[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"$fFXxszs4PQpKZEICyKUJgTlat1uwTgzUtipbTmhnuDa0":3},{"id":4,"document_id":5,"title_full":6,"title_short":7,"date_published":8,"source_url":9,"is_palestine_relevant":10,"relevance_score":11,"relevance_keywords":12,"relevance_excerpt":14,"activiteit":15,"is_ongecorrigeerd":16,"publication_type":7,"frontend_url":17,"content_html":18,"pdf_url":15,"speakers":19,"besproken":20,"voortgezet_vanuit":21,"voortgezet_in":22,"fractie_spreektijd":23,"aanvragers":24,"toezeggingen":25,"verslag":15,"ai_summary":26,"ai_summary_updated_at":27,"relevance_keyword_chips":28},183361,"2026D32493","Jaarverslag en Slotwet 2025 ministerie Justitie en Veiligheid (ongecorrigeerd)","Stenogram","2026-06-24","https:\u002F\u002Fgegevensmagazijn.tweedekamer.nl\u002FOData\u002Fv4\u002F2.0\u002FDocument(c106dcd3-d386-4f6d-84c9-455ffcd19f06)\u002Fresource",true,1,[13],"Antisemi","In het jaarverslag wordt terecht stilgestaan bij de aanpak van \u003Cmark>antisemi\u003C\u002Fmark>tisme.",null,false,"\u002Fdebatverslagen\u002F183361-jaarverslag-en-slotwet-2025-ministerie-justitie-en-veiligheid-ongecorrigeerd","\u003Cdiv class=\"stuk activiteit-document stenogram\">\n\u003Cp>ONGECORRIGEERD STENOGRAM\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Verslag OSV 52 (2025-2026) van 23 juni 2026\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Concept\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft op 23 juni 2026 overleg gevoerd met mevrouw Van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, en de heer Van Weel, minister van Justitie en Veiligheid, over:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>het wetsvoorstel Jaarverslag en slotwet Ministerie van Justitie en Veiligheid 2025 (36945-VI);\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 8 juni 2026 inzake verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden over het wetsvoorstel Jaarverslag en slotwet Ministerie van Justitie en Veiligheid 2025 (36945-VI, nr. 10);\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 20 mei 2026 inzake jaarverslag ministerie van Justitie en Veiligheid 2025 (36945-VI, nr. 1);\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 8 juni 2026 inzake beantwoording van een vraag commissie over het jaarverslag ministerie van Justitie en Veiligheid 2025 (Kamerstuk 36945-VI-1) (36945-VI, nr. 5);\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>de brief van de president van de Algemene Rekenkamer d.d. 20 mei 2026 inzake aanbieding van het rapport resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij het ministerie van Justitie en Veiligheid (36945-VI, nr. 2);\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 8 juni 2026 inzake beantwoording vragen commissie, gesteld aan de regering, over het rapport resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij het ministerie van Justitie en Veiligheid (Kamerstuk 36945-VI-2) (36945-VI, nr. 6);\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>de brief van de president van de Algemene Rekenkamer d.d. 9 juni 2026 inzake beantwoording vragen commissie, gesteld aan de Algemene Rekenkamer, over het rapport resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij het ministerie van Justitie en Veiligheid (Kamerstuk 36945-VI-2) (36945-VI, nr. 8);\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 2 april 2026 inzake jaarbericht 2025 Inspectie Justitie en Veiligheid (36800-VI, nr. 138);\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 20 mei 2026 inzake auditrapport 2025 Justitie en Veiligheid (VI) van de Auditdienst Rijk en managementreactie ministerie van Justitie en Veiligheid (36800-VI, nr. 143);\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 21 mei 2026 inzake jaarverslag 2025 van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) (36800-VI, nr. 144);\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>de brief van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid d.d. 27 mei 2026 inzake jaarverslag Landelijk Bureau Bibob 2025 en jaarverslag Kwaliteitscommissie Bibob 2025 (31109, nr. 39);\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 1 juni 2026 inzake standen van de uitvoering 2025 (29362, nr. 402).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Eerdmans\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De griffier van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Van Tilburg\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter: Coenradie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Griffier: Paauwe\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Aanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: El Abassi, Coenradie, Ellian, Faber, Mathlouti en Straatman,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>en mevrouw Van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, en de heer Van Weel, minister van Justitie en Veiligheid.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Aanvang 17.10 uur.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik open hierbij het wetgevingsoverleg van de commissie voor Justitie en Veiligheid. Ik heet mevrouw Van Bruggen welkom in haar rol als staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en de heer Van Weel in zijn rol als minister van Justitie en Veiligheid. Ik heet ook de Kamerleden van de vaste commissie welkom: mevrouw Faber van de PVV, mevrouw Straatman van het CDA, de heer Mathlouti — zeg ik dat goed? — van D66 en de heer Ellian van de VVD. Ja, dat zei ik goed, zie ik. Ik zal op enig moment de rol van voorzitter even overgeven, denk ik, en ook spreken. Wellicht schuift de heer El Abassi ook nog aan namens DENK, maar dat zullen we ondertussen wel zien. Er is een vaste sprekersvolgorde. Ik zie dat we niet in die volgorde zitten, maar mevrouw Faber zit wel al gelijk op de juiste plek. Ik zou in de eerste termijn graag het woord willen geven aan de eerste spreker, mevrouw Faber van de PVV.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Faber (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel, voorzitter. Om maar met de deur in huis te vallen: de strafrechtketen is een zooitje. Dat is niet sinds vandaag of gisteren zo; het is al vanaf 2012 een janboel. De periode van 2012 tot heden wordt onder andere gekenmerkt door een verstopte strafrechtketen en verkeerde namen op vonnissen. Bijzonder is dat juist de zogenaamde partij van law and order, de VVD, bijna die gehele periode de scepter zwaaide op het ministerie van Justitie. Van de acht ministers hadden er maar liefst zeven een VVD-signatuur. Maar goed, wellicht gaat de huidige minister het roer omgooien.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorlopig is hij door de PRO-fractie al gered met de motie-Mutluer, waarin de minister na veertien jaar ellende in de strafrechtketen onder andere wordt gevraagd om uiterlijk voor het zomerreces met een integraal deltaplan strafrechtketen op de proppen te komen. Het was een geschenk uit de hemel voor de minister. Dit trok de Algemene Rekenkamer namelijk over de streep om nog even af te zien van bezwaar, een maatregel die de Rekenkamer kan inzetten wanneer die ernstige en\u002Fof langdurige onvolkomenheden, fouten, onzekerheden en\u002Fof onrechtmatigheden constateert. Nu wil de Rekenkamer eerst afwachten waar de minister mee op de proppen komt. Je zou denken dat het na veertien jaar wel welletjes is. Ik heb de Rekenkamer hoog zitten en lees hun rapporten met veel belangstelling, maar ik vraag me wel af wanneer het eens genoeg is.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. De strafrechtketen is even sterk als de zwakste schakel, maar het is niet duidelijk welke schakel het zwakste is. Daarom is het van belang om inzicht te krijgen in de doorlooptijden in de hele keten en ook in de schakeltijden tussen de schakels. Waarom is dat nog steeds niet inzichtelijk gemaakt voor deze Kamer, zodat wij onze controlerende taak kunnen uitvoeren? Er wordt altijd geschermd met gebrek aan capaciteit, maar is dit de enige oorzaak? Sluiten de informatiesystemen van de schakels wel goed op elkaar aan? Dat kan bijvoorbeeld zomaar een van de problemen zijn waardoor de pluk-ze-regeling niet goed van de grond komt. Het aantal zaken dat binnen de afpakketen binnen de wettelijke termijn door de rechtbank werd overgedragen aan het CJIB steeg weliswaar, maar bleef nog steeds ruim onder de door het ministerie zelf gehanteerde norm en ver onder de wettelijke norm. Registratieverschillen en menselijke fouten zouden de oorzaak zijn. Heeft dit soms te maken met onjuiste tenaamstellingen van vonnissen? Graag een reactie van de minister.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. De onveiligheid in de maatschappij neemt toe. In 2025 is 20% van de 15-plussers het slachtoffer geweest van onder andere geweldsdelicten, vermogensdelicten of vernielingen. Extreem geweld tegen vrouwen neemt toe. Door de term &quot;femicide&quot; te gebruiken, kan men de hete aardappel van geïmporteerd cultureel geweld van tafel schuiven. Veel politiek correcte politici durven de gevolgen van het opengrenzenbeleid voor vrouwen niet te benoemen. Kortom, zij blijven liever politiek correct dan dat zij in de bres springen voor de veiligheid van vrouwen en meisjes. Dit heeft desastreuze gevolgen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Vorige week kwam het Rape Gang Inquiry Report naar buiten. Het rapport vermeldt dat in het Verenigd Koninkrijk 250.000 meisjes op gruwelijke wijze zijn verkracht. 90% van de daders was Pakistaans. De grondslag voor dit misdadige gedrag ligt niet enkel in de islam, waarin ongelovige meisjes worden gedegradeerd tot gebruiksvoorwerp waar je je seksuele lusten op mag botvieren, maar ook in een wegkijkende overheid die dit laat gebeuren omdat zij niet beticht wil worden van discriminatie. Wij moeten niet denken dat dergelijke zaken aan onze deur voorbijgaan. Ook in Nederland zien wij een prominente rol van allochtone daders bij seksuele misdrijven, zoals verkrachting en aanranding. In 2022 was maar liefst 50% van de daders allochtoon, van wie de meerderheid niet-westers is. Daarbinnen zijn onder andere Syriërs, Afghanen, Eritreeërs, Irakezen en Somaliërs 10 tot 35 maal vaker verdacht van een seksueel misdrijf.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Opvallend is dat het CBS sinds 2023 is gestopt met het publiceren van cijfers inzake westerse en niet-westerse migratieachtergronden. In 2025 is de motie-Wilders aangenomen, met het verzoek criminaliteitscijfers uit te splitsen naar deelcategorieën, zoals mishandeling en seksuele delicten, en naar westerse en niet-westerse migratieachtergrond, en dit met terugwerkende kracht te publiceren. Tot op de dag van vandaag is dit nog steeds niet zichtbaar bij het CBS. Wanneer gaat de minister deze motie eens uitvoeren?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Al minstens zeven jaar wordt de norm voor het verwerken van zedenzaken niet gehaald. Om het op papier toch te laten kloppen, wordt de norm tijdelijk twee jaar afgeschaald, naar respectievelijk 70% en 75%. Nu begrijp ik ook dat het ministerie niet met gemiddelden wil werken. Die kun je immers niet naar believen naar beneden of naar boven afstellen. En zolang dit kabinet de grenzen wagenwijd open laat staan, blijft het dweilen met de kraan open. Weten en niets doen is ongekende lafheid.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Ook ernstige verkeersmisdrijven en jeugdzaken blijven onder de norm. De staatssecretaris gaat onderzoeken of er jeugdzaken in aanmerking kunnen komen voor buitenstrafrechtelijke afdoening. Dat is dus geen rechtszaak. En het slachtoffer? Tja, als hij of zij dan toch de dader wil vervolgen, dan moet hij of zij maar een artikel 12-procedure opstarten. Maar laat het nu met artikel 12-zaken ook niet echt vlotten. Het gerechtshof dient in 90% van de artikel 12-zaken binnen 180 dagen na ontvangst van de klacht een beslissing te hebben genomen. In 2024 lukte dat slechts in 22% van de zaken, dus in ongeveer driekwart van de zaken wordt niet op tijd een beslissing genomen. De vraag aan de staatssecretaris is dan ook om geen jeugdzaken buitenstrafrechtelijk af te doen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Ik kan nog wel even doorgaan. De hamvraag is: wanneer gaat de minister eens de regie pakken en gaat hij voortvarend aan de slag met zijn coördinerende rol? Door de doorlooptijden in de hele keten in kaart te brengen, kun je gericht gaan oplossen en bijsturen. Het is mij een raadsel waarom dat in geen veertien jaar is gebeurd. Of is de minister zich wel degelijk bewust van waar de knelpunten zitten en houdt hij zich van de domme? Je vraagt je dan af: is de minister de zwakste schakel in de strafrechtketen? Graag een reactie van de minister.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Eén ding is wel duidelijk: de doorlooptijden van strafzaken zijn te lang en voldoen niet aan de eigen normen van de betrokken organisaties. Dit is slecht voor de samenleving: er is geen vergelding en geen afschrikking.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Dan nog een drama. Al sinds 2012 sleept het probleem van de foutieve tenaamstellingen in de strafrechtketendatabank, afgekort de SKDB, zich voort. Op onherroepelijke vonnissen staan verkeerde namen. De echte veroordeelde persoon blijft zo onder de radar en een onschuldige kan zonder het te weten een strafblad krijgen. Waarom worden burgers niet op de hoogte gebracht van hun eventuele strafblad? Graag een reactie.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Al veertien jaar vraagt Justid aan het ministerie van JenV hoe om te gaan met foutieve tenaamstellingen op onherroepelijke vonnissen en het is nog steeds onduidelijk. Bij gebrek aan sturing vanuit het ministerie ging Justid zelf maar aan de slag, zonder handelingskader. Naar eigen inzicht werden namen op de vonnissen gewijzigd, terwijl niet duidelijk was of dat mocht. Dit gebeurde allemaal zonder duidelijk goedgekeurd beleid. Het lijkt er sterk op dat men maar deed wat men goeddunkte. Blijkbaar zat dit niet echt lekker en besloot men in 2017 hiermee te stoppen en een wachtlijst te maken met foutieve tenaamstellingen. Maar er waren toch nog medewerkers die door bleven gaan met deze discutabele handelswijze. Wie draagt nu de verantwoordelijkheid voor deze manier van werken? Graag een reactie van de minister.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Uit de juridische analyse die de minister in 2025 heeft laten uitvoeren, komt naar voren dat alleen de rechter de inhoud van strafvonnissen mag wijzigen in het geval dat de verdachte een veroordeling aan zijn broek heeft hangen. Heeft de minister naar aanleiding van dit onderzoek Justid de opdracht gegeven te stoppen met het eigenhandig wijzigen van namen op eigen houtje? Zo nee, waarom niet? Graag een reactie.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Hoeveel zaken zijn er aangepast? Ik heb geen idee. Justid heeft dit niet goed bijgehouden. Dit strookt echter niet met de beantwoording. Daarin is te lezen: &quot;Nadat een strafvonnis onherroepelijk is geworden, kan de Matching Autoriteit zelf correcties doorvoeren als het gaat om gevallen die zich lenen voor een administratieve correctie. In andere gevallen is rechterlijke tussenkomst vereist. In beide soorten gevallen wordt in de systemen een markering aangebracht, zodat de raadplegende organisaties op de hoogte kunnen zijn.&quot; Dan weet je toch wat er is aangepast? Of zijn er nog meer lieden die aanpassingen doorvoeren zonder te markeren? Hoeveel zaken zijn er met foute tenaamstelling? Daarvan heb ik ook geen idee. Dat is ook niet goed in kaart gebracht.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Hoe zit dat binnen de IT-systemen? Wordt er automatisch in een logboek bijgehouden wie wat waar heeft gewijzigd? Dat lijkt mij heel logisch, gezien het belang van de juiste data. Foute data hebben een enorme impact. Denkt u bijvoorbeeld aan het wel of niet verstrekken van een vog of een verblijfsvergunning. Een zware crimineel kan de straf ontlopen of een verblijfsvergunning krijgen. Dat is geen beste beurt voor Justitie. Hoezo law-and-order?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Op de site van Justid is te lezen dat sommige verdachte personen wel 30 aliassen hebben door verschillende schrijfwijzen van de naam, bijvoorbeeld Cor met een C of een K. Op de identiteitsbewijzen moet toch hetzelfde staan? Het Latijnse schrift geeft minder ruimte voor interpretatie dan het Arabische schrift, waarin enkel de medeklinkers worden geschreven met hier en daar een extra accent of een verlengde medeklinker. Hierdoor kunnen klinkers vaak vrij worden ingevuld. De naam Mohammed kent diverse schrijfwijzen. Hoe zijn de geautomatiseerde systemen hierop ingericht? Beschikt men over een tool om dit te ondervangen? Graag een reactie.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Van de 867 zaken in 2024 zijn 3 van de 19 zeer zware zaken niet uitgevoerd. Zeer zware zaken zijn terrorisme, zedenzaken, moord of doodslag. Er zijn ook zware, midden en lichte zaken waarbij de straf of maatregel mogelijk niet is uitgevoerd. Bij hoeveel van deze zaken is er een relatie tussen de fout en het Arabische schrift? Graag een reactie van de minister.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Naast handmatig wijzigen wordt de SKDB ook nog automatisch gevoed vanuit de Basisregistratie Personen, de BRP, en de Basis Voorziening Vreemdelingen, de BVV. Dit gebeurt zonder controle vooraf. Eventuele fouten worden direct zichtbaar voor onder andere de IND, het OM en de rechtspraak. Een veroordeelde terrorist kan dan zomaar een verblijfsvergunning krijgen. De vraag aan de minister is of hij bereid is de door de Rekenkamer aangereikte acties betreffende de naamswijziging uit te voeren. Dan doel ik op het in lijn brengen van de werkwijze omtrent automatische naamswijziging met het toetsings- en handelingskader, het in beeld krijgen van de totale problematiek van foutieve tenaamstellingen, en het maken van afspraken over de afhandeling van foutieve tenaamstellingen met de ketenpartners, zoals het OM, het CJIB, de politie en de rechtspraak.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Tot zover. Dank u wel.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank, mevrouw Faber, voor uw inbreng. Dan kom ik bij de volgende spreker. Dat is de heer Mathlouti van D66.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Mathlouti (D66):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter, dank u wel. Slachtoffers, verdachten en de samenleving moeten te lang wachten, is een conclusie van de Algemene Rekenkamer die aan duidelijkheid niets te wensen overlaat en onderschrijft wat we in de praktijk zien gebeuren. Slachtoffers van bijvoorbeeld zedenzaken besluiten geen aangifte te doen, omdat ze de jarenlange weg die volgt liever niet afleggen. Neem ook rechtszaken die jarenlang voortslepen en straffen die niet kunnen worden uitgevoerd door bijvoorbeeld een tekort aan cellen. Ondertussen is het onveiligheidsgevoel van Nederlanders de afgelopen jaren gestegen naar 37%, niet per se omdat de criminaliteit zo is toegenomen, maar omdat mensen het gevoel verliezen dat er iemand is die ingrijpt als het misgaat. Dat gevoel werd vorige week bevestigd door het nieuws dat er met 10.000 aangiften van ernstige misdrijven niks is gebeurd.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Een rechtsstaat staat of valt met de geloofwaardigheid van zijn eigen rechtssysteem. Een rechtsstaat die niet levert, is ook nog eens kwetsbaar voor wantrouwen en ondermijning. Vanuit wantrouwen kunnen ondemocratische ideeën ontstaan, zoals het omzeilen van wetten en rechters. Dat geldt niet alleen voor Europees-Nederland, maar ook voor Caribisch-Nederland. Onze opdracht is helder: doe wat werkt, zodat de strafrechtketen en daarmee onze rechtsstaat zijn legitimiteit behoudt. Een rechtsstaat die levert, zorgt namelijk dat mensen weer vertrouwen hebben in onze democratische rechtsstaat. Dat is het beste wapen tegen de ondermijning ervan.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Dat begint bij het op orde brengen van de slagkracht van onze keten. We moeten zorgen dat de politie, het OM, de rechtspraak en DJI in staat zijn strafzaken efficiënt, sneller en bovenal slimmer af te doen. Dat is niet gemakkelijk in een keten die eindeloos verknoopt is. Maar dat begint met een overzicht en gerichte maatregelen die controleerbaar zijn. De Algemene Rekenkamer bevestigt dat concrete maatregelen ontbreken. Er zijn nauwelijks echte plannen met specifieke tijdsdoelen en ketenbrede informatie over de doorlooptijden is nog steeds niet beschikbaar. Sturen zonder informatie is lastig, ook voor de Kamer. Laten we dus beginnen met de basis door de Kamer de tools te geven die zij nodig heeft om te controleren. Kan de minister dus aangeven hoe hij de informatievoorziening richting de Kamer gaat verbeteren, met ketenbreed inzicht in doorlooptijden, en op welke termijn we die informatie kunnen verwachten?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. De Algemene Rekenkamer concludeert ook dat er onvoldoende inzicht bestaat in het resultaat van opsporing en in de besteding van miljarden euro&#x27;s aan politietaken. Mijn vraag aan de minister is dus: hoe zorgen we voor meer inzicht in de politiebegroting, waar zo&#x27;n 8 miljard naartoe gaat en waar we nu niet op kunnen sturen, bijvoorbeeld door de begroting, in lijn met het Raad van State-advies en de motie-Van der Werf, op te splitsen? Hoe staat het met het uitvoeren van die motie?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. De Algemene Rekenkamer gaf het ook al aan: met meer mensen of middelen wordt dit probleem niet opgelost. Ik ben benieuwd hoe de minister dit ziet. Het gaat niet om meer van hetzelfde, maar om de manier waarop we ons stelsel hebben ingericht, hoe de keten samenwerkt en hoe de minister die onderdelen bij elkaar brengt en zaken tot afronding brengt. Soms vraagt het om gedurfde maatregelen. Ik ben dan ook blij met het wetsvoorstel van D66 en CDA dat onlangs naar de Kamer is gestuurd. Het wetsvoorstel beoogt ons strafrecht zo in te richten dat we slimmer straffen en de kans op recidive verminderen, ook om te voorkomen dat mensen opnieuw in die strafrechtketen terechtkomen. Het zijn dit soort gedurfde maatregelen waar onze strafrechtketen zo naar snakt.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Maandag ontvingen we een brief met de voortgang op het deltaplan en de motie-Mutluer. Ik moet zeggen: dat kon beter. De Kamer vroeg om meetbare doelstellingen, maatregelen enzovoort, maar die lees ik niet terug. In de brief worden abstracte indicatoren genoemd. Ikzelf zat te denken aan het volgende. Welke stappen en knooppunten tussen ketenpartners zijn er in een gemiddeld proces? Wat is de gemiddelde doorlooptijd per stap of horde in de keten? Welke onderliggende oorzaken liggen daaraan ten grondslag? Als we een resultaat willen behalen, welke politieke keuzes zijn er dan mogelijk en wat zijn de consequenties daarvan? Dat gesprek moeten we voeren. Ik mis een basis waarover we hier kunnen debatteren. Kan de minister ingaan op concrete maatregelen die hij momenteel overweegt om de doorlooptijden in te korten en welke opties er zijn? Alles vraagt om een andere aanpak dan we tot nu toe gehanteerd hebben. Maar de brief leest eerlijk gezegd als meer van hetzelfde.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. In de jaren tachtig en negentig keken verschillende staatscommissies vanuit een andere bril naar de strafrechtketen. Dat zorgde voor ingrijpende veranderingen die het strafrecht moderniseerden. Hoe kijkt de minister naar het plan om, naar de geest van die staatscommissies, een expertgroep van verschillende actoren uit de keten op te richten?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Het vertrouwen in onze rechtsstaat is de beste bewapening tegen de ondermijning ervan, maar dat is niet genoeg. In de veranderende wereld moeten we zorgen dat onze rechtsstaat niet alleen een stevig en betrouwbaar fundament heeft, maar ons ook beschermt tegen invloeden van buiten. Daarom moeten we door dezelfde lens kijken naar onze internationale veiligheidsstrategie. Doen we wat werkt om Nederland veilig te houden? Of het nu gaat om cyberaanvallen, buitenlandse inmenging of een pandemie: dreigingen trekken zich niks aan van ministeriële grenzen. De Algemene Rekenkamer constateert dan ook dat rijksbreed inzicht in de veiligheidsstrategie ontbreekt. Ook weten we niet of de ingezette maatregelen daadwerkelijk bijdragen aan het vergroten van onze weerbaarheid. Als we niet weten wat werkt, weten we ook niet of ons land klaar is voor wat er op ons afkomt. Is de minister daarom bereid om niet pas na de evaluatie van de veiligheidsstrategie in 2026, maar op korte termijn werk te maken van centrale monitoring van de voortgang van de veiligheidsstrategie? Welke concrete rol ziet de minister voor zichzelf en bijvoorbeeld voor de NCTV als rijksbrede coördinator? Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat we ook inzicht krijgen in het concrete effect van de genomen maatregelen?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Tot zover de eerste termijn.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel, meneer Mathlouti, voor uw inbreng. Volgens mij ga ik als voorzitter mezelf het woord geven. Dan zou ik eigenlijk aan mevrouw Faber willen vragen of zij, op het moment dat er interrupties zijn of wat dan ook, heel even de voorzittersrol oppakt. Is dat oké?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter: Faber\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Oké.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Coenradie (JA21):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Na het lezen van het Rekenkamerrapport bleef bij mij het woord &quot;regie&quot; hangen, of beter gezegd: het gebrek daaraan. In de strafrechtketen, bij de politie, bij de aanpak van jeugdcriminaliteit en zelfs bij nationale veiligheidsvraagstukken zien we dezelfde rode draad terug: te weinig sturing op resultaat. Wat mij vooral opvalt in het Rekenkamerrapport, is het totale gebrek aan regie. De minister, het OM en de politie hanteren allemaal hun eigen prioriteiten op hun eigen eilandje. De minister stuurt op cybercrime en het OM op heterdaadzaken, en de politie geeft daar vervolgens weer haar eigen invulling aan. Hoe kan een strafrechtketen effectief functioneren als de verschillende schakels niet eens dezelfde prioriteiten hanteren? En hoe komt het dat jullie niet op één lijn zitten? Bij ons bekruipt het gevoel dat de minister geen grip en geen regie heeft. Wat neemt u zichzelf kwalijk?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De prestaties van onze strafrechtketen zijn ronduit schokkend. De Rekenkamer constateert dat bijna 10.000 aangiften van ernstige misdrijven zijn blijven liggen. Dat gaat niet alleen om zware diefstallen, maar ook om geweldsdelicten, zedenzaken, ondermijning, brandstichting en chantage. Sterker nog, 1.600 van deze zaken hadden volgens het eigen beleid van de minister en het OM prioriteit moeten krijgen, maar bleven vooralsnog liggen. Wat een ongekende puinbak. Wat een blamage voor de geloofwaardigheid van onze strafrechtketen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Tegelijkertijd blijkt dat ongeveer een kwart van alle aangiften wordt afgerond met een verdachte. Voor slachtoffers is dat een harde realiteit. De kans dat een aangifte daadwerkelijk leidt tot een verdachte is beperkt. We discussiëren hier jaarlijks over extra geld, nieuwe programma&#x27;s, nieuwe wetten en nieuwe prioriteiten, maar uiteindelijk leidt slechts een op de vier aangiften tot een verdachte. De burger betaalt jaarlijks 19 miljard euro voor zijn binnenlandse veiligheid, maar ziet dat bij drie op de vier aangiften geen verdachte wordt aangehouden. Als een bedrijf slechts een op de vier klanten zou helpen, zou de directie worden vervangen. Als de pakketdienst driekwart van de pakketten kwijt zou raken, zou niemand daar nog klant blijven. Maar in de strafrechtketen accepteren we blijkbaar dat slechts een op de vier aangiften leidt tot een verdachte. Daarom wil ik van de minister een heel helder verhaal op de vraag welke concrete consequenties voor de strafrechtketen hij verbindt aan dit rapport.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>We pleiten al langer voor duidelijke, afrekenbare targets voor de strafrechtketen als geheel: niet alleen processen en plannen, maar meetbare doelen en concrete resultaten. Ook de Rekenkamer heeft inmiddels meermaals gewezen op het gebrek aan inzicht in doelmatigheid en effectiviteit. Kortom, alle seinen staan op groen. Welke stappen gaat de minister op dit vlak zetten?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. In de torens van onze ministeries en in de Tweede Kamer draait de waan van de dag om moties, amendementen, voortgangsbrieven, wetten en beleidsprogramma&#x27;s. Maar uiteindelijk telt voor Nederlanders slechts één ding: voelen zij zich veiliger? Het jaarverslag laat zien dat steeds meer Nederlanders aangeven zich onveilig te voelen. Dat is een ongemakkelijke conclusie na jaren van extra uitgaven aan veiligheid. Wat zegt dit over de effectiviteit van het gevoerde beleid?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Laat ik helder zijn: JA21 steunt uiteraard investeringen in veiligheid. We hebben regelmatig gepleit voor extra middelen voor de strafrechtketen, van politie tot DJI. Maar soms bekruipt ons het gevoel dat we water naar de zee dragen. Ondanks alle extra miljarden kampen we nog steeds met tekorten aan rechercheurs, tekorten bij de DJI, een overbelast OM en een politie die op allerlei fronten overvraagd wordt.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Dan de politie. Ik heb de afgelopen debatten vaker betoogd dat agenten op straat niet het gevoel ervaren dat er meer geld naar de politie toe gaat. Er is een grote mismatch tussen de papieren werkelijkheid en de dagelijkse praktijk. Agenten ervaren dat ze steeds minder faciliteiten hebben om hun werk te doen, terwijl je bij forse investeringen verwacht dat die kwaliteit juist omhooggaat. Het verdwijnen van dienstauto&#x27;s en het verdwijnen van arrestantengangen en cellen zijn voorbeelden hiervan. Ik zou zo graag zien dat de minister en de politietop, maar ook het middenmanagement naast de agent gaat staan, met betere communicatie. Leg uit waarom bepaalde beslissingen worden genomen en betrek agenten hierbij. Ons politiekorps kan en mag geen verzameling eilandjes zijn. Hoe gaat de minister dit samen met de politie nou echt verbeteren?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Dan het systeem. Als we zeggen dat we vertrouwen hebben in onze politie, waarom organiseren we het dan zo dat operationele professionals voortdurend kunnen worden teruggefloten door bestuurders die niet op straat staan? Agenten worden opgeleid voor complexe en risicovolle situaties, maar moeten opereren binnen een wirwar van regels, procedures en bestuurlijke lagen. Dat komt de slagkracht en het gezag van de politie niet ten goede. Daarom een fundamentele vraag aan de minister: werkt het huidige model met lokale gezagen nog wel of zijn we doorgeschoten in versnippering? De ene burgemeester staat pal achter de politie, de ander niet. Veiligheidsbeleid lijkt soms afhankelijk van politieke kleur of bestuurlijk lef. Ziet de minister dat meer landelijke regie en meer eenduidigheid nodig kunnen zijn?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De jaarwisseling in Amsterdam was wat ons betreft een dieptepunt. De ME werd zonder traangas een regelrecht oorlogsgebied ingestuurd. Terwijl de politie steeds vaker een stap naar achter moet zetten, doet het tuig op straat juist een stap naar voren. Criminelen en relschoppers voelen die ruimte feilloos aan en nemen steeds meer bezit van de publieke ruimte. Welke lessen zijn hieruit getrokken en voert de minister hierover nog gesprekken met de burgemeester van Amsterdam? Wat JA21 betreft moet de politie meer zeggenschap krijgen over haar eigen inzet en middelen. Niet pappen en nathouden als de orde al verloren is, maar vooraf duidelijkheid over wanneer en hoe de ME en andere middelen kunnen worden ingezet bij ernstige rellen en excessen. Is de minister bereid te onderzoeken hoe dit juridisch en bestuurlijk kan worden geregeld? Kortom, hoop op het beste, maar bereid je voor op het ergste.