[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"$f0AOFvWnnm3wvMHGd7HkGIfUKgJs5dtdtUPefkgi86VY":3},{"id":4,"document_id":5,"title_full":6,"title_short":7,"date_published":8,"source_url":9,"submitters":10,"is_palestine_relevant":17,"relevance_score":18,"relevance_keywords":19,"relevance_excerpt":21,"ai_summary":22,"frontend_url":23,"content_html":24,"pdf_url":25,"relevance_keyword_chips":26,"relevance_source_bijlagen":31,"qa_pairs":32},190714,"sf-br-2026Z19246","Ontwikkelingen veteranenbeleid","Veteranenzorg","2026-09-18","https:\u002F\u002Fwww.tweedekamer.nl\u002Fkamerstukken\u002Fbrieven_regering\u002Fdetail?id=2026Z19246&did=2026D44522",[11],{"person":12,"functie":15,"actor_naam":16},{"fullname":13,"slug":14},"Dilan Yeşilgöz-Zegerius","dilan-yesilgoz-zegerius","minister van Defensie","D. Yeşilgöz-Zegerius",true,1,[20],"genocide + erkenning","","Srebrenica komt ter sprake in verband met een permanent herdenkingsmonument; het kabinet steunt de stichting financieel en streeft naar realisatie vóór 2030, hoewel ruimtelijke en veiligheidstechnische aspecten vertraging veroorzaken. De brief behandelt verder diverse veteranenbeleidsontwikkelingen, waaronder medailles voor MH17-hulpverleners, ondersteuning van kinderen van militairen, ketenregie in veteranenzorg en herzieningsprocedures voor invaliditeitsbeoordelingen.","\u002Fdocumenten\u002Fbrief-regering\u002F190714-ontwikkelingen-veteranenbeleid","\u003Cdiv class=\"brief-regering\">\n\u003Cp>&gt; Retouradres Postbus 20701 2500 ES Den Haag\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>de Voorzitter van de Tweede Kamer\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>der Staten-Generaal\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Bezuidenhoutseweg 67\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>2594 AC Den Haag\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Datum\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>18 september 2026\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Betreft\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ontwikkelingen veteranenbeleid\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ministerie van DefensiePlein 4MPC 58 BPostbus 207012500 ES Den Haagwww.defensie.nlOnze referentieD2026-005004\u002FMINDEF20260053796Bij beantwoording, datum, onze referentie en onderwerp vermelden.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Geachte voorzitter,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Tijdens het Notaoverleg Veteranen van 22 juni jongstleden was er vanuit de Kamer veel aandacht voor onder andere de maatschappelijke positie van veteranen, relaties van veteranen en schadeafhandeling. Ook de afgelopen maanden is weer gewerkt om de erkenning, waardering en zorg voor veteranen en hun relaties verder te brengen en daarmee uitvoering te geven aan de inbreng die ik vanuit de Kamer heb mogen ontvangen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Middels deze brief informeer ik u graag over een aantal ontwikkelingen die spelen op het gebied van erkenning, waardering en zorg voor veteranen. Ik geef u mijn reactie op enkele moties en toezeggingen. Ook breng ik u op de hoogte van een aantal andere ontwikkelingen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Aanvullende erkenning en waardering voor een groep MH17-hulpverleners\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De ramp die plaatsvond op 17 juli 2014 staat in het collectief geheugen van Nederland gegrift. Vlucht MH17 werd door een Russische BUK-raket neergehaald boven het oosten van Oekraïne. Alle 298 inzittenden kwamen om het leven, waaronder 196 Nederlanders. Een drama van ongekende omvang voor de slachtoffers en nabestaanden. Graag spreek ik in deze brief nogmaals mijn respect en waardering uit naar alle mensen die hulp hebben verleend na deze ingrijpende gebeurtenis. Omdat de hulpverlening een rijksbrede inzet betrof onder coördinatie van de NCTV, is er destijds voor gekozen om alle hulpverleners op uniforme wijze te bedanken door een herinneringspenning (een sculptuur op een sokkel) te verstrekken. Om deze reden zijn er dan ook geen onderscheidingen toegekend.