Document
Verslag
10 sprekers · 231 bijdragen
ONGECORRIGEERD STENOGRAM
Verslag OSV 45 (2025-2026) van 11 juni 2026
Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl
VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG
Concept
De vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft op 11 juni 2026 overleg gevoerd met de heer Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, over:
het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (XVII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (36915-XVII);
de brief van de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking d.d. 17 april 2026 inzake verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden (36915-XVII, nr. 3);
de brief van de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking d.d. 24 april 2026 inzake inzet ter ondersteuning van het Nederlandse bedrijfsleven bij wederopbouw Oekraïne (36045, nr. 293);
de brief van de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking d.d. 4 juni 2026 inzake nadere toelichting op de gemaakte afspraken over de BHO-begroting 2026 (36800-XVII, nr. 73);
de brief van de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking d.d. 4 juni 2026 inzake reactie op verzoek commissie inzake de gemaakte afspraken over de BHO-begroting 2026 (36800-XVII, nr. 74);
de brief van de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking d.d. 11 juni 2026 inzake beantwoording vragen gesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 4 juni 2026 Wijziging van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (XVII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (36915-XVII, nr. 22);
de brief van de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking d.d. 11 juni 2026 inzake nota van wijziging (36915-XVII, nr. 8);
de brief van de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking d.d. 11 juni 2026 inzake toezegging gedaan tijdens het wetgevingsoverleg van 4 juni 2026 over Wijziging van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp voor het jaar 2026, inzake terugkeerhubs en de BHO-begroting (36915-XVII, nr. 23).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
Den Hollander
De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
Van der Leeden
Den Hollander
Griffier: Van der Leeden
Aanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Bamenga, Ceder, Ceulemans, Dobbe, Den Hollander, Kröger, Lohman en Verkuijlen,
en de heer Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
Aanvang 17.02 uur.
Dames en heren, van harte welkom. Van harte welkom aan de minister en de ondersteuning. Van harte welkom aan de Kamerleden, de mensen op de publieke tribune en de mensen die thuis eventueel meekijken. Dit is het vervolg van het WGO over de Suppletoire begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
We gaan het als volgt doen. U krijgt als Kamerleden allemaal een nieuwe eerste termijn van maximaal twee minuten. We houden de begrotingsvolgorde aan, dus mevrouw Kröger mag zo meteen starten. Daarna krijgen wij hopelijk een hele korte schorsing waarna de minister gaat reageren. Dan kijken we even hoe we het doen met de dinerpauze, een beetje afhankelijk van hoe het loopt in het debat. Daar houden we elkaar van op de hoogte.
U krijgt opnieuw vier interrupties voor de eerste termijn, dus wij gaan elkaar gewoon de tijd geven om dit goed met elkaar te bespreken. Als er onderweg dingen veranderen, dan horen we dat. Zijn daar vragen over? Zo niet, dan gaan we starten met de eerste termijn van mevrouw Kröger.
Dank u wel, voorzitter. Echt geld voor echte mensen, daar gaat het vandaag over, en dat geld is keihard nodig. In de krant stond gisteren het verhaal van Nyakay, een jonge vrouw uit Sudan op de vlucht voor oorlog en seksueel geweld, met drie jonge kinderen. Die leven nog, dankzij de Plumpy'Nut, een soort dikke pindakaas die ernstig ondervoede kinderen een kans op overleven geeft. Het gaat niet over een kratje bier uit de toekomst, maar over kinderen die nu wel of geen eten krijgen, dankzij het werk van organisaties zoals Unicef, Save the Children, War Child en Oxfam. Al die hulporganisaties worden geraakt door bezuinigingen, en kinderen sterven daardoor. 400 miljoen euro: echt geld voor echte mensen.
De afgelopen dagen ging het weinig over die echte mensen. Er was veel ruis, er waren veel spookverhalen, politieke spelletjes, schaduwdeals, en dat vooral dankzij partijen die alleen in de politiek lijken te zitten voor de allerrijksten en het niet kunnen verkroppen dat er geld gaat naar de allerarmsten van de wereld. Het zou naar migratiehubs gaan. Natuurlijk was dat onzin. Het zou niet naar Palestina gaan. Pertinente onzin. Dit geld gaat naar de mensen die het nodig hebben: Sudan, Libanon, Oekraïne, en ja, ook Gaza, naar alle waarschijnlijkheid.
Het zou allemaal uit de ontwikkelingsbegroting komen en ook dat was onzin. Ongeveer de helft is geld dat in 2031 op de begroting erbij zou komen, maar wat nu, dit jaar, wordt ingezet. De andere helft is geld dat bij Financiën gereserveerd stond voor Oekraïne. Voor dit jaar komen er honderden miljoenen bij en wordt de koppeling hersteld. Dat was de eis van PRO en aan deze eis komt het kabinet nu tegemoet. Maar het is volstrekt duidelijk dat het kabinet de komende jaren een groot probleem heeft: de koppeling moet echt structureel worden hersteld. Voor een veilige, stabiele wereld is steun aan democratie, ontwikkeling, vrouwenrechten, gezondheidszorg en klimaat cruciaal. Daarop bezuinigen is niet alleen inhumaan, maar ook niet in ons belang. Daar zal PRO zich altijd tegen blijven verzetten.
Dank u wel.
Dank u wel, mevrouw Kröger. Ik zie een interruptie van de heer Ceulemans.
De heer CeulemansJA21Mevrouw Kröger is erg tevreden met de deal die ze heeft weten te sluiten, maar hoe kijkt mevrouw Kröger ertegen aan dat zij door die deal via-via een wetsvoorstel aan een meerderheid helpt waar haar fractie faliekant op tegen is?
Laat ik beginnen met duidelijk te zeggen dat deze afspraak over de begroting gaat, over dat geld. Daar hebben wij afspraken over gemaakt. Van een hele schaduwdeal weet ik niets. Het is wat mij betreft ook aan de coalitiepartijen om daar tekst en uitleg over te geven. Het laatste wat ik zou willen, is dat nu de mensen die dat geld keihard nodig hebben, de dupe worden van politieke spelletjes.
De heer CeulemansJA21Dank voor de reactie, maar het is geen enkel antwoord op mijn vraag, want u zegt "ik weet niets van schaduwdeals", maar het is inmiddels natuurlijk gewoon duidelijk dat door de deal die PRO met de coalitie heeft gesloten, D66 een wetsvoorstel aan een meerderheid helpt dat anders niet door de Kamer was gekomen en waar de fractie van PRO ontzettend tegen is. Ik vraag u dus nogmaals, even los van deals: wat vindt u daarvan?
U vraagt mij om twee dingen met elkaar in verband te brengen, terwijl mij duidelijk is dat ik afspraken heb gemaakt over de begroting, over de inzet van in totaal 400 miljoen bij deze suppletoire begroting. Ik ben absoluut op geen enkele manier bij ... Het is echt aan de coalitiepartijen om tekst en uitleg te geven over een eventuele schaduwdeal en afspraken. Wat ik wel weet is dat volgens mij de vraag of er een meerderheid is ... Ik ben benieuwd hoe D66 hierin zit. Nogmaals, dat is echt aan de coalitiepartijen.
Wilt u nog een interruptie?
De heer CeulemansJA21Ja. Hoeveel hebben we er trouwens?
U heeft er vier in totaal.
De heer CeulemansJA21Nou, ik doe het toch maar wel. Ik probeer het gewoon nog een keer. Mevrouw Kröger zegt: ik ben bij geen enkele schaduwdeal betrokken. We hoeven hier geen toneelstuk te spelen. We weten allemaal dat de deal die PRO met de coalitie, met het kabinet, heeft gesloten, voor de VVD in de beeldvorming pijnlijk is en dat de VVD als doekje voor het bloeden de garantie heeft gekregen dat D66 de wet die het verbiedt om terreur te verheerlijken, gaat steunen. Die garantie is er dus vanwege het feit dat PRO deze deal met het kabinet heeft gesloten. Dan kunt u zelf wel of niet bij een schaduwdeal betrokken zijn, maar dit is er wel het rechtstreekse gevolg van. Mijn vraag aan u is: wat vindt u daarvan?
Ik zou het héél belangrijk vinden dat een minderheidskabinet afspraken kan maken met de oppositie en dat die afspraken helder zijn. Op het moment dat daar allerlei dingen bij komen, is dat denk ik schadelijk voor de verhoudingen tussen de minderheidscoalitie en de oppositie. Ik denk dat dat heel problematisch is voor de toekomst, voor het functioneren van de minderheidscoalitie. Mijn vraag is wel … Het is aan de coalitiepartijen om hier tekst en uitleg over te geven. JA21 gaat er nu van uit dat D66 die wet gaat steunen. Nogmaals, ik zou zeggen: vraag tekst en uitleg aan de coalitiepartijen.
De heer CederChristenUnieHet was vorige keer een rommelig debat. Het is toen ook over heel veel details gegaan, maar laat vooropstaan: echt geld voor echte mensen is belangrijk nu. Ik snap de motivatie van mevrouw Kröger om deze stap te zetten dus, want dit is belangrijk. Onze kritiek richt zich op de gaten die ontstaan. In de techniek zie je dat een deel ervan van de Oekraïnebegroting komt, maar er blijft alsnog een ander deel openstaan dat afgewenteld wordt op de toekomst. Mijn vraag hierover is de volgende. Mevrouw Kröger verwacht dat er in de volgende begrotingsronde een duidelijkere inzet voor die koppeling zit. Het is geen geheim dat er in de minderheidscoalitie ook gekeken wordt of men tot wat bredere akkoorden kan komen, waarbij af en toe JA21, maar ook PRO, genoemd wordt om zaken mee te doen. Mocht het zover komen dat PRO een van de partners wordt van het akkoord, misschien met andere partijen, bent u het er dan mee eens dat de verantwoordelijkheid dan ook deels bij u ligt, en dat u dan wat u nu vraagt, ook zelf moet leveren? Mijn vraag is dus hoe u dat ziet voor de volgende begrotingen.
Kijk, wij hebben nu een afspraak gemaakt over de begroting voor 2026. We zitten nu halverwege het jaar en het is duidelijk dat het mogelijk is om nu 400 miljoen extra uit te geven aan de mensen die het keihard nodig hebben. Het is ook overduidelijk dat het kabinet een groot probleem heeft voor de toekomst, niet alleen voor deze begroting, maar überhaupt. Als minderheidscoalitie zullen ze meerderheden moeten gaan vormen. Wat ons betreft is onze inzet duidelijk geweest, namelijk het herstel van de koppeling en het leveren van een eerlijke, rechtvaardige bijdrage aan ontwikkelingssamenwerking. Wat ik bestrijd, is … Dit is geld voor de periode na 2031, dus dit drukt niet op de begroting voor de komende jaren. Dit is dus geen extra bezuiniging in 2027, 2028 of 2029. Het is geld dat in 2031 werd toegevoegd. Dat wordt nu eigenlijk naar voren geschoven. Het is waar dat de koppeling daarmee niet structureel wordt hersteld. Dat zal wel onze inzet zijn.
Dank u wel, mevrouw Kröger. Ik zie geen aanvullende vragen of andere interrupties, dus dan gaan we naar de volgende spreker. Dat is de heer Bamenga van D66.
De heer BamengaD66Dank u wel, voorzitter. We kijken naar een begroting waarin in 2026 ruim 400 miljoen meer beschikbaar wordt gesteld voor de meest kwetsbare groepen in de wereld. Dankzij de constructieve opstelling van PRO gaan er in 2026 in totaal honderden miljoenen meer naar Oekraïne, humanitaire hulp, ebolabestrijding, opvang in de regio en de handelsagenda. Dat is een stap die voor heel veel mensen in conflictgebieden, zoals Libanon, Sudan en Congo, het verschil kan maken, omdat die de noden verlicht. Laat dit een uitnodiging zijn aan de rest van de Kamer. Samen kunnen we dingen voor elkaar krijgen, zaken verbeteren en Nederland en de wereld een stap vooruithelpen.
Tot slot nog een compliment. In vele debatten heb ik aandacht gevraagd voor de situatie in Congo, nu specifiek met het oog op ebola. Het is goed om te zien en te lezen dat hier extra middelen voor komen.
Dank u wel, voorzitter.
Dank u wel, meneer Bamenga. Ik zie geen interrupties. Dan gaan we naar de volgende spreker, de heer Ceulemans. Het woord is aan u.
De heer CeulemansJA21Voorzitter, dank u wel. Ik vervang overigens voor het restant van dit WGO de heer Hoogeveen, die op dit moment een plenair debat heeft over de Staat van de Europese Unie.
Voorzitter. Er lijkt in Nederland nog maar één persoon tevreden te zijn met Sjoerd Sjoerdsma en dat is Sjoerd Sjoerdsma. De minister vond de wanvertoning van de afgelopen dagen allemaal een voorbeeld — ik citeer — "van hoe het wel moet". Ondertussen heeft hij werkelijk iedereen, van links tot rechts, de gordijnen ingejaagd. Er klinkt gemor vanuit het kabinet en de coalitie. Minister Berendsen had aanvankelijk geen idee wat minister Sjoerdsma met PRO aan het bekokstoven was. Wat wij van zijn optreden vonden, was al duidelijk en dat is niet mals. Nu komt PRO er ook nog achter dat ze via-via een wet aan een meerderheid hebben geholpen waar ze faliekant tegen zijn. Wij steunen die overigens van harte, dus dank daarvoor. Als de minister dit allemaal een schoolvoorbeeld vindt van hoe het moet, dan gaat hij in ieder geval niet gebukt onder een overschot aan zelfreflectie.
Na vorige week beklijft bij mijn fractie vooral de vraag: gaat de VVD de gaten in de begroting die deze minister creëert, opvullen? De VVD hield er immers stevig aan vast dat de 380 miljoen aan kasschuiven eerder geld en geen extra geld was. De minister stelt daarentegen dat de bni-koppeling zoals het kabinet die heeft opgenomen in het coalitieakkoord, geldt voor de volgende jaren. Graag duidelijkheid van de minister over de vraag of de bni-koppeling conform het coalitieakkoord zal worden hersteld. Op welk exact percentage gaan we uitkomen? Dan weten we genoeg.
Voorzitter. We lezen dus dat PRO — ik had hetzelfde gedaan in hun positie — hoog inzet op steun voor de volgende jaarbegroting met Prinsjesdag. De minister heeft de route over links definitief ingeslagen. Dat gaat de staatsfinanciën en daarmee de belastingbetaler de komende jaren ontzettend veel geld kosten en dat is een kwalijke zaak.
Dank u wel, meneer Ceulemans. Ik zie geen interrupties, dus gaan we weer even puzzelen wie er dan aan de beurt is. Dat is de heer Verkuijlen van de VVD.
De heer VerkuijlenVVDDank u wel, voorzitter. Het gaat nu vooral even over de kasschuif, maar ik vind het net zo belangrijk dat we het gewoon over de hele begroting hebben. Het is ook relevant dat die begroting er uiteindelijk doorkomt, juist ook omdat er grote belangen in die begroting zitten. Dat is op ontwikkelingssamenwerking, maar ik zou de buitenlandse handel niet onbenoemd willen laten. In de nota van wijziging zitten ook een aantal punten die voor ons belangrijk zijn: opvang in de regio, terugkeer naar Syrië en ook ondersteuning van Oekraïne. Ik wil de minister ervoor danken dat hij daar expliciet in meegenomen heeft dat het Nederlandse bedrijfsleven daar een belangrijke rol in speelt.
Meneer Verkuijlen, u heeft een interruptie. Ik hoorde een soort van punt. Meneer Ceder.
De heer CederChristenUnieNaar aanleiding van vorige week heb ik eigenlijk niet zo heel veel vragen meer, maar een ervan is wel of er onderling tussen de coalitiepartijen duidelijkheid is over de bestedingen. Daar heb ik behoefte aan. Ik wil weten waar het geld naartoe gaat als de begroting wordt aangenomen. Ik hoor net mevrouw Kröger zeggen dat er geen geld naar terugkeerhubs gaat. Kan de VVD dat bevestigen?
De heer VerkuijlenVVDDank aan de heer Ceder voor die vraag. Om die reden is er ook een aparte brief verschenen van de minister. Dat geld is er wel degelijk, alleen niet voor 2026. Dat staat gealloceerd voor 2027 en 2028. De simpele reden daarvan is dat die terugkeerhubs helemaal niet eerder gerealiseerd kunnen worden.
Meneer Ceder, aanvullend.
