[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"$fWrc5JsWeE8x_jebI7RqasBnyZEljkTCVWT-NgcP8Zpg":3},{"id":4,"document_id":5,"title_full":6,"title_short":7,"date_published":8,"source_url":9,"submitters":10,"is_palestine_relevant":17,"relevance_score":18,"relevance_keywords":19,"relevance_excerpt":20,"ai_summary":20,"frontend_url":21,"content_html":22,"pdf_url":23,"relevance_keyword_chips":24,"relevance_source_bijlagen":25,"qa_pairs":26},190884,"sf-br-2026Z19445","Defensie actieplan Nederlandse supervezelindustrie","Materieelprojecten","2026-09-21","https:\u002F\u002Fwww.tweedekamer.nl\u002Fkamerstukken\u002Fbrieven_regering\u002Fdetail?id=2026Z19445&did=2026D45094",[11],{"person":12,"functie":15,"actor_naam":16},{"fullname":13,"slug":14},"Derk Boswijk","derk-boswijk","staatssecretaris van Defensie","D.G. Boswijk",false,0,[],"","\u002Fdocumenten\u002Fbrief-regering\u002F190884-defensie-actieplan-nederlandse-supervezelindustrie","\u003Cdiv class=\"brief-regering\">\n\u003Cp>&gt; Retouradres Postbus 20701 2500 ES Den Haag\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>de Voorzitter van de Tweede Kamer\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>der Staten-Generaal\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Bezuidenhoutseweg 67\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>2594 AC Den Haag\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Datum\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>21 september 2026\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Betreft\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Defensie actieplan Nederlandse supervezelindustrie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ministerie van DefensiePlein 4MPC 58 BPostbus 207012500 ES Den Haagwww.defensie.nlOnze referentieMINDEF20260063936Bij beantwoording, datum, onze referentie en onderwerp vermelden.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Geachte voorzitter,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Betrouwbare Europese toeleveringsketens zijn essentieel om in tijden van toenemende geopolitieke spanningen tijdig te kunnen blijven voorzien in noodzakelijke militaire capaciteiten, voor de krijgsmacht van nu en in de toekomst. De Nederlandse chemie- en materialensector staat aan de basis van belangrijke ketens voor hoogtechnologische en kapitaalintensieve industrieën en is daardoor zeer belangrijk voor de krijgsmacht. Op 27 mei 2026 heb ik samen met de minister van Klimaat en Groene Groei uw Kamer geïnformeerd over de bredere actieagenda ‘Chemie en Materialen voor Defensie’. Deze actieagenda is voortgekomen uit een studie naar de rol van de chemie- en materialensector voor Defensie. Naar aanleiding van een aanschaftraject van scherfvesten met platen voor ballistische bescherming (waar supervezels in zijn verwerkt), zijn door meerdere leden van uw Kamer vragen gesteld.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De supervezelindustrie maakt onderdeel uit van chemie- en materialensector. Nederland heeft binnen Europa een uitzonderlijke positie op het gebied van supervezels (circa 80% van de Europese productiecapaciteit staat in Nederland). Supervezels hebben kritieke defensietoepassingen, zijn van cruciaal belang voor de krijgsmacht en vormen een essentiële schakel in de waardeketen voor militaire producten waarmee de krijgsmacht haar mensen fysiek beschermt tegen ballistische dreigingen. Deze halffabricaten worden namelijk verwerkt in ballistische platen die deel uitmaken van kogelwerende vesten en helmen. De Nederlandse supervezelindustrie staat echter onder druk vanwege toenemende internationale (en soms oneerlijke) concurrentie en hoge energieprijzen. Defensie gaat de leveringszekerheid van deze producten voor de krijgsmacht versterken. We gaan cruciale Europese industrie behouden, omdat we daarmee ongewenste afhankelijkheden van derde landen verminderen. Daarom heeft Defensie een plan ontwikkeld voor het behoud van deze industrie en heeft daartoe een aantal maatregelen genomen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Defensie heeft (o.a.), in goede afstemming met de ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Buitenlandse Zaken, Europese herkomsteisen voor supervezels geformuleerd die worden ingezet bij aanbestedingen (of bij lopende contracten) voor militaire producten waar supervezels in verwerkt zijn. Uitgangspunt is om gebruik te maken van Nederlandse of Europese leveranciers, tenzij hiervoor juridische belemmeringen zijn of deze bedrijven door onterechte prijsopdrijving hiervan misbruik maken. Hiermee geeft Defensie uitvoering aan de boodschap uit de Economische Beleidsanalyse Defensie-industrie: een radicale omslag is nodig. We moeten anders denken én doen. Dat doet Defensie onder meer door middel van het inzetten van deze Europese herkomsteisen. Hierdoor kan Defensie de Europese en Nederlandse supervezelindustrie beter positioneren. Het inzetten van deze herkomsteisen draagt bovendien direct bij aan het industrie versterkend inkopen en is van groot belang voor de strategische autonomie van de krijgsmacht.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>In deze brief zet ik uiteen welke stappen zijn gezet voor het zekerstellen van de leveringszekerheid van supervezels voor de krijgsmacht en het behouden van de Nederlandse supervezelindustrie in het kader van de actieagenda.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Actieagenda Chemie en Materialen voor Defensie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De actieagenda ‘Chemie en Materialen voor Defensie’ geeft Nederland handelingsopties om de Nederlandse chemie en materialensector beter te benutten voor defensiedoeleinden, specifiek op het gebied van munitiegrondstoffen en geavanceerde materialen, waar supervezels onder vallen. Zo vergroot Nederland haar strategische relevantie en speelt daardoor in een deel van toeleveringsketens een internationale rol van betekenis. Hierin werkt Defensie nauw samen met de Ministeries van Economische Zaken, van Klimaat en Groene Groei en van Buitenlandse Zaken.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De actieagenda bevat drie actielijnen:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Behoud toegang tot basischemicaliën\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Uit de waardeketenanalyse is gebleken dat de basischemie, waar de basisgrondstoffen (bijvoorbeeld ruwe olie en ijzererts) worden verwerkt, aan de basis staat van productie van relevante militaire technologie. Defensie en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat zetten in op het borgen van een gelijk internationaal speelveld voor de basischemie, via een gecoördineerde Europese aanpak op het gebied van handelsbeleid, klimaatmaatregelen en industriebeleid. In Europees verband wordt binnen de Critical Chemical Alliance onderzocht voor welke moleculen productie binnen Europa van strategisch belang is en welke maatregelen nodig zijn voor behoud van die productie. U wordt in het najaar over de resultaten van de Critical Chemical Alliance geïnformeerd.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Inzetten op strategisch relevante assets\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het beschermen, introduceren of opschalen van specifieke assets vergroot de strategische autonomie van Nederland binnen Europa en de NAVO. Dit geldt met name voor capaciteiten die schaars zijn in Europa en essentiële militaire eindproducten opleveren. Het is dan ook zeer onwenselijk om voor de levering daarvan volledig afhankelijk te worden van derde landen, terwijl dat een realistisch scenario is als er niks wordt gedaan om dat te voorkomen. Daarom heeft Defensie een aantal maatregelen genomen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Defensie heeft, in goede afstemming met de ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Buitenlandse Zaken, Europese herkomsteisen voor supervezels geformuleerd die worden ingezet bij aanbestedingen (of bij lopende contracten) voor militaire producten waar supervezels in verwerkt zijn. Uitgangspunt is om gebruik te maken van Nederlandse of Europese leveranciers, tenzij hiervoor juridische belemmeringen zijn of deze bedrijven door onterechte prijsopdrijving hiervan misbruik maken. Ook voert Defensie gesprekken met leveranciers van eindproducten in lopende opdrachten over de herkomst van de door hen gebruikte supervezels.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Defensie heeft in Q4 van 2025 een intentieovereenkomst gesloten met twee ondernemingen actief in de Nederlandse supervezelindustrie, om deze bedrijven te beschermen en hen beter te positioneren in de internationale waardeketens. Daarnaast bepleit Defensie internationaal in Europees-, NAVO- en bilateraal verband de capaciteiten van de Nederlandse supervezelindustrie ten behoeve van het voortzettingsvermogen van krijgsmachten. Dit draagt bij aan de internationale positionering van deze industrie.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Verder laat het Kabinet een haalbaarheidsstudie uitvoeren naar relevante toepassingen, de onderliggende waardeketens en kansen voor verdere ontwikkeling en opschaling van de Nederlandse positie op het gebied van supervezels. Deze studie wordt dit jaar wordt opgestart en de resultaten worden verwacht in Q1 van 2027.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ook andere componenten en halffabricaten zijn van groot belang voor de leveringszekerheid van de defensie-industrie en het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht. Defensie werkt dan ook samen met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat aan de ontwikkeling van een mogelijk breder palet aan soortgelijke stappen voor andere componenten en halffabricaten waarvan de leveringszekerheid op de lange termijn geborgd moeten worden voor Defensie. Tegelijkertijd heeft de Nederlandse chemie- en materialenindustrie een veel bredere afzetmarkt nodig dan uitsluitend de Nederlandse krijgsmacht om rendabel te zijn Daarom wordt Rijksbreed verkend welke maatregelen in internationaal verband effectief kunnen werken ter bevordering en bescherming van deze sector. Hiermee wordt de Nederlandse en Europese defensie-industrie beter gepositioneerd.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Inzetten op innovatie en het innovatie-ecosysteem\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Blijven innoveren is cruciaal voor het behouden en versterken van de strategische relevantie van de chemie- en materialensector voor Defensie. Om die reden heeft Defensie samen met het ministerie voor Klimaat en Groene Groei en het Topsconsortium voor Kennis en Innovatie ChemistryNL in juli 2026 een innovatiecall gepubliceerd van € 3,8 miljoen. Hiermee wordt publiek-private samenwerking voor onderzoek en innovatie gestimuleerd op voor Defensie relevante thema’s. Naar verwachting worden de winnende consortia begin volgend jaar bekend gemaakt. Op deze manier wordt de chemie- en materialensector sterker verbonden aan het innovatie- ecosysteem van Defensie en kunnen relevante ontwikkelingen voor opschaling en implementatie eerder worden gesignaleerd en geïmplementeerd.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Nationaal Programma Defensie Industrie en Innovatie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Industriebeleid gericht op verduurzaming, concurrentievermogen en weerbaarheid draagt bij aan een sterke Nederlandse chemie- en materialensector, die het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht ondersteunt. De ministeries van Defensie en EZK hebben met de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie 2025 – 2029 (DSII) de kaders geschetst voor het creëren van een toekomstbestendige krijgsmacht en het vergroten van strategische relevantie. De DSII biedt aanknopingspunten voor het vergroten van de rol van de chemie- en materialensector. Om binnen de DSII focus en snelheid aan te brengen, wordt in Q4 2026 het Nationaal Programma Defensie Industrie en Innovatie (NPDII) aan uw Kamer gepresenteerd.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Onderdeel van het NPDII betreft het deelprogramma Weerbare Toeleveringsketens. Dit deelprogramma heeft als doel de Defensie toeleveringsketen weerbaarder te maken door onder meer de leveringszekerheid van grondstoffen te vergroten. Een belangrijk aspect van dit deelprogramma betreft het meewegen van Europese herkomst van de grondstoffen, materialen, componenten en\u002Fof halffabricaten bij de aanbesteding van een eindproduct. Hiermee wordt het militair-, innovatief-, en voortzettingsvermogen van de krijgsmacht vergroot en wordt de duurzame groei en versterking van de Nederlandse defensie-industrie gestimuleerd.\u003C\u002Fp>\n\u003Ch3>DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE\u003C\u002Fh3>\n\u003Cp>Derk Boswijk\u003C\u002Fp>\n\u003C\u002Fdiv>",null,[],[],[]]