterlijk vier weken voor het notaoverleg naar de Kamer te sturen&quot;. Wij hebben wel dit hele mooie document, maar dat hebben we maar elf dagen voor dit debat mogen ontvangen. Dat is wel heel erg kort dag, en het gaat niet in op de hele specifieke elementen zoals net genoemd. Daarnaast vraagt de motie om een hoofdstuk over de Afghanistanmissie en Dutchbat III, maar dat is toch wel heel erg dun gezaaid in dit rapport.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het kan toch niet zo zijn dat, als we één keer per jaar dit debat voeren, als we één keer per jaar de mogelijkheid hebben om expliciet onze erkenning en waardering te uiten aan onze veteranen, we dan zo dun geïnformeerd worden? Daar doen we onze veteranen echt tekort mee. Mijn vraag aan de minister is daarom heel concreet: kan de minister toezeggen dat er volgend jaar een Veteranennota naar ons wordt toegestuurd die daadwerkelijk inzicht geeft in de staat van onze veteranenzorg? En wanneer krijgen we nu eindelijk het nieuwe PTSS-protocol in te zien?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Gelukkig hebben we als Kamerleden meerdere informatiebronnen en niet alleen maar de brieven. In de aanloop naar dit debat heb ik kennis mogen maken met iemand met een bijzonder ingrijpend verhaal. Zij en haar man zijn beiden veteraan, hebben jaren meegelopen op missies en hebben bijvoorbeeld ook ondersteund bij de MH17-ramp. Maar ze zitten al jaren vast in het systeem. Haar man heeft na een missie 17 jaar geleden PTSS opgelopen. Die PTSS kwam later tot uiting. Ze zitten al jaren vast in het systeem, met alle gevolgen van dien. Ze hebben drie keer moeten verhuizen om de juiste zorg te zoeken. Ze krijgen geen begeleiding. Ze worden van het kastje naar de muur gestuurd. Zij heeft zelfs haar loopbaan moeten opgeven om de zorg waar te nemen voor het gezin. En misschien wel het allerergste: hun kinderen hebben nu zelf ook psychologische hulp nodig. Om even aan te geven dat dit geen incidenteel voorbeeld is: ik heb ook haar advocaat gesproken en die geeft aan dat hij 200 vergelijkbare casussen heeft lopen. 200! Ik ben me echt kapotgeschrokken van dat aantal. &quot;Mooi&quot; is niet het juiste woord, maar toch: het mooie aan dit verhaal is hoe constructief zij zelf blijven, want hoewel het systeem ze helemaal heeft laten vallen, blijven ze zelf op zoek naar voorstellen voor hoe het systeem beter kan, namelijk op het punt van de zorg rondom een missie en op het punt van de ketenregie, om maar te voorkomen dat andere mensen in dezelfde situatie terechtkomen als zij. Ik vind het knap dat een gezin dat zelf alle erkenning, waardering en zorg mist, zo zorgzaam kan blijven voor de anderen. Daarom wil ik heel graag van de minister weten waar dit misgaat. Ziet de minister ook in dat de huidige capaciteit berust op een papieren werkelijkheid? Hoe gaat de minister dit oplijnen met de praktijk? Kan de minister toezeggen daadwerkelijk te zorgen voor regie in de zorgketen, voor, tijdens en na de inzet? Dit is compleet het omgekeerde van wat de wet voorschrijft.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter, dan nog kort iets over kleinschalige missies. Daarover horen we dat militairen vooral afhankelijk zijn van hun commandant voor contact met het thuisfront. Ondersteuning komt geregeld pas op gang als de militairen daar zelf om vragen. Juist ook daarbij is structurele, proactieve begeleiding nodig, niet alleen voor de militair, maar ook voor het thuisfront, dat vaak in onzekerheid achterblijft. Dat kunnen we voorkomen door ook voor individuele uitzendingen standaard vooraf een bedrijfsmaatschappelijk werker of een geestelijk verzorger aan te stellen, die actief contact onderhouden en laagdrempelige ondersteuning bieden tijdens de inzet. Hoe kijkt de minister naar dat idee?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Dan een aantal overige punten van aandacht. Tijdens het rondetafelgesprek Veteranen vorige week werden we er als Kamer op geattendeerd dat de chroom-6-klokkenluiders zelf eigenlijk geen toegang hebben tot zorg. Graag zou ik de minister willen vragen dit toch nader te onderzoeken.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan nog een punt. Twee jaar geleden is een initiatiefnota over PTSS bij geüniformeerde beroepen ingediend, onder anderen door de huidige staatssecretaris van Defensie. Ik ben benieuwd wat de status van dit initiatief is.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Ik eindig toch maar wel positief, want er gaat ook echt wel een hoop goed. De vele lokale initiatieven die er zijn, onderschrijven dat. Zo liep ik bijvoorbeeld laatst, een aantal weken terug, in het dorp waar ik ben opgegroeid, Oud-Beijerland, tegen een stand aan met een veteranenclub, namelijk de lokale veteranenstichting Veteranen Hoeksche Waard, die de ongeveer 400 veteranen die in de gemeente gehuisvest zijn, met evenementen met elkaar verbindt en kameraadschap in stand houdt. Dat vond ik heel tof om te zien. Daarom wil ik aan de minister vragen hoe de minister dit soort best practices breder gaat faciliteren. Zo staat het immers in de wet.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel, voorzitter.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel. U heeft een interruptie van de heer Boon.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Boon (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik vond het een mooie bijdrage van D66. Ik hoop dat niet vaak te hoeven zeggen in mijn carrière. Ik heb wel een vraag. Ik wil iets verder ingaan op chroom-6- en ook op de burnpitslachtoffers. Dan praten we niet over vele duizenden. We praten echt over enkele mensen die héél ernstig ziek zijn. Zij merken heel erg dat de overheid zich heel snel in de juridische schuttersput terugtrekt en dat het voornamelijk juridisch gaat. Ze moeten allerlei bewijzen aandragen, wat eigenlijk niet te doen is. Vindt u dat we een omslag moeten gaan maken en dat we vanuit deze commissie de oppositie en coalitie samen moeten laten optrekken om vanuit menswaardigheid met deze mensen op te trekken? Misschien keren we dan een keer iets te veel uit aan iemand die er toch geen recht op had, maar dan geven we wel echt het vertrouwen aan deze veteranen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Jagtenberg (D66):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik ben er helemaal voorstander van om vaker als Kamer gezamenlijk, van links tot rechts, goed op te lopen. Ik ben er zelf ook verbaasd over om dat op dit onderwerp met de PVV te mogen doen. Ik hoop dus dat we dat op andere onderwerpen ook met een meer menselijk aspect kunnen gaan doen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mooi. Dank u wel. Mevrouw Bikker, welkom. Mag ik nog heel even de spreektijd toelichten die we hebben afgesproken? Die geldt voor de eerste en de tweede termijn.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Bikker (ChristenUnie):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel, voorzitter. Ook ik wil beginnen met het uitspreken van mijn grote waardering voor alle veteranen, zoals volgens mij de hele commissie heeft gedaan, ook getuige de anjer, die ik breed gedragen zie worden. Die waardering gaat breder, want die geldt ook het thuisfront van deze veteranen. We weten allemaal hoeveel het betekent voor de mensen thuis. Dus dank voor de inzet voor onze vrijheid, voor onze veiligheid en voor de internationale rechtsorde. Naast die waardering verdienen onze veteranen ook een overheid, een ministerie van Defensie dat de zorgplicht enorm serieus neemt. De Veteranennota biedt wat mij betreft goed inzicht in allerlei activiteiten die plaatsvinden en op welke momenten we onze veteranen waarderen. Echter, ik hoor de Veteranenombudsman toch ook al te lang dezelfde punten aandragen. Ik vind dat het onze plicht is om daar in deze Kamerperiode verandering in te brengen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Laat ik beginnen bij het thuisfront. &quot;Leave no one behind&quot; is een bekende uitspraak binnen Defensie, maar wat de ChristenUnie betreft geldt deze uitspraak ook nog steeds voor onze veteranen. Het rapport Erken mijn belangen laat zien dat partners en kinderen nog te vaak een blinde vlek zijn, terwijl zij de gevolgen van een uitzending ook meedragen. Goede communicatie voor, tijdens en na een uitzending is daarom essentieel. Te vaak gaat het beleid nog uit van de eigen verantwoordelijkheid van veteranen en hun omgeving. Het kan toch niet zo zijn dat een kind geen vrij kan krijgen als papa na een hele poos op missie te zijn geweest, thuiskomt? Het kan toch niet zo zijn dat het telkens afhankelijk is van de persoonlijke inzet van veteranen of hun families? Daarom vraag ik hoe de minister de positie van partners, kinderen en andere naasten structureel gaat versterken binnen het veteranenbeleid en tijdens actieve missies. Hoe voorkomt de minister dat veteranen en hun gezinnen verdwalen in een bureaucratisch oerwoud? De spreker naast mij, mevrouw Jagtenberg, gaf daar net al een voorbeeld van. Kortom: Defensie, pak regie.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Dan de groei van Defensie. Tijdens het rondetafelgesprek klonk een duidelijke oproep: wees proactief en denk nu al na over de gevolgen van een grotere krijgsmacht en daarmee een grotere veteranengemeenschap. De tekst in de Veteranennota vind ik zuinigjes, en dan zeg ik het vriendelijk. De nota stelt dat de groei van Defensie mogelijk gevolgen heeft voor de veteranenzorg en dat ondersteuning zo nodig kan worden geïntensiveerd. Waarom zo terughoudend, vraag ik. Kunt u niet gewoon een doorzicht geven, vraag ik via de voorzitter aan de minister, van wat u de komende jaren verwacht aan opschaling. Ik mag hopen dat als Defensie keer twee gaat, dat niet automatisch veteranenbeleid keer twee betekent, maar dat er een echte strategie komt. Hoe gaan we dat goed doen? Ik denk daarbij ook aan geestelijke verzorging. Is de minister bereid te onderzoeken hoe veteranen ook na hun diensttijd eenvoudig toegang kunnen houden tot geestelijke verzorging?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Een ander punt betreft de uitvoering. Ook hierover horen we dezelfde boodschap: neem regie. Voer niet nog een onderzoek uit, maar geef opvolging aan de onderzoeken die er al liggen. Een treffend voorbeeld is de herziening van het voorzieningen- en uitkeringsstelsel. Dat traject loopt al sinds 2017. We wachten nog steeds op definitieve besluitvorming. Veteranen moeten toch weten waar zij op kunnen rekenen? Kan de minister een duidelijke planning geven voor de afronding van dit traject?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ook de omgang met chroom-6 blijft wringen. De klokkenluiders kregen hiervoor een koninklijke onderscheiding, maar komen zelf niet in aanmerking voor de regeling. Het gaat om ernstige gevolgen voor mensen. We zien nu dat de juridische procedures voorgaan op de mensen die hun recht verdienen. Dat moet toch beter? Graag een reactie van de minister.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Ik begon er al mee: veteranen verdienen waardering voor hun inzet. 87% van de Nederlanders zegt die waardering te hebben, maar slechts 44% van de veteranen zegt die waardering te voelen. Dat verschil vraagt om actie. Waardering zit niet alleen in woorden en ook niet alleen in Veteranendag, hoe goed die dag ook is. Het gaat om zichtbaarheid, verbinding en erkenning in de samenleving. Ik zie al hele mooie initiatieven — ik hoorde net het prachtige voorbeeld van Hoeksche Waard — maar wat mij betreft moet het niet afhankelijk zijn van één persoon in een gemeente die opstaat, maar van een gunnend en uitnodigend beleid van Defensie, zodat we in elke gemeente weten: veteranen zijn op hun plek en ze worden gezien en gewaardeerd. Graag zet ik mij daar namens de ChristenUnie voor in.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel. Dan wil ik graag mijn inbreng namens Groep Markuszower doen. Ik geef het voorzitterschap even aan de heer De Groot.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter: Peter de Groot\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Ten Hove namens de Groep Markuszower, gaat uw gang.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u, voorzitter. Onlangs verscheen in Up in the Sky een artikel over voormalig F-16-vlieger en veteraan Victor van Wulfen. Nadat hij in 2009 misstanden en veiligheidsproblemen op Vliegbasis Eindhoven meldde, belandde hij in een langdurige juridische strijd. Vier Defensie-artsen zijn inmiddels onherroepelijk tuchtrechtelijk veroordeeld, van wie er twee zijn veroordeeld wegens vervalsing van zijn medisch dossier. Toch wordt er nog steeds gesproken over &quot;het opschonen&quot; van het dossier van Van Wulfen. Zijn hiervoor inmiddels excuses aangeboden en is aansprakelijkheid erkend, en, zo nee, waarom niet? Waarom is de Kamer voorgehouden dat er sprake was van opschoning terwijl inmiddels vaststaat dat er sprake was van vervalsing?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Er is ook gesproken over mediation en afspraken over rehabilitatie. Van Wulfen heeft de minister daarover een brief geschreven in afschrift aan de Kamer. Er blijkt nooit sprake geweest te zijn mediation, en een vaststellingsovereenkomst met afspraken over rehabilitatie bestaat eenvoudigweg niet. Waarom is de minister ook na ontvangst van de brief van Van Wulfen daar niet op teruggekomen?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het ministerie stelt dat Defensie geen partij is in deze kwestie. Hoe verklaart de minister dan dat de betrokken artsen zijn of worden bijgestaan door de landsadvocaat en dat Defensie die kosten draagt? Houdt de minister vol dat Defensie geen partij is? Zo ja, hoe verhoudt dit zich dan tot de verantwoordelijkheid als zorgaanbieder?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Uw ambtsvoorganger heeft verklaard dat Defensie geen zwijgcontracten gebruikt om medewerkers de mond te snoeren. Waarom is de Kamer hierover verkeerd geïnformeerd? Want dit bleek wel het geval.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Volgens het artikel houdt Defensie nog altijd documenten achter voor Van Wulfen en zou zelfs voor de rechter informatie zijn achtergehouden. Daarbij gaat het onder meer om een dossier van minimaal 1.700 e-mails. Hoe verhoudt zo&#x27;n dossier zich tot goed werkgeverschap, de AVG, de klokkenluidersbescherming en sociale veiligheid? Beheert Defensie meer van dergelijke dossiers? Zo ja, hoeveel? Waarom heeft Van Wulfen dit dossier nooit ontvangen, ook niet na een AVG-verzoek? Is de minister bereid het volledige dossier alsnog te verstrekken?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Van Wulfen stelt bovendien dat loggingsgegevens uit zijn medisch dossier zijn verdwenen. Defensie heeft aangegeven dat dit een periode van 225 dagen binnen de gehele zorgpopulatie betreft en dat hiervan melding is gedaan bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Waarom zijn Defensiemedewerkers hierover nooit geïnformeerd? Wat was de uitkomst van de melding bij de Autoriteit Persoonsgegevens? Kunnen medewerkers nog vertrouwen op de integriteit van hun medische dossiers? Hoe verklaart de minister dat de verdwenen loggingsgegevens in dit dossier buiten de genoemde periode vallen? Ook hier wil ik een brief over.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Hoe beoordeelt de minister het rapport van Huis voor Klokkenluiders over financiële fraude bij 336 Squadron en joyriding met Defensievliegtuigen? Waarom is dit rapport nooit naar de Kamer gestuurd? Hoe verhoudt dit rapport zich tot de informatie die hierover eerder aan de Kamer is verstrekt? Hoe beoordeelt de minister het feit dat de betreffende commandant op 5 juli 2016 aangifte deed maar dit op 30 augustus 2018 onder ede ontkende? Kan de minister het proces-verbaal van aangifte naar de Kamer sturen? Kan de Kamer alvast het proces-verbaalnummer ontvangen? De Kamer dient namelijk te allen tijde goed geïnformeerd te zijn. Alleen dan kan de Kamer haar controlerende taak uitvoeren. Het is bizar dat deze gedecoreerde veteraan na zestien jaar nog steeds moet strijden voor rechtvaardigheid en erkenning en dat de voormalig commandant inmiddels is bevorderd tot minister van VRO in het kabinet-Jetten.