De heer CederChristenUnieJa, dat geld is wel voor een deel in de plaat gezet. Niet voor dit jaar, want — u heeft inderdaad gelijk — er zijn geen terugkeerhubs. Ik heb net de bijdrage van mevrouw Kröger gehoord. Zij begrijpt — daar ga ik ook vanuit — dat dat geld helemaal niet naar terugkeerhubs gaat. U zegt dat dat wel het geval is. Is dit een technisch trucje dat u probeert te verkopen of heeft u andere afspraken waar u duidelijkheid over wil geven? Ik wil gewoon duidelijkheid over of er geld gaat naar terugkeerhubs of niet en met uw antwoord zet u dat toch op een kier door middel van een technisch verhaal. Ik probeer er wel duidelijkheid over te krijgen.
De heer VerkuijlenVVDIk begrijp de vraag van de heer Ceder, maar ik vraag mij af of dat niet een vraag is aan mevrouw Kröger. Kijk, ik refereer aan wat ik gelezen heb in de brief en diezelfde brief heeft u ook ontvangen van de minister. Daar refereer ik aan. De andere vragen daarover zult u toch echt aan de minister moeten stellen als het zo aankomt op de precieze allocatie van de budgetten. De brief zoals die er nu ligt over de opvanghubs, is voor ons in ieder geval de bevestiging waar wij naar op zoek waren, ook in het vorige debat.
Meneer Ceder, u mag, maar dat is dan gelijk wel uw allerlaatste interruptie.
De heer CederChristenUnieVoor mij is dit het belangrijkst, dus dat zal ik dan ook doen. Het is een beetje flauw, want ik kan mevrouw Kröger nu niet meer interrumperen en ik hoor nu pas een ander standpunt van de heer Verkuijlen. Dan mijn vraag. U heeft net het verhaal van mevrouw Kröger gehoord. Daar heeft u niet op geïnterrumpeerd. Dat is uw goed recht. Heeft u iets gehoord waarvan u zegt: dat is wat de VVD-fractie betreft bezijden de waarheid, de afspraken die we gemaakt hebben? Of klopt het wat zij zegt?
De heer VerkuijlenVVDIk vind het een interessante stijlfiguur, de vraag van de heer Ceder. Dank daarvoor. Laten we het zo zeggen. Ik heb daar bewust niet op geïnterrumpeerd. Daar hebben we misschien een iets uiteenlopende zienswijze op. Dat is het punt. Maar het antwoord op de vraag is niet aan mij, maar aan de minister zo meteen.
Dank u wel, meneer Ceder. Dan heb ik eerst mevrouw Kröger en dan mevrouw Dobbe. Mevrouw Kröger, gaat uw gang.
Ik raad de heer Verkuijlen gewoon aan om het schriftelijke antwoord op de vraag van mevrouw Dobbe te lezen. Daar staat gewoon in dat in 2026 het geld van de afspraak, de 328 miljoen, niet naar terugkeerhubs gaat. Beleidsmatig kiest dit kabinet ervoor om mogelijk iets te gaan doen met terugkeerhubs en als die er komen, gaan er mogelijk middelen heen. Maar dat is niet wat in deze afspraak vastligt en dat is ook niet iets wat wij steunen.
Niet per se een vraag, maar u mag natuurlijk wel reageren, meneer Verkuijlen.
De heer VerkuijlenVVDHet punt dat ik net maakte, is dat dat geld niet in 2026 aan opvanghubs wordt uitgegeven. Als dat is wat u zegt, dan klopt dat. Dan bevestig ik dat ook, maar dat is ook precies wat er in de brief staat. Dat is eigenlijk mijn antwoord kort hierop aan mevrouw Kröger.
Dank u wel. Dan mevrouw Dobbe voor een interruptie.
Mevrouw DobbeSPDank u wel. Excuses dat ik wat later was. Ik moest nog even stemmen.
Ik weet niet of de heer Verkuijlen de persconferentie afgelopen vrijdag heeft gezien, want wij raakten daardoor in de war. We willen graag gerustgesteld worden, maar we raakten wel in de war. Want wat wij minister Yeşilgöz hoorden zeggen, was dit: wat minister Sjoerdsma heeft uitonderhandeld, is opvang in de regio, aan de slag met terugkeerhubs en het terugsturen van Syriërs. Klopt dat dan niet? Heeft mevrouw Yeşilgöz daar een fout gemaakt? Heeft ze zich versproken? Want het kabinet spreekt met één mond en u kunt zich onze verwarring voorstellen op het moment dat dit wordt gezegd. Was dit een foutje van mevrouw Yeşilgöz of wat was dit?
De heer VerkuijlenVVDMevrouw Yeşilgöz maakt niet zo heel veel foutjes in dat opzicht. Ik denk dat ze haar woorden echt heel zorgvuldig heeft gekozen. Aan de slag met opvanghubs, dat klopt. Alleen, dat kunnen we niet in 2026. Dat komt in de komende jaren. Het is precies wat er in de brief van de minister staat.
Uw tweede interruptie, mevrouw Dobbe. Even voor u: u heeft er vier in de eerste termijn.
Mevrouw DobbeSPDank u wel. Wat natuurlijk problematisch is aan die zin … Sowieso lijken die terugkeerhubs en daarmee aan de slag gaan met ontwikkelingsgeld mij problematisch, maar ze zei heel expliciet "wat minister Sjoerdsma heeft uitonderhandeld". Dat ging dus over deze deal. Mijn vraag is: klopt het dus niet wat mevrouw Yeşilgöz tijdens de persconferentie heeft gezegd? En wat dat betekent dat dan voor het met één mond spreken van het kabinet? Wij vinden dit verwarrend. Wie moeten we nu geloven? Wij willen graag geloven dat het niet zo is, maar hoe zit het?
De heer VerkuijlenVVDDank voor die vraag van mevrouw Dobbe. Kijk, daar zit geen licht tussen. Wat mevrouw Yeşilgöz heeft gezegd, klopt exact: aan de slag met de opvanghubs. Dat kan niet in 2026. Dat komt in 2027, 2028. Daar is een expliciete brief over verschenen. Ik kan daar geen andere uitleg aan geven dan precies wat het is.
Wilt u nog een vervolg, mevrouw Dobbe? Ja? Gaat uw gang.
Mevrouw DobbeSPWat is dat dan? Want als het wel onderdeel was van deze onderhandelingen, die blijkbaar zijn uitonderhandeld, is het dan zo dat de VVD steun heeft gegeven aan deze deal met PRO om nu voor dit jaar de begroting te steunen, zodat er dan volgend jaar terugkeerhubs betaald kunnen worden uit ontwikkelingsgeld? Hoe moeten wij dan deze uitspraak zien? Als het volgens de heer Verkuijlen allemaal klopt wat mevrouw Yeşilgöz heeft gezegd, dan kunnen wij deze uitspraak toch niet anders duiden dan dat? Is er dan sprake van nog een schaduwdeal over die begroting en is er dan onderhandeld over die terugkeerhubs? Wat is hier dan aan de hand?
De heer VerkuijlenVVDMevrouw Dobbe maakt zich ergens zorgen over waar je je geen zorgen over hoeft te maken. Er staat heel duidelijk in die brief dat er op termijn aan gewerkt gaat worden. Het is voor ons belangrijk als VVD dat die opvanghubs gerealiseerd gaan worden, als onderdeel van de EU-afspraken. Dat is nu duidelijk uitgesproken. Het is voor ons een belangrijk punt geweest dat we daarmee aan de slag zouden gaan en aan de slag gaan kan niet eerder dan 2027.
Mevrouw Dobbe, uw laatste interruptie. Gaat uw gang.
Mevrouw DobbeSPDan concludeer ik het maar. Ik heb geprobeerd om alle informatie heel goed te lezen. Ik heb ook in de antwoorden van de minister gelezen dat er geen sprake is van terugkeerhubs voor dit jaar, dat daar het geld niet aan besteed wordt, dat deze deal daar geen onderdeel van uitmaakt voor dit jaar. Maar blijkbaar vanaf januari, over een paar maanden, wel. Ik moet dan concluderen, als dit onderdeel was van de onderhandelingen, dat hier gewoon weer sprake is geweest van een soort schaduwovereenkomst met de VVD om dit te doen in ruil voor die terugkeerhubs die dan vanaf januari, met ontwikkelingsgeld nota bene, gaan worden ingezet. Nou, dat vind ik heel kwalijk, want ik dacht dat we openheid van zaken zouden krijgen. Ik kan het gewoon op geen enkele andere manier interpreteren dan dit, als de woorden van mevrouw Yeşilgöz kloppen.
Meneer Verkuijlen, u mag hierop reageren of u mag doorgaan met uw betoog. Wat u wilt.
De heer VerkuijlenVVDDe conclusies laat ik aan mevrouw Dobbe. Dit is hele klare wijn. Dit is gewoon precies wat er is afgesproken en dat is ook vertaald in een brief. Ik zie dus geen enkele aanleiding om hierover andere afspraken te hebben dan die gemaakt zijn. Ik werp die conclusie dus wel ver van mij.
Voorzitter, ik ben aan het eind gekomen van mijn bijdrage.
Dat is dan een goede samenloop, maar u heeft nog een interruptie van de heer Ceulemans.
De heer CeulemansJA21De heer Verkuijlen begon zijn betoog met: ik wil het eigenlijk niet zozeer over de kasschuif hebben, maar over de hele voorliggende Voorjaarsnota. Dat begrijp ik, want die kasschuif is natuurlijk geen lekker onderwerp. Ik heb er toch een vraag over. We zien ook licht zitten tussen de lezing van de minister en de lezing van de VVD, namelijk over of er sprake is van alleen eerder geld of van extra geld. De vraag is dus heel simpel. Het gevolg van deze kasschuif is dat de minister nu geld naar voren haalt, extra geld uitgeeft, en ervan uitgaat, vanwege de koppeling die is afgesproken in het coalitieakkoord, dat die gaten later opgevuld gaan worden, waarmee er dus sprake is van in totaliteit extra geld. Gaat de VVD daar akkoord mee of niet?
De heer VerkuijlenVVDDe exacte formulering van wat dit is, namelijk een kasschuif, staat keurig netjes in de nota van wijziging. En ja, daar gaat de VVD mee akkoord.
Meneer Ceulemans, u bent door uw interrupties heen. U zult het dus moeten doen met het antwoord. Meneer Verkuijlen was klaar met zijn termijn. Dan is de volgende die mag spreken de heer Ceder voor zijn eerste termijn van twee minuten maximaal. U mag 'm ook overslaan, hoor.
De heer CederChristenUnieNee, hoor.
Voorzitter. Na een chaotisch debat vorige week wil ik allereerst benadrukken waarom ontwikkelingssamenwerking zo belangrijk is. Het maakt verschil in mensenlevens wereldwijd. Juist nu de noden hoog zijn, is het belangrijk dat Nederland een stap naar voren zet. Ik wil dan ook herhalen dat we het als ChristenUnie goed vinden dat er nu dankzij de begrotingswijziging meer geld beschikbaar komt. Dat betekent dat er meer geld beschikbaar komt voor humanitaire hulp nu, voor echte mensen. En geld voor echte mensen maakt verschil.
Maar die nood is er niet alleen niet dit jaar. Die is er ook volgend jaar en het jaar daarna en het is ook niet zomaar opgelost. Dat is ook de reden dat wij aangeven dat er structureel extra geld moet richting ontwikkelingssamenwerking, niet alleen vanwege humanitaire gronden, maar ook vanwege geopolitieke gronden, en dat regelt deze begrotingswijziging niet. Eind april deed de ChristenUnie samen met tal van maatschappelijke organisaties en politieke partijen een oproep aan het kabinet: maak de beloftes over ontwikkelingssamenwerking waar. Wij deden de oproep: herstel de koppeling tussen het ontwikkelingsbudget en het nationaal inkomen in lijn met de internationale OESO-afspraak. Presenteer een geloofwaardig pad richting de 0,7%-norm voor ontwikkelingssamenwerking.
Wat betreft deze punten levert het kabinet niet, niet in het coalitieakkoord en niet bij de eerdere begrotingsbehandeling. Ook niet bij de Voorjaarsnota en, ondanks dat we blij zijn dat er geld is, ook niet met de deal met PRO. En dat — dat proeft u — vind ik ingewikkeld. Wat ik ook ingewikkeld vind, is dat er ook nu, terwijl we een week geschorst zijn, nog steeds onduidelijkheid is over besteding en dat wijt ik toch wel aan de VVD, die vandaag en ook afgelopen week via mevrouw Yeşilgöz richting de samenleving ruis op de lijn doet komen. Dat vind ik ingewikkeld. Ik vind het ook ingewikkeld dat er al tal van aangenomen moties zijn — die liggen er om uitgevoerd te worden — die om structureel herstel vragen van de koppeling: de motie-Huizinga, de motie-Holterhues, de motie-Hirsch.
Daarom heb ik tot slot één vraag aan de minister. Kunt u eindelijk opvolging geven aan de oproep van de maatschappelijke organisaties en aan de aangenomen moties in de Tweede en Eerste Kamer en ervoor zorgen dat Nederland haar internationale verplichtingen nakomt? Wat kunt u daarop aangeven, ook qua perspectief? Uiteindelijk is dat wat nodig is.
Dank u wel.
Dank u wel, meneer Ceder. Ik zie geen interrupties, dus gaan we naar de volgende spreker en dat is de heer Lohman namens het CDA.
De heer LohmanCDADank u wel, voorzitter. Het CDA steunt van harte de deal die afgelopen week tot stand is gekomen met PRO en die nu, zo hebben wij uit media vernomen, ook gesteund kan worden 50PLUS en OPNL. Met de verhoging van de begroting voor 2026 kan Nederland nú meer doen voor mensen in nood en voor stabiliteit aan de randen van Europa. We laten daarmee zien dat we weer een geloofwaardige partner kunnen zijn, kunnen worden, in hulp en in handel.
Allereerst de 100 miljoen euro voor noodhulp. In Zamzam en Gaza sterft elke twee uur een kind aan ondervoeding. Ten tweede is het CDA blij met de 27 miljoen extra voor mondiale gezondheid, waaronder de aanpak van ebola. Ten derde de 50 miljoen extra voor opvang in de regio. Wie vlucht voor oorlog of geweld, moet zo dicht mogelijk bij huis veilig kunnen worden opgevangen. Ten vierde vinden wij de 25 miljoen euro voor stabiliteit en wederopbouw in Syrië van belang. Ten vijfde zijn wij ook blij met de versnelde 178 miljoen euro voor niet-militaire steun in Oekraïne.
Voorzitter. Mijn partij maakt deel uit van een minderheidskabinet. Dat is en blijft voor ons allemaal even wennen. Een succesvol minderheidskabinet, is wel gezegd, vereist een cultuuromslag. Laten we zeggen dat we de afgelopen week hebben meegemaakt hoe een cultuuromslag kan voelen. Ik hoop dat we in de toekomst plannen weer beter kunnen beoordelen op de inhoud. De nota van wijziging is een verstandige correctie op de begroting, al verdient het proces geen schoonheidsprijs.
Dank u wel.
Dank u wel, meneer Lohman. Ik zie geen interrupties, dus dan gaan we naar de laatste spreker aan de kant van de Kamer en dat is mevrouw Dobbe.
Mevrouw DobbeSPDank u wel. Dank ook aan de minister en zijn ambtenaren die ongetwijfeld hard hebben gewerkt om al die informatie aan ons te doen toekomen. Dus allereerst daar dank voor.
Ik wil dan toch verdergaan op de wijziging die weer op de suppletoire begroting is gekomen door deze deal, omdat dat de informatie is die we nieuw hebben gekregen en waarvoor deze eerste termijn bedoeld is. Kijk, verbeteringen steunen we, maar verslechteringen niet. Zo probeer ik dan alles te bekijken. Dan moet je wel gewoon goed weten hoe het zit en dan heb ik nog een paar vragen, over dingen die voor mij nog niet duidelijk zijn.
We halen geld uit de BHO-begroting van 2031. Dat vinden we geen goed idee. Dat hebben we eerder ook al gezegd. Er moet structureel geld bij. Er moeten geen problemen in de toekomst worden veroorzaakt.
