[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"$faj8HzK7YVMeidmUIvTww_zkzun350ZFRovRwzCCYIWw":3},{"id":4,"document_id":5,"title_full":6,"title_short":7,"date_published":8,"source_url":9,"submitters":10,"is_palestine_relevant":23,"relevance_score":24,"relevance_keywords":25,"relevance_excerpt":27,"ai_summary":28,"frontend_url":29,"content_html":30,"pdf_url":31,"relevance_keyword_chips":32,"relevance_source_bijlagen":37,"qa_pairs":38},191477,"sf-br-2026Z20270","37020-K Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden inzake vaststelling van de begrotingsstaat van het Defensiematerieelbegrotingsfonds voor het jaar 2027 ","Vaststelling van de begrotingsstaat van het Defensiematerieelbegrotingsfonds voor het jaar 2027","2026-09-28","https:\u002F\u002Fwww.tweedekamer.nl\u002Fkamerstukken\u002Fbrieven_regering\u002Fdetail?id=2026Z20270&did=2026D46895",[11,17],{"person":12,"functie":15,"actor_naam":16},{"fullname":13,"slug":14},"Derk Boswijk","derk-boswijk","staatssecretaris van Defensie","D.G. Boswijk",{"person":18,"functie":21,"actor_naam":22},{"fullname":19,"slug":20},"Dilan Yeşilgöz-Zegerius","dilan-yesilgoz-zegerius","minister van Defensie","D. Yeşilgöz-Zegerius",true,1,[26],"F-35 + onderdelen","","De brief beantwoordt feitelijke vragen over de Defensiebegroting 2027 en het Defensiematerieelbegrotingsfonds. F-35 komt ter sprake in het kader van munitieaankopen (Deep Precision Strike-munitie, chaff en flares) en voorbereidingen voor aanschaf van extra toestellen, waarover de Kamer nader zal worden geïnformeerd.","\u002Fdocumenten\u002Fbrief-regering\u002F191477-37020-k-verslag-houdende-een-lijst-van-vragen-en-antwoorden-inzake-vaststelling","\u003Cdiv class=\"brief-regering\">\n\u003Cp>&gt; Retouradres Postbus 20701 2500 ES Den Haag\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>de Voorzitter van de Tweede Kamer\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>der Staten-Generaal\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Bezuidenhoutseweg 67\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>2594 AC Den Haag\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Datum\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>28 september 2026\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Betreft\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Antwoorden feitelijke vragen op de Ontwerpbegroting van Defensie (X) en het Defensiematerieelbegrotingsfonds (K) over het jaar 2027\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ministerie van DefensiePlein 4MPC 58 BPostbus 207012500 ES Den Haagwww.defensie.nlOnze referentieMINDEF20260065319Bij beantwoording, datum, onze referentie en onderwerp vermelden.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Geachte voorzitter,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Hierbij sturen wij de antwoorden op de feitelijke vragen over de Ontwerpbegroting van Defensie (X) (Kamerstuk 37020-X, nr. 0) en het Defensiematerieelbegrotingsfonds (K) over het jaar 2027 (Kamerstuk 37020-K, nr. 0).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Hoogachtend,\u003C\u002Fp>\n\u003Ch3>DE MINISTER VAN DEFENSIE\u003C\u002Fh3>\n\u003Cp>Dilan Yeşilgöz-Zegerius\u003C\u002Fp>\n\u003Ch3>DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE\u003C\u002Fh3>\n\u003Cp>Derk Boswijk\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Vaststelling van de begrotingsstaat van het Defensiematerieelbegrotingsfonds voor het jaar 2027\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De vaste commissie voor Defensie heeft een aantal vragen voorgelegd aan de minister van Defensie over de Vaststelling van de begrotingsstaat van het Defensiematerieelbegrotingsfonds voor het jaar 2027 (37020-K, nr. 0).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Kunt u per begrotingsartikel aangeven welk bedrag van de uitgaven voor 2027 al juridisch vastligt, uitgesplitst naar verwerving en instandhouding?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>In de Ontwerpbegroting 2027 van het Defensiematerieelbegrotingsfonds wordt bij elk beleidsartikel aangegeven welk deel van de uitgaven juridisch verplicht is, welk deel bestuurlijk gebonden, welk deel beleidsmatig gereserveerd is en welk deel nog vrij besteedbaar is. Hieronder vindt u nogmaals de tabel.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Bij de uitgaven van de niet-beleidsartikel 8 (Nog onverdeeld) is de budgetflexibiliteit niet uitgesplitst. Dit artikel is een begrotingstechnisch artikel van waaruit diverse doorverdelingen plaatsvinden naar andere artikelen van de Defensiebegroting. Deze middelen worden op een later begrotingsmoment verdeeld naar de juiste artikelen, maar zijn wel beleidsmatig gereserveerd.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>2027\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Juridisch\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>verplicht\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Bestuurlijk gebonden\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Beleidsmatig gereserveerd\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Nog niet ingevuld\u002F\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>vrij te besteden\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Art. 1\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>81,1%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>0%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>18,9%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>0%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Art 2\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>99,8%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>0%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>0,2%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>0%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Art 3\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>64,7%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>0%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>35,3%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>0%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Art 4\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>75,6%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>0%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>24,4%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>0%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Art 5\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>62,0%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>0%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>38,0%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>0%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Art 6\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>60,4%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>0%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>39,6%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>0%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welk deel van het totale projectbudget van investeringsprojecten boven de €50 miljoen is inmiddels juridisch verplicht?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>In het Defensie Projectenoverzicht (DPO) geven we periodiek inzicht in alle projecten met een projectbudget groter dan € 50 miljoen. Vanwege de commerciële vertrouwelijkheid geven we niet voor alle projecten inzichtelijk welke deel juridisch verplicht is en wat de omvang is van het project. Conform de Rijksbegrotingsvoorschriften wordt uw Kamer geïnformeerd op artikelniveau in de Ontwerpbegroting 2027.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welke materieelleveringen die voor 2027 zijn gepland liggen al contractueel vast, en bij welke leveringen zijn de levermomenten nog niet definitief?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Uw Kamer wordt jaarlijks met het Defensie Projectenoverzicht (DPO) geïnformeerd over de voortgang en de financiële bandbreedte van materieelprojecten. Door het toegenomen dreigingsniveau gaat Defensie terughoudend om met het openbaar delen van informatie over de operationele gereedheid van de krijgsmacht, waaronder levertijden. Op de aankomende Verantwoordingsdag ontvangt uw Kamer het DPO 2027 en de vertrouwelijke bijlage hierbij, waarin informatie is opgenomen over onder meer de projectplanning van alle materieelprojecten.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voor welke belangrijke materieelleveringen in 2027 is een uiterste leverdatum contractueel afgesproken, en voor welke niet?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zie het antwoord op vraag 3.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welk investeringsbudget dat eerder voor 2027 was geraamd, is sinds de begroting 2026 doorgeschoven naar latere jaren? Kan dit per project worden aangegeven?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ten opzichte van de begroting 2026 zijn met de Ontwerpbegroting 2027 geen middelen doorgeschoven naar latere jaren die voor 2027 waren geraamd.