[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"$fsSZJe4yWPZnkCkSv8v9-ipzil5yNrjubWSIpJb6VLe8":3},{"id":4,"document_id":5,"title_full":6,"title_short":7,"date_published":8,"source_url":9,"submitters":10,"is_palestine_relevant":17,"relevance_score":18,"relevance_keywords":19,"relevance_excerpt":23,"ai_summary":24,"frontend_url":25,"content_html":26,"pdf_url":27,"relevance_keyword_chips":28,"relevance_source_bijlagen":33,"qa_pairs":34},192390,"sf-br-2026Z21469","Reactie op verzoek van het lid Ellian, gedaan tijdens de regeling van werkzaamheden op 29 september 2026, over het bericht 'Gazaanse student (22) in Maastricht geschorst na filmpje over deelname aan Hamas-aanslagen in Israël: ’Dit ben ik’' en reactie op verzoek commissie over de procedure verblijf voor studie en openbare orde-check","Reactie op verzoek van het lid Ellian, gedaan tijdens de regeling van werkzaamheden op 29 september 2026, over het bericht 'Gazaanse student (22) in Maastricht geschorst na filmpje over deelname aan Hamas-aanslagen in Israël: ’Dit ben ik’' en reactie","2026-10-07","https:\u002F\u002Fwww.tweedekamer.nl\u002Fkamerstukken\u002Fbrieven_regering\u002Fdetail?id=2026Z21469&did=2026D49531",[11],{"person":12,"functie":15,"actor_naam":16},{"fullname":13,"slug":14},"Bart van den Brink","bart-van-den-brink","minister van Asiel en Migratie","G. van den Brink",true,3,[20,21,22],"Israël","Gaza","Hamas","Ik ga achtereenvolgens in op de procedure voor verblijf voor studie, de beoordeling van openbare orde en nationale veiligheid, de rol van de onderwijsinstelling en de aanvullende stappen die gelden voor personen die vanuit \u003Cmark>Gaza\u003C\u002Fmark> reizen.","De brief behandelt de procedure voor verblijfsvergunningen voor studenten, waaronder de openbare-ordecheck. Voor personen die vanuit Gaza reizen, hebben Israëlische en Jordaanse autoriteiten goedkeuring nodig voor uit- en doorreis; de regering ziet zich na een uitspraak van de Raad van State niet langer verplicht consulaire bijstand te verlenen voor vertrek uit Gaza. De minister informeert de Kamer over deze procedures naar aanleiding van vragen over een student aan de Universiteit Maastricht en ziet bezien of aanvullende waarborgen mogelijk zijn, onder meer naar aanleiding van een motie.","\u002Fdocumenten\u002Fbrief-regering\u002F192390-reactie-op-verzoek-van-het-lid-ellian-gedaan-tijdens-de-regeling-van","\u003Cdiv class=\"brief-regering\">\n\u003Cp>Op 29 september jl. zijn tijdens het mondelinge vragenuur vragen gesteld over de wijze waarop bij toelating tot Nederland signalen die relevant kunnen zijn voor de nationale veiligheid worden betrokken en, in dat verband, over de berichtgeving over een student van de Universiteit Maastricht. Diezelfde dag heeft het lid Ellian tijdens de Regeling van Werkzaamheden verzocht om een brief van de ministers van Asiel en Migratie en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over deze berichtgeving.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Tijdens het tweeminutendebat over de JBZ-Raad van 30 september jl. heb ik vervolgens toegezegd uw Kamer voorafgaand aan het commissiedebat Regulier verblijf te informeren over de procedure en over de wijze waarop de openbare-ordecheck daarin is ingericht. Met deze brief, die ik mede namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap stuur, geef ik hieraan invulling.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ik ga achtereenvolgens in op de procedure voor verblijf voor studie, de beoordeling van openbare orde en nationale veiligheid, de rol van de onderwijsinstelling en de aanvullende stappen die gelden voor personen die vanuit Gaza reizen. Tot slot ga ik in op de situatie waarin na vergunningverlening nieuwe relevante informatie beschikbaar komt.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Inmiddels heeft het parket Limburg van het Openbaar Ministerie, in overleg met het Landelijk Parket en de politie, besloten dat er geen aanleiding is om verder strafrechtelijk onderzoek te doen. De zaak is onderzocht en de conclusie is dat er geen sprake is van strafbare feiten. Over de inhoud van individuele vreemdelingendossiers worden geen mededelingen gedaan.