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Dat brengt mij bij een ander terrein waarop het gezag van de overheid zichtbaar onder druk staat: de aanpak van jeugdcriminaliteit. We zien, lezen en horen dat gemeenten met hun handen in het haar zitten. Er zijn groepen jongeren die voor geen enkel gezag respect hebben en hele wijken in hun greep houden. Waar dit probleem vroeger vooral speelde in de grote steden, zien we het nu steeds vaker in gemeenten daaromheen: Capelle aan den IJssel, Ridderkerk, Pijnacker-Nootdorp, De Bilt, Soest, Gouda, Hendrik-Ido-Ambacht, Eemnes, Lelystad, Almere, en waarschijnlijk vergeet ik er nog een heleboel. Naar aanleiding van de problematiek in Delfzijl, waar inwoners openlijk riepen zelf het gezag te willen gaan voeren, stelde ik Kamervragen. De beantwoording was eerlijk gezegd zeldzaam ambitieloos, regieloos en futloos. Hoe vindt de minister zelf dat het gaat? Het gezag staat onder druk. Inwoners verliezen het vertrouwen in de overheid. Gemeenten zitten met hun handen in het haar. En wat is het antwoord van de Rijksoverheid? De burgemeester moet het oplossen. De officier van justitie moet het oplossen. De politie moet het oplossen. De gemeente moet het oplossen. Maar wie is hier nou eigenlijk in charge? Mijn oproep aan de minister is daarom simpel: zet die stap naar voren, pak regie. Veel gemeenten en Nederlanders snakken daarnaar.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Een treffend voorbeeld van de regieloosheid is wat ons betreft Preventie met Gezag. Jaarlijks gaat hier zo&#x27;n 100 miljoen euro naartoe om jeugdcriminaliteit te voorkomen. Maar waar is het bewijs dat dit werkt? We zien een wildgroei aan projecten en interventies, terwijl een duidelijke onderbouwing vaak ontbreekt. Wat JA21 betreft geldt: minder is meer. Investeer in een beperkt aantal bewezen, effectieve maatregelen voor echte risicojongeren. En nog een vraag: waar zit het gezag eigenlijk in Preventie met Gezag? Ik zie vooral preventie, maar nauwelijks grenzen, normstelling of consequenties. Hoe voorkomt de minister dat Preventie met Gezag uiteindelijk verwordt tot preventie zonder gezag? Wat JA21 betreft moeten discipline, normen en waarden juist een veel centraler plek krijgen in de aanpak van jeugdcriminaliteit, want als we jaarlijks 100 miljoen euro uittrekken om criminaliteit te voorkomen, waarom investeren we dan niet meer in initiatieven waarin gezag, structuur en gedragsverandering centraal staan? Leefbaar Rotterdam heeft hiervoor een interessant voorstel ingediend: HOC010, een kleinschalig, deels gesloten programma voor ontspoorde jongeren, waarin onderwijs, discipline, structuur en gedragsverandering centraal staan. Dat is niet alleen goed voor de jongeren zelf en voor de veiligheid op straat, maar kan ook dure een-op-eenjeugdzorgtrajecten voorkomen. Is de minister bereid serieus naar dit concept te kijken en hierover in gesprek te gaan met gemeenten die worstelen met hardnekkige jeugdcriminaliteit?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Tot slot wil ik ingaan op de normerende werking van ons strafrecht. Wat mij opvalt in de gesprekken binnen de strafrechtketen over minimumstraffen, is dat vrijwel iedereen dezelfde grijze plaat draait. Er wordt gesproken over maatwerk, proportionaliteit en de persoonlijke omstandigheden van de dader. Maar waar blijft het slachtoffer? Waar blijft de veiligheid van de samenleving? Wat JA21 betreft is de volgorde helder. Eerst komt de veiligheid van de samenleving, vervolgens het slachtoffer en daarna pas de dader, in die volgorde. En natuurlijk moet er oog zijn voor omstandigheden, maar we zijn in Nederland wel erg ver doorgeschoten in het centraal stellen van de dader. Deelt de minister de opvatting dat het strafrecht in de eerste plaats de samenleving moet beschermen en normeren?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het WODC concludeert dat officieren en rechters verhoogde strafmaxima in de praktijk slechts beperkt gebruiken. Dat vind ik eerlijk gezegd een zorgelijke conclusie, want waarom verhoogt de Kamer straffen als daar vervolgens in de rechtszaal nauwelijks iets van terug te zien is? Als een meerderheid van de Kamer besluit dat gewelds- of zedendelicten zwaarder bestraft moeten worden, dan komt dat niet uit de lucht vallen. Daarmee spreekt de samenleving zich uit: dit gedrag vinden wij ernstiger en daarom hoort daar ook een zwaardere straf bij. Maar uit dit onderzoek ontstaat het beeld dat die boodschap onvoldoende landt. De Kamer verhoogt de straffen, maar de rechtszaal lijkt soms gewoon door te gaan alsof er niets is veranderd. Dat komt toondoof en wereldvreemd over. Hoe legt de minister dat uit aan slachtoffers en aan Nederlanders, die verwachten dat ernstige misdrijven ook daadwerkelijk zwaarder worden bestraft? Deelt de minister de zorg dat de rechtspraak op deze manier verder af komt te staan van wat er leeft in de samenleving? Hoe voorkomen we dat burgers het vertrouwen verliezen als zij zien dat de wetgever de straffen verhoogt, terwijl ze daar in de praktijk weinig van terugzien?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Tot zover.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter: Coenradie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan gaan we in één moeite door. Ik zou graag het woord willen geven aan de volgende spreker, de heer Ellian van de VVD.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Ellian (VVD):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Het is voor mij de vierde keer dat ik namens de VVD-fractie aan dit wetgevingsoverleg mag deelnemen. Ik vind het zelf altijd een leuk wetgevingsoverleg, omdat er heel veel wordt gesproken over waar we het geld aan gaan uitgeven, wat er anders moet en of er gestraft moet worden, en over gevangeniscellen. Maar dit is ook het moment waarop je even terug kunt kijken naar wat er eigenlijk is gebeurd met het geld dat wij vrijmaken voor iets superbelangrijks, namelijk de gehele strafrechtelijke keten.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Om daarmee te beginnen: de coördinatie op de strafrechtelijke keten is inmiddels een langslepende kwestie. Ondanks de toegenomen uitgaven lijken de prestaties niet te verbeteren. Er is nog nooit zo veel geld uitgegeven: 18,9 miljard. De strafrechtketen lijkt echter vaster dan ooit te zitten. Straffen worden niet uitgevoerd. In zedenzaken wordt geen enkele doelstelling gehaald. Aangiftes van eenvoudige delicten worden veelal niet opgenomen. Deze week bleek dat het dan niet alleen gaat om commune delicten, maar ook nog eens om zwaardere misdrijven. Genoegdoening voor slachtoffers laat steeds langer op zich wachten en er is inmiddels een lijst van zelfmelders waar je u tegen zegt.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Een terugkerende vraag voor ons is: welke concrete meetbare doelstellingen kunnen we met elkaar formuleren, zodat we zien waar we het geld aan besteden en wat we ervoor terugkrijgen? Een veilige samenleving of een sterke politie zijn mooie omschrijvingen, waar wij van harte achter staan, maar het zijn geen doelstellingen waarmee je vervolgens meetbaar kunt maken of het effect heeft gehad wat je doet.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik geef een concreet voorbeeld: &quot;Geachte Kamer, wij gaan vijf grote criminele samenwerkingsverbanden afbreken en we verwachten dat de verdachten veroordeeld zullen zijn binnen nu en vijf jaar. We gaan ervan uit dat daar extra beveiligde zittingen voor nodig zijn en dat er zoveel beveiliging voor nodig is.&quot; Dan is duidelijk wat het doel is en dan kun je vervolgens kijken of we onderweg zijn naar dat doel. Uiteindelijk is het gelukt en kijk je wat het heeft gekost.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mijn vraag aan de minister is dan ook: waarom is het zo moeilijk om de doelstellingen op die manier te formuleren? Dit is een aanbeveling die de Rekenkamer al meer dan tien jaar doet: wees concreter. En belangrijker nog: probeer dat ketenoverstijgend te doen. Zo&#x27;n doelstelling als &quot;we gaan vijf grote criminele samenwerkingsverbanden afbreken&quot; raakt natuurlijk een variëteit aan ketenpartners, van de politie tot de Dienst Justitiële Inrichtingen tot de rechtspraak, tot het Openbaar Ministerie en misschien nog wel meer. Ik ben in algemene zin erg benieuwd hoe de minister nu kijkt naar het functioneren van de strafrechtelijke keten.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>We hebben daar gisteren een brief over gehad. Ik hoef die hele brief niet door te akkeren. Er is een deltaplan, mede naar aanleiding van de motie, waar diverse collega&#x27;s onder staan. Ik lees daarin dat TNO een opdracht krijgt tot het verrichten van een systeemanalyse, dat ketenpartners een problemen- en oorzakenanalyse doen, dat het bestuurlijk ketenberaad een dashboard gaat ontwikkelen. Ik moest denken aan oud-collega Knops van het CDA. Velen zullen hem nog kennen. Ik heb nog even het genoegen gehad om met hem in de Kamer te mogen zitten. Hij opperde vijf jaar geleden al: zou je niet een dashboard moeten maken, zodat je kunt sturen? Ik wil daarmee illustreren dat ik in de brief van de minister over het deltaplan eigenlijk best veel open deuren lees. Ik vraag me af wat er de komende tijd gaat veranderen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik was een beetje teleurgesteld over de passage over de algemene aanwijzingsbevoegdheid. Het is een uiteenzetting van hoe die algemene aanwijzingsbevoegdheid werkt. Dat weten we inmiddels echt wel. Het gaat om de vraag wanneer de minister bereid is om in te grijpen in de sturing en in de bedrijfsmatige processen. Ik heb hier meerdere brieven over gelezen, ook van de ambtsvoorgangers van deze minister. Die zijn er eigenlijk nooit toe bereid. Maar wat heeft het dan voor zin? Veroorzaakt dat niet onder andere bij het ketenberaad soms ook een houding van … Ik wil het niet &quot;achteroverleunen&quot; noemen, maar ik bedoel dat het feit dat men weet dat de bevoegdheid nooit wordt ingezet, natuurlijk ook maakt dat je soms een beetje een prikkel mist om de zaken daadwerkelijk aan te passen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan ga ik naar de foutieve tenaamstelling. Ik heb net geluisterd naar collega Faber. Zij benoemde er ook al het een en ander over. Ik dacht maar eens in het licht van tijd en warmte: ik ga niet herhalen wat anderen zeggen. Ik kan me daar goeddeels bij aansluiten. Maar mij baart met name zorgen — ik denk dat ik me daarbij moet richten tot de staatssecretaris — dat ambtenaren die geconstateerd hebben dat hier iets misgaat, zich kennelijk niet vrij hebben gevoeld om daarover te melden. Sterker nog, die meldingen daarover zijn niet op een juiste manier afgehandeld. Dat is wel buitengewoon ernstig. Ik vind dat we daar niet te snel aan voorbij moeten gaan, want het is juist goed als ambtenaren constateren dat er iets fout is in het proces. Dat &quot;iets fout&quot; kan zijn dat onschuldige mensen in de penarie komen, wat buitengewoon vervelend is. Maar die andere kant is ook buitengewoon vervelend, namelijk dat veroordeelden hun straf ontlopen. Ik ben benieuwd hoe de staatssecretaris daarnaar kijkt, maar ook naar hoe het ervoor staat. Het is mij volstrekt onduidelijk. Wij krijgen een getal tussen de 800 en 900. Ik krijg de indruk dat het om veel meer gevallen zou kunnen gaan. Maar een vraag die erachter wegkomt, is: hoe kan het nou dat de identiteit niet overeenkomt? Dat heeft er dan toch ook mee te maken dat iemand bijvoorbeeld een naam opgeeft bij staandehouding, maar dat dan bijvoorbeeld de legitimatie niet goed gecontroleerd wordt of dat niet goed gekeken wordt in een WKV — zo heet dat volgens mij — waar je kan checken wat iemands identiteit is. Ik ben wel echt benieuwd — daarmee sluit ik me aan bij collega Faber — hoe het ervoor staat, wat het probleem is enn hoe dit moet worden opgelost. Moet de rechter de mogelijkheid krijgen om een en ander te kunnen beoordelen? Dat vind ik op zich prima, maar ik maak me wel een beetje zorgen over de omvang van dit probleem.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan ga ik over naar bewaken en beveiligen, voorzitter. In het jaarverslag wordt — dat zie ik nu al een paar jaar op rij — met enige lof gemeld dat het steeds beter gaat en dat van alles is opgetuigd, zoals een landelijk coördinatiecentrum en een nieuwe adviesfunctie voor de NCTV. Er wordt van alles genoemd. Maar toch even de realiteit, met respect en waardering voor ieders inspanning: de capaciteit om mensen die bedreigd worden te beveiligen, staat nog steeds onder druk. Ik ben nu vijf jaar Kamerlid, en het is niet heel veel anders dan vijf jaar geleden. Wat is er dan de oorzaak van, terwijl we er nu zo veel geld voor vrijmaken — het uitgelezen moment om dit vast te stellen is bij het jaarverslag — dat er zelfs geld overblijft en er soms onderuitputting is, terwijl de capaciteit toch zo onder druk blijft staan? Het is wel van belang om een wat dieperliggende analyse van de minister daarvan te horen. De gevolgen zijn soms heel groot, en daar kan ik over meepraten. Soms wordt één uurtje extra al afgewezen: &quot;Kan niet, want er zijn geen mensen voor.&quot; Ik ben wel oprecht benieuwd hoe deze minister, die nu toch enige tijd op die mooie stoel zit, daarnaar kijkt. Want aan geld kan het dus niet liggen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Dan de hack en de ICT van het OM. Ik heb kennisgenomen van het AcICT-rapport, dat er op verzoek van de Eerste Kamer is gekomen. Dat is best wel zorgwekkend. Het Openbaar Ministerie is in zijn uitingen ook zelf redelijk bezorgd. Hoe kijkt de minister hiertegen aan? Dat vraag ik met name ook in het licht van een keten die moet functioneren. Als je geen goede ICT hebt, wordt dat best ingewikkeld. Maar ik vraag het ook in het licht van een nieuw Wetboek van Strafvordering. Ik begin me oprecht af te vragen: hoe ga je iets nieuws implementeren als je je basis nu al niet op orde hebt en je nu eigenlijk al niet kan waarmaken wat je waar moet maken? Ik ben dus heel benieuwd of de minister iets kan zeggen over hoe hij dit ziet en of april 2029 haalbaar is.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter, nog twee punten en dan ben ik klaar. Er zijn twee aangenomen moties van mij over tipgeld. Die liggen er nu al enige tijd. Eén motie heb ik ingediend bij de slotwet. Ik begrijp gewoon niet waar het nu op hangt. De Kamer heeft twee keer een motie van mijn hand in ruime meerderheid gesteund. De motie vraagt om uit te gaan van bedragen van 1 miljoen euro voor de nationale opsporingslijst. Oké, ik begrijp best dat dit misschien wat te heftig wordt gevonden. Maar ik heb tijdens de stemmingen nog eens gekeken op de nationale opsporingslijst. Ik heb &#x27;m hier voor me, want ik wil het gewoon graag concreet maken. Het is ook allemaal openbaar. Jos Leijdekkers staat erop. Op hem staat een hoog bedrag. Sami Bekal Bounouare staat erop voor €50.000. Dat zijn de enige twee op wie een bedrag staat, op alle anderen niet. Dat geeft gewoon een vreemd signaal, want waarom zet je ze anders op die lijst? Ik heb nu twee moties, en ja, moties moeten toch worden uitgevoerd. Er staan ook andere types op, die allemaal voortvluchtig zijn. Overigens, zeg ik tegen de collega&#x27;s, viel mij op dat er toch zeker meerderen gezocht worden vanwege doodslag of moord op hun partner. Dat is toch iets wat veel de aandacht heeft. Kun je daar niet gewoon … Zet er wat bedragen op en verhoog dan van een van die gasten het bedrag wat. Dat is wat de motie vroeg. Ik hoop echt dat de minister mij nu kan toezeggen: er komt een brief en dit gaan we doen, meneer Ellian. Dan ziet de samenleving en dan weten deze gasten ook dat ze gezocht worden. Er staat ook een serieus bedrag op de tip die leidt tot de aanhouding. Want dit is nou een voorbeeld van het ondermijnen van de rechtsstaat. Daar wordt vrij weinig aan gedaan.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Tot slot Preventie met Gezag. Daar zei u zelf net wat over, voorzitter. U noemde dat &quot;afwezigheid van gezag&quot;, geloof ik. Ik heb een hele eenvoudige vraag. De VVD-fractie heeft hier jarenlang voor gewaarschuwd, ook mijn collega Ruud Verkuijlen, oud-politieagent. Ga nou niet het wiel opnieuw uitvinden. Ga niet betaald figuurzagen met een paar jongeren. Dat zijn allemaal interventies die geen zin hebben. Nu blijkt uit het tv-programma Zembla dat het een heel versnipperde aanpak is, waar fors geld aan wordt uitgegeven. Ik ben dus benieuwd hoe de bewindspersoon — de minister, denk ik — hiertegen aankijkt. Dat je iets moet doen om te voorkomen dat jeugdigen in de georganiseerde of zware criminaliteit terechtkomen is helder, maar dit lijkt totaal niet effectief. Tja, dan zul je er toch op een andere manier naar moeten kijken.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dat was &#x27;m, voorzitter.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Oké. Dank aan de heer Ellian voor zijn inbreng. Ik kijk even naar de volgorde op de lijst. Ik zou graag de heer El Abassi namens DENK, die inmiddels is aangeschoven, het woord geven.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer El Abassi (DENK):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter, dank. Vandaag spreken we over het jaarverslag en de slotwet 2025 van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Het debat gaat inderdaad over cijfers, realisaties, budgetten en onderuitputting, maar achter die cijfers gaan ook mensen schuil, mensen die zich veilig moeten voelen in dit land, mensen die beschermd moeten worden tegen haat, discriminatie en intimidatie, mensen die vrij naar hun gebedshuizen moeten kunnen gaan, mensen die erop moeten kunnen vertrouwen dat de overheid hen beschermt, ongeacht wie ze zijn en welk geloof ze belijden.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. In het jaarverslag wordt terecht stilgestaan bij de aanpak van antisemitisme. We hebben altijd gezegd: antisemitisme is verwerpelijk, gevaarlijk en moet met volle kracht bestreden worden. De Joodse gemeenschap moet veilig zijn, moet veilig blijven, en synagogen moeten veilig zijn. Joodse scholen, culturele instellingen en evenementen moeten veilig zijn. Daarom is het ook terecht dat het kabinet de investering ter bestrijding van antisemitisme fors heeft opgeschaald. Als Joodse instellingen beveiliging nodig hebben, dan moet de overheid gewoon leveren. Volgens het jaarverslag was die opschaling ook geen luxe, maar een noodzaak. Er is een Taskforce Antisemitismebestrijding opgezet en ook werd een eenmalige regeling uitgevoerd voor het veiligheidsfonds voor Joodse instellingen en evenementen. Daarnaast liepen aanvragen voor beveiligers en bouwkundige aanpassingen hoger op dan de beschikbare 1,3 miljoen euro. Tot slot ontvingen scholen ruim 1,1 miljoen en wordt vanaf 2025 jaarlijks 0,3 miljoen euro vrijgemaakt voor de ondersteuning van slachtoffers van antisemitisme.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Dat laat zien dat de overheid — nogmaals: terecht — erkent dat de veiligheid niet vanzelf komt. Veiligheid vraagt om geld, om beveiliging, om aanpassingen van gebouwen en om steun aan scholen en om ondersteuning van slachtoffers. En toch — we voelen &#x27;m al aankomen — valt het me op dat het jaarverslag geen aparte begrotingspost over discriminatie bevat, waarin staat hoeveel JenV in totaal heeft uitgegeven aan de aanpak van discriminatie, racisme, moslimhaat of andere discriminatiegronden. Daarom mijn vraag aan de minister: waarom niet? We zien al een golf aan terreur tegen moskeeën in verschillende steden: Almere, Middelburg, Den Haag, Rotterdam, Eindhoven, Arnhem, Zaandam, Emmeloord, Bergen op Zoom, Waalwijk, Haaksbergen en ik kan nog even doorgaan. Daar zijn moskeeën bekogeld met stenen, eieren, bierflessen en molotovcocktails. Gebedshuizen zijn besmeurd met urine en bloed. Er is brand gesticht. Imams zijn bedreigd en geïntimideerd. Korans zijn vernield. Er zijn dode dieren achtergelaten bij islamitische instellingen. Muren zijn beklad met hakenkruizen en racistische leuzen, zoals &quot;Heil Hitler&quot; en &quot;fuck islam&quot;. Er zijn ook met bloed besmeurde haatbrieven gestuurd. Wat heeft deze minister gedaan om deze terreuraanvallen te voorkomen?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Die reeks van terreur en schade is niet beperkt tot ramen, muren of gebouwen. Het raakt het gevoel van veiligheid van een hele gemeenschap. Moslims kunnen niet meer veilig naar hun gebed. Ouders vragen zich af of ze hun kinderen nog met een gerust hart kunnen meenemen naar de moskee. Mensen gaan hun eigen buurt wantrouwen. Wanneer de politiek vervolgens zwijgt, ontstaat het pijnlijke gevoel dat moslims er alleen voor staan. Dat tast niet alleen de veiligheid aan, maar ook het vertrouwen in de overheid, de rechtsstaat en de belofte dat iedereen in Nederland vrij moet zijn om zijn of haar geloof te belijden en dat veilig moet kunnen doen. Dat is zeker het geval wanneer politieke afkeuring, bescherming en concrete maatregelen uitblijven.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Het ministerie zegt dat financiering voor moskeebescherming niet aan de orde is. Aanvullende beveiliging wordt gebaseerd op actuele dreigingsinformatie en risicobeoordeling. Ik zou de minister willen vragen: meent het ministerie dat? Hoe plaatst de minister dat naast de 31 incidenten die alleen dit jaar al hebben plaatsgevonden op moskeeën en die in de media zijn gekomen? Dat staat nog los van de incidenten die niet in de media zijn gekomen en de incidenten die we niet centraal bijhouden, waar wij verschillende malen om hebben gevraagd.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. De identiteit van de instelling zou daarbij geen rol mogen spelen. Hoe compleet is de dreigingsinformatie eigenlijk als incidenten bij moskeeën dus niet centraal worden bijgehouden? Hoe kan de minister een goede risicobeoordeling maken als er geen landelijk overzicht is van bekladdingen, bedreigingen, vernielingen en aanvallen op moskeeën? Als je het niet meet, dan weet je het niet. En als je het niet weet, dan kun je vrij weinig doen. Dat gebeurt hier ook.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Ik ben blij dat journalisten wel op pad gaan en het proberen te meten, waardoor we weliswaar niet aan volledige cijfers komen, maar rechtsom of linksom alsnog wel aan wat cijfers. In 2026 vonden in Nederland in slechts zes maanden tijd al 31 aanvallen plaats op moslims en islamitische instellingen. Hiermee stevenen we af op het hoogste aantal in tien jaar. Daarmee hebben we het niet meer over een risico dat misschien ooit werkelijkheid wordt. We hebben het over een patroon dat zich al een tijdje aftekent. Het neemt alleen maar toe. Het is oprecht onverteerbaar dat de veiligheid van moslims in Nederland naar de tweede rang wordt verschoven, omdat het kabinet wel naar andere dreigingen kijkt, maar hier vrij weinig over zegt.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Daarnaast lees ik in het jaarverslag dat de aanpak van antisemitisme bestaat uit beschermen, monitoren en opvolgen, onderwijs en preventie, en herdenken en vieren. Er is een Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding. Er is een taskforce. Er is geld voor beveiliging. Er is geld voor ondersteuning van slachtoffers van antisemitisme. Zo&#x27;n serieuze landelijke en samenhangende aanpak is ook nodig tegen moslimdiscriminatie, moslimhaat en islamofobie. Daarom is mijn vraag aan de minister van Justitie en Veiligheid: waarom bestaat dit niet binnen zijn ministerie van Justitie en Veiligheid?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Waarom is er geen nationaal coördinator tegen moslimhaat? Is de minister bereid om incidenten bij moskeeën en islamitische instellingen landelijk en centraal te registreren, zodat de Kamer een volledig beeld krijgt van de omvang en ontwikkeling van moslimhaat? Erkent de minister dat de recente incidenten bij moskeeën, waaronder bekladdingen met hakenkruizen, racistische leuzen, haatbrieven en vernielingen, wijzen op een op z&#x27;n minst zorgelijke trend? Is de minister bereid om, net als bij de aanpak van antisemitisme, een nationale strategie tegen moslimhaat en islamofobie op te stellen, met concrete doelen, monitoring, preventie, slachtofferondersteuning en bescherming? Is de minister bereid om een nationaal coördinator tegen moslimhaat in het leven te roepen? Is de minister bereid om voor moskeeën en islamitische instellingen een bedrag vrij te maken? En kan de minister ten slotte toezeggen dat hij met moskeekoepels, gemeenten, politie en het Contactorgaan Moslims en Overheid in gesprek gaat over een structureel veiligheidsfonds voor moskeeën?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter, ik hou het hierbij. Dank u wel.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank voor uw inbreng, meneer El Abassi. Er is één interruptie. Die is van mevrouw Faber.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Faber (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik heb een vraagje aan meneer El Abassi. Hij heeft het over moslimdiscriminatie. Hij spreekt nogal wat forse woorden uit, maar ligt de grootste discriminatie niet binnen de Koran zelf? Daarin zie je namelijk ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Je hebt de soera 4, An-Nisa. Die gaat over vrouwen en daarin staat precies hoe je vrouwen moet behandelen. Nou, dat is echt niet vriendelijk. Er zijn verzen in de Koran waarin gewoon keihard staat: neem Joden en christenen niet tot uw vrienden en sluit geen verbond met hen. Ik heb ook begrepen dat er verschil is tussen homo&#x27;s en hetero&#x27;s en dat dat allemaal niet wordt geaccepteerd. Dan vraag ik me dus af hoe meneer El Abassi dat ziet. De Koran staat bol, maar dan ook bol, van discriminatie. Doet meneer El Abassi daar afstand van?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan heb ik nog even een vraag. Meneer El Abassi gaf me eerst wat hoop. Hij begon over antisemitisme. Ik dacht: nou, het is hartstikke mooi dat hij dat ook wil bestrijden en dat hij geloof heeft in de rechtsstaat. Dat is hartstikke mooi, want ik geloof ook in de democratische rechtsstaat. Maar dan heb ik een beetje een gewetensvraag aan de heer El Abassi: wat is zijn volgorde? Ziet hij in eerste instantie de democratische rechtsstaat, of ziet hij eerst de sharia en de Koran? Wat is zijn volgorde? Ziet hij de sharia en de Koran boven onze rechtsstaat, of niet? Ik hoop dat u een eerlijk antwoord durft te geven en dat uw imam niet meekijkt.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank voor de interruptie. Voordat ik het woord geef aan de heer El Abassi wil ik er in ieder geval op wijzen dat we hier niet een debat voeren over de islam, maar een wetgevingsoverleg voeren. Ik denk dat dat goed is om even mee te nemen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Faber (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter, dan wil ik toch een punt van orde maken. Meneer El Abassi begon namelijk zelf over discriminatie van moslims enzovoort. Het wordt op tafel gebracht en dan kan er gewoon een reactie verwacht worden. Dan vind ik ook dat we gewoon een reactie moeten kunnen geven.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het staat iedereen vrij om vragen te stellen en daarop te antwoorden. Ik geef alleen aan waar dit debat over gaat. Ik zou graag het woord willen geven aan de heer El Abassi.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer El Abassi (DENK):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik ga proberen serieus een antwoord te geven op een in mijn ogen geen serieuze vraag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Allereerst leek de vraag die mevrouw Faber stelt theologisch van aard. Ik zou mevrouw Faber dus vooral willen uitnodigen om dit soort gesprekken met imams te voeren. Volgens mij heeft mevrouw Faber nog nooit een imam gesproken. Volgens mij is mevrouw Faber nog nooit in een moskee geweest. Als u niks over die mensen weet, maakt dat het lastig om over die mensen te praten, zou ik zeggen, via de voorzitter.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Heel veel standpunten die opgenomen worden in het heilige boek zoals moslims dat zien, de Koran, zijn overgenomen vanuit andere heilige boeken. Ik zou mevrouw Faber dus willen vragen om met net zoveel interesse naar andere heilige boeken te kijken en die door te nemen en door te akkeren als dat ze doet met de Koran. Wellicht — dat weet mevrouw Faber zelf — komt ze in haar onderzoek nog hele mooie dingen tegen. Een collega van haar is op die manier bekeerd tot de islam.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Als we het hebben over een democratische rechtsstaat — mijn juridische bril komt dan toch om de hoek kijken — dan hebben we het niet alleen over een democratie, maar ook over een rechtsstaat. We hebben het dan over een democratie waarin de meerderheid beslist en een rechtsstaat waarin we gelijke rechten hebben voor minderheden. Ik had het — mevrouw Faber had het over mij, over toen ik het had over discriminatie — over minderheden. Kijk naar de partij waar mevrouw Faber in zit en hoe ze uithalen naar minderheden. Ik noem: &quot;meer of minder Marokkanen&quot;. Haar partijleider die &quot;Fuck Allah&quot; tweet. Dat zijn teksten die letterlijk op moskeeën gekladderd worden voordat ze een terroristische aanval op moskeeën uitvoeren. Dat nemen ze letterlijk over van de partijleider van mevrouw Faber. Je hebt handvesten van terroristen die mensen neerschieten waarin de partijleider van de PVV geroemd wordt. Ik probeer niet boos te zijn op personen zoals mevrouw Faber. Ik zie het echt alsof ze het niet ziet. Ik hoop dat we haar hier in de debatten kunnen genezen, helpen en weer op het pad kunnen krijgen. Nogmaals, ze hoeft zich niet net als haar collega te bekeren. Het gaat erom dat ze op z&#x27;n minst ziet hoe liefdevol deze mensen zijn en dat het gewoon mensen van vlees en bloed zijn, net als de mensen binnen haar kring, die ze wel ontmoet. Ontmoet moslims en u zult zien dat het hele fijne mensen zijn, zou ik willen zeggen, via de voorzitter.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Faber (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik heb duidelijk geen antwoord gekregen op mijn vragen. Blijkbaar is het een heel gevoelig onderwerp. Er wordt een beetje geschermd met het een en ander, maar ik heb bijvoorbeeld geen antwoord gekregen op de vraag of meneer El Abassi de sharia en de Koran boven onze democratische rechtsstaat plaatst. Dat antwoord geeft hij niet, want het ligt heel erg gevoelig voor hem om dat antwoord te geven. Dat vind ik gewoon het belangrijkste punt. Feit is — dat staat gewoon in de Koran — dat als het gaat over discriminatie, over hoe je met andersdenkenden moet omgaan … Als jij bijvoorbeeld moslim bent en je wil afstand doen van dat geloof, dan is dat alleen mogelijk met als gevolg de dood. Die dingen staan daar gewoon in. Ik moet de eerste moslim die afstand doet van de Koran of de sharia nog ontmoeten. Dit is een dieperliggend probleem. We hebben hier te maken met de democratische rechtsstaat. We moeten ons daar allemaal aan houden. Dat geldt voor iedereen. Daar discrimineren wij absoluut niet in. Wij discrimineren ook geen moslims, maar wij staan wel voor onze Nederlandse democratie en onze vrijheid.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer El Abassi (DENK):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik heb echt mijn best gedaan om daar een zo serieus mogelijk antwoord op te geven. Maar goed, mevrouw Faber heeft geen idee wat de sharia überhaupt is en dat de sharia veel breder is dan hoe zij en haar partijleider dit iedere keer in de Kamer naar voren brengen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik zal een voorbeeld noemen en misschien ben ik daarmee dan iets concreter als het gaat om het antwoord op de vraag van mevrouw Faber met betrekking tot de keuze die ik maak, alsof die keuze tussen de sharia en de Nederlandse wet gemaakt zou moeten worden in dit land. In het erfrecht en het familierecht erft de man twee keer zoveel als de vrouw. Het mag mevrouw Faber wel duidelijk zijn dat iedere Nederlandse moslim die hier woont, niet zomaar kan zeggen: de vrouw krijgt de helft hiervan. In die zin leven we in Nederland, volgens de Nederlandse normen en waarden, volgens de Nederlandse wetgeving, en is dat een voldongen feit. De fabeltjes, &quot;fabertjes&quot;, die mevrouw Faber hier benoemt, herken ik niet. Als mevrouw Faber voorbeelden kan noemen van enge shariawetgeving die moslims hier proberen te volgen, dan moet ze die benoemen, want ik snap totaal niet wat zij bedoelt. We leven hier in Nederland en we houden ons aan de Nederlandse wet. We leven inderdaad in een Nederlandse verzorgingsstaat en rechtsstaat. Daarin discrimineren we niet. Daarin pesten we minderheden niet. Ik zou mevrouw Faber het volgende willen vragen. Als u zich hier in Nederland welkom wil voelen, gedraag u dan ook als een Nederlander. Gedraag u alsof u in een rechtsstaat bent, zeg ik via de voorzitter …\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Graag afronden.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer El Abassi (DENK):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>… en ga goed om met minderheden, want dat doen we in een rechtsstaat.