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>In 2024 verzocht de motie Paternotte (Kamerstuk 33997-183, d.d. 28 juni 2024) om de bij de MH17 bergingsmissie betrokken hulpverleners, waaronder militairen, op passende wijze te eren voor hun inzet in Oekraïne. De motie van lid Piri (Kamerstuk 36800-X-102 d.d. 2 juli 2026) sluit daarbij aan. Daarin is verzocht om de militairen die zich hebben ingezet voor de veiligstelling en repatriëring van MH17-slachtoffers een onderscheiding toe te kennen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Na overleg met de betrokken ministeries zijn wij tot de conclusie gekomen dat een aantal van de betrokken hulpverleners inderdaad onder uitzonderlijke en zware omstandigheden, waaronder de Russische dreiging, veel onduidelijkheid over de duur van de inzet en de langdurige confrontatie met de gevolgen van deze vreselijke aanslag, meer heeft gedaan dan er uit hoofde van hun functie mocht worden verwacht. De impact van deze inzet is zeer groot geweest en werkt vaak door tot in het heden.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Om deze reden is besloten om de hulpverleners die van 17 juli 2014 t\u002Fm oktober 2015 onder coördinatie van de NCTV naar het rampgebied zijn afgereisd voor de veiligstelling, berging, repatriëring en identificatie van de slachtoffers van vlucht MH17 alsnog een medaille toe te kennen. Tot de doelgroep voor de medaille behoren ook de identificatieteams die in Hilversum de opdracht hadden om de slachtoffers te identificeren. Deze werkzaamheden waren namelijk onderdeel van de bergingsmissie, waarbij de identificatiewerkzaamheden niet ter plaatse konden worden uitgevoerd vanwege de gevaarlijke situatie in Oekraïne.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De medaille die wordt toegekend, betreft de Herinneringsmedaille voor Humanitaire Hulverlening bij Rampen (HHR). Deze medaille sluit het beste aan bij de verrichte werkzaamheden en kan ook op het militair tenue worden gedragen. Met deze herinneringsmedaille meent het kabinet recht te doen aan de ingrijpende inzet van destijds. De betreffende hulpverleners zullen uitgenodigd worden voor een ceremonie die in het eerste kwartaal van 2027 plaatsvindt. Met deze bekendmaking beschouw ik de genoemde moties als opgevolgd.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Herdenkingsmonument Srebrenica\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Op 11 juli 1995 werd de Bosnische stad Srebrenica ingenomen door Bosnisch-Servische troepen, terwijl Dutchbat deel uitmaakte van de aanwezige VN-vredesmacht. Daarop volgde een genocide op meer dan 8000 (voornamelijk) jongens en mannen. Deze verschrikkelijke gebeurtenis wordt elk jaar op 11 juli wereldwijd herdacht, zo ook in Den Haag. In 2024 is de Stichting Nationaal Monument Srebrenica Genocide (NMSG‘95) opgericht. Op initiatief van deze stichting en in samenwerking met de gemeente Den Haag en de Rijksoverheid is in 2025 op het Churchillplein in Den Haag een tijdelijk monument onthuld.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Tijdens het Notaoverleg Veteranen van 22 juni jongstleden heb ik toegezegd (Kamerstuk TZ202606-196) om uw Kamer uiterlijk na het zomerreces nader te informeren over de inspanningen van Defensie om de totstandkoming van een permanent Srebrenicamonument te bespoedigen. De vereniging van Dutchbat-veteranen deelt het belang van dit monument met de (Bosnische) gemeenschap en zet zich ook in voor de totstandkoming.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Graag deel ik u mee dat in het laatste overleg tussen Rijk, vertegenwoordigers van de stichting NMSG’95 en de gemeente Den Haag is aangegeven dat het Rijk bereid is om de stichting financieel te steunen bij de verdere ontwikkeling van hun plannen. Het initiatief om met een plan te komen ligt nu bij de stichting.