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Als veteraan zeg ik: we leave no one behind, ook niet wanneer iemand vastloopt in een juridisch moeras.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank voor uw inbreng. Ik kijk nog even of er interrupties zijn. Dat is niet het geval. Dan draag ik het voorzitterschap weer over.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter: Ten Hove\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel. Dan was dit de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik vraag even hoelang de minister wil schorsen. Twintig minuten. Dan zie ik u allen om 15.20 uur weer terug op deze plek.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De vergadering wordt van 15.01 uur tot 15.21 uur geschorst.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welkom allemaal bij de voortzetting van het notaoverleg Veteranen. Ik geef het woord aan de minister voor haar eerste termijn.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Heel veel dank, voorzitter. Veteranen zijn het beste wat ons land te bieden heeft. Ik weet zeker dat ik ieders gevoelens daarover verwoord — het is daarnet ook al gezegd — door te beginnen met onze dankbaarheid voor de militairen die in oorlogssituaties en vredesmissies hebben gediend. Zij beschermen wat ons dierbaar is. Het is aan ons om onze erkenning en dankbaarheid te tonen en zorg te bieden waar nodig.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Van Lanschot en andere Kamerleden zeiden het al: in Nederland hebben we 100.000 veteranen. Meer dan 25.000 daarvan zijn in actieve dienst. Onze veteranen hebben verschillende ervaringen opgedaan door alle verschillende missies. Ook varieert de leeftijd. Ik denk dat heel veel mensen bij &quot;veteranen&quot; nog steeds denken aan veteranen van de Tweede Wereldoorlog, die we ook zeer danken en eren, maar die inmiddels nogal op leeftijd zijn. De gemiddelde veteraan is 54 jaar oud. 7% is vrouw. Het percentage vrouwen onder de nieuwe veteranen in de afgelopen vijf jaar fluctueert tussen 10% en 15%. Al deze veteranen dienen Nederland onder oorlogsomstandigheden of tijdens bepaalde vredesmissies en -operaties. Ze verdienen daarvoor respect en onze waardering.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Ik vind het bijzonder om in een debat te zitten met veteranen in ons midden, die nu als politici actief zijn en die hen ook heel mooi kunnen vertegenwoordigen. Meneer Boon, die er nu niet is, zei al: iedere veteraan is uniek en heeft een eigen verhaal. Daarom is het ongelofelijk belangrijk om met hen in gesprek te zijn en te blijven, om van ieder individu te kunnen blijven leren. Nogmaals, onze waardering voor hen is heel erg groot.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Veteranen hebben de maatschappij ook heel veel te bieden. Ze zijn werkzaam op allerlei plekken in de maatschappij. Ik ontmoette laatst een CEO van een groot bedrijf. Die had in zijn bedrijf de vraag uitgezet: wie is hier eigenlijk veteraan? Hij ontdekte dat er heel veel veteranen onder zijn werknemers zaten, wat hij helemaal niet wist. Op die manier kon hij de unieke ervaringen die deze mensen hebben opgedaan in de opleiding en de inzet en het gevoel voor discipline inzetten in het eigen bedrijf.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Je ziet ook de maatschappelijke binding van veteranen via vrijwilligerswerk. Denk aan het Veteranen Search Team. Daar kom ik straks op, want er zijn ook vragen over gesteld. Bij vermissingen staat dat team de politie bij. Aan die sterke binding met de maatschappij, zoals de betrokkenheid vanuit de gemeentebesturen bij hun eigen veteranen en vanuit bedrijven die korting willen bieden, wil ik de komende tijd echt meer aandacht geven. Het lijken misschien kleine dingen. Integendeel: het is het zichtbaar maken van mensen en het waarderen van mensen. Dat zouden we in onze samenleving veel meer moeten en kunnen doen. Dat zorgt ervoor dat veteranen niet alleen trots en steun ervaren vanuit Defensie, maar vanuit de hele maatschappij, zoals het hoort.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Achter de schermen zetten veel mensen zich in voor onze veteranen. Denk daarbij aan de collega&#x27;s van de militaire gezondheidszorg, het Militair Revalidatiecentrum en bedrijfsmaatschappelijk werk, maar ook maatschappelijk werkers en zorgcoördinatoren van het Nederlands Veteraneninstituut en de hulpverleners binnen het Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen. Zij doen elke dag hun uiterste best om de veteraan of het dienstslachtoffer en zijn of haar relatie te helpen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Ik blijf werken aan verbeteringen bij de uitvoering van het veteranenbeleid, om onze veteranen en het thuisfront actief te ondersteunen. De heer De Groot zei het al: mensen die voor Nederland worden uitgezonden, moeten er ook op kunnen vertrouwen dat Nederland bij terugkeer achter hen staat. De heer Bolhuis zei ook: er gaat al heel veel goed in ons beleid. Ik waardeer ook zeer dat veel Kamerleden daar ook echt aandacht aan besteedden. Dat komt natuurlijk niet doordat ik hier toevallig zit, maar dat komt door alle mensen achter de schermen die daar echt heel hard aan werken. Maar het is altijd goed om te bekijken waar het beter kan en moet. Dat doen we niet alleen in dit debat met elkaar, maar ook gedurende het hele jaar. Daar zult u mij ook echt over terug horen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Voordat ik naar de antwoorden ga en de mapjes benoem, waarna we meteen kunnen beginnen, wilde ik natuurlijk graag nog even stilstaan bij de Nationale Veteranendag aanstaande zaterdag. Ik weet dat er op heel veel plekken in het land al Veteranendagen worden georganiseerd. Ik was afgelopen zaterdag in Amsterdam, mijn eigen stad. Daar heb ik aangegeven dat ik nu, vanuit deze functie, pas echt heel scherp zie hoeveel veteranen we in onze stad hebben. Ik zal wel heel vaak naast iemand die veteraan is hebben gewerkt, in de kroeg hebben gezeten of bij Ajax hebben gejuicht of gehuild — ik denk recentelijk gehuild. In ieder geval zijn er heel veel veteranen om ons heen. Het was heel mooi om te zien dat daar ook in mijn eigen stad aandacht aan wordt besteed, maar het gebeurt overal in het land. Laat dat ook vooral volop gebeuren. Aanstaande zaterdag bedanken en eren we hen die zich hebben ingezet voor onze vrede en onze veiligheid. Dat doen we landelijk, nu alweer voor de 22ste keer. Dat is natuurlijk heel erg mooi. Er is weer een heel mooi programma, onder leiding van Jaap Smit. Er is gelukkig weer een defilé. Dat was er vorig jaar niet vanwege de NAVO-top. Het is heel belangrijk dat we hiermee richting het hele land laten zien dat er maatschappelijk heel veel erkenning en waardering is voor onze veteranen. Er is een heel mooi programma op het Malieveld. Ik zie dat er hier ook jongeren aanwezig zijn. Ga er vooral heen. Het wordt heel erg mooi, vanaf 11.00 uur, Den Haag, Malieveld.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan de mapjes. Ik wilde beginnen met zorg, dan thuisfront, dan veteranenstatus, dan de groepen individuen, dus verschillende vragen over verschillende uitzendingen, en dan heb ik nog een mapje met verschillende antwoorden over heel veel andere belangrijke zaken.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik begin met zorg.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voor ik u het woord geef, wil ik even naar de leden. We doen vier interrupties in deze termijn.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan begin ik met de heer Bolhuis. Die vroeg hoe de brengplicht concreet wordt gemaakt, welke processen er worden verbeterd en of er ook aandacht is voor het thuisfront. Defensie en het Veteraneninstituut brengen actief onder de aandacht wat er is op het gebied van erkenning, waardering, ondersteuning en zorg. Dat doen we in samenwerking met gemeenten en huisartsen. Daarbij worden verschillende communicatiemiddelen ingezet om zo veel mogelijk mensen te bereiken. De app Thuisfront wordt bijvoorbeeld doorontwikkeld, maar we hebben ook heel veel andere zaken op het gebied van voorlichting en informatie en er zijn thuisfrontdagen. Daar wordt op dit moment dus heel veel concreets gedaan. Ik kom straks ook nog terug op wat we volgend jaar in de Veteranennota misschien nog scherper en beter kunnen terugbrengen. Wellicht kunnen we daarin ook opnemen wat hier nou het bereik van is geweest.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan had ik een vraag over de Regeling Volledige Schadevergoeding. In ieder geval mevrouw Nanninga vroeg daarnaar. Die vroeg om concrete cijfers. Ik zal er nu een aantal noemen. Ook hiervoor geldt dat ik zal kijken of we dat in de Veteranennota volgend jaar veel strakker kunnen laten zien, zodat u dat kunt volgen. Van 2014 tot en met 2025 hebben 1.659 veteranen een Regeling Volledige Schadevergoeding aangevraagd. Tot eind vorig jaar zijn er 812 aanvragen afgedaan. Op dit moment, dus tot de dag van vandaag, lopen er 777 aanvragen. In de financiering van de schadevergoeding is voorzien. Die zit in de Defensiebegroting met het Nationaal Fonds Ereschuld. Hierin zit ruim voldoende budget voor de financiering van deze schadevergoedingen, dus dat is gewoon goed geregeld.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>VVD, PVV en DENK vroegen naar de gemiddelde doorlooptijden. Er werd gevraagd wat de doelstellingen zijn om die terug te brengen. We willen natuurlijk dat de aanvragen zo snel mogelijk worden afgedaan, zodat mensen zo snel mogelijk weten waar ze aan toe zijn. De Algemene Rekenkamer heeft conclusies getrokken. De gemiddelde doorlooptijd is nu drie jaar. Dat is gewoon veel te lang. De streeftermijn is twee jaar. We hebben daarom concrete verbetermaatregelen genomen, waaronder de uitbreiding van de capaciteit met negen functies. Die zijn inmiddels allemaal vervuld en de collega&#x27;s zijn ingewerkt. Ik vind het belangrijk om hier nog eens te benadrukken dat het mijn volle aandacht heeft. Ik zal zorgen dat ik u voor het einde van het jaar informeer over de nieuwe stand van zaken, zodat u niet tot de volgende Defensienota hoeft te wachten. Er wordt dus volop aan gewerkt om te zorgen dat we genoeg mensen hebben die dit op een goede manier kunnen doen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Jagtenberg van D66 vroeg of het klopt dat het PTSS-protocol al vernieuwd is en wanneer het naar de Kamer komt. Dat klopt. Het is inderdaad herzien. Het is aangepast naar de huidige wetenschappelijke inzichten. De scoringsmethodiek, zoals dat heet, is ook verbeterd. Het was ook een logisch gevolg van evaluaties van het protocol. Dit was de vervolgstap die we moesten doen. De formele titel is het &quot;protocol voor psychische aandoeningen, waaronder PTSS&quot;. Dat laat zien dat we het breder hebben getrokken, omdat het breder is dan PTSS. Dat wordt een ministeriële regeling. Daar zijn we nu, as we speak, mee bezig. Die kan ieder moment aangeboden worden voor publicatie in de Staatscourant. Na publicatie zal er mee worden gewerkt. Dan is het openbaar, maar gaan we er ook meteen actief mee aan de slag. Ik hoop dat we er volgende maand al mee aan het werk kunnen. Daar zijn we dus druk mee bezig.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan heb ik ...\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voordat u verdergaat: er is een interruptie van mevrouw Jagtenberg.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Jagtenberg (D66):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik ben natuurlijk heel blij om te horen dat de minister hiermee voortvarend aan de slag is. Toch heb ik hierover nog een vraag. In beleidstermen klinkt het ontzettend positief, maar we zien al tien jaar lang dat dingen vastlopen in de praktijk. Ik zou dan ook van de minister willen horen hoe zij gaat toetsen aan de praktijk of dit daadwerkelijk een verschil gaat maken. Hoe wordt de Kamer hierover geïnformeerd?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik had hier ook een vraag van onder andere het CDA over: wat gebeurt er in de praktijk met mensen die nu niet in het nieuwe protocol zitten? Verschillende leden stelden die vraag. Ik kan mij voorstellen dat we bij de volgende Veteranennota, wanneer het nieuwe protocol iets korter dan een jaar in werking is, ingaan op de ervaringen tot dan toe. Of die termijn lang genoeg is om hierover echt uitspraken te kunnen doen? Ik hoop het. Ik maak wel een klein voorbehoud. Al is de Veteranennota door mijn schuld best laat aangeleverd bij de Kamer — dat lag echt aan mij, ambtelijk was het wel afgedaan maar het lag nog bij mij in het bakje — dan nog is het zo dat die maanden van te voren wordt opgesteld. Ik hoop dus dat er voldoende tijd is verstreken om er iets over te kunnen zeggen. We zullen het echter sowieso opnemen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Wat betreft de mensen die onder het oude protocol vallen: natuurlijk hebben we ook voor die groep aandacht. Met de centrales van overheidspersoneel hebben we afgesproken om het invaliditeitspercentage van die groep — dan gaat het om ongeveer 2.000 veteranen — ambtshalve te gaan omzetten aan de hand van het herziene protocol. Hun situatie wordt herzien. Dat klinkt een beetje ambtelijk, maar dat is wat het is. De veteranen hoeven hiervoor niet zelf een aanvraag in te dienen. De doelgroep wordt hierover ook op korte termijn geïnformeerd. We zullen beginnen met de veteranen die 60 jaar of ouder zijn. Vervolgens behandelen we de dossiers in volgorde van oudheid. Als uit de herziening een hoger percentage naar voren komt, worden de financiële aanspraken, zoals een invaliditeitspensioen of een bijzondere verhoging, met ingang van 1 januari 2026 opgehoogd, zodat het nooit kan leiden tot een verlaging van de aanspraken. In de volgende nota zullen we hierop, voor zover mogelijk, nader ingaan.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dat leidt tot een vervolgvraag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Jagtenberg (D66):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank voor de beantwoording. Het klinkt goed. Ik snap dat we een beetje vasthouden aan de beleidstermen. Dank aan de minister dat ze het boetekleed aantrekt wegens het te laat toesturen van de nota. Dat kan gebeuren, maar volgend jaar beter, alsjeblieft.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik heb nog een vraag over de invaliditeitsbeoordeling. Het is goed dat de rubrieken, zoals dat geloof ik heet, met daarin de scoring worden verbeterd. Daardoor kan het percentage hoger uitvallen. Wat nou als in de praktijk blijkt dat de scoring nog steeds niet op een lijn zit met hoe de veteranen het zelf ervaren? Wat gaat er dan gebeuren? Gaan we dan wachten tot de volgende nota volgend jaar en het dan bespreken?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het gaat niet om de nota of onze bespreking, het gaat erom dat wij op basis van de informatie duiding en analyses hebben en het weten als er een probleem is. Het kan om een individuele zaak gaan — uiteindelijk gaat het om mensen en ook om maatwerk — maar ook om een systeemfout in je protocol, even vrij vertaald. Natuurlijk vinden er beleidsevaluaties plaats. Dat doe je namelijk bij een nieuwe protocol. Om daar niet op te wachten zeg ik alvast toe dat we er ook in de nota aandacht aan besteden. Daar hebben we in ons stelsel hier met elkaar gelukkig ook reguliere momenten voor. Ik kan met een gerust hart zeggen dat de betrokkenheid van de mensen die hieraan werken groot is. Meer dan wie ook willen ze dat dit een goed werkend protocol is. Ik heb er dan ook alle vertrouwen in dat als het protocol anders uitpakt, zij dat tijdig aan mij zullen melden, waarna ik het weer aan u zal melden, zodat we het protocol kunnen aanscherpen. Maar laten we snel van start gaan, zodat we weten hoe het in de praktijk uitpakt. De evaluaties zijn regulier en ik zorg ervoor dat we hierop in de nota nadrukkelijk terugkomen. Ik vraag wel om enige speling. Ik hoop namelijk dat we dan inhoudelijk al wat kunnen zeggen. Ik zou dat ook graag willen, maar het moet wel mogelijk zijn. Anders leggen we het ook uit.