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Ellian (VVD):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik heb even gewacht en het betoog van de heer El Abassi beluisterd. Ik probeer het te begrijpen. Hij vraagt waarom de minister niet de maatregelen neemt die wel worden genomen ten aanzien van de Joodse gemeenschap. Dit is een herhaling van zetten, maar ik doe het toch maar weer, want ik vind het belangrijk dat het wordt gezegd. De Joodse gemeenschap is 0,3% van de Nederlandse bevolking. Het hoogste aantal meldingen bij het OM en ook bij de discriminatiebureaus zien op die 0,3%. Er zijn 1 miljoen moslims in Nederland. Er zijn 2 miljard moslims in de wereld. En weet u, e r zijn ongeveer, afgerond naar boven, 16 miljoen Joden, waar een wereldwijde terreurdreiging op zit. Dus waarom vraagt de heer El Abassi steeds: waarom krijgen de moslimgemeenschappen nou niet dezelfde maatregelen als de Joodse gemeenschap? Dat is omdat het volstrekt onvergelijkbaar is, omdat die kleine gemeenschap onevenredig getroffen wordt. Ik heb dus eigenlijk één vraag: kan de heer El Abassi stoppen met deze vergelijking te maken?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer El Abassi (DENK):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik heb hierop ook eerder geprobeerd richting de heer Ellian een antwoord te geven. We hebben ook de zigeuners hier in Nederland. Dat is een nog kleinere groep. Die wordt keihard gediscrimineerd. Daar nemen we ook geen maatregelen voor. Terecht, want ik vind dat we alle vormen van discriminatie moeten tegengaan. Maar als het argument van de heer Ellian is &quot;het gaat om een kleine groep en die wordt relatief veel gediscrimineerd&quot;, dan zou ik zeggen dat we volgens de heer Ellian niet de Joodse gemeenschap moeten helpen, maar de zigeuners. Ik weiger zo te denken. Tegelijkertijd, als er een brand heerst, dan proberen we die brand te blussen en zeggen we niet: in kamer één heeft de brand een andere oorzaak; we gaan alleen in kamer één de brand blussen. We willen discriminatie in den breedte aanpakken. We weten dat meer dan één moskee per week aangevallen wordt, geterroriseerd wordt. We willen dat het stopt. Daarvoor zijn we hier als Kamerleden, om daar beleid op toe te passen en ervoor te zorgen dat er beleid voor komt. Als we wegkijken, dan heb je het over struisvogelpolitiek ...\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Komt u tot een afronding?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer El Abassi (DENK):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>… en dat moeten we hier niet doen als Kamerleden.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel, voorzitter.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Ellian (VVD):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Feit is natuurlijk dat we deze bijdrage van DENK horen en dat het allemaal is gericht op: ja, maar de islamistische gemeenschap in Nederland heeft het zo zwaar. Als ik dan vraag &quot;waarom telkens die vergelijking met de Joodse gemeenschap?&quot;, dan krijg ik dit vreemde antwoord. Maar ja, het is niet voor niets dat de Joodse school zo zwaar beveiligd wordt, namelijk omdat er een wereldwijde terroristische dreiging op zit. Het is niet voor niets dat Joodse kinderen zo veel mogelijk daarnaartoe gaan, want op andere scholen kunnen ze niet terecht. Wat is nou het verschil met de islamitische gemeenschap? Kijk naar wat er in mijn stad, Almere, gebeurt vandaag, onder aanvoering van ene Abou Hafs, een soort haatprediker: &quot;Wij gaan ons toegang tot het gebouw verschaffen, want dat is ons recht als moslims.&quot; Net zoals dit weekend, Asjoera: &quot;Het is ons recht om zo rond te lopen.&quot; Weet u, daar was niet zo veel politie bij. Dat is niet nodig. Er gebeurt niks. Kijk naar tweede paasdag: uitgebreid in het openbaar kunnen bidden, islamitische geloofsbelijdenis. Niks aan de hand. Overigens, ik denk dat dat best intimiderend is voor een heleboel Nederlanders. Als een groepje Joden bij elkaar wil komen, dan moet er een kordon aan politie omheen omdat ze anders simpelweg niet veilig zijn. Misschien moet de heer El Abassi een keer stoppen met de feiten om te draaien en moet hij ook eens kijken naar hoe zijn eigen gemeenschap zich gedraagt, en gunnen dat de Joodse gemeenschap ooit veilig is. Uiteraard gun ik dat de hele samenleving.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer El Abassi (DENK):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik probeer af en toe de heer Ellian te begrijpen. Ik denk wel te weten waar die islamofobie, angst richting de islam — zo mag ik het op z&#x27;n minst noemen — bij de heer Ellian vandaan komt. Ik vind het erg, om wat voor reden dat dan ook is. Tegelijkertijd geloof ik dat de heer Ellian, zeg ik via de voorzitter, diep van binnen als mens echt wel ziet dat moskeeën, waar vrouwen, kinderen en ouderen in rondlopen, wekelijks aangevallen worden. Ik kan me niet voorstellen dat de heer Ellian daar niks tegen wil doen en dat hij het door wil laten gaan, met alle gevolgen van dien, namelijk dat het straks een keer fout gaat.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Als we het hebben over kwantitatieve cijfers, dan mag de heer Ellian mij een andere religieuze instelling noemen die zo vaak wordt aangevallen als die van de moslimgemeenschap. Die zijn er niet. Dat kan ik u vertellen. Dan kan je zeggen &quot;omdat ze beveiligd worden&quot;, en dat is precies mijn betoog: zorg ervoor dat ze beveiligd worden, want dan worden ze niet aangevallen. Ik wil geen vergelijking maken met andere gemeenschappen, maar goed, ik word daar nu wel toe gedwongen door de heer Ellian, omdat hij zelf die vergelijking maakt. Mij gaat het erom dat die moskeeën veilig zijn. Ik sta wekelijks achter de katheder om een debat aan te vragen, omdat wekelijks moskeeën worden aangevallen. Dat moet een keer ophouden.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Oké, tot zover. Ik kijk even rond. Ik zou graag het woord willen geven aan de laatste spreker in de eerste termijn, waarna we over zullen gaan tot een schorsing. Ik geef graag het woord aan mevrouw Straatman van het CDA.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Straatman (CDA):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel, voorzitter. Terug naar de strafrechtketen. Ik zou bijna willen zeggen: laten we iedere vorm van discriminatie aanpakken en niet te veel in vergelijkingen terechtkomen. Dat gezegd hebbende: in dit huis hebben we nogal eens de neiging om te prioriteren wat vandaag op de voorkant van de krant staat. Iedere dinsdag besteden we daar tijdens het vragenuur en de regeling meerdere uren aan. Minder aandacht gaat uit naar reflecteren, terugkijken en ons voorbij de waan van de dag verdiepen. Juist daarom is het zo goed om dat vandaag wel te doen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Maar voordat ik naar de inhoud ga, wil ik beginnen door mijn dank en waardering uit te spreken richting de Algemene Rekenkamer, die de tekortkomingen zeer inzichtelijk heeft gemaakt. De Rekenkamer is namelijk niet mals voor het ministerie van JenV. Op een aantal onderwerpen laat de minister weliswaar eerste stappen zien, maar het aantal tekortkomingen is nog steeds aanzienlijk. Op het het meest in het oog springende punt, als het gaat over de doorlooptijden in de strafrechtketen, oordeelt de Rekenkamer dat de minister onvoldoende urgentie laat zien en dat er zelfs sprake is van een ernstige onvolkomenheid. Mijn eerste vraag zou dus zijn: hoe reflecteert de minister in algemene zin op dit kritische rapport? Hoe kijkt hij aan tegen de meest vergaande conclusie van de Rekenkamer, namelijk dat de minister op het punt van doorlooptijden te weinig urgentie laat zien?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. De rode draad door veel van de kritiek is dat onvoldoende inzicht bestaat in de effectiviteit van de besteding van publieke middelen. Dat kan natuurlijk niet, want dit raakt aan de kern van de controletaak van ons als Kamer. Ik schrik dan ook van het aantal keer dat ik teruglees dat oorzaakanalyses, smart-doelstellingen, tijdpaden en een concreet stappenplan ontbreken. Zonder prestatiedoelen aan de voorkant is effectieve sturing namelijk ingewikkeld en zijn controle en verantwoording achteraf helemaal niet mogelijk. Het meest schrijnend komt dit tot uiting in de wijze waarop werkelijk op geen enkele manier controle kan worden uitgeoefend op de effectieve besteding van publieke gelden bij de politie. Steeds weer komt diezelfde vraag terug: weten we eigenlijk wat publieke middelen opleveren?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Dat is geen goed bestuur. Mijn collega Inge van Dijk heeft enkele weken geleden tijdens het verantwoordingsdebat opnieuw een motie ingediend om de effectiviteit van de besteding van publieke middelen toetsbaar te maken en een voorstel aan de Kamer voor te leggen over de inrichting van de rijksbrede verantwoording over het begrotingsjaar. Die motie is breed aangenomen. Mijn vraag is: hoe reflecteert de minister op die steeds terugkomende kritiek dat de effectiviteit van bestede middelen niet toetsbaar is? Welke concrete stappen gaat hij nemen, mede in het licht van de aangenomen motie-Van Dijk, om daar verbetering op te laten zien in het komende jaar? Een aantal collega&#x27;s noemde het al: de passages over het deltaplan in de brief die wij gisteren ontvingen zijn wat die toetsbaarheid betreft echt onvoldoende.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Voor vandaag wil ik verder vier punten uitlichten: de tekortkomingen in de afpakketen, de doorlooptijden, de foutieve tenaamstelling en de politiebegroting.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Allereerst het afpakken van crimineel vermogen. Criminaliteit mag niet lonen. Daarom moet onze inzet er maximaal op gericht zijn het verdienmodel van criminelen te breken. Als het aan het CDA ligt, geven we de opbrengst ook terug aan de samenleving, die te lijden heeft gehad onder die criminaliteit. Zo herstellen we buurten en wijken en stimuleren we jongeren in die wijken om het juiste pad op te gaan. Maar we hebben nog veel winst te behalen in het afpakken van crimineel vermogen. Al sinds 2018 heeft de Rekenkamer de afpakketen als een onvolkomenheid aangemerkt. De Rekenkamer concludeert dat er nu weliswaar vooruitgang is geboekt, maar toch lezen we in het jaarverslag dat er in 2025 minder beslag is gelegd op crimineel vermogen dan in 2024 en dat we de doelen nog steeds niet halen. In het jaarverslag lezen we dat de politie meerdere oorzaken in beeld heeft waarom het moeilijker wordt, onder andere door het gebruik van cryptovaluta, maar ook doordat er nog stappen te zetten zijn in de ketenbrede samenwerking. Mijn vraag aan de minister is: is het huidige afpakplan voldoende toegerust op digitaal vermogen, zoals cryptovaluta? Welke stappen gaat de minister zetten om de ketensamenwerking, zoals tijdige overdracht van ontnemingsmaatregelen, te verbeteren?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Buitenlandse samenwerking werkt echt. Dat zien we ook bij de Verenigde Arabische Emiraten. De minister gaf in een eerder debat aan dat Marokko ook bezig is met nieuwe wetgeving, zodat afpakken in Marokko makkelijker zou worden. Welke landen vormen nu volgens de minister nog knelpunten? Welke stappen gaat hij zetten, ook in Europees verband, om in die landen de gaten te dichten?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Zoals gezegd hecht het CDA veel aan maatschappelijk herbestemmen. We zien echter met lede ogen aan dat de vaart hier niet bepaald in zit. Tegen welke problemen loopt de minister aan bij het maatschappelijk herbestemmen van crimineel geld? Hoeveel initiatieven lopen er überhaupt nog? Klopt het dat het herbestemmen van afgepakte goederen makkelijker gaat dan het herbestemmen van panden? Kan de minister in ieder geval toezeggen prioriteit te geven aan het maatschappelijk herbestemmen van goederen?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Tot slot op dit punt. Meer afpakken vraagt vooral ook om snelle implementatie van de non-conviction based confiscation, zodat crimineel vermogen ook kan worden afgepakt zonder voorafgaande veroordeling. Wij spraken hier al meermaals over. Ziet de minister nog mogelijkheden om de implementatie van deze richtlijn nog meer te versnellen? Kan de minister daarbij ook aangeven of de implementatie gepaard zal gaan met een financiële impuls voor het CJIB? Meer afpakken vraagt namelijk ook meer van de organisatie van het CJIB. In het coalitieakkoord is een groot bedrag gereserveerd voor de opsporing in brede zin. Kan de minister ook aangeven in hoeverre de knelpunten in de afpakketen een financiële component bij het CJIB hebben?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Dan kom ik nu bij de doorlooptijden in de keten. Daar zijn al veel vragen door collega&#x27;s over gesteld. De Rekenkamer was heel kritisch. Wij lezen zelfs dat is overwogen om bezwaar aan te tekenen tegen de aanpak van de minister voor de verbetering van de coördinatie van prestaties in de keten. Dat is een hele stevige conclusie, niet omdat procedures iets langer duren dan gewenst, maar omdat achter iedere vertraging slachtoffers, verdachten en ook gewoon een samenleving schuilgaan. De Rekenkamer geeft aan dat de zestien maatregelen in de meerjarenagenda onvoldoende zijn. Deelt de minister die mening? Welke aanvullende maatregelen gaat hij nemen boven op het al bestaande verbeterplan? Op welke concrete prestatiebeoordeling kunnen wij de minister volgend jaar dan ook aanspreken?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Daarnaast richt de kritiek zich op de coördinerende rol van de minister. De minister kan aanwijzingsbevoegdheden geven. Hoe reflecteert de minister op de kritiek dat hij onvoldoende inzet geeft aan die aanwijzingsbevoegdheid en ook onvoldoende inzicht geeft in de inzet daarvan? Heeft hij die aanwijzingsbevoegdheid het afgelopen jaar ingezet? Waarom niet? Opnieuw zegt hij in de brief: ik zie ook geen aanleiding om dat de komende periode te doen. &quot;Waarom niet?&quot; blijft mijn vraag, zeker omdat een tekort aan regie op dit onderwerp steeds terugkomt.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter, tot slot op dit punt. Het beeld lijkt een beetje te bestaan alsof alleen in het strafrecht de doorlooptijden oplopen en te wensen overlaten. Maar dat is zeker niet zo. Ook de doorlooptijden in het civiele en bestuursrecht zitten ver onder de streefnormen. Welk plan ligt er op dit punt?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Dan de foutieve tenaamstellingen. Ook daar zijn al heel wat vragen over gesteld. Het is onwerkelijk dat burgers in Nederland zonder dat ze het weten veroordeeld kunnen worden voor een strafbaar feit waarmee ze helemaal niets te maken hebben gehad en dat daders vervolgens vrijuit gaan. Compliment ook wel aan de bewindspersonen dat ze hier heel voortvarend mee aan de slag zijn gegaan. Dat concludeert ook de Rekenkamer. Het handelingskader dat nu voorhanden is, helpt Justid-medewerkers om te gaan met twijfels over de juistheid van namen op vonnissen. Ik begrijp ook dat Justid op grond van dit handelingskader nu een soort rode vlag toont bij twijfels en dat die ook bij andere ketenpartners zichtbaar is. Maar mijn vraag is: wat betekent die rode vlag voor de handelswijze van ketenpartners, zoals het CJIB of Justis? Kan het CJIB na een rode vlag nog wel doorgaan met de tenuitvoerlegging van die straf of betekent dat direct stoppen? Kan de minister dit toelichten?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Ondanks goede stappen voorwaarts blijft het wrang dat we helemaal niet weten hoeveel mensen deze problematiek eigenlijk treft. Welke aanvullende stappen worden nu gezet om inzicht te krijgen in de omvang van dit probleem? Wat doen we eigenlijk met vonnissen waarvan we weten dat die op foute namen staan, maar waarbij de daders nog vrijuit gaan? In 2025 ging dat bijvoorbeeld om vier gevallen van heel ernstige misdrijven. Worden die echte daders eigenlijk nog opgespoord?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Om toestanden zoals nu te voorkomen, suggereert de Rekenkamer tot slot als oplossing om burgers meer inzicht te geven in het ontstaan en wijzigingen van hun strafblad. Burgers zouden dan ook zelf in actie kunnen komen als ze ten onrechte een strafblad krijgen. Nu weten ze niet eens of ze überhaupt een strafblad hebben. Kan de staatssecretaris aangeven of zij hiermee ook aan de slag gaat en wat hiervoor nodig is?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Dan kom ik bij het laatste, maar zeker niet het minst belangrijke onderwerp: de politiebegroting. Als nieuw Kamerlid bevind ik me nog regelmatig in een soort staat van verwondering, maar op dit punt ben ik wel meer dan verwonderd. Als ik het goed lees, speelt dit probleem al heel lang en hebben we dit punt al heel vaak aangekaart, maar verandert er eigenlijk bar weinig. Het is natuurlijk helemaal niet uit te leggen dat van de ruim 8 miljard op de begroting — een derde van die begroting! — het eerlijke verhaal is dat de korpsleiding, de minister en de Kamer geen idee hebben hoe dat geld wordt besteed. Sterker nog, de Rekenkamer concludeert ook nu weer dat voor de rechercheresultaten voor drie vierde van de capaciteit gewoon onbekend is hoe die tot stand zijn gekomen, gewoonweg omdat systemen geen managementinformatie beschikbaar stellen. Het gaat om de werkzaamheden van maar liefst — schrik niet — 12.300 fte, waarvan we gewoon niet weten hoe die wordt ingezet, hoeveel tijd een zaak kost, aan welk type zaken tijd wordt besteed en door hoeveel mensen. Het is gewoon giswerk.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Leidinggeven kan natuurlijk niet met de ogen dicht. Om te kunnen sturen, is gewoon informatie nodig. Daarom mijn vragen. Wat is nodig om managementinformatie bij de landelijke en regionale recherche te genereren? Blijkbaar kan het wel bij de basisteams. Waarom dan niet ook bij de andere rechercheteams? Hoe snel kan dit? Wat wordt er nu aan gedaan? Welke regie pakt de minister? Waarom schrijft hij in de brief dat bijvoorbeeld die aanwijzingsbevoegdheid niet kan helpen? Is dit niet een thema waarop het een zeer geschikt middel zou zijn? Waarom reageert de minister ook zo kritisch op aanbevelingen van de Rekenkamer om meer inzicht mogelijk te maken, bijvoorbeeld door het uitsplitsen van de politiebegroting of het hanteren van de zogenaamde Crime Harm Index? Ik realiseer me goed dat geen enkele oplossing zaligmakend is, maar ik hoor nu vooral wat niet kan. Daarom: wat is het alternatief? Wat kan wél?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het resultaat van dit beleid is dat zeer ernstige misdrijven niet opgepakt worden. De Rekenkamer liet zien dat 10.000 misdrijven niet worden opgevolgd en dat daar zelfs door de minister en het Openbaar Ministerie geprioriteerde misdrijven bij zitten. Dat onderstreept het gebrek aan regie. Aan de voorkant kun je prioriteren, maar als informatie ontbreekt om te kunnen checken of afspraken ook worden nageleefd, dan zijn we helemaal nergens.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter, ik rond af. We zijn weer terug bij waar we begonnen: de behoefte aan grip om de effectieve besteding van middelen te kunnen controleren. Het is de taak van de minister om het zo vorm te geven dat de Kamer die controletaak ook daadwerkelijk kan uitoefenen. Dit kabinet geeft gelukkig vele miljoenen extra aan de politie. Dat is nodig, maar het laat ook zien: de politie heeft een heel belangrijke taak in onze strafrechtketen. Juist vanwege die belangrijke taak mogen we niet accepteren dat het gaat zoals het jaren ging. Dan verdwijnen extra miljoenen in een organisatie zonder voldoende inzicht in resultaten, sturing en regie. Juist daarom vraag ik de minister om dit met urgentie op te pakken. Want zonder grip geen verantwoording en zonder verantwoording geen goed bestuur.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Tot zover.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan zie ik dat er ook verder geen interrupties zijn. Dank, mevrouw Straatman, voor uw inbreng. Na kort overleg met de personen aan mijn rechterzijde heb ik besloten om niet alleen over te gaan tot schorsing voor de eerste termijn van de minister en staatssecretaris, maar ook gelijk tot de dinerpauze. Ik rond &#x27;m een beetje af, gewoon voor het pure gemak. Om 19.30 uur zou ik iedereen graag weer terug willen zien.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De vergadering wordt van 18.26 uur tot 19.31 uur geschorst.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Aan iedereen, ik zou graag … Als ik de aandacht mag, zou ik graag verder willen gaan met de termijn van het kabinet. Ik heb begrepen dat minister Van Weel als eerste het woord neemt voor de eerste termijn van de zijde van het kabinet.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik zal blijven. Dank aan de Kamerleden voor hun inbreng in eerste termijn. Ik denk dat de diversiteit aan vragen en stukken wel aangeeft hoe groot en urgent de opgaven zijn waar we voor staan. 2025 stond voor mijn ministerie in het teken van een veranderd veiligheidsbeeld. Internationale spanningen, digitalisering en de verwevenheid van online en offline criminaliteit hebben geleid tot nieuwe veiligheidsuitdagingen. Daarom richt onze inzet zich op drie hoofdlijnen: het versterken van de nationale veiligheid en maatschappelijke weerbaarheid, het bestrijden van georganiseerde criminaliteit en het versterken van de veiligheidsketen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Op het terrein van nationale veiligheid zijn belangrijke stappen gezet. Zo hebben we verder gewerkt aan de versterking van het taakveld bewaken en beveiligen, aan wetgeving voor cyberbeveiliging en de bescherming van vitale infrastructuur en aan verdere crisisvoorbereiding. Daarnaast hebben we medio 2025, we zouden het bijna vergeten, de NAVO-top gehost. Ook hebben we stappen gezet om de maatschappelijke weerbaarheid te versterken, onder andere via de breed uitgerolde Denk vooruit-campagne, die nu zijn tweede flight in gaat.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Vorige maand heb ik met de Kamer gesproken over de aanpak van terroristische en extremistische dreiging, specifiek over de investeringen in vroegsignalering van radicaliseringsprocessen, zowel online als offline. Tegelijkertijd heeft het kabinet ingezet op de uitbreiding van het juridisch instrumentarium. Zo is sinds 1 juli 2025 de Wet gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten in werking getreden. Bij de aanpak van de georganiseerde en ondermijnende criminaliteit blijven we inzetten op voorkomen, doorbreken, bestraffen en beschermen. Er zijn stappen gezet op het gebied van preventie, de aanpak van criminele geldstromen en internationale samenwerking. Tegelijkertijd zien we ook nu nog hoe criminelen zich voortdurend aanpassen en steeds vaker gebruik maken van digitale middelen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Algemene Rekenkamer laat in haar verantwoordingsonderzoek zien waar het beter moet, maar ook waar vooruitgang is geboekt. De druk op de strafrechtketen — ik kom daar zo uitgebreid op terug — blijft groot, ook door capaciteitstekorten en oplopende werkvoorraden. De opmerkingen van de Rekenkamer nemen wij serieus. Ik zal zo dieper ingaan op hoe serieus ik die neem. Ook op het terrein van de foute tenaamstellingen zijn belangrijke stappen gezet. De staatssecretaris zal de Kamer daar verder over inlichten. De Rekenkamer constateert dat de eerdere ernstige onvolkomenheid is afgeschaald.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het afgelopen jaar is opnieuw veel gevraagd van onze politiemensen en alle andere professionals in de veiligheidsketen. Ze werken dagelijks onder hoge druk aan de veiligheid van Nederland. Daar spreek ik mijn grote waardering voor uit. De opgaven waarvoor wij staan, blijven groot en veranderen voortdurend. Dat vraagt om onze blijvende inzet, samenwerking en investeringen in een sterke en weerbare rechtsstaat.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Na deze inleiding, voorzitter, heb ik een aantal blokjes. Ik begin met de strafrechtketen, daarna het blokje politie, daarna een korter blokje afpakken, een eveneens korter blokje preventie met gezag, een nog korter blokje nationale veiligheidsstrategie en dan nog het grotere blokje overig.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Laat ik beginnen bij de strafrechtketen. Ik zal u zeggen dat het mij een doorn in het oog is dat wij van een onvolkomenheid naar een ernstige onvolkomenheid zijn gegaan, met zelfs de dreiging van een formeel bezwaar. Dat moet echt anders. Daarvoor zijn de staatssecretaris en ik tot op het bot gemotiveerd. Daarom hebben wij deze week aan de Kamer gezegd dat wij het plan voor een deltaplan, zoals genoemd door mevrouw Mutluer, omarmen, dat wij het roer willen omgooien en dat wij doorbraken willen forceren in die keten. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Wij hebben de afgelopen jaren gezien dat met de inspanningen en de goodwill die er echt zijn bij alle ketenpartners, het ontzettend moeilijk is om met het stellen van targets automatisch een verbetering te bewerkstelligen. Er moet dus meer gebeuren en de vraag is: hoe en op welke manier?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dat is waarom we een aantal sporen hebben uitgezet. Eén: we nemen de kritiek ter harte dat we niet smart genoeg zijn in onze doelstellingen. Los van algemene formuleringen als &quot;dit moet beter&quot; en &quot;hier willen we vooruitgang zien&quot;, gaan we die doelstellingen echt smartificeren, zodat we weten wat we willen, maar ook weten wat we halen en wat we niet halen, en hoe we dat niet halen. Ik wil ook beter inzicht hebben in de hele keten. Dat is op dit moment lastig. Iets begint met een melding of een aangifte, maar uiteindelijk wordt het al dan niet een zaak, belandt het in een rechtszaak en mogelijk bij de DJI of bij de reclassering. Het is heel moeilijk om door al die verschillende systemen heen één zaak van melding tot uiteindelijk uitstroom te kunnen volgen. Dat maakt het zo moeilijk om inzicht te krijgen in waar de bottlenecks in de verschillende ketens zitten. Dat hebben we nu met een doorbraak eindelijk weten te bereiken bij jeugd, waar het CJIB in staat is geweest om over die hordes van gegevensbescherming heen te kunnen kijken en een dashboard te creëren waar je nu daadwerkelijk één zaak van begin tot eind kunt volgen. Uiteindelijk kun je dan ook zien waar een zaak blijft hangen, waar in de overdracht van politie naar OM, naar rechtspraak, naar DJI, naar reclassering de bottleneck zit, op welke zaakstroom. We hebben het CJIB gevraagd om, nu ze dit voor jeugd hebben gedaan, dit ook uit te breiden naar zeden en naar de andere zaakstromen, zodat we voor het eerst een integraal beeld hebben en daardoor beter de knelpunten kunnen vinden.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Maar er is meer nodig. Dat is waarom we TNO hebben gevraagd om te kijken waar de knelpunten in het systeem van de hele strafrechtketen zitten. We hebben ook bij de Rekenkamer gemeld dat we dat willen doen en die steunt die aanpak. Dat vraagt echt een grondige analyse van de hele keten, waarbij ketenpartners input zullen geven en TNO zelf zal kijken naar de samenhang en samenwerking tussen de verschillende organisaties. Op basis daarvan gaan we kijken waar de draaiknoppen zitten. Daarbij schuwen we creatieve oplossingen niet. In het coalitieakkoord werd gesproken voer politiebeschikkingen. Dat is een van de mogelijkheden om te zeggen dat je voor bepaalde zaakstromen bijvoorbeeld veel eerder een exit kunt hebben uit die keten, daardoor een overdrachtspunt mist en daardoor de keten minder belast. We hebben de strafbeschikkingen gezien. In het afgelopen jaar kwamen er terecht kritische vragen uit de Kamer en ook vanuit instanties, maar inmiddels hebben we het rapport van de procureur-generaal van de Hoge Raad binnen. Die vertelt dat strafbeschikking daadwerkelijk heeft geleid tot een ontlasting van de keten, maar dat naar zijn mening ook recht is gedaan aan zowel het recht als ook aan de slachtoffers.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik zag een interruptie voorbijkomen. Ik had het net moeten melden, maar ik wil eigenlijk vragen om de interrupties aan het einde van elke blokje te doen. We maken even het blokje af. Daarna is er ruimte voor interrupties. Gaat u verder, minister.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dat brengt mij bij het blokje over de aanwijzingsbevoegdheid, die er al dan niet in zit. Als ik nu zou weten welke aanwijzing ik moet geven om de keten in beweging te brengen, zou ik er nu voor tekenen. Er zit bij mij geen enkele institutionele terughoudendheid, zeker waar het gaat om de algemene, dus meer bedrijfsmatig en beheersmatig gerichte aanwijzingsbevoegdheid. Bij een specifieke aanwijzingsbevoegdheid vind ik dat nog wat anders. Maar ik moet wél weten dat het werkt. Op dit moment heb ik niet het inzicht in die draaiknop, waarvan ik kan zeggen: die zet ik nu om en dan gaat de hele keten lopen. Als ik spreek met alle ketenpartners, merk ik dat het niet in de onwil zit. Iedereen vindt dit enorm frustrerend. Iedere ketenpartner zou het liefste willen dat we een vloeiende keten hebben en dat we niet uit de tijd lopen met zaken. Dat noopt mij ertoe om, voordat ik enige aanwijzingsbevoegdheid geef, de tijd te nemen om te wachten op het TNO-onderzoek en om rond de tafel te gaan zitten met de ketenpartners. De staatssecretaris en ik beginnen daar over anderhalve week mee. We willen in hele kleine kring een aantal uren met de hoofdspelers met de benen op tafel gaan zitten om open te ventileren wat we van onszelf vinden dat er niet goed gaat en wat we vinden dat er van de ander niet goed gaat. Daar moet alle ruimte voor zijn. Dan creëren we gezamenlijk een sfeer waarin we dat gaan oplossen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Faber vroeg naar de informatiesystemen. Zoals ik net zei, is dat echt een uitdaging. Dat geldt ook voor gegevensdeling, want je mag niet zomaar tussen de partners al die gegevens over individuele zaken in één dasboard, of in één systeem zetten. Daarom ben ik zo blij met de doorbraak die nu gecreëerd is door het CJIB, waarin ze voor de jeugdzaakstroom wel in staat zijn geweest om die geaggregeerde informatie over de aantallen en de looptijd in de diverse delen van de keten op een rijtje te zetten. Dat is nou precies de informatie die je wilt hebben om te kunnen sturen. Je hoeft niet hele dossiers uit te wisselen. Het gaat erom dat je globaal ziet hoelang zo&#x27;n jeugdzaak eigenlijk bij het OM ligt voordat die naar de rechtszaak gaat. Hoelang duurt het voordat die dan op zitting komt? Wat gebeurt er verder mee? Dat basale inzicht missen we op dit moment, omdat er nog te veel in silo&#x27;s wordt gewerkt. De informatiesystemen hoeven dus niet per se allemaal opnieuw, maar hopelijk krijgen we met hulp van het CJIB wel beter inzicht.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan nog de vraag of ik deel dat het strafrecht in de eerste plaats de samenleving moet beschermen en normeren. Ja, beschermen en normeren zijn twee van de doelen van het strafrecht, maar een ander doel is natuurlijk vergelding. Ook dat is nadrukkelijk onderdeel van ons strafrechtstelsel.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Ik kan het nog op verschillende manieren voorlezen, maar eigenlijk was dit mijn verhaal over hoe om te gaan met de ernstige onvolkomenheden.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan kijk ik even rond. Ik zou mevrouw Faber dan als eerste het woord willen geven voor een interruptie.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Faber (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik heb er natuurlijk een paar, want ik moest ze allemaal opsparen. Maar goed, ik zal proberen om het zo kort mogelijk te doen. De minister geeft aan dat het heel moeilijk is om een zaak te volgen over de hele keten heen. Dan lijkt het erop dat die systemen niet op elkaar aansluiten. Ik bedoel daarmee dat ik mij kan voorstellen dat je bij de politie een zaak opneemt, dat die zaak doorgaat naar het OM en dat die zaak van het ene automatiseringssysteem naar het andere automatiseringssysteem moet gaan. Het lijkt erop dat dat op de een of andere manier niet aansluit. Daarom is het ook zo belangrijk dat die tijden tussen de schakels bekend worden. Ik heb namelijk het vermoeden dat het in het IT-systeem zit. Vervolgens hebben ze weer een aansluiting nodig om een zaak van het OM naar de rechtbank te krijgen. Hoe zit het dus systeemtechnisch met die interfaces? We hebben het elke keer over de capaciteit. Ook de Rekenkamer zegt dat het niet alleen met de capaciteit te maken heeft, maar ook met de informatie-uitwisseling. Daar zou ik dus graag een reactie op krijgen van de minister.