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Aangezien de voorkeurslocatie is gelegen in de internationale zone van Den Haag, dient rekening te worden gehouden met complicerende ruimtelijke en veiligheidstechnische aspecten. Dat heeft helaas een vertragende invloed. Om het proces te bespoedigen, is het streven om met de stichting, de gemeente en betrokken ministeries tot een intentieovereenkomst te komen. Dit met als doel het realiseren van een permanent monument vóór 2030. Uiteraard zijn we hierover nauw in overleg met de stichting en Defensie zal zich hier ook voor inspannen. In de komende Veteranennota zal ik u nader informeren over de vorderingen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Peilen sentiment onder Afghanistanveteranen en Afghaanse tolken\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Met de motie-Piri (Kamerstuk 36 800-X-103 d.d. 2 juli 2026) is het kabinet verzocht het sentiment onder Nederlandse Afghanistanveteranen en de naar Nederland geëvacueerde tolken te peilen ten aanzien van de Europese toenadering tot de Taliban in Brussel.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Momenteel wordt verkend hoe het contact met zowel Afghanistanveteranen als geëvacueerde Afghaanse tolken op bedachtzame wijze kan plaatsvinden. Vanwege de gevoeligheid van het onderwerp, de privacy van betrokkenen en de emoties die de gesprekken kunnen oproepen, dient de uitvoering van de motie zorgvuldig te worden vormgegeven. Het eerste contact met de tolken vindt binnenkort plaats en een vertegenwoordiging van Afghanistanveteranen wordt benaderd om op basis van vrijwilligheid in gesprek te gaan; individueel of in groepsverband. Zodra de resultaten van deze peilingen bekend zijn, informeer ik u nader.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Organisaties die zich inzetten voor veteranen\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De motie van het lid De Groot c.s. verzoekt een zichtbaar predicaat of keurmerk, in de vorm van bijvoorbeeld een schild op de deur, voor veteranenvriendelijke organisaties, bedrijven en instellingen in te voeren (Kamerstuk 30139-296, d.d. 18 juni 2026). Defensie heeft voor de opvolging van deze motie contact gelegd met stichting Onbekende Helden. Deze stichting heeft reeds een beeldmerk ontwikkeld in de vorm van een sticker, waarmee organisaties zichtbaar kunnen maken dat er bij hen veteranen en\u002Fof reservisten werkzaam zijn. Ook is er een beeldmerk ontworpen voor organisaties die veteranen korting op producten of diensten verstrekken.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Defensie heeft gesproken met de stichting Onbekende Helden om te bezien hoe dit beeldmerk verder kan worden geprofessionaliseerd, op andere manieren kan worden vormgegeven en meer bekendheid kan krijgen. Door dit beeldmerk worden veteranen steeds zichtbaarder in de maatschappij. Voor organisaties is dit ook een manier om zich te profileren als maatschappelijk verantwoorde organisatie. Er is reeds een vervolgsessie gepland met een aantal betrokken partijen, waarin verdere stappen worden genomen om te komen tot zichtbare waardering voor bedrijven die actief bijdragen aan waardering voor veteranen. Ik houd u op de hoogte van ontwikkelingen op dit onderwerp.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Wanneer dit beeldmerk goed wordt uitgevoerd, zal dit ook bijdragen aan het werven van bedrijven voor het voordelenprogramma. In de aanbiedingsbrief Veteranennota 2025-2026 (Kamerstuk 30139-295, d.d. 11 juni 2026) gaf ik aan dat ik de kortingen die veteranen van bedrijven en winkels ontvangen een mooi voorbeeld vind van waardering voor veteranen vanuit de maatschappij. Daarbij gaf ik ook aan dat ik met de stichting die deze kortingsacties organiseert, stichting Onbekende Helden, in gesprek zou gaan om het aantal organisaties dat hieraan deelneemt versneld te laten groeien tot 750.