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Met Verantwoordingsdag in mei heeft uw Kamer het Defensie Projectenoverzicht (DPO) ontvangen (Kamerstuk 27 830, nr. 489 van 20 mei 2026), dat integraal inzicht geeft in de lopende DMP-projecten. Projecten uit het DPO waarbij een significante afwijking is opgetreden in scope, planning of budget, worden opgenomen in de artikelen van de ontwerpbegroting 2027 van het DMF.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Van welke investeringsprojecten is het projectbudget sinds de begroting 2026 verhoogd, en met welk bedrag?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>In de Ontwerpbegroting 2026 (Kamerstuk 36 800-K, nr. 1 van 16 september 2025) staan de projectbudgetten voor diverse projecten. Voor ieder project is conform het Defensie Materieel Proces (DMP) de openbare reeks opgenomen wanneer geen commerciële belangen en\u002Fof operationele veiligheidsredenen in het gedrang komen. In de Ontwerpbegroting 2027 (Kamerstuk 37 020-K, nr. 2 van 15 september 2026) staan de huidige projectbegrotingen. Deze ontwerpbegrotingen laten zien dat bijvoorbeeld het budget voor het project ‘Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (VOSS)’ is gestegen met € 9,6 miljoen van € 771,4 naar € 781 miljoen. Een voorbeeld van een maritiem project is het project ‘Vervanging mijnenbestrijdingscapaciteit (MCM)’, waarbij het budget met € 106,4 miljoen is verhoogd. Voorbeelden in het landdomein en luchtdomein zijn respectievelijk de verhogingen van de projecten ‘Midlife update Fennek’ met € 12,7 miljoen en ‘Midlife update NH90’ met € 45,7 miljoen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Bij welke investeringsprojecten is inmiddels gebruikgemaakt van de risicoreservering, en hoeveel van deze reservering resteert per project?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Een risicoreservering is een financiële reservering om risico&#x27;s die zich binnen de scope van het project voor kunnen doen op te kunnen vangen. De risicoreservering maakt integraal onderdeel uit van het projectbudget, waarmee de zelfredzaamheid van een project wordt vergroot. De hoogte van de initiële risicoreservering wordt vastgesteld aan de hand van de aard van het project\u002Fprogramma. Tijdens de realisatie van een project wordt de risicoreservering geactualiseerd. De hoogte van de risicoreserveringen is commercieel vertrouwelijk omdat openbaarmaking de financiële belangen van de Staat kan schaden, waardoor niet kan worden vermeld bij welke investeringsprojecten hiervan gebruik is gemaakt.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welke projecten zorgen in 2027 voor het grootste deel van de overprogrammering?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Overprogrammering is een instrument dat niet aan afzonderlijke projecten, maar op artikelniveau wordt toegekend. Het is daarom niet mogelijk om te vermelden welke individuele projecten in 2027 het grootste deel van de overprogrammering veroorzaken.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Bij welke investeringsprojecten bestaat op dit moment een concreet risico op vertraging van de levering of uitvoering?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zie het antwoord op vraag 3.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Hoeveel ruimte is binnen het DMF in 2027 beschikbaar om prijsstijgingen of andere kostenoverschrijdingen bij lopende projecten op te vangen zonder andere projecten uit te stellen of te verkleinen?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>In het DMF is geen vrij besteedbare ruimte opgenomen. Gedurende het jaar kan Defensie gebruik maken van herprioritering en kan overprogrammering worden benut om wijzigingen in het kasritme op te vangen. Bij afwijkingen op projecten wordt het investeringsplan integraal beschouwd om te bezien hoe dit kan worden opgevangen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welk deel van de extra investeringsmiddelen uit de Defensienota 2026 tot en met 2031 is inmiddels aan concrete projecten gekoppeld, en welk deel daarvan is al juridisch verplicht?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Met de extra middelen uit de Defensienota 2026 investeert Defensie in meer gevechtskracht, groter voortzettingsvermogen en de versnelling van innovatie. Deze middelen zijn aan concrete projecten gekoppeld maar nog niet juridisch verplicht. Defensie gaat pas onomkeerbare verplichtingen aan na parlementaire behandeling om de middelen uit de Defensienota in de begroting op te nemen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welk bedrag van de begrotingen voor het Defensiematerieelfonds van 2026, 2025, 2024, 2023 en 2022 heeft Defensie niet uitgegeven, aan welke posten, en waarom?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Defensie informeert uw Kamer jaarlijks met Jaarverslag en Slotwet over de realisatiestanden op het Defensiematerieelbegrotingsfonds. Deze zijn terug te vinden op www.rijksfinancien.nl.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welk bedrag geeft Defensie in 2027 uit aan wapens of dual-use goederen bedoeld voor wapens?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>In 2027 is in totaal € 14,1 miljard begroot. Dit omvat onder andere de verwerving van wapensystemen, munitie, voertuigen en andere militaire middelen. Een deel van deze investeringen komt voort uit lopende verwervingstrajecten en bestaande contracten, terwijl voor ander projecten de leverancier nog niet definitief is bepaald. Een integraal overzicht kan daarom niet op voorhand worden gegeven. Voor de materieel- of systeemgebonden IT-projecten wordt uw Kamer jaarlijks op Verantwoordingsdag met het Defensie Projectenoverzicht (DPO) geïnformeerd over de lopende projecten. Waar mogelijk wordt met ingang van 2026 ook de leverancier vermeldt.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zou u inzicht kunnen geven voor welk bedrag Nederland wapens koopt in 2027, inclusief de orders die al zijn gedaan, uit welk land, en van welke bedrijven?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zie het antwoord op vraag 13.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Bij welke bedrijven bent u voornemens in 2027 nieuwe orders te plaatsen voor wapens of dual-use goederen bedoeld voor wapens en voor welke verwachte bedragen? Welke voorbereidende gesprekken tussen het Ministerie van Defensie en bedrijven vinden nu plaats? Uit welke landen komen die bedrijven?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Defensie kan hierop niet vooruitlopen, omdat het niet kan vooruitlopen op lopende aanbestedingen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welk percentage van het begrote bedrag bedoeld voor wapens of dual-use goederen bedoeld voor wapens wordt gezamenlijk met EU-partners gekocht?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>In de Stand van Defensie Najaar 2026 rapporteert Defensie over de KPI gezamenlijke aanschaf (Kamerstuk 36800-X-118).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Hoe groot is de totale overprogrammering van het Defensiematerieelbegrotingsfonds in 2027, zowel in euro&#x27;s als als percentage van het beschikbare budget, uitgesplitst naar Defensiebreed, maritiem, land-, luchtmaterieel, infrastructuur en vastgoed en IT?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De overprogrammering van het Defensiematerieelbegrotingsfonds in 2027 is circa 40%, zoals ook beschreven in de Ontwerpbegroting 2027. Deze overprogrammering is als volgt uitgesplitst:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Nr.