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan heeft de minister het over de politiestrafbeschikkingen. Ik heb er eigenlijk wel wat moeite mee. Als de politie een aangifte opneemt, gaat die vervolgens door naar het OM. Het OM beslist dan wat ze er verder mee gaan doen. Dat lijkt mij een taak van het OM. Ik ga nu een opmerking plaatsen die ik niet negatief bedoel. Als er bijvoorbeeld een bekeuring wordt gegeven, gaat die door naar het OM. Er worden heel vaak bekeuringen afgewezen omdat de beschrijving niet volledig is of omdat er fouten in staan. Als je die beschikkingen dus naar een lager niveau gaat leggen, is dat wel of niet handig. Je krijgt dan een waterbedeffect, want je gaat dan het werk verleggen naar de politie, die ook al overbelast is. Ik weet dus niet of dat zo handig is.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan heeft de minister het over zijn aanwijzingsbevoegdheid. In mijn woorden zegt hij dat hij er niet wars van is om die te gebruiken, maar hij wil dan wel weten of het werkt. Dat geeft dus ook al aan dat het totaal niet inzichtelijk is hoe het met die hele doorstroming zit. In feite kan ik dat al wel destilleren uit het eigen antwoord van de minister. Ik denk dus dat het cruciaal is dat die systemen … Ik denk tenminste dat die systemen niet op elkaar zijn aangesloten, ook qua automatisering. Graag een reactie van de minister.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Klopt. De systemen sluiten niet automatisch op elkaar aan. Daar zit niet de reden voor de vertraging. Zaken worden aangedragen door de politie bij het OM en vinden daar echt hun weg in de systemen van het OM. Het probleem is dat je … Wat er nu ontbreekt, is de geaggregeerde informatie die je nodig hebt om te kunnen kijken waar het in de keten vastzit. Dat gaat dus niet om een individuele zaak. Het gaat ook niet om de tijd die het kost om zaken bij het OM op te pakken; het gaat om de informatie over hoelang een zaak bij het OM ligt voordat die wordt opgepakt. Als die wordt opgepakt, hoelang duurt het dan voordat die op zitting verschijnt? En als die wordt aangemeld bij de Raad voor de rechtspraak, hoelang duurt het dan voordat de eerste zittingsdatum is? Dat is het soort informatie voor de verschillende zaakstromen dat we op dit moment niet hebben, omdat we dat niet eenduidig uit de systemen naar boven kunnen trekken.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het probleem zit &#x27;m dus niet in al die systemen aan elkaar verbinden; het probleem zit &#x27;m in de goede informatie uit al die systemen halen om daar een dashboard van te kunnen maken. Dan weet ik — &quot;weten wij&quot;, moet ik zeggen — waar we moeten sturen. Als we dan zien dat zedenzaken voornamelijk blijven liggen bij de Raad voor de rechtspraak, dan geeft dat aanknopingspunten voor welke prioriteiten we daarin kunnen stellen en hoe we dan, desnoods wel met aanwijzingen, gaan zorgen dat we die knelpunten oplossen. Maar op dit moment heb ik dus niet eens een goed beeld van de knelpunten. Ik weet niet altijd waar het blijft hangen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Nog één vraag die daarop doorgaat, denk ik, mevrouw Faber?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Faber (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ja. De minister geeft aan dat het er niet om gaat dat de individuele zaken niet inzichtelijk zijn. Dat vind ik een beetje vreemd. Een persoon doorloopt in feite die hele strafketen, even plat gezegd. Je hebt een aangifte, een rechtbank enzovoort. Dat hoef ik allemaal niet uit te leggen. Je zal, denk ik, toch moeten kijken naar de personen. Daar ga je ook de gemiddeldes van uitrekenen. Je zal toch de personen … Je gaat dan niet zeggen &quot;het is Pietje&quot;, maar dan heb je een nummer of iets dergelijks. Je kan in beeld brengen hoe individuele zaken de strafketen doorlopen. Die kan je ook labelen aan het soort misdrijf of delict waar diegene van verdacht wordt. Dat lijkt me allemaal geen rocket science; volgens mij zou dat best uit te voeren moeten zijn. Je zal, denk ik, toch terug moeten gaan naar het individuele niveau voordat je het abstracte niveau kan bepalen. Of zie ik dat verkeerd?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Nee, het is geen rocket science, maar dat is wel precies wat er moet gebeuren. Dat moet je op een manier doen die wel in lijn is met de privacywetgeving en de gegevensdeling die mogelijk is. Je moet het dus aggregeren. Maar het is precies dát. Nummer 842 begint bij de politie, en die zaak eindigt uiteindelijk in een hoger beroep. Dat hoeft trouwens niet altijd een persoon te zijn; dat kan ook gewoon een zaak zijn. Maar er moet iets zijn waarmee je een uniek kenmerk aan het begin hebt dat doorloopt tot het einde, en dat is er nu niet. In die zin is dat onderdeel van het inzicht dat het CJIB ons nu geeft voor de jeugd. Hopelijk kunnen we die doorbraak ook toepassen op de rest.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Uw andere vraag ging over de politiebeschikking. Wij zijn nu aan het verkennen waar de OM-strafbeschikking bij bepaalde zaken een verlichting geeft voor de keten, en in hoeverre je voor bepaalde delicten — dan heb je het over hele simpele delicten, waar echt geen twijfel over mogelijk kan zijn — ook de politie in staat moet stellen om de zaak af te handelen. Dat levert niet zozeer een belasting op, net zoals een bekeuring afgeven geen belasting oplevert. Het betekent wel dat je een zaak niet helemaal in het systeem hoeft te brengen, hoeft uit te werken tot een aangifte, en dan vervolgens hoeft door te geven aan het OM, om daar vervolgens de werklast neer te leggen. Het idee is om dat echt voor vrij simpele vergrijpen te doen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Een afrondende vraag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Faber (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik zal &#x27;m heel kort stellen. Dan verleg je natuurlijk wel … Kijk, nu is het zo dat het OM de bevoegdheid heeft om wel of niet te vervolgen. De politie moet handhaven. Dan krijg je wel een soort functievermenging. Dat begint altijd met lichte zaken. Dan heb je wel het risico dat het in de toekomst ook zwaardere zaken gaan worden. Is zo&#x27;n vermenging van functies wel gewenst?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De politie kan nu ook al bekeuringen uitdelen voor verkeersvergrijpen, om maar wat te noemen. Je kunt daar uiteindelijk, als je wilt, tegen in beroep gaan. Die mogelijkheid zul je bij een politiebeschikking ook op de een of andere manier moeten hebben. Je zult dat niet helemaal kunnen afsluiten, maar dat is precies waar we naar gaan kijken. Het is zeker niet de bedoeling om daar iets kruipends van te maken, zoals we dat ook met een strafbeschikking niet doen. Het OM kijkt elke keer naar elke zaak of dat werkt, of dat inderdaad ontlast en of dat nog steeds recht doet. Zolang het antwoord daarop ja is, denk ik dat het een goed middel is om die keten te ontlasten. Dat zal namelijk niet alleen maar kunnen door de capaciteit in die keten groter te maken.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan kijk ik even naar … De volgorde is me een beetje onbekend. Als jullie het goed vinden, ga ik nu gewoon even zo de volgorde af. Is dat oké? Ja.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Straatman (CDA):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mijn vraag gaat ook over die aanwijzingsbevoegdheid. Als ik de brief lees, dan zie ik dat daar inderdaad letterlijk in staat wat de minister zojuist ook zegt: de huidige omstandigheden geven geen aanleiding om die aanwijzing nu te overwegen. De minister zegt ook dat er nog onvoldoende zichtbaar is aan welke knoppen hij dan moet draaien. Tegelijkertijd hoor ik ook dat dat dashboard er moet komen. Is dat niet de knop waar we nu met alle urgentie aan moeten draaien? Waarom is het niet mogelijk om die aanwijzingsbevoegdheid daarin te zetten? Of is dat niet nodig en komt die er met de wiedeweerga? Kan de minister dan iets meer zeggen over tijdlijnen en over hoelang het duurt om niet alleen op jeugd, maar ook op de andere zaakstromen met zo&#x27;n dashboard te komen? In coronatijd kon het best snel. Waar moeten we rekening mee houden?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De doorbraak op jeugd is er nu. Ik heb daarom goede hoop dat we dat nu ook breder kunnen toepassen op de zaakstromen. Ik kan daar nog geen tijd aan hangen op dit moment. De brief is van gisteren. We gaan daar echt allemaal aan werken. Ik heb ook verteld dat we gaan smartificeren, dus dat we alle doelstellingen gaan uitwerken. Ik zie niet de noodzaak om nu de aanwijzingsbevoegdheid voor het dashboard te gebruiken, om het zo maar te zeggen, omdat ik zie dat er nu beweging in zit en dat er geen tegenwerking is. Dat is het natuurlijk ook. We willen dit uiteindelijk natuurlijk gewoon gezamenlijk, in harmonie, verder brengen. Een aanwijzingsbevoegdheid is ervoor bedoeld om het verder te brengen als er ofwel een partner dwars zou liggen ofwel omdat ze denken: we komen er niet uit als u ons niet helpt. Dan is de constructieve inzet van zo&#x27;n aanwijzingsbevoegdheid nuttig, maar voor dit doel is dat nu niet nodig.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Straatman (CDA):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ergens begrijp ik wat de minister zegt. Aan de andere kant kijk ik, als nieuw Kamerlid, ook terug, lees ik de brieven terug en zie ik dat hier al jaren over wordt gesproken. In alle eerlijkheid is het creëren van een dashboard, in een tijd waarin data in overvloed aanwezig is, nu ook niet helemaal de rocketscience-oplossing waar net over werd gesproken. Het klinkt vrij evident dat zo&#x27;n dashboard er moet komen. Als de Rekenkamer zegt dat ze een bepaalde vorm van urgentie missen, dan vraag ik me af aan welke knoppen we moeten draaien om die urgentie en zo&#x27;n dashboard er zo snel mogelijk te krijgen? Ik vraag aan de minister of hij nog kan reflecteren op dat punt van de Rekenkamer, die zegt dat er veel gebeurt, maar dat het onvoldoende urgent is.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Wij hebben niet voor niets de term &quot;deltaplan&quot; overgenomen. We denken inderdaad dat dat wel de urgentie weergeeft die nodig is om nu die doorbaak te creëren, die de afgelopen jaren niet gelukt is. Ik heb zelf, ook in de vorige kabinetsperiode, met het eerste Rekenkameronderzoek met de onvolkomenheden rond de tafel gezeten. We hebben daar ambities neergelegd. Daar zeg ik nu van: daar is onvoldoende van terechtgekomen. De Rekenkamer constateert dat ook. Het besef dat dit anders en met meer urgentie moet, is er bij mij zeker, maar ook bij de ketenpartners. Zij zien ook dat dit leidt tot een bezwaar als we nu niet het roer om kunnen gooien, als we daar niet in slagen de komende jaren. Daar zit echt niemand op te wachten, ook de Rekenkamer niet overigens.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Mathlouti (D66):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik wil toch nog even iets vragen ten aanzien van het dashboard. U gaf terecht aan dat we natuurlijk voorzichtig moeten zijn met gegevensdeling en we daarin de wet moeten respecteren. Ik heb even een checkvraag. Gegevensdeling hoeft natuurlijk niet plaats te vinden op het niveau van personen of dossiers. Dat kan natuurlijk ook een abstractieniveau hoger. Dan zou er natuurlijk veel mogelijk moeten zijn. Ik ben benieuwd hoe de minister daarnaar kijkt. Ergens snap ik zijn opmerking dat hij er nog geen tijd aan wil hangen, maar kunnen we wel een momentum met elkaar afspreken waarin we in ieder geval een stand van zaken met elkaar bespreken? Kan u ons dan in ieder geval meenemen in waar we staan, waar we nog tegenaan lopen en welke dilemma&#x27;s er zijn? Het zou mooi zijn als we dan een werkend dashboard hebben, maar neem ons er ook vooral in mee als dat er om bepaalde redenen nog niet is. Dat was het wat betreft het dashboard.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan kijk ik de voorzitter even aan. Mag ik ook gelijk een tweede punt maken? Ja. Ik hoorde de minister iets eerder ook zeggen dat hij in gesprek gaat met de hoofdrolspelers in de keten. Even ter check: is dat naar aanleiding van mijn opmerking of eigenlijk vraag hoe we verschillende perspectieven in de keten bij elkaar kunnen brengen? Klopt dat? En op welke termijn zou dat voor het eerst gebeuren? Neem ons ook daarin mee, zou ik zeggen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Die laatste kan ik heel concreet maken. Dat is 8 juli. Ik ga u niet de locatie geven. We hebben er bewust gekozen voor om dat met de kernhoofdrolspelers te doen, dus we doen dat met het OM, de Raad voor de rechtspraak en de politie. Dat is toch de kernclub. Maar dat doen we ook om nou juist in die kleine setting hopelijk de openheid te creëren waarin we elkaar de nieren kunnen proeven en ook de waarheid kunnen vertellen zoals wij die zien. Dat is de eerste stap. Onder leiding van TNO zullen we kort na de zomer meerdere sessies hebben om de systeemanalyse die zij gaan maken, van de grond te krijgen. Daar zullen natuurlijk alle partners van het brede ketenberaad bij aanwezig zijn.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Mathlouti (D66):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik doe dan echt de oproep: neem ons mee. Ik ga niet flauw vragen om een rapportage om de zoveel tijd of wat dan ook, maar neem ons in alle redelijkheid ook gewoon mee, om hier met elkaar ook het gesprek nader daarover te voeren.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ja. Dat leidt me tot uw eerste punt over het dashboard. We denken dat de verkenning voor een dashboard over jeugd, zeden en veelvoorkomende criminaliteit voor het einde van dit jaar gereed kan zijn. In de factsheet strafrechtketenmonitor, die we in het najaar sturen, zullen we u in ieder geval de eerste informatie kunnen geven uit de jeugdstroom, en hopelijk ook een update over wanneer naar verwachting de rest rond is. Dat wordt uw eerste rapportagepunt.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Ellian (VVD):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dit is natuurlijk niet de eerste keer dat we hierover spreken. In alle eerlijkheid, ik wil … Want ik ben blij met het enthousiasme en de motivatie die ik proef bij de minister, maar echt nieuwe dingen hoor ik toch niet. Ik hoor niets wat de Kamer ook niet allang gevraagd heeft. Maar goed, het is een keer oude koeien uit de sloot halen. Ik hoorde de minister zeggen: ik ga er nu mee aan de slag en ik wil die oplossingen. Wat dan wel nog ontbreekt, is dat ketenoverstijgende denken. Ik begrijp wat de minister zegt. Hij wil het dashboard op een hoger aggregatieniveau, zodat je kan identificeren waar het vastloopt en je daarop kan bijsturen. Ik beluister dat de minister tussen de regels ook zegt: als het moet, dan kan ik dat ook wel stevig doen. Maar waar ik, met vele collega&#x27;s eigenlijk, het afgelopen jaar naar heb gezocht, is: waarom lukt het nou niet om boven de partijen uit, dus boven de ketenpartners uit, doelstellingen te formuleren? De eerlijkheid gebiedt gewoon te zeggen dat de een niet het belang heeft van de ander. De politie krijgt een bak geld, de rest niet. Het OM heeft gigantische ICT-problemen. DJI heeft gigantische celproblemen. De rechtspraak had voorheen een tekort aan zittingszalen. Dat raakt elkaar allemaal, dus wil de minister, in lijn met wat de Rekenkamer meerdere keren heeft gezegd, toch kijken hoe je dat ketenoverstijgende denken, op doelstellingen, op KPI&#x27;s, op resultaten, kan bevorderen?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik snap de frustratie vanuit uw langjarig rapporteurschap. Die begin ik na twee jaar inmiddels ook te krijgen, maar het enthousiasme is ook oprecht, omdat ik nu wel zie dat er aanknopingspunten zijn om dat inzicht te creëren. Dat is één. Zonder inzicht weten we namelijk niks en komen we ook nergens. Twee. Er is nu draagvlak voor het smartificeren van de doelstellingen. Ik kan me van de vorige ronde herinneren dat het heel moeilijk was om dat voor elkaar te krijgen, ook vanwege de autonome posities van de diverse organen. Maar ik merk die weerstand daar nu niet. In die zin denk ik dat we onder een gunstiger gesternte staan. Maar nogmaals, rekent u ons er vooral op af.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Ellian (VVD):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Sorry, voorzitter. Ik moet lachen. Het woord &quot;smartificeren&quot; ken ik gewoon niet. Dan moet ik aan Smarties denken. Kinderen eten graag Smarties, maar dat terzijde. Het is fijn om te zien dat de minister de urgentie voelt. Ik denk dat de Kamer, en overigens ook de samenleving, daar heel duidelijk om vragen. Ik zou de minister twee dingen willen meegeven. Ik doe dat aan de hand van één voorbeeld, dat de minister zal aanspreken. Dat is de meestgezochte man. Ik hoor de minister daar wekelijks hele goede dingen over zeggen. Ik heb ook weleens eerder gezegd — ik weet niet of het met deze minister was of met de vorige — dat ik denk dat de hele keten ook kan leren van iets als Marengo. Dat leidt tot allerlei consequenties tot en met, helaas, Defensie en de gemeente Amsterdam aan toe. Wat bedoel ik met ketenoverstijgend? De minister heeft bijvoorbeeld als doelstelling dat hij de meestgezochte crimineel, Bolle Jos Leijdekkers, wil hebben. Maar wat betekent dat dan voor iedereen in de keten? Hoe gaan we dat dan doen? En wie heeft een probleem zodat daarover tijdig aan de Kamer kan worden gerapporteerd? Misschien moet er wel worden bijgestuurd. Dat bedoelde ik in mijn inbreng met wat er gebeurt als je vijf samenwerkingsverbanden ontmantelt. Dat heeft bepaalde gevolgen voor grote zittingen. Volgens mij past het bij deze minister om dat soort grotere doelstellingen te formuleren. Nu is het een doelstelling van politie en OM, maar er komt veel meer kijken bij het ontmantelen van zo&#x27;n netwerk. Dat moet je in de gehele keten doen. Als een tiental gemeenten een piek in jeugdcriminaliteit heeft vanwege de demografische samenstelling van die gemeenten, weet je dat daar meer aanhoudingen en meer zittingen gaan komen, en dat meer capaciteit in jeugddetentie nodig is. Dat is de manier van denken die ik zoek, waardoor je uiteindelijk sterker bent dan, zoals de minister vaak zegt, die goedgeorganiseerde multinationals, wat die criminele organisaties uiteindelijk zijn.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ja. Het is iets complexer dan dat. U hebt het nu over een uniek csv en dat vereist een aanpak. Geloof me, op het moment dat de beste man in Freetown op het vliegtuig wordt gezet, zorgen we dat die keten op orde is en dat hij hier van harte welkom blijft.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het gaat hier over honderdduizenden zaken van meldingen — we komen daar zo nog over te spreken bij het rapport van de Algemene Rekenkamer over opsporing — die al dan niet ergens door de keten heengaan om uiteindelijk DJI en reclassering te bereiken. Het is heel moeilijk om dat zo specifiek te doen. Wat je wel wilt doen, is sturen op de doorlooptijden. En je wilt inzicht hebben in de knelpunten van het systeem. Als je merkt dat voor jeugd de zittingscapaciteit een probleem is, hebben we aanknopingspunten om iets aan de capaciteit te gaan doen. Of we moeten de zaakstromen gaan herprioriteren om te zorgen dat we het been kunnen bijtrekken. Dat is het soort inzicht in de keten dat we nu niet hebben en dat we hopelijk zo meteen wel hebben, zodat we juist boven die keten uit de verschillende knelpunten kunnen zien en kunnen adresseren. Het knelpunt van DJI is een langjarige, maar daarover wil ik zeker niet het gras voor de voeten van de staatssecretaris wegmaaien.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan kijk ik nog even rond. Ik zet de pet van voorzitter even af en heb nog een paar vragen die voor mijn gevoel nog niet helemaal beantwoord zijn.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Als we het over 8 juli en een dashboard hebben, word ik daar in ieder geval blij van, want dat geeft perspectief en straks hopelijk ook genoeg kaders. Zeker als we dat dan smartificeren, om dat begrip maar even over te nemen. Een van de vragen die ik had, is of het mogelijk is om daarin gelijk dezelfde prioriteiten met elkaar af te stemmen. We zien nu dat er verschillende prioriteiten zijn. OM zegt iets anders dan bijvoorbeeld de politie. Dat is even een vraag die nog openstond.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Als we het hebben over de aangifte en het uiteindelijk oppakken van iemand, haal ik aan dat een op vier aangiftes leidt tot het aanhouden van een verdachte. Als je dit projecteert op het bedrijfsleven — ik gaf een paar voorbeelden in mijn spreektekst — zouden we dat niet acceptabel vinden. Ik ben zoekende en ben benieuwd welke consequenties we verbinden aan mooie concrete en smart afspraken die niet gehaald worden. Waar zit dan de consequentie en hoe zou die eruitzien?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dat laatste weet ik nog niet. Als die consequentie verwijtbaar is, gaan we daar actie op ondernemen. Als die consequentie komt door capaciteitstekort, is dat een vraagstuk waar we voor staan. Het hangt dus een beetje af van de reden waarom we het niet gehaald hebben. Op dit moment weten we dat niet, omdat we het inzicht niet eens hebben. Politie en OM werken nu aan een nieuw selectiviteits- en opportuniteitskader om in ieder geval in dat deel van de keten die eenduidigheid te hebben, zodat datgene waarop de politie de opsporingscapaciteit inzet in lijn is met datgene waarvan het OM zegt dat daar de prioriteiten voor opsporing liggen. Het is, denk ik, een begin om in ieder geval die twee partners op elkaar te binden. Uiteindelijk wil je dat natuurlijk voor de hele keten hebben.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Tot slot. Als we worden meegenomen in de voortgang, is het dan mogelijk dat dit onderdeel is van het gesprek op 8 juli maar ook van een terugkoppeling waarin we zien wat de prioriteitenagenda is, ook als het gaat om de eenduidigheid daarin?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ja. Laat ik dat dan als bruggetje gebruiken naar het rapport van de Algemene Rekenkamer over opsporing. Daar komen namelijk een aantal van dit soort zaken aan te pas. Laat ik vooropstellen dat ik weliswaar best kritische kanttekeningen heb geplaatst bij dat rapport, maar dat dat niet wegneemt dat ik de Rekenkamer dankbaar ben voor het rapport dat ze hebben geschreven. Er staan ontzettend veel zaken in die we absoluut ter harte gaan nemen en waar we echt meer inzicht in willen hebben. Dat kan gaan over politiebegroting, een traject waar ik met uw Kamer al een tijdje mee bezig ben, om te bekijken hoe we het inzicht voor u kunnen vergroten op een manier die u meer inzicht geeft en tegelijkertijd de burgemeesters, namelijk de gezagen, van mijn nek houdt omdat ze zich niet beknot willen voelen in waar zij zelf de prioriteiten leggen als gezag in de inzet van de middelen. Ik ga over het beheer van de middelen, dus wat de politie kan. Wat de politie uiteindelijk doet, is aan de gezagen. Dat is het systeem waar we voor gekozen hebben. Het heeft absoluut nadelen, ook waar het gaat om centrale sturing, maar het heeft ook voordelen, want het betekent ook dat het lokale gezag bijvoorbeeld kan inspelen op lokale trends die zichtbaar zijn in criminaliteit. De heer Ellian had het net over bepaalde wijken waar je een toename kunt zien in jeugdcriminaliteit. Een burgemeester is nu vrij om zijn politiecapaciteit te richten op datgene wat nodig is.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dat is misschien een beetje waar mijn kritiek op dat rapport wel overeind blijft staan. Als je bijvoorbeeld zo&#x27;n Crime Harm Index zou gebruiken, waarbij je vrij eendimensionaal zegt &quot;de meest ernstige vergrijpen, waar de hoogste gevangenisstraffen op staan, moeten altijd de maatstaf zijn voor waar je je capaciteit op inzet&quot;, geef je de facto een vrijbrief voor een heleboel zaken waarvan wij absoluut niet vinden dat die onbestraft zouden moeten blijven of dat die geen aandacht zouden moeten krijgen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Daarnaast gaat het in het rapport van de Rekenkamer ook voor een heel groot deel over meldingen. Tja, als je een melding hebt, dus niet eens een aangifte, zonder enig aanknopingspunt voor de opsporing — je hebt dus niet eens een begin van een dader of wat dan ook in beeld — gaat de politie daar natuurlijk haar recherchecapaciteit niet op inzetten. In meer dan de helft van de gevallen die genoemd worden, is dat het geval.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dat zijn een paar kanttekeningen die ik toch wel wil plaatsen, omdat het in die zin niet allemaal centraal te sturen is. Dat is nou eenmaal hoe we het systeem niet hebben ingericht. Ik zie daar echt de schoonheid van. Ik kom in gemeentes en zie hoe burgemeesters bezig zijn met lokaal veiligheid te creëren voor hun mensen. Dat moeten ze kunnen doen op een manier die past bij bijvoorbeeld Breda maar misschien niet Zoetermeer. Dat is goed. Tegelijkertijd hebben we hier wel de behoefte om te weten waar we de euro&#x27;s die we uitgeven, eigenlijk aan uitgeven en wat we ervoor terugzien. Dat is hoe ik dit rapport lees. Met een uitgebreidere bestuursreactie kom ik natuurlijk nog op een later moment.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan geef ik eerst het woord aan de heer Mathlouti.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Mathlouti (D66):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik heb toch een vraag over het laatste punt, die Crime Harm Index. Bent u het met mij eens dat die juist wel een heel goed hulpmiddel kan zijn voor de politie? Het rapport las een beetje alsof die niet bruikbaar zou zijn, of een prima middel maar ook niet meer dan dat. Bent u het wel met mij eens dat die Crime Harm Index een heel goed hulpmiddel kan zijn voor de politie? Natuurlijk heeft de politie haar praktijkkennis en maakt op basis daarvan ook haar afwegingen in hoe ze haar middelen inzet. Maar als hulpmiddel lijkt het me heel nuttig.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het creëert een vorm van inzicht en in die zin is het nuttig. Maar als sturingsinstrument vind ik het te eendimensionaal. Er spelen echt veel meer factoren dan alleen maar de ernst van het delict. In algemene zin denk ik dat we allemaal, ook de politie … Daar waar er opsporingsaanknopingspunten zijn en er sprake is van ernstige zaken, zul je ook lokaal in die teams zitten. In de driehoek worden continu wegingen gemaakt door het OM met de politie over de recherchecapaciteit. Wij hebben dat inzicht centraal niet, maar natuurlijk wordt er continu gekeken wat de recherchecapaciteit is die ze hebben. Er gebeurt iets groots; dan wordt er een Team Grootschalige Opsporing ingesteld en dan gaat daar even de focus naartoe. Dan blijven er wellicht aangiftes liggen van woninginbraken of diefstallen. We hebben azc-protesten gehad waarbij strafbare feiten zijn begaan. Dan zie je dat in een aantal gemeentes in Oost-Nederland in een aantal eenheden nu veel effort wordt gestopt om de mensen op te sporen die daarbij strafbare feiten hebben gepleegd. Er zijn er echt tientallen aangehouden in de afgelopen weken voor dit soort vergrijpen. Er zit dus altijd een flexibiliteit in die je aan de voorkant moeilijk kunt voorzien en ook niet kunt aansturen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Mathlouti (D66):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank aan de minister voor zijn antwoord. Ik heb nog even een puntje over het inzichtelijk maken van de politiebegroting. Daar zei hij zojuist over dat hij er hard aan werkt. Ik weet niet of dat ook het antwoord was op mijn eerdere vraag; ik kijk hem aan.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ja.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Mathlouti (D66):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan ben ik echt benieuwd naar de termijn waarop we daar iets over terugkrijgen. Er ligt natuurlijk al een eerdere motie van D66 om de politiebegroting uit te splitsen. Ik ben ook gewoon benieuwd of dat kan en waar u tegen aanloopt. Uiteindelijk is het hogere doel gewoon het inzichtelijk maken van die begroting.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het splitsen van die begroting is moeilijk te verenigen met de scheiding tussen beheer en gezag zoals we die nu hebben. Dat zal ik u in alle eerlijkheid zeggen. Dat is ook tot nu toe de reden geweest waarom we dat niet hebben gedaan en waarom we hebben gezegd: we omarmen de motie in die zin dat we snappen dat u meer sturingsinformatie wil, maar bij het opsplitsen tast je de verhouding tussen gezag en beheer aan. Daar houden de regioburgemeesters mij ook scherp op. Die zeggen: wij zitten helemaal niet te wachten op geoormerkt geld per taak voor onze politie-eenheid; wij willen dat u op hoofdlijnen prioriteiten neerzet en dat u het geld eerlijk verdeelt over de eenheden, waarna wij daarbinnen op basis van die prioriteiten op hoofdlijnen de middelen kunnen inzetten zoals wij dat goeddunken. Dat principe zou ik niet willen kwijtraken bij het verder bieden van inzicht in de begroting.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Tot slot, meneer Mathlouti. Daarna komen mevrouw Straatman en mevrouw Faber.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Mathlouti (D66):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik ben het helemaal eens, hoor, met de minister. Alleen gaat de geest van de motie natuurlijk over de vraag waar we financieel op inzetten. Dat inzicht ontbreekt nu. Volgens mij is het ook in het belang van de politie dat wij als Kamer dat inzicht duidelijk hebben, omdat je dan het gesprek kan voeren over of iets genoeg is of niet. Nu is het toch een beetje nattevingerwerk, om het maar heel voorzichtig te zeggen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik denk echt dat we stappen hebben gemaakt. We hebben nu inzicht in hoeveel gebiedsgebonden politie er is en hoeveel recherchecapaciteit er is. Die inzichten zijn er dus. Die hadden we een aantal jaren geleden niet. Ik ben dus echt bezig met het licht aandoen in die kelder. We hebben ook flink schoon schip gemaakt — dat weet u ook — door in ieder geval alle tekorten die er bij de politie waren boven water te krijgen en ook een plan te hebben voor het financieel op orde brengen van de politie. Ik ben ontzettend blij met het extra geld uit het coalitieakkoord; dat betekent dat we dat ook duurzaam in kunnen zetten. Op een aantal zaken die wellicht niet heel erg regiogebonden zijn, willen we ook prioritair inzetten. Denk bijvoorbeeld aan online criminaliteit. Die verhoudt zich niet per se … Je kunt in Deventer het slachtoffer worden van online fraude, maar dat zijn waarschijnlijk duizenden andere mensen door het hele land ook. Dan is de vraag: waar pak je dat op? Daar ga je dus wel centraal meer op sturen. Er zijn andere zaken, zoals de vraag hoe je binnen je eenheid omgaat met je recherchecapaciteit, waar dat weer minder logisch is. Ik zie het echt als een gezamenlijke zoektocht. Ik neem ook graag uw wensen mee in de aanloop naar elke nieuwe politiebegroting, om te kijken of we daar stappen kunnen zetten.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Echt de allerlaatste.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Mathlouti (D66):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Volgens mij is er nog geen formele afdoening van die motie. Neem ons vooral mee waar u nu staat middels een brief of anderszins in reactie op die motie. Dat helpt ons ook om mee te denken naar de toekomst toe.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik zal even kijken wat een logisch moment daarvoor is. Het eerstvolgende halfjaarbericht politie is te kort bij; dat redden we niet meer. Maar het volgende dan zeker.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Straatman (CDA):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik denk dat de kern van het probleem binnen de begroting van de politie is dat het gewoon onbekend is hoe de politiecapaciteit of de opsporingscapaciteit wordt ingezet. Dat is ook wat de Rekenkamer zegt: de conclusies over die 10.000 zaken die niet opgepakt zijn, zijn gebaseerd op 25% van de recherchecapaciteit; al het overige is onbekend. Dat is omdat die basisteams blijkbaar wel systemen hebben die gewoon die managementinformatie uitspugen, om het zo maar te zeggen, maar de regionale en de landelijke rechercheteams niet. Mijn vraag is hoe dat kan en hoe we ervoor kunnen zorgen dat die informatiesystemen die er op basisteamniveau zijn, ook op regionaal en landelijk niveau beschikbaar zijn. Die infrastructuur is er blijkbaar wel binnen de organisatie. Ik denk dat dat de eerste stap is om überhaupt inzicht te krijgen en te kijken waar het goed gaat en waar het minder goed gaat.