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan heb ik in dit mapje nog één vraag, voorzitter, namelijk de vraag van de heer De Groot over de aanbevelingen uit het onderzoek naar de zorgbehoeften van vrouwelijke veteranen. Hij vraagt om deze aanbevelingen concreet om te zetten in specifieke veteranenzorg voor deze groep. De veteranenpopulatie is divers en heterogeen en het percentage vrouwelijke veteranen neemt toe. Het onderzoek richt zich overigens op vrouwelijke militairen en niet alleen op vrouwelijke veteranen. Het onderzoek biedt wel hele waardevolle inzichten en aanbevelingen. Daar gaan we natuurlijk ook concreet mee aan de slag. Leiderschap, steun, nazorg, zorg: op al die niveaus pakken we dat concreet op. Vervolgens landt dit dan in de opleidingen, bij de commandanten en in de steun en hulpverlening. Het heeft ook de aandacht vanuit personeelszorg en diversiteit en inclusie. De staatssecretaris heeft dat natuurlijk in zijn portefeuille. Ik weet dat hier woordvoerders zitten die ook vaak met hem het een en ander bespreken. Ik zal zorgen dat hij ook weet dat hier extra aandacht voor is gevraagd, zodat het ook in zijn debatten terug kan komen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan was ik bij het mapje thuisfront, voorzitter.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik heb hier vragen van in ieder geval de heer De Groot, maar volgens mij waren er meer leden die vroegen: welke aanvullende stappen gaan we nou zetten voor familie? Het thuisfront krijgt, denk ik, hier in deze Kamer, maar ook als je kijkt naar hoe Defensie en het Veteraneninstituut opereren, echt nadrukkelijk de aandacht. Tijdens de militaire loopbaan, rondom missies en inzet, en na het verlaten van de dienst, is het thuisfront cruciaal. Er is een groot aantal activiteiten die bijdragen aan het gevoel onderdeel te zijn van een gemeenschap. Ik heb ook inmiddels best wel wat mensen vanuit het thuisfront van militairen mogen spreken, of het nou veteranen zijn of bijvoorbeeld de bemanning op de Zr.Ms. Evertsen of de Zr.Ms. De Ruyter, omdat ik dan via via ook signalen krijg. Mensen willen heel graag dat er contact gelegd kan worden, dat ze op de hoogte zijn, dat ze betrokken worden en dat er momenten zijn waarop ze bij elkaar komen. Wij gaan de komende tijd verdere stappen zetten in de ondersteuning van het thuisfront. Het is van belang om relaties daarin te betrekken en niet voor hen in te vullen wat zij nodig hebben. We halen daar dus echt op: wat heb je daar nodig? Ook de aanbevelingen van de Veteranenombudsman en de inspecteur-generaal der krijgsmacht zullen daarbij worden meegenomen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Van Lanschot vroeg opnieuw, volgens mij, aandacht voor de inloophuizen waar militairen, ex-militairen en hun thuisfront terechtkunnen voor ondersteuning, bij elkaar komen en kameraadschap. Hij vroeg ook om langjarige financiële zekerheid. Dit zijn dus hele belangrijke plekken. Ik weet dat het ook erg wordt gewaardeerd dat ze bestaan. Deze centra zijn een mooie manier waarop gemeenten hun erkenning en waardering voor veteranen in de praktijk kunnen brengen. Steeds meer gemeenten doen het ook al. Het is ook goed om de verantwoordelijkheid voor die centra lokaal te houden, omdat je dan zeker weet dat die het beste worden ingericht. Wij financieren sinds enkele jaren activiteiten die binnen ontmoetingscentra worden georganiseerd. Ik zal ook vanuit mijn rol gemeenten blijven aansporen om die gewoon op te zetten. Het is op een laagdrempelige wijze heel erg prettig voor mensen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan ben ik nu bij de veteranenstatus. Ja, ik was te lang stil, voorzitter, dus er komt een interruptie; dat is bijna uitlokking van mij.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Jagtenberg (D66):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank voor de lange stilte. Ik was nog wel op zoek naar een antwoord op één vraag, namelijk wie eigenlijk de regie heeft voor de initiatieven rondom het thuisfront en met name ook het contact met het thuisfront, zodat zij hun eigen inbreng kunnen geven aan de afstemming.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Uiteindelijk hebben wij verantwoordelijkheid, dus als het gaat over uitzendingen, of als het gaat over het besluit dat we nu hebben genomen om ons fregat Zr.Ms. De Ruyter niet verder te laten varen op de reeds geplande route voorbij Tokio, maar te zeggen: we laten het terugkeren en prepositioneren voor een eventueel mogelijke inzet in de Straat van Hormuz. Op die momenten hebben wij de verantwoordelijkheid om het thuisfront op een goede manier te benaderen en bij elkaar te brengen. Ik weet dat er afgelopen zondag een bijeenkomst is geweest. Dan kan iedereen vanuit Defensie zelf horen: wat doen we, waarom doen we dit en hoe ziet dat eruit? Op de momenten dat het onze militairen echt aangaat en ook bij veteranen, als er zaken spelen, hebben wij dus daarvoor de verantwoordelijkheid en dus de regie. Gelukkig heb je ook het Veteraneninstituut en heb je die lokale initiatieven. Ik zou die ruimte ook willen laten. Het gaat er dus om — als ik &#x27;m even plat mag slaan — waar je de verantwoordelijkheid hebt als werkgever, maar vooral moeten we heel veel ruimte laten aan al die initiatieven die er zijn in het land. Daar zou ik geen regie op willen, maar ik zou vooral ook willen aanmoedigen: blijf dat organiseren, en waar wij kunnen, zullen we het ook ondersteunen. Ik denk dus dat het verschilt per onderdeel waar we het over hebben, wie daarvoor de regie of verantwoordelijkheid heeft.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voor mevrouw Jagtenberg: het was eigenlijk een onbeantwoorde vraag, dus ik reken &#x27;m niet als een interruptie.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Oeh, dat is coulant. Oké. Ik hoop dat ik alles verder wel beantwoord heb.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>U vervolgt uw betoog, minister.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ja, heftig dit, mevrouw Jagtenberg! Dat was uitlokking van u, voorzitter.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Jagtenberg (D66):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik grijp mijn kans! Nou ja, wat een debat. Nu ben ik mijn vraag alweer kwijt; lekker handig. Dan moet ik hem wel snel hebben. Ja, ik heb &#x27;m alweer. Op zich is het positief. Fijn ook dat er een voorbeeld wordt gegeven; dat maakt de verbeelding wat duidelijker. Ik heb toch nog een vraag over het laatste punt, over de regie wat loslaten bij de lokale of eigen initiatieven. In de wet staat immers wel dat het ook de taak is van het ministerie om dit proactief te faciliteren. Ik zou hierover dus toch willen doorvragen aan de minister: hoe gaat zij dat doen?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dat doen we dus ook. Uiteindelijk heeft de Defensieorganisatie Thuisfront de regie op de zaken waar ik het net over had. We hebben natuurlijk het NLVi voor veteranen of postactieven en je wilt ruimte laten voor lokale initiatieven die vanzelf opkomen. Met alle respect: ik denk dus dat de vraag niet per se is hoe we dat willen doen, want we doen het al. Volgens mij werkt het heel goed en is er heel veel aandacht voor het thuisfront en onder regie van ons. Maar ik zou niet alles naar landelijk willen trekken, want net zoals met al die verschillende veteranenorganisaties denk ik: hoe lokaler georganiseerd, hoe beter dat misschien is. Ik vroeg in Amsterdam degene die dat had opgezet waarom hij de behoefte had om dit in Amsterdam te doen. Hij zei: omdat er geen Amsterdamse tak was en ik ben Amsterdammer; het hoort dus hier. Dat gevoel vind ik zelf heel sterk. Daar gaan we ons niet tegenaan bemoeien, maar we gaan daar waar we dat kunnen doen wel faciliteren. Ik zou het dus een beetje in die balans bekijken.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Bolhuis (PRO):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik heb nog een vraag. Meerdere partijen zeggen dat Defensie meer met een brengplicht zou moeten gaan doen in plaats van met een haalplicht, maar het antwoord daarop is eigenlijk: we doen dat al; we gaan niks nieuws doen. Daarnaast hebben we het rapport Erken mijn belangen, waarin gezegd wordt dat Defensie meer had moeten doen met kinderen. Ik heb nog niet gehoord wat de minister op dat punt gaat doen. Wat gaat u in die brengplicht extra doen? Wat gaat u extra doen om ook de zorgplicht naar kinderen uit te breiden, waarvan de Ombudsman is dat dat echt een zorg is?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Daar kom ik zo nog op. Dat zit in de mapjes die echt gaan over die concrete aanbevelingen en over wat je ook samen met OCW en dergelijke kan doen. Daar kom ik straks op. Laat ik daarbij zeggen dat ik zeker bij zo&#x27;n onderwerp als dit nergens zou willen uitstralen dat wij het idee hebben dat wij alles al doen en dat het eigenlijk af is. Ik begon al met: &quot;alles waar het beter kan, graag&quot;. Als daarover in het veld, bij veteranen of bij Kamerleden ideeën over zijn, neem ik die dus ook graag mee. Maar ik noemde de voorbeelden in die zin dat we ons dit aantrekken en er ook volop mee bezig zijn, dus niet vanuit een houding in de zin van &quot;dat doen we al en het is af&quot;. Ik denk dat je bij zoiets fundamenteels als onze veteranen, mensen die je nooit mag vergeten, nooit mag denken: jij hebt je inzet al gepleegd en wij gaan weer verder. Dat mag nooit. Ik ben ook altijd op zoek naar wat we nog extra zouden kunnen doen. De Ombudsman geeft daar heel veel aanbevelingen voor. Daar kom ik dus ook nog op terug.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Als ik dan naar de veteranenstatus mag: het debat dat hier plaatsvond, met de verschillende inzichten, is eigenlijk ook een beetje hoe het de afgelopen maanden in mijn hoofd is gegaan. Als nieuwe minister was mijn houding: als er mensen zijn die zeggen &quot;ik vind dat deze inzet ook voor een veteranenstatus in aanmerking kan komen&quot;, waarom zouden we dat dan willen tegenhouden? Toen ben ik op de hoogte gebracht van de verschillende gevoelens die er daarover zijn. Ik snap het nu veel beter, maar dat maakt ook dat het heel erg ingewikkeld is, omdat je gewoon die beide geluiden hebt; daar moeten we ook eerlijk over zijn. Wij werken op dit moment natuurlijk wel aan het opstellen van een afwegingskader met betrekking tot deze veteranenstatus, want je wilt het zo goed mogelijk doen voor alle betrokkenen. Als er zoveel verschillende inzichten over bestaan, is dat ingewikkeld. We zijn nu aan het kijken naar het afwegingskader. Daarbij worden de opvattingen van belanghebbenden uit het veteranendomein meegenomen, zoals het standpunt van het nationaal Veteranen Platform. Moderne vormen van inzet, die we nu natuurlijk volop hebben, zoals remote piloting en cyberinzet, worden ook meegenomen, net als de inzet in het kader van hoofdtaak 1 aan de oostflank van Europa. We leven gewoon in een heel andere en in die zin ook rare tijd, maar in het grijze gebied zijn wij als Defensie heel erg actief. Hoe ga je dat dan wegen? Dat zijn we nu in kaart aan het brengen. Er wordt ook gekeken naar andere landen. Daar waren ook suggesties voor: hoe doen ze het elders? Daar kijken we ook naar. Dat moet allemaal opgeteld leiden tot een helder afwegingskader dat duidelijk maakt waarom aan een inzet de veteranenstatus wordt ontleend, zodat militairen voorafgaand aan hun missie geïnformeerd zijn. Dit is hopelijk ook het antwoord op de vraag van de heer De Groot of dat de moderne inzet is en of dat daarin zit. Dat nemen we dus heel erg mee. Laat ik daar nog wel aan toevoegen dat op het moment dat je niet in aanmerking komt voor een veteranenstatus, ook niet onder het nieuwe afwegingskader, dat niet wil zeggen dat de verantwoordelijkheid, de waardering en de erkenning vanuit Defensie, vanuit de samenleving en formeel vanuit ons verdwijnen. Dan gelden andere zaken, maar dan hebben we nog steeds een zorgplicht, dan zijn we je nog steeds dankbaar en dan is het nog steeds aan ons om dat op verschillende manieren te uiten. Dat betekent dus niet dat het minder is. Alle Kamerleden zeiden dat en dat zal ik ook blijven doen. Het is gewoon een andere status. Dat is wat het is. Dat verschil zal altijd blijven bestaan. Het afwegingskader zal altijd ergens een grens trekken, maar het is heel belangrijk dat wij allemaal op die manier blijven praten en dat wij het beleid op die manier invullen, zodat uiteindelijk niemand zich verloren, vergeten of niet-gekend voelt. Dat mag nooit het effect zijn van wat voor kader dan ook.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik ben aangekomen bij de verschillende groepen en individuen. Mevrouw Nanninga vroeg wat er nodig is om het project rond transitie weer opgestart te krijgen en om veteranen als reservist te behouden. De transitie van militair naar burger is superbelangrijk. Voor de een gaat dat soepeler dan voor de ander. Dat heeft natuurlijk te maken met heel veel factoren. De afgelopen jaren stonden in het teken van onderzoek. Dat is inmiddels afgerond en dat heeft hele goede inzichten en voorstellen opgeleverd. Nu kijken we hoe we dit kunnen verwerken en realiseren, en hoe we hiermee aan de slag kunnen. Een heleboel van die inzichten zijn al in meer of mindere mate verankerd in de bestaande bedrijfsvoering. We zullen ervoor zorgen dat we na het zomerreces aanvullende besluiten voorbereiden voor deze voorstellen. Denk aan de veteranenspelden. Dat zijn belangrijke zaken.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik kom even terug op de initiële vraag van mevrouw Nanninga. Veteranen worden steeds vaker als reservist behouden. Ik moet eerlijk zeggen dat wij daar ook steeds beter in worden. Je kijkt hoe je mensen bij je kunt houden. Veteranen blijven over het algemeen ook heel graag betrokken bij Defensie. Het is een enorme win-win, want ze hebben enorm veel kennis en capaciteiten, die we heel hard kunnen gebruiken. We kijken ook naar nieuwe afspraken met de sociale partners om reservist te kunnen blijven na dienstverlating, waarmee dat ook de norm wordt. We proberen dat echt te verankeren, zodat dit laagdrempeliger en makkelijker wordt.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Nanninga (JA21):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank hiervoor aan de minister. Dat vinden we natuurlijk fijn om te horen. Mijn vraag ging nadrukkelijk over het budget, want daar leek een knelpunt te zitten. Komt dat in de brief? Is er extra budget of blijft het bij het oude budget? Dat miste ik nog.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mag ik daarop terugkomen zodra we al deze inzichten hebben verwerkt? Ik kan toezeggen dat dat na de zomer is, voor het einde van het jaar. Dan neem ik het ruim, maar ik doe het zo snel mogelijk. We moeten eerst zelf weten wat er extra nodig is. Maar ik vind dit ontzettend belangrijk, dus we moeten dit goed vormgeven binnen de mogelijkheden die Defensie heeft. Mevrouw Nanninga is terecht op zoek naar een heel concreet iets. We zitten er nu middenin, dus dat heb ik nog niet voor haar. Maar als het budget toch een probleem blijkt te zijn, dan kan ik toezeggen dat ik dat actief meld aan de Kamer, want dan kan ik me voorstellen dat de Kamer daar zelf ook een mening over heeft. Ik probeer vooral aan de voorkant te voorkomen dat dat een issue wordt. We zitten er nu middenin.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Bikker (ChristenUnie):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik ga mevrouw Nanninga een beetje helpen. Ik neem aan dat dit wel mogelijk is voordat we de begroting bespreken.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dat snap ik. Laat ik hier in de tweede termijn even op terugkomen. Dan kunnen we de processen naast elkaar leggen. Anders zeg ik misschien iets toe wat we niet kunnen waarmaken. Ik snap het, ik check het en ik kom erop terug.