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Categorie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Budget OW2027\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Onder-\u002F\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Overprogrammering\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Percentage\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>1\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Defensiebreed Materieel\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>2.601.275\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>-1.043.984\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>-40,1%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>2\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Maritiem Materieel\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>2.433.908\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>-983.598\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>-40,4%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>3\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Land Materieel\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>3.182.669\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>-1.276.011\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>-40,1%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>4\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Lucht Materieel\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>2.227.552\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>-898.359\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>-40,3%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>5\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Infrastructuur en Vastgoed\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>1.508.817\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>-622.613\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>-41,3%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>6\u003C\u002Fp>\n\u003Ch3>IT\u003C\u002Fh3>\n\u003Cp>1.994.922\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>-804.540\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>-40,3%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>8\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Overige Uitgaven en Ontvangsten\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>182.494\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>(geen data)\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>0,0%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Totaal\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>14.131.637\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>-5.629.105\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>-39,8%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welk bedrag van de voor 2027 geprogrammeerde investeringsuitgaven verwacht Defensie daadwerkelijk in 2027 te kunnen realiseren, en met welk bedrag aan onderrealisatie houdt Defensie bij het opstellen van de begroting rekening?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Defensie verwacht op het Defensiematerieelbegrotingsfonds € 14,1 miljard te realiseren in 2027.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welke investeringsprojecten kennen volgens Defensie in 2027 een substantieel risico op vertraging of onderrealisatie, en wat is per project de belangrijkste oorzaak van dit risico?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zie het antwoord op vraag 3.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welke materieelprojecten zijn sinds de Ontwerpbegroting 2026 vertraagd, met hoeveel maanden zijn deze projecten vertraagd en welke financiële gevolgen heeft deze vertraging?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zie het antwoord op vraag 3.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voor welke munitiesoorten voldoet de Nederlandse krijgsmacht naar verwachting eind 2027 nog niet volledig aan de vastgestelde voorraadnormen?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De komende jaren verhoogt Defensie stapsgewijs de inzetvoorraden munitie (Kamerstuk 36 800-X, nr. 118) tot het niveau dat nodig is voor de eigen en bondgenootschappelijke verdediging, overeenkomstig de geldende NAVO-eisen. Defensie heeft in de afgelopen jaren verschillende aanvullende munitiebestellingen geplaatst. In algemene zin geldt dat complexere munitie, zoals luchtverdedigingsrakketen en precision guided munitions, doorgaans een langere levertijd kent dan conventionele munitie. Daarnaast zorgt de sterk gestegen mondiale vraag en beperkte productiecapaciteit voor langere levertijden. Dit heeft consequenties voor de snelheid waarmee de voorraden van bepaalde categorieën munitie worden aangevuld, in het bijzonder Battle Decisive Munitions (BDM).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Defensie doet om operationele veiligheidsredenen geen openbare uitspraken over de stand van de munitievoorraden. Uw Kamer wordt twee keer per jaar in de vertrouwelijke bijlage van de Stand van Defensie geïnformeerd over de voortgang van de aanvulling van de inzetvoorraden.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Kan voor iedere munitiesoort waarvoor eind 2027 nog niet volledig aan de vastgestelde voorraadnorm wordt voldaan worden aangegeven welk percentage van de benodigde voorraad naar verwachting aanwezig is?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zie het antwoord op vraag 21.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welk bedrag wordt in 2027 uitgegeven aan het verhogen van de Nederlandse munitievoorraden, uitgesplitst naar Battle Decisive Munitions en overige munitie?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>In 2027 verwacht Defensie uitgaven voor de leveringen van verschillende typen munitie, waaronder PAC-3 raketten voor het Patriot grond-luchtverdedigingssysteem, Deep Precision Strike-munitie voor de F-35, chaff en flares voor de F-35, en 30mm munitie. Daarnaast plaatst Defensie in 2027 additionele orders voor de levering van NAVO-genormeerde BDM en non-BDM. Zo verhoogt Defensie stapsgewijs de inzetvoorraden in de richting van het niveau benodigd voor hoofdtaak 1. Defensie maakt om operationele veiligheidsredenen de financiële omvang van specifieke categorieën munitie niet openbaar.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welk deel van de in 2027 voor Nederland bestelde munitie wordt geproduceerd in Nederland, welk deel elders in Europa en welk deel buiten Europa?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Er wordt nog geen munitie in Nederland geproduceerd. Zowel voor BDM als voor non-BDM is Defensie op dit moment afhankelijk van buitenlandse leveranciers. Voor non-BDM beschikt Defensie veelal over langlopende raamcontracten. Via deze raamcontracten wordt het merendeel van de klein- en middenkaliber munitie door Nederland in Europa besteld. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om munitie voor geweren en mitrailleurs, handgranaten en explosieven. Defensie verwerft de complexere BDM, zoals luchtverdedigingsraketten of precision guided munitions, stapsgewijs met separate opdrachten veelal gefaciliteerd via het Foreign Military Sales- (FMS) proces in de Verenigde Staten of in andere BDM-producerende landen via government-to-government aankopen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Om de strategische autonomie te vergroten zet Defensie in op meer gezamenlijke aanschaf en productie van munitie. Hiervoor maakt Defensie waar mogelijk gebruik van vraagbundeling met partnerlanden of verwerving via de NATO Supply and Procurement Agency (NSPA). Daarnaast draagt Defensie bij aan de opschaling van de munitieproductiecapaciteit in Nederland via samenwerking met de Nederlandse defensie-industrie en kennisinstituten, bijvoorbeeld door de verkenning van de mogelijkheden voor coproductie van kapitale munitie en dronemunitieproductie in Nederland.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voor welke belangrijke munitiesoorten is Nederland voor productie en levering volledig afhankelijk van producenten buiten Nederland?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zie het antwoord op vraag 24.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welke munitiesoorten die Nederland in 2027 aanschaft hebben naar verwachting een levertijd van langer dan twee jaar en wat is per munitiesoort de verwachte levertijd?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Defensie maakt om operationele veiligheidsredenen de levertijden van het materieel en de munitie niet openbaar. In algemene zin geldt dat meer complexe munitie doorgaans een langere levertijd kent dan conventionele munitie. Daarnaast zorgt de sterk gestegen mondiale vraag en beperkte productiecapaciteit voor langere levertijden. Dit geldt in het bijzonder voor BDM.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Defensie neemt verschillende maatregelen om de productie- en leveringszekerheid te vergroten en deze risico’s te mitigeren. Hierbij wordt gebruikgemaakt van langdurige contracten en internationale samenwerking, evenals de versterking van de productiecapaciteit in Nederland en Europa. Specifiek wordt de Nederlandse en Europese productie- en leveringszekerheid bevorderd via initiatieven zoals het Nationaal Programma Defensie Industrie &amp; Innovatie en het project Ballista.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welke concrete munitieproductiecapaciteit verwacht Defensie met project Ballista in Nederland te realiseren, welke munitiesoorten moeten daar worden geproduceerd en hoeveel productiecapaciteit per jaar wordt beoogd?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Op dit moment wordt geen munitie in Nederland geproduceerd. Het is belangrijk dat Nederland zich positioneert in het Europese en mondiale speelveld van munitieproductie. De ministeries van Defensie en Economische Zaken hebben stappen gezet en een drietal opties binnen het munitiedomein geïdentificeerd waar de krijgsmacht behoefte aan heeft én Nederland op basis van de kennis en kunde van de Nederlandse industrie een stevige positie kan pakken in het speelveld van (schaarse) munitie, zoals (co)productie van kapitale munitie, dronemunitie en hergebruik, demilitarisatie en alternatieve grondstofproductie (Kamerstuk 36800X, nr. 11 van 6 oktober 2025).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welk bedrag wordt in 2027 besteed aan de instandhouding en het onderhoud van wapensystemen, uitgesplitst naar maritiem materieel, landmaterieel, luchtmaterieel en Defensiebreed materieel?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De verwachte uitgaven in 2027 voor de instandhouding van wapensystemen zijn, uitgesplitst in de artikelen defensiebreed, maritiem, land en lucht, terug te vinden in de Ontwerpbegroting 2027 (Kamerstuk 37 020-K, nr. 2 van 15 september 2026).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voor welke wapensystemen is in 2027 sprake van achterstallig onderhoud en wat is per wapensysteem de omvang van deze onderhoudsachterstand?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het onderhoud van wapensystemen is één van de factoren die impact heeft op de materiële gereedheid van deze systemen. Door het toegenomen dreigingsniveau gaat Defensie terughoudend om met het delen van informatie die betrekking heeft op de operationele gereedheid van de krijgsmacht. Uw Kamer wordt twee keer per jaar door middel van de vertrouwelijke bijlage bij de Stand van Defensie geïnformeerd over de materiële gereedheid van specifieke A-wapensystemen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welke wapensystemen kunnen in 2027 naar verwachting niet volledig volgens planning worden onderhouden door een tekort aan technisch personeel, reservedelen, onderhoudscapaciteit of capaciteit bij leveranciers?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zie het antwoord op vraag 29.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voor welke wapensystemen bestaan in 2027 tekorten aan reservedelen die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de operationele beschikbaarheid, en welke reservedelen betreft dit?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De beschikbaarheid van reservedelen is, net als onderhoud, één van de factoren die impact heeft op de materiële gereedheid van wapensystemen. Uw Kamer wordt twee keer per jaar door middel van de vertrouwelijke bijlage bij de Stand van Defensie geïnformeerd over de materiële gereedheid van specifieke A-wapensystemen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Wat zijn in 2027 per krijgsmachtdeel de geraamde kosten voor de aanschaf en aanvulling van reservedelen voor wapensystemen?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zie het antwoord op vraag 28.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welk deel van het onderhoud aan wapensystemen wordt in 2027 door Defensie zelf uitgevoerd en welk deel door externe bedrijven, uitgedrukt in uitgaven?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Defensie maakt bij de verwerving van materieel afspraken met de leverancier dat de gebruiker het onderhoud en de reparaties grotendeels zelf kan uitvoeren. Vanwege de verschillende aard van onderhoudswerkzaamheden kan Defensie geen integraal inzicht bieden in de verwachte uitgaven op het gebied van onderhoud door externe bedrijven.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voor welke wapensystemen is Nederland voor onderhoud, reparatie of levering van essentiële reservedelen afhankelijk van bedrijven buiten Nederland, en voor welke daarvan van bedrijven buiten Europa?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Bij de aanschaf van defensiematerieel in het buitenland ontstaan onvermijdelijk afhankelijkheden. Dit geldt ook voor de instandhouding, in het bijzonder ten aanzien van reservedelen die meestal alleen de oorspronkelijke fabrikant kan leveren. Ten aanzien van onderhoud maakt Defensie bij de aanschaf afspraken dat de gebruiker het onderhoud en de reparaties grotendeels zelf kan uitvoeren. Daarnaast worden dergelijke afhankelijkheden beperkt door het aanhouden van voorraden reservedelen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De precieze afhankelijkheid verschilt per wapensysteem. Voor bijvoorbeeld mijnenbestrijdingsvaartuigen is Defensie voor de instandhouding afhankelijk van Europese bedrijven buiten Nederland. Daarnaast leveren Amerikaanse leveranciers reservedelen, technische documentatie en ondersteuning en verrichten reparaties voor de AH-64 Apache. Een ander voorbeeld is de instandhouding van de NH90, die wordt uitgevoerd door het Europese consortium NATO Helicopter Industries (NHI).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welk bedrag wordt in 2027 besteed aan inspectie, keuring, onderhoud, revisie en levensduurverlenging van munitievoorraden?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Vanwege de verschillende munitiesoorten die Defensie in gebruik heeft, kan Defensie geen integraal inzicht bieden in de verwachte uitgaven op het gebied van inspectie, keuring, onderhoud, revisie en levensduurverlenging van munitievoorraden.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welke munitiesoorten kunnen in 2027 niet of niet volledig binnen de daarvoor geldende termijnen worden geïnspecteerd, gekeurd, onderhouden of gereviseerd door onvoldoende personele, technische of externe capaciteit?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Omwille van de operationele veiligheid kan Defensie geen openbare informatie verschaffen over eventuele achterstanden met betrekking tot de inspectie, keuring, onderhoud of revisie van munitiesoorten.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Wat is de totale financiële waarde van munitie die in 2027 naar verwachting moet worden afgekeurd, afgestoten of vernietigd wegens het bereiken van de technische levensduur of omdat deze niet langer veilig of inzetbaar is?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Omwille van de operationele veiligheid kan Defensie geen openbare informatie verschaffen over de afkeuring, afstoting of vernietiging van munitie.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voor welke belangrijke munitiesoorten wordt in 2027 levensduurverlenging toegepast, hoeveel munitie betreft dit en wat zijn daarvan de geraamde kosten?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zie het antwoord op vraag 36.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welke capaciteit heeft Defensie in Nederland voor inspectie, keuring, onderhoud en revisie van munitie en voor welke munitiesoorten is Nederland hiervoor afhankelijk van buitenlandse bedrijven of overheden?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het kabinet zet in op versterking en opschaling van industrie en innovatie, onder meer door Nederlandse bedrijven vroeg te betrekken bij de ontwikkeling en aanschaf van materieel en ze op te nemen in grensoverschrijdende leveranciersketens. Hiermee worden bedrijven en kennisinstellingen beter gepositioneerd voor activiteiten in de gehele levenscyclus van het materieel. In deze openbare beantwoording kan niet worden ingegaan op specifieke leveranciers.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Bij de aanschaf van defensiematerieel in het buitenland ontstaan onvermijdelijk afhankelijkheden, in het bijzonder ten aanzien van software en reservedelen die meestal alleen de oorspronkelijke fabrikant kan leveren. Ten aanzien van onderhoud maakt Defensie bij de aanschaf afspraken dat de gebruiker het onderhoud grotendeels zelf kan uitvoeren.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voor het onderhoud van het defensiematerieel werkt Defensie intensief samen met het bedrijfsleven en internationale partners en neemt deze samenwerking mee bij de uitwerking van opschaling van de krijgsmacht.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voor welke wapensystemen is de geraamde operationele beschikbaarheid in 2027 lager dan de door Defensie vastgestelde norm en wat is per wapensysteem de belangrijkste oorzaak daarvan?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De materiële gereedheid van wapensystemen wordt door meerdere factoren beïnvloed, waaronder beschikbaarheid van reserveonderdelen en onderhoud. Uw Kamer wordt twee keer per jaar door middel van de vertrouwelijke bijlage bij de Stand van Defensie geïnformeerd over de materiële gereedheid van specifieke A-wapensystemen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welk percentage van de totale waarde van de in 2027 door Defensie te sluiten materieelcontracten komt naar verwachting rechtstreeks terecht bij in Nederland gevestigde bedrijven?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het kabinet streeft ernaar om 50 procent van de defensieaankopen in Nederland en Europa te realiseren. Defensie heeft een rekenmethode uitgewerkt om halfjaarlijks hierover te rapporteren in de Stand van Defensie. De Stand van Defensie van dit najaar (Kamerstuk 36 800-X, nr. 118 van 15 september jl.) bevat de resultaten over de eerste helft van 2026, want het volledige percentage van 2026 kan pas aan het einde van het jaar worden bepaald. Hoe de percentages zich in de komende jaren ontwikkelen, hangt samen met het tempo waarop Nederlandse en Europese alternatieven beschikbaar komen op de defensiemarkt. Hierdoor kunnen nog geen betrouwbare prognoses worden gegeven.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welk percentage van de totale waarde van de in 2027 door Defensie te sluiten materieelcontracten komt naar verwachting terecht bij ondernemingen buiten Europa?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zie ook het antwoord op vraag 41. Defensie kan voor de komende jaren niet vooruitlopen op verwervingsbesluiten die nog moeten worden genomen. Hierover wordt uw Kamer zoals gebruikelijk via het DMP en het DPO geïnformeerd.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Bij welke in 2027 voorziene grote materieelprojecten ontstaat door de voorgenomen aanschaf een structurele afhankelijkheid van leveranciers buiten Europa voor onderhoud, reservedelen, munitie, software of technische ondersteuning?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zie het antwoord op vraag 34.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welk bedrag betaalt Defensie in 2027 aan NSPA, OCCAR en het European Defence Agency afzonderlijk voor contributies, beheerskosten en andere organisatiekosten, exclusief de daadwerkelijke aanschaf van materieel?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Defensiebegroting 2027 splitst de organisatiekosten voor de NSPA, OCCAR en de European Defence Agency (EDA) niet als totaal uit. Op basis van de specifieke begrotingsgegevens en de relevante voorbereidende documenten (PrepCom) kunnen de begrote bedragen voor 2027 als volgt worden gespecificeerd:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>NSPA: Voor de NSPA is voor het jaar 2027 een bedrag van € 1,278 miljoen begroot voor de bijdragen aan de organisatie.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>OCCAR: De jaarlijkse Nederlandse lidmaatschapskosten voor OCCAR bedragen circa € 1,5 miljoen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>EDA: Voor de European Defence Agency wordt de Nederlandse bijdrage voor 2027 geraamd op € 4,726 miljoen. Deze raming is gebaseerd op het voorgestelde EDA-budget van € 78 miljoen, waarbij de Nederlandse bijdrage conform de geldende verdeelsleutel van 6,0585% wordt berekend over het budget na aftrek van de salariscomponent (salary deduction) van € 1,5 miljoen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welke materieelprojecten worden in 2027 via NSPA, OCCAR of het European Defence Agency uitgevoerd en welk bedrag is Nederland in 2027 per organisatie en per project verschuldigd?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Nederland werkt voor de verwerving en het beheer van defensiematerieel samen met de NSPA, OCCAR en de European Defence Agency (EDA). In 2027 betreft dit diverse materiële programma&#x27;s en ondersteuningsactiviteiten.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De belangrijkste projecten per organisatie worden als volgt gespecificeerd:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>NSPA: Onder andere de inkoop en logistieke ondersteuning van munitie, infrastructuur en de ondersteuning van de MRTT-vloot.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>OCCAR: Onder andere de uitvoering van programma&#x27;s voor het Boxer-voertuig, de Carl-Gustaf M4, Endo-atmosferische interceptor ontwikkeling HYDIS II, EDF project E-NACSOS en de Anti-Torpedo-Torpedo (ATT)\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>EDA: De EDA faciliteert landen in de governance van project of programma’s, waaronder via verschillende gremia (OCCAR \u002F EDF \u002F Cat. B) de projecten uitgevoerd worden. De grootste overkoepelende initiatieven zijn de programma’s voor de European Combat Vessel (ECV), MARSUR II (ontwikkeling Europese C2 voor het Maritieme domein), Integrated Air and Missile Defence (IAMD), Chemical\u002FBiological\u002FRadioactive\u002FNucleair (CBRN), Space Operations, Future Soldier Systems, Cyber Defence Operations, Military Mobility, Ground Combat Capabilities, Strategic Air Transport.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voor het overgrote deel van de materieelprojecten is de financiële informatie niet openbaar te maken gezien de samenhang met het hoger gerubriceerde onderliggende werkpakket. Dit is noodzakelijk ter bescherming van de commerciële belangen van de betrokken industriële partners, dan wel vanwege de vertrouwelijkheid die voortvloeit uit operationele en veiligheidsbelangen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welke financiële besparing verwacht Defensie door in 2027 materieel gezamenlijk met andere landen of via internationale materieelorganisaties aan te schaffen, en hoe wordt vastgesteld dat daadwerkelijk sprake is van lagere kosten dan bij nationale verwerving?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De verwerving van materieel samen met andere landen of via internationale materieelorganisaties heeft meerdere voordelen. Mogelijke financiële voordelen zijn daarbij niet doorslaggevend. Een belangrijk voordeel is interoperabiliteit: militaire eenheden van verschillende landen die beschikken over hetzelfde materieel kunnen beter samenwerken en beschikken daarmee over meer gevechtskracht. Samenwerking bij onderhoud en instandhouding kan leiden tot een betere beschikbaarheid van reservedelen, eenvoudiger logistiek, kortere reparatietijden en daarmee een hogere gereedheid. Gezamenlijke opleidingen en oefeningen zorgen voor meer doelmatigheid en uiteindelijk voor een effectievere gezamenlijke inzet omdat militairen goed op elkaar zijn ingespeeld. Een verwervingstraject waarbij een van de deelnemende landen als lead nation optreedt, versterkt de positie van de afnemers jegens de leverancier. Verder biedt samenwerking kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven om deel uit te maken van buitenlandse leveringsketens.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Gezamenlijke materieelverwerving kan financiële voordelen hebben, door de afname van grotere series van de wapensystemen en hun reservedelen, en de genoemde samenwerking zoals bij instandhouding en opleidingen. Deze kostenvoordelen zijn echter niet te kwantificeren omdat Defensie het alternatief, de zelfstandige verwerving door Nederland alleen, niet in een business case uitwerkt. Een dergelijke zelfstandige business case zou veel tijd en menskracht vergen en ten koste gaan van de voortgang van andere projecten.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Wat is de totale waarde van de voor 2027 geraamde betalingen binnen het Defensiematerieelbegrotingsfonds die in Amerikaanse dollars of andere vreemde valuta moeten worden verricht?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De begrote uitgaven van het Defensiematerieelbegrotingsfonds in vreemde valuta in 2027 bedragen € 4,2 miljard.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Hoe groot is de reserve voor valutaschommelingen in 2027 en tegen welke wisselkoersen voor de belangrijkste vreemde valuta is de begroting opgesteld?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De omvang van de valutareserve in 2027 is € 137,3 miljoen (zie ook artikel 1 van het Defensiematerieelbegrotingsfonds). De wisselkoersen van de belangrijkste vreemde valuta waarmee de verplichtingen en uitgaven in de begroting worden gewaardeerd zijn de Amerikaanse dollar, de Noorse kroon, de Zweedse kroon en de Zwitserse frank.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Hoe groot kan de negatieve financiële impact van valutakoersschommelingen in 2027 zijn voordat de reserve voor valutaschommelingen ontoereikend is?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De valutareserve heeft in 2027 vooralsnog een omvang van € 137,3 miljoen. De valutareserve wordt bijgesteld met mee- en tegenvallers die gedurende het jaar worden gerealiseerd. Valutakoersschommelingen zijn niet te voorspellen, maar Defensie verwacht dat de reserve van voldoende omvang is om tegenvallers op te vangen. Indien nodig vindt bij een regulier begrotingsmoment een bijstelling van de valutareserve plaats.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Wat is per 1 januari 2027 de totale geraamde omvang in euro&#x27;s van het achterstallig onderhoud aan het vastgoed van Defensie?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zie het antwoord op vraag 53.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Hoeveel gebouwen van Defensie voldoen per 1 januari 2027 niet aan het door Defensie vastgestelde minimale onderhouds- of kwaliteitsniveau?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zie het antwoord op vraag 52.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Hoeveel legeringsgebouwen voldoen per 1 januari 2027 niet aan het door Defensie vastgestelde minimale onderhouds- of kwaliteitsniveau?