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Procedure voor verblijf voor studie\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Een student van buiten de Europese Unie die voor studie aan een Nederlandse hogeschool of universiteit naar Nederland wil komen, heeft een verblijfsvergunning voor studie nodig en, afhankelijk van de nationaliteit, ook een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Alleen een door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) als referent erkende onderwijsinstelling kan deze aanvraag voor de student indienen. De onderwijsinstelling beoordeelt of de student voldoet aan de voorwaarden voor toelating tot de opleiding.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Voor alle mvv-aanvragen geldt dat de vreemdeling in beginsel een geldig reisdocument moet hebben, een antecedentenverklaring moet afleggen en wordt beoordeeld of zich omstandigheden voordoen die gevolgen hebben voor de openbare orde of nationale veiligheid. Daarnaast gelden er specifieke voorwaarden per verblijfsdoel. Zo geldt voor het verblijfsdoel studie dat de aanvrager ingeschreven moet staan bij een erkende onderwijsinstelling en moet beschikken over voldoende middelen van bestaan.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>In de TEV (Toegang en Verblijf)-procedure beoordeelt de IND of de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor zowel toegang tot Nederland als verblijf. Indien aan die voorwaarden is voldaan, wordt besloten een mvv te verlenen en het daarmee samenhangende verblijfsrecht toe te kennen. De mvv wordt vervolgens door Buitenlandse Zaken (BZ) op een diplomatieke post verstrekt. Met de mvv kan de vreemdeling naar Nederland reizen en na aankomst in Nederland kan de vreemdeling de verblijfsvergunning bij de IND ophalen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Beoordeling van openbare orde en nationale veiligheid\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Bij verblijfsaanvragen beoordeelt de IND ook of zich omstandigheden voordoen die gevolgen kunnen hebben voor de openbare orde of nationale veiligheid.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Bij een verblijfsaanvraag wordt ook informatie verzameld om te kunnen beoordelen of de vreemdeling een bedreiging vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid, conform het beleid B1\u002F4.4 van de Vreemdelingencirculaire. Iedere vreemdeling (vanaf 12 jaar) moet t.b.v. de toets op openbare orde, bij een verblijfsaanvraag een antecedentenverklaring invullen en ondertekenen. Het gaat hierbij om zowel antecedenten in Nederland als in het buitenland. Het invullen van onjuiste informatie of het achterhouden van informatie op de verklaring is een strafbaar feit dat reden kan zijn voor de IND voor het doen van aangifte en intrekking van de verblijfsvergunning. Daarnaast wordt van alle vreemdelingen vanaf 12 jaar op basis van persoons- en\u002Fof biometrische gegevens een controle in nationale en Europese justitiële- en politiesystemen uitgevoerd, de zogenaamde openbare orde-check. Door de IND geraadpleegde justitiële- en politiesystemen (nationaal en Europees) bij verblijfsaanvragen zijn:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>JDS (Justitiële Documentatie Systeem) van Justid;\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>BVI-IB (Basisvoorziening Informatie – Integrale Bevraging) van de nationale politie: BVI-IB geeft de IND toegang tot 5 (inter)nationale registers. Niet alle registers worden altijd bevraagd. De IND heeft toegang tot de volgende 5 registers:\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>(N)SIS II: Centrale Schengen Informatiesysteem.\u003C\u002Fp>\n\u003Ch3>POL-INFO.\u003C\u002Fh3>\n\u003Cp>OPPE&amp;S (Operationeel Politie Platform Executie &amp; Signalering).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>NDS (Nationaal Documenten Systeem).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>SLTD (Stolen Lost Travel Documents).\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Bij het screeningsonderzoek in de asielprocedure wordt in het dossieronderzoek en naslag in open bronnen op internet ook social media naslag gedaan. Een dergelijke naslag vindt niet standaard plaats bij de openbare orde check bij studieaanvragen. De IND beoordeelde in 2025 21.540 verblijfsaanvragen voor studie.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Tijdens het tweeminutendebat van 30 september jl. is de motie van de leden Boomsma en Ceulemans ingediend en aangehouden. In deze motie wordt onder meer gevraagd om een verscherpte openbare-ordecheck voor personen uit Gaza, waarbij ook uitingen op sociale media worden betrokken. Mede tegen de achtergrond van de vragen die met deze motie worden opgeworpen, laat ik bezien of binnen de bestaande procedure aanvullende waarborgen mogelijk en uitvoerbaar zijn.