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het is niet zo dat er geen inzicht is of dat er niet gestuurd wordt. Regionaal zijn er sturingstafels, waar gekeken wordt waar we onze recherchecapaciteit op inzetten, wat het OM het meest opportuun acht — dat vertelde ik net — maar er zijn ook landelijke tafels waarbij de voortgang van opsporingsonderzoeken wordt besproken. Daar zijn de administraties en de managementsystemen ook op ingericht. Bij de eenheden is er dus wel degelijk zicht op de resultaten van de opsporingsonderzoeken. Voor het grootste deel van de zaken, zo&#x27;n 80%, is het goed mogelijk om inzicht te geven in de resultaten van het onderzoek en de relevante managementinformatie daarvoor op te leveren. Dat geldt zowel voor de districtsrecherche als voor de Dienst Regionale Recherche. De basisteams en de recherche werken nog wel in verschillende systemen — dat merkte u al op — namelijk het BOSZ-systeem en het Summ-IT-systeem, maar er wordt nu wel gewerkt aan een koppeling tussen beide systemen om de managementinformatie van beide systemen in één systeem bij elkaar te brengen. Dat project loopt op dit moment en is hopelijk in de komende jaren afgerond.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Straatman (CDA):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dat begrijp ik toch niet helemaal, want de conclusie van de Rekenkamer is gewoon dat er voor 12.300 fte geen managementinformatie beschikbaar is. Hoe moet ik dat dan lezen? Dat kan ik toch niet anders lezen dan dat van 12.300 politiemensen niet bekend is hoelang ze aan zaken werken, aan welk type zaken ze werken en wat de doorlooptijden zijn van die zaken? Daarom kunnen ze toch die conclusies ook niet trekken?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Nogmaals, op basis van de informatie die ik heb, is dat niet zo. Maar voordat we nu het hele Rekenkameronderzoek uitgebreid appreciëren, denk ik dat het toch beter is als de bestuurlijke reactie daarop wordt afgewacht. Daarin nemen we dit natuurlijk mee.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Even ter informatie: wanneer kunnen we die bestuurlijke reactie verwachten?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Daar kom ik zo even op terug. Ik geloof dat drie maanden de gebruikelijke termijn is. Daar zullen we ons aan houden.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik kijk eventjes rond. Mevrouw Faber.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Faber (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik wil even terugkomen op de begroting van de politie. De minister geeft aan dat het eigenlijk niet gewenst is om die posten uit te splitsen, want de politie zegt: wij hebben gewoon die onderwerpen en die taken; die gaan we uitvoeren en daar gaan we het aan ophangen. Maar het is natuurlijk wel allemaal belastinggeld, gemeenschapsgeld. Ik vind wel dat inzichtelijk moet worden waar de middelen voor worden ingezet. Het kan niet zo zijn dat we zeggen: &quot;Nou, het ligt allemaal een beetje gevoelig. Dit willen ze liever niet. Ze willen geen geoormerkt geld hebben.&quot; Dat kan natuurlijk niet. Het gaat om heel veel geld. Ik vind ook dat ze gewoon verantwoording moeten afleggen. Er zijn ook echt wel instrumenten om dat gewoon af te dwingen. Op het moment dat je iets niet kan verantwoorden, dan moeten we gewoon zeggen: dan gaan we je gewoon korten. U moet zich eens voorstellen dat een bedrijf zoiets zou doen. Als een bedrijf niet aan de Belastingdienst kan verantwoorden hoe zijn financiële administratie in elkaar zit, dan krijgt dat bedrijf gewoon de FIOD op zijn dak, met alle gevolgen van dien. Die komen gewoon je voordeur intrappen, hoor. Zo gaat dat. Maar hier komen ze gewoon mee weg. Dit gaat echt om miljarden. Dat kan toch niet? Er moet toch gewoon verantwoord worden hoe en waar zaken aan worden uitgegeven?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Faber doet nu alsof de 8 miljard van de politiebegroting niet verantwoord is. Het is echt een karikatuur die u nu schetst. Dat is helemaal niet het geval. Wij geven steeds meer inzicht in waar de politiebegroting uit bestaat, zoals IV-componenten. We gaven inzicht in personeel. Dat hebben we nu uitgesplitst in acht verschillende werksoorten, waaronder de opsporing en de gebiedsgebonden politie. De materieeluitgaven zijn traceerbaar. U kunt zien naar welke eenheid welke budgetten gaan. Er is dus echt geen sprake van een black box waar het geld heen gaat. De vraag is alleen of we al op een niveau zijn waarbij het gezag nog gewoon kan bepalen &quot;ik zet mijn politie hiervoor in&quot; — want dat is wat het gezag mag op basis van ons stelsel — terwijl we ondertussen hier zeggen: ja, maar het geld komt hier vandaan, dus wij willen wel weten waar dat naartoe gaat. Dat is de zoektocht die we samen doen. Nogmaals, er zijn echt stappen gezet de afgelopen jaren om dat steeds beter te doen. Maar zoals ik net tegen de heer Mathlouti zei: we zijn er nog niet.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Faber (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Volgens mij gaf de minister zelf ook al aan dat het op regionaal en landelijk niveau niet inzichtelijk is. Misschien heb ik dat verkeerd begrepen — dat zou kunnen — maar dat is wat ik heb opgepikt en wat mijn collega Straatman ook al zei over die 12.000 fte. Ook de Algemene Rekenkamer geeft dat aan. Er zitten dus wel degelijk grote gaten in. Kijk, 12.000 fte is toch geen kattendrek. Dat is een heel groot aandeel. Ik vind wel dat dat gewoon inzichtelijk gemaakt moet worden. Dat moet gewoon verantwoord worden.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik ga niet vooruitlopen op de bestuurlijke reactie, maar de vraag is even welk niveau van sturing je centraal wilt geven aan bijvoorbeeld de regionale recherche, waarbij het uiteindelijk aan het OM is om lokaal de afweging te maken waar de recherchecapaciteit op wordt ingezet. Als jij de afgelopen weken te maken hebt gehad met azc-protesten die uit de hand zijn gelopen in het oosten van het land, dan betekent dat dat best een aanzienlijk deel van de recherchecapaciteit op dit moment daarmee bezig is. Dat zijn niet 12.000 fte die verdwenen zijn of die niks doen. Dat zit daarin. De vraag van het Rekenkameronderzoek is: sturen we er centraal wel genoeg op dat ze de juiste dingen doen? Die wens tot centralisatie in combinatie met het systeem zoals we dat hebben ingericht — namelijk: het lokale gezag bepaalt wat de politie doet, niet de minister — moet je bij elkaar weten te brengen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan ga ik in op de bestuurlijke reactie. Met de begroting weten we waarnaar we op weg zijn. We proberen die stappen langzaam te zetten. Ik denk dat voor sommige zaken centrale sturing goed is. Ik noemde net onlinecriminaliteit. Het is niet nuttig om bij elk bureau één digitale rechercheur te hebben op het moment dat je ziet dat onlinecriminaliteit heel erg toeneemt en een landelijk fenomeen is. Daar moeten we dan de afweging in maken. Maar het idee dat er geen enkel inzicht is in waar het geld van de politie heen gaat, wil ik bestrijden. Dat is niet het geval.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik kijk nog even rond. We zijn nu bij het kopje politie, begrijp ik. Daar had ik ook wat vragen over, maar ook wel specifiek op dit punt. Als we het hebben over het huishoudboekje, dan kunnen we in ieder geval stellen dat dat niet op orde is. Dat horen we de politiechef zelf ook zeggen. De vraag is: wanneer denkt de minister dat dit wél op orde is? Wat zijn de consequenties als dat op een gegeven moment toch niet lukt? Ik heb bijvoorbeeld eerder Kamervragen gesteld. Daarin vroeg ik ook om best wat cijfers. Een van de zinnen waarmee de beantwoording begon, is: voor zover wij dat tot onze beschikking hebben. Dat geeft ook aan — dat merkte ik ook uit de antwoorden — dat blijkbaar niet alles op te leveren is vanuit de politieorganisatie. Daar hebben we wel behoefte aan, want het begint gewoon met het op orde hebben van de cijfers. Mijn vraag is dus: wanneer kunnen we er nou van uitgaan — zijn daar ook gesprekken over met het politiekorps, vraag ik — dat het huishoudboekje daadwerkelijk wel op orde is, en dat we gewoon weten waar het naar uitgaat en hoe het eruitziet, of dat nou gaat over miljarden, zoals aan de linkerzijde hier wordt aangegeven, of over een kleiner bedrag? Dat gaat dan overigens niet alleen over geld, maar ook over cijfers over de interne organisatie.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Nogmaals: met inachtneming van hoe we de organisatie hebben opgezet. Dat is nu eenmaal een systeem — ik noem &#x27;m toch nog maar een keer — waarbij het beheer centraal is belegd en waarbij het gezag bepaalt hoe de politie lokaal wordt ingezet. Dat gezag ligt hier niet. Er zitten dus verschillen tussen hoe die organisatie is ingericht. Dat is de beheersinformatie en daarin kun je een heleboel vinden over wat de organisatie doet. Dat sluit aan bij het onderzoek van de Rekenkamer. Af en toe heb je dat inzicht niet, omdat het lokaal is belegd. We willen er wel beter inzicht in hebben. Maar de sturing, tenzij we een stelselwijziging willen, is op dit moment niet belegd bij mij, noch bij u. Dat maakt het dus complex. Wat betreft het op orde krijgen van de begroting denk ik dat we een grote slag hebben gemaakt doordat we in ieder geval al die donkere wolken die boven de politiebegroting hingen en opgelost werden door een enorme onderbezetting die we jarenlang hebben gehad, nu aan het oplossen zijn. Er is nu dus een ombuiging van de IV-kosten opgelegd, die autonoom enorm stegen. Er wordt nu gestuurd op de overbezetting en niet-operationele functies, wat een enorme kostenpost was. Denk daarbij ook aan inhuur en consultancy. In die zin heeft de politie er dus geld bij gekregen, maar is het niet mijn voornemen om dat in een donker gat te gooien. Ik wil dat met dat geld dat er nu bij komt, 347 miljoen, de basis duurzaam op orde komt. Dat betekent dat de politie gewoon de eenheden moet kunnen vullen zonder zich er zorgen over te maken of de begroting wel sluit. Dat is vanaf nu.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dat sluit ook een beetje aan op het volgende punt. Wat betreft het geld dat we als Kamer, denk ik, met alle liefde richting de politie sturen is het fijn als we dan ook merken dat juist de dienders daar heel veel profijt van hebben. Het zijn juist de geluiden vanuit de dienders die aangeven: er gaat wel heel veel geld naar ons toe, maar wij merken eigenlijk in alles dat er toch bezuinigd wordt. Soms heet het gewoon een bezuiniging. Zo wordt het dan intern gecommuniceerd. Heel vaak wordt het niet zo genoemd, maar merkt men aan alles … De dienstauto wordt niet meer gerepareerd of de arrestantengangen worden dichtgegooid. Men voelt dus aan alles: ja, dit is een bezuiniging. Of er wordt een commissaris aangesteld, maar het gaat ten koste van drie lopende dienders. Men voelt aan alles: hé, wij merken hier iets niet van. Gaan wij daarin ook een andere beweging zien de komende tijd? Ook heb ik een vraag die aansluit op wat u eerder aangaf, namelijk &quot;tenzij de Kamer of wij een stelselwijziging willen zien&quot;. Zou een stelselwijziging bijdragen?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Om met dat laatste te beginnen: ik denk niet dat de politieorganisatie nu gebaat is bij zo&#x27;n enorme koerswijziging. Wat de politie nou zou helpen, is gevuld raken en duidelijkheid hebben over hun taken en financiering. Dan moet je inderdaad niet gaan naar één commissaris in plaats van drie agenten. Tegelijkertijd hoeft de dienstwagen ook niet elke week gewassen te worden. We verwachten dus ook dat de politie en elke eenheid wel degelijk kijken naar: wat kan ik zelf aan maatregelen nemen waardoor ik niet ten koste van mijn basiscapaciteit hoef te gaan en er toch voor kan zorgen dat we die uit de pan rijzende kosten in algemene zin weer terug ombuigen? Uiteindelijk komen er steeds meer operationele politieagenten bij. De organisatie raakt steeds meer gevuld, dus ik hoop dat dat gevoel van &quot;het wordt alleen maar minder&quot; er echt vanaf gaat.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Tot slot. Het gaat in dit geval dus zeker niet over het één keer in de week door de wasstraat halen van de auto&#x27;s. Het gaat hier echt wel over reparaties of over: simpelweg maar één auto tot je beschikking hebben voor een hele grote omgeving, waarin men voelt dat de rek er niet is en dat het vet op de botten er gewoon helemaal niet meer is op het moment dat er iets speelt en men eigenlijk collega&#x27;s wil vragen om daar acuut naartoe te gaan. Sterker nog, het bot wordt ook steeds kleiner. Men vraagt eigenlijk niet om luxe; men vraagt eigenlijk: zorg nou dat wij ons in onze hele primaire taak heel comfortabel voelen om ons werk goed te doen. De vraag is dus: kunnen dienders ervan uitgaan dat zij, met al het geld dat er steeds naartoe gaat, dat de komende tijd ook gaan voelen?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ja, anders doen we het niet goed. Er gaat inderdaad steeds meer geld naar de politie en dat bedelen we ook toe aan bijvoorbeeld gebiedsgebonden politie, inclusief de uitrusting die ze nodig hebben om hun taken uit te voeren.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Coenradie vroeg ook nog naar de jaarwisseling in Amsterdam en het feit dat de ME geen traangas mocht inzetten. Het is aan burgemeester, OM en politie om te bepalen hoe de politie-inzet plaatsvindt, dus met welke geweldsmiddelen. We hebben gezien dat er hele goede ervaringen zijn opgedaan met de grote traangasbussen, die wel zijn ingezet bij de afgelopen jaarwisseling. Daardoor heeft de politie mensen echt op grotere afstand kunnen houden, wat uiteindelijk natuurlijk zorgt voor veiligheid. Ik neem aan dat dat andere burgemeesters zal inspireren om dit vaker in te zetten, omdat ze gezien hebben hoe dit de politie kan helpen en beschermen. Ik denk wel dat je dit altijd zult zien met nieuwe middelen: sommige burgemeesters zullen vooraan staan om dit in te willen zetten en andere zullen wellicht wat terughoudender zijn. Ik denk dat dit zich over de tijd zal uiten.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>U weet dat we er nog naar kijken of niet-letale wapens zouden kunnen worden ingezet voor de orde, en dat we een verkenning doen naar wat ik maar het &quot;smurfenwater&quot; ben gaan noemen, voor in de waterwerpers. Traangas kan daar overigens al in op dit moment, maar dat is nog niet gebeurd. Ook daarvan is het weer aan de burgemeester om te bepalen of die dat op enig moment nodig vindt. Dat was het kopje politie.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik kijk nog even rond. Nee, geen vragen meer, zie ik. Dan heb ik toch nog een laatste vraag, specifiek over wat er in Amsterdam heeft plaatsgevonden bij de jaarwisseling. Begrijp ik het goed dat er op dit moment nog gesprekken worden gevoerd met de betreffende burgemeester en het ministerie over wat er daar tijdens de jaarwisseling heeft plaatsgevonden?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Daar moet ik u het antwoord op schuldig blijven. In welke zin bedoelt u?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik heb de mensen die zich die nacht hebben ingezet, gesproken. Ik vond het verschrikkelijk. Die mensen hebben zich na afloop van hun dienst echt ontredderd gevoeld. Zij hadden aangegeven dat ze graag met traangas op pad wilden, omdat ze wisten in wat voor gebied ze terecht zouden komen. Ondanks die mededeling heeft de burgemeester aangegeven: u gaat niet met traangas op pad. Dat heeft een heel onveilig gevoel gegeven. Die mensen hebben daar voor ons allemaal letterlijk in de vuurlinie gestaan; zij omschrijven het zelf als een oorlogsgebied.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De zoektocht die ik heb — dat was denk ik merkbaar in mijn eerdere betoog en dat is het ook in deze spreektekst — is de volgende. Hoe krijgen we het voor elkaar dat de politie eigenstandigheid kan tonen op het moment dat ze denkt: wij zien dit echt als een heel gevaarlijk terrein en wij willen dit meenemen; we hebben tenslotte de expertise en de middelen? Hoe zorgen we dat ze dan kan zeggen &quot;wij doen dit&quot; en dat ze daarin niet overruled kan worden door een burgemeester die denkt: nou ja, misschien valt het wel mee? Het resultaat was namelijk een ontredderd team, dat met heel veel huivering naar de volgende jaarwisseling kijkt.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ja, en toch moeten we uiteindelijk wel willen dat het gezag, dat verantwoording aflegt over de inzet van geweld, ook gaat over de geweldsmiddelen die worden ingezet. Traangas valt daar in dit geval onder. Ik denk dus dat we dat niet weg moeten halen bij de burgemeester. Tegelijkertijd is het ook aan de lokale driehoek, waar de politiechef in zit. Het is aan de politiechef om een pleidooi voor zijn mensen te houden wanneer hij vindt dat een andere geweldssetting meer zou passen bij de inzet van de politie. Dat gesprek moet vooral in de driehoek plaatsvinden.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan afpakken. Hoe meer, hoe beter, zou ik willen zeggen. Ik kijk dan ook uit naar de behandeling van de richtlijn voor non-conviction based confiscation. Het wetsvoorstel ligt op dit moment bij de Raad van State. Zodra ik dat terug heb, zal ik dat met gezwinde spoed aan uw Kamer doen toekomen, zodat we daar verder over kunnen praten. Naar aanleiding van de Confiscatierichtlijn wordt er natuurlijk ook door de afpakpartners, waaronder het CJIB, gekeken wat de impactanalyses zullen zijn van de invoering van deze richtlijnen. Daar zullen we dan ook middelen voor toegekend krijgen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Naar welke landen kijken wij dan? Dat was ook een vraag van mevrouw Straatman. Ik noemde Marokko. Ik hoop echt dat daar de wetgeving binnenkort geïmplementeerd zal zijn waardoor er meer beslag kan worden gelegd aan Marokkaanse zijde. De VAE zijn op dit moment een van de hoopvolle signalen. Nadat zij eerst al zeer voortvarend te werk gingen met samenwerken voor het uitleveren van criminelen, geldt dat nu ook voor beslaglegging. Daarnaast kijken we naar Turkije, Singapore en Hongkong. Dat doen we ook samen met wat ik maar even de &quot;C8&quot; noem. Dat is de coalitie van acht Europese landen die voorop willen lopen in het bestrijden van georganiseerde drugscriminaliteit. Die komt zo&#x27;n twee keer per jaar bijeen. Dat was voor het laatst in Parijs, een aantal maanden geleden. Daar kijken we ook naar vragen als: &quot;Waar lopen we tegen aan? Waar zien we die stromen heen gaan? Waar moeten we dus meer op inzetten?&quot;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Maatschappelijk herbestemmen is wel iets weerbarstigs, moet ik eerlijk zeggen. Het wordt een nieuwe procesroute in de afhandeling van beslag. Daarvoor moet je goede afspraken maken met de betrokken ketenpartijen. Dat kost nu eenmaal tijd. Je moet echter ook goederen hebben die geschikt zijn voor herbestemming. Daar is het in het verleden nog weleens misgegaan. Ze moeten dus gecontroleerd zijn op echtheid en veiligheid. Bij vastgoed kun je alleen maar panden hebben waar geen hypotheek op rust en waar geen huurders in zitten; noem het maar op. Er zijn wel degelijk succesverhalen. Eind dit jaar wordt er in Nieuwegein een voorplein bij een sportcomplex opgeleverd dat gedeeltelijk gefinancierd is uit de verkoop van een afgepakt pand. Dat landt dus echt lokaal, in de wijk. Er lopen ook nog gesprekken met twee andere gemeenten over mogelijke projecten. Wij kijken ook met het Rijksvastgoedbedrijf of we kansrijke vastgoedprojecten kunnen identificeren. Er komt ook een digitaal platform voor maatschappelijk herbestemmen, waarbij we vraag en aanbod van goederen op elkaar kunnen afstemmen. Daar werken we nu aan met de partners in de beslagketen. Ik verwacht dat dat platform eind dit jaar nog kan worden opgeleverd.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zijn we dan voldoende toegerust op digitaal vermogen? De cryptovaluta werden al genoemd. Ja, dat kan ook gewoon. De wettelijke kaders bieden al alle mogelijkheden om ook cryptovaluta af te pakken. Dat kan straks, met de nieuwe Confiscatierichtlijn uit Europa, dus ook zonder dat er eerst een veroordeling heeft plaatsgevonden. Daarnaast blijven het OM en het CJIB kijken hoe ze de zaakoverdracht kunnen optimaliseren en de effectiviteit van het afpakken kunnen verbeteren. Daarvoor hebben ze gezamenlijk verbeterplannen ingediend. Voor de verdere verbetering van het behaalde resultaat van tijdige overdracht zal ik ook een beroep blijven doen op de rechtspraak om te voorkomen dat we niet uit de tijd lopen. Vooral bij de rechtbanken zie je namelijk dat als er in de zitting afstand wordt gedaan van hoger beroep, de termijn van overdracht van het dossier al begint te lopen, gelijktijdig met de wettelijke termijn waarbinnen het OM het dossier moet overdragen. Daar gaat het nu weleens mis. We hebben dus ook de rechtspraak nodig om daar landelijk aandacht aandacht voor te vragen. De rechtspraak heeft ook aangegeven dat te zullen doen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik kijk even rond. Ik zag als eerste mevrouw Straatman en daarna mevrouw Faber.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Straatman (CDA):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Een korte vraag. Dit is een onderwerp waar de minister, vind ik, altijd met heel veel passie over spreekt. Ik heb er alle vertrouwen in dat dit boven aan het lijstje staat.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Maar over dat maatschappelijk herbestemmen. Ik hoor de minister zeggen: we gaan echt wel actief op zoek naar nieuwe projecten. Het doet mij goed om dat te horen, zeker ook omdat er in een artikel van Trouw van een aantal maanden terug stond dat het ministerie geen nieuwe projecten in zicht heeft. Het is goed om dat te horen, maar in dat artikel stond ook, en daar heb ik nog wel een vraag over, dat er obstakels zouden zijn, bijvoorbeeld omdat er geen centrale autoriteit is om die initiatieven te stroomlijnen. Herkent de minister die signalen? Zo ja, welke stappen wil hij dan zetten om het nog makkelijker te maken om zo veel mogelijk van dit soort mooie initiatieven, zoals in Nieuwegein, verder te ontplooien?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Doordat we het nu in de afhandeling van het beslag in het proces gaan inboeken, denk ik dat we meer kunnen gaan zien. Dan hebben we een centraal proces, waarbinnen je dit soort initiatieven gewoon meepakt, waarin het maatschappelijk herbestemmen gewoon een van de routes is voor in beslag genomen goederen. Voor sommige goederen gaan digitale platformen die marktplaats vormen, waar vraag en aanbod elkaar vinden. Daarnaast zit de deur ook helemaal niet dicht voor individuele gemeenten die aankloppen en hulp willen hebben bij het maatschappelijk herbestemmen in hun regio. Die route is zeker niet doodlopend, maar er zijn wel een paar complexe dossiers geweest die nopen tot goed kijken op welke manier je het kan doen zonder dat het een blok aan je been wordt. Dat geldt met name voor vastgoed. Een pand met huurders in beslag nemen is niet per se een zege, maar maatschappelijk herbestemmen ook niet altijd eenvoudig.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik kijk even rond. Ik zie mevrouw Faber.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Faber (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Nog even over de pluk-ze-regeling. We zitten nog steeds ver onder de norm die door het ministerie zelf wordt gehanteerd. Oorzaken zouden kunnen zitten in de registratieverschillen en menselijke fouten. Kan de minister dat nader duiden? Heeft dat misschien ook te maken met onjuiste tenaamstellingen op de vonnissen?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Nee, maar de staatssecretaris gaat daar zo nog op in. Maar in dit geval, waar het gaat over de pluk-ze-regeling, is er geen verband met de tenaamstelling.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Gaat u verder.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan kom ik bij Preventie met Gezag. Velen van u hebben, net als ik, de uitzending van Zembla gezien, heb ik gemerkt. De reactie die ik daarop heb gegeven, wil ik hier toch nog een keer geven. De wijken waar ik zelf geregeld in kom, kennen zo ontzettend veel problematiek en in die wijken is het zo ontzettend moeilijk om te zien waar de structurele oplossing ligt om te voorkomen dat jeugd afglijdt in de criminaliteit, dat ik op voorhand helemaal niets wil uitsluiten qua werkbaarheid. Dit betekent niet dat we overal maar geld tegenaan gooien, maar wel dat we openstaan voor creatieve of nieuwe manieren die gemeenten verzinnen om om te gaan met deze jeugd. Ik heb het volgende voorbeeld ook al meerdere malen genoemd bij u. Wanneer ik in de huiskamer sta bij een jongen van 13 met een enkelband die al twee jaar niet naar school gaat en ik kijk in die lege ogen die de hele dag binnen achter een game zitten, denk ik: ja, hier gaan met justitie de oplossing niet voor verzinnen. Daar ligt die namelijk niet. De vraag is hoe je zo iemand weer op een spoor krijgt waarin die gewoon weer deel wil uitmaken van een maatschappij en op een normale manier zijn geld wil verdienen. Dat is wat Preventie met Gezag moet doen. Dat gezag zit erin omdat minimaal de helft van het geld dat we beschikbaar stellen voor de gemeenten, ook naar de gezagsautoriteiten, de spelers moet. Het moet naar het OM of naar de politie gaan als gezag, dat zich daarmee kan inzetten voor preventie.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Van sommige programma&#x27;s gaan we over vijf jaar merken dat ze netto eigenlijk geen effect hebben gehad. Dat is vervelend, maar hopelijk zijn er ook programma&#x27;s waarvan we over vijf jaar gaan zeggen: hé, we zien in deze wijk nu echt een afname van de doorstroom van de jongste jongens in de richting van de criminaliteit. Ik kom ook echt in wijken — hier in Den Haag was er eentje — waar de politie zegt: we zijn op het punt aanbeland dat wij niet meer zien dat die jongens van 10, 11 zich aansluiten bij de jongens van 15, 16 om die route op te gaan. Als we dat toch voor elkaar zouden krijgen, dan hebben we gewoon het verdienmodel, dat ze nu voornamelijk zien in de postcodes waarin het makkelijk is om dit soort jongeren van het rechte pad af te halen, doorbroken. En dan hebben we eindelijk dat kantelpunt bereikt.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Als we alleen maar moeten gaan werken met dingen die door de wetenschap volledig uitgekauwd zijn en waarvan we honderd procent zeker zijn dat ze werken, gaan we er niet komen. In die zin ben ik bereid om risico te nemen, omdat we gewoon alles moeten proberen om hierin het verschil te maken in deze wijken. Dat is wat Preventie met Gezag moet doen. Wij evalueren overigens wel degelijk. Alleen, voor sommige programma&#x27;s kun je niet meteen na een jaar zeggen hoeveel het heeft opgeleverd. Je kunt een buurthuis inrichten waar de politie één keer per week zit en dan kan het een jaar duren voordat er iemand binnenloopt. Maar als het daarna een vast honk wordt, hebben we wel wat bereikt. Zoals ik net zei, hoor ik echt positieve geluiden daarover.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>In dat kader vroeg mevrouw Coenradie nog naar het HOC010-voorstel. Ik heb begrepen dat het erg lijkt op de Glen Millsinitiatieven. Daarvan weten we dat ze eerder een tegengesteld effect hebben gehad. We hebben eerder met elkaar gesproken in het kader van de ondermijning over hoe hier nu mee om te gaan. Ik heb daarbij ook gezegd dat ik innovatieve manieren om met jeugd om te gaan niet schuw, zolang we maar de lessen meenemen zoals die toen geleerd zijn.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik denk dat dit het einde van het blokje is. Ja? Dan heeft mevrouw Faber een interruptie.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Faber (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De minister geeft aan dat de politie in bepaalde wijken progressie maakt en dat 11-, 12-jarigen zich niet meer aansluiten bij criminele bendes. Hoe heeft de politie dat voor elkaar gekregen?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>In dit geval was het een combinatie van outreach, voorlichting en contact hebben met die jeugdige groep. Dat is toch mensenwerk. Daarom zijn de wijkagenten, de gebiedsgebonden politie, zo belangrijk. Er moet ook tijd zijn om te investeren en om mensen te leren kennen. Ik heb zelf rondgereden door Breda met een agent van Preventie met Gezag. Die zei: &quot;Als je hier met de ME naar binnen gaat, dan word je met grote verliezen teruggeslagen, maar mij respecteren ze inmiddels. Ik ken ze allemaal bij naam en ik weet ook wat ze allemaal doen en waar ze heen gaan.&quot; Hoe moeilijk het ook is in zo&#x27;n wijk, je ziet dan dat dat op de een of andere manier wel een zaadje plant voor de jongere jongens om in ieder geval een alternatief te zien en ook om hulp te vragen. We hebben nu Keerpunt. Dat was van de week in het nieuws. Dat is een onlinechatfunctie voor jongeren die aanlopen tegen criminele opdrachten. Dat begon met enkele jongeren die de outreach deden. Inmiddels zie je een toename van het aantal jongeren dat anoniem contact opneemt omdat ze een crimineel pad op worden geleid en dat eruit wil en om advies vraagt. Er is toch iemand met dit initiatief gekomen die gedacht heeft: de drempel om naar de politie te gaan is te groot, dus kunnen we dat op een anonieme manier met een chatbot doen? Al dat soort initiatieven blijken uiteindelijk wel effect te hebben. We moeten met vereende krachten het tij in die wijk keren, zou ik willen zeggen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Ellian (VVD):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik vind het toch in enige mate zorgwekkend wat de minister nu zegt, want het gaat niet om klein geld. Overigens, geld hoeft niet maatgevend te zijn. Als we iets belangrijk vinden, dan mag dat geld waard zijn. Maar dat is precies waar dit jaarverslag over gaat. Je kijkt terug. Ik hoorde de minister zeggen: ik ben bereid risico te nemen; als het iets helpt en als je uiteindelijk dat criminele verdienmodel kunt doorbreken, dan hebben we veel gedaan. Het gaat dan om een verdienmodel in de zin dat je kunt voorkomen dat jongeren erin stappen. Maar dan toch even het volgende. Het is niets nieuws wat ik namens de VVD zeg. Het lijkt nu een beetje alsof de minister zegt: laat gemeenten maar experimenteren. Dan kan ik een lijst met voorbeelden vinden waarvan ik me echt, echt oprecht afvraag wat er gewoon met geld … De minister weet het: we hebben hier moeilijke discussies over waar we geld naartoe moeten schuiven. Dan vind ik het wel ingewikkeld dat gemeenten een beetje vrijwillig dingen mogen ontdekken. Dan zou je toch wat meer moeten aansluiten bij wat in ieder geval effectief kan zijn. Ik hoop dus dat de minister ons daar in ieder geval wat meer comfort op kan geven en dat hij kan uitleggen … Gelooft hij nou echt … Wat me namelijk verbaast, is dat ik de minister de laatste tijd best wel stevig hoorde over georganiseerde criminaliteit. Nu hoor ik hem zeggen: we hebben een kans om die jongeren daarvan weg te houden. Maar, minister, u weet toch net zo goed als ik: dat geld in die criminele wereld gaat zo snel en er is zo veel. Een deel van de jongeren is niet te weerhouden om de criminaliteit in te gaan. Dat moet je toch gewoon accepteren met elkaar?