Mij is niet duidelijk waar het geld voor Oekraïne vandaan komt, nog steeds niet. Vorige week heb in een debat over Oekraïne uitgebreid gesproken met de minister van Buitenlandse Zaken, omdat er ook als het gaat over de steun aan Oekraïne, talloze kasschuiven zijn en wijzigingen uit verschillende jaren, waardoor het ons onduidelijk is hoeveel geld er nu precies naar Oekraïne gaat. De minister van Buitenlandse Zaken is dat voor ons op een rijtje aan het zetten, maar mij is nu niet duidelijk of dit geld, deze 178 miljoen euro, nu onderdeel is van die 3 miljard die structureel staat gereserveerd voor Oekraïne. Of is het dat niet, is dit extra? In de persconferentie van Yeşilgöz, de beruchte persconferentie van Yeşilgöz, zei ze dat als het geld in 2028 of 2029 toch weer nodig is voor Oekraïne, het dan uit de BHO-begroting moet komen. Als er dus een tekort ontstaat voor Oekraïne, dan wordt dat gat nu gevuld door ontwikkelingsgeld. Ik vroeg mij af hoe dat zit. Klopt het wat Yesilgöz daar heeft gezegd? Zo niet, hoe wordt dat gat dan wel gevuld? Is er een kans dat het dan wordt weggehaald bij de zorg? Is die kans er of is die kans er niet? Dat wil ik gewoon heel duidelijk weten.
Waar is het geld voor bedoeld? In de persconferentie van Yesilgöz horen we wat minister Sjoerdsma heeft uitonderhandeld: opvang in de regio, aan de slag met terugkeerhubs en het terugsturen van Syriërs. Nu staat hier in de brief: geen terugkeerhubs voor dit jaar, in 2026, maar vanaf 2027 wel, met OS-geld. Is het inderdaad het voornemen van deze minister om dat te doen met dat geld?
Mevrouw Dobbe, uw tijd zit erop. U had twee minuten. Die zijn verstreken. Dus kunt u afronden?
Mevrouw DobbeSPJa, heel kort. Ik heb nog geen antwoord gehad op de vraag of de minister voor de zomer uitsluitsel geeft over de medische evacuatie van kinderen. Ik heb ook nog geen antwoord gekregen op de vraag over het onafhankelijke onderzoek naar de gedode hulpverleners die zijn begraven na het incident met hun ambulance in Gaza.
Ik zie geen interrupties aan de kant van de Kamer. Dan zou ik willen overgaan naar de beantwoording van de minister, die aangeeft tien minuten nodig te hebben voor de voorbereiding van de beantwoording. Dan gaan we om 17.42 weer door.
De vergadering wordt van 17.32 uur tot 17.48 uur geschorst.
Van harte welkom terug, minister, ondersteuning en Kamerleden. We gaan beginnen aan de eerste termijn van de minister, waarin de vragen worden beantwoord die nog open staan. De Kamerleden hebben weer vier interrupties in de eerste termijn van de minister. Dan geef ik nu de minister graag het woord.
Voorzitter. Een aantal Kamerleden hebben in hun introductie geraakt aan de kern van datgene waar wij vandaag over spreken, namelijk: over wie gaat dit debat? Dit debat gaat over de mensen die op de vlucht zijn als gevolg van de crisis in Iran, de Afghanen die worden teruggeduwd naar Afghanistan, de Libanezen die uit het zuiden naar het noorden trekken. Het gaat over de Oekraïners, die vechten tegen Rusland. Het gaat over de mensen in onder andere de DRC, die te maken hebben met een van de meest verschrikkelijke en dodelijke besmettelijke ziektes: ebola. Het gaat over de mensen daar, de allerkwetsbaarsten, maar tegelijkertijd ook over de mensen hier. Daar hebben we het ook in het vorige debat over gehad. Het is in het belang van de mensen daar dat we dingen doen en het is ook in het belang van de mensen hier dat de mensen daar fatsoenlijk worden opgevangen en dat we voorkomen dat er hele grote ongecontroleerde migratiestromen starten.
Ik heb vorige week ook gezegd — en ik denk dat dit alleen maar urgenter is geworden — dat we ons in een perfect storm bevinden. Het aantal vluchtelingen en ontheemden neemt echt dramatisch toe. Waar mensen vroeger in het land zelf op de vlucht sloegen, steken ze nu landsgrenzen over, en meerdere landsgrenzen. Zo groot is de wanhoop. Tegelijkertijd nemen wereldwijd de noodhulp en andere zaken af. Dat is waar wij ons vandaag voor gesteld zien. Hoe gaan wij als Nederland om met de gevolgen van wat Rusland doet in Oekraïne, met de gevolgen van ebola? Het antwoord daarop is dat wij nu iets moeten doen. Dat is waar mijn ministerie voor strijdt en waar we voor gaan. Dat is ook waarom deze deal, deze afspraak met PRO, zo belangrijk is. We halen geld naar voren uit de volgende kabinetsperiode, uit 2031. We halen geld naar voren voor Oekraïne voor 2028 en 2029. Het is belangrijk dat de steun aan Oekraïne onverminderd blijft.
Ik denk dat het in de kern bij deze afspraak om een set afspraken gaat die goed uitlegbaar is voor links en rechts in de Kamer. Dat beluister ik ook wel in uw Kamer vandaag. Iedereen zet zijn eigen accenten, maar als je hart geeft om de allerarmsten of de allerkwetsbaarsten, dan zitten hier essentiële dingen in. Als je zegt "we vinden het ook van groot belang dat we grote migratiestromen voorkomen", dan zitten hier heel belangrijke zaken in. Het kabinet is mevrouw Kröger en haar partij er dan ook zeer erkentelijk voor dat zij, ondanks de gebreken die ongetwijfeld ook weer aan deze afspraken zitten, hebben gedaan wat nu nodig is en het kabinet in staat stellen om te doen wat nu nodig is.
Laat ik de nota van wijziging kort doorlopen. Er zit een aantal elementen in die van cruciaal belang zijn. De noodhulp is al kort genoemd door mij in mijn introductie. Dat betreft 100 miljoen euro. Dat geld zal worden besteed via VN-organisaties, via het Rode Kruis en via de welbekende Dutch Relief Alliance, waar allerlei Nederlandse organisaties inzitten. Dat zijn echt ontzettend goede organisaties, die heel goed weten wat er nodig is en waar. Dat is één.
Twee. De 50 miljoen voor opvang in de regio is ook cruciaal. Op dit moment is die waarschijnlijk het meest cruciaal in een land als Libanon, waar meer dan een miljoen mensen ontheemd zijn en het zuiden hebben moeten verlaten. Het is een land dat zeer gastvrij was, eerst voor Syrische vluchtelingen, maar dat land kan het simpelweg niet aan. Ook hier hebben we toch echt wel een succesvol programma. Dat heet het PROSPECTS-programma. Het is een VN-programma dat niet alleen deze ontheemden opvangt, maar ook ervoor zorgt dat het draagvlak in gastgemeenschappen hoog blijft. Dat is cruciaal; dat weten we allemaal. Want als de ontheemde, de vluchteling bij jou om de hoek, wel steun krijgt en jij niet, ook al ben je arm, dan is het draagvlak snel vervlogen.
Drie. Het geld voor ebola en andere gezondheidscrises is ook echt cruciaal. De Wereldgezondheidsorganisatie en de lokale gezondheidsgemeenschappen in onder andere de DRC, maar natuurlijk ook in aanpalende landen, hebben grote problemen. Het is echt een gezondheidscrisis van jewelste, waarvoor uw Kamer in meerdere debatten zeer veel aandacht heeft gevraagd, niet alleen in deze commissie, maar ook in de commissie voor Volksgezondheid. Daar gaat 27 miljoen naartoe.
Dan Syrië: 25 miljoen. Natuurlijk is dat geld voor wederopbouw en perspectief, maar ook om vrijwillige terugkeer daar maximaal mogelijk te maken.
Tot slot het geld voor Oekraïne dat uit deze afspraken voortvloeit. Dat is ook cruciaal. We zien dat onze Oekraïense bondgenoten op dit moment het momentum mee hebben. Zij kunnen echt elke euro kei- en keihard gebruiken. Zij willen zich ook klaarmaken voor de komende winter. We hebben gezien hoe moeilijk de afgelopen winter was. We hebben gezien wat Rusland heeft gedaan en hoe het heeft geprobeerd om de Oekraïense gemeenschap te breken door het elektriciteitsnetwerk tussen het oosten en westen van het land in tweeën te hakken en ervoor te zorgen dat iedereen daar letterlijk en figuurlijk in de kou kwam te zitten. Dan is het echt essentieel dat we nu een tandje bij zetten. Dat wordt ook echt gezien. Deze debatten bereiken niet altijd de buitenwereld, maar het aantal berichten dat ik kreeg van onze Oekraïense bondgenoten naar aanleiding van deze voornemens was echt heel hoog. Zij zien gewoon hoe cruciaal dat is. Dat komt bovenop de suppletoire begroting van 108 miljoen, die ik toch ook even wil noemen, omdat dit onderdeel is van wat het kabinet doet. Er gaat geld naar klimaat, maar ook naar grondstoffen. Dat is superbelangrijk in deze tijd. Verder noem ik vrouwenrechten, veiligheid en democratie.
U hebt ook schriftelijke antwoorden gekregen op uw vragen in de eerste termijn. Wij hebben geprobeerd die zo goed en volledig mogelijk te beantwoorden. Ik zal nu graag ingaan op de vragen die u zonet hebt gesteld.
Voordat we dat doen, minister, geef ik gelegenheid voor interrupties. Meneer Ceulemans heeft zich daarvoor gemeld.
De heer CeulemansJA21Ik heb een interruptie naar aanleiding van deze inleiding door de minister. Hij begint met een verhaal waarin hij eigenlijk de deal bewierookt. Hij zegt daarvan met droge ogen: dit is een verhaal, zo proef ik uit de commissie, dat door links en rechts gedragen wordt. Maar dan begin ik het idee te krijgen dat we in een soort parallelle werkelijkheid leven. Staat de minister nog steeds achter zijn woorden dat dit precies is hoe je het zou willen zien, ondanks dat nota bene zelfs coalitiepartijen zeggen: hoe dit gaat, verdient niet de schoonheidsprijs.
Er zijn altijd lessen te leren. Laat dat helder zijn. Het is ook helder dat wij voor deze begroting misschien harder moeten vechten dan voor sommige andere begrotingen. Een voorbeeld van hoe het wel moet, is het volgende. Dat heb ik ook vorige week willen zeggen en dat zeg ik nu weer. Een oppositiepartij ziet dat er in de echte wereld iets gigantisch fout gaat en ziet dat Nederland, voor het eigenbelang, maar ook voor het eigen hart, meer zou moeten doen en is bereid om daarvoor de hand uit te steken en een compromis te sluiten dat waarschijnlijk niet geheel de inzet van zo'n partij is, maar wel voor een groot deel. Daarvan zegt die partij: dit vinden wij voldoende om dat te doen. Ik ben zelf als politicus opgegroeid in de tijd van Rutte II. Over die kabinetsperiode zou je ook van alles kunnen zeggen, maar ook toen merkte je hoe belangrijk het is dat er constructieve partijen in de oppositie zijn om ervoor te zorgen dat zaken vooruit komen en problemen worden opgelost. Ik heb willen zeggen dat het kabinet en ik het kunnen waarderen dat partijen bereid zijn om de buitenwereld mee te wegen en in de binnenwereld hier in politiek Den Haag politieke moed te tonen.
Dank u wel. Dan kunt u doorgaan met uw betoog, minister.
We komen meteen bij een andere vraag van de heer Ceulemans. Hij vroeg of de bni-koppeling hersteld is. Op dit punt moeten we even heel specifiek zijn. In het coalitieakkoord staat dat wij een stap zetten richting de OESO-norm. Daar wordt budget voor vrijgemaakt: 257 miljoen euro structureel. Met de beschikbaar gemaakte 329 miljoen euro zetten we in 2026 een aanvullende stap en stijgt de ODA-prestatie. Dat is naar voren gehaald geld. Dit betekent dat we dit jaar meer geld hebben uit te geven. Dat is ook niet heel vreemd. Onze begroting, de ontwikkelingsbegroting, is op dit moment gekoppeld aan het bni, maar niet structureel aan de 0,7, voor de duidelijkheid. Met deze beschikbaar gemaakte gelden, die naar voren zijn gehaald, geven we de facto dit jaar net zo veel uit alsof de koppeling met de 0,7 nog steeds in stand zou zijn. Qua coalitieakkoord zitten we op de bni-lijn, maar voor deze begroting zitten we op de 0,7-lijn.
De heer CeulemansJA21Ik probeer het even samen te vatten. De hele discussie, die we nu al twee weken voeren, gaat over de vraag of er sprake is van naar voren gehaald geld of dat er over de hele linie bezien sprake is van extra geld. De conclusie is dus dat er over de totale linie sprake is van extra geld.
We halen 200 miljoen uit 2031. Dat is de volgende kabinetsperiode. Dat betekent dat we deze kabinetsperiode inderdaad meer geld beschikbaar hebben in 2026. Dat geld halen we uit de volgende kabinetsperiode, waarbij ik het volgende wil zeggen. In dit coalitieakkoord hebben we afgesproken dat we jaarlijks 258 miljoen euro structureel aan de begroting toevoegen. Dat betekent dat we ook in 2031 nog steeds meer te besteden hebben dan we nu zouden hebben zonder dit coalitieakkoord.
Minister, gaat u door met uw betoog.
De heer Ceder had eenzelfde soort vraag. Hij had een vraag over de uitvoering van de moties die in de Eerste Kamer zijn aangenomen. Laat ik eerst de feitelijkheden vooropstellen, dus de feitelijkheden zoals ik die net ook met de heer Ceulemans heb gewisseld. De facto geven we dit jaar net zo veel uit als wanneer we nog de 0,7-koppeling zouden hebben gehad. Dit is echter niet structureel en het betekent dat wij voor volgende jaren terugvallen op de bni-koppeling en op de structurele ophoging die dit kabinet doet als stapje richting de OESO-norm. Dat is één.
Twee. Ik heb natuurlijk een uitgebreide ronde gemaakt in de Eerste Kamer langs alle partijen. U hebt het over een aangenomen motie, maar er zijn daar meerdere moties aangenomen, ook van uw partijgenoot Huizinga-Heringa en niet alleen van Holterhues. Ik heb gemerkt dat er bij hen een grote frustratie zit over het feit dat die moties zijn aangenomen, maar dat daar vervolgens door het vorige kabinet niets mee is gedaan. Dat zijn frustraties waar ik als voormalig Kamerlid begrip voor kan hebben. Tegelijkertijd — ik zeg ook maar eventjes hoe het is — heb ik geen basis om gevolg te geven aan die moties. Dat is ook niet vreemd. Het herstel van de structurele koppeling is iets wat meerjarig doorwerkt. Als je dat wilt doen, moet je dat altijd doen in het kader van een veel breder gesprek over begrotingen. Ik zit met een coalitieakkoord, waar ik overigens tevreden over ben, met een bni-koppeling en een structurele ophoging, maar als het echt naar een structurele koppeling moet, zal dat onderdeel moeten zijn van veel bredere gesprekken en veel bredere deals buiten wat deze minister allemaal zelf kan doen. Dat is niet wat in mijn bereik ligt. Dus ja, ik heb het chagrijn goed gehoord, maar ik kan er zelf op dit moment niet veel mee doen, behalve dan bij deze begroting, waarvan ik hoop dat die ook in de Eerste Kamer in vruchtbare bodem valt.
Dan zijn er nog vragen van mevrouw Dobbe, best wel veel, in staccato. Maar dat is niet erg. Zij vroeg of er vanaf 2027 geld gaat naar terugkeerhubs. Daarover heeft de heer Verkuijlen ook terechte woorden gesproken. Drie weken geleden heeft het kabinet gereageerd op het Clingendaelrapport over innovatieve migratieoplossingen. In de reactie van de minister van Asiel en Migratie op dat Clingendaelrapport staat dat die innovatieve migratieoplossingen goed uitgevoerd kunnen worden binnen het VN-Vluchtelingenverdrag, mits ze voldoen aan een aantal strenge voorwaarden. Vanuit dat oogpunt wil het kabinet proberen om de terugkeerhubs te realiseren. Dat betekent twee dingen. De innovatieve migratieoplossingen bestaan op dit moment niet. Daar is geen sprake van en ze zullen ook in 2026 niet hun beslag krijgen. Dit betekent dat daar in 2026 geen geld naartoe gaat. Als het de minister van Asiel en Migratie lukt om het wel voor elkaar te krijgen, kan BHOS-programmering daarvoor worden ingezet. Daar zijn wel twee belangrijke voorwaarden aan verbonden. Een is dat het altijd vraaggedreven moet zijn vanuit deze ontwikkelingslanden, dus ontwikkelingsrelevant. Dat is echt cruciaal. Wij weten uit ervaring dat het niet werkt als je het op een negatieve manier inzet; dreigend of conditioneel.