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Bolhuis zei dat de minister bij de bespreking van de vorige Veteranennota heeft toegezegd dat er een regeling zou komen voor veteranen met verwerkingsproblematiek die zelf geen financiële middelen hebben om bijvoorbeeld deel te kunnen nemen aan een terugkeerreis. Hoe gaan we daarmee om? Het ging hierbij specifiek om Dutchbat III-veteranen en hun relaties. Die terugkeerreizen zijn specifiek ontworpen voor deze doelgroep omdat datgene wat zij hebben meegemaakt tijdens en na afloop van hun missie overduidelijk onvergelijkbaar is met andere missies. We zien dat de reizen goed gewaardeerd worden en helend kunnen werken. Als vanuit de zorgbehoefte op individuele basis blijkt dat een terugkeerreis helend kan zijn, dan zullen we kijken naar de mogelijkheden. De heer Boon, mevrouw Bikker en mevrouw Jagtenberg vroegen naar de burnpitslachtoffers en de chroom-6-slachtoffers. Hoe zit het nou met de bewijslast en wat kunnen we voor deze mensen doen? Ik denk dat het ons allemaal zeer raakt dat medewerkers, collega&#x27;s en mensen die voor ons hebben gestaan, ziek worden. In het Nederlandse recht zijn daarover afspraken gemaakt. Ik weet dat de Kamerleden die afspraken ook heel goed kennen en daarom sla ik het even een beetje plat. Er werd gevraagd of ik bereid ben om met die mensen in gesprek te gaan, naar hen te luisteren en op te halen wat er nodig is. Laat ik dat dan hier meteen toezeggen. Natuurlijk!\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het is aan de staatssecretaris, maar als ik daarnaar word gevraagd, dan zeg ik natuurlijk dat ik dat ook ga doen. Volgens mij heeft de staatssecretaris in het commissiedebat Personeel dat ook aangegeven, ook richting de slachtoffers zelf. Ik zorg dat ik samen met hem optrek en dat we dit samen gaan oppakken. Waarschijnlijk koppelen we dat via de staatssecretaris weer terug.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Bikker (ChristenUnie):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Omdat het niet alleen om deze casus gaat, maar het ook een soort bewijs is dat … Het werd door de Veteranenombudsman ook wel genoemd als een voorbeeld van iets wat steeds maar terugkeert. We zijn zo druk met onze processen, onze procedures en onze stelsels dat de veteranen eigenlijk worden overgeleverd van het ene loket naar het volgende. Het lukt alleen om eruit te komen met een steengoede advocaat, als je niet uitkijkt. Dit komt overigens voor mijn rekening, want dat heeft de Veteranenombudsman niet gezegd.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik zou de minister ook willen vragen om juist als het gaat om het veteranenbeleid … Het eerste blokje ging over PTSS. Hoelang heeft het wel niet geduurd, voordat het vast is komen te staan? We hebben nu een blokje hierover. Hoelang heeft het niet geduurd, voordat we hier de processen op orde hadden. Ik weet &#x27;t: overal is een eigen verhaal over te vertellen. Maar in the end is wel het verhaal: Den Haag is te traag. Ik zou de minister daarom echt willen uitdagen om ook op dat punt niet alleen op de casus te kijken, maar ook hoe we daar naar de toekomst toe op een andere manier op kunnen doorpakken. Voor mij is dat eigenlijk het allerbelangrijkste van deze notabespreking.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik denk dat het een heel belangrijk punt is. Als je relatief nieuw bent op een dossier, heb je wel het voordeel dat je het kunt vergelijken met andere ervaringen. Ik kan dat en ik durf daarom te zeggen dat Defensie dat absoluut niet doet. Defensie is niet alleen maar bezig met processen en regels. Het is ook niet zo dat wij ons alleen maar op een individuele casus richten, omdat die op ons bord komt. We hebben echt enorme stappen gezet in de omgang met onze veteranen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik begon niet voor niets met de opmerking dat het nooit af is, want het moet inderdaad altijd beter. Mevrouw Bikker heeft namelijk meer dan gelijk als zij zegt dat er voorbeelden zijn van waar het echt niet goed is gegaan. Maar ik kan haar verzekeren dat in de traditie van Defensie … Dat is fijn om te kunnen zeggen. Het is geen starre organisatie. Als je een zaak tegen ons hebt lopen, kan ik me wel voorstellen dat je het heel anders ervaart. Maar als je ziet hoe wij in het algemeen met veteranen omgaan en hoe goed dat gaat, durf ik wel te stellen dat het geen starre organisatie is die alleen maar kijkt naar: wat hebben we ooit afgesproken? Maar dan nog zijn er momenten en zaken en dit is er zeker een van.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Ten Hove vroeg naar een specifieke casus die bij de rechter ligt. Ik kan daar niet al te diep op ingaan, maar het is, even los van de inhoud, ook een voorbeeld van een zaak waarin je helemaal niet tegenover elkaar had willen komen te staan. Je moet, precies zoals mevrouw Bikker zegt, niet alleen naar een specifieke zaak kijken, maar naar wat het meer in het algemeen zegt over hoe we omgaan met ons beleid, hoe we dat beleid hebben ingericht en welke mensen het afhandelen. Ik neem het dus zeker mee, maar ik wil er wel een beeld naast zetten. Dus niet ertegenover, want ik heb het idee dat Defensie de afgelopen jaren hele grote stappen heeft gezet. Maar nogmaals, dit gaat over zo&#x27;n belangrijke groep mensen dat het in die zin nooit af is. We doen het ook op de manier van mevrouw Bikker: je niet blindstaren op de zaak an sich, maar elke keer weer leren wat je daaruit voor je hele beleid kunt halen, zodat je het liefst geen zaken meer voor je krijgt.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Bikker (ChristenUnie):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>En toch zegt de Veteranenombudsman dat het gaat om consistent terugkerende signalen. Voor mij is het geen verwijt naar Defensie, natuurlijk niet. Iedereen zal handelen naar de huidige stand van zaken. Ik heb ook gezien hoe door eerdere kabinetten bezuinigingen er in hebben gehakt, ook op het ministerie. Ik heb ook gezien wat dat doet met het kennisniveau. Maar ik zie wel terugkeren dat de Kamer hetzelfde verhaal van de Veteranenombudsman te horen krijgt. En dan ben ik nog maar anderhalf jaar defensiewoordvoerder. Als ik terugzoek dan zie ik dat het terugkerend is en daar wil ik van af. Mevrouw Jagtenberg naast me heeft daar een hele stapel rapporten over. Ik snap heel goed dat de minister gaat staan voor haar departement en zegt wat er allemaal goed gaat, prima, maar het moet toch niet zo zijn dat de Veteranenombudsman volgend jaar opnieuw zegt &quot;consistent terugkerende signalen&quot;. Daarop vraag ik de scherpte van deze minister. Ik ga dat niet in moties gieten, maar het gaat om de attitude die we met elkaar hebben, want daar moeten we vanaf.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Laat ik het zo zeggen: ik zit ook binnenkort met de ombudsman, ik geloof zelfs morgen, en mijn primaire vraag is ook wat we kunnen doen om te voorkomen dat aanbevelingen die er komen op elkaar gaan lijken. Ik wil daar ook van af. Ik merk bij het hele departement een houding van extreme betrokkenheid. Iedereen streeft daarnaar. Dat is een goed teken. Mevrouw Bikker kent mij lang genoeg om te weten dat als ik dat anders zou zien, ik een heel ander antwoord had gegeven. Ik zal ook het gesprek aangaan met de ombudsman, die natuurlijk volledig vanuit zijn onafhankelijkheid moet kunnen onderzoeken wat hij wil. Dat blijft dus overeind. Ik wil graag van hem horen wat we nog meer en nog beter kunnen doen om terugkerende aanbevelingen te voorkomen, laat ik het zo in mijn eigen woorden wat huiselijk formuleren. Ik deel het helemaal en kijk ernaar uit dat mevrouw Bikker me daaraan houdt.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan had ik eigenlijk het bruggetje al gedaan naar mevrouw Ten Hove over de specifieke casus. Dat is een rechtszaak die al loopt en om die reden kan ik daar hier niet op ingaan. Het is een lopende zaak en een individueel dossier. Ik heb de opmerking en de vragen van mevrouw Ten Hove goed gehoord.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik wil een interruptie doen en geef even het voorzitterschap aan de heer De Groot.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter: Peter de Groot\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Waar ik over val, is dat ik in de procedurevergadering een reactie heb gevraagd op een artikel dat ik in mijn betoog heb genoemd van Up in the Sky. De minister zegt dat ze er niet op ingaat, omdat het onder de rechter is. Ik vraag een rectie op een artikel. Artikel 68 Grondwet is voor de Eerste en Tweede Kamer een enorm belangrijk instrument. Dat hebben wij in handen om de regering te kunnen controleren. Thorbecke draait zich in zijn graf om als ik dan als antwoord krijg: we kunnen niet reageren, want het is onder de rechter. Ik heb gevraagd om een reactie op het artikel van Up in the Sky. Volgens mij moet de Kamer die gewoon kunnen krijgen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Misschien zit ik er nu naast en kan ik er in tweede termijn op terugkomen. Maar als ik mij niet vergis, gaat het nog steeds wel over de specifieke casus. Zolang dat zo is, en dan maakt het niet uit welk departement, welke minister of welke vraag, kunnen we er niet op ingaan. Dat is soms ook heel frustrerend als je deze positie hebt, kan ik eerlijk zeggen. Misschien zit ik ernaast, maar ik heb het op die manier geregistreerd.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het gaat mij echt bijzonder persoonlijk aan het hart. Ik wil toch even toelichten waarom dit zo is. Klokkenluider word je niet. Je kiest daar niet voor. Je wordt dat gemaakt. Als we als Defensie dan zo met onze mensen omgaan — ik hoorde net al iets over chroom-6, wat eigenlijk hetzelfde verhaal is — wat zegt dat over goed werkgeverschap? Toen ik in 2006 in de Choravallei in Afghanistan was, waren het collega&#x27;s van de heer Van Wulfen die hebben gemaakt dat wij überhaupt de weg naar het kamp terug konden vinden. Ik vind het bizar en ik wil dit voor hem doen en voor velen. We moeten die waarheid boven tafel krijgen. En de Kamer moet die stukken in handen krijgen. Ik roep de minister nogmaals op. U draagt de witte anjer. Aankomende zaterdag staan we met z&#x27;n allen te klappen. Die witte anjer is het nationale symbool voor erkenning, respect en waardering.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Wat is uw vraag?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Daarom hoop ik toch dat de Kamer wat meer informatie krijgt, ook al zijn zaken onder de rechter.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik weet niet of mevrouw Ten Hove daarop zit te wachten, maar ik waardeer haar betrokkenheid in ieder geval heel erg. Ik snap dit ook heel erg. Maar goed, ik begon al met de vraag hoe relevant dat is, want ze wil gewoon antwoorden. Het punt is: als het onder de rechter is, kan ik er gewoon op dit moment niks mee. Dat is voor mij ook heel erg ingewikkeld, maar zo is het helaas wel. We moeten de uitkomst van de rechtszaak afwachten, maar er komt een moment dat die is afgerond en dat we er ook weer met elkaar op een andere manier over kunnen spreken. Tot dan is het voor mij … Nogmaals, dat staat los van deze vraag of van deze positie. Dat zal voor elke bewindspersoon zo zijn: als er een rechtszaak gaande is, dan moet je altijd daarnaar verwijzen en je mond verder houden, omdat je de rechtszaak niet wilt beïnvloeden. Het is ook heel belangrijk in onze democratie, denk ik, dat iemand naar de rechter kan stappen en dat het op een goede manier vervolg kan krijgen. Het is nou eenmaal zo dat als je als minister daarover nu dingen zegt of doet, dat onderdeel wordt van de zaak. Als minister van Justitie en Veiligheid had ik dit gesprek ongeveer wekelijks met de Kamer. Dat is heel moeilijk, maar als ik nu dingen zeg of we gaan erover met elkaar in gesprek en het beïnvloedt die rechtszaak, dan wordt het alleen maar negatiever voor alles en iedereen. Dat is de reden waarom ik dit helaas nu moet herhalen, maar ik ben er zeker van dat we op enig moment hierover komen te spreken.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik kijk even naar mevrouw Ten Hove of zij nog een interruptie wil plegen. Ja, gaat uw gang.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Als laatste hierover. Is de minister bereid om in gesprek te gaan voordat die rechtszaak überhaupt dient en een toezegging te doen om het dossier over te dragen en eventueel aansprakelijkheid te erkennen, zodat het helemaal niet voor de rechter hoeft te komen?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het punt is dat Defensie onlangs is gedagvaard, dus het loopt al. Dan kan ik dus niks meer doen. Dat is ook precies waar ik tegenaan loop.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan draag ik het voorzitterschap weer over.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter: Ten Hove\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Verschillende leden, waaronder de heer Van Baarle, stelden vragen over de herdenking van de Srebrenicagenocide, in 1995, zo werd aangegeven. Het gaat dan vooral over de rol van Defensie bij het herdenken. Dat doen wij op verschillende manieren. Dat doen we door aanwezig te zijn bij de herdenking die elk jaar wordt georganiseerd door het comité, op het Lange Voorhout. Daar zijn we ook dit jaar weer aanwezig. Daar ben ik zelf ook bij, als ik mij niet vergis. Het is in ieder geval heel erg belangrijk dat we daar als Defensie goed vertegenwoordigd zijn. Het initiatief om te komen tot een herdenkingsmonument in Den Haag steunen we ook van harte. In 2025 is ook een plaatsmarkering onthuld. Wij hebben als Defensie daar ook financieel aan bijgedragen. Dat zullen we ook doen, zo zijn we van plan, bij het definitieve monument. Ik weet de vervolgvraag van de heer Van Baarle. Deze vraag is ook gesteld door PRO, bijvoorbeeld, maar misschien moet ik de ruimte geven aan de heer Van Baarle, omdat hij, denk ik, iets anders van mij wil dan het antwoord dat ik nu heb gegeven. We hebben dit gesprek namelijk eerder ook gehad, denk ik. Heb ik daar een punt?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Van Baarle (DENK):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De minister is ervan op de hoogte dat er al heel erg lang een hele sterke behoefte is bij zowel de Bosnisch-Nederlandse gemeenschap als veteranen aan zo&#x27;n permanente herdenkingsplek. Als ik dan kijk naar wat de minister in reactie op de aangenomen van motie van DENK heeft vermeld in de brief, zie ik dat dat eigenlijk niet anders is dan wat er daarvoor stond. Ik zou graag aan de minister willen vragen welke inspanningen niet alleen Defensie, maar de Nederlandse overheid op dit moment verricht om ervoor te zorgen dat de totstandkoming van dit monument bespoedigd wordt. Er wordt vermeld dat er een crowdfunding wordt opgezet. Waarom is er een crowdfunding? Waarom nemen we als overheid niet de verantwoordelijkheid om financieel bij te dragen? In hoeverre ondersteunen we op dit moment bij het traject dat de organisatie aan het organiseren is om dat monument te bewerkstelligen? Ik zou dus echt aan de minister willen vragen welke verantwoordelijkheid ze nou neemt om dit te bespoedigen en ook eraan bij te dragen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>We hebben het hier inderdaad eerder met elkaar over gehad. Defensie is dus bereid om financieel bij te dragen. Wij zeggen dus niet: nou, we merken het wel als dat rond is. Wellicht zouden we er ook wat nader op in kunnen gaan en kan ik de heer Van Baarle toezeggen om er met een brief op terug te komen wat onze contacten zijn en wat onze betrokkenheid is. Dit is zover als wij op dit moment kunnen gaan, maar als er zaken zijn die daarop vastlopen, of waar meer voor zou kunnen gebeuren, dan zouden we er natuurlijk altijd naar kunnen kijken. Laat ik het zo zeggen: qua houding en instelling zitten we er hetzelfde in. Het is ontzettend belangrijk dat zo&#x27;n monument er komt. Zoals gezegd nemen wij onze verantwoordelijkheid daarin. Ik weet niet of die nog groter zou kunnen zijn vanuit ons. De heer Van Baarle zegt dat het wellicht nog breder kan. Laat ik daar nog even naar kijken en er met een brief op terugkomen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Een vervolgvraag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Van Baarle (DENK):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik dank de minister voor deze toezegging. Ik denk inderdaad dat de hele commissie en de minister op de inhoud niet heel veel van mening verschillen. Wellicht kan de minister in aanloop naar die brief — dit kan ze misschien ook vermelden in de brief — met het comité nog een keer een gesprek voeren met de mensen die vanuit de veteranen en vanuit de Bosnisch-Nederlandse gemeenschap de verantwoordelijkheid nemen om dit te organiseren. Defensie kan daarin het aanbod herhalen om hen hierin bij te staan en eventueel een financiële bijdrage te leveren, zoals de motie vraagt. Ook kan het gesprek met andere betrokkenen gevoerd worden, zoals de gemeente Den Haag, om zo veel mogelijk dingen in het proces te bespoedigen. Het lijkt me een goede toevoeging om het voeren van die gesprekken ook onderdeel uit te laten maken van de toezegging. Ik zou de minister willen vragen of zij daartoe bereid is.