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Deze gesprekken hebben ondertussen plaatsgevonden en de stichting Onbekende Helden heeft in afstemming met het NLVi en Defensie gewerkt aan een plan genaamd ‘Versneller Veteranenpas voordeel’. Dit plan heeft als doel om de bekendheid en deelname van organisaties aan kortingsacties te vergroten, zodat het aantal deelnemende organisaties versneld toeneemt. Het plan omvat een aantal onderdelen, waaronder een campagne om de bekendheid van Veteranenpas voordeel te vergroten, nieuwe organisaties te laten aansluiten, verbeterde communicatie richting veteranen over beschikbare aanbiedingen en de inzet van media ter versterking van de campagne. In het vierde kwartaal van dit jaar wordt gestart met de uitvoering van dit plan en de campagne. Ter ondersteuning van de beoogde uitbreiding van het aantal aangesloten organisaties, is een accountmanager geworven die zich ook gaat richten op het aansluiten van grotere organisaties. Graag nodig ik ook langs deze weg organisaties uit om zich te melden bij de stichting Onbekende Helden als zij zich willen inzetten voor veteranen, bijvoorbeeld door hen kortingen te bieden. Ik ben erg blij met de stappen die de stichting heeft gezet en waardeer hun belangrijke werkzaamheden en de goede samenwerking.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Reactie op rapport ‘Erken mijn belangen’ van de Veteranenombudsman en Kinderombudsvrouw\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Tijdens het notaoverleg Veteranen van 22 juni jongstleden zegde ik toe om zo snel mogelijk een reactie naar de Kamer te sturen op de aanbevelingen uit het rapport ‘Erken mijn belangen’ van de Veteranenombudsman en Kinderombudsvrouw (TZ202606-199).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Deze reactie op het rapport heb ik onlangs verzonden. Een afschrift van deze brief doe ik u als bijlage bij deze Kamerbrief toekomen. Op 15 juni jongstleden hebben de Veteranenombudsman en de Kinderombudsvrouw het rapport ‘Erken mijn belangen’ gepubliceerd. Dit rapport gaat over de impact van een inzet op kinderen van militairen en veteranen. Zoals ik ook in de reactiebrief aangeef, doet het mij goed om te lezen dat het met de meeste geïnterviewde kinderen goed gaat. Het rapport geeft belangrijke inzichten en bevat aanbevelingen om de zorg en ondersteuning van kinderen van veteranen rondom inzet verder te verbeteren.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Veteranenwet en het Veteranenbesluit bieden de wettelijke grondslag voor de zorg en ondersteuning van relaties van veteranen, waaronder kinderen. De visie op ondersteuning en zorg voor kinderen van militairen (waaronder veteranen), wordt momenteel verder uitgewerkt. Daarbij wordt bij het ontwikkelen van nieuw beleid conform het advies van de Veteranenombudsman en Kinderombudsvrouw de Kinderrechtentoets toegepast, om zo de belangen van kinderen zorgvuldig mee te wegen bij de keuzes die worden gemaakt. Ook wordt met het Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen (LZV) afgestemd over het zorgaanbod aan kinderen, zodat dit aansluit bij de visie van het LZV, de ontwikkelingen binnen de gezondheidszorg en de geldende kwaliteitsstandaarden. Daarnaast zijn er naar aanleiding van het rapport gesprekken gevoerd met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), over de mogelijkheden tot verlof van school indien een ouder uitgezonden wordt of juist terugkomt na uitzending. Hieruit bleek dat er binnen de leerplichtwet voldoende ruimte is om in voorkomend geval bijvoorbeeld een ouder op te laten halen. Samen met OCW zijn de mogelijkheden besproken om de informatievoorziening richting scholen over Defensie en met name de impact van een uitzending, verder te vergroten. Mijn uitgebreide reactie kunt u uiteraard teruglezen in mijn brief aan de Veteranenombudsman en Kinderombudsvrouw. Ik beschouw hiermee ook de motie van de leden Bolhuis en Bikker (Kamerstuk 30139-310, d.d. 30 juni 2026) waarin de regering wordt verzocht om de aandacht voor kinderen structureel te verankeren in proactief beleid rondom uitzendingen en voor- en nazorg, inclusief toegesneden informatievoorziening voor (ex-)partners en scholen, als afgedaan.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Integrale ketenregie binnen de veteranenzorg\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De motie van het lid Jagtenberg (Kamerstuk 30139-303 dd. 22 juni 2026) verzoekt te onderzoeken hoe integrale ketenregie binnen de veteranenzorg structureel kan worden ingericht, met één vaste regiehouder voor militair, veteraan en thuisfront, vanaf het begin van het traject. Binnen Defensie wordt het belang van ketenregie gedeeld. Hieronder volgt een korte omschrijving van hoe ketenregie is ingericht voor veteranen die uit dienst zijn en veteranen die in dienst zijn van Defensie.