Twee. Het uitgangspunt is natuurlijk — dat is een ijzeren wet — dat ODA-financiering voldoet aan de OESO-DAC-voorwaarden. Dat is ook cruciaal.
Ik trek het iets breder. Dit gaat in zekere zin over terugkeerproblematiek. Ik heb zelf gemerkt dat bestaande programma's vaak ook al voldoende zijn om dit soort gesprekken heel goed te kunnen voeren. Met uw commissie heb ik eerder van gedachten gewisseld naar aanleiding van mijn bezoek aan Egypte. Toen heb ik ook met de Egyptische autoriteiten kunnen spreken over het terugnemen van uitgeprocedeerde asielzoekers. Je merkt dan dat het programma dat we daar doen met opvang in de regio, waar we ook vandaag over praten — maar dat geldt dan voor andere landen — bodem geeft om gesprekken te voeren met de autoriteiten om beter mee te werken met die terugkeer. Dat is van cruciaal belang, omdat zij dan voelen: deze problematiek ligt niet alleen bij ons op het bordje, maar is een gezamenlijke verantwoordelijkheid; als jullie hier investeren, zullen wij ons best doen om jullie te ontlasten en te helpen met burgers die bij jullie evident geen recht hebben op verblijf.
Voorzitter. Mevrouw Dobbe vroeg ook of de Oekraïnemiddelen onderdeel zijn van de 3 miljard. Dat klopt.
Sorry, er is nog een interruptie van mevrouw Dobbe over het voorgaande.
Mevrouw DobbeSPIk begrijp dat we niet meer praten over "terugkeerhubs", maar over "innovatieve migratieoplossingen". Het lijkt wel alsof we rolgordijnen aan het bespreken zijn hier; daar heeft een marketingbureau heel erg zijn best op gedaan, maar goed. Het zou kunnen dat de terugkeerhub een innovatieve migratieoplossing wordt in de toekomst als het humaan kan, binnen het recht, binnen alle verdragen en op een humane manier. Dat heb ik nog niet gezien, maar het zou kunnen dat dat in de toekomst kan. De vraag is: moet dat dan betaald worden van OS-geld? Hoe zit het met de uitspraak van Yeşilgöz, die zei: minister Sjoerdsma heeft de terugkeerhubs uitonderhandeld; aan de slag met de terugkeerhubs. Hoe zit dat dan? Wat is er dan uitonderhandeld? Waarom moet dat van deze begroting komen?
In alle eerlijkheid: dat is niet nieuw. We hebben drie weken geleden ook die reactie gegeven. Ik moet in alle eerlijkheid zeggen dat ik wel snap dat er een relatie is tussen wat BHOS kan doen en wat die terugkeerhubs zouden kunnen betekenen. Maar wat ik vooral wil onderstrepen — mevrouw Dobbe heeft daar natuurlijk gelijk in — zijn de voorwaarden. Die zijn ook hier weer beschreven. Die heeft de minister van Asiel en Migratie denk ik ook netjes in zijn eerdere brieven beschreven. Het is echt van belang dat er wordt voldaan aan het internationaal recht en aan de mensenrechten.
Ik kan me bijvoorbeeld voorstellen … Het is wel hypothetisch, hoor; het is altijd een risico om een beetje vooruit te filosoferen. Als je in een land opvang-in-de-regioprogramma's hebt die zorgen voor een menswaardige opvang in een land dat dat zelf minder goed kan, kan dat, aanpalend, ontzettend belangrijk zijn voor het creëren van zo'n terugkeerhub. Dat kan. Dat kan voor zo'n land een cruciale reden zijn om dat te doen. Het kan ook zo zijn dat bestaande programma's helemaal niet veranderd hoeven te worden en gewoon deel uitmaken van het politieke gesprek, waardoor daar ontvankelijkheid voor ontstaat. Ik kan dat niet voorspellen. Dat hangt ook af van de minister van Asiel en Migratie en waarmee hij komt, maar de voorwaarden die mevrouw Dobbe noemt, zijn van groot belang; die zijn cruciaal. Nogmaals, als dit gaat spelen, als het lukt om hierin stappen te zetten, speelt dat wel in 2027.
Eerst mevrouw Dobbe, voor een aanvulling.
Mevrouw DobbeSPEven kijken of ik dit kan samenvatten, om alle ruis weg te nemen. Voor dit jaar is het dus geen onderdeel van de deal, zoals het heet, maar vanaf volgend jaar is het wel mogelijk dat geld van de BHOS-begroting gaat naar de innovatieve migratieoplossingen, ook wel "terugkeerhubs" genoemd. Dat wordt dan betaald uit deze begroting. Is dat nou onderdeel geweest van een deal, om hiervoor een meerderheid te krijgen?
Nee. De Tweede Kamer heeft mij vorige week gevraagd hier een brief over te sturen. Dat heb ik ook graag gedaan. Ik denk dat de heer Verkuijlen hier terechte woorden heeft gesproken en het ook netjes heeft uitgelegd. In 2026 is er geen financiële ondersteuning nodig vanuit deze begroting, simpelweg vanwege het praktische feit dat die terugkeerhubs niet bestaan en dat het ook best lastig is om ze voor elkaar te boksen.
Twee. In 2027 is er een mogelijkheid om BHOS daarvoor in te zetten, als er concrete opties zijn, maar nogmaals, dat moet vraaggedreven, dus ontwikkelingsrelevant, zijn en het moet voldoen aan de OESO-DAC-criteria. Die terugkeerhubs moeten weer voldoen aan andere criteria, die de minister van Asiel en Migratie heeft gesteld, bijvoorbeeld op het gebied van internationaal recht en mensenrechten. Dat zijn heel stevige criteria. Ik denk ook, in alle eerlijkheid, dat u van het Nederlandse kabinet niet anders mag verwachten.
De heer CederChristenUnieIk heb een paar vragen. Het kan ook zo zijn dat die terugkeerhubs volgend jaar alsnog niet gerealiseerd zijn. Wat gebeurt er dan met dat geld, dat gewoon op de OS-begroting staat, ook in het licht van de gedachte dat er volgens het coalitieakkoord een geloofwaardig pad naar de 0,7% zou moeten gaan? Een deel van dat geld is namelijk wel naar voren gehaald, waardoor die opgave lastig is. Is daar bijvoorbeeld al over gesproken of is dat iets wat nog bezien moet worden binnen de coalitie, als er ook volgend jaar geen terugkeerhubs zijn waar geld aan uitgegeven kan worden?
Dit is toch een beetje een als-danvraag. Laten we dat afwachten, zou ik zeggen. We gaan in augustus de begroting voor 2027 maken. Dan gaan we kijken waar het geld voor gereserveerd moet worden. Dat geldt eigenlijk voor alle programma's en projecten die op mijn begroting staan. Sommige projecten zijn heel goed voorspelbaar, meerjarig. Daar weet je heel goed dat de besteding in een regelmatig ritme kan, omdat simpelweg de situatie stabiel is. Voor ander dingen hangt het meer af van de omstandigheden. Het zal hier afhangen van de voortgang die minister van Asiel en Migratie maakt, maar ook dan — toch voor de duidelijkheid — verwacht ik niet dat er opeens 100 terugkeerhubs zullen zijn. Dat is simpelweg niet aan de orde. Dat zal niet gebeuren, omdat er nu geen zijn en omdat het hard werken zal zijn om die wel voor elkaar te krijgen. En als ze er zijn, kunnen we inderdaad kijken naar wat er mogelijk is. Dat is overigens altijd op deze begroting mogelijk, omdat er ook altijd weer tegenvallers zijn in de besteding. Dus daar zit flexibiliteit.
De heer CederChristenUnieIk snap dat je niet in de toekomst kan kijken, maar voor mijn fractie is het wel belangrijk wat de intenties van de minister zijn. Er zijn dit jaar geen terugkeerhubs en volgend jaar misschien ook nul of misschien een of twee, want capaciteit moet je uitbreiden. Mijn vraag is wel wat de intentie van de minister is op het moment dat er een overschot is. Ik moet toch denken aan de persconferentie van de vicepremier, om daar weer even uit te quoten. Het ging over het domein dat minister Sjoerdsma heeft uitonderhandeld en zij had het over opvang in de regio, aan de slag met terugkeerhubs en het terugsturen van Syriërs. Dat zijn thema's waar het geld dan naartoe zou kunnen vloeien, maar als ik aan ontwikkelingssamenwerking denk, denk ik dat ik ook gewoon andere nuttige doelen zou vinden. Het kabinet spreekt met één mond. Ik weet dat dat ook wel ingewikkeld kan liggen. Ik wil graag weten wat de intentie van de minister is. Ik denk dat al dat geld dat nu gereserveerd is, waar de VVD blij mee is, ook niet helemaal daaraan besteed gaat worden. Gaan we nou weer in een gevecht komen met elkaar of heeft de minister al voor ogen wat dan de intenties zijn?
De begroting van 2027 wordt in augustus gemaakt. Hopelijk hebben we dan ook een beter beeld van waar we precies voor staan. U hebt het over geld dat overblijft. Dat is maar zeer zelden zo, is mijn ervaring bij de Rijksoverheid. Maar als het gaat over onderbesteding: als dat inderdaad zo is — dat geldt overigens niet alleen voor dit onderwerp, maar ook als andere programma's onverhoeds niet door kunnen gaan, omdat er dingen gewijzigd worden of omdat organisaties toch bepaalde dingen niet aankunnen — dan vloeit het geld uiteindelijk weer terug naar coalitieakkoordprioriteiten en die hebben we ook helder met elkaar vervat. Die hebben we met elkaar opgeschreven, dus daar heb ik dan niet zo veel zorgen over. De coalitieakkoordprioriteiten zijn helder. Dat is echt in het geval van vrij significante onderbesteding. We gaan volgend jaar meer dan 250 miljoen euro toevoegen aan de begroting. Dat is denk ik goed nieuws, gelet op de noden van deze wereld, maar het is ook weer niet zo dat we gigantische hoeveelheden geld toevoegen waarmee we echt alles zomaar kunnen gaan doen. Zo is het ook niet. Ik verwacht dus ook daar niet dat we een heel grote onderbesteding gaan hebben. Maar goed, dat zullen we zien. Degene die daar uitstekend over waakt, zit naast mij.
Meneer Ceder, uw derde interruptie.
De heer CederChristenUnieIk mis een beetje dat de minister aangeeft dat als er geld overblijft, de prioriteit ligt op humanitaire noden. De minister zegt: dan gaat het geld terug naar de prioriteiten. We weten dat die prioriteiten bij de coalitiepartijen op andere vlakken liggen. Dat schept geen duidelijkheid over wat de minister zou willen. Ook is het zo dat er een gat geslagen is voor een toekomstig kabinet en ik hoor bij de minister ook niet de intentie om die opgave nog ergens enigszins te repareren, wat me ook best ingewikkeld lijkt. Dan mijn vraag. De minister heeft het over prioriteiten. Dat vind ik logisch, maar wat als die van D66 anders zijn dan die van de VVD? Ik ben toch benieuwd hoe de minister dat gaat wegen. Of wordt het opnieuw een deal? Dat is de afgelopen keren toch best ingewikkeld geweest, ook met hoe dat in de media wordt uitgevochten uiteindelijk.
Ik snap de vraag. Ik kon de inleiding van de heer Ceder in zijn eerste termijn ook goed volgen. Misschien is het het beste om gewoon nog even een stap terug te zetten en te kijken naar de begroting voor 2027. Die gaan we in augustus met elkaar maken. De belangrijkste financiële wijziging in de begroting voor 2027 is dat we conform het regeerakkoord meer dan 250 miljoen euro zullen toevoegen en daarmee een stap zullen zetten richting de OESO-norm. Dat is één. Twee. Er zal nog wat geld worden toegevoegd aan de begroting. Dat staat ook in deze suppletoire begroting. In alle eerlijkheid heb ik niet helemaal in mijn hoofd hoeveel dat is. Ik kijk even naar mijn ondersteuning rechts van me. Er komt dus nog incidenteel iets bij uit het verdeelartikel. Het gaat om 57 miljoen, hoor ik. Stop de tijd. Dat geld komt er volgend jaar bij en is dan beschikbaar.
De heer Ceder vraagt waar dat naartoe gaat. Dat gaat naar de prioriteiten zoals vervat in het coalitieakkoord. Ik noem er even een paar. Het gaat onder andere om noodhulp, vrouwenrechten, klimaat, het maatschappelijk middenveld en bepaalde onderdelen van het bedrijfsleven. Dat zijn de prioriteiten zoals we die vervat hebben in het coalitieakkoord. Daar zal het geld naartoe gaan. Daar zullen we het over verdelen. Maar we zijn natuurlijk nog bezig om de begroting voor 2027 te maken en te kijken naar welke organisaties en gebieden we dat moeten sturen. Daarbij geldt natuurlijk ook dat doelmatige besteding van belang is. Het moet ook gewoon goed uit te geven en op een juiste manier te controleren zijn.
Ik zie verder geen interrupties, dus dan kunt u door met uw betoog.
Mevrouw Dobbe vroeg nog of de Oekraïnemiddelen uit de Oekraïnemiddelen van 3 miljard komen. Dat klopt. Dat is onderdeel van de coalitieakkoordmiddelen voor Oekraïne die op de aanvullende post bij Financiën staan. Dat is 178 miljoen euro die nu versneld beschikbaar wordt gesteld. Over een latere begroting spreek ik graag op Prinsjesdag 2027.
Mevrouw Dobbe vroeg nog: wanneer komt het onderzoek naar de gedode hulpverleners in Gaza? Dat is ook een heel belangrijke vraag, denk ik. Wat daar gebeurd is, is niet alleen heel goed gedocumenteerd, maar is ook verschrikkelijk. Als je weet hoe belangrijk het werk is dat hulpverleners doen, hoe gevaarlijk hun werk vaak is en wat daar gebeurd is … Er zijn natuurlijk een heleboel stappen gezet vanuit Nederland richting Israël. De Israëlische krijgsmacht heeft op 20 april, zeg ik uit mijn hoofd, een rapport gepubliceerd over het onderzoek dat is uitgevoerd. Dat onderzoek ligt nu bij de militaire aanklager in Israël voor opvolging. Wij hebben in de tussentijd meermaals om opheldering gevraagd — dat heeft de minister van Buitenlandse Zaken gedaan, maar ook de Nederlandse ambassadeur in Israël — over de follow-up van wat daar nou precies gebeurt, wat de conclusies zijn van het onderzoek en wat de militaire aanklager gaat doen. Dat blijft onze voortdurende aandacht hebben. Tegelijkertijd hebben wij weinig publiekelijk inzicht in de bevindingen van dat onderzoek. Ook daar dringen we op aan.
Voorzitter, tot slot. Mevrouw Dobbe vroeg om uitsluitsel over de medische evacuaties uit Gaza. Ik heb eerder aangegeven dat we dat zorgvuldig moeten doen, omdat het over kwetsbare patiënten en families gaat. Ik ben ook zelf enige tijd geleden in Egypte geweest om persoonlijk kennis te maken met die hele keten en te zien hoe er wordt omgegaan met medische evacués uit Gaza. Hoe werkt de selectie in Gaza? Hoe werkt het vervoer vanuit Gaza naar elders? Hoe werkt de veiligheidsscreening, die van cruciaal belang is? Hoe werkt de eerste triage? Hoe werkt de opvang in het eerste ziekenhuis? Hoe werkt de opvang in Caïro? We zijn dat op dit moment aan het wegen. Ik snap uw frustratie en dat u vindt dat we er zo snel mogelijk mee moeten terugkomen. Ik wil in alle eerlijkheid al wel het volgende delen. Ik heb daar enorm hoge noden gezien. Er zijn eigenlijk twee dingen die in mijn hoofd om voorrang strijden. Eén. De Egyptische minister van Buitenlandse Zaken heeft een dringend beroep op mij gedaan: doe ook iets; neem ook mensen op. Het tweede is dat als je kijkt naar de projecten die ik heb bezocht, bijvoorbeeld een Save the Childrenproject, je ziet dat wat je ter plekke met het geld kan doen, vele malen meer is dan wat je hier kan doen. Met andere woorden — ik leg die bevindingen even bij u neer — dat is het kabinet nu ook aan het wegen: hoe doen we dit nou op de beste manier, met het oog op de noden die er zijn en met de omstandigheden die er zijn? Dat moeten we gewoon secuur met elkaar wegen en dat doen we op de welwillende manier die mevrouw Dobbe van ons heeft gevraagd.