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ja. Laat ik zeggen: dit zijn de dingen die ik naar mijn weten al doe. Ik zal het nog een keer nagaan en proberen op te halen waarom het gewenste effect er nog niet is. Dat willen we natuurlijk uiteindelijk. Er is hiervoor geld gereserveerd bij Defensie. Als het goed is, is dat bekend bij iedereen die ermee bezig is. Ik zal daar nog keer naar kijken. Volgens mij lopen die gesprekken al. Ik zal vermelden hoe die eruitzien. Stel dat ik er nu naast zit of dat de gesprekken niet goed lopen, dan zal ik ook zorgen dat ze daar voor die brief komt actie op hebben ondernomen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Een vervolgvraag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Van Baarle (DENK):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ook hier dank ik de minister voor. Dan mijn laatste vraag. Dit speelt echt al lang. Op welke termijn ontvangen we die brief? Ik hoop dat dat spoedig zal zijn. Ik begrijp heel erg goed dat voor het voeren van gesprekken enigszins de tijd genomen moet worden, maar omdat dit zo gevoelig is, hoop ik op een spoedige termijn. Als de minister dat kan toezeggen, apprecieer ik dat zeer.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Sorry, ik moest hoesten. Mijn hoestaanvallen zijn al wat minder. Ik heb door verschillende volksliederen de afgelopen weken op verschillende continenten hoestbuien gehad, maar volgens mij gaat het nu wat beter. We kunnen het volgende afspreken. Volgens mij zijn we heel actief in gesprek en loopt dat. Ik vraag het op en meld dat in een brief. Als mijn aanname klopt, kom ik met een uitgebreide brief, zodat de heer Van Baarle kan volgen wat ik zeg. Dat kan voor het reces. Zit ik ernaast, kunnen we er iets extra&#x27;s op doen of wordt het toch anders benaderd in het pand, dan wordt het om die reden vlak na het reces. We hebben de middelen gereserveerd. We zijn actief in gesprek met mensen. Ik zal in die brief ook proberen te formuleren waar het volgens ons dan toch niet soepel loopt of waar we — misschien is dat het — op wachten. Ik probeer het voor het reces te doen. Mocht dat niet lukken, dan is het omdat ik er iets meer tijd voor nodig heb. Voor iets wat al zo lang loopt, geldt: hoe sneller duidelijkheid, hoe beter. Dat deel ik. Ik wil toezeggen dat ik de brief hopelijk voor het reces stuur en anders vlak erna. We gaan meteen aan de slag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan had ik hier nog een vraag van de heer Van Baarle over de excuses die gisteren zijn aangeboden. Hij vroeg of die ook specifiek aan militairen worden gemaakt. De excuses van de premier waren heel duidelijk, denk ik. Ze waren krachtig en mooi verwoord. Het was een indrukwekkend moment. Bij het ontslag destijds waren de KNIL-militairen, over wie de vraag ging, in dienst van het ministerie van Koloniën. Dat hadden we toen nog. Dat is nu Binnenlandse Zaken. Omdat het kabinet bij de totstandkoming van de Veteranenwet van mening was dat de KNIL-militairen er ook onder zouden vallen, heeft ook de minister van Binnenlandse Zaken de Veteranenwet toen ondertekend. Daar ben ik heel erg blij mee, want daarmee hebben alle Molukse veteranen recht op dezelfde erkenning — zo hebben we dat toen dus met elkaar geregeld — waardering en zorg als alle andere veteranen. Het Veteraneninstituut heeft dan ook veel contact met deze groep, de nabestaanden en de omgeving. Over de exacte gevolgen van de spijtbetuiging van gister heeft de premier aangegeven dat het niet in beton is gegoten en dat de Molukse gemeenschap er natuurlijk een stem in heeft. De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat die gesprekken vooral door mijn collega&#x27;s worden gevoerd. Maar voor de militairen aan onze kant is het dus op deze manier geregeld.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>U heeft een interruptie! Sorry, ik zag de heer Van Baarle even niet.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Van Baarle (DENK):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Volgens mij is dat mijn laatste? Ja? Dan weet ik waar ik aan toe ben.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het ministerie van Defensie heeft, even los van de specifieke vormgeving met het ministerie van Binnenlandse Zaken, een bijzondere verantwoordelijkheid gezien het verleden van de KNIL-militairen en het veteranenbeleid. In hoeverre neemt de minister van Defensie in de richting van de Moluks-Nederlandse gemeenschap nadrukkelijk haar verantwoordelijkheid om recht te doen aan het verleden en de doorwerking van dat verleden in het heden?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Wij staan, ook via het Veteraneninstituut, in nauw contact. Voor ons is dat gelukkig niet nieuw. Er is heel veel contact en over de nieuwe ontwikkeling van gister zijn er gesprekken gaande met de gemeenschap, maar ik wil daar als Defensie niet tussen gaan zitten. Het is een zorgvuldig proces, dat trouwens niet gister gestart is. Ik weet namelijk dat voorgaande kabinetten ook al in nauw contact stonden met de Molukse gemeenschap over wat we moeten doen om iedereen zich gehoord te laten voelen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Als ik deze mag laten daar waar ie nu plaatsvindt en ik het vanuit onze verantwoordelijk vanuit Defensie voort mag zetten, zoals wij het nu inrichten, is het het meest overzichtelijk, denk ik. Het is gewoon een heel zorgvuldig proces, dat al heel lang gaande is. Gister betrof het een ceremonie, maar zoals de premier aangaf, zal het niet het laatste moment zijn.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Ik heb nog een mapje met heel veel losse vragen. Ik hoop dat ik daarna alles heb gehad, maar dat gaan we zo meteen merken.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De eerste vraag die ik voor me heb liggen, is …\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister, voordat u naar het volgende blokje gaat, heb ik nog een interruptie voor u. Ik heb er nog één over.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter: Peter de Groot\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik heb mijn tekst ondertussen nog even nagekeken. Ik vroeg naar financiële fraude en joyriding. Dat valt niet onder de zaak-Van Wulfen. De dagvaarding ziet daar niet op en dat geldt ook voor de aangifte onder ede en de verdwenen logginggegevens. Hoe wordt de Kamer hier alsnog over geïnformeerd?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik denk dat mevrouw Ten Hove mij nu overvraagt. Ik kom daar in tweede termijn op terug, want ik wil niet op dingen ingaan waar ik nú beter even niet op in kan gaan. Ik ga het even checken. Dank u wel.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter: Ten Hove\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>U vervolgt.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Meneer Van Lanschot zegt dat de Veteranendag en de herdenkingen van groot belang zijn. De erkenning zou wat hem betreft echter wel wat tastbaarder mogen zijn en daarom vraagt hij: wat doet de minister nou om het aantal organisaties dat de veteranenkorting geeft, die 750, … Hoe gaan we dat nou concreet doen? Ik vind dit zelf … Het lijkt misschien iets heel kleins, maar het is echt een tastbare blijk van waardering. Degenen van ons die regelmatig naar Amerika gaan, weten ook dat je daar van die stickertjes hebt. Daardoor weet je dat first responders, veteranen, militairen, ambulancepersoneel of politiemensen, een pasje kunnen laten zien om korting te krijgen. Ze krijgen ook voorrang en dat zijn gewoon mooie momenten waarmee je als samenleving laat zien: je hebt iets bijzonders gedaan voor onze veiligheid en vrijheid, doe daarom een stap naar voren.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik zou willen dat we dat in Nederland veel meer gaan doen. Met de Stichting Onbekende Helden hebben we daarom afgestemd dat we het versneld willen uitbreiden. Ik ga binnenkort met ze zitten: hoe kunnen we dat nou voor mekaar krijgen? Dat is specifiek gericht op veteranen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Wat leuk is, is dat ik er steeds meer achter kom hoeveel organisaties en bedrijven dit al doen. Die zeggen dat verder tegen niemand, maar van de burritoverkoper in mijn wijk tot en met de zaak waar ik beef jerkies haal: die hebben allemaal een aparte korting voor veteranen en militairen. Dat is heel mooi, maar ik weet dat toevallig, omdat ik dat zie wanneer ik daar ben. Kunnen we dat nog zichtbaarder maken? Ook zou ik het dus eigenlijk voor first responders breed willen. Ik zal met de minister van Justitie en Veiligheid samen kijken hoe we dat kunnen neerzetten. Ik weet dat er veel bedrijven zijn die bijvoorbeeld extra aandacht hebben voor de politie. Maar hoe mooi zou het zijn als we dat als samenleving stimuleren en dat opzetten? Het komt wat mij betreft dus zeker terug. Ik ga er flink mee aan de slag. Iedere hulp daarbij is overigens zeer welkom. Wordt vervolgd.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan heb ik de heer Boon. Hij zegt vanuit eigen ervaring ... Meneer Boon was nog niet binnen toen ik hem bedankte voor alle inkleuring die hij altijd in debatten geeft, ook vandaag weer, met zijn persoonlijke ervaring. Hij laat zien dat elke veteraan een ander verhaal en een andere manier van omgaan met zaken heeft. Hij vroeg hoe we kunnen waarmaken dat voormalige eenheden elkaar weer beter kunnen vinden, zodat men elkaar niet uit het zicht verliest. Veteranen worden altijd opgenomen in het personeelssysteem van Defensie, het Veteranen Registratiesysteem. Ze kunnen zelf aangeven waarvoor ze benaderd willen worden. Ze worden er dus altijd in opgenomen en kunnen zelf aangeven waarvoor we ze mogen benaderen. Wij, Defensie en het Veteraneninstituut, brengen actief onder de aandacht wat er nodig is op het gebied van erkenning, waardering, ondersteuning en zorg. Dat doen we ook in samenwerking met bijvoorbeeld gemeenten en huisartsen. Bij de rondetafelbijeenkomst die u vorige week, op 18 juni, heeft gehad, heeft de directeur van het Veteraneninstituut aangegeven dat het kan ondersteunen bij het zoeken naar gegevens van veteranen. Uiteraard is dat binnen de bestaande regelgeving. We lopen af en toe wel vast op privacyregels. Maar binnen die beperking ervan — laat ik het even zo formuleren — doen we volgens mij alles wat we kunnen om zo breed mogelijk en proactief te laten zien: we zijn er voor je.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer De Groot had het over bouwen aan een cultuur van erkenning. Hij vroeg hoe we kijken richting een zichtbaar keurmerk voor veteraanvriendelijke bedrijven en instellingen. Ik denk eigenlijk dat ik dat net richting de heer Van Lanschot al aangaf. Volgens mij zouden we dat veel breder met elkaar kunnen oppakken. Ik pak in ieder geval mijn verantwoordelijkheid, ook binnen het kabinet. Een keurmerk gaat wellicht te ver. Ik zou willen dat zo veel mogelijk bedrijven zich gewoon aansloten. Het lijkt mij een heel mooie vorm van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Je hebt ook steeds meer bedrijven die hun personeel een x-aantal dagen per jaar vrijstellen om als reservist te kunnen optreden. Daar heeft u het ook over met mijn collega, de staatssecretaris. Het zou mooi zijn als die bedrijven tegelijkertijd dachten: richting onze militairen, politie en ambulancepersoneel geven we extra voorrang, korting of ruimte. Alles zou mooi meegenomen zijn, denk ik.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Vanuit verschillende leden kreeg ik vragen over het Veteranen Search Team. Laat ik met het volgende beginnen. Het Veteranen Search Team levert een enorm grote bijdrage aan de maatschappelijke erkenning en waardering voor veteranen. Het is natuurlijk een heel bijzonder initiatief. Wij hebben naar aanleiding van een amendement op de Defensiebegroting 2024 €150.000 aan het Veteranen Search Team verstrekt. Voor dit jaar is dat ook al begroot. Dat loopt dus. Om over te gaan tot structurele financiering, waar ook een verzoek om was, moeten we eerst de financiering die we nu hebben evalueren. Dat is hoe dat dan werkt. Ik heb het NLVi gevraagd om de evaluatie uit te voeren. Als we de evaluatie hebben, kunnen we ook een standpunt maken over de structurele financiering. Dat is de volgorde der dingen waar we nu in zitten.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan een vraag van de heer Van Lanschot over lokale noodsteunpunten. Hij vroeg om een pilot. Het ging over het opzetten van weerbaarheid in het geval van crisis en dat soort zaken. Veteranen zijn natuurlijk nogal strak opgeleid om in crisissituaties op te kunnen treden. Daardoor kunnen ze ook echt een flinke rol spelen in het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid en de zelfredzaamheid binnen de Nederlandse samenleving. Op dit moment zijn er al contacten tussen het Veteraneninstituut en gemeenten, gericht op de rol van veteranen en het versterken van de weerbaarheid van de samenleving. De Stichting Onbekende Helden, waar we het zojuist over hadden, richt zich daar ook op. Er zijn ook verschillende brainstormsessies georganiseerd. Men is er dus druk mee bezig om te kijken hoe we dit het beste kunnen vormgeven. Daarom denk ik dat een pilot op dit moment niet nodig is. We moeten vooral zorgen dat al deze ideeën ontwikkeld worden en vooruitgebracht worden. We zullen daar als Defensie ook echt op sturen. Ik denk dat het goed is als ik u daar voor het einde van het jaar over informeer. Er is zo veel gaande dat we willen kijken of we het kunnen bundelen en of we het aan u kunnen laten weten.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Er waren veel vragen over weerbaarheid en het onderwijs. Daar hadden we het zojuist ook over. Denk aan het mooie project Veteraan in de Klas. De vraag is of we dit nog breder kunnen trekken. Als het goed is, komen we straks nog terug op de kinderen. Die vraag heb ik gezien. Het lijkt me voor onze kinderen cruciaal om te weten wat onze militairen en veteranen doen, en waarom het zo belangrijk is dat we mensen hebben die staan voor onze vrijheid en veiligheid. Er worden op dit moment verschillende educatieve activiteiten aangeboden, zoals speciaal lesmateriaal, schoolvoorstellingen en gastlessen. Er wordt actief gewerkt aan de doorontwikkeling. Ik ben vanzelfsprekend graag bereid om samen met alle betrokken organisaties te kijken of we dit breder kunnen doen. We zorgen ervoor dat we hier in de volgende Veteranennota concreet op terugkomen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan kom ik op de Veteranenombudsman en het punt over de kinderen. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat kinderen hier veel beter bij aangehaakt en betrokken zijn? Denk aan hele overzichtelijke en praktische dingen als uitzwaaidagen en ontvangstdagen. Hoe fundamenteel is het dat je als kind onderdeel bent van zo&#x27;n proces? Het rapport Erken mijn belangen is vorige week aangeboden. Wij zullen dat goed bestuderen en daarmee aan de slag gaan. Er werd hier gesuggereerd: ga in gesprek met de minister van OCW over hoe je dit kunt vormgeven. Dat zal ik doen. Het ligt daar, maar ik zal het zeker bespreken, want dit is ontzettend belangrijk. De gemiddelde Nederlander staat daar misschien niet bij stil, maar juist voor deze gezinnen, voor het thuisfront, is het echt cruciaal. Ik zeg toe dat ik sowieso mijn best zal doen. Ik zal hierover het gesprek aangaan met OCW. Onze reactie op het rapport van de ombudsman komt zo snel mogelijk naar u toe. Daarmee hebben we deze vraag ook gehad.