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Veteranen die uit dienst zijn en een materiële en\u002Fof immateriële uitzendgerelateerde zorgvraag hebben, kunnen zich – zoals ook omschreven in de Veteranenwet - melden bij het Veteranenloket. Zij krijgen dan vervolgens een zorgcoördinator toegewezen. Deze zorgcoördinator voert regie op het zorgtraject en begeleidt en ondersteunt de veteraan bij de uitvoering. Ook relaties van veteranen uit dienst met een uitzendgerelateerde zorgvraag worden bij een aanmelding door een zorgcoördinator ondersteund.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Veteranen in dienst maken conform de Wet ambtenaren defensie (Wad) gebruik van het militaire gezondheidszorgsysteem. Elke militair is gekoppeld aan een Verantwoordelijk Militair Arts (VMA) die als regiehouder van het zorgproces optreedt. Daarnaast kunnen veteranen in dienst voor sociaal-maatschappelijke problemen ondersteund worden door het bedrijfsmaatschappelijk werk van Defensie en bij complexere problemen door de sectie Casecoördinatie van de verschillende krijgsmachtdelen. Als er verschillende instanties bij de zorg en ondersteuning van een veteraan in dienst betrokken zijn, vindt hierover in het Sociaal Medisch Team afstemming en regie plaats. Door deze vorm van inrichting is de ketenregie vanaf het begin van het traject, integraal geborgd. Op basis van gevoerde gesprekken naar aanleiding van de motie zijn er geen signalen dat er aanvullende regie benodigd is, maar het onderwerp heeft en houdt mijn aandacht. Ik beschouw de motie hiermee als opgevolgd.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Proactieve ondersteuning bij individuele uitzendingen\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Tijdens het Notaoverleg veteranen heb ik toegezegd om uit te zoeken hoe proactieve ondersteuning bij kleinschalige en individuele uitzendingen is ingericht (Kamerstuk TZ202607-160). U vroeg hierbij specifiek naar het koppelen van een geestelijk verzorger of een bedrijfsmaatschappelijk werker aan de uit te zenden militair. Mede namens de staatssecretaris, kan ik u hierover het volgende melden.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Bureau Individuele Uitzendingen heeft standaard een intakegesprek met individueel uit te zenden militairen. Tijdens dit intakegesprek wordt aan de uit te zenden militair een informatiemap overhandigd over de missie. Hierbij wordt ook aandacht besteed aan de rol en beschikbaarheid van de bedrijfsmaatschappelijk werker en de geestelijke verzorger. Daarnaast volgt de uit te zenden militair tijdens het voorbereidingstraject een zogenaamde Missie Oriëntatie (MO) bij de School Voor Vredesmissies (SVV). Tijdens deze oriëntatie maakt een voorlichting van de Dienst Bedrijfsmaatschappelijk Werk (DBMW) gericht op de uitzending onderdeel uit van het programma. Daarnaast neemt de uit te zenden militair verplicht deel aan de Thuisfrontinformatiedag. Hierbij wordt sterk aangeraden dat ook het thuisfront deelneemt aan deze dag, waarbij ook een voorlichting wordt verzorgd door DBMW. Tevens worden zowel de uit te zenden militair als het thuisfront geïnformeerd over de Thuisfrontapp, bereikbaarheid van DBMW en wordt benadrukt dat ook het thuisfront (en dus niet alleen de militair) het initiatief voor contact mag nemen. Na de uitzending geldt ook voor de individueel uitgezonden militair het reguliere nazorgtraject. Ik beschouw de toezegging hiermee als ingelost.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Vindbaarheid veteranen voor reünies en bijeenkomsten\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Tijdens het Notaoverleg veteranen werd gesproken over de vindbaarheid van veteranen. Het lid Boon diende een motie in die verzocht te onderzoeken hoe veteranen die uit beeld zijn geraakt beter gevonden kunnen worden voor reünies en bijeenkomsten (Kamerstuk 30139-298, d.d. 18 juni 2026).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Recent hebben enkele ontwikkelingen plaatsgevonden, waar ik u graag over informeer. Wanneer militairen die in dienst zijn van Defensie veteraan worden, worden zij door Defensie geregistreerd in een veteranenregistratiesysteem, zoals benoemd in de Veteranenwet en het Veteranenbesluit. Voorheen konden veteranen al aangeven of zij wel of niet benaderd wilden worden. Eind 2025 is de keuzemogelijkheid uitgesplitst in een vijftal opties, waarvan het wel of niet willen ontvangen van uitnodigingen voor reünies er één is. Zo is bijvoorbeeld ook het uitgenodigd worden voor een gemeentelijke Veteranendag één van de opties. Over deze uitbreiding van de keuzemogelijkheden is via het intranet van Defensie gecommuniceerd. Momenteel wordt onderzocht hoe deze keuzemogelijkheid nader onder de aandacht van veteranen kan worden gebracht. Veteranen die uit dienst zijn, worden ook geregistreerd. Zij kunnen met tussenkomst van het Veteranenloket middels een formulier hun voorkeuren doorgeven. De mogelijkheden om zelfstandig, digitaal voorkeuren op te kunnen geven worden momenteel onderzocht.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voor het benaderen van veteranen voor bijvoorbeeld reünies zou het behulpzaam zijn als er nauwkeuriger kan worden geselecteerd, op bijvoorbeeld regiment of rotatie. Ook dit wordt onderzocht. Daarnaast is het goed om in deze brief nogmaals te benadrukken dat veteranen met vragen terecht kunnen bij het Veteranenloket. Hier kunnen vragen worden gesteld over bijvoorbeeld het aanpassen van de voorkeuren.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Uiteraard kunnen veteranen niet verplicht worden om vindbaar en bereikbaar te zijn en daar moeten wij als werkgever dan ook gehoor aan geven. Het staat veteranen vrij om aan te geven dat zij geen uitnodigingen voor reünies wensen te ontvangen. Ik ga ervan uit dat hiermee de motie is opgevolgd.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Protocol voor psychische aandoeningen waaronder PTSS\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Met mijn brief van 5 juni 2026 (Kamerstuk 30139-294) heb ik u geïnformeerd over de herziening van het PTSS-protocol voor invaliditeitsbeoordelingen. In die brief had ik aangegeven dat het herziene protocol naar verwachting in juli in werking zou treden. Dit is per 1 juli 2026 gebeurd. Vanaf 1 juli wordt door verzekeringsartsen met het protocol voor psychische aandoeningen waaronder PTSS gewerkt. Voor veteranen die al een definitief invaliditeitspercentage hebben gekregen op basis van het vorige protocol, heeft Defensie in overleg met de centrales van overheidspersoneel afgesproken om ook hun situatie nogmaals te beschouwen aan de hand van het herziene protocol. Dit doet Defensie proactief en veteranen hoeven daarvoor niet nogmaals te worden gezien door een verzekeringsarts. Als dit leidt tot een hoger invaliditeitspercentage wordt het militair invaliditeitspensioen en\u002Fof de bijzondere invaliditeitsverhoging voor die doelgroep met ingang van 1 januari 2026 opgehoogd.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Tijdens het notaoverleg heb ik aangegeven dat het om ongeveer 2.000 veteranen gaat en dat zij hierover op korte termijn worden geïnformeerd. Inmiddels is duidelijk geworden dat de doelgroep ongeveer 2.500 veteranen behelst. Zij hebben een eerste informatiebrief ontvangen. Binnen enkele weken zullen de eerste herberekeningen plaatsvinden en het streven is om alle herberekeningen binnen anderhalf jaar af te ronden. Zoals toegezegd tijdens het notaoverleg zal ik in de volgende Veteranennota ingaan op de praktijkervaringen met het herziene protocol en de uitvoering van de ambtshalve herziening.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik hoop uw Kamer met deze brief voldoende te hebben geïnformeerd.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Hoogachtend,\u003C\u002Fp>\n\u003Ch3>DE MINISTER VAN DEFENSIE\u003C\u002Fh3>\n\u003Cp>Dilan Yeşilgöz-Zegerius\u003C\u002Fp>\n\u003C\u002Fdiv>","\u002Fmedia\u002Fbrieven_pdfs\u002Fsf-br-2026Z19246.pdf",[27,29],{"label":28,"term":28},"genocide",{"label":30,"term":30},"erkenning",[],[]]