Mevrouw Dobbe.
Sorry. Los van deze interruptie ben ik hiermee aan het einde van de beantwoording gekomen van de vragen in eerste termijn.
Dank u wel, minister. Dan gaan we kijken wat voor interrupties er nog zijn. In ieder geval heeft mevrouw Dobbe nog een interruptie.
Mevrouw DobbeSPJa, om te beginnen bij dat laatste punt: ik snap het en ik vind het heel goed dat de minister in Egypte is geweest om te kijken hoe het gaat met de medische capaciteit daar. We hebben daarover veelvuldig gesproken in de Kamer. Dit gaat door merg en been, zeker als het gaat om kinderen die niet de zorg krijgen die ze nodig hebben en misschien sterven omdat de hulp te laat is. We vragen er best al lang om. Een aantal opmerkingen daarover. De minister zegt: het moet zorgvuldig. Maar wij wachten al sinds december. Als je te lang wacht, is het niet meer zorgvuldig, dan is het gewoon heel lang wachten. Er sterven kinderen, ook kinderen die naar Egypte zijn geëvacueerd. Dat heeft de minister denk ik ook gezien. Mijn vraag was: kunnen we dan in ieder geval voor de zomer uitsluitsel krijgen? Anders weet ik niet waar we mee bezig zijn. Deze minister heeft immers al wel alle informatie. Ik wil hierbij opmerken dat ik snap dat daar investeren veel beter is dan kinderen hiernaartoe halen, maar het gaat echt om de kinderen die daar niet op kunnen wachten, die anders doodgaan.
Dat hebben mevrouw Dobbe en haar partij, maar ook andere partijen, indringend duidelijk gemaakt. Ik voel ook zeer met haar mee, ook omdat ik bij Save the Children in Caïro ben geweest en heb gezien wat één zo'n organisatie kan beteken voor deze kinderen. Dat is echt enorm veel. Dus ja, ik ga dit zo snel mogelijk doen, maar ik wil nog wel dit tegen mevrouw Dobbe zeggen. De Egyptische overheid heeft, zoals ik net zei, een dringend beroep gedaan, maar ze hebben ook hun waardering uitgesproken voor de 25 miljoen die Nederland heeft uitgetrokken om in deze hele keten alles te doen wat we kunnen doen. Ik heb dat ook zelf gezien. Ik vond onze kleinste bijdrage — ik noem Save the Children toch nog maar een keertje — het grootste effect hebben. Ze wisten namelijk ongelofelijk veel kinderen en hun ouders te bereiken. Ik heb mevrouw Dobbe gehoord, ik heb de aansporing gehoord, maar ik wil haar ook vertellen — anders ontstaat er misschien het beeld dat er in de tussentijd niks gebeurt — dat we met die 25 miljoen ontzettend hard aan het werk zijn om mensen daar te helpen. Niet alleen lokale organisaties, maar ook internationale organisaties werken samen met de Egyptische overheid. We doen in de tussentijd echt heel veel en daar is vanuit Egypte grote dankbaarheid voor. We komen hier zo snel mogelijk op terug, want ik snap goed wat mevrouw Dobbe zegt. Ik heb dat in mijn oren geknoopt.
Mevrouw Dobbe, uw laatste interruptie.
Mevrouw DobbeSPDank u wel daarvoor. Ik zal de argumenten niet herhalen. Ik begrijp wat de minister zegt en ik zie ook de noden van de kinderen die daar niet op kunnen wachten. Ons gaat het erom om dat ook te doen. Dat is trouwens ook waar organisaties zoals Save the Children voor pleiten. Zij weten ook heel goed wat er nodig is.
Ik heb een slotvraag over Oekraïne, want de vraag uit mijn inbreng is niet beantwoord door de minister. Het gaat dan om het geld uit deze begroting naar Oekraïne. We hebben minister Yeşilgöz gehoord, die zei "als er een tekort ontstaat voor Oekraïne, dan wordt dat gevuld uit het Ontwikkelingssamenwerkingsbudget", terwijl het geld eerst niet op dat budget stond. Dat heeft zij gezegd. Wat betekent dat nou in de toekomst voor eventuele kosten die op deze BHO-begroting terechtkomen, terwijl die daar eigenlijk niet thuishoren?
Dat geld voor Oekraïne betreft coalitieakkoordgelden die op de aanvullende post staan bij Financiën. Als het gaat om de begroting voor '28 en '29, zullen we echt moeten bezien wat we doen als we toekomen aan deze begrotingen. Ik zeg dat met nadruk. Het kabinet onderstreept dat onze steun onverminderd is. Dat blijkt ook uit alles. Ook dit jaar hebben we bij de Voorjaarsnota weer 400 miljoen extra beschikbaar gesteld, met steun van niet alleen alle coalitiepartijen, maar ook hele grote delen van het parlement. Tegelijkertijd zullen we in aanloop naar '28 gewoon moeten bezien: wat heeft Oekraïne nodig? We kunnen het nu bijvoorbeeld hebben over het geld dat wij van die aanvullende post naar voren hebben gehaald, maar ik kan me ook zomaar voorstellen — laten we hopen op zo'n scenario — dat het Oekraïne is gelukt om een staakt-het-vuren af te dwingen en dat ze plotseling misschien wel 2 miljard nodig hebben voor de wederopbouw. Dan zitten we in een heel andere situatie. Ik ga daar nu dus niet op vooruitlopen. Dat zullen we bij de begrotingsbehandeling van '28 met elkaar moeten bespreken.
Ik wilde het hebben over de inzet van de middelen voor noodhulp. De minister geeft duidelijk aan dat die moet gaan naar de gebieden waar de noden het grootst zijn. Hij noemt een aantal gebieden. Een daarvan zijn natuurlijk de Palestijnse gebieden, waar de toegang van humanitaire organisaties een groot probleem is. In de afgelopen weken heeft Nederland een verklaring gesteund om druk te zetten zodat die toegang beschikbaar blijft. Kan de minister nog wat meer schetsen over hoe we ervoor gaan zorgen dat de hulporganisaties daar daadwerkelijk het werk kunnen doen dat zo ongelofelijk nodig is?
Dank voor die vraag. Dat is natuurlijk ook iets wat ik met eigen ogen heb gezien bij de grens bij Rafah. De benodigde hulp komt Gaza niet binnen. Er zijn chronische tekorten in Gaza aan bijna alles, van water, medicijnen, onderdak tot afleiding voor kinderen. Ik heb ook gezien dat cruciale hulp wordt geweigerd. Ik noem maar een paar voorbeelden. Dat een zuurstoffles wordt geweigerd, is schrijnend voor degene die zuurstof nodig heeft, maar daar kan ik nog iets van begrijpen. Het is een grote metalen buis. Ik kan wel voor me zien dat dat een veiligheidsrisico kan zijn met betrekking tot Hamas. Maar er lag bijvoorbeeld ook een plastic waterpurificatiesysteempje. Ja, het valt op geen enkele manier uit te leggen waarom dat er niet door gaat. Er lagen voetballen. Ja, je kan toch moeilijk betogen dat dat … Er lagen slaapzakken, medicijnkisten. Er werd mij verteld door de gouverneur van Noord-Sinaï, die daar ook de onderhandelingen met Israël doet, dat president Macron daar kort tevoren was geweest. Die had de Franse hulp zien staan en was daar gewoon … Nou, woedend over geweest; laat ik het maar zo zeggen. Datzelfde gevoel had ik ook. Dat is één.
Twee. Dat betekent dat Israël op dit punt moet voldoen aan zijn verplichtingen onder het internationaal recht. Er moet gewoon ongehinderd humanitaire noodhulp dat gebied in. En ja, dan mag er echt wel worden gekeken naar de middelen die potentieel gevaarlijk zijn, maar nu lijkt bijna alles potentieel gevaarlijk. Dat is echt de omgekeerde wereld. Dat is ook waarom Nederland het initiatief heeft genomen tot die verklaring waar mevrouw Kröger had over had. Die is breed gesteund, eigenlijk door vrijwel alle belangrijke Europese landen, omdat breder dan alleen in deze Kamer, breder dan alleen in Nederland, bij heel veel Europese partners het gevoel is: dit kan zo niet langer. Dat is ook wat wij communiceren met Israël. Dat doet mijn collega, de minister van Buitenlandse Zaken, met wie ik overigens op dit terrein uitstekend kan opschieten. Dat doe ik ook zelf, maar ik zal meteen toegeven — die frustratie deel ik — dat dat nog niet heeft geleid tot een gedragswijziging. Wij hopen dat deze verklaring indringend genoeg is om wel tot nadenken te stemmen in Israël, maar het denken daarover gaat natuurlijk altijd door.
Mevrouw Kröger, een vervolgvraag.
Het is een ongelofelijk belangrijk signaal en ongelofelijk belangrijk dat hulpmiddelen daar wel terecht kunnen komen, maar ondanks het feit dat Israël die toegang belemmert, is het wel mogelijk voor de DRA, de Dutch Relief Alliance, voor onze Nederlandse hulporganisaties, om daar actief te zijn en hulpmiddelen in te zetten. Klopt dat?
Ik kan in alle eerlijkheid niet voor iedere organisatie spreken. Ik moet dus een beetje oppassen, omdat ik niet van elke organisatie weet of zij op dit moment nog operationeel in staat is om dat te doen, gelet op de beperkingen die vanuit Israël worden opgelegd. Ik ga daar dus een klein beetje voorzichtig over zijn. Het is wel zo dat er nog steeds organisaties zijn, zowel maatschappelijke organisaties als VN-organisaties — laat ik het in algemene zin zeggen — die in staat zijn om toch hulp erdoorheen te sluizen, hoe mondjesmaat ook en hoe beperkt ook. Dat is gelukkig nog steeds mogelijk. Dat betekent ook dat er nog iets van perspectief is voor de mensen in Gaza.
Zijn er nog interrupties aan de kant van de Kamer? Gaat uw gang, meneer Ceulemans.
De heer CeulemansJA21Ik heb toch een vraag die boven de markt blijft hangen. Die gaat over die schaduwdeal. Nogmaals, wij zijn voorstander van die wet over een verbod op terreurverheerlijking. De minister heeft vlak voor het debat ook in de media laten weten dat het overleg over die wet geen onderdeel is van de deal tussen het kabinet en de fractie van PRO. Dat begrijp ik. Het is natuurlijk onderdeel van overleg tussen fracties. Mijn vraag aan de minister is dus: heeft hij weet van een deal die tussen coalitiepartijen gesloten is wat betreft het steunen van die wet over een verbod op terreurverheerlijking?
Nee. Voor de duidelijkheid: de afspraak die op tafel ligt met PRO is ook de afspraak zoals die vervat is in de nota van wijziging en behelst het naar voren halen van gelden uit 2031 en het naar voren halen van gelden uit 2028 en 2029 om dit jaar te besteden. Ik ben niet betrokken bij deze wet of bij deze wetgeving. Ik kan dat niet helderder zeggen. Ik heb dat eerder ook in een Kamerbrief gezegd. Dat is zoals het is.
Dit wordt uw laatste interruptie, meneer Ceulemans.
De heer CeulemansJA21Ja, dit is mijn laatste interruptie. De rest doe ik wel in de tweede termijn. De minister herhaalt inderdaad wat hij heeft gezegd. Hij zei dat die wet geen onderdeel is van de deal tussen het kabinet en PRO. Ik markeer dan dat de minister hier zegt — het is goed om dat te onthouden — dat hij ook geen weet heeft van een deal binnen de coalitie over het steunen van een wet die het verbod op terreurverheerlijking regelt. De minister heeft dus geen weet van zo'n afspraak.
Ik ben de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Mijn opdracht is gewoon heel helder, namelijk een meerderheid organiseren, draagvlak organiseren, voor deze begroting. Dat heb ik gedaan, met de afspraken met de partij van mevrouw Kröger, met PRO, en die behelzen het geld naar voren halen uit 2031, 2028 en 2029 naar nu.
Daar zult u het mee moeten doen, meneer Ceulemans. Ik zie geen interrupties meer aan de kant van de Kamer. Dat betekent dat wij overgaan naar de tweede termijn van de Kamer. Daarin krijgt u een derde van de spreektijd van uw eerste termijn. Dat betekent dat mevrouw Kröger maximaal vijf minuten heeft. Ik zal dat zo meteen ook bij de andere sprekers even zeggen, in plaats van nu allemaal één voor één. Ik wil voorstellen dat u opnieuw vier interrupties heeft, tenzij het gierend uit de hand loopt. We proberen het eerst met vier.
Voorzitter, dank. Ik denk dat het heel goed is dat we dit debat hebben gevoerd, ook in een andere sfeer en met een andere toon dan vorige week. Ik denk dat heel belangrijk is dat met de nota van wijziging en de beantwoording van de minister veel van de ruis die vorige week is ontstaan en actief gevoed is, is weggenomen. Er zijn ongelofelijke rookgordijnen opgetrokken, waardoor de kern, namelijk 400 miljoen aan echt geld voor echte mensen, in een tijd waarin er zo'n ongelofelijke crisis is en waarin er wereldwijd zo ongelofelijk veel mensen zijn die steun nodig hebben … Dat is de kern. Wat ons betreft is het belangrijk om nogmaals te markeren dat dit gaat over 2026. Dit gaat over geld waardoor de facto de koppeling hersteld wordt, maar het is duidelijk dat het kabinet nog steeds een groot probleem heeft, aangezien die koppeling op lange termijn nog niet structureel hersteld is en er eigenlijk geen meerderheid is voor de lijn van het kabinet. Dat zal dus blijven terugkomen, zeker wat ons betreft.
Ik denk ook dat het wel belangrijk is om te markeren dat als een minderheidscoalitie kans van slagen wil hebben of succes wil boeken en afspraken wil maken met partijen, het belangrijk is dat dat ook gedragen wordt. We hebben de afgelopen week gezien dat er allerlei verhalen in de wereld gingen rondzingen. Dat doet echt veel kwaad. Die heb ik benoemd in mijn eerste termijn en ik zal dat niet nog een keer doen. Ik denk dat het heel belangrijk is om nogmaals te constateren dat het geld dat er nu extra beschikbaar komt, gaat naar noodhulp in de gebieden die dat het hardst nodig hebben. Ja, dat betekent ook Gaza. Die afweging ligt natuurlijk gewoon bij de hulporganisaties. Ik denk dat het van belang is dat Libanon opvang in de regio echt keihard nodig heeft. Volgens mij is er over de hele discussie over de migratiehubs nu ook duidelijkheid gekomen en gaan we inderdaad een debat hebben naar aanleiding van de volgende begroting, als de minister dan met plannen komt. Volgens mij zijn er nu een heleboel partijen die duidelijk stelling nemen.
Tot slot heb ik twee moties, voorzitter. Heb ik nog tijd?
U heeft nog ruim twee minuten.
Oké. Ik heb twee moties. De eerste heeft betrekking op de steun aan de Palestijnse gebieden, aangezien ik denk dat daar vooral de vraag speelt of organisaties de mogelijkheid krijgen om daar actief te zijn. Dat gaf ik net in het interruptiedebat ook aan.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet om aan wensen van de Kamer tegemoet te komen 100 miljoen extra noodhulp vrijmaakt in 2026 voor "daar waar de noden het hoogst zijn";
constaterende dat hulporganisaties aangeven dat de noden in Gaza gigantisch zijn en deze bijdrage dus onder andere daar zullen inzetten;
constaterende dat het Nederlandse kabinet in een verklaring van 8 juni sprak over de "catastrofale humanitaire situatie" in Gaza en opriep tot humanitaire toegang;
verzoekt de regering in gesprek te gaan met hulporganisaties actief in de Palestijnse gebieden over welke steun zij verder nodig hebben om naar behoren hun werk uit te voeren en die zo veel mogelijk te bieden,
en gaat over tot de orde van de dag.
Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger.
Zij krijgt nr. 9 (36915-XVII).