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ja, maar crimineel geld komt ook met nadelen. Dat zien jongeren ook al vrij snel. Dat komt met druk. Dat komt met steeds een stap verder worden gedwongen. Dat komt met risico&#x27;s van vastzitten. En zeker, er zal een deel zijn dat zegt: dit is het leven waarvoor ik geboren ben en laat mij maar vol gas op dit pad gaan. Ja, die gaan we met Preventie met Gezag niet bereiken. Maar als ik hoopvolle signalen hoor over 10-, 11-jarigen: dat is wel de leeftijd waarbij je die verandering van gedrag nog kunt bereiken. Daarom vind ik nou juist dat we daarop moeten inzetten. Ook gemeenten moeten achteraf natuurlijk verantwoorden waar ze dat geld aan hebben uitgegeven. Ze moeten aan de hand van de doelstellingen die ze ervoor hadden gezet, kunnen meten of het wat oplevert. Er zijn dus ook echt programma&#x27;s die weer stop worden gezet omdat ze geen effect of zelfs een averechts effect hebben. Maar ik bedoelde dat ik niet op voorhand alleen maar de bewezen effectieve methodes wil gebruiken, want daarmee kun je echt maar een fractie van deze doelgroep bereiken. Dat is te weinig. We moeten overal in de wijken zitten. We moeten — dit zeg ik maar even tegen de heer Ellian — het winnen van de criminele bendes en een aantrekkelijker model hebben. Dat moet je tegenwoordig voor steeds jongere jongeren doen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Ellian (VVD):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Heel kort, hoor. Het gaat me even om die laatste zin van de minister. Die verbaast mij toch. Ja, wij willen winnen. De minister kent mij. Ik ben wat dat betreft net zo strijdvaardig, maar je moet ook wel reëel zijn. Ik heb de maffia in Italië veel bestudeerd. Zoals de minister weet, verdiep ik me al behoorlijk lang in de georganiseerde criminaliteit. Met alle respect voor het programma, maar je gaat met Preventie met Gezag niet winnen. Het verdienmodel is zo goed opgezet, ook vanwege familiestructuren en netwerken in wijken. Het komt op mij wel een beetje naïef over om te denken dat we hiermee gaan winnen. Ik ga niet het hele VVD-standpunt herhalen dat harder straffen gaat helpen, hoewel ik in alle gevangenissen in Nederland ben geweest en ik me in alle eerlijkheid het meest onveilig voelde in de justitiële jeugdinrichting. Daar heerst geen enkel gezag. Ik had van de minister iets stevigere woorden verwacht hier. Preventie met Gezag betekent: gezag. Ik hoor toch meer: we hopen dat het lukt om die 11-jarigen eruit te trekken. Dat gaat niet overal lukken. Dan moet je dus accepteren dat je een strijd hebt te voeren tegen de organisatie daarachter. Ik dacht ook dat we heel lang — daarna hou ik op, voorzitter; het is toch iets langer geworden — juist de kopstukken wilden oppakken, omdat die uiteindelijk naar beneden toe anderen beïnvloeden. Dit standpunt van de minister verwondert mij dus een beetje, maar dat is niet erg, want daarom debatteren we hier.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Maar dat hoeft helemaal niet. Het is niet of-of. Het is en-en. Alleen, dit blokje ging over Preventie met Gezag. Ik had ook een blokje Bolle Jos kunnen doen. Dan hadden we een hele andere discussie gehad. Natuurlijk moet je criminaliteit aanpakken. Natuurlijk moet je die netwerken ontmantelen. Natuurlijk moet je het geld afpakken. Daar hebben we het ook net over gehad. Je moet dat maatschappelijk herbestemmen, om te laten zien aan die wijken dat het niet loont. Maar je moet ook iets doen aan de preventieve kant. Uiteindelijk is dat de goedkoopste methode. Nee, daar ga je niet iedereen mee redden, maar iedere persoon die wij niet op kosten van de Staat de rest van zijn leven hoeven te huisvesten, is mooi meegenomen, zeker als hij wat eerzaams gaat doen in het leven.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan kom ik bij de Nationale Veiligheid Strategie. Daar waren een paar vragen over. Hoe krijgen we inzicht in welke maatregelen daadwerkelijk bijdragen aan het versterken van de weerbaarheid, vroeg de heer Mathlouti. De dreiging ontwikkelt zich constant. Daar zullen we ons dus toe moeten verhouden, ook als het gaat om onze weerbaarheid. Dan is de vraag: hoe meet je of je door je weerbaarheidsmaatregelen iets hebt voorkomen? Dat is erg moeilijk om inzichtelijk te maken. We maken de dijken hoger. Er zullen ook mensen zijn die zeggen: ja, maar zo hoog zou het water nooit gekomen zijn, dus hoe effectief was dat nou? Anderen zeggen: maar het risico dat dat gebeurt is te groot; ik wil dat risico niet lopen. Dit jaar gaan we de Veiligheid Strategie tussentijds evalueren. We kijken naar de veranderingen in de dreigingen en de actualisatie van de Rijksbrede Risicoanalyse Nationale Veiligheid. Vervolgens kijken we of de getroffen weerbaarheidsmaatregelen nog aansluiten bij de dreiging zoals we die nu zien. Dat is het beste inzicht dat we daarmee kunnen krijgen. Daar gaan we uw Kamer ook over informeren.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Neem ik daarbinnen alles op me? Nee. Daarbij willen we ook gebruikmaken van de expertise van de diverse bewindslieden. De pandemische paraatheid is echt veel beter belegd bij de minister van Volksgezondheid dan bij mij. Maar ik en de NCTV zorgen wel voor de samenhang tussen die actielijnen. Wij zorgen natuurlijk dat die samenkomen, ook in de evaluatie en de aanpassing aan het nieuwe dreigingsniveau. Ik ben dus niet voor centrale sturing op de Veiligheid Strategie, maar wel voor coördinatie en het samenbrengen. Wij zorgen er wel voor dat er één dreigingsbeeld is dat uiteindelijk voor al die verschillende lijnen aanknopingspunten biedt, zo van: wat betekent dat dan voor de weerbaarheid die we nodig hebben?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Bent u daarmee aan het einde gekomen van dit blokje? Ja.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Mathlouti (D66):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik heb toch nog een verduidelijkende vraag. Hoe ziet de minister de coördinerende rol voor hem en de NCTV voor zich? Wat is daarin het verschil met sturing?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Precies dat, dus coördineren en sturen. Coördineren betekent dat we het samenbrengen en zeggen: we stellen u in staat om op basis van de dreigingsinformatie die wij hebben, zelf te kijken binnen uw kolom naar wat u denkt dat er nodig is. We zorgen ervoor dat de informatie uit alle diverse lijnen waarin wordt gestuurd, weer samenkomt. Vervolgens evalueren we dat integraal. Dat is hoe ik de coördinerende taak voor mij zie.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik ben bij het kopje overig, voorzitter. Onveiligheidsgevoelens. Mevrouw Coenradie vroeg: hoe komt het dat we ons steeds onveiliger voelen? Ik wil het niet semantisch maken, maar er zit ook iets subjectiefs in veiligheidsbeleving. Je ziet eigenlijk dat slachtofferschap al jaren afneemt. Tegelijkertijd herkennen we allemaal het gevoel van onveiligheid op straat, of het nu gaat om vrouwen op straat, om bepaalde omgevingen of om plekken in de buurt van openbare locaties als stations. Daar moeten we wat mee. Een deel daarvan ligt op mijn terrein, namelijk zorgen dat we gewoon genoeg politie hebben, die aanwezig is op de plekken waar je politie zou verwachten. Het zit &#x27;m er ook in dat we goed reageren op meldingen uit de maatschappij. De campagne Vreemd of verdacht?, die we net herhaald hebben, waarin we mensen vragen om het te melden als ze zaken in hun omgeving zien die niet pluis zijn, heeft inmiddels zo&#x27;n 30% meer meldingen opgeleverd bij Meld Misdaad Anoniem. Uiteindelijk betekent dat dat je gewoon dingen als drugslabs uit de wijken kunt houden. Die dingen zorgen natuurlijk ook voor een gevoel van onveiligheid.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Als criminelen zich niet meer veilig voelen in zo&#x27;n wijk, dan trekken ze weg. Criminelen gaan dat gevecht niet aan; die zijn op zoek naar de makkelijkste manier om geld te verdienen. Als dat niet meer kan in een bepaalde wijk, dan trekken ze naar een industriegebied of elders. Je moet ze dus continu achternazitten. Dat is eigenlijk mijn streven. Ook in dat soort wijken is mijn streven om uiteindelijk de goedwillende meerderheid te mobiliseren die nu af en toe moedeloos is geworden: &quot;Daar komt weer de zoveelste belwinkel waarvan we allemaal weten dat er geen telefoon over de toonbank gaat. Waarom wordt daar nou niks aan gedaan?&quot; Nou, daar moeten we dus wel wat aan doen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik was laatst een avond met de politie op stap in Den Haag. We hebben uitgevoerde voertuigcontroles gedaan. We hebben gecontroleerd op alcohol, drugs, registratie, openstaande belastingschulden, openstaande boetes. Dat heeft heel veel opgeleverd. We gingen ook langs bij meldingen van illegale prostitutie in sociale huurwoningen. Ik ben zelf mee geweest. We hebben inderdaad een prostituee aangetroffen in een flat. Die flat stond weer op naam van iemand anders. Dat geeft dan ook weer een lead. Buren zien dat allemaal gebeuren. Die zien eindelijk de politie door de wijk rijden en ingaan op alle meldingen die gedaan zijn. Toen gingen we naar een supermarkt waar sprake was van de illegale verkoop van sigaretten. Dan gaat de Arbeidsinspectie ook mee, om te kijken of de mensen die werken in zo&#x27;n supermarkt, daar wel legaal zitten of dat ze wellicht uitgebuit worden. De Douane was drie kwartier aan het zoeken en heeft toen uiteindelijk de geheime bergplaats met sigaretten gevonden. Het zijn allemaal van dat soort zaken. Overal waar wij waren in die wijk voelde je de ogen op je gericht. Het wordt dus ook gezien dat het gezag daar aanwezig is om iets te doen aan de onveiligheid. Dat is wat ik ons uiteindelijk in heel Nederland gun, dat wij ons niet meer onveilig voelen, maar degene die criminele activiteiten uithaalt wel. Daar zijn we echt nog lang niet — dat geef ik meteen toe — maar dat is mijn ambitie; dat is wat mij drijft.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>In algemene zin vroeg mevrouw Straatman naar de effectiviteit van bestede middelen. Over de politiebegroting hebben we het net al even gehad. Ik kan niets anders zeggen dan dat ik er enorm voor ben, maar we gaan de zoektocht naar hoe we het effectiever kunnen doen, samen aflopen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Ellian vroeg naar de moties over tipgeld. Daar krijgt hij nog voor het reces een brief over. Laat ik het anders zeggen: er komt nog voor het reces een halfjaarbericht politie; daar neem ik dit onderwerp in mee. Dat duurt niet lang meer, want het reces is aanstaande.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan bewaken en beveiligen. Zoals u zegt, wordt er heel veel geld gestopt in bewaken en beveiligen. Sinds 2021 versterken we dat. Met de extra middelen hebben we de uitvoeringscapaciteit van zowel de politiek als de KMar in het taakveld kunnen versterken, maar het wervingsproces bij zowel de KMar als de politie is nog volop gaande. We merken echt wel dat er concurrentie op de arbeidsmarkt is op dit moment. We stellen specifieke eisen aan dit soort mensen — het is hoogwaardig werk — en die maken het een complexe opgave. Dat betekent dat de eenheden gewoon nog niet gevuld zijn. Dat heeft dus niets met geld te maken. Daarom is er ook onderrealisatie: dat is omdat de capaciteit nog niet 100% gevuld is.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Overigens betekent dat niet dat mensen minder veiligheid krijgen. De veiligheid staat altijd voorop, maar zoals u net zei, betekent dat wel dat er af en toe in de duur van de beschikbaarheid van teams wel beperkingen optreden, helaas. Zolang we nog niet 100% gevuld zijn, zal dat helaas af en toe voorkomen. We hopen dat de druk niet verder oploopt.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Ellian (VVD):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Een korte vraag. Mij past om twee redenen een bescheiden rol, want ten eerste ben ik een te beveiligen persoon en ten tweede is mijn gewaardeerde collega Claire Martens woordvoerder Politie. Is het een idee, vraag ik via de voorzitter aan de minister, om … Helaas is bewaken en beveiligen een cruciaal onderdeel geworden — nou ja, dat was het altijd al — van de totale aanpak van met name de georganiseerde criminaliteit, maar helaas kun je tegenwoordig op allerlei manieren in aanraking komen met het stelsel. De laatste keer dat we er in de Kamer rustig over spraken, is een paar jaar geleden, naar aanleiding van het OVV-rapport. Er is heel veel gebeurd sindsdien. Zou de minister het toejuichen als de Kamer in beslotenheid … Het was toen uiteraard in beslotenheid, want je kunt niet in de openbaarheid over alles praten. Zijn we nu, met al die veranderingen in het stelsel, niet op een moment om weer eens even te praten over hoe het ervoor staat? Want in het licht van alle vragen van collega&#x27;s over de politiebegroting — ik snap het allemaal — begrijp ik oprecht niet waarom de capaciteit al zo lang een probleem is. Ik zie bij andere diensten dat daar op een andere manier geworven wordt. Ik denk dat het goed is om daar een keer op een rustig moment bij stil te staan. Dat hoeft niet met de minister, maar dat kan bijvoorbeeld in een besloten setting. Zou de minister dat toejuichen?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het staat uw Kamer vrij om een technische briefing aan te vragen over de stand van zaken van bewaken en beveiligen, in een vertrouwelijke setting. Sterker, dat kan ik u niet eens verbieden.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Oké. Dat was nog niet het laatste deel van de beantwoording, zie ik.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Nee, maar het einde komt wel in zicht, zeg ik ook tegen de staatssecretaris.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan de motie van de heer Wilders over het uitsplitsen van de criminaliteitscijfers. Dat gebeurt al. Die worden uitgesplitst naar herkomstland en nationaliteit. Ook stelt het CBS regelmatig maatwerktabellen op over het type delict, uitgesplitst naar herkomst of nationaliteit. De indeling die het CBS hierbij hanteert, is gebaseerd op geografische herkomstgebieden en niet op de classificatie &quot;westers&quot; of &quot;niet-westers&quot;, dus u krijgt bijvoorbeeld &quot;Europees&quot; en &quot;niet-Europees&quot; te zien.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Faber (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het punt is: het is gewijzigd van migratieachtergrond westers\u002Fniet-westers plus eerste en tweede generatie naar herkomstland en geboorteland. Daardoor zijn veel detailstatistieken moeilijk of helemaal niet meer te zien. Het bijzondere vind ik … Ik heb hier een schrijven van de minister van Justitie over &quot;westers&quot; en &quot;niet-westers&quot;. De WRR had aangegeven dat dat niet wetenschappelijk onderbouwd is, dat dat gebaseerd is op onheldere criteria. Het verbaasde mij dat de WRR aangaf dat hij niet kon zeggen wanneer een land westers of niet-westers is. Dat vond ik gewoon heel bijzonder. Dat was een van de redenen om het daar niet meer naar uit te splitsen. Ik kan er een beetje om grijnzen, maar ik vind dat toch wel heel erg van zo&#x27;n instituut. Dan was het ook nog zo dat spreken van &quot;westers&quot; en &quot;niet-westers&quot; minder informatief zou zijn en een negatieve connotatie zou hebben, omdat het negatieve emoties zou oproepen. Dat is toch te gek voor woorden? We hebben hier een motie liggen die vraagt om die uitsplitsing naar &quot;westers&quot; en &quot;niet-westers&quot;, en dan komt men met zo&#x27;n onderbouwing! In feite is die motie-Wilders helemaal niet uitgevoerd. Die is niet uitgevoerd. Ik begrijp wel uw goede bedoelingen. Daar ga ik dan even vanuit, maar het klopt gewoon niet. Het klopt gewoon niet en die motie is niet uitgevoerd. En toch is mijn dringende vraag, via de voorzitter, aan de minister: wanneer gaat u die motie nou uitvoeren? We missen namelijk gewoon gegevens.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Is dit een punt? Want ik hoor u regelmatig een komma zetten, maar ... Oké, het was even zoeken, want elke keer denk ik: o, daar gaan we.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Faber (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>O, sorry.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan gaan we nu naar de minister.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik wil niet te veel op de stoel gaan zitten van mijn collega van Werk en Participatie, want uiteindelijk heeft die de Kamer een brief gestuurd in antwoord op de motie in kwestie, en niet de minister van Justitie. Dus dat is dan ook het antwoord dat ik hier namens hem geef. Dat wijkt niet af van wat hij schriftelijk heeft gedaan.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Faber (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Klopt, daar heeft de minister gelijk in. Maar het feit blijft wel dat die motie niet is uitgevoerd. En dan vraag ik toch aan de minister om &#x27;m alsnog uit te voeren, want de Kamer heeft dat toen gevraagd. In feite legt de minister die motie naast zich neer als die niet wordt uitgevoerd.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Deze minister legt helemaal niks naast zich neer, want deze minister is niet de minister die de motie heeft beantwoord. Wat ik dan doe, is uw vraag doorgeleiden naar de collega van Werk en Participatie, met uw mededeling dat die motie wat u betreft niet is uitgevoerd. Dan kan hij er vanaf daar verder mee.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Tot slot.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Faber (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Kan ik dit dan zien als een toezegging? Krijgen wij daar later nog bericht over? Dan zou ik wel graag willen dat de minister van Participatie, als hij dat is, dat antwoord ook stuurt naar de commissie Justitie.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Op wat de minister van Werk en Participatie doet, kan ik geen toezeggingen doen. Het enige wat ik u kan toezeggen is dat ik uw verzoek om een reactie op de naar uw mening niet uitgevoerde motie doorgeleid naar de minister van Werk en Participatie. Anders moet u hem een vraag stellen. Dan wordt het lastiger.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Faber (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik begrijp wel dat u dat zegt, maar in feite praat de regering natuurlijk wel met één mond. Dat wordt mij altijd verteld, dus dat zit nu in mijn systeem.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ja, maar ik ga heel eventjes ingrijpen, want ik denk dat het goed is als de minister dat even bij z&#x27;n collega navraagt en er gewoon eventjes op terugkomt wat daar misschien uitkomt.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Faber (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dat is goed.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Misschien is dat een middenweg die we kunnen vinden? Ik kijk even de minister aan.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ja, maar we hebben natuurlijk wel onderscheiden verantwoordelijkheden en werkterreinen. Als we via bepaalde ministers huiswerk aan andere ministers gaan geven, waar deze minister zich dan weer verantwoordelijk voor voelt ... Ik vind dat een wat lastig figuur. De minister van Werk en Participatie heeft gereageerd op die motie. Als u vindt dat de motie daarmee niet adequaat is uitgevoerd, lijkt het mij goed dat u die vraag dan weer aan hem stelt. Ik ben bereid om uw vraag door te geleiden, maar ik voel dan verder geen plicht om dat namens hem ook weer hier terug te koppelen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Faber (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Maar dan mag ik er wel van uitgaan dat de minister &#x27;m in ieder geval wel doorgeleidt naar zijn collega?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zeker.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De strafmaxima, een vraag van mevrouw Coenradie. Hoe kan het nou dat er niet altijd zwaarder wordt gestraft? Daar is onderzoek naar gedaan door het WODC. Dat heeft u gezien. Naar aanleiding daarvan ben ik gesprekken aangegaan met zowel het OM als de rechtspraak, om te praten over waar het punt &#x27;m nu precies zit. Verwacht de maatschappij of de Kamer te veel? Of straffen het OM en de rechtspraak te laag? Zoals altijd ligt de waarheid ergens in het midden. Ik denk dus dat het aan de wetgevers is, en dat zijn wij gezamenlijk, om bij het verhogen van strafmaxima duidelijk aan te geven waarom wij denken, en waarmee wij motiveren, dat die strafmaxima omhoog moeten, om daarmee ook het OM en de rechtspraak meer handvatten te bieden om ook daadwerkelijk hogere straffen te eisen en op te leggen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Er zijn gevallen waarin we als wetgevers hogere straffen hebben opgelegd, zonder dat daaraan enige behoefte bestaat bij OM of Raad voor de rechtspraak. Dan blijkt het lastig om een verhoging te zien, gewoon omdat die behoefte niet wordt gevoeld. Er zijn ook zaken waarin wel behoefte bestaat aan verhoogde strafmaxima. Denk maar even aan drugsdelicten. Dat ligt op dit moment nog in de Kamer. Het OM wil dat dat liever vandaag dan morgen wordt behandeld, want de straffen voor grootschalige drugsdealers die het OM kan eisen schieten tekort vergeleken met de landen om ons heen. Dat zorgt voor een aanzuigende werking. In die gevallen zie je, zodra zo&#x27;n wetsvoorstel is aangenomen, meteen een verhoging van de eisen. In sommige gevallen groeit het in. In andere gevallen is er een behoefte aan hogere strafmaxima voor uitzonderlijke gevallen, waarin zowel de rechter als het OM tot de conclusie komt dat er een dusdanig zwaar delict is gepleegd dat er zwaarder moet worden gestraft. Dan is de frequentie van het gebruik van die strafmaxima niet altijd bepalend, maar wel het feit dat hij bestaat. Er is dus een gemêleerd beeld. Wat ik noch bij het OM noch bij de Raad voor de rechtspraak heb geproefd is dat men zich daar niets van aan zou trekken. Dat is niet het geval.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan de vragen van de heer El Abassi. Laat ik daarbij op voorhand zeggen dat discriminatie als algemeen dossier is belegd bij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, dus een hoop van de discussie die u hebt gehad en de vragen die u heeft gesteld over coördinatoren rondom moslimhaat et cetera ga ik echt doorverwijzen naar hem, omdat hij verantwoordelijk is voor het beleid rondom discriminatie. De anomalie is inderdaad dat de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding wel onder mijn departement is gehangen. We proberen daar in samenhang wat te vinden. Laat ik over geweld tegen moskeeën zeggen dat ik geweld tegen alles en iedereen verwerp, ook tegen alle religieuze instellingen, of dat nou een moskee, een kerk of een synagoge is. Daar zit wat mij betreft geen enkel verschil in. Ik gun iedereen z&#x27;n veiligheid om z&#x27;n religie uit te kunnen voeren.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>In eerste instantie ligt de verantwoordelijkheid voor de veiligheid altijd bij de instelling zelf. Zo hebben we dat opgebouwd in Nederland. Iedereen gaat over z&#x27;n eigen sloten op z&#x27;n deur, of hij camera&#x27;s op wil hangen of dat hij veiligheid neer wil zetten bij de deur. Daar treedt de overheid niet in. Als aanvullende beveiliging nodig is vanwege de dreiging, dan valt die onder de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag. De bepaling of dat nodig is gebeurt altijd op basis van actuele dreigingsinformatie. Als de dreigingsinformatie daartoe aanleiding zou geven, dan zullen er ook bij islamitische instellingen beveiligingsmaatregelen worden getroffen. Maar op dit moment is daar geen sprake van en is er dus ook geen aanleiding om die maatregelen vanuit het gezag te treffen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer El Abassi (DENK):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dit maakt het dus precies zo ingewikkeld. Antisemitisme behandelen we via Justitie en Veiligheid, maar voor bijvoorbeeld moslimhaat moeten we ineens bij een heel andere portefeuille zijn. Mijn vraag aan de minister is eigenlijk heel simpel: waarom doen we dat?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik weet niet waarom we dat doen, maar u kunt de situatie rondom Joodse instellingen niet vergelijken met die rondom moskeeën. Die dreiging is van een compleet andere orde. Dat is hij al jaren. De veiligheid van de Joodse bewoners in Nederland is er in de afgelopen periode alleen maar verder op achteruit gegaan. Er staat niet voor niks rond elke joodse school een hek van drie meter hoog. Kinderen moeten daar onder zware bewaking naar school. Die dreiging is reëel. Daar moet op geacteerd worden. Op dit moment is de dreigingsinformatie voor moskeeën echt van een andere orde.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer El Abassi (DENK):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dat was mijn vraag niet, maar ik probeer het toch te begrijpen. De minister geeft aan dat het van een andere orde is, maar ik hoor de minister niet aangeven waarom het van een andere orde is. Hij zegt wel dat er hekken om synagoges staan. Dat is een feit. Die staan er om moskeeën niet. Dat is echter precies wat we willen. We zien week na week aanvallen op moskeeën. Die worden niet beveiligd. We willen toch, net als bij andere religieuze instellingen, dat er geen aanvallen meer plaatsvinden op moskeeën? Dan zou je eigenlijk beveiligingsmaatregelen moeten nemen zoals je ook bij de synagoges hebt gedaan. Ik snap nog steeds niet waarom de minister daartoe niet overgaat.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Nogmaals, dat is omdat de dreigingsinschatting tegen bijvoorbeeld kerken, die ook weleens worden beklad en waar ook weleens vernielingen plaatsvinden, en moskeeën echt van een andere orde is dan de dreiging die wij zien tegen Joodse instellingen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Tot slot.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer El Abassi (DENK):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Tot slot. Het is voor heel veel mensen echt ingewikkeld om dit te begrijpen. Er vindt bij synagoges een uitgebreide monitoring plaats. Er is een Nationaal Coördinator aangewezen, er is een Taskforce Antisemitismebestrijding en er zijn specifieke beveiligingsmiddelen ingezet. Desalniettemin zien we week na week dat moskeeën aangevallen worden. Daarbij vindt er geen uitgebreide monitoring plaats en is er geen nationaal coördinator en geen taskforce. En toch zien we dit week na week na week. Meer dan één moskee per week wordt er aangevallen. Wat doen wij hier als politiek, als wij totaal geen maatregelen nemen om dit tegen te gaan of op z&#x27;n minst terug te dringen, zou ik de minister nog een keer willen vragen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Nogmaals, de dreiging tegen moskeeën is echt van een andere orde dan de dreiging tegen de Joodse gemeenschap in Nederland. Dat uit zich dus ook in andere veiligheidsmaatregelen. Naar aanleiding van eerdere gesprekken hebben wij wel gezegd dat we een verkenning gaan uitvoeren naar de rondom moskeeën ervaren veiligheid. Dat zijn we ook aan het doen. In die zin wordt er informatie opgehaald uit het veld. Uiteindelijk zullen we zien wat dat beeld oplevert en vervolgens het gesprek aangaan over wat we daarmee moeten doen, maar u kunt niet op basis van de informatie die u aandraagt een-op-een zeggen: wat wij doen voor Joodse instellingen zou nu ook voor moskeeën moeten gebeuren. Dat is echt een dreiging van een andere orde.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Mathlouti (D66):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik heb een vraag over het laatste punt van de minister, over dat dat onderzoek gaat plaatsvinden. Als het goed is, is vandaag in de regeling van werkzaamheden het verzoek gehonoreerd van de collega van DENK om dit bredere debat plenair te gaan voeren. Kunt u het onderzoek, of het liefst natuurlijk de resultaten van het onderzoek, voor dat debat met ons delen? Dan gaan we dat debat voeren op basis van de feiten in plaats van onderbuikgevoelens en krantenberichten.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dat ligt een beetje aan op welke termijn dat debat wordt gehouden, want zo&#x27;n verkenning heb je natuurlijk niet in een paar weken uitgevoerd. Zij loopt al wel even, maar ik zal zo snel mogelijk bij u terugkomen met op welke termijn we die verkenning hebben voltooid.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Tot slot.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Mathlouti (D66):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Volgens mij zijn er ook heel veel andere onderzoeken uitgevoerd. Ik heb eerder wat stukken gelezen, die ook met deze Kamer zijn gedeeld. Het lijkt me goed om die hier zo veel mogelijk bij te betrekken. In alle eerlijkheid zeg ik dat ik ook een patroon zie van heel veel incidenten rondom moskeeën. Ik herken de emotie van de heer El Abassi. Het lijkt me goed dat we dit debat gewoon goed met elkaar gaan voeren.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ja, dat is helder. Nogmaals, ik kan er nu geen datum aan hangen, maar zodra we die hebben, komen we daarop uit.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter, ik denk dat ik daarmee aan het einde van mijn eerste termijn ben. Dat werd ook hoog tijd.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Daarbij was er in ieder geval wel de gelegenheid om alle vragen te stellen en te beantwoorden. Dan gaan we nu voor de verdere beantwoording naar staatssecretaris Van Bruggen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Staatssecretaris Van Bruggen:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Hartelijk dank, voorzitter. Het is heel prettig dat we dit inhoudelijke gesprek zo grondig met elkaar kunnen voeren. We kijken terug op een jaar waarin er veel gebeurd is, op 2025. De minister heeft net natuurlijk een reflectie gegeven op zijn portefeuilles. Bij mijn portefeuilles ging het vooral over een betere toegang tot het recht, juist voor mensen in kwetsbare posities. Er is gewerkt aan een rechtvaardig sanctiestelsel. We willen ook recht doen aan slachtoffers. Juist daarbij zien we dat het rechtvaardigheidsgevoel van de samenleving ontzettend belangrijk is. Wat doorlopend, in 2025 en ook nu nog, onder druk staat, is natuurlijk de capaciteit binnen DJI. Personeelstekorten, langere detenties en de stijgende vraag naar plekken: het zorgt allemaal voor grote uitdagingen. Daarom zijn er maatregelen genomen, waaronder de uitbreiding van de capaciteit, maar het is allemaal nog niet voldoende gebleken. Dat is ook geen nieuws voor u. Voor het zomerreces — dat is binnen een week of twee — kom ik dus daadwerkelijk met het actieplan gevangenissen, waarin we een integrale blik op de grote vragen binnen DJI aan u willen voorleggen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voor slachtoffer zijn de rechten verder versterkt, onder andere door betere bescherming van persoonsgegevens, de uitbreiding van slachtofferrecht en betere ondersteuning bij seksueel geweld en andere ingrijpende delicten. Ik sluit me dan ook volledig aan bij de woorden van de minister over het aanscherpen van de verbeterplannen voor de hele strafrechtketen, dat deltaplan, het verkorten van al de veel te lange doorlooptijden en het verminderen van de werkvoorraden, ook gewoon voor de mensen die het werk in de keten doen. Want vergis je niet: als je elke dag tegen achterstanden aan zit te werken, is dat ook gewoon heel hard werken. Het belang en de urgentie worden dus door ons beiden gezien, onderschreven en beetgepakt.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Ik heb eigenlijk over twee grote onderwerpen vragen gekregen. Die zien natuurlijk vooral op de onjuiste tenaamstellingen en het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Daar heb ik de antwoorden dus ook op ingedeeld. Ik heb ook nog een klein blokje overig.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Ik begin met de onjuiste tenaamstellingen. Dat dossier lag natuurlijk een maanden geleden voor het eerst op mijn bureau, maar voor een aantal van u was dat echt niet nieuw. Er zijn gewoon heel veel dingen niet goed gegaan in dat dossier. Er wordt hard gewerkt om dit te herstellen. Over de tenaamstellingen van die vonnissen moet de onderste steen boven komen. Het moet duidelijk worden waar we nu echt met elkaar aan verbeteringen werken in die hele keten. Het is dan ook terecht dat de heer Ellian, mevrouw Straatman en mevrouw Faber hier heel gericht vragen over gesteld hebben.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Hoe staat het hier nu mee en waar gaan we op de korte en lange termijn naartoe? Sowieso komt er op korte termijn — dat is dus nog voor het zomerreces, ook weer binnen die twee weken — een voortgangsrapportage naar uw Kamer. Dan ga ik graag met u verder in gesprek over het dossier tenaamstellingen tijdens het commissiedebat dat heel kort na de zomer plaatsvindt. Ik begreep dat dat al op 8 september is. In de voortgangsrapportage die u voor de zomer ontvangt, zal ik namelijk ook heel concreet ingaan op alle cijfers en aantallen waar we het nu over hebben.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Maar in zijn algemeenheid, terugkijkend op dit dossier, het volgende. Het gaat het om zaken waarin na het onherroepelijk worden van het strafvonnis, signalen bestonden dat de identiteit van de veroordeelde afwijkt van de tenaamstellingen in het vonnis. Dat kan verschillende oorzaken hebben. Het kan gaan om een administratieve verschrijving. Dat hebben we gezien. We zien officiële naamswijzigingen die niet goed zijn doorgevoerd. We zien ook identiteitsfraude en betere identiteitsgegevens die pas later in de strafproces beschikbaar zijn gekomen. Al met al zijn er dus ontzettend veel oorzaken waardoor we in deze situatie terecht zijn gekomen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het toetsings- en handelingskader onderscheidt daarom inmiddels vier gevalstypen. We hebben de administratieve fouten, de officiële naamswijzigingen, de significante afwijkingen zonder dat er signalen zijn van nadeel voor onschuldige derden, en we hebben significante afwijkingen met signalen van nadeel voor die onschuldige derden. Dat is natuurlijk de groep waar we de grootste zorgen over hebben. Dat onderscheid is van belang omdat niet elke afwijking zomaar dezelfde juridische of maatschappelijke consequenties heeft.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Hoe staat het er nu voor? De aanpak heeft aantoonbaar voortgang geboekt. Dat blijkt ook uit de conclusie van de Rekenkamer, met de ernstige onvolkomenheid die een onvolkomenheid is geworden. Ik heb het zelf ook zo mogen ervaren tijdens mijn werkbezoek aan Justid. Zij hebben natuurlijk ook een periode achter de rug waarin ze binnen alle mogelijkheden die ze hadden, die tekortschoten omdat er geen handelingskader was, hebben gehandeld naar eer en geweten. Daar hebben we a correcties op te voeren, maar b ook gewoon de mensen een beter kader mee te geven. Dat toetsings- en handelingskader is juridisch gevalideerd, is formeel vastgesteld en daar wordt nu ook formeel mee gewerkt. Al binnen vier maanden zien we dat de ervaringen van de medewerkers daarmee positief zijn. De behandeling van de zaken zelf is ook vergevorderd. Administratief herstelbare zaken zijn namelijk afgehandeld. Zaken waarin er aanwijzingen zijn dat onschuldigen zijn getroffen, zijn met alle prioriteit beoordeeld. Zowel de overige bekende zaken als de sinds 2025 nieuw geïdentificeerde zaken worden aangepakt. Bij de behandeling van de zaken zijn en worden in de strafrechtketen en de migratieketen maatregelen getroffen om eventuele nadelige gevolgen voor onschuldigen zo veel mogelijk te beperken. Denk aan het opschorten van signalering en de reisverboden. Bedenk ook dat bij het aanbrengen van markeringen in de strafrechtketen, databank en het Justitieel Documentatie Systeem, ketenpartners weten wanneer zo&#x27;n tenaamstellingsvraagstuk speelt. Dat richt zich bijvoorbeeld op de rode vlag, waarover mevrouw Straatman net nog een vraag over stelde, waar ik zo dadelijk op zal terugkomen. Dit alles om af te wachten of we uiteindelijk voor een bepaalde groep misschien wel toe moeten naar een corrigerende rechterlijke uitspraak. Je kunt immers niet zomaar elke naam of elk vonnis herschrijven; dat is echt iets wat aan de rechter is. Dus door het onderscheid in die categorieën te maken, door sommigen te identificeren als administratief af te handelen — het gaat dan om een letter die anders is, maar het is exact dezelfde persoon — en anderen waarvoor we daadwerkelijk de strafrechtketen nodig hebben; dat zijn dus de onderscheiden die nu ook in de voortgangsbrief zijn gemaakt. Daar worden ook de aantallen zaken bij genoemd. Uiterlijk 3 juli ligt die brief bij u.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Daarnaast is een systeemaanpassing gerealiseerd, zodat voortaan de automatische wijzigingen — hier vroeg mevrouw Faber naar — uit bijvoorbeeld de Basisregistratie Personen en de Basis Voorziening Vreemdelingen achteraf worden gecorrigeerd als daardoor een tenaamstellingsvraagstuk ontstaan is. Dit gaat over de combinatie met de pluk-ze-maatregelen, waarover u ook vragen heeft gesteld. Dat is in dit geval dus niet aan de orde. Er wordt ook gewerkt aan de mogelijkheid om het toetsings- en handelingskader al voorafgaand aan de automatische wijziging toe te passen, dus dat je als medewerker eigenlijk al goed de afweging kunt maken of iets een kwestie is van administratief corrigeren of een kwestie die je boven de pet groeit — om het maar even zo te zeggen — en waar je een bredere keten voor nodig hebt om een correctie door te voeren.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan mevrouw Straatman. U vroeg of de echte daders nog wel worden opgespoord. Dat is natuurlijk een heel terechte vraag. Het geruststellende antwoord daarop is zeker ja. Op het moment dat er een rode vlag is en er een verdenking is van een onjuiste tenaamstelling, wordt door de verschillende instanties, bijvoorbeeld in het geval dat u noemde, door Justid en het CJIB contact met elkaar gezocht om verder te gaan met, in dit geval, de uitvoering van zo&#x27;n vonnis. Nou, zoals ik al zei, ook de Algemene Rekenkamer ziet de voortgang. Dat is goed nieuws. Het is natuurlijk nog wel steeds een onvolkomenheid. Dat is ook terecht, omdat ook wijzelf zien dat er veel werk aan de winkel is. Ja, er is veel gebeurd, maar we moeten natuurlijk uiteindelijk nog echt wel die stappen vooruit zetten in dit hele dossier.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Daarom voor het komende jaar het volgende tijdspad. Het toetsings- en handelingskader zou eind 2026 echt een regulier onderdeel moeten zijn van de werkprocessen van de Matching Autoriteit. Het casusoverleg van de Matching Autoriteit, de strafrechtketen en de migratieketen is een regulier overleg waarin ook wordt bepaald dat de individuele zaken worden afgehandeld en opschortende maatregelen worden getroffen om nadelige gevolgen te beperken. Dus op het moment dat je ziet dat er opschortend gehandeld zou moeten worden, kan de afstemming ook binnen die tafel plaatsvinden en wordt dit dus niet uit de weg gegaan. En alle eerder gecommuniceerde 867 zaken zijn getoetst. Voor zover er geen rechterlijke uitspraak nodig is, zijn ze dan ook afgehandeld. Nieuwe zaken worden volgens de bestaande prioritering door de Matching Autoriteit en betrokken partners regulier opgepakt.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Even kijken ... Over de automatische wijziging heb ik net al iets gezegd. Dit is wel een belangrijke. Binnen de strafrechtketen zijn afspraken gemaakt over het informeren van de burgers die dit treft, want dat is natuurlijk wel een grote zorg op dit moment: als het jou raakt, moet je daar dan zelf achter komen of word je actief geïnformeerd door de overheid? Dit maakt ook onderdeel uit van het verbeterplan — en dat gaat u ook lezen in de voortgangsrapportage — omdat we ook hierin natuurlijk een betrouwbare overheid willen zijn. Op het moment dat er identiteitsfraude is gepleegd met jouw gegevens, word je daar door de overheid voor benaderd, zodat je daar niet zelf op een hele vervelende manier achter hoeft te komen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dat is het belangrijkste ten aanzien van de inhoud en het proces. Dan nog even een vraag van de heer Ellian, die zich heel erg richtte op de cultuur binnen Justid. Die ontstaat immers niet zomaar van de ene op de andere dag, dus hoe kan het nou zo zijn dat die zaken sowieso zijn blijven liggen, dat mensen het gevoel hadden dat ze niet voldoende handelingsmogelijkheden hadden, terwijl ze achter dit soort onjuistheden kwamen? Daar is in de afgelopen periode ook veel op gebeurd. De medewerkers hebben gewetensnood ervaren. Dat weet ik ook doordat ik dat gesprek met hen heb gevoerd. Juist door nu het onderscheid te maken tussen deze verschillende categorieën merk je dat ze al het comfort ervaren dat het soms wel degelijk een administratieve handeling is en dat het soms ook niet aan hen is om er iets mee te doen. Dat geeft al heel veel comfort. De vertrouwenspersonen, de integriteitscommissie en de centrale coördinator integriteit van mijn ministerie zijn ook betrokken bij deze cultuuromslag. Hoe kan het nou dat je niet aan de bel hebt getrokken op het moment dat je denkt: ben ik wel met de goede dingen bezig? Het melden is dus sowieso een belangrijke. Geef het nog steeds aan als je ziet dat dingen niet kloppen. Meld het ook bij je eigen integriteitscommissie, maar vooral ook natuurlijk bij het ministerie als je daar zorgen over hebt.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>We zien dat in de cultuur van Justid, bijvoorbeeld ook integraal binnen het leiderschapsprogramma, ook echt wordt opgepakt dat er een open en transparante manier van werken is en dat als je zorgen hebt over wat je in het systeem ziet, tegenkomt of inklopt, je daarover aan de bel kan trekken. Vanuit het ministerie wordt met Justid goed gevolgd of dit cultuurprogramma voldoende met zich meebrengt voor wat betreft het bewerkstelligen van die veilige omgeving. Dat gaan we dus ook aan het einde van het jaar weer een vervolg geven.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dat waren de vragen. Dan nog even de red flags. Dat zit nog in dit blokje. Die markering betekent het volgende. Bijvoorbeeld het CJIB gaat zonder twijfel echt op de rem staan en gaat contact zoeken met Justid of andersom. Het kan natuurlijk ook het OM of de rechtspraak zijn waarmee contact wordt gezocht op het moment dat je ziet dat een rode vlag ontstaat. Dit zijn de inzichten die we nu hebben, waarbij we weten dat de keten, die natuurlijk zeker vanuit de Matching Autoriteit aan tafel met elkaar dit soort werkafspraken moet maken, in de praktijk goed werkt en niemand met een rode vlag denkt: ik weet niet wat ik nu moet doen, dus ik ga maar even door of ik laat &#x27;m maar even links liggen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dat was het blokje ten aanzien van de tenaamstellingen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik kijk even rond. Ik zag in ieder geval een eerste interruptie van mevrouw Faber en daarna de heer Ellian.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Faber (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Eerst moet ik nog even aan de minister, pardon, aan de staatssecretaris — nou vergis ik me weer — wat toelichten. Ik had de vraag gesteld aan de minister, maar ik had een fout gemaakt. Het lag bij u. Dat was geen opzet. Dat was een foutje van mij. Ik ging net ook al in de fout. Dat zit een beetje in mijn systeem. Ik hoop dat u mij dat wilt vergeven.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik had natuurlijk wel nog wat specifieke vragen. U ging er als een trein doorheen, dus ik moet het even in laten zakken. Ik hoop dat ik het allemaal nog kan reconstrueren. De staatssecretaris geeft aan: burgers worden op de hoogte gebracht als identiteitsfraude is gepleegd met hun naam of identiteit. Maar ik vroeg ook: waarom worden burgers niet op de hoogte gebracht als ze een strafblad hebben? Dan kom je natuurlijk helemaal niet meer voor verrassingen te staan. Ik kan me ook voorstellen dat zo&#x27;n ID-fraude ertussendoor glipt. Maar als er een wijziging komt, waarbij je een strafblad krijgt of een wijziging op je strafblad, dan gaat er denk ik wel wat gebeuren als dat ten onrechte het geval is.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Foute tenaamstellingen kunnen een administratieve oorzaak hebben. Justid had geen handelingskader, maar ging gewoon zelf aan de slag om het te wijzigen. Daar zijn ze in 2017 mee gestopt. Ik vroeg me wel af: wie is nu verantwoordelijk voor deze zaken? Justid had wel zelf gevraagd bij het ministerie: help ons nou, want wij weten het ook niet meer. Hoe is dat nu verder verlopen? Ik ben in ieder geval wel blij dat er nu wel een handelingskader is. Dat is wel goed.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Nu ga ik toch over naar de minister. Nu is het toch de minister. Daar kan ik niks aan doen. De minister heeft in 2025 een juridische analyse laten uitvoeren. Daar kwam uit dat alleen de rechter de inhoud van strafvonnissen mag wijzigen in het geval van een veroordeling. Heeft de minister naar aanleiding van dit onderzoek de opdracht gegeven aan Justid om hier eigenhandig mee te stoppen, zodat Justid niet meer op eigen houtje die zaken mag veranderen?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan heb ik nog steeds de vraag: hoeveel zaken zijn er nu aangepast? Er wordt wel gezegd dat het niet goed bijgehouden is, maar dat is niet helemaal waar, want er zijn wel markeringen aangebracht in het systeem. Dat is ook terug te vinden in de beantwoordingen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Gaat u naar een afronding? Dit is een lange interruptie.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Faber (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ja, maar ik moest wachten tot de staatssecretaris klaar was met het blokje. Dan moet ik het opzouten.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Als u het kort en bondig zou willen toespitsen op de vragen, heel graag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Faber (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ja, dat is goed, maar ik wil het toch even goed vragen. Anders kom ik straks weer terug. Dan is mijn tweede termijn ook alleen maar korter, dus dat scheelt ook allemaal weer.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan is toch de vraag hoeveel er nu aangepast is. Is dat nu goed in beeld?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Staatssecretaris Van Bruggen:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Even de destillatie van de vragen. Het is sowieso geen probleem dat u, zeg ik via de voorzitter, mij aanspreekt door de minister, om het maar zo even te zeggen. We begrijpen elkaar goed. Ten aanzien van de onjuiste tenaamstellingen klopt het dat het natuurlijk de hele keten raakt. Dit probleem ontstaat dus niet bij Justid. Dit kan natuurlijk breder in de keten ontstaan, op het moment dat er ergens een strafbeschikking wordt uitgeschreven of op het moment dat er ergens een rechtszaak dient. Als er een identificatie plaatsvindt van een natuurlijke persoon, is het natuurlijk altijd heel goed als je die gegevens kunt koppelen aan degene die tegenover je zit. Uiteindelijk komt het allemaal samen in het systeem van Justid. Daar moet het dan feitelijk kloppen. Daar zijn die onzorgvuldigheden geconstateerd. Daar heb je verschillende categorieën in.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Faber heeft gelijk als ze zegt dat er een aantal zaken zijn waarbij er een rechtelijke uitspraak voor nodig zal zijn om daar een correctie op uit te voeren. Dat geldt nu, na deze eerste verdieping door ons, niet voor alle zaken. Dan zie je dat er bij de eerste en tweede categorie echt een administratieve afhandeling is. Bij de derde en vierde categorie — daar kom ik in de voortgangsbrief iets uitgebreider op terug — zal er wel een aanpassing in bijvoorbeeld het rechterlijk vonnis moeten zijn. Hoe doe je dat dan? In feite moet er als je een nieuwe zaak hebt namelijk ook sprake zijn van een novum. Voor de juristen hier is dat niks nieuws. Dan moet er dus eigenlijk een nieuw feit, een nieuwe omstandigheid of een nieuwe situatie zijn. Dat is natuurlijk niet altijd zo. Of is dat er dan wel? In de definitie van het omgaan met de onjuiste tenaamstellingen en het netjes afwikkelen van de correctie binnen het recht zoals we dat met elkaar hebben afgesproken, is niet alles een administratieve afhandeling. Ik kom daarop uitgebreider terug in de voortgangsbrief. Het lijkt me heel mooi om daar na de zomer met elkaar het gesprek over te voeren, want daarin zult u ook de aantallen zien.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>We zijn dus achter het probleem gekomen. We hebben een handelingskader waardoor de medewerker geen verlegenheid meer zou moeten ervaren om gewoon een zaak af te handelen of aan de bel te trekken. Die moet het dus ook niet eigenstandig corrigeren als dat echt niet binnen de wettelijke mogelijkheden ligt. Met andere woorden, er komen dus geen nieuwe zaken bij, om het maar even zo te zeggen. Tegelijkertijd zijn het mensen die aan het werk zijn en worden daarbij fouten gemaakt. In alle eerlijkheid moeten we dus gewoon kijken wat er nodig is om terug te kijken naar wat er mis is gegaan, te zien hoe we die berg gaan oplossen en een voldoende sluitend handelingskader te organiseren waar de collega&#x27;s van Justid mee uit de voeten kunnen. Ik noem dan natuurlijk Justid, maar dat moet altijd in samenspraak met het OM, het CJIB en DJI, met al de organisaties die in de strafrechtketen informatie opslaan die uiteindelijk van belang is voor de relevante informatie.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Faber (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel voor deze beantwoording. Ik zie dan ook uit naar uw schrijven. Maar ik had nog een vraagje betreffende het Arabisch schrift. Hoe een naam is geschreven, kan je daarbij op verschillende manieren interpreteren. Ik dacht bijvoorbeeld dat de IND werkte met een systeem uit Noorwegen om dat in goede banen te leiden. Ik vroeg me dus ook af of dat ook in de strafrechtketen is. Is daar er tool voor om dat op de juiste wijze te interpreteren, aangezien je dus verschillende schrijfwijzen hebt als je het in het Latijnse schrift zet?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Staatssecretaris Van Bruggen:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het klopt dat mevrouw Faber dat antwoord nog van mij tegoed had. De wijze van inschrijven in de BRP of in de BVV is leidend. Niet-Latijnse schriften worden volgens de BRP en de BVV geldende transitieregels, oftewel vertaalregels, in de systemen geregistreerd. Dat gaat dus niet een-op-een over. Daar zijn regels voor. Dat zijn natuurlijk ook dingen die je steeds moet controleren. Als het goed is, staan er dus niet twee natuurlijke personen in ons systeem geregistreerd als &quot;Mohammed&quot; en &quot;Muhammed&quot; terwijl het om dezelfde persoon gaat. Daar zijn vertaalregels voor die gebruikt worden volgens de BRP en de BVV.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Faber (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Kan ik dan concluderen dat die persoon met deze naam altijd op dezelfde wijze in het Latijnse schrift wordt weergegeven?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Staatssecretaris Van Bruggen:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik denk dat het goed is om over deze hele specifieke vraag in de voortgangsbrief duidelijkheid te geven. Ik zal de vraag daarin meenemen en beantwoorden.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Nog een interruptie van de heer Ellian.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Ellian (VVD):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Heel kort, want dit ging mij een beetje ver de techniek in. Ik heb een hele simpele vraag. Heeft de staatssecretaris met Marleen de Wilde gesproken?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Staatssecretaris Van Bruggen:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank voor deze vraag. Ik heb de podcast geluisterd. Ik weet ook dat er zorgen zijn bij in dit geval de persoon die door de heer Ellian wordt genoemd. Alle informatie die nodig is om goede besluiten te nemen over het vervolg, ook ten aanzien van de cultuur binnen Justid, neem ik zeer serieus. Dit gaat ook over het gesprek dat met de Rekenkamer wordt gevoerd. Hoe kom je helemaal van de onvolkomenheid af? Dat raakt ook juist aan: is het op orde met de cultuur binnen Justid? Het is voor mij dus juist heel erg belangrijk om het in zijn integraliteit te bekijken. Aan de ene kant is er een podcast gemaakt. Aan de andere kant is er een cultuurverbetering. Dat betekent dat al die dingen moeten samenkomen in uiteindelijk een betere basis van werken binnen Justid.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Straatman (CDA):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik heb één korte vraag. Het is een vraag die mevrouw Faber zonet ook stelde, maar het is me nog niet helemaal helder wat betreft de wijzigingen in het strafblad. De staatssecretaris zei zojuist: die moeten we melden in het geval dat we eigenlijk al weten dat er iets mis is gegaan. Maar u kunt natuurlijk in die zin ook gewoon burgers inzetten, dus dat burgers helpen bij het signaleren aan de voorkant. Daarvoor zou nodig zijn dat er inzicht is in het strafblad op het moment dat het ontstaat en ook als er wijzigingen optreden. Is dat in te regelen of wordt dit ook meegenomen in de voortgangsbrief? Kan de staatssecretaris daar iets meer over vertellen?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Staatssecretaris Van Bruggen:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik neem dit graag mee in de voortgangsbrief, want ik zie wel dat er een antwoord op is. Er is namelijk het Meldpunt Identiteitsfraude, maar dat spreekt natuurlijk ook in die zin wel uit dat het wat reactiever zou zijn. Dan kunnen mensen zichzelf melden. Ik zou het volledige antwoord hierop graag willen meenemen in de voortgangsbrief. Ja? Dank.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik kijk even rond. Ik zie dat er verder geen vragen zijn van de zijde van de Kamer en dat de beide bewindspersonen klaar zijn met de beantwoording van de vragen. Ik stel voor dat we direct overgaan naar de tweede termijn.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Staatssecretaris Van Bruggen:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Ik had nog de beantwoording van een vraag over de invoering van het Wetboek van Strafvordering.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>O, neem me niet kwalijk. Ik dacht dat u helemaal klaar was, met uw dankwoord.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Staatssecretaris Van Bruggen:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het is namelijk een belangrijke en terechte vraag. Het Adviescollege ICT-toetsing heeft op verzoek van de Eerste Kamer op 12 mei een advies uitgebracht over de noodzakelijke ICT-aanpassingen als we de datum van april 2029 willen halen voor de invoering van het Wetboek van Strafvordering. Wij zetten alles op alles om die datum te halen. Als we blijven doen wat we deden, dan redden we het niet. Dat is eigenlijk de conclusie die nu getrokken wordt. We blijven dus niet doen wat we deden. Dat is iets waar ik in de komende periode mee bezig ben. Ook kom ik nog deze maand, en dat klinkt dan alsof dat ook nog voor het reces is, met een beleidsreactie op het advies van het AcICT over de invoering van het Wetboek van Strafvordering.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter, dank.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik kijk nog even rond voor de zekerheid, voordat ik te rap ben in mijn afronding, maar ik denk dat we nu wel, met het welbevinden van deze kant, over kunnen gaan naar de tweede termijn.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Faber (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik mis één antwoord. Dat kan in de tweede termijn, maar ik kan het ook nu doen als dat oké is.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dat mag. Ja hoor, doe maar.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Faber (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik had nog een vraagje over de buitenstrafrechtelijke afdoening. De staatssecretaris zei: ik wil ook recht doen aan de slachtoffers. Maar bij jeugdzaken met een buitenstrafrechtelijke afdoening is er geen rechtszaak. Dan wordt er gesteld: ja, maar als men wil vervolgen, dan kan men altijd een artikel 12-procedure opstarten. Maar die afhandelingen van die artikel 12-procedures vallen ook allemaal niet onder de norm, want slechts 22% van de zaken wordt tijdig opgenomen. Ja, dat schiet ook niet op. Dat komt ook niet echt lekker over bij de slachtoffers, lijkt me.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Staatssecretaris Van Bruggen:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Terecht. Ik heb hier ook gewoon de vraag van mevrouw Faber over de buitengerechtelijke afdoening. Daarbij gaat het vooral om het buitengerechtelijk afdoen van de strafbare feiten die jongeren plegen. Ik noem de jongeren nu heel specifiek, omdat dit juist onderdeel uitmaakt van die pedagogische aanpak binnen de jeugdstrafrechtketen. Het is dus niet zo dat we het allemaal maar in het buitengerechtelijke zoeken. Het is óók niet zo dat we het allemaal in het keiharde strafrecht zoeken. Het moet dus ergens bij elkaar komen om te zien hoe we die jongeren op het rechte pad krijgen en houden; ik denk dat de minister daar ook veel woorden aan heeft gewijd. Soms helpt zo&#x27;n buitengerechtelijke afdoening dan juist. De RSJ heeft onlangs het advies Een nieuw perspectief op buitenstrafrechtelijke afdoeningen voor jeugdigen gepubliceerd; misschien is dat mevrouw Faber bekend. Ik zou daar graag in het najaar op reflecteren in een beleidsreactie, omdat het belangrijk is dat we hierover het gesprek met elkaar blijven voeren: hoe kunnen we nou die groep jeugdigen waarvan we zien dat ze van de rails af raken of geraakt zijn, op zo&#x27;n manier corrigeren dat het ervaren wordt als straf en dat ze tegelijkertijd niet op een hele jonge leeftijd voor een veel te lange periode met 10-0 achter staan? Daarom zijn die buitenstrafrechtelijke afdoeningen soms dus zeer helpend, zeker in pedagogisch opzicht, en soms ook niet. Ik denk dat dat in de beleidsreactie in het najaar een mooie plek zou kunnen krijgen, waarna wij hierover ook weer het gesprek met elkaar kunnen voeren.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Tot slot.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Faber (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik begrijp de goede bedoelingen van de staatssecretaris wel, maar het lijkt mij toch ook een stok achter de deur als je weet dat je een strafblad hebt als je je niet goed gedraagt. Dat is natuurlijk wel een dingetje. Dat kan in feite dus ook educatief werken. Misschien kan de staatssecretaris daar in haar beleidsbrief ook op reageren. Dat hoeft dan niet nu, maar ik vraag haar via de voorzitter of zij dat mee wil nemen. Dat lijkt mij dan prima.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Staatssecretaris Van Bruggen:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zeker kan ik daar in de beleidsreactie op reageren. Ik denk wel dat het hebben van een strafblad voor jeugdigen, die nog niet kunnen overzien wat dat voor de rest van hun leven betekent, soms veel minder impact heeft dan hen met een buitengerechtelijke afdoening wat langer en intensiever begeleiden en in de gaten houden. Ik denk dat dat als corrigerender wordt ervaren en misschien ook betere effecten heeft. Daar ben ik zeer ambitieus en niet naïef in. Dat is dus iets waar ik in de beleidsreactie zeker op terug wil komen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank. Dan gaan we nu over naar de tweede termijn. Aan het woord is eerst mevrouw Faber voor haar inbreng in de tweede termijn.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Faber (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Ik zal het kort houden. Ik kom alleen met twee moties, want de bewindspersonen hebben uitgebreid beantwoord. Dank daarvoor. Daar gaan we dus niet verder over doorzagen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik wil toch een motie indienen over het informeren van burgers als ze een strafblad hebben. Ik zie deze motie meer als een aanmoediging van de regering.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Motie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Kamer,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>gehoord de beraadslaging,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat het probleem van foutieve tenaamstellingen in de strafrechtketendatabank al sinds 2012 bekend is;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat op onherroepelijke vonnissen verkeerde namen staan en de echte veroordeelde daarmee onder de radar blijft en een onschuldige burger zonder het te weten een strafblad krijgt of, erger nog, in de gevangenis belandt;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat burgers niet op de hoogte worden gebracht van een eventueel strafblad;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>verzoekt de regering burgers te informeren bij wijzigingen inzake het hebben van een strafblad,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>en gaat over tot de orde van de dag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Deze motie is voorgesteld door het lid Faber.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zij krijgt nr. 13 (36945-VI).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Motie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Kamer,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>gehoord de beraadslaging,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat sinds 2012 de strafrechtketen niet op orde is;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat de Algemene Rekenkamer concrete aanbevelingen heeft gedaan aan de minister van Justitie en Veiligheid om dit probleem op te lossen;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>verzoekt de regering zo snel mogelijk de aanbevelingen inzake foutieve tenaamstellingen op te pakken en snel over te gaan tot actie,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>en gaat over tot de orde van de dag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Deze motie is voorgesteld door het lid Faber.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zij krijgt nr. 14 (36945-VI).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Faber (PVV):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ook deze motie zie ik ter stimulering van het kabinet.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dat was &#x27;m. Dank u wel.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Mathlouti.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Mathlouti (D66):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter, dank. Voor veel mensen is veiligheid niet ingewikkeld. Veiligheid betekent dat je aangifte serieus wordt genomen, dat je niet jarenlang hoeft te wachten op een rechtszaak en dat de overheid voorbereid is op de dreigingen van morgen. De Rekenkamer en het debat van vandaag laten zien dat het daar nog te vaak aan ontbreekt, niet alleen door capaciteitstekorten maar ook doordat inzicht, sturing en samenhang onvoldoende op orde zijn. Als we dit willen verbeteren, moeten we weten waar vertraging ontstaat, duidelijke doelen stellen en beter zicht krijgen op de uitvoering van ons veiligheidsbeleid. Daartoe dien ik drie moties in. De eerste is de volgende.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Motie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Kamer,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>gehoord de beraadslaging,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat de Algemene Rekenkamer concludeert dat ketenbreed inzicht in doorlooptijden binnen de strafrechtketen ontbreekt en dit effectieve sturing en parlementaire controle bemoeilijkt;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>overwegende dat het verkorten van doorlooptijden vraagt om inzichten in waar vertragingen binnen de keten ontstaan;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>verzoekt de regering om periodiek ketenbreed inzicht te verschaffen in de doorlooptijden binnen de strafrechtketen, uitgesplitst naar de verschillende fasen van het strafproces, en de Kamer hierover te informeren,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>en gaat over tot de orde van de dag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Deze motie is voorgesteld door de leden Mathlouti en Straatman.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zij krijgt nr. 15 (36945-VI).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Mathlouti (D66):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik ga naar de tweede motie, voorzitter.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Motie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Kamer,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>gehoord de beraadslaging,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat de Algemene Rekenkamer constateert dat concrete tijdsdoelen voor het terugdringen van doorlooptijden in de strafrechtketen ontbreken en het kabinet voor de zomer komt met een integraal deltaplan strafrechtketen;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>overwegende dat duurzame verbetering van de strafrechtketen vraagt om concrete en toetsbare doelstellingen;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>verzoekt de regering in het integraal deltaplan strafrechtketen meetbare doelstellingen en tijdpaden op te nemen voor het terugdringen van doorlooptijden, en de Kamer periodiek over de voortgang te informeren,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>en gaat over tot de orde van de dag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Deze motie is voorgesteld door de leden Mathlouti en Straatman.