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Bikker (ChristenUnie):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dit is toch te licht naar mijn mening, tenzij de minister nog meer gaat zeggen. Dit ziet voor mij niet alleen op het contact met het ministerie van OCW. Als ik naar de bijdragen van mijn collega&#x27;s luister, dan denk ik dat we als Kamer proberen om het ministerie tot een stevigere positiebepaling te brengen als het gaat om de bijzondere zorgplicht die geldt voor gezinnen. Een treffend voorbeeld daarvan is dat de kinderen er zijn als het schip binnenvaart na een missie. Het deed mij ook pijn om te lezen dat dat niet kon en dat de Veteranenombudsman daarbij stilstaat. Zowel de BNMO als de Veteranenombudsman geven aan dat Defensie op dit punt de regie moet pakken. Als er alleen een gesprek wordt gezocht met OCW, dan vind ik dat niet afdoende. Ik heb hier zorgen over. Juist als Defensie gaat groeien, zullen we meer nodig hebben om de zorgplicht waar te maken. Als dat nu niet in de beantwoording van de minister zit, dan vind ik het ook prima als we later een brief krijgen over wat dat verder gaat betekenen voor gezinnen en de zorgplicht die het ministerie heeft. Maar het moet wel steviger dan alleen OCW.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik had een aantal concrete vragen, maar eentje ging heel specifiek over OCW, dus dan ben ik gewend om daar ook een heel concreet antwoord op te geven. Een andere vraag ging over het onderzoek van de ombudsman. Daarin staan hele duidelijke aanbevelingen. Dat onderzoek hebben we vorige week gehad. Zoals gebruikelijk zullen we ervoor zorgen dat we met een goede reactie komen. We zullen dit verwerken, want de aanbevelingen gaan we natuurlijk omarmen. Het belang van het thuisfront is enorm bij Defensie. Ik gaf zojuist alle punten aan waarop we regie gaan nemen. Daar zitten we echt stevig bovenop. Degenen die dat bij ons vormgeven, zijn vaak militairen die bij ons op de beleidsafdeling werken. Zij weten heel goed zelf of en hoe je het thuisfront erbij moet betrekken. Mijn antwoord heeft dus verschillende lagen. Eén antwoord was heel concreet gericht op een concrete vraag. Het andere antwoord betreft de ombudsman, die specifiek aandacht heeft gevraagd voor de bijzondere positie van kinderen, dus het is aan ons om daar uitvoerig op te reageren. Dat zullen we doen. We brengen het thuisfront op allerlei niveaus in stelling. We geven er aandacht aan en we pakken er regie op. Vanuit het thuisfront zelf worden ook heel veel initiatieven ontplooid. Het is heel mooi dat die mensen mij weten te vinden en dit laten zien. Dat omarm ik alleen maar, want de mensen weten zelf het beste wat ze nodig hebben. Dus het is allemaal eigenlijk en-en-en. Mevrouw Bikker had ook de terechte vraag over de groei van Defensie. Dan moet je er ook voor zorgen dat je niet alleen maar zegt dat we alles wat we doen, nog meer gaan doen; je moet dan ook steeds kijken naar wat de nieuwe behoefte is. Ik denk dat dat absoluut ook een taak voor ons is. Dat is in de begroting voorzien; dat is altijd wel handig. Maar mevrouw Bikker zei ook, inhoudelijk: houd oog voor de ontwikkelingen. Ik denk dat de nieuwe manier van oorlog voeren waar we ons nu in bevinden, tot en met wat de toekomst ons kan brengen ... Het is ook de enorme flexibiliteit die militairen hebben in de onzekerheid die meekomt met een operatie, zoals bijvoorbeeld bij de tocht van de De Ruyter: het thuisfront weet dan dat je vijf, zes maanden op pad bent, maar net, vorige week, hoorde men opeens dat die richting de Straat van Hormuz ging. Dat is dan dus alweer een hele andere invulling. Daar is heel veel specifieke aandacht voor.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>En als ik hiermee een verlenging mag maken naar een andere vraag ... Ik wil niet voorbijgaan aan een potentiële vervolgvraag van mevrouw Bikker, hoor, maar verschillende leden zeiden ook: kan ik hier in deze nota terugvinden hoe het gaat met de veteraan? Als wij het met z&#x27;n allen hebben over &quot;de veteraan&quot;, dan hebben we het natuurlijk over al die verschillende veteranen, maar ook over het thuisfront, want dat hoort bij elkaar. Ik denk dat dit in de Veteranennota van volgend jaar gaat komen. Ik was zelf eerlijk gezegd ook zoekende. We doen echt heel veel. Ik denk dat we ook heel veel goed doen. Heel veel kan ook beter, zoals het altijd gaat. Maar hoe laat je dit nou zien? Op wat voor manier kunnen wij nou laten zien waar we denken dat het goed gaat en kunnen we ook eerlijk zijn over waar het beter moet, zodat u dat dan kan volgen en er ook vragen over kan stellen? Ik denk dat we in die Veteranennota van volgend jaar die slag gaan maken. Daarin wordt het concreter. We kunnen dan onder een apart kopje natuurlijk het thuisfront, maar ook al deze zaken laten terugkomen. Richting mevrouw Bikker: dit is geen korte bocht hier, absoluut niet. Ik begrijp haar vraag heel goed. Zo zitten we er echt in. We zullen dat onder andere in de reactie op de Veteranenombudsman laten zien. Maar dat is dan ook maar dat onderzoek; het is veel breder dan dat. Ik kan haar verzekeren dat het aan deze kant in goede handen is. Belangrijker voor haar is dat we het inzichtelijker maken, zodat ze het kan controleren, want alleen dan werkt onze relatie.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Bolhuis (PRO):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik merk toch ... U gaat in gesprek met de Veteranenombudsman, maar daar wordt gewoon aangegeven om echt anders te gaan werken bij het ministerie van Defensie, onder andere met een brengplicht, en dus ook naar de ouders van kinderen. Ik zei in mijn bijdrage dat we merken dat ook ex-partners die kinderen van militairen hebben, te weinig informatie krijgen, en dat scholen echt moeite hebben om op school om te gaan met kinderen van uitgezonden militairen. Ik zou de minister er dus echt toe willen oproepen — en misschien kan zij dat toezeggen — om dit als onderwerp mee te nemen in een nieuw plan van aanpak, namelijk met een brengplicht richting de scholen en leraren en wellicht ook de ex-partners. Dat is echt iets waarom gevraagd wordt en ik heb niet het gevoel dat het verandert. Tja, we gaan met ze praten, maar er is echt een verandering van de werkwijze nodig.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ja, een terecht punt. Ik denk inderdaad dat veel mensen niet stilstaan bij het betrokken houden van bijvoorbeeld ex-partners, en alle andere voorbeelden die in de rapporten staan en ook verder worden aangegeven. Nee, zeker. Dat is ook waarom ik concreet verwees naar de volgende Defensienota. Dat wil overigens niet zeggen dat we pas volgend jaar eens een keer wat gaan opschrijven. We gaan daar nu actief mee aan de slag, zodat we het dan aan u kunnen laten zien. Onder wat we voor het thuisfront doen, gaan we dan ook deze lagen aanbrengen. Dus hoe je dat hebt vormgegeven: hoe ziet de brengplicht er nu uit; wat hebben we daarin kunnen aanscherpen; wat doen we extra voor kinderen, wat hebben we daarin in de gesprekken met Onderwijs kunnen aanscherpen? Ik zal ervoor zorgen dat we dat inzichtelijk maken. Ik denk dat wij elke aanbeveling om dat beter te doen, omarmen. Er is geen enkele reden om te denken dat dat niet zo is. Dit is echt heel belangrijk. Ik deel dit volledig met de Kamer en zorg dat dit in de volgende nota volgbaar is, zodat de Kamer kan beoordelen of we het goed hebben gedaan.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan heb ik nog de dashboardsuggestie van de heer Van Lanschot. Dat ging bijvoorbeeld over de tien belangrijkste knelpunten. Dit is eigenlijk het gesprek dat we nu hebben. Het lijkt mij heel goed om te kijken hoe de Defensienota volgend jaar nog concreter kan, waarin — als u mij dat toestaat — dan ook de mooie dingen staan, dus de dingen die goed gaan, maar ook de zaken waarbij we knelpunten ervaren en die we beter moeten doen. Ik zou denken dat je dat altijd tot het einde der dagen moet bekijken, zeker als het om beleid rond veteranen gaat; dat zal nooit af zijn. Dus: waar kan het beter? Ik zou graag samen met de betrokken organisaties die ons helpen met het vormen van de Veteranennota, bespreken hoe we die hele nota eigenlijk nog een slag concreter maken dan wat er nu ligt en hoe we zorgen dat het voor u inzichtelijker wordt om te volgen. Dat is volgens mij namelijk de onderliggende behoefte. Als ik dat met hen mag bespreken, dan neem ik dit punt zo mee. Dat zit niet helemaal per se bij de tien knelpunten, maar het gaat er wel gewoon om dat we het inzichtelijk en helder maken, maar dan moet ik vooral ook met andere organisaties in gesprek om te kijken hoe we dat vorm kunnen geven. Ik zie min of meer geknik.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan heb ik nog één vraag, denk ik, en dat is een beetje een gekke als laatste. We hebben het al heel veel gehad over wat we allemaal doen, maar deze ging over geestelijk verzorgers en maatschappelijk werkers. Die zijn natuurlijk heel belangrijk en ze zijn betrokken bij de hele zorgketen, niet alleen voor veteranen, maar ook voor actieve militairen. Zij zorgen voor voorlichting, maatwerk, dienstverlening, ondersteuning en zorg. Het doel is militairen en hun relaties zo goed mogelijk voor te bereiden op vertrek, afwezigheid en terugkomst. Indien nodig zijn ze er ook om te begeleiden en te ondersteunen, want het is natuurlijk wel uitdagend werk, als ik het even zo mag chargeren. Het is goed om aan te geven dat we bij de groei van de krijgsmacht ook rekening houden met een toename van de benodigde zorg en ondersteuning. We hebben dus ook met geestelijk verzorgers en begeleiders het gesprek over de vraag: hoe gaat het eruitzien als de krijgsmacht zo enorm gaat groeien?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Volgens mij ben ik erdoorheen, voorzitter.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Oké. Dank u wel. Dan heeft u nog een interruptie van mevrouw Jagtenberg.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Jagtenberg (D66):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Misschien is het een interruptie, maar er ontbrak eigenlijk nog een antwoord op een vraag, specifiek over dit onderwerp. Ik vroeg namelijk hoe het dan zit bij kleinschalige missies of zelfs individuele uitzendingen, waarbij er meestal pas als er iets gebeurt, contact wordt gezocht met de militair zelf dan wel het thuisfront. Mijn suggestie was om dat voorafgaand en proactief te doen, om ook aan individuele missies of uitzendingen een geestelijk verzorger of BMW te koppelen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik dacht eerlijk gezegd dat dat al gebeurde, maar ik zeg toe dat we daarin duiken en dat we er in een van de documenten die ik heb toegezegd, nadrukkelijk op ingaan, zodat daar expliciet in staat hoe dat eruitziet. Daar zorg ik voor. Er komt een aantal documenten voor het einde van het jaar waar het in kan, en anders komt het in de Veteranennota.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Bolhuis (PRO):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik wil even vragen — misschien heb ik het gemist — wanneer het besluit over de HVUS-stelselherziening naar de Kamer komt. Mevrouw Bikker had ook een vraag over de planning. Voor de duidelijkheid: het gaat om de HVUS, dus de stelselherziening. De vraag is dus wanneer het besluit komt dat die daadwerkelijk doorgevoerd gaat worden, want we zijn er al een tijd op aan het wachten. Overigens zegt de Ombudsman dat het ook een goed idee zou zijn om daar een brengplicht in te gaan verwerken. Ik ben ook benieuwd of dat gaat gebeuren. Maar volgens mij is dit nog niet langsgekomen, of ik heb het niet …\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het tijdsframe ... Ik maak een lange zin om te kijken of die vraag nu op mijn scherm komt en anders wordt het …\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik kijk even naar de Kamerleden. Zijn er geen vragen of interrupties meer? Dan stel ik voor dat we gelijk doorgaan naar de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Aangezien dit een notaoverleg betreft, heeft u de mogelijkheid om gelijk moties in te dienen. Ik zal voordat u aan de spreektijd begint eventjes benoemen hoeveel resterende tijd u nog heeft. De heer Van Lanschot heeft nog twee minuten over. Het woord is aan hem.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Van Lanschot (CDA):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel, voorzitter. Die tijd zal ik niet helemaal gebruiken. Dank aan de collega&#x27;s en aan de minister voor het voeren van dit debat. We hebben een aantal kritische noten geplaatst. Tegelijkertijd denk ik dat we ook een minister hebben gezien die zich vol gaat inzetten voor veteranen en dat ook al doet en een aantal netelige dossiers gaat oppakken. Daar zijn we haar dankbaar voor. Het punt is inderdaad om van haalplicht naar brengplicht te gaan. Een voorbeeld daarvan zijn de 2.000 mensen wier dossier rond PTSS proactief opnieuw gekeurd gaat worden, waarbij zij niet zelf in actie hoeven te komen en waarbij de zaak in hun voordeel gaat worden uitgelegd. Daar zijn wij het kabinet dankbaar voor.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel, voorzitter.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Peter de Groot (VVD):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank, voorzitter. Allereerst hartelijk dank aan de minister voor de beantwoording, ook van de vragen over het moderniseren van het veteranenbeleid en over het monitoren. Ik heb ook al iets gehoord over middelen, dus dat is heel erg goed.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik had nog een drietal onderwerpen. Het eerste is de veteranenstatus. Ik denk dat de minister voldoende heeft toegelicht hoe ze daarmee bezig is en ook hoe ze kijkt naar, bijvoorbeeld nu, de inzet van militairen aan de oostflank van Europa, dus wat de VVD betreft is die kwestie voldoende beantwoord.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het tweede onderwerp is het veteranenpredicaat, zoals ik het zelf heb genoemd. De minister heeft het al iets breder getrokken. Mijn inzet ging erover om een fysiek plakkaat aan de deur te krijgen, misschien wel zo&#x27;n mooi bruin, houten plakkaat, op welke manier dan ook.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik heb een motie daarover meegenomen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Motie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Kamer,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>gehoord de beraadslaging,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>overwegende dat erkenning van veteranen niet beperkt mag blijven tot Veteranendag, maar het gehele jaar zichtbaar is in onze samenleving;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>overwegende dat het creëren van ontmoetingsplekken waar koffie wordt gedronken, ervaringen worden gedeeld, men elkaar steunt en waar de samenleving laat zien dat de inzet van veteranen wordt gewaardeerd een grote bijdrage kan leveren aan het leven en de waardering van de veteraan;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>verzoekt de regering een zichtbaar predicaat of keurmerk, in de vorm van bijvoorbeeld een schild op de deur, voor veteranenvriendelijke organisaties, bedrijven en instellingen in te voeren,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>en gaat over tot de orde van de dag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Deze motie is voorgesteld door de leden Peter de Groot, Van Lanschot en Jagtenberg.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zij krijgt nr. 296 (30139).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Peter de Groot (VVD):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het laatste onderwerp gaat over passende zorg. Ook daarover heeft de minister al een deel van het antwoord gegeven. Ik wil toch deze motie indienen, omdat het ook over de operationele belasting gaat.