We hebben volgens mij drie weken terug een heel goed debat gehad over hoe seksueel geweld grootschalig wordt ingezet als wapen. We hebben als Kamer een rondetafel gehad en ons breed laten informeren door experts. Ik denk dat het ook belangrijk is dat we daar echt in 2026 al stappen op zetten.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet om aan wensen van de Kamer tegemoet te komen 100 miljoen extra noodhulp vrijmaakt in 2026;
constaterende dat vrouwen in Sudan op grote schaal te maken hebben met seksueel geweld dat wordt ingezet als oorlogswapen;
verzoekt de regering om samen met professionele hulpverlenende organisaties actief in Sudan te bezien hoe dit geld ingezet kan worden om vrouwen te helpen die slachtoffer zijn geworden van seksueel geweld,
en gaat over tot de orde van de dag.
Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger en Bamenga.
Zij krijgt nr. 10 (36915-XVII).
Daarmee sluit ik af.
Dank u wel, voorzitter.
Dank u wel, mevrouw Kröger, voor uw tweede termijn en voor twee moties. Ik ga naar de heer Bamenga. U heeft maximaal 3 minuten en 20 seconden.
De heer BamengaD66Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat ik vorige week in mijn eerste termijn duidelijk heb stilgestaan bij de situatie in Sudan, de situatie in Congo, waaronder wat betreft ebola, en dwangarbeid in China. Naar aanleiding daarvan, zeker wat betreft ebola en Sudan, heb ik voor vandaag twee moties. Ik onderteken ook moties van andere collega's, waaronder die van het CDA. Nee, niet van het CDA, maar in ieder geval wel van de VVD en GroenLinks-PvdA. Sorry, sorry, ik bedoel PRO. Dit is de eerste keer. Ik heb het net ook al gezegd. Het is PRO.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in het oosten van Congo sprake is van een ernstige uitbraak van een nieuwe variant van het ebolavirus, waarbij inmiddels honderden besmettingen zijn gemeld en het sterftecijfer naar schatting zeer hoog ligt;
overwegende dat de regio wordt gekenmerkt door langdurige instabiliteit, conflict en grootschalige ontheemding, waardoor de verspreiding van het virus wordt versneld en effectieve hulpverlening wordt bemoeilijkt;
overwegende dat eerdere ebola-uitbraken, zoals die in West-Afrika tussen 2014 en 2016, hebben aangetoond dat uitstel van internationale actie kan leiden tot grootschalige verspreiding en tienduizenden slachtoffers;
overwegende dat er behoefte is aan concrete goederen als persoonlijke beschermingsmiddelen, tenten, motorfietsen en handwasvoorzieningen, en ook aan kennisuitwisseling, laboratoriumcapaciteit en extra ondersteuning van de WHO;
verzoekt de regering zich in te zetten voor aanvullende ondersteuning voor de bestrijding van ebola in de Democratische Republiek Congo alsmede relevante buurlanden, en hierover uiterlijk bij de begroting aan de Kamer te rapporteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
Deze motie is voorgesteld door de leden Bamenga, Van Ark, Lohman, Verkuijlen en Ceder.
Zij krijgt nr. 11 (36915-XVII).
De heer BamengaD66Dan heb ik natuurlijk ook gesproken over Sudan. Daar zien we dus dat externe actoren, waaronder de Verenigde Arabische Emiraten, moeten stoppen met het voeden van de oorlog in Sudan. Daarom de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat externe actoren bijdragen aan de voortzetting van de oorlog in Sudan door het leveren van wapens, logistieke ondersteuning en het faciliteren van huurlingen;
verzoekt de regering zich binnen de Europese Unie actief in te zetten voor gerichte sancties en maatregelen tegen personen, bedrijven en entiteiten die bijdragen aan oorlogsmisdrijven, het schenden van het VN-wapenembargo of het faciliteren van de oorlog in Sudan,
en gaat over tot de orde van de dag.
Deze motie is voorgesteld door de leden Bamenga, Dobbe en Ceder.
Zij krijgt nr. 12 (36915-XVII).
De heer BamengaD66Dank u wel.
De heer CederChristenUnieMijn vraag is of ik onder de eerste motie, over ebola, kan komen te staan — dat gaat mij namelijk ook aan het hart — als onderschrijving van de ernst van de situatie. Dank daarvoor, alsnog.
U vraagt het aan de voorzitter, maar ik denk, als ik het zo zie, dat meneer Bamenga daarmee akkoord gaat. Hij schrijft uw naam erbij.
De heer CeulemansJA21Ik heb een vraag aan meneer Bamenga. Zijn fractie is altijd tegenstander geweest van het wetsvoorstel voor een verbod op het verheerlijken van terrorisme. Is dat nog steeds het geval?
De heer BamengaD66Mijn fractie was kritisch en is nog steeds kritisch daarover.
De heer CeulemansJA21Aangezien er in de tussentijd inhoudelijk niets veranderd is aan het wetsvoorstel, kan ik er dus vanuit gaan dat u nog steeds even kritisch bent als voorheen en dus tegen dat wetsvoorstel bent?
De heer BamengaD66Ik ben niet eens de woordvoerder hierover. Het gaat niet eens over dit onderwerp, dus ik ga nu niet allerlei dingen zeggen die mij niet aangaan. We hebben het niet eens besproken binnen de fractie. U overvraagt mij dus op dit terrein, maar ik heb heel duidelijk aangegeven dat wij altijd kritisch zijn geweest en dat we dat nog steeds zijn.
Dank u wel, meneer Bamenga. Dan is de volgende spreker meneer Ceulemans met twee minuten maximaal.
De heer CeulemansJA21Voorzitter, dank u wel. Dan moet ik het snel doen. Dank aan de minister voor de beantwoording, hoewel die niet bevredigend is. Dat zal hij zich kunnen voorstellen. Mijn afdronk van dit debat is dat in de discussie over alleen maar eerder geld of extra geld de conclusie is dat er extra geld wordt vrijgemaakt, dat de VVD daar dus bakzeil haalt. Dat is een slechte zaak. Ik weet dat deze motie waarschijnlijk niet op steun van de VVD kan rekenen, maar ik dien 'm toch in, al is het maar om het te markeren.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking via kasschuiven geld uit latere jaren naar voren haalt voor de begroting 2026;
verzoekt de regering de verminderingen die door kasschuiven ontstaan, niet op te vullen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceulemans.
Zij krijgt nr. 13 (36915-XVII).
De heer CeulemansJA21En de tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Kamer met de motie-Verkuijlen c.s. het kabinet heeft verzocht de financiering voor UNRWA op te schorten bij verifieerbare hernieuwde signalen van terreurbanden;
constaterende dat uit een op 5 juni 2026 gepubliceerde uitkomst van het lopende onderzoek van de inspecteur-generaal van USAID blijkt dat inmiddels 108 huidige en voormalige UNRWA-medewerkers zijn voorgedragen voor schorsing en/of uitsluiting vanwege betrokkenheid bij de terroristische aanslagen van 7 oktober 2023 en/of banden met Hamas;
verzoekt de regering voor het begrotingsjaar 2026 af te zien van het voornemen om de financiering van UNRWA te verhogen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceulemans en Stoffer.
Zij krijgt nr. 14 (36915-XVII).
De heer CeulemansJA21Dank u wel.
De heer CederChristenUniePuur uit nieuwsgierigheid hoor: als de motie wordt aangenomen, is er dan weer steun vanuit JA21 voor de begroting van de minister?
De heer CeulemansJA21Ik heb altijd geleerd dat ik geen uitspraken moet doen over de Eerste Kamer. Dat doe ik handig, toch?
Ik denk handig genoeg, want meneer Ceder is er tevreden mee. Dan gaan wij door met de volgende spreker en dat is meneer Verkuijlen. U heeft 2 minuten en 20 seconden.
De heer VerkuijlenVVDDank u, voorzitter. Ik sluit mij graag aan bij de woorden van mevrouw Kröger dat we in een andere sfeer dit debat hebben gevoerd. Ik had overigens ook graag nog mijn handtekening gezet onder de motie over seksueel geweld, maar misschien kunnen we dat later doen.
Voorzitter. Ik ben blij dat de begroting nu zover is dat die ook verder gebracht kan worden. Dat is ook nodig. Ik heb nog wel een drietal moties. Ik ga heel snel lezen, gezien de mij resterende spreektijd.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat onze strategische soevereiniteit ondermijnd wordt door machtspolitiek en een afhankelijkheid van autocratische regimes;
overwegende dat publiek geld in de grondstoffensector als vliegwiel kan dienen en dat private investeringen alleen loskomen wanneer er een gezond winstmotief tegenover staat;
overwegende dat effectief geopolitiek optreden vereist dat de overheid bereid is om private investeringsrisico's actief te mitigeren en te delen;
verzoekt de regering om bij de uitvoering van de grondstoffenstrategie nadrukkelijk de samenwerking te zoeken met de private sector, en instrumenten die inspelen op het winstmotief, waaronder garantstellingen en "first-loss"-facilitering, hierbij niet uit te sluiten,
en gaat over tot de orde van de dag.
Deze motie is voorgesteld door het lid Verkuijlen.
Zij krijgt nr. 15 (36915-XVII).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat imvo-wetgeving kan bijdragen aan stabielere toeleveringsketens en een betere internationale markttoegang voor Nederlandse ondernemers;
erkennende dat Nederlandse ondernemers in hun internationale concurrentiepositie worden benadeeld wanneer zij sneller of strenger aan imvo-eisen moeten voldoen dan hun Europese concurrenten;
overwegende dat de SER een waardevolle bijdrage aan het concurrentievermogen van Nederlandse ondernemers levert door hen praktisch te ondersteunen bij het voldoen aan imvo-wetgeving;
verzoekt de regering ondersteuning van ondernemers via de SER voort te zetten;
verzoekt de regering tevens te bezien op welke wijze deze verbreed kan worden naar andere sectoren,
en gaat over tot de orde van de dag.
Deze motie is voorgesteld door de leden Verkuijlen, Bamenga en Lohman.
Zij krijgt nr. 16 (36915-XVII).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet voor 2026 via een kasschuif een additioneel bedrag van 178 miljoen euro vrijmaakt voor hulp aan Oekraïne;
overwegende dat de Russische Federatie de Oekraïense energie-infrastructuur stelselmatig bombardeert en dat deze verwoestende luchtaanvallen naar verwachting ook in 2026 onverminderd zullen aanhouden;
overwegende dat preventieve investeringen in de fysieke bescherming, snelle reparatie en het winterbestendig maken van het energienetwerk essentieel zijn voor de continuïteit van de Oekraïense energievoorziening;
verzoekt de regering te bezien hoe een deel van de additionele humanitaire middelen voor 2026 ingezet kan worden om de capaciteit van het Oekraïense energienetwerk in wintertijd te verhogen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Deze motie is voorgesteld door de leden Verkuijlen en Bamenga.
Zij krijgt nr. 17 (36915-XVII).
Dank u wel, meneer Verkuijlen. Daarmee is uw spreektijd ook voorbij.
Mevrouw DobbeSPIk heb een vraagje. Als we kijken naar wat er is onderhandeld, dus naar de deal, naar wat we "de deal" noemen, dan zien we dat de helft naar Oekraïne gaat. Je zou ook kunnen zeggen: Sudan had ook wel 170 miljoen kunnen gebruiken, maar goed. Dit is helemaal goed; wij steunen dat ook. De helft gaat dus naar Oekraïne. Stelt de VVD nou dat van de resterende gelden die zijn bedoeld voor noodhulp, ook nog een deel naar Oekraïne gaat? Is dat het voorstel dat hij heeft ingediend? Dan heb ik het misschien niet goed gehoord, hoor. Leg het nog een keer uit dan.
De heer VerkuijlenVVDIk heb in mijn motie … Voorzitter, ik nam aan dat u mij het woord gaf om te antwoorden op de vraag van mevrouw Dobbe, maar dat had u nog niet gedaan.
Meneer Verkuijlen, gaat uw gang.
De heer VerkuijlenVVDEr is nu batig saldo op de begroting. Wij hebben gezegd dat we dat deel, voor dat energienetwerk, een belangrijk element vinden, met name omdat op dit moment in Oekraïne ook een humanitaire crisis aan de gang is, en zeker als zo meteen de winter toeslaat.
Mevrouw Dobbe, wilt u nog een aanvullende vraag stellen, of bent u tevreden?
Mevrouw DobbeSPHet is misschien goed om … Het is dus uit het geld dat al gereserveerd is voor Oekraïne. Begrijp ik dat goed? Ja, oké.
Non-verbaal gaf de heer Verkuijlen aan dat mevrouw Dobbe dat goed begreep.
Ik heb daar ook een vraag over. Van het geld dat beschikbaar wordt gesteld, wordt 110 miljoen beschikbaar gesteld via steun van internationale financiële instellingen. Daar zit ook al geld bij dat naar het energienetwerk kan. Dan is er nog 20 miljoen specifiek voor het Ukraine Energy Support Fund. Dan gaat het om slechts 5 miljoen voor humanitaire hulp. Ik wil de VVD toch vragen: als we het hebben over 130 miljoen, wat in principe ingezet kan worden voor energiesteun, laten we die 5 miljoen dan daadwerkelijk voor humanitaire hulp behouden.
De heer VerkuijlenVVDIk denk dat het punt in de motie, zoals we dat aangeven, de humanitaire situatie is zoals die gaat ontstaan als de energie niet op orde is. Dat is voor ons wel het element waarop de nadruk ligt in de motie.
Nog even iets checken. Meneer Verkuijlen had ook gevraagd of zijn naam nog onder de motie van mevrouw Kröger mocht. Daar zag ik ook non-verbaal instemming voor. Moet dat verwerkt worden of niet? Want dan moeten we dat signaal wel goed doorgeven.
Dat bespreek ik altijd even met mijn mede-indiener.
Dat is helemaal goed. Dan heb ik dat net verkeerd geïnterpreteerd. We wachten dat rustig af. We gaan naar de termijn van meneer Ceder. U heeft 3 minuten en 20 seconden, meneer Ceder.
De heer CederChristenUnieVoorzitter, dank u wel. In dit debat was er inderdaad een andere toon. Volgens mij ziet de meerderheid nu de noodzaak dat het belangrijk is dat geld nu beschikbaar komt. Als partij proberen we ook naar volgend jaar en de jaren daarop te kijken. Daaruit blijken een aantal dingen. Ook als ik de heer Verkuijlen zo hoor, is er nog weinig ambitie om de gaten te dichten. Dat betekent dat een volgend kabinet dat zou moeten herstellen. Ik weet bijvoorbeeld dat PRO grote regeringsambities heeft. De opgave voor de meest kwetsbaren … Uiteindelijk proef ik toch wat cynisme daarin, ook wat betreft het oplossen van wat je nu veroorzaakt. Binnen je eigen mandaat wordt het nu niet opgelost, of in ieder geval: partijen binnen de coalitie komen er niet uit. Dat wil ik wel uitgesproken hebben. Ik heb de motie van de heer Bamenga over ebola medeondertekend, want dat vind ik een belangrijke. De subafspraak, als die er als, rond terrorismeverheerlijking … Nou, dat gaan dan we rond dat debat zien, dus ik zal het wat dat onderwerp betreft hierbij laten.
Ik heb geen moties, maar ik ga proberen om wel wat toezeggingen van de minister te ontfutselen. Ik kijk even of deze manier van werken werkt. Allereerst wil ik het hebben over geld dat naar de Palestijnse gebieden gaat. Wij vinden dat de noodhulp op de juiste plek moet komen. We weten dat er ook een diversificatievraagstuk onder ligt. De minister heeft aangegeven dat dat geld ook via die wijze besteed zal worden. Mijn vraag is of ik een toezegging kan krijgen over hoe dat met dat extra geld wordt ingevuld, namelijk dat de Kamer daar ook over geïnformeerd wordt. Ik vind het namelijk heel belangrijk, ook voor de levensvatbaarheid van Palestijnse instituten, dat je er echt op gaat inzetten dat je niet afhankelijk bent van één organisatie waar vaak heel veel gedoe over is. Mijn vraag is dus of ik een toezegging kan krijgen over de besteding.
Het tweede punt is dat ik het ook belangrijk vind dat de meeste middelen van het extra geld besteed worden via de lijnen van het maatschappelijk middenveld in Nederland voor de lokale context daar. Ik snap dat dat soms niet kan, maar ik vind wel dat dat kan via het maatschappelijk middenveld hier, via de Dutch Relief Alliance, juist omdat die zo ingebed is in de lokale context, daar waar de nood het hoogst is. Ik vind het wenselijk dat dat qua bestedingen via die lijnen loopt. Daarover is ook een motie aangenomen, maar dat was nog niet ten opzichte van het extra geld dat vrijgemaakt is. Ik zou graag de toezegging willen hebben dat het ook ten aanzien daarvan wordt meegenomen.
