[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"$ffykXahV_3CN_vDB9vQco9yHTs1xOzokyGsbEzUEM6KY":3},{"id":4,"document_id":5,"title_full":6,"title_short":7,"date_published":8,"source_url":9,"submitters":10,"is_palestine_relevant":17,"relevance_score":18,"relevance_keywords":19,"relevance_excerpt":20,"ai_summary":20,"frontend_url":21,"content_html":22,"pdf_url":23,"relevance_keyword_chips":24,"relevance_source_bijlagen":25,"qa_pairs":26},184321,"sf-br-2026Z15789","Reactie op het rapport van Amnesty International \"Nobody hears you when you scream\"","Migratiebeleid","2026-07-03","https:\u002F\u002Fwww.tweedekamer.nl\u002Fkamerstukken\u002Fbrieven_regering\u002Fdetail?id=2026Z15789&did=2026D35446",[11],{"person":12,"functie":15,"actor_naam":16},{"fullname":13,"slug":14},"Tom Berendsen","tom-berendsen","minister van Buitenlandse Zaken","T.B.W. Berendsen",false,0,[],"","\u002Fdocumenten\u002Fbrief-regering\u002F184321-reactie-op-het-rapport-van-amnesty-international-nobody-hears-you-when-you","\u003Cdiv class=\"brief-regering\">\n\u003Cp>Geachte voorzitter,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het kabinet heeft notie genomen van het verzoek van de vaste commissie voor Europese Zaken van 5 maart 2026 voor een appreciatie van het kabinet van het Amnesty International rapport “Nobody hears you when you scream: Dangerous Shift in Tunisia’s migration Policy” (hierna: het rapport) dat op 6 november jl. werd gepubliceerd. Onderstaand vindt u de appreciatie.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het rapport beschrijft de structurele wijzigingen in het Tunesische migratie- en asielbeleid, waarvoor de periode tussen februari 2023 tot juni 2025 is onderzocht. Het rapport is onder andere gebaseerd op interviews met 120 vluchtelingen en migranten uit verschillende landen in Noord- en Sub-Sahara Afrika, het Midden-Oosten en Azië die tijdens deze periode in Tunesië zaten. Amnesty International schrijft in het rapport dat de bescherming van vluchtelingen en migranten in Tunesië de afgelopen jaren onder druk is komen te staan. In het rapport komen verschillende soorten vermeende mensenrechtenschendingen aan bod, waarbij Amnesty International aandacht vraagt voor de wijze waarop de mensenrechten van migranten en vluchtelingen worden gewaarborgd en daarbij ook zorgen benoemt.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Nederland zet zich middels migratiesamenwerking in op gelijkwaardige bilaterale partnerschappen met voor Nederland relevante migratielanden, Europese samenwerking en programmering op het tegengaan van irreguliere migratie, het bevorderen van terugkeer en re-integratie en het beschermen van migranten. In het geval van Tunesië erkent het kabinet dat er risico’s verbonden zijn aan migratiesamenwerking. Ondanks deze risico’s is het kabinet van mening dat migratiegerelateerde samenwerking tussen Nederland en Tunesië voor beide landen van nut kan zijn. Zoals in de beantwoording op uw vragen met referentie 5794697 van 18 november 2024 reeds is gesteld, blijft het kabinet van mening dat de Nederlandse en Europese inzet in Tunesië gestoeld moet zijn op het waarborgen van mensenrechten en rechtstaat. Het kabinet wijst er volledigheidshalve op dat Nederland momenteel geen directe migratiesamenwerking (projecten) heeft met de Tunesische autoriteiten, maar enkel indirect via implementerende partijen zoals VN-agentschappen en internationale organisaties.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het kabinet ziet dat de mensenrechten onder druk staan, en maakt telkens een zorgvuldige afweging voor zijn eigen inzet en neemt de ruimte om het thema mensenrechten aan te halen in dialogen met zijn partners en bij het organiseren van migratie- en asielbeheer. Het kabinet doet dit rekening houdende met de Tunesische soevereiniteit en de wetenschap dat de primaire verantwoordelijkheid om zorg te dragen voor de rechtmatige behandeling van mensen conform internationale standaarden binnen hun landsgrenzen bij de partnerlanden ligt. Het kabinet blijft het belang hiervan benadrukken tijdens bilaterale consultaties.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Nederland heeft een significante programmering (ongeveer 25.000.000 EUR voor de komende vier jaar) waarvan een groot deel bedoeld is voor de bevordering van de beschermingsruimte voor migranten en vluchtelingen, en in het domein van grensbeheer in Tunesië. Nederland werkt hierbij samen met VN-agentschappen, internationale- en lokale organisaties.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Nederlandse inzet in Tunesië is gericht op het tegengaan van irreguliere migratiestromen richting Europa, waarbij het kabinet inzet op de waarborging van de mensenrechten en rechtstatelijke verplichtingen. Daarnaast zet Nederland zich in om migranten en vluchtelingen een menswaardig perspectief te bieden en bij te dragen aan duurzame bescherming van hun fundamentele mensenrechten. Tevens zet Nederland zich in om mensensmokkel en -handel tegen te gaan, en steunt Nederland campagnes om de bewustwording over de risico’s van irreguliere migratie onder migranten en vluchtelingen te vergroten. Dit doet Nederland zowel bilateraal als multilateraal, via de Europese Unie en VN-agentschappen. Het waarborgen van mensenrechten is een voorwaarde voor zowel Nederlandse als EU-interventies in derde landen, conform het do-not-harm-principe dat geldt bij het aangaan van EU-partnerschappen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Nederland dringt er in EU-verband voortdurend op aan dat Europese steun direct gepaard gaat met voorwaarden en controlemechanismes. Dit zijn bijvoorbeeld adequate risicoanalyses, monitoring en evaluatie bij EU-financiering voor alle programma’s, incl. op het gebied van migratie. De Europese Commissie monitort de uitvoering van deze programma’s en voert hierover een dialoog met de betrokken implementerende partners en overheden, waarin zorgen worden overgebracht. Ook benut Nederland de bilaterale gesprekken met autoriteiten om mensenrechten in het kader van migratie te bespreken.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De minister van Buitenlandse Zaken,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>T.B.W. Berendsen\u003C\u002Fp>\n\u003C\u002Fdiv>",null,[],[],[]]