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Motie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Kamer,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>gehoord de beraadslaging,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat nieuwe technologieën de aard van conflicten veranderen;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>overwegende dat de Nederlandse Defensie Academie concludeert dat de huidige ondersteuning en zorg niet altijd voldoende aansluiten bij de specifieke ervaringen en behoeften van vrouwelijke militairen en veteranen;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>verzoekt de regering de veteranenzorg beter te laten aansluiten bij de behoeften van vrouwelijke veteranen en bij nieuwe vormen van operationele belasting,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>en gaat over tot de orde van de dag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Deze motie is voorgesteld door de leden Peter de Groot en Jagtenberg.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zij krijgt nr. 297 (30139).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Peter de Groot (VVD):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik wil bij dit laatste nog aanmerken dat ik de minister heel goed heb gehoord over de aandacht die er al is voor de vrouwelijke militairen binnen Defensie. Dit gaat specifiek nog even in op de zorg voor de vrouwelijke veteraan, maar ook op de nieuwe vormen van oorlogsvoering die van impact zijn op zorg die veteranen nodig hebben.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dat was het. Dank u wel.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel. Meneer Boon, u heeft nog drie minuten resterende tijd. Gaat uw gang.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Boon (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Het is een bekend Joods gezegde: je sterft tweemaal. De eerste keer wanneer je de laatste adem uitblaast, de tweede keer wanneer niemand je naam nog noemt. Daarom verbaast het me, en ik verbaas ook mijzelf, want hier moet de naam van Ted Meines worden genoemd, de vader van de veteranen, medeoprichter en erevoorzitter van Stichting Veteranen Platform. Bijna tien jaar na zijn dood hoop ik dat hij van boven toch trots naar beneden kijkt en toch trots is op het veteranenbeleid dat we hier met z&#x27;n allen neerzetten.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik ben blij met het antwoord van de minister dat er al een hoop is voor het contact krijgen met veteranen. Het verschil is alleen dat de veteraan die uit dienst gaat niet altijd dezelfde veteraan is tien jaar later. Die kan heel wat blokkades tegenkomen en problemen ontwikkelen die hij niet voor mogelijk hield toen hij aangaf dat hij geen contact wilde hebben. Ik vind het belangrijk dat er meer mogelijk wordt voor eenheden om veteranen te kunnen bereiken, misschien zelfs ook voor veteranen die in het begin hebben gezegd dat ze het niet nodig hebben. Ik heb daarom een motie.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Motie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Kamer,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>gehoord de beraadslaging,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat contact met oud-collega&#x27;s voor veel veteranen van grote waarde is en voormalige eenheden niet altijd contact kunnen leggen met veteranen die uit beeld zijn geraakt;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>verzoekt de regering te onderzoeken hoe voormalige eenheden, binnen de kaders van de privacywetgeving, veteranen die uit beeld zijn geraakt beter kunnen terugvinden voor reünies en bijeenkomsten, en de Kamer hierover te informeren voor het einde van 2026,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>en gaat over tot de orde van de dag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Deze motie is voorgesteld door het lid Boon.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zij krijgt nr. 298 (30139).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Boon (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Dit was mijn inbreng.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Nanninga namens JA21. U heeft nog twee minuten resterend.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Nanninga (JA21):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel, voorzitter. Ik zie dat zowel de Kamer als de minister alles in het werk stellen om het allemaal goed vorm te geven voor onze veteranen. Ik heb op dit punt ook geen moties meegenomen. Wel wacht ik met grote interesse de verdere brief en ook de fondsen af. Ik wil daar toch over gezegd hebben dat het geen geheim is dat Defensie als geheel qua budget een stuk ruimer in zijn jasje zit. Ik zou toch heel graag willen, ook bij punten die hier misschien niet tot in detail genoemd zijn, dat onze veteranen dat echt gaan merken. Soms is er een capaciteitsprobleem. Soms is er een probleem met de bereikbaarheid van mensen. Geld lost zeker niet alles op, maar omgekeerd is het ook waar dat er niks wordt opgelost als er niet genoeg geld is. Ik denk dan dus met name aan het transitieprogramma, maar zeker ook aan het Veteranen Search Team en een heel aantal andere grotere en kleinere initiatieven die hier genoemd zijn. Ik ga er geen motie van maken, maar ik heb wel een brede oproep aan de minister: zorg dat budget niet het probleem hoeft te zijn. Juist bij veteranenzorg gaat het namelijk vaak om relatief bescheiden bedragen. Relatief, zeg ik erbij. Op de hele Defensiebegroting is het niet de hoofdmoot. Dat wil ik toch nog even meegeven.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Bolhuis namens PRO. U heeft nog drie minuten resterend.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Bolhuis (PRO):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel. Ook dank aan de minister voor de beantwoording. Het is heel goed om te zien dat u zo hard werkt aan het veteranenbeleid, ook voor de partijen met wie we vorige week gesproken hebben. Er zijn toch twee dingen die wij belangrijk vinden om naar voren te brengen. Het ene gaat over de proactieve overheid en de brengplicht, waar we het eerder over hadden. Ik vind toch dat wij als Kamer een signaal zouden moeten geven over wat we daarmee zouden willen. Dat hangt ook samen met de Herziening van het Voorzieningen en UitkeringsStelsel. U heeft nog niet kunnen reageren op die systeemverandering, maar ik wil toch een motie indienen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Motie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Kamer,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>gehoord de beraadslaging,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat de Veteranenwet blijkens de memorie van toelichting uitgaat van geïntegreerd, preventief en proactief veteranenbeleid;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat de Veteranenombudsman nog te vaak signalen ontvangt van veteranen die zelf moeten uitzoeken waar zij recht op hebben, meerdere loketten moeten aflopen of langdurig moeten procederen voor erkenning of schadevergoeding;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>overwegende dat de overheid zou moeten werken vanuit een brengplicht in plaats vanuit een haalplicht en dus actief informeert, eerder helpt en probleemescalatie voorkomt;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>verzoekt de regering proactieve en mensgerichte dienstverlening, een brengplicht, als norm in het veteranenbeleid te hanteren en dit expliciet te verankeren in de Herziening van het Voorzieningen en UitkeringsStelsel,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>en gaat over tot de orde van de dag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Deze motie is voorgesteld door het lid Bolhuis.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zij krijgt nr. 299 (30139).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Bolhuis (PRO):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De tweede gaat over de positie van de kinderen naar aanleiding van een belangrijk rapport van de Kinderombudsman. Ik vind het belangrijk dat we daar aandacht aan geven, zeker ook aan de positie van de ex-partners en de scholen, want het gaat een grote uitdaging voor ons allemaal worden hoe we daarmee omgaan. Vandaar een motie met een vraag voor structurele aandacht voor kinderen, het thuisfront en ook de ex-partners.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Motie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Kamer,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>gehoord de beraadslaging,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat uit het onderzoek van de Veteranenombudsman en de Kinderombudsman &quot;Erken mijn belangen&quot; blijkt dat extra aandacht nodig is voor de belangen van kinderen, zeker bij risicovolle en soms onveilige (thuis)situaties;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>overwegende dat de bijzondere zorgplicht van Defensie niet stopt bij de militair of veteraan, maar ook ouders, (ex-)partners, kinderen en andere familie raakt;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>verzoekt de regering de aandacht voor kinderen structureel te verankeren in proactief beleid rondom uitzendingen en voor- en nazorg, inclusief toegesneden informatievoorziening voor (ex-)partners en scholen,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>en gaat over tot de orde van de dag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Deze motie is voorgesteld door het lid Bolhuis.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zij krijgt nr. 300 (30139).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Bolhuis (lid Tweede Kamer):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik hoop hier vooral beleid mee te ondersteunen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank aan de minister en de ambtenaren voor de beantwoording. Ik zie uit naar de verdere samenwerking.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Van Baarle. U heeft nog één minuut spreektijd resterend.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Van Baarle (DENK):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Ik dank de minister voor de toezegging om ons zo snel mogelijk een update te geven over de totstandkoming van het Screbrenicamonument. Ik hoop dat we gezamenlijk snel recht kunnen doen aan de enorme behoefte die voor zo&#x27;n monument bestaat.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik zou graag één motie willen indienen over het feit dat ik vind dat ook het ministerie van Defensie nadrukkelijk verantwoordelijkheid kan nemen om aandacht te geven aan de Moluks-Nederlandse gemeenschap. De motie luidt als volgt.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Motie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Kamer,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>gehoord de beraadslaging,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat de minister-president excuses heeft gemaakt voor de behandeling van de eerste generatie Molukkers en de Moluks-Nederlandse gemeenschap;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>overwegende dat het ministerie van Defensie hierin een bijzondere verantwoordelijkheid heeft;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>verzoekt de regering om in gesprek met de Moluks-Nederlandse gemeenschap te inventariseren hoe de minister van Defensie nadrukkelijk verantwoordelijkheid kan nemen om recht te doen aan de Moluks-Nederlandse gemeenschap en Molukse KNIL-militairen,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>en gaat over tot de orde van de dag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zij krijgt nr. 301 (30139).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Van Baarle (DENK):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dat was mijn bijdrage, voorzitter.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Jagtenberg. U heeft ook nog één minuut resterende spreektijd.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Jagtenberg (D66):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank, voorzitter. Ik heb twee moties, dus ik ga heel snel praten.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Motie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Kamer,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>gehoord de beraadslaging,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>overwegende dat een proactieve overheid noodzakelijk is om veteranen tijdig en zorgvuldig te ondersteunen;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat het PTSS-protocol en de invaliditeitsbeoordeling in de praktijk regelmatig ver af blijken te staan van het beoogde beleid;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat voor het programma Regeling Volledige Schadevergoeding (RVS) reeds een klankbordgroep is ingericht om signalen uit de praktijk structureel mee te nemen;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>verzoekt de regering om, naar analogie van de klankbordgroep voor RVS, een klankbordgroep op te zetten bestaande uit veteranen, vertegenwoordigers van het thuisfront en onafhankelijke deskundigen, met als doel de uitvoering van de invaliditeitsbeoordeling structureel te toetsen aan de praktijk en hierover aanbevelingen te doen,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>en gaat over tot de orde van de dag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Deze motie is voorgesteld door de leden Jagtenberg en Bikker.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zij krijgt nr. 302 (30139).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Motie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Kamer,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>gehoord de beraadslaging,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat de ondersteuning en zorg voor militairen, veteranen en hun thuisfront momenteel verdeeld is over een groot aantal militaire en civiele instanties;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat hierdoor sprake is van onvoldoende onderlinge communicatie, gebrek aan overzicht en het ontbreken van één integrale procesverantwoordelijke;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>overwegende dat militairen, veteranen en hun thuisfront hierdoor te vaak zelf de regie moeten voeren binnen een complexe zorg- en ondersteuningsketen;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>overwegende dat gebrekkige ketenregie leidt tot vertraging, fouten in het proces, verlies van overzicht en extra belasting voor veteranen en hun gezinnen;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>verzoekt de regering om te onderzoeken hoe integrale ketenregie binnen de veteranenzorg structureel kan worden ingericht, met één vaste regiehouder voor militair, veteraan en thuisfront vanaf het begin van het traject, en de Kamer hierover uiterlijk voor de begrotingsbehandeling Defensie 2026 te informeren,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>en gaat over tot de orde van de dag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Deze motie is voorgesteld door het lid Jagtenberg.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zij krijgt nr. 303 (30139).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Jagtenberg (D66):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Als ik nog tijd heb, wil ik hieraan graag toevoegen dat in de wet eigenlijk al heel veel staat, maar dat ik het toch noodzakelijk vond om deze moties in te dienen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank aan de minister voor de beantwoording van de vragen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel. Mevrouw Bikker, ook voor u één minuut resterende spreektijd.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Bikker (ChristenUnie):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording. Tegelijkertijd voel ik een soort ongeduld omdat we nu een aantal keer een herhaling hebben gezien ten aanzien van hoe we het veteranenbeleid beter vorm kunnen geven.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Eén punt knelt het allermeest, namelijk de zorgplicht voor gezinsleden van veteranen. Daarom dien ik deze motie in.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Motie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Kamer,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>gehoord de beraadslaging,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat zowel de Veteranenombudsman als BNMO de bijzondere zorgplicht voor gezinsleden van veteranen benoemen;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>overwegende dat de bijzondere zorgplicht vraagt om toekomstbestendig beleid omdat ook relaties en kinderen de gevolgen van inzet dragen;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>verzoekt de regering meer structureel de belangen van kinderen, partners en andere naasten te verankeren en beleid rondom uitzendingen en nazorg conform de aanbevelingen van de Veteranenombudsman concreet vorm te geven in 2026,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>en gaat over tot de orde van de dag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Deze motie is voorgesteld door het lid Bikker.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zij krijgt nr. 304 (30139).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Bikker (ChristenUnie):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik besef dat het aardig aansluit bij de motie van collega Bolhuis, dus geen bezwaar tegen samenvoeging.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel, voorzitter.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel. Ik draag het voorzitterschap even over aan de heer De Groot. Bij dezen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter: Peter de Groot\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Motie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Kamer,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>gehoord de beraadslaging,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat het ministerie van Defensie een dossier van zeer grote omvang over de heer Van Wulfen achterhoudt, waaronder ook een heimelijk dossier van ten minste 1.700 e-mails over hem van de voormalig commandant van vliegbasis Eindhoven;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat het ministerie van Defensie een zwijgcontract heeft aangewend en daarmee een grote hoeveelheid documenten voor de heer Van Wulfen achterhoudt;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>gelet op het feit dat dit dossier ook voortdurend voor de rechterlijke macht is achtergehouden;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat het samenstellen, beheren en achterhouden van dit grotendeels heimelijke dossier ook een overtreding is van de AVG en van het benadelingsverbod van klokkenluiders;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>rekening houdend met het feit dat in rechte vaststaat dat klokkenluiders wel recht hebben op een volledig dossier;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>verzoekt de minister om de heer Van Wulfen onverwijld en onvoorwaardelijk het volledige dossier over te dragen, waaronder nadrukkelijk ook de ten minste 1.700 e-mails van de voormalig commandant en ook de documenten die zijn achtergehouden met het verboden zwijgcontract,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>en gaat over tot de orde van de dag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Deze motie is voorgesteld door het lid Ten Hove.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zij krijgt nr. 305 (30139).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Motie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Kamer,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>gehoord de beraadslaging,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat er in de kwestie-Van Wulfen vier verschillende Defensieartsen in vier verschillende rechtsplegingen tuchtrechtelijk zijn veroordeeld, waarvan twee verschillende artsen in twee verschillende rechtsplegingen met het wel gegrond verklaren van het klachtpunt vervalsing van het medisch dossier;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>gelet op het feit dat de Onderzoeksraad Integriteit Overheid (OIO) reeds stelde dat Defensie zich verplicht dient te voelen tot het compenseren van de door de heer Van Wulfen geleden en nog te lijden materiële schade;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>spreekt uit dat de Staat onvoorwaardelijk volledige aansprakelijkheid erkent jegens de heer Van Wulfen;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>verzoekt de regering om de kwestie op korte termijn buitengerechtelijk tot een oplossing te brengen die recht doet aan de door de heer Van Wulfen geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade en hem de erkenning te geven die hij verdient,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>en gaat over tot de orde van de dag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Deze motie is voorgesteld door het lid Ten Hove.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zij krijgt nr. 306 (30139).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Motie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Kamer,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>gehoord de beraadslaging,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat de Militair Geneeskundige Autoriteit schriftelijk heeft bevestigd dat medische loggingsgegevens over een aaneengesloten periode van 225 dagen verloren zijn gegaan van de gehele zorgpopulatie van Defensie;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>rekening houdend met het feit dat met het verlies van deze gegevens de integriteit van de medische dossiers van vele tienduizenden voormalige en huidige Defensiemedewerkers onherstelbaar is aangetast;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat de minister van dit datalek in 2020 melding heeft gedaan bij de Autoriteit Persoonsgegevens;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>rekening houdend met het feit dat de minister als zorgaanbieder een informatieplicht heeft richting het Defensiepersoneel;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>verzoekt de regering om op de kortst mogelijke termijn de volledige huidige en voormalige zorgpopulatie van Defensie alsnog te informeren over:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>de verloren medische gegevens;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>de persoonlijke gevolgen van het verlies van deze gegevens;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>de uitkomst van de melding zoals door de minister op 20 augustus 2020 gedaan bij de Autoriteit Persoonsgegevens,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>en gaat over tot de orde van de dag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Deze motie is voorgesteld door het lid Ten Hove.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zij krijgt nr. 307 (30139).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel. Ik geef u het voorzitterschap terug.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter: Ten Hove\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel. Ik kijk even naar de minister: hoeveel tijd heeft u nodig voor de voorbereiding?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zoveel tijd als nodig is om de laatste moties bij mij te brengen. Ik zie dat dat vijf minuten duurt. Zodra ik ze allemaal heb, kan ik meteen antwoorden.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Oké, vijf minuten. Laten we voor het gemak gewoon 17.00 uur zeggen. Dan gaan we verder. We schorsen tot 17.00 uur.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De vergadering wordt van 16.50 uur tot 16.59 uur geschorst.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>We gaan verder met de tweede termijn van de minister. Ik geef het woord aan de minister.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel, voorzitter. Volgens mij heb ik twee vragen aan de voorkant, ten eerste over de tijdlijn van het HVUS. Aan het einde van het jaar komt het naar u. Intern is de besluitvorming afgerond, maar nu komt het traject met de bonden en noem maar op. Dat is dus druk bezig; dat is ongeveer hoe dat eruitziet.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan de concrete vraag van mevrouw Ten Hove over de rapporten over de vliegbasis Eindhoven. Die rapporten zijn in 2016 naar uw Kamer gestuurd, net als het onderzoek van de Inspectie Militaire Gezondheidszorg over vermeend onzorgvuldig handelen. Daarnaast is een klacht door het regionale medisch tuchtcollege over het medisch dossier onderzocht. Deze uitspraak is openbaar. Ik denk dat ik daarmee een deel van de vraag heb beantwoord en ik denk, als ik het zo mag opknippen, dat een deel van de vraag in de moties staat.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan zou ik door willen naar de moties. Ik kan van alle moties uitleggen waarom ik ze oordeel Kamer geef, maar de meeste moties krijgen oordeel Kamer. Als het mag, kan ik het dus heel kort zeggen, tenzij u hier heel veel aandacht voor wilt. De motie op stuk nr. 296 is oordeel Kamer. De tweede motie, de motie op stuk nr. 297 van de heer De Groot en mevrouw Jagtenberg: oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 298 van de heer Boon: oordeel Kamer.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>O, bij de motie op stuk nr. 296 over dat predicaat of keurmerk moet ik nog wel iets zeggen. Ik vind het gewoon een mooi idee, ook hoe dat werd geschetst en hoe dat eruit kan zien; ik zag het meteen voor me. Het wordt wel een heel traject en het is een nogal bewerkelijk proces, maar ik vind het gewoon een mooi idee. Dus oordeel Kamer, maar het is niet morgen rond.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Peter de Groot (VVD):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik zou dan toch nog graag wat aan de minister willen vragen, want het idee dat ik erbij heb, is: borden bestellen, een schroefje erin en gáán. Eigenlijk is dat het hele idee, ook dat er een soort netwerk ontstaat waar die borden hangen. Als een bedrijf, een instelling, een café of whatever die veteranenbijeenkomsten dan niet verzorgt, verdwijnt dat bord vanzelf weer van de gevel, zou ik willen zeggen. Ik vraag de minister dus om het niet te bureaucratisch te maken.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan nemen we dat als aansporing mee en gaan we vanmiddag al googelen hoe we zo&#x27;n mooi bord kunnen bestellen, want ik vind het wel echt een mooi idee. Ik wil daar dus helemaal niet lacherig over doen, want ik snap en deel de insteek. Mijn ervaring zegt weleens dat we daarna heel goed zijn in het ingewikkeld maken. We zullen het zo min mogelijk ingewikkeld maken; dat kan ik zeggen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Oké, de motie op stuk nr. 296: oordeel Kamer.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ja. De motie op stuk nr. 297: oordeel Kamer.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De motie op stuk nr. 297: oordeel Kamer.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De motie op stuk nr. 298: voor de derde of vierde keer oordeel Kamer. Die is dus héél goed.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De motie op stuk nr. 298: oordeel Kamer.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De motie op stuk nr. 299: oordeel Kamer.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De motie op stuk nr. 299: oordeel Kamer.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De motie op stuk nr. 300: ook oordeel Kamer.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De motie op stuk nr. 300: oordeel Kamer.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Bij de motie op stuk nr. 301 zitten we op dezelfde lijn. Technisch ligt wat de motie vraagt wel bij VWS. Als ik het helemaal zuiver wil doen, moet ik dus zeggen: aanhouden en bij VWS indienen. Ik geef de motie oordeel Kamer, waarbij ik opmerk dat ik dit met VWS oppak, maar dat ik wel wil dat de heer Van Baarle hoort dat de primaire verantwoordelijkheid voor wat hier op papier staat, bij VWS ligt. Die neem ik niet over, maar we vinden elkaar, we snappen waar we mee bezig zijn, dus vanuit deze rol pak ik het op met VWS. Laat mij met deze motie echter niet de hele verantwoordelijkheid naar Defensie hebben getrokken.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik kijk even naar de heer Van Baarle.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Van Baarle (DENK):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik wil niet de formele lijnen doorkruisen. Als de minister binnen die formele lijnen kijkt hoe zij de verantwoordelijkheid kan pakken, dan hebben we een akkoord.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan krijgt de motie op stuk nr. 301 oordeel Kamer.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De motie-Jagtenberg\u002FBikker op stuk nr. 302 krijgt oordeel Kamer.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De motie op stuk nr. 302: oordeel Kamer.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De motie op stuk nr. 303 krijgt ook oordeel Kamer.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De motie op stuk nr. 303: oordeel Kamer.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De motie op stuk nr. 304 krijgt oordeel Kamer.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De motie op stuk nr. 304: oordeel Kamer.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan kom ik nu bij de drie moties van mevrouw Ten Hove. Ik moet de eerste twee moties, op de stukken nrs. 305 en 306, ontraden onder verwijzing naar het debat en naar een nog lopende zaak. Dan kan ik niet anders.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan de motie op stuk nr. 307. Deze kwam voor ons een beetje als verrassing. Ik wil dit graag kunnen nagaan bij de ambtenaren die hiermee bezig zijn en er verstand van hebben. Maar omdat dit in het debat niet is langsgekomen, zijn ze er nu niet bij betrokken. Dus ik kan eigenlijk geen goede appreciatie geven. Dus het liefst zeg ik: houd &#x27;m aan tot een eerstvolgend debat over ICT of de begroting. Dan zorgen wij dat we goed voorbereid zijn. Dan kan ik een appreciatie geven die ik inhoudelijk ook helemaal kan ondersteunen. Anders moet ik &quot;ontraden&quot; zeggen, maar voor hetzelfde geld is het gewoon wel wat ik zou willen doen. Daarvoor heb ik wel even inhoudelijke expertise nodig, want het is zo specifiek. Dus mijn advies, als ik mag … Dat is natuurlijk mijn rol, dus dat mag. Mijn appreciatie is: houd &#x27;m alsjeblieft aan tot een eerstvolgend debat waar deze bij kan. Dat kan digitalisering, ICT of de begroting zijn. Dan zorgen wij dat we het goed hebben voorbereid, zodat u een appreciatie krijgt waarbij u weet waar u aan toe bent.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik wil graag van de mogelijkheid gebruikmaken om &#x27;m toch te laten appreciëren, maar ik ga eerst met mijn fractie in overleg. Ik heb het er in het debat namelijk wel nadrukkelijk over gehad. Het is dus niet helemaal waar …\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan is het misschien aan onze kant. Maar dan moet ik &#x27;m om die reden op dit moment ontraden. O, we krijgen mediation.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Boon (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik neem aan dat we pas volgende week dinsdag hierover gaan stemmen. Is het eventueel mogelijk om hierop schriftelijk te reageren voor volgende week dinsdag? Dan kan ik mijn fractie ook adviseren hoe hierover gestemd moet worden.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan doen we het zo. Een goede interventie, dank u wel.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Boon (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Graag gedaan.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Yeşilgöz-Zegerius:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan ben ik ook rond.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank aan de minister en de ambtelijke ondersteuning. Er zijn in dit debat heel veel toezeggingen gedaan. De griffier neemt alle toezeggingen op in de toezeggingenregistratie, want we hebben het niet bij kunnen houden. Dank aan iedereen voor het volgen van dit notaoverleg. Over de ingediende moties zal, zoals de heer Boon al zei, volgende dinsdag 30 juni worden gestemd.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik hoop jullie allemaal aanstaande zaterdag te zien tijdens Veteranendag. Een fijne avond.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Sluiting 17.06 uur.\u003C\u002Fp>\n\u003C\u002Fdiv>",[],[],[],[],[],[],[],"2026-07-03T22:12:11.748679+02:00",[28,30],{"label":29,"term":29},"genocide",{"label":31,"term":31},"erkenning"]