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zoals opgenomen in de beantwoording op vragen over de Stand van Defensie voorjaar 2026 (Kamerstuk 36800-X, nr. 82) heeft de laatste kwaliteitsmeting plaatsgevonden in februari 2022. Een nieuwe meting staat gepland voor de tweede helft van 2026. De kwaliteitsmeting uit 2022 op basis van een steekproef toonde aan dat 4600 (39%) van het vastgoed voldoet, wat betekent dat destijds ongeveer 6400 (61%) gebouwen niet voldeden aan de interne normering. Dit komt doordat het vastgoed van Defensie sterk is verouderd en een achterstand in het onderhoud is ontstaan. Op dit moment wordt een kwaliteitsmeting van het vastgoed uitgevoerd op basis van een steekproef die wordt geëxtrapoleerd over de gehele vastgoedportefeuille. Begin 2027 verwacht ik hier de resultaten van.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welk bedrag wordt in 2027 besteed aan het wegwerken van bestaand achterstallig onderhoud aan defensievastgoed en met welk bedrag neemt de totale onderhoudsachterstand daardoor naar verwachting af?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het vastgoed van Defensie is verouderd en er is een achterstand in het onderhoud ontstaan. In eerdere brieven aan uw Kamer over de staat van het vastgoed is de ernst van de problematiek en de omvang van de opgave geschetst (Kamerstuk 34 919, nr. 77 van 16 april 2021, Kamerstuk 34 919, nr. 79 van 24 juni 2021).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Defensie zet samen met het Rijksvastgoedbedrijf in op herstel en toekomstbestendigheid van het vastgoed. Defensie heeft de focus verlegd van achterstallig onderhoud naar een meerjarige, integrale aanpak van onderhoud, renovatie, verduurzaming en vernieuwing. De opgave blijft omvangrijk en de volledige verbetering van de vastgoedportefeuille kost meerdere jaren. Binnen het instandhoudingsbudget wordt geen onderscheid gemaakt tussen uitgaven voor het wegwerken van achterstallig onderhoud en regulier onderhoud. Het bedrag dat Defensie in 2027 besteedt aan de instandhouding van het vastgoed is ongeveer 724 miljoen euro, zoals vermeld in de tabel ‘Artikel 5 Infrastructuur en vastgoed’ bij artikel 5.12 van het Defensiematerieelbegrotingsfonds. Het hier vermelde bedrag is inclusief direct vastgoed-gerelateerde exploitatie, bijvoorbeeld het huren van vastgoed.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welke verhouding tussen planbaar en niet-planbaar onderhoud verwacht Defensie in 2027 te realiseren en in welk jaar verwacht Defensie de voor een gezonde vastgoedportefeuille genoemde verhouding van 80% planbaar en 20% niet-planbaar onderhoud te bereiken?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het streven is om naar de genoemde verhouding van 80% planbaar en 20% niet-planbaar onderhoud toe te werken. Wanneer dit doel wordt bereikt, is afhankelijk van verschillende factoren, zoals het beschikbare instandhoudingsbudget, oplevering van nieuwe gebouwen, sloop van verouderd vastgoed en voldoende capaciteit in de gehele vastgoedketen binnen Defensie, bij het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) en in de markt. Ik kan hier daarom geen jaartal aan koppelen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Hoeveel van de wettelijke keuringen van installaties op defensielocaties zijn in 2025 en 2026 niet tijdig goedgekeurd en hoeveel verwacht Defensie dat dit er in 2027 zullen zijn?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>In 2025 is bij het RVB een nieuw onderhoudsmanagementsysteem ingevoerd. Door complicaties bij de invoering van dit systeem is het nog niet mogelijk om een rapportage op te leveren over de keuringen van installaties.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Wat bedragen de totale geraamde uitgaven aan het programma GrIT in 2027 en wat is de actuele raming van de totale kosten van het programma tot en met voltooiing?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De gevraagde informatie betreffende de totale geraamde uitgaven aan het programma GrIT in 2027 en de actuele raming van de totale kosten tot aan voltooiing is commercieel vertrouwelijk. Het verstrekken van deze specifieke financiële details zou de commerciële belangen van de betrokken partijen kunnen schaden evenals de belangen van het Ministerie van Defensie. Deze informatie wordt daarom uitsluitend vertrouwelijk gedeeld via de vertrouwelijke bijlage bij de halfjaarlijkse voortgangsrapportage van het programma GrIT.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Hoe verhoudt de actuele totale kostenraming van GrIT zich tot de kostenraming bij de start van het programma en tot de raming na de meest recente herijking?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De vergelijking tussen de oorspronkelijke kostenraming bij de start van het programma GrIT, de raming na de meest recente herijking en de huidige actuele totale kostenraming, kan op dit moment niet in dit antwoord worden weergegeven. Zoals eerder toegelicht, zijn de gedetailleerde financiële prognoses en de onderliggende gegevens van het programma GrIT commercieel vertrouwelijk. De gevraagde vergelijking en de bijbehorende financiële details zijn opgenomen in de vertrouwelijke bijlage bij de halfjaarlijkse voortgangsrapportage.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welke onderdelen van GrIT hadden volgens de oorspronkelijke planning vóór 1 januari 2027 operationeel moeten zijn maar zijn op die datum nog niet volledig opgeleverd?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De oorspronkelijke planning van GrIT voor 1 januari 2027 was gebaseerd op 43 blokken. Het programma wordt inmiddels uitgevoerd met een methodiek van halfjaarlijkse releases om kort cyclisch te kunnen sturen op resultaten. De resultaten van de meest recente fase (release 5) zijn volgens planning gerealiseerd. De verwachte oplevering van release 6 eind 2026 verloopt conform planning. De resultaten hiervan worden nader toegelicht in de voortgangsrapportage van het programma GrIT van 2027.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welke concrete GrIT-functionaliteiten worden in 2027 daadwerkelijk operationeel beschikbaar voor uitgezonden of ontplooide militaire eenheden?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De concrete beschikbaarheid van GrIT-functionaliteiten voor militaire eenheden is gekoppeld aan de opeenvolgende releases. In de eerste helft van 2026 (release 5) zijn de basisfunctionaliteiten gerealiseerd alsmede het Private Cloud Platform. In de tweede helft van 2026 (release 6) ligt de focus op het gereedmaken van de fysieke infrastructuur en de cloud-omgeving.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Kan het voor 2027 geraamde bedrag van €136,128 miljoen voor kort-cyclische innovatie worden uitgesplitst naar concrete projecten en programma&#x27;s, waarbij per project of programma het geraamde bedrag en het beoogde militaire resultaat worden vermeld en wordt aangegeven welke projecten betrekking hebben op kunstmatige intelligentie?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Er staat voor 2027 € 128.752 miljoen euro geraamd voor kort-cyclische innovatieprojecten en aanpalende trajecten. In de Stand van Defensie wordt over de financiële voortgang gerapporteerd. De kort-cyclische innovatie projecten en programma’s richten zich op de tien Defensiebasisgebieden en de NLD gebieden zoals benoemd in de D-SII. Kunstmatige intelligentie is onderdeel van het NLD gebied Intelligente Systemen. Er worden verschillende projecten en programma’s uitgevoerd. Deze zijn in lijn met de te bereiken effecten zoals uiteengezet in de ambitieplaat Intelligente Systemen uit de DSII. Daarin worden te bereiken effecten die openbaar kunnen worden gemaakt geschetst. Inzicht in specifieke projecten en het totale portfolio wordt vanwege vertrouwelijkheid niet gegeven.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welk bedrag draagt Nederland in 2027 vanuit het Defensiematerieelbegrotingsfonds bij aan het NATO Innovation Fund en DIANA afzonderlijk, en welk concreet financieel of operationeel voordeel ontvangt Nederland hiervoor?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Nederland draagt in 2027 met ongeveer €5,1 mln. bij aan het NIF. Dit is onderdeel van een totale Nederlandse bijdrage van afgerond €50 mln. over de jaren 2023-2037. Hiermee draagt Nederland bij aan de versterking van innovatie in opkomende en disruptieve technologieën binnen het NAVO-bondgenootschap. Met het NIF wordt het proces van ontwikkeling tot adoptie van technologieën binnen de NAVO-krijgsmachten versneld en vergemakkelijkt.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Nederland draagt in 2027 €2,3 mln. bij aan DIANA. De totale begroting van DIANA voor dat jaar bedraagt ongeveer €65 mln. Nederlandse start-ups kunnen deelnemen aan het accelerator programma van DIANA; zo hebben in 2026 vijf Nederlandse start-ups deelgenomen. Bedrijven die hiervoor worden geselecteerd krijgen begeleiding, training en financiering om hun innovaties klaar te maken voor de defensiemarkt. Daarnaast biedt DIANA toegang tot meer dan 180 testfaciliteiten, mogelijkheden om innovaties toe te passen in operationele omgevingen en een sterk netwerk van trusted investors. In Nederland fungeert Brainport Development in Eindhoven als accelerator site voor DIANA.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Kan het voor 2027 geraamde bedrag van €8,530 miljoen voor duurzaamheid, klimaat en veiligheid worden uitgesplitst naar concrete projecten en activiteiten en kan per project of activiteit worden aangegeven welk direct militair of operationeel doel ermee wordt gediend?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dit bedrag is gereserveerd zodat duurzamere projecten kunnen worden uitgevoerd en duurzamer materieel wordt aangeschaft met als resultaat dat Defensie minder afhankelijk wordt van fossiele brandstoffen, de Co2-uitstoot vermindert en haar ecologische voetafdruk verkleint. Bijkomend effect is dat de organisatie bekender wordt met duurzame en innovatie oplossingen in het operationele domein.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zoals genoemd in de Kamerbrief Uitvoeringsagenda Energie en Duurzaamheid (Kamerstuk 36592-52) staat gevechtskracht voorop en draagt duurzaamheid daaraan bij. Defensieonderdelen kunnen gedurende het jaar een beroep doen op dit budget door projectvoorstellen in te dienen. Het bedrag kan daarom nog niet worden uitgesplitst. Elk project of activiteit die uit dit budget wordt betaald wordt beoordeeld op impact, zowel qua effect op de operationele gereedheid, gevechtskracht, energiezekerheid, als besparing, circulariteit, materieel besparing of CO2-reductie.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Waarvoor is de op artikel 8 opgenomen post van €182,494 miljoen aan &#x27;nader toe te wijzen uitgaven&#x27; in 2027 bestemd, en waarom kan dit bedrag bij het indienen van de begroting nog niet aan concrete beleidsartikelen worden toegedeeld?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Met de Defensienota 2026 investeert het kabinet extra in onze eigen krijgsmacht en veiligheid. Een aantal maatregelen uit de Defensienota 2026 vergt nog nadere uitwerking, zoals bijvoorbeeld het Nationaal Programma Defensie Industrie en Innovatie. Pas als er duidelijkheid is over dergelijke maatregelen en deze nader uitgewerkt zijn, wordt het budget toegedeeld aan het juiste beleidsartikel.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welk deel van de €182,494 miljoen aan nader toe te wijzen uitgaven in 2027 is reeds bestemd voor concrete projecten of uitgaven en welk deel is op dit moment nog daadwerkelijk vrij?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zie het antwoord op vraag 63.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welk totaalbedrag wordt in 2027 vanuit het Defensiematerieelbegrotingsfonds besteed aan de ontwikkeling, aanschaf, implementatie en toepassing van kunstmatige intelligentie en AI-systemen?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>In de Defensie Data Science en AI strategie (Kamerstuk 2023D25038), die in 2023 met uw Kamer is gedeeld, is terug te zien dat Defensie zich inzet op vier gebieden: Defensiebrede data governance, hoogwaarde informatietechnologie, investeren in kennis en kunde en een datagedreven werkwijze. Zoals hier ook in terug is te zien maakt Defensie geen onderscheid tussen data science en AI omdat beide sterk met elkaar zijn verweven. Het is daarom niet mogelijk om meer details te geven over specifiek AI budget. In algemene zin kan ik uw Kamer informeren dat er op deze focusgebieden voor 2027 de onderstaande verdeling van bedragen is ten opzichte van het totale budget:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Data governance: 9%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Hoogwaardige IT: 33%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Kennis en kunde: 54%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Data gedreven werkwijze: 4%\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Naast de Defensiebrede budgetten voor digitalisering, kan er ook AI zitten in systemen die worden ontwikkeld, aangeschaft en geïmplementeerd bij de Defensieonderdelen. Hierin kan geen specifiek inzicht worden gegeven in de AI component.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Kan het in 2027 vanuit het Defensiematerieelbegrotingsfonds aan kunstmatige intelligentie en AI-systemen bestede bedrag worden uitgesplitst naar projecten en programma&#x27;s, waarbij per project of programma het geraamde bedrag, het doel en het beoogde operationele gebruik worden vermeld?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Nee, wel kan er een uitsplitsing worden gemaakt per gebied, zie beantwoording vraag 65.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welk deel van de in 2027 vanuit het Defensiematerieelbegrotingsfonds gefinancierde uitgaven aan kunstmatige intelligentie en AI-systemen wordt besteed aan toepassingen die rechtstreeks bijdragen aan operationele inzet en gevechtskracht, en welk deel aan bedrijfsvoering, ondersteuning en overige niet-operationele toepassingen?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>In de Defensie Data Science en AI strategie (Kamerstuk 2023D25038) die in 2023 met uw Kamer is gedeeld, is terug te zien dat Defensie zich inzet op vier gebieden: Defensiebrede data governance, hoogwaarde informatietechnologie, investeren in kennis en kunde en een datagedreven werkwijze. Naast de Defensiebrede budgetten voor digitalisering, zal er ook AI (kunnen) zitten in systemen die worden ontwikkeld en aangeschaft bij de Defensie onderdelen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welk bedrag wordt in 2027 vanuit het Defensiematerieelbegrotingsfonds besteed aan externe bedrijven, kennisinstellingen en andere organisaties voor de ontwikkeling of levering van kunstmatige intelligentie en AI-systemen, en welke organisaties ontvangen hiervoor naar verwachting middelen?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het is niet mogelijk om meer details te geven over specifieke AI budgetten omdat dit integraal bezien wordt met Data Science. Daarnaast betreft samenwerking met marktpartijen commercieel en operationeel vertrouwelijke informatie. Tevens kan Defensie niet vooruitlopen op lopende aanbestedingen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voor welke militaire toepassingen wordt in 2027 kunstmatige intelligentie ontwikkeld of aangeschaft die zelfstandig of gedeeltelijk zelfstandig informatie analyseert, doelen detecteert of identificeert, beslissingen ondersteunt of militaire systemen aanstuurt?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Uw Kamer is eerder geïnformeerd over het tweesporen beleid ten aanzien van AI-DSS systemen. Dit is een voorbeeld van een militaire toepassing. Dit geldt ook voor autonomie in onbemenste systemen. Om operationele en veiligheidsredenen kan Defensie geen informatie verstrekken over specifieke militaire toepassingen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welk bedrag wordt in 2027 vanuit het Defensiematerieelbegrotingsfonds besteed aan de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie en AI-systemen door Nederlandse bedrijven en Nederlandse kennisinstellingen?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het is niet mogelijk om meer details te geven over specifieke AI budgetten omdat dit integraal bezien wordt met Data Science. Daarnaast betreft samenwerking met marktpartijen commercieel en operationeel vertrouwelijke informatie. Tevens kan Defensie niet vooruitlopen op lopende aanbestedingen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Bij welke in 2027 gefinancierde AI-projecten is sprake van ontwikkeling van eigen technologie door Defensie, Nederlandse bedrijven of Nederlandse kennisinstellingen, en bij welke projecten wordt bestaande technologie van buitenlandse leveranciers aangeschaft of verder ontwikkeld?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Het is niet mogelijk om meer details te geven dan in het DMF is gedeeld, omdat dit commercieel en operationeel vertrouwelijke informatie betreft. Daarnaast kan Defensie niet vooruitlopen op lopende aanbestedingen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voor welke militaire AI-toepassingen is Nederland in 2027 afhankelijk van buitenlandse leveranciers voor software, modellen, rekenkracht, cloudinfrastructuur, data of technische ondersteuning, en uit welke landen zijn deze leveranciers afkomstig?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Uw Kamer is geïnformeerd over het tweesporen beleid ten aanzien van AI-DSS systemen. Dit is een voorbeeld van een militaire toepassing. Dit geldt ook voor autonomie in onbemande systemen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Om operationele en veiligheidsredenen kan Defensie geen informatie verstrekken over specifieke militaire toepassingen en samenwerkingen met het bedrijfsleven. Daarnaast kan Defensie niet vooruitlopen op lopende aanbestedingen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welke concrete maatregelen neemt Defensie in 2027 om Nederlandse kennis, intellectueel eigendom en productiecapaciteit op het gebied van militaire kunstmatige intelligentie op te bouwen of te behouden?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Defensie kan niet vooruit lopen op lopende of toekomstige aanbestedingen in 2027. De komende jaren investeert Defensie in onderzoeksprogramma’s op het gebied van kunstmatige intelligentie, onder meer bij Nederlandse kennisinstellingen. Daarnaast wordt het Data Science Center of Excellence (DSCE) bij de Nederlandse Defensie Academie (NLDA) verder doorontwikkeld en wordt gewerkt aan de oprichting van een Defensie Innovatie- en Opschalingsautoriteit (DIOA). Eén van de sporen binnen de DIOA richt zich op baanbrekende innovaties en technologieontwikkeling.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Bij welke in 2027 gefinancierde AI-projecten liggen de intellectuele-eigendomsrechten geheel of gedeeltelijk bij Defensie of bij Nederlandse bedrijven of kennisinstellingen?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Vanwege commerciële vertrouwelijkheid kan Defensie hier niet verder op in gaan. In het algemeen geldt dat bij elke aanschaf van software een eisenpakket wordt opgesteld, mede op basis van risico analyses en de sourcing strategie. Hierbij wordt altijd aandacht besteed aan intellectuele eigendomsrechten.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ontvangt Nederland van Oekraïne data die afkomstig zijn uit operationele inzet van drones, wapensystemen, sensoren of andere militaire systemen en die kunnen worden gebruikt voor het ontwikkelen, trainen, testen of verbeteren van kunstmatige intelligentie en AI-systemen?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ja, Defensie ontvangt data vanuit Oekraïne die hiervoor gebruikt kan worden.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Is Nederland geheel of gedeeltelijk eigenaar van de door Oekraïne aan Nederland verstrekte data die kunnen worden gebruikt voor het ontwikkelen, trainen, testen of verbeteren van kunstmatige intelligentie en AI-systemen, en zo nee, over welke gebruiks-, bewerkings- en verdere ontwikkelingsrechten beschikt Nederland ten aanzien van deze data?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voor delen van de ontvangen data is dit het geval. In andere gevallen wordt er data ontvangen die gebruikt kan worden\u002Fwordt de training van eigen AI modellen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Mag Defensie de uit Oekraïne verkregen operationele data zelfstandig gebruiken voor het trainen en verbeteren van Nederlandse AI-modellen en militaire AI-toepassingen, en gelden daarbij beperkingen ten aanzien van opslag, hergebruik, delen met Nederlandse bedrijven of kennisinstellingen en toepassing in Nederlandse wapensystemen?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dit is afhankelijk van de ontvangen data. In sommige gevallen kan en mag dit; in specifieke gevallen, bijvoorbeeld bi-geclassificeerde data, mag dit niet.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welke afspraken zijn met Oekraïne gemaakt over het intellectueel eigendom van AI-modellen, algoritmen en andere technologie die mede wordt ontwikkeld of verbeterd met operationele data uit Oekraïne, en welk deel van deze intellectuele-eigendomsrechten berust bij Nederland, Nederlandse bedrijven of Nederlandse kennisinstellingen?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Er bestaan op dit moment nog geen afspraken . Dit is onderwerp van gesprek naar aanleiding van het aanbod vanuit Oekraïne gebruik te mogen maken van een deel van de operationele data vanuit Oekraïne. Onderdeel van dit aanbod is het delen van deze data met Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welk percentage van de NAVO-genormeerde inzetvoorraden munitie is naar verwachting eind 2027 gevuld?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zie het antwoord op vraag 21.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>In welk jaar verwacht Defensie de NAVO-genormeerde inzetvoorraden munitie volledig op het gewenste niveau te hebben?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zie het antwoord op vraag 21.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Hoeveel projectvoorstellen zijn sinds het laatste goedgekeurde CODEMO-project in 2022 ingediend?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Er zijn geen projectvoorstellen meer ingediend sinds 2022.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Wat verklaart dat sinds 2022 geen nieuw CODEMO-project is goedgekeurd?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Sinds de totstandkoming in 2011 is veelvuldig gebruik gemaakt van het CODEMO fonds en is het budget inmiddels bijna volledig tot besteding gekomen. De functionaliteit van het CODEMO instrument is overgenomen door andere financiële instrumenten, waaronder het industrieversterkend budget (Industrie &amp; Innovatiebudget; Defensienota2024).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welk deel van het beschikbare innovatiebudget in 2027 is specifiek toegankelijk voor Nederlandse mkb-bedrijven?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Verschillende innovatiebudgetten zijn toegankelijk voor MKB. Zo financiert Defensie met het Industrie &amp; Innovatiebudget concrete voorstellen van de Nederlandse industrie, waaronder het MKB, die bijdragen aan opschaling en versterken van het militair voortzettingsvermogen. Een ander voorbeeld is de Defensie-call via Holland High Tech t.w.v. €5 mln. specifiek gericht op MKB uitgezet om ontwikkelingen in quantum, space en slimme materialen te stimuleren. Daarnaast wordt via het Secfund €100 mln. geïnvesteerd in innovatieve MKB die bijdragen aan ontwikkeling van de NLD gebieden. Via het Thematische Tech Transfer instrument van EZK stelt Defensie €13,8 mln. beschikbaar aan kennisinstellingen voor het starten van nieuwe bedrijven die innoveren in NLD gebieden. Ook de Defensie Innovatie en Opschalingsautoriteit zal hoogtechnologische MKB contracteren voor uitvoering van disruptieve innovatie- en opschalingstrajecten.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Op basis van de D-SII is Defensie meer gaan investeren in MKB in Nederland, gericht op gebieden die voor de krijgsmacht van vandaag én van morgen van belang zijn. Daarbij maakt Defensie gebruik van haar eigen instrumenten, richt zij nieuwe instrumenten op met partners en maakt gebruik van instrumenten van andere departementen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welke definitie wordt gehanteerd om de Nederlandse industriële betrokkenheid bij materieelprojecten te meten?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>In de Stand van Defensie Najaar 2026 wordt de definitie voor het streefpercentage ‘Inkoop in Nederland en Europa’ (50%) toegelicht (Kamerstuk 36800-X-118). Daarnaast geldt dat Nederlandse industriële betrokkenheid bij materieelprojecten breder gaat dan deze definitie. Zo kan bij materieel dat voor minimaal 5 miljoen euro bij een buitenlandse leverancier wordt ingekocht, Nederlandse industriële participatie worden bedongen door het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Hoeveel euro van de in 2027 geraamde materieeluitgaven komt naar verwachting terecht bij bedrijven die daadwerkelijk in Nederland produceren?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Defensie kan hierop niet vooruitlopen, omdat het niet kan vooruitlopen op lopende of toekomstige aanbestedingen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Wanneer verwacht u de Kamer te informeren over het exacte aantal extra F-35-toestellen dat wordt aangeschaft?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Met de Defensienota 2026 heeft Defensie kenbaar gemaakt te zullen investeren in additionele gevechtstoestellen. Deze investering sluit aan bij de capaciteiten die de NAVO van Nederland vraagt en draagt tegelijkertijd bij aan de versterking van onze nationale inzet in het kader van hoofdtaak 1. In de komende periode zal Defensie de voorbereidingen treffen om zo snel mogelijk de extra gevechtstoestellen te realiseren. Uw Kamer zal hierover nader worden geïnformeerd.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Welk bedrag wordt in deze begroting geraamd voor de voorbereidingen op de aanschaf van extra F-35-toestellen?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zie het antwoord op vraag 86.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Hoeveel extra F-35-toestellen liggen ten grondslag aan de geraamde voorbereidingsuitgaven in deze begroting?\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zie het antwoord op vraag 86.\u003C\u002Fp>\n\u003C\u002Fdiv>","\u002Fmedia\u002Fbrieven_pdfs\u002Fsf-br-2026Z20270.pdf",[33,35],{"label":34,"term":34},"F-35",{"label":36,"term":36},"onderdelen",[],[]]