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Opvolging van signalen\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Zowel bij de beoordeling van de aanvraag als later tijdens het verblijf, kan in reguliere verblijfsaanvragen een nadere naslag in open bronnen, waaronder social media, plaatsvinden. Een dergelijke naslag vindt plaats naar aanleiding van concrete signalen en gerichte onderzoeksvragen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De IND let bij verblijfsaanvragen op signalen die kunnen wijzen op betrokkenheid bij terrorisme of andere activiteiten die de nationale veiligheid raken. De IND is daarbij geen inlichtingen- of opsporingsdienst. Dergelijke signalen worden waar nodig binnen de daarvoor geldende kaders gedeeld met de bevoegde instanties of voorgelegd aan gespecialiseerde onderdelen binnen de IND.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Andersom kan informatie die door de daarvoor bevoegde instanties binnen de geldende wettelijke kaders aan de IND wordt verstrekt, worden betrokken bij de verblijfsrechtelijke beoordeling.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Signalen, tips van derden, openbare bronnen en andere zogenoemde informatie kunnen aanleiding vormen voor nader onderzoek naar de verblijfsrechtelijke positie van een vreemdeling. Dit kan zowel voorafgaand aan de verlening van een verblijfsvergunning als tijdens het verblijf aan de orde zijn.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Dergelijke informatie kan aanleiding geven tot nadere verificatie of informatie-uitwisseling en kan voorafgaand aan de verlening worden betrokken bij de beoordeling van de aanvraag. Daarna vindt een individuele beoordeling plaats of aan de toepasselijke juridische voorwaarden voor weigering of intrekking is voldaan.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Ook na verlening van een verblijfsvergunning kan dergelijke informatie aanleiding geven tot nadere verificatie of herbeoordeling. Indien nader onderzoek daartoe aanleiding geeft, kan dit gevolgen hebben voor het verblijfsrecht, waaronder intrekking van een reeds verleende vergunning.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag Ook signalen die kunnen wijzen op betrokkenheid bij internationale misdrijven kunnen aanleiding geven tot nader onderzoek. De IND beschikt hiervoor over gespecialiseerde expertise. Bij een mogelijke toepassing van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag wordt onderzocht of er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat een vreemdeling betrokken is geweest bij onder meer oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid of andere in artikel 1F genoemde ernstige misdrijven. Daarbij kunnen onder meer de positie en werkzaamheden van betrokkene, diens kennis van gepleegde misdrijven en diens persoonlijke bijdrage relevant zijn. De IND maakt hierbij gebruik van verschillende informatiebronnen, waaronder ambtsberichten en gezaghebbende openbare bronnen over bijvoorbeeld organisaties, functies en gedragingen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Informatie die aanleiding geeft tot een mogelijk 1F-onderzoek kan ook naar voren komen bij een reguliere verblijfsaanvraag. Een tegenwerping van artikel 1F kan gevolgen hebben voor de verlening of voortzetting van regulier verblijf. Ook hierbij vindt steeds een individuele beoordeling plaats maar kan zowel vooraf bij de aanvraag als tijdens het verblijf leiden tot weigering of intrekking van de vergunningen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Daarnaast is bij de Tweede Kamer het wetsvoorstel Strafbaarstelling verheerlijken van terrorisme en openbare steunbetuiging aan terroristische organisaties aanhangig. Het wetsvoorstel beoogt het strafrechtelijk instrumentarium uit te breiden door onder meer het verheerlijken van terrorisme en het in het openbaar betuigen van steun aan terroristische organisaties strafbaar te stellen. Na mogelijke aanvaarding van dit wetsvoorstel zal worden bezien wat hiervan de betekenis zal zijn voor vergunningaanvragen vanuit het vreemdelingenrecht.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Rol van de onderwijsinstelling\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De onderwijsinstelling en de IND hebben verschillende verantwoordelijkheden. De onderwijsinstelling beslist over de onderwijsinhoudelijke toelating van een student. Voor de verblijfsprocedure treedt de instelling op als erkend referent en dient zij namens de student de aanvraag voor verblijf op grond van studie in. Een onderwijsinstelling die erkend referent wil worden, moet in elk geval de Gedragscode internationale student in het hoger onderwijs ondertekend hebben. De IND beslist over het verblijfsrecht.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Aan het erkend referentschap zijn wettelijke verplichtingen verbonden. De onderwijsinstelling heeft onder meer een informatieplicht, een administratie- en bewaarplicht en een zorgplicht. Voor studie houdt de zorgplicht onder meer in dat de instelling alleen studenten werft die de opleiding mogen volgen en dat zij studenten informeert over voor hen relevante regels. Deze vreemdelingenrechtelijke zorgplicht houdt niet in dat een onderwijsinstelling zelfstandig een algemene veiligheids- of antecedentenscreening van studenten uitvoert.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Los daarvan zijn instellingsbesturen verantwoordelijk voor een veilige leer- en werkomgeving voor studenten en medewerkers. Wanneer een instelling concrete informatie ontvangt die mogelijk wijst op strafbare feiten of een veiligheidsrisico, kan de aard en ernst van die informatie aanleiding geven om deze bij de daarvoor bevoegde instantie te melden. Het is vervolgens aan die instantie om vanuit de eigen wettelijke taak te bepalen of nader onderzoek aangewezen is.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Uitvoering voorlopige voorzieningen voor personen met een mvv-inwilliging in Gaza\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Vanaf maart 2026 heeft de bestuursrechter voorlopige voorzieningen getroffen die het kabinet verplichtten zich in te spannen om personen in Gaza met een mvv-inwilliging consulaire bijstand te verlenen zodat zij de Gazastrook konden verlaten. Het kabinet heeft deze voorlopige voorzieningen uitgevoerd, waardoor de afgelopen maanden personen met een mvv-inwilliging, via een diplomatieke inspanning van Nederland, Gaza hebben kunnen verlaten. Hierbij zijn de reguliere stappen in de mvv-afgifteprocedure doorlopen, waaronder biometrieafname. Voor de uitreis uit Gaza en de daaropvolgende doorreis via Jordanië geldt daarnaast dat zowel de Israëlische als Jordaanse autoriteiten toestemming dienen te verlenen. De Jordaanse en Israëlische veiligheidsdiensten voeren daarop een veiligheidsscreening uit waarna al dan niet toestemming wordt gegeven voor de uit- en doorreis van betrokkenen. Het is niet bekend op basis van welke informatie en veiligheidsrisico’s de lokale veiligheidsdiensten een beslissing nemen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Op 9 september jl. heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in de bodemprocedure van twee zaken van mvv-gerechtigden in Gaza gesteld dat de beslissing om geen bijstand te verlenen bij vertrek uit Gaza niet kan worden aangevochten bij de bestuursrechter, aangezien de bevoegdheid om consulaire bijstand te verlenen niet aan een wettelijk voorschrift is ontleend en de minister van Buitenlandse Zaken ook niet ondubbelzinnig heeft gecommuniceerd dat hij de publieke taak op zich heeft genomen om aan mvv-gerechtigden consulaire bijstand te verlenen. Deze bodemprocedure-uitspraak heeft gevolgen voor de toegekende voorlopige voorzieningen in andere zaken van mvv-gerechtigden in Gaza. Op dit moment buigt de bestuursrechter van de rechtbank Den Haag zich over de opheffing van deze voorzieningen. Gelet op de bodemprocedure-uitspraak ziet het kabinet juridisch geen verplichting meer om mvv-gerechtigden uit Gaza consulaire bijstand te verlenen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Met deze brief heb ik uw Kamer geïnformeerd over de huidige procedure voor verblijf voor studie, de wijze waarop openbare orde en nationale veiligheid bij die procedure worden betrokken, de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de betrokken partijen en de aanvullende stappen voor personen die vanuit Gaza reizen.\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>De Minister van Asiel en Migratie,\u003C\u002Fp>\n\u003Cp>Bart van den Brink\u003C\u002Fp>\n\u003C\u002Fdiv>","\u002Fmedia\u002Fbrieven_pdfs\u002Fsf-br-2026Z21469.pdf",[29,31,32],{"label":30,"term":20},"Israëlische",{"label":21,"term":21},{"label":22,"term":22},[],[]]