Voorzitter, ik zei dat ik er drie had, maar ik heb er maar twee. Ik zou dus graag die twee toezeggingen krijgen.
Dank je wel.
Dank u wel, meneer Ceder. Ik zie daar geen interrupties op, dus dan gaan we naar meneer Lohman. U heeft 1 minuut en 40 seconden, meneer Lohman.
De heer LohmanCDADank u wel, voorzitter. Ik ben blij dat de brief die vanochtend is gestuurd, wat duidelijkheid heeft gegeven in dit debat en dat we nu verder kunnen met de begroting. Ik zou niet willen zeggen "het kan wél", maar laten we zeggen: moedig voorwaarts. Ik heb één motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Nederlandse bijdrage aan multilaterale gezondheidsorganisaties zoals het Global Fund to Fight AIDS, Tuberculosis and Malaria, Gavi, The Vaccine Alliance, en UNAIDS in 2026 met circa 18% wordt verlaagd;
constaterende dat mondiale gezondheidssystemen onder toenemende druk staan en het belang van pandemische paraatheid onverminderd groot is;
constaterende dat investeringen in mondiale gezondheid aantoonbaar leiden tot grote gezondheidswinst en kostenbesparingen;
constaterende dat humanitaire hulpverleners en medisch personeel steeds vaker te maken hebben met onveilige werkomstandigheden en doelwit worden van geweld;
verzoekt de regering, binnen het extra toegekende budget voor ontwikkelingssamenwerking, de bezuinigingen op multilaterale gezondheidsorganisaties voor in ieder geval het jaar 2026 zo veel mogelijk te herstellen;
verzoekt de regering tevens in 2026 extra in te zetten op initiatieven ter verbetering van de veiligheid van hulpverleners in conflictgebieden,
en gaat over tot de orde van de dag.
Deze motie is voorgesteld door de leden Lohman en Kröger.
Zij krijgt nr. 18 (36915-XVII).
Dank u wel, meneer Lohman. Dan gaan we tot slot naar mevrouw Dobbe, die maar liefst tien minuten heeft voor haar tweede termijn. Gaat u er dus allemaal rustig voor zitten. Mevrouw Dobbe, het woord is aan u.
Mevrouw DobbeSPNee hoor, ik hoef het niet allemaal op te gebruiken, begrijp ik. Geen zorgen. Ik wil wel nog een aantal opmerkingen maken en ik heb een aantal moties. De minister zei: als je hart geeft om de allerkwetsbaarsten, dan moet je eigenlijk blij zijn met wat er de afgelopen tijd is gebeurd, namelijk dat deze begroting er toch doorheen komt en dat PRO de verantwoordelijkheid heeft genomen. Ik heb heel veel hart voor de allerkwetsbaarsten. Ik heb ook heel veel hart voor ontwikkelingssamenwerking. Ik strijd daar als Kamerlid keihard voor. Dus ook als wij niet enthousiast zijn over deze deal, kan hij ons dat niet aanwrijven, wil ik deze minister meegeven. Ik ben namelijk niet enthousiast over deze deal. Ik ben ook niet enthousiast geworden. Er lag een ontzettend slechte begroting, die deze minister heeft geërfd, zeg ik met alle respect. Daar kan hij natuurlijk zelf niks aan doen, maar het was een hele slechte begroting. Die was helemaal uitgekleed. Om de begroting te kunnen steunen, moet zij wel beter zijn dan zij was.
Ik heb wel héle grote zorgen over hoe we ontwikkelingssamenwerking in de toekomst gaan organiseren als er gaten vallen. Dat moeten we dan maar zien. Ik noem bijvoorbeeld het geld voor Oekraïne, maar ook het geld dat naar voren is gehaald uit 2031. Ik heb er niet per se vertrouwen in dat er dan een nieuw kabinet zit dat denkt "we gaan het helemaal bijplussen", zeker als de VVD nu zegt: dat gaan we gewoon niet doen. "Zonder de VVD", hoor ik. Ook goed, maar het is gewoon niet zeker dat het wordt bijgeplust. Daarmee neem je enorme risico's voor de toekomst, volgens mij.
Er is ook heel veel onduidelijkheid geweest en ontstaan — dat is er nog steeds wel een beetje — over waar het geld vandaan komt en wat de bedoeling is. Ik vermoed ook dat het hele proces het nog moeilijker gaat maken om een goede begroting te gaan maken en neer te leggen in augustus, want het is al bijna zover. Ik zie het nou niet zo heel snel gebeuren dat dat makkelijker wordt dan het was.
De onduidelijkheid over de terugkeerhubs vind ik onbestaanbaar. Ik vind het onbestaanbaar dat het zo lang heeft geduurd en dat daar verschillende verhalen over hebben bestaan. Ik vind het ook onbestaanbaar dat die mogelijk worden betaald uit ontwikkelingsgelden.
Dan heb ik nog een inhoudelijke vraag, voordat ik naar de moties ga. We hebben het gehad over de hulpverleners die in Gaza zijn vermoord en daar zijn begraven naast hun ambulance. Deze Kamer heeft gevraagd om een onafhankelijk onderzoek; volgens mij was het zelfs een motie van de heer Ceder. Nu heeft de Israëlische regering zelf onderzoek gedaan. Ze geven ons blijkbaar geen inzage in dat onderzoek. Deze minister dringt daar wel op aan, maar dat is niet wat de Kamer heeft gevraagd. De Kamer heeft echt gevraagd om onafhankelijk onderzoek. Ik denk dat als we het hebben over de veiligheid van hulpverleners, het heel belangrijk is dat dat onafhankelijk wordt onderzocht. Dus nogmaals de vraag of de minister bereid is om dat mogelijk te maken en daarvoor te pleiten.
Ik heb drie moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Ghana wetgeving heeft uitgebreid die inzet op expliciete strafbaarstelling en gevangenisstraf voor de lhbtiqa+-gemeenschap en bondgenoten;
verzoekt de regering deze wetgeving publiekelijk te veroordelen en ervoor te pleiten, in Europees verband en VN-verband, om op mondiale schaal hetzelfde te doen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Kröger en Bamenga.
Zij krijgt nr. 19 (36915-XVII).
Mevrouw DobbeSPIk weet dat de minister in de beantwoording heeft gezegd: wij vinden dit ook niet goed en we stellen dit aan de orde. Maar ik denk dat het heel belangrijk is om hier echt een flink standpunt op in te nemen en hier echt een voorbeeld te stellen, om duidelijk te maken dat we dit gewoon echt niet accepteren.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet voornemens is om per 2027 419 miljoen euro voor niet-militaire steun aan Oekraïne uit BHO-middelen te betalen;
constaterende dat er een aangenomen motie ligt (36045, nr. 100) die stelt dat de gelden voor Oekraïne niet uit de BHO-begroting moeten worden gehaald;
verzoekt de regering om een voorstel te doen om de 419 miljoen die is geoormerkt voor Oekraïne, niet te dekken uit de BHO-begroting,
en gaat over tot de orde van de dag.
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 20 (36915-XVII).
Mevrouw DobbeSPDaar kan de minister dan bij de augustusbesluitvorming mee beginnen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het aantal aanvallen tegen zorg- en hulpverleners in gewapend conflict, in strijd met het internationaal humanitair recht, schrikbarend snel toeneemt;
overwegende dat volgens het AIV/CAVV-advies er slechts beperkt sprake is van monitoring van dit soort aanvallen;
overwegende dat monitoring noodzakelijk is zodat bewindspersonen zich geïnformeerd en consequent kunnen uitspreken tegen schendingen;
overwegende dat Nederland als gastland van Den Haag als stad van recht en vrede een voorbeeldrol kan vervullen;
verzoekt de regering een voorstel te doen om extra capaciteit vrij te maken voor systematische monitoring van en advisering over aanvallen tegen zorg- en hulpverleners in situaties van gewapend conflict, als basis voor versterkte inzet voor normherstel van het internationaal humanitair recht,
en gaat over tot de orde van de dag.
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Ceder en Kröger.
Zij krijgt nr. 21 (36915-XVII).
Mevrouw DobbeSPDaarbij wil ik de minister memoreren aan zijn eigen woorden, namelijk "door stilte sterft de norm". Wij moeten hier dus keihard mee aan de slag.
Dank u wel.
De heer CederChristenUnieNog even ter beoordeling van de motie over lhbti-wetgeving in Ghana. Er zijn heel veel landen — ik denk tientallen, volgens mij meer dan vijftig — waar dit soort wetgeving geldend is. Ook in Gaza zijn er straffen. Volgens mij is het niet de bedoeling van mevrouw Dobbe om dit bij elk land te doen, dus ik ben benieuwd wat precies het plan is. Moeten we dat elke keer doen of pas als er wetten zijn aangenomen? Ik vraag het omdat ik ergens iets van willekeur denk te bespeuren, maar misschien heeft u daar een heel helder concept voor in gedachten.
Mevrouw DobbeSPHelemaal goed. Ik zou zeker niet willekeurig willen zijn, want elk land dat lhbtqi- en vrouwenrechten schendt en dit soort wetgeving aanneemt, moeten we keihard veroordelen, wie het ook doet. Ghana heeft dit net gedaan. Ik zou zo graag een streep in het zand trekken en een voorbeeld stellen, omdat dit net is gebeurd. Ik vind namelijk dat we stelling moeten nemen tegen dit soort mensenrechtenschendingen, want dat is wat het is. Het is ook echt hele slechte wetgeving. Je moet jarenlang de cel in als je lhbtqi bent. Ook als je iemand steunt of als je een organisatie bent die mensen steunt, moet je gewoon de cel in. Ik denk dat het als voorbeeld belangrijk is dat we hier stelling tegen nemen. U zult mij altijd aan uw zijde vinden op elk moment wanneer deze rechten worden geschonden door wie dan ook. Het gaat mij er meer om dat we nu een voorbeeld stellen om te laten zien dat we dit niet accepteren.
Dank u wel voor de toelichting, mevrouw Dobbe. Ik zie verder geen interrupties. Dat betekent dat wij gaan schorsen, zodat de minister zich kan voorbereiden op de vragen uit de tweede termijn en het appreciëren van drie amendementen en dertien moties. Ik wil voorstellen om een halfuurtje te schorsen en om 19.30 uur verder te gaan, zodat de mensen die dat willen een hapje kunnen eten. Akkoord? Ja.
De vergadering wordt van 18.58 uur tot 19.34 uur geschorst.
Welkom terug bij het WGO voor de suppletoire begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. We gaan over naar de tweede termijn van de minister, met de beantwoording van de laatste vragen en de appreciatie van de laatste amendementen en moties. Minister, aan u het woord.
En zelfs ook toezeggingen, voorzitter. Ik zie de heer Ceders aandacht vergroten.
Ik behandel eerst nog heel even één vraag uit de eerste termijn. Dat was een vraag van mevrouw Dobbe, die ging over de misdaad tegen de hulpverleners in Gaza. Conform die motie pleiten we inderdaad ook voor onafhankelijk onderzoek. Dat heeft de commission of inquiry van de VN ook in optie genomen. Ik zal er misschien nog even op terugkomen wat de bevindingen zijn, maar dat doen we dan bij een volgend debat, als mevrouw Dobbe dat goedvindt.
Dan ben ik bij de toezeggingen. Dat is geen officieel lijstje. De heer Ceder wilde er twee hebben. Dat komt op zich goed uit, omdat beide redelijke vragen zijn, denk ik. De vragen betroffen op welke manier geld nou op de juiste plek komt en de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld. In de nota van wijziging staat overigens ook echt nadrukkelijk het maatschappelijk middenveld genoemd, niet alleen bij noodhulp maar ook bij ... Nou, bij ebola staat het trouwens niet nadrukkelijk genoemd, maar daar zal het ook ongetwijfeld nodig zijn. In dat opzicht wil ik die toezegging graag doen aan de heer Ceder. In de nota van wijziging staat namelijk ook echt dat het van belang is dat dat geld ook via het maatschappelijk middenveld gaat.
Het enige dat ik wel wil zeggen, is dat we ook hier weer kijken welk kanaal zich het beste ervoor leent om de mensen bij wie de nood het hoogste is zo snel mogelijk te bereiken. Als dat is via de Dutch Relief Alliance, dan is dat via Dutch Relief Alliance. Is dat via het Rode Kruis, dan is dat via het Rode Kruis. Is dat via VN-organisaties, dan zijn het de VN-organisaties. Dat is voor mij leidend. Daarbij is zeker gezegd dat de Dutch Relief Alliance op sommige punten in de positie is om heel snel op te schalen. Dat zagen we ook in Libanon, om misschien nog even terug te grijpen naar het begin van de crisis daar. Nederland heeft daar toen met het ministerie additioneel geld voor vrij kunnen maken en dat hebben zij daar heel snel kunnen uitgeven, op een manier die de ontheemden ter plekke enorm heeft geholpen, denk ik.
Voorzitter. Dan ...
Eén moment. Wanneer bent u van plan die informatie naar de Kamer toe te zenden?
Als het gaat om de besteding van het noodhulpgeld, denk ik dat het het handigst is om dat gewoon bij de reguliere begroting te doen. Ik denk dat dat het beste moment is. Dat doen we dan gewoon regulier, elk jaar. Dan wordt dus inzichtelijk gemaakt op welke wijze we dit geld besteden, hoe we dit besteden. Mijn eigen ervaring is dat we ook regelmatig over noodhulp praten, maar mocht het daar weer aan bod komen, dan zal ik ook zorgen dat de Kamer van tevoren de stand van zaken krijgt, maar in principe doe ik dat gewoon via de begroting.
Mevrouw DobbeSPIk wilde eigenlijk dezelfde vraag stellen, maar dan over wat de minister zei over het terugkoppelen over het onafhankelijk onderzoek. Hij zei "ik kom er een keer op terug", maar misschien is het voor de notulen wel goed om te weten wanneer dat ongeveer gaat zijn.
Ik moet zelf even nagaan wanneer en hoe dat beschikbaar is. Ik kan er dus niet op vooruitlopen als dat nog niet beschikbaar is, maar ik zal toezeggen dat zodra de bevindingen van het onderzoek definitief zijn en ook openbaar gemaakt kunnen worden — dat moeten we namelijk ook even checken bij die VN-commissie — dat we dat dan zullen doen en het naar de Kamer zullen sturen. Dat is daar wel echt van afhankelijk. Dat hebben we niet helemaal in eigen hand.
Ik wou trouwens voorstellen om weer vier interrupties toe te staan in de tweede termijn. Mevrouw Dobbe, dit is uw tweede. Gaat uw gang.
Mevrouw DobbeSPDat vind ik goed. Als er niks te rapporteren valt, valt er niks te rapporteren. Maar stel je nou voor dat die bevindingen maar niet openbaar worden en zo, terwijl we dat wel willen, dan willen we dat eigenlijk ook wel weten.
Dat zeg ik ook toe. Kijk, ik heb het nou gewoon niet paraat. Voor de duidelijkheid: als het openbaar wordt, zullen we het met u delen; als duidelijk wordt dat het niet openbaar wordt, zullen we dat ook met u delen.
Voorzitter, dan ga ik door met de moties. De motie op stuk nr. 9, van mevrouw Kröger, geef ik oordeel Kamer. Dit zijn belangrijke gesprekken, die op dit moment heel vaak gaan over diplomatieke en politieke steun, om het misschien even in te kleuren met die hulporganisaties. Dat kan ik me ook heel goed voorstellen, gelet op de situatie waarin ze zich bevinden. Die krijgt dus oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 10 is ook van mevrouw Kröger. Gelet op het belang van het onderwerp, zal ik met de extra middelen voor humanitaire hulp zowel VN-organisaties als het Rode Kruis als Nederlandse ngo's voorzien van flexibele financiering. Gezien de hoge noden in Sudan ligt het denk ik in de rede dat ook bijdragen daar zullen worden ingezet. Als ik dan kijk naar de organisaties die daar gesteund worden, dan kunnen we zeker in gesprek gaan over dat het ook richting het doel gaat dat mevrouw Kröger hier benoemt en dat we ook in een eerder debat met elkaar hebben gewisseld: het tegengaan van seksueel geweld. Dat debat was ook helder. Uw Kamer is daar unisono over. Dat wordt dus gesteund door het kabinet.
