[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"$f3XkL-E8CqQ1QmRZLFxdV2IVyFI2yWRc803pkmlHgIPs":3},{"id":4,"document_id":5,"title_full":6,"title_short":7,"date_published":8,"source_url":9,"submitters":10,"is_palestine_relevant":17,"relevance_score":18,"relevance_keywords":19,"relevance_excerpt":23,"ai_summary":24,"frontend_url":25,"content_html":26,"pdf_url":27,"relevance_keyword_chips":28},184050,"sf-br-2026Z15558","Voortgang discriminatie en racisme juni 2026","Racisme en Discriminatie","2026-07-02","https:\u002F\u002Fwww.tweedekamer.nl\u002Fkamerstukken\u002Fbrieven_regering\u002Fdetail?id=2026Z15558&did=2026D34867",[11],{"person":12,"functie":15,"actor_naam":16},{"fullname":13,"slug":14},"Pieter Heerma","pieter-heerma","minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties","P.E. Heerma",true,3,[20,21,22],"CIDI","Israël","Antisemi","…zelfstandige wet, opnemen in de Algemene wet gelijke behandeling en in overleg met het ministerie van Justitie en Veiligheid wordt bekeken of de verankering al dan niet kan worden samengevoegd met de wettelijke verankering van de Nationaal Coördinator \u003Cmark>Antisemi\u003C\u002Fmark>tismebestrijding).","De minister rapporteert over de voortgang van dossiers tegen discriminatie en racisme bij BZK. Verschillende wetsvoorstellen zijn in voorbereiding, waaronder wijzigingen van de Awgb en wettelijke verankering van de NCDR, terwijl de minister tegelijk reageert op aangenomen moties en rapporten van de Staatscommissie tegen discriminatie en racisme.","\u002Fdocumenten\u002Fbrief-regering\u002F184050-voortgang-discriminatie-en-racisme-juni-2026","\u003Cdiv class=\"brief-regering\">\n\u003Cp>Tijdens het commissiedebat Discriminatie, racisme en mensenrechten van 29 januari 2025 heeft mijn ambtsvoorganger uw Kamer toegezegd om een paar keer per jaar een brief te sturen over de voortgang en implementatie van dossiers over de aanpak van discriminatie en racisme op het terrein van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Hierbij ontvangt u de eerste voortgangsbrief sinds mijn aantreden als minister van BZK.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Wetgeving\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Wetsvoorstel bijstand bij discriminatie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het concept wetsvoorstel Bijstand bij discriminatie heeft opengestaan voor (internet)consultatie van 23 maart tot 1 juni 2026. Op de internetconsultatie zijn ruim 50 reacties ontvangen. Ook zijn de gevraagde toetsen en adviezen van het Adviescollege toetsing regeldruk, de Autoriteit Persoonsgegevens, het College voor de Rechten van de Mens (hierna: het College) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten ontvangen. De reacties worden verwerkt in een aangepaste versie van het concept wetsvoorstel. De planning is dat dit wetsvoorstel in het najaar aan de Afdeling Advisering van de Raad van State zal worden voorgelegd.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Wetsvoorstel uitbreiding van de Awgb met overheidshandelen\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Op 27 maart 2026 is uw Kamer geïnformeerd over het onderzoek naar de uitbreiding van de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb) met overheidshandelen. Het wetgevingstraject waarmee de Awgb wordt gewijzigd is ondertussen gestart. Gedurende dit traject voert mijn ministerie gesprekken over het wetsvoorstel met verschillende betrokken organisaties zoals het College voor de rechten van de Mens, uitvoeringsorganisaties en gemeenten. Ik verwacht het conceptwetsvoorstel in de eerste helft van 2027 gereed te hebben voor internetconsultatie.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Wijziging van de Awgb en het WvSr door de vervanging van de term «hetero- of homoseksuele gerichtheid» door «seksuele gerichtheid» en explicitering in het WvSr van de discriminatiegronden genderidentiteit, genderexpressie en geslachtskenmerken\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>In 2024 heeft mijn ambtsvoorganger, samen met de minister van Justitie en Veiligheid, wetsvoorstel 36 510 ingediend dat ertoe strekt de termen hetero- en homoseksualiteit te vervangen met de term seksuele gerichtheid in de Awgb en het Wetboek van Strafrecht (WvSr). Daarnaast wordt de grond geslacht in het WvSr geëxpliciteerd, zodat daar mede onder wordt begrepen genderidentiteit, genderexpressie en geslachtskenmerken, zoals voor de Awgb al eerder gebeurde in 2019 door de inwerkingtreding van de Wet verduidelijking rechtspositie transgender personen en intersekse personen. Tot slot wordt geslacht als non-discriminatiegrond opgenomen in artikel 137c en 137e WvSr, zodat groepsbelediging op basis van geslacht en de verspreiding daarvan, strafbaar wordt. Het doel van de wetswijziging is de versterking van (straf)rechtelijke bescherming van lhbtiq+ personen en het aanscherpen van strafrechtelijke bescherming van intersekse en transgender personen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dit wetsvoorstel maakt via het Regenboog stembusakkoord onderdeel uit van het coalitieakkoord. Wij hebben de voortzetting van dit wetsvoorstel dan ook opgepakt. In mijn beleidsbrief van 24 april heb ik toegezegd om de nota naar aanleiding van het verslag zo spoedig mogelijk te verzenden. Samen met de minister van JenV zet ik mij in om de nota naar aanleiding van het verslag zo snel als mogelijk en zorgvuldig naar uw Kamer te sturen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Wettelijke verankering NCDR\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>In het coalitieakkoord is opgenomen dat de NCDR wettelijk wordt verankerd. Op dit moment wordt die verankering voorbereid. Geïnventariseerd wordt welke vorm het meest aangewezen is (zelfstandige wet, opnemen in de Algemene wet gelijke behandeling en in overleg met het ministerie van Justitie en Veiligheid wordt bekeken of de verankering al dan niet kan worden samengevoegd met de wettelijke verankering van de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding). Ook wordt geïnventariseerd hoe er recht kan worden gedaan aan het karakter van een regeringscommissaris die enerzijds onder ministeriële verantwoordelijkheid valt, maar anderzijds een zelfstandige taakuitoefening kent; hoe de taakomschrijving het best geformuleerd kan worden, ook in relatie tot andere adviseurs van het kabinet op het terrein van de aanpak van discriminatie, zoals het College voor de rechten van de mens; en welke vereisten er moeten worden opgenomen met betrekking tot benoemingswijze en benoemingsduur. Ik verwacht het wetsvoorstel voor het eind van het jaar in internetconsultatie te brengen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Institutionele discriminatie en risicoprofilering\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Rapporten Staatscommissie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Op 8 juni heeft de Staatscommissie tegen discriminatie en racisme haar eindrapport Discriminatie doorbreken: naar een overheid die discriminatie en racisme bestrijdt en voorkomt gepubliceerd. Het rapport is als bijlage I bij deze voortgangsbrief gevoegd en wordt via deze weg aangeboden aan uw Kamer. Het rapport is een waardevol en belangrijk slotakkoord van vier jaar onderzoek naar discriminatie en racisme in Nederland.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>In het rapport bundelt de Staatscommissie haar eerdere rapportages en komt zij met een actieagenda met oplossingsrichtingen en concrete acties. Ik bestudeer het rapport en start deze zomer met de voorbereidingen voor een kabinetsreactie op het rapport. Ik kan op dit moment nog geen uitspraken doen over de vorm waarin en de termijn waarop het kabinet zal reageren. Gelet op het grote aantal aanbevelingen (inclusief de tussenrapportages), zal het naar verwachting enige tijd duren voordat op alle aanbevelingen is gereageerd. Ik streef ernaar uw Kamer in de volgende voortgangsbrief te informeren over de planning, alsook over de planning en werkwijze voor het opstellen van een rijksbrede strategie voor de aanpak van discriminatie, zoals ik heb toegezegd in het commissiedebat Discriminatie, racisme en mensenrechten op 21 mei jl.. In de kabinetsreactie zal ik ook de reactie op de motie Koops betrekken.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Op 7 mei heeft de Staatscommissie tevens haar voortgangsrapport Principes voor profilering, een kritisch perspectief op de toepassing van datagedreven profilering door de overheid uitgebracht. Het rapport is als bijlage II bij deze voortgangsbrief gevoegd en wordt via deze weg aangeboden aan de Kamer. Een reactie op dit rapport zal betrokken worden bij de integrale reactie op het eindrapport van de staatscommissie.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Discriminatietoets\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Op 18 mei 2026 heb ik uw Kamer geïnformeerd over de wijze waarop ik vervolg geef aan de Discriminatietoetsen. We werken daarbij aan twee stappen: (1) de inbedding van de discriminatietoets in bestaande structuren zoals aanbevolen door de staatscommissie en (2) het oprichten van een projectteam binnen het ministerie van BZK die procesbegeleiding aanbiedt aan organisaties, kennissessies organiseert en zorgt voor duurzame borging van de toets. De gesprekken over de landingsplek voor het projectteam zijn inmiddels afgerond. Het projectteam wordt ondergebracht bij het ICTU. De opdracht aan het ICTU loopt voor de komende vier jaar. Het projectteam zal lopende trajecten voortzetten en nieuwe organisaties begeleiden bij het doorlopen van de discriminatietoets. Daarnaast zal het projectteam een plan van aanpak opstellen voor de komende jaren, met het oog op het einddoel dat zo veel mogelijk organisaties zelf de discriminatietoets kunnen uitvoeren en hebben geïntegreerd in bestaande structuren. Ook zal het projectteam, in samenwerking met het ministerie van BZK, goede voorbeelden en lessen die uit de toets kunnen worden getrokken, breed verspreiden en rapporteren over de toetsen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Bescherming tegen discriminatie op de BES-eilanden\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Rechtshulp BES-eilanden\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Op 13 mei 2026 is de vestiging op Bonaire (Lokèt Hurídiko) geopend door middel van een zogenaamde ‘soft launch’. Dit betekent dat de deuren inmiddels tweemaal per week geopend zijn voor inloop en afspraken. De verwachting is dat de dienstverlening op Bonaire vanaf september 2026 wordt uitgebreid. Op Sint Eustatius en Saba is er nog geen dienstverlening vanuit de stichting voor Rechtshulp en Gelijke Behandeling, omdat voor die eilanden de werving voor een jurist nog loopt. Op Sint Eustatius en Saba loopt sinds enige jaren de pilot Legal Desk. De stichting kijkt momenteel in samenspraak met de departementen van JenV en BZK hoe de tijd tot de opening van de loketten kan worden overbrugd, zodat ook de burgers op Sint Eustatius en Saba zijn voorzien van enige vorm van dienstverlening. Daarnaast bereidt de Rijksdienst Caribisch Nederland samen met het ministerie van BZK publiekscommunicatie voor over de wet Bescherming tegen discriminatie op de BES. Ook het College voor de rechten van de mens zet in op brede voorlichting, onder andere, over het meldproces bij het College.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Moties en toezeggingen\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Motie Van Zanten en Van der Plas intrekking subsidies wegens antisemitisme\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Tijdens het debat over het pakket aan maatregelen ter bestrijding van antisemitisme op 23 september 2025 hebben de leden Van Zanten en Van der Plas (beiden van de BBB) een motie ingediend, waarin zij de regering verzoeken om met behulp van de antidiscriminatiebepalingen aanvullende kaders te ontwikkelen waarin subsidies kunnen worden ingetrokken wanneer instellingen zich schuldig maken aan antisemitisme, het faciliteren ervan en\u002Fof het niet ingrijpen hierop. Deze motie is aangenomen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het juridisch kader waarbinnen verleende subsidies kunnen worden geweigerd of ingetrokken wordt, onder andere, bepaald door de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb), de verschillende departementale kaderwetten voor subsidies, de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (de Wet Bibob) en, in het verlengde daarvan, het Wetboek van Strafrecht en de Grondwet.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Vooropgesteld, biedt de wet geen mogelijkheid om subsidievoorwaarden te stellen die niet te maken hebben met het doel van de subsidie. Voor het hanteren van selectiecriteria en verplichtingen bij subsidieverlening geldt de hoofdregel dat deze doelgebonden moeten zijn. Dat vloeit voort uit artikel 3:3 en artikel 4:38 van de Awb. Het tegengaan van antisemitisme is bij de meeste subsidieverstrekkingen niet het doel van de subsidiëring. Het voorgaande betekent dat het ook niet makkelijk is om een subsidie niet te verstrekken dan wel in te trekken om een reden die losstaat van het doel van de subsidie.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Naast doelgebonden criteria kunnen ook niet-doelgebonden criteria en verplichtingen worden opgelegd, maar uitsluitend als hiervoor een wettelijke grondslag bestaat (artikel 4:39 Awb). Er is geen wettelijke grondslag die het expliciet mogelijk maakt om subsidies in te trekken in geval van antisemitisme of andere vormen van discriminatie. Tegelijkertijd mogen instellingen en organisaties zich niet schuldig maken aan antisemitisme of andere vormen van discriminatie; dat is in het Wetboek van Strafrecht strafbaar gesteld. Als er een ernstig gevaar dreigt dat een subsidie wordt misbruikt voor het plegen van strafbare feiten, kan het bevoegde bestuursorgaan de verstrekte subsidie intrekken. Of sprake is van een ernstig gevaar wordt beoordeeld door de screeningsautoriteit Justis. Er bestaat dus al een wettelijk kader om subsidies in te trekken als er een ernstig gevaar is dat sprake is van een stafbare vorm van antisemitisme bij een subsidieontvanger.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Gelet op het bovenstaande zijn er voldoende instrumenten om subsidie niet te verlenen dan wel in te trekken indien strafbare feiten worden gepleegd. Op deze wijze wordt binnen de bestaande juridische kaders uitvoering gegeven aan de motie. Aanvullende kaders zijn daarom niet nodig en daarvoor biedt de wet ook geen ruimte. De motie beschouw ik hiermee als afgedaan. Eerder heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) al in vergelijkbare zin geantwoord op Kamervragen over het intrekken of weigeren van subsidies in geval culturele instellingen landen boycotten op antisemitische gronden.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Motie Bamenga over portefeuillehouders binnen colleges bij de strijd tegen antisemitisme\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het lid Bamenga heeft met zijn motie de regering verzocht om met de VNG in overleg te gaan om ervoor te pleiten dat iedere gemeente een burgemeester of wethouder verantwoordelijk stelt voor het realiseren van een antidiscriminatievoorziening als onderdeel van de strijd tegen antisemitisme. Van belang om hierbij allereerst op te merken is dat gemeenten op grond van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (Wga) reeds de taak hebben om burgers toegang te verlenen tot een antidiscriminatievoorziening. Aangezien deze antidiscriminatievoorzieningen reeds bestaan, is er van realiseren geen sprake. Ook meldingen van antisemitisme worden door de huidige antidiscriminatievoorzieningen opgepakt. Vanuit de Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024-2030 heeft het kabinet geïnvesteerd om de samenwerking tussen het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) en Discriminatie.nl te versterken. Met deze inzet wordt beoogd het vertrouwen van slachtoffers in het meld- en opvolgingsproces te versterken en de toegankelijkheid van het stelsel voor slachtoffers van antisemitisme te vergroten.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Met de VNG is overleg gevoerd over het aanstellen van een verantwoordelijk wethouder of burgemeester voor de aanpak van antisemitisme. De colleges van de gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de portefeuilleverdeling binnen colleges. Wanneer het gaat om openbare orde en veiligheid is daarvoor primair de burgemeester verantwoordelijk. In de praktijk zien we dat de antidiscriminatievoorzieningen doorgaans in de portefeuille vallen van de wethouder sociaal domein. Met het oog op de beoogde stelselherziening van de huidige antidiscriminatievoorzieningen blijf ik met de VNG in overleg over de wijze waarop de rol van gemeenten bij de lokale aanpak van discriminatie vorm krijgt. Met het overleg dat de ambtenaren van mijn ministerie met de VNG hebben gevoerd aangaande de motie van het lid Bamenga doe ik de motie hiermee gestand.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Moties Van Nispen en Tseggai gebruik CBS-data voor onderzoek naar discriminatie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De leden Van Nispen (SP) en Tseggai (PRO) verzoeken om overheidsinstanties te stimuleren om voor de ontwikkeling en evaluatie van besluitvormingsprocessen gebruik te maken van CBS-data of soortgelijke interne data om te onderzoeken en te signaleren of sprake is van discriminatie en om discriminatie te voorkomen. Mijn ambtsvoorganger heeft uw Kamer vorig jaar geïnformeerd dat er een verkenning loopt naar de mogelijkheden om gevoelige persoonsgegevens te gebruiken om discriminatie en ongelijke behandeling door het gebruik van algoritmen te onderzoeken en voorkomen. Vorige maand is uw Kamer geïnformeerd dat in dit kader inmiddels verschillende trajecten lopen: er is een adviestraject belegd bij de Adviesfunctie Verantwoord Datagebruik, ingebed in de Interbestuurlijke Datastrategie, en mijn ministerie onderzoekt wat ervoor nodig is om de Selectiviteitsscan, ontwikkeld door het Centraal Planbureau, beschikbaar te maken voor de gehele overheid. Ik zal uw Kamer begin 2027 informeren over de voortgang van deze trajecten. Tot slot is voor het verzoek van de leden Van Nispen en Tseggai relevant dat de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme aanbeveelt om het verzamelen van gelijkheidsgegevens te verbeteren. Een inhoudelijke reactie op dit advies zal het kabinet meenemen in de reactie op het eindrapport van de Staatscommissie. Hiermee beschouw ik de motie als afgedaan.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Met het voorgaande heb ik u inzicht willen geven in de stand van zaken van mijn concrete aanpak tegen discriminatie en de gezette stappen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Pieter Heerma\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Bijlagen\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Volgnummer\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Naam\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Classificatie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>1\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Eindrapport Discriminatie doorbreken\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>2\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voortgangsrapportage Principes voor profilering\u003C\u002Fp>\n\u003C\u002Fdiv>","\u002Fmedia\u002Fbrieven_pdfs\u002Fsf-br-2026Z15558.pdf",[29,30,31],{"label":20,"term":20},{"label":21,"term":21},{"label":32,"term":22},"Antisemitismebestrijding"]