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zij krijgt nr. 16 (36945-VI).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Mathlouti (D66):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik ga naar de laatste motie, voorzitter.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Motie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Kamer,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>gehoord de beraadslaging,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat de Algemene Rekenkamer concludeert dat rijksbreed inzicht in de voortgang van de Nationale Veiligheid Strategie ontbreekt en momenteel voornamelijk wordt gemonitord op afzonderlijke actielijnen per ministerie;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>overwegende dat effectieve sturing op nationale veiligheid vraagt om inzicht in zowel de voortgang als de samenhang van maatregelen;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>verzoekt de regering zo spoedig mogelijk te komen tot een rijksbrede monitoringssystematiek voor de Nationale Veiligheid Strategie, en de Kamer te informeren over de wijze waarop hierin een coördinerende rol voor de NCTV wordt vormgegeven,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>en gaat over tot de orde van de dag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Deze motie is voorgesteld door het lid Mathlouti.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zij krijgt nr. 17 (36945-VI).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Mathlouti (D66):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dat was het.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter: Faber\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Coenradie (JA21):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik heb een aantal moties.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Motie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Kamer,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>gehoord de beraadslaging,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat de Rekenkamer de coördinatie van de strafrechtketen als een ernstige onvolkomenheid aanmerkt en concludeert dat onvoldoende inzicht bestaat in de prestaties van de keten als geheel;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>overwegende dat effectieve sturing niet mogelijk is zonder meetbare doelen en afrekenbare resultaten;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>verzoekt de regering om voor de gehele strafrechtketen meetbare en afrekenbare doelstellingen vast te stellen en jaarlijks inzichtelijk te maken welke consequenties worden verbonden aan het niet behalen van deze doelstellingen,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>en gaat over tot de orde van de dag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Deze motie is voorgesteld door het lid Coenradie.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zij krijgt nr. 18 (36945-VI).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Motie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Kamer,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>gehoord de beraadslaging,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat de politie bij ernstige openbareordeverstoringen voor de inzet van bepaalde geweldsmiddelen afhankelijk is van toestemming van het lokaal gezag;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>overwegende dat vertraging of terughoudendheid in de besluitvorming kan leiden tot escalatie van geweld, grotere veiligheidsrisico&#x27;s voor burgers en hulpverleners en verlies van gezag van de overheid;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>van mening dat operationele afwegingen over de inzet van politiecapaciteit en geweldsmiddelen primair thuishoren bij de politie;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>verzoekt de regering om wettelijk mogelijk te maken dat de politie bij (dreigende) ernstige openbareordeverstoringen zelfstandig kan besluiten tot de inzet van specifieke eenheden en geweldsmiddelen die zij noodzakelijk acht voor het herstel van de openbare orde,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>en gaat over tot de orde van de dag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Deze motie is voorgesteld door het lid Coenradie.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zij krijgt nr. 19 (36945-VI).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Motie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Kamer,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>gehoord de beraadslaging,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>overwegende dat criminaliteit zich niet houdt aan gemeentegrenzen en een effectieve aanpak daarom vraagt om een vorm van centrale regie;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>overwegende dat steeds meer gemeenten aangeven tegen de grenzen van hun mogelijkheden aan te lopen bij de aanpak van criminaliteit;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>van mening dat de minister verantwoordelijk én afrekenbaar moet zijn voor de resultaten van de strafrechtketen en daarvoor over voldoende sturingsmogelijkheden moet beschikken;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>verzoekt de regering om te komen met voorstellen om de landelijke regie op de aanpak van criminaliteit te versterken, en daarbij ook aan te geven welke wettelijke aanpassingen nodig zijn om de minister meer doorzettingsmacht en sturingsmogelijkheden te geven,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>en gaat over tot de orde van de dag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Deze motie is voorgesteld door het lid Coenradie.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zij krijgt nr. 20 (36945-VI).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Motie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Kamer,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>gehoord de beraadslaging,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat slachtoffers van huiselijk geweld vaak nog lang in angst leven omdat zij niet altijd op de hoogte worden gehouden over de stappen in het vervolgproces na een aangifte;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>verzoekt de regering te verankeren dat slachtoffers van huiselijk geweld, indien zij dat wensen, gedurende het strafproces actief worden geïnformeerd over belangrijke stappen in de strafrechtelijke vervolging van de verdachte, zoals arrestatie, vervolging en uitspraak,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>en gaat over tot de orde van de dag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Deze motie is voorgesteld door het lid Coenradie.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zij krijgt nr. 21 (36945-VI).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Coenradie (JA21):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik heb er nog twee.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Motie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Kamer,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>gehoord de beraadslaging,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat de zedenketen onder grote druk staat en dat de Algemene Rekenkamer heeft vastgesteld dat ook ernstige misdrijven, waaronder zedenzaken, door capaciteitsgebrek blijven liggen, terwijl juist deze zaken altijd prioriteit zouden moeten krijgen;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>overwegende dat slachtoffers van seksueel geweld verschillende behoeften kunnen hebben op het gebied van zorg, herstel, bescherming en strafrecht, waarbij een strafrechtelijk traject niet in alle gevallen passend of wenselijk is;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>overwegende dat het Centrum Seksueel Geweld een belangrijke rol vervult in de opvang, ondersteuning en begeleiding van slachtoffers, en een centrale intake- en triagefunctie kan bijdragen aan zowel passende hulpverlening als een effectievere inzet van de schaarse capaciteit binnen de zedenketen;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>verzoekt de regering om samen met het Centrum Seksueel Geweld, de politie en het Openbaar Ministerie te komen tot een centrale intake- en triagefunctie binnen de zedenketen, waarbij de behoeften van slachtoffers centraal staan en de beschikbare opsporingscapaciteit doelmatiger kan worden ingezet,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>en gaat over tot de orde van de dag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Deze motie is voorgesteld door het lid Coenradie.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zij krijgt nr. 22 (36945-VI).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Coenradie (JA21):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De laatste.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Motie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Kamer,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>gehoord de beraadslaging,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat jaarlijks ongeveer 100 miljoen euro wordt besteed aan Preventie met Gezag;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>overwegende dat de effectiviteit van veel interventies onvoldoende is aangetoond en dat de beschikbare middelen primair terecht moeten komen bij jongeren met een verhoogd risico op criminaliteit;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>verzoekt de regering om binnen Preventie met Gezag uitsluitend nog financiële middelen beschikbaar te stellen voor effectieve interventies die specifiek zijn gericht op jongeren met een verhoogd risico op het afglijden naar criminaliteit,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>en gaat over tot de orde van de dag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Deze motie is voorgesteld door de leden Coenradie en Ellian.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zij krijgt nr. 23 (36945-VI).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter: Coenradie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Goed. Dan geef ik nu het woord aan de heer Ellian.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Ellian (VVD):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Ik ga u niet overtreffen in het aantal moties, tenzij de regering behoefte heeft aan nog wat sturing op de keten; dan pennen we er nog een paar, want ik zie dat er aan de overkant driftig van alles gebeurt. Ik ben eigenlijk wel heel blij met de moties die de collega&#x27;s indienen, want ik herinner me nog dat ik met collega Mutluer de parlementaire verkenning deed en dat we in het begin een beetje een reactie kregen, ook vanuit de keten, van &quot;moet dat allemaal?&quot; en &quot;waarom doen ze dat?&quot;. Als ik nu zie dat het toch echt leeft bij diverse collega&#x27;s aan deze kant en ik ook een minister zie die toch wel stevige bewoordingen heeft gebruikt, enerzijds in intentie maar anderzijds ook in dat hij resultaten verwacht, stemt dat in ieder geval enigszins hoopvol. Dat is voor mij eigenlijk het belangrijkste bij het jaarverslag, ook richting de begroting: dat we uiteindelijk, als het gaat om die hoeveelheid geld — en nogmaals, het gaat niet per se om het bedrag — we uiteindelijk kunnen uitleggen aan de samenleving: wat krijgt u daar dan voor? Nu ziet de samenleving dus een rechtsstaat die in zekere zin niet kan leveren.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik dank uiteraard de minister en de staatssecretaris voor de beantwoording. Ik kijk met belangstelling uit naar — ik hoop dat ik dat goed heb begrepen — de brief van de staatssecretaris over de foutieve tenaamstelling. We zien elkaar bij het commissiedebat Strafrechtketen na de zomer en ik hoop dat er dan ook iets meer gezegd kan worden over het dashboard. Ik wacht de brief af. Ik hecht wel, zeg ik via de voorzitter tegen de minister, aan een aparte brief. Ik zou het vervelend vinden als twee aangenomen moties in een halfjaarbericht komen. Ik vind dat niet zo passen, eerlijk gezegd; het is ook een heel ander onderwerp, dus ik hoop dat dat kan.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>In het kader van Preventie met Gezag sta ik onder een motie, een van de zeven van collega Coenradie. O, zes.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dat was het.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Niet overdrijven; het waren er zes. O, leken het er wel zestien? Het is ook al laat. Ik geef het woord aan de heer El Abassi.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer El Abassi (DENK):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter, dank. Ik stelde eigenlijk twee vragen aan de minister. Eén: waarom valt antisemitisme onder Justitie en Veiligheid en moslimhaat en andere vormen van discriminatie niet? De tweede vraag was: waarom is er een gereedschapskist tegen antisemitisme en hebben we middelen in die gereedschapskist die we kunnen inzetten, maar zetten we die niet in bij andere vormen van discriminatie of haat?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Het antwoord dat ik iedere keer weer kreeg van de minister, was dat deze vorm van discriminatie van een compleet andere orde was. Ik weet niet wat de minister daar precies mee bedoelt, maar concluderend is het volgens mij zo dat de gereedschapskist tegen antisemitisme behoorlijk gevuld is en dat we middelen inzetten, maar dat dat niet zo is als het gaat om moslimhaat. We zien wekelijks incidenten en ik wil dat niet toelaten. Ik wil ervoor zorgen dat er ook een gereedschapskist is met middelen die we kunnen inzetten tegen moslimhaat. Vandaar dat ik met een aantal moties kom. Ik probeer mevrouw Coenradie daarin te overtreffen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Motie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Kamer,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>gehoord de beraadslaging,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat incidenten tegen moskeeën en islamitische instellingen niet landelijk en centraal worden geregistreerd;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>overwegende dat effectief beleid betrouwbare gegevens vereist;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>verzoekt de regering incidenten tegen moskeeën en islamitische instellingen landelijk te registreren, en de Kamer jaarlijks hierover te informeren,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>en gaat over tot de orde van de dag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zij krijgt nr. 24 (36945-VI).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Motie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Kamer,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>gehoord de beraadslaging,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat moskeeën en islamitische instellingen regelmatig doelwit zijn van bedreigingen, vernielingen en andere vormen van haatcriminaliteit;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>overwegende dat een samenhangende aanpak noodzakelijk is om moslimhaat effectief te bestrijden;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>verzoekt de regering een nationale strategie tegen moslimhaat en islamofobie op te stellen, met aandacht voor preventie, monitoring, bescherming en slachtofferondersteuning,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>en gaat over tot de orde van de dag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zij krijgt nr. 25 (36945-VI).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Motie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Kamer,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>gehoord de beraadslaging,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat voor de bestrijding van antisemitisme een Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding actief is, en terecht;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>overwegende dat ook moslimhaat een ernstige bedreiging vormt voor de veiligheid en vrijheid van burgers;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>verzoekt de regering een nationaal coördinator moslimhaat en islamofobie in te stellen, en de Kamer hierover te informeren,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>en gaat over tot de orde van de dag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zij krijgt nr. 26 (36945-VI).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Motie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Kamer,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>gehoord de beraadslaging,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat moskeeën en islamitische instellingen herhaaldelijk doelwit zijn van vernielingen, bedreigingen en intimidatie;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>overwegende dat religieuze instellingen veilig moeten zijn voor bezoekers en gelovigen;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>verzoekt de regering te voorzien in ondersteuning voor noodzakelijke beveiligingsmaatregelen bij moskeeën en islamitische instellingen,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>en gaat over tot de orde van de dag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zij krijgt nr. 27 (36945-VI).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Motie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Kamer,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>gehoord de beraadslaging,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat moskeebesturen zorgen uiten over de veiligheid van moskeeën;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>overwegende dat structureel overleg kan bijdragen aan een betere aanpak van veiligheidsrisico&#x27;s;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>verzoekt de regering in overleg te treden met moskeekoepels, gemeenten, politie en het Contactorgaan Moslims en Overheid over de veiligheid van moskeeën,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>en gaat over tot de orde van de dag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zij krijgt nr. 28 (36945-VI).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer El Abassi (DENK):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan mijn laatste twee, voorzitter.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Motie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Kamer,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>gehoord de beraadslaging,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat moskeeën en islamitische instellingen in toenemende mate doelwit zijn van incidenten;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>overwegende dat meer inzicht nodig is in de aard, omvang en achtergrond van deze incidenten;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>verzoekt de regering onderzoek te laten verrichten naar aanvallen op moskeeën en islamitische instellingen in Nederland,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>en gaat over tot de orde van de dag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zij krijgt nr. 29 (36945-VI).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer El Abassi (DENK):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De laatste motie, voorzitter.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Motie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Kamer,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>gehoord de beraadslaging,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>constaterende dat religieuze instellingen in Nederland doelwit kunnen zijn van haat, bedreiging en geweld;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>overwegende dat alle geloofsgemeenschappen recht hebben op passende bescherming;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>verzoekt de regering te waarborgen dat veiligheidsmaatregelen voor religieuze instellingen worden gebaseerd op objectieve dreigings- en risicoanalyses,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>en gaat over tot de orde van de dag.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zij krijgt nr. 30 (36945-VI).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer El Abassi (DENK):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter. Het zijn er inderdaad veel, maar wekelijks sta ik achter de katheder omdat wekelijks moskeeën worden aangevallen. Vrouwen, kinderen en ouderen zijn aanwezig in die moskeeën op het moment dat dit soort incidenten gebeuren en ik wil er alles aan doen om te voorkomen dat het een keer echt misgaat en we straks met spijt terugkijken, vandaar deze moties.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Oké. Dan tot slot mevrouw Straatman voor haar inbreng.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mevrouw Straatman (CDA):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank u wel, voorzitter. Ik hou het kort. Dank aan de minister en de staatssecretaris voor de beantwoording en het goede debat. Ik wil nog twee punten maken.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Volgens mij heeft de minister met &quot;smartificeren&quot; een nieuw woord geïntroduceerd — althans, voor mij is het een nieuw woord — maar ik denk wel dat het de kern raakt van het debat over doorlooptijden. Laten we het vooral inzichtelijk maken. Met het dashboard hebben we denk ik een eerste goed middel om te kijken of het lukt om doelstellingen te formuleren en die ook na te leven.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het tweede punt gaat over de politiebegroting en die managementinformatie. Dat puzzelde me in alle eerlijkheid nog wel een beetje. Ik heb ook teruggekeken wat er nou precies in het rapport van de Rekenkamer staat. Daarin wordt echt gezegd dat gewoon van 11.500 grote opsporingsonderzoeken de resultaten niet bekend zijn. Ik wacht de informatie en de beleidsreactie van de minister op dat punt af. Graag wel echt een specifieke reactie op dit punt. Ik hoop dat de minister dat wil meenemen. Het gaat dan expliciet — dat wil ik nog zeggen — niet over die centrale sturing, waar de minister het veel over heeft. Ik denk dat het gaat om centraal inzicht, zodat je ook kan controleren.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Tot zover, voorzitter.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik kijk even of de bewindslieden meteen kunnen antwoorden. Ja? Het woord is aan staatssecretaris Van Bruggen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Staatssecretaris Van Bruggen:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voorzitter, dank. De eerste motie, de motie op stuk nr. 13, is voor mij, vandaar dat ik de appreciatie daarvan doe. O, de tweede motie ook? Excuus. Ik dacht dat ik alleen de eerste had. Dan kijk ik zo meteen even naar de motie op stuk nr. 14.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik zou de indiener van de motie op stuk nr. 13, mevrouw Faber, willen vragen …\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Wacht eventjes. Er is een logistiek probleempje. De snelheid wordt heel erg gewaardeerd, maar alle moties moeten geprint worden en in handen zijn van de Kamerleden. Dus daar wachten we dan toch eventjes op.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Goed, volgens mij hebben wij inmiddels allemaal een pakket ontvangen. Ik kijk even iedereen aan de zijde van de Kamer aan. Heeft iedereen de moties ontvangen? Meneer El Abassi, heeft u de moties al ontvangen? U kijkt mee met uw buurman, hoor ik. Oké. Dan gaan we over naar de appreciaties en misschien nog wat openstaande vragen. Ik geef als eerste het woord aan staatssecretaris Van Bruggen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Staatssecretaris Van Bruggen:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Hartelijk dank, voorzitter. De appreciatie van de motie op stuk nr. 13 van mevrouw Faber over het informeren van burgers bij wijzigingen inzake het strafblad. Dat kent wat haken en ogen, omdat je heel goed moet weten welke informatie op dat moment met wie gedeeld wordt. Er staat nu vrij stellig &quot;verzoekt de regering&quot;. Als ik dat mag lezen als verkennen hoe we dat zouden kunnen doen, als ik het zo mag lezen in het dictum, dan kan ik &#x27;m oordeel Kamer geven.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dat is akkoord. O, de heer Ellian.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De heer Ellian (VVD):\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik wil het nooit voor een collega verpesten. Ik gun het collega Faber; dat weet ze. Ik vind dit ver gaan, want het staat niet in het dictum. Ik vind dat altijd een beetje … Maar goed, we laten het. Collega Faber heeft &#x27;m binnen, maar we moeten altijd een beetje uitkijken met dit soort wijdverbreide interpretaties, vind ik.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Oké, waarvan akte. Het is volgens mij akkoord bevonden. Dus met de aanpassing is die oordeel Kamer, begrijp ik dan. Goed.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Staatssecretaris Van Bruggen:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De motie op stuk nr. 14: ook oordeel Kamer.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De motie op stuk nr. 14: oordeel Kamer. Er waren geen openstaande vragen meer voor u.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan ga ik graag door voor de appreciaties en de beantwoording van eventuele vragen naar minister Van Weel.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ja. Ik zal proberen om dat zo snel mogelijk te doen, maar het zijn er wel veel.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De motie op stuk nr. 15: oordeel Kamer, met verwijzing naar het debat dat we hebben gevoerd over het deltaplan en de aanpak.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De motie op stuk nr. 16: eveneens oordeel Kamer, met verwijzing naar het debat zoals ik dat heb gevoerd.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De motie op stuk nr. 17 kan ik oordeel Kamer geven als ik die zo mag interpreteren dat ik het monitoringsvraagstuk betrek bij de tussentijdse evaluatie van de veiligheidsstrategie zoals we dit jaar uitvoeren. Ik zie dat dat kan.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ja, dat is akkoord. De motie op stuk nr. 17: oordeel Kamer.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Natuurlijk hoort u van ons na de evaluatie.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De motie op stuk nr. 18: oordeel Kamer met verwijzing naar het debat.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De motie op stuk nr. 19 moet ik ontraden, ook met verwijzing naar het debat. Het gezag moet gaan over de inzet van geweldsmiddelen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De motie op stuk nr. 20 over de landelijke regie moet ik ontraden. We zijn bezig met het deltaplan. Ik heb gezegd dat ik een aanwijzingsbevoegdheid daarbij niet zal schuwen, maar het deltaplan is niet bedoeld om te kijken of ik meer bevoegdheden nodig heb om te sturen. Ik denk dat ik daarmee wel uit de voeten kan voor the time being.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De motie op stuk nr. 21 van mevrouw Coenradie over huiselijk geweld is overbodig, want het is staand beleid. Maar ik wil &#x27;m ook wel oordeel Kamer geven, want ik ben wel sympathiek naar de inhoud. Op dit moment kunnen slachtoffers dat reeds, indien gewenst.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De motie op stuk nr. 22 van mevrouw Coenradie over het Centrum Seksueel Geweld kan ik oordeel Kamer geven, omdat ik het in zijn algemeenheid een goed idee vind om de expertise van die organisatie in te zetten bij het aanpakken van uitdagingen in de zedenketen, maar een juridische rol heeft het centrum daarbij niet. Ik kan het dus ook niet op één lijn plaatsen met het OM en de politie, want de politie gaat over de opsporing en het OM over de opportuniteit. Als u die wettelijke caveats in acht neemt, dan kan ik &#x27;m oordeel Kamer geven.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dan de motie op stuk nr. 23 over Preventie met Gezag. Die kan ik oordeel Kamer geven, waarbij &quot;effectief&quot; wat mij betreft door mij gelezen zal worden als &quot;wetenschappelijk onderbouwd&quot;. De reden dat ik dat zeg, is dat je om iets bewezen effectief te laten zijn het moet gaan doen. Anders kan je het namelijk nooit bewijzen. Dat is nou juist waarvan ik in de eerste termijn zei: we moeten dus weliswaar wetenschappelijk onderbouwd, maar wel nieuwe dingen kunnen doen. We moeten kunnen experimenteren met deze doelgroep. Dus als ik &quot;effectief&quot; zo mag lezen dat het wetenschappelijk onderbouwd is en we nog steeds ruimte houden voor experimenteren, dan oordeel Kamer.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik kijk even mijn kompaan aan in dit verhaal. Dat is prima.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Minister Van Weel:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dank. De motie op stuk nr. 24 van de heer El Abassi ontraad ik. Wij gaan eerst een verkenning doen. Daar begint dit mee.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De motie op stuk nr. 25. Nee, er komt een nationale strategie tegen discriminatie. Daaronder valt ook discriminatie tegen moslims. In deze vorm moet ik de motie dus ontraden.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De motie op stuk nr. 26. De Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme omvat al discriminatie tegen moslims en heeft daar ook een programmadirecteur voor aangesteld, dus deze motie ontraad ik.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De motie op stuk nr. 27. We moeten eerst een verkenning doen voordat we weten wat er nodig is aan beveiliging. Daarom is deze motie ontijdig.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De motie op stuk nr. 28 kan ik oordeel Kamer geven als ik &#x27;m zo lees dat de verkenning die wij nu doen, eigenlijk invulling geeft aan de behoefte die hier wordt gesteld.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De motie op stuk nr. 29. Dat is wat wij nu aan het doen zijn, dus in die zin kan ik de motie oordeel Kamer geven.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De motie op stuk nr. 30 kan ik oordeel Kamer geven. Dat doen wij altijd; veiligheid is altijd gebaseerd op objectieve dreigingsanalyses.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De voorzitter:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik kijk even rond. Zijn er dan nog openstaande vragen niet beantwoord? Nee. Volgens mij is daarmee alles besproken. Aankomende dinsdag zal er gestemd worden over de ingediende moties en volgende week donderdag wordt er gestemd over de Slotwet.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik wil misschien wel in de eerste plaats alle ambtenaren bedanken voor al het werk, maar ik wil natuurlijk ook zeker de bewindspersonen heel hartelijk danken voor de beantwoording en al het werk dat hiermee gepaard gaat. Ook dank aan de mensen die hier niet zichtbaar zijn, maar die wel aanwezig zijn in dit pand om heel hard te werken aan de beantwoording van de vragen en de appreciatie van de moties. Aan de Kamerleden heel veel dank voor de inbreng en de gestelde vragen. Ik wens iedereen een hele fijne avond en een goede nachtrust.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Sluiting 22.13 uur.\u003C\u002Fp>\n\u003C\u002Fdiv>",[],[],[],[],[],[],[],"DENK-lid El Abassi betoogde dat moskeeën en islamitische instellingen in Nederland ernstig onder vuur liggen: in 2026 werden in zes maanden tijd 31 aanvallen op moslims en islamitische instellingen geregistreerd, met bekladdingen, vernielingen, molotovcocktails en haatbrieven. Hij stelde dat dit patroon toeneemt en vroeg waarom de aanpak van antisemitisme onder Justitie en Veiligheid valt (met nationaal coördinator, taskforce, beveiligingsfondsen en slachtofferondersteuning), terwijl moslimhaat niet op dezelfde manier wordt aangepakt. Minister Van Weel betoogde dat de dreiging tegen de Joodse gemeenschap van een ander niveau is en dat de verantwoordelijkheid voor discriminatiebeleid bij Binnenlandse Zaken ligt. Hij zei dat beveiligingsmaatregelen bij religieuze instellingen worden bepaald op basis van actuele dreigingsinformatie en kondigde aan een verkenning naar veiligheid rond moskeeën uit te voeren.\n\nEl Abassi diende vier moties in: registratie van incidenten tegen moskeeën landelijk en centraal; opstelling van een nationale strategie tegen moslimhaat met preventie, monitoring, bescherming en slachtofferondersteuning; instelling van een nationaal coördinator moslimhaat en islamofobie; en ondersteuning voor beveiligingsmaatregelen bij moskeeën en islamitische instellingen. Minister Van Weel verwees discriminatievraagstukken door naar zijn collega van Binnenlandse Zaken.","2026-07-03T13:04:47.125187+02:00",[29],{"label":30,"term":13},"antisemitisme"]