Eén moment, minister. Ik wil het toch even herhalen, zodat het voor iedereen helder is. De motie op stuk nr. 9 heeft oordeel Kamer gekregen. De motie op stuk nr. 10 heeft ook oordeel Kamer gekregen. Ik zal dat bij ieder van de moties doen, als u mij daar gelegenheid voor geeft.
Ja, dat is goed.
Dan ben ik bij de motie op stuk nr. 11, van Bamenga c.s., over de Nederlandse inzet tegen ebola. Daar zeg ik kort over dat het aantal infecties toeneemt en dat wij serieuze zorgen hebben. Wij maken dan ook als onderdeel van deze extra afspraken 3 miljoen euro extra vrij. Uw Kamer zal daar op korte termijn ook een brief over ontvangen. Deze krijgt dus oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 11 krijgt oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 12 is ook een ongelofelijk belangrijke motie, die gaat over het schenden van het VN-wapenembargo, het faciliteren van de oorlog en het inzetten van sancties. Die krijgt oordeel Kamer, waarbij ik wel meteen het volgende zeg. Dat is een standaardriedeltje, denk ik, maar het is toch belangrijk. Wij zullen niet publiekelijk delen bij welke personen en entiteiten Nederland ernaar streeft om die op de sanctielijst te zetten, omdat dat het verrassingseffect en dus ook de effectiviteit van dergelijke sancties wegneemt. Met dien verstande geef ik de motie oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 12 krijgt oordeel Kamer, met de appreciatie dat het niet publiekelijk wordt gedeeld. Mevrouw Kröger heeft daar een interruptie bij.
Ik heb daar een vraag over. Betekent "entiteiten" ook landen?
Zoals ik dit lees, zijn dit entiteits- en persoonsgerichte sancties zoals we die ook inzetten richting Rusland en andere gebieden. Ik lees het nu niet als: richting landen. Dat zou ook echt weer om een landenregime vragen. In alle eerlijkheid is het opzetten van landenregimesancties niet alleen heel veel werk, maar ook de kans op consensus daarbij is vrijwel nul. Het inzetten op persoons- of entiteitsgerichte sancties is daarin dus veel effectiever, denk ik.
Voordat ik naar mevrouw Dobbe ga, wil ik eerst mevrouw Kröger nog even de gelegenheid geven voor een aanvullende vraag.
Oké, aan wat voor "entiteiten" moet ik dan denken? Ik las "entiteit" als land, maar ... Dit is gewoon een informatieve vraag.
Laat ik het zo zeggen: personen en entiteiten. Entiteiten kunnen zijn: bedrijven, stichtingen, maatschappelijke organisaties, liefdadigheidsdoelen die misschien het uiterlijk van liefdadigheidsdoel hebben maar iets anders doen. Entiteiten, met andere woorden. Het is een beetje een juridische standaardterm bij dit soort sanctieregimes, maar daar valt alles onder wat niet-statelijk en niet-persoonlijk is.
Akkoord. De motie op stuk nr. 12 is oordeel Kamer, met appreciatie. Gaat u voort, minister. O, sorry, er was nog een interruptie van mevrouw Dobbe. Mijn fout.
Mevrouw DobbeSPIk snap dat de minister zegt: maatregelen en sancties tegen personen kondigen we niet van tevoren aan, want dan is het verrassingseffect weg. Maar er zijn bijvoorbeeld een aantal leden van de Israëlische regering gesanctioneerd, ook door de Nederlandse regering — die mogen hier niet meer komen — en daarvan zijn de namen wel gedeeld. Als dat soort sancties worden genomen, wordt dat dan dus wel gedeeld met ons? Zo weten wij ook ... Kijk, ik snap waar deze motie vandaan komt. Ik sta er zelf onder. Er wordt namelijk heel weinig gedaan om de partijen, entiteiten en personen die wel de oorlog in Sudan in stand houden, te sanctioneren en onder druk te zetten; vandaar.
Ik snap het sentiment bij mevrouw Dobbe. Zonder helemaal in het terrein van de minister van Buitenlandse Zaken te willen treden, moet ik wel zeggen dat als ik kijk naar de sanctiepakketten waarin Nederland vooroploopt, Nederland echt wel het maximale doet, ook in dit soort situaties, om hierin stappen te zetten. De werkelijkheid van de Europese Unie is gewoon dat zij zeer afhankelijk is van de standpunten en medewerking van de lidstaten. Het is wel zo — daar hebt u gelijk in — dat op het moment dat deze sancties zijn aangenomen, er enige tijd is voor juridische verwerking en om ervoor te zorgen dat lidstaten dit allemaal gelijktijdig kunnen doen, maar dan wordt dat op een gegeven moment openbaar. Dat is voor uw Kamer ook weer de gelegenheid om te zeggen: we hebben gezien wat u heeft gedaan en dat vinden we goed. Of u zegt dan: u heeft gezegd dat u ermee bezig was, maar bij nader inzien, ziet dit pakket er niet zo uit als we hadden verwacht, dus we verwachten meer. Maar dat is dus nadat alles op een nette manier is verwerkt.
Gaat u voort, minister.
Dat doe ik. De motie op stuk nr. 13 van de heer Ceulemans moet ik ontraden. Ik heb het ook in het debat gezegd: we kunnen niet vooruitlopen op de budgettaire besluitvorming. De begrotingen van '28, '29 en '31 worden in de daaraan voorgaande jaren gemaakt. Daarover zal dan te zijner tijd kabinetsbesluitvorming moeten plaatsvinden. Ik moet 'm hierom ontraden.
De motie op stuk nr. 13: ontraden.
Ja.
De motie op stuk nr. 14 van de heer Ceulemans moet ik het oordeel "ontijdig" geven. Het debat over de ophoging van UNRWA vindt plaats bij de suppletoire begroting in september. Dan heeft uw Kamer ook de gelegenheid om daarover te spreken. Ik kom dan ook graag terug op dit onderwerp, want in alle eerlijkheid: het onderzoek dat u aanhaalt, kennen wij op dit moment niet. Daarom is ze op dit moment ontijdig.
Ik wil dan aan de heer Ceulemans vragen of hij 'm wil aanhouden of toch in stemming wil brengen.
De heer CeulemansJA21We stemmen hier gewoon volgende week dinsdag over, neem ik aan? Kan er dan in ieder geval voor volgende week dinsdag een reactie op het onderzoek komen? Dat is natuurlijk wel een belangrijk onderdeel onder die motie. Ik denk dat dat ook niet per se veel tijd hoeft te vergen.
Nou, dan ga ik toch even iets voorzichtiger zijn. Mijn eigen ervaring met dit soort zaken is dat je die onderzoeken heel zorgvuldig moet wegen, omdat er in het verleden ook onderzoeken zijn geweest die op het eerste gezicht nauwkeurig oogden maar bij nadere inspectie gebaseerd bleken op los zand. En zeker als het gaat om een organisatie die in het verleden vaak kwalijk en misleidend beschuldigd is, dus zeker in dit geval, ga ik niet toezeggen dat we binnen een paar dagen een onderzoek, dat ik nu niet ken en dat mijn ambtenaren ook niet kennen, grondig kunnen screenen. Wat ik wel zeg — dat is een toezegging die dit kabinet in elk debat hierover doet — is dat elke aanwijzing, of het nu gaat over deze organisatie of over andere organisaties, van dat er sprake zou zijn van directe of indirecte steun aan terreur, serieus wordt genomen en wordt doorgelopen. Mocht er inderdaad onafhankelijk bewijs zijn dat het zo is, dan zullen er uiteraard maatregelen worden genomen. Dat is in een motie eerder vastgelegd, maar dat is ook staand kabinetsbeleid. Dus ik kan helaas niet toezeggen wat de heer Ceulemans nu van mij vraagt, ook omdat dit echt zorgvuldigheid vraagt en we dit debat ook in september nog met elkaar voeren.
De heer Ceulemans nog.
De heer CeulemansJA21Nou, los van het feit dat wij het gewoon niet eens worden over UNRWA en dat het weinig zin heeft om dat debat vanavond nog een keer over te doen, denk ik dat ik deze motie op dit moment gewoon beter kan laten staan. Ik kan er ook wel even overleggen. Maar ik vind het natuurlijk wel belangrijk dat er een goede reactie op dat rapport komt. Ik laat 'm vooralsnog staan. Ik kan altijd nog voor dinsdag besluiten om 'm aan te houden.
Akkoord. Het oordeel over de motie op stuk nr. 14: ontijdig.
Daarbij wil ik zeggen dat we, als dit rapport ons bereikt of als we dit weten te achterhalen, wel degelijk een appreciatie zullen maken. En als die appreciatie aanleiding geeft tot actie, dan zal de Kamer ook worden geïnformeerd. Dat zal alleen niet voor deze dinsdag gebeuren; dat wil ik erbij gezegd hebben.
De motie op stuk nr. 15 van de heer Verkuijlen is ook een belangrijke motie, die voortborduurt op de inzet van de heer Verkuijlen van eerder. We geven die oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 15: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 16 over de SER en sectoren. Ik denk dat het goed is voor de heer Verkuijlen om te weten dat ik recent heb gesproken met de voorzitter van de SER, dat we hebben afgesproken dat we hierin samen zullen optrekken en dat we hier ook echt werk van zullen maken. Er zijn denk ik mogelijkheden om nog twee sectoren toe te voegen aan deze mooie IMVO. Ik zal me daar dus van harte voor inzetten. Dat heb ik ook eerder, vorige week, gedaan. Van de zijde van de SER is aangegeven dat dat echt zeer wordt gewaardeerd en dat we dat in goede gezamenlijkheid moeten doen. Die motie krijgt dus van mij oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 16: oordeel Kamer.
Dan de motie op stuk nr. 17. Die ligt iets ingewikkelder, omdat de nota van wijziging heel helder een aantal zaken stelt: één, heel substantiële steun voor het energienetwerk van Oekraïne en daarnaast humanitaire hulp voor het land via maatschappelijke organisaties. Als ik 'm dus zo mag interpreteren dat vanuit de extra Oekraïnemiddelen een groot deel naar de energiesteun gaat, dan krijgt de motie oordeel Kamer. Als ik 'm zo mag interpreteren dat, als er nog additionele noden mochten zijn in de winter, bijvoorbeeld als gevolg van het uitvallen van het energienetwerk — laten we hopen dat dat niet gebeurt — we dan zullen kijken of er uit de overgebleven Oekraïnemiddelen nog een bijdrage nodig is. Ik kan 'm dan ook oordeel Kamer geven. Maar ik ga nu niet middelen vanuit de in de nota van wijziging toegewezen humanitaire middelen verschuiven naar het elektriciteitsnetwerk. Daarvoor is het te belangrijk. Ik hoop dus dat ik 'm zo mag uitleggen; dan krijgt de motie oordeel Kamer.
Dan kijk ik even naar de heer Verkuijlen.
De heer VerkuijlenVVDDaar kan ik mee leven, voorzitter. Dank.
Dan wordt bij dezen de appreciatie oordeel Kamer gegeven.
Dank, ook aan de heer Verkuijlen en de mede-indieners voor de flexibiliteit.
Dan ga ik naar de motie op stuk nr. 18 van de heer Lohman en mevrouw Kröger. Ook die krijgt oordeel Kamer, waarbij ik wel moet zeggen dat ik niet weet in hoeverre ik met het beschikbare geld de bezuinigingen op die organisaties allemaal kan herstellen. Die richting volg ik echter wel en die zal ik ook uitvoeren. Datzelfde geldt voor de initiatieven ter verbetering van de veiligheid van hulpverleners in conflictgebieden. Daar zullen wij ons voor inzetten. Deze motie krijgt dus oordeel Kamer.
Is dat een appreciatie of is het gewoon een oordeel Kamer?
Ik herhaal wat de heer Lohman en zijn collega's mij hierin hebben gevraagd. Het is dus geen appreciatie; het is oordeel Kamer. Daarbij wil ik één kanttekening maken. Als hiermee wordt bedoeld dat we alle bezuinigingen op deze organisaties een-op-een ongedaan kunnen maken, zeg ik: dat is niet mogelijk.
Dan noteren wij 'm als: oordeel Kamer.
Dan de motie op stuk nr. 19 van mevrouw Dobbe over Ghana. Daarover het volgende. Het is niet de eerste keer dat in Ghana een dergelijke wet voorligt. Het Ghanese parlement heeft eerder, net als nu, een wet gemaakt. Die is toen bij de president terecht gekomen. Dankzij zeer zware druk achter de schermen is die toen door de president van tafel gehaald. Ik snap dat mevrouw Dobbe en haar collega's vragen om dat publiekelijk te doen. Onze appreciatie — we hebben ook echt nog even gebeld met onze ambassadeur in Ghana zelf — is dat we het in eerste instantie echt langs die lijn moeten proberen te blijven doen. Daarbij wil ik ook meteen zeggen dat er volgens mij vandaag of gisteren — pin me alstublieft niet vast op de dag — ook nog vanuit de Europese Unie op hoog niveau een demarche is geweest bij de Ghanese minister van Buitenlandse Zaken om dit te doen. Als ik 'm dus zo mag lezen dat we met de meest effectieve methode, namelijk zoals die in het verleden ook is geweest, dit aan de kaak stellen … Als het echt niet lijkt te lukken, dus als wat in het verleden succesvol bleek niet lijkt te lukken, en we dán publiek gaan, dan kan ik 'm oordeel Kamer geven. Maar als u zegt dat het nú per se publiekelijk moet, dan vrees ik dat dat contraproductief werkt en dat we niet bereiken wat we willen. Dat is onze inschatting. Ik hoop dat u die kan volgen.
De vraag is of mevrouw Dobbe akkoord gaat met de tweetrapsraket dat het eerst via de achterkant wordt geprobeerd en eventueel pas later publiekelijk.
Mevrouw DobbeSPJa, ik denk het wel, maar ik zou het dan wel graag willen monitoren. Wij hebben hierbij nogal een verleden, in ieder geval met het vorige kabinet, maar volgens mij ook met het kabinet daarvoor. Er werd veel geladen op stille diplomatie en zo. Uiteindelijk kwam daar dan niet zo veel uit. Dat zou ik dus willen voorkomen.
Dat snap ik. Misschien nogmaals, als bijvoorbeeld blijkt dat die demarche vandaag is geweest … Oké, behaalde resultaten in het verleden bieden misschien geen garantie voor de toekomst, ook in dit geval niet, maar dit heeft in het verleden gewerkt en we hopen dat het weer kan werken. Mocht dat niet zo zijn, dan gaat u publiekelijk iets zien en dat zal u dan niet ontgaan, zeg ik tegen mevrouw Dobbe.
Met die toevoeging gaat mevrouw Dobbe volgens mij akkoord en krijgt de motie op stuk nr. 19 oordeel Kamer.
Dan komen we bij de motie op stuk nr. 20 van mevrouw Dobbe. Die moet ik ontraden. Ik snap deze motie, maar in het coalitieakkoord is ervoor gekozen om de Oekraïnebijdrage, zowel militair als niet-militair, op te vangen in de reguliere begrotingen. Daarbij komt dat op dit moment deze motie niet gedekt is en die 419 miljoen niet ergens anders gehaald kan worden, dus die moet ik ontraden.
De motie op stuk nr. 20: ontraden. Mevrouw Dobbe, dit is uw laatste interruptie. Gaat uw gang.
Mevrouw DobbeSPDit is dan meer een interruptie en oproep richting de Kamer, want wij vragen de minister natuurlijk om een voorstel te doen. Dat voorstel kunnen we dan beoordelen, maar dat betekent wel dat dit geld niet naar de allerarmsten kan. Los van wat je vindt van steun aan Oekraïne, ook niet-militaire steun, kan dat geld dan niet naar landen als bijvoorbeeld Sudan en Congo. Ik wil de rest van de Kamer dus meegeven dat wij het onverstandig en jammer vinden als dit uit het ontwikkelingssamenwerkingsbudget van de BHO-begroting wordt gedekt.
Staat genoteerd. De motie op stuk nr. 20 blijft de appreciatie "ontraden" houden.
Dank u. Dan ben ik gekomen bij de motie op stuk nr. 21, van mevrouw Dobbe. Die geef ik oordeel Kamer. In de kabinetsreactie op het AIV-advies over de bescherming van de hulpverleners hebben wij ook toegezegd om de Human Rights Inquiries Branch van de OHCHR te versterken met 2,5 miljoen, ook voor de versterking van dit soort monitoringscapaciteit. Die motie geef ik dus oordeel Kamer.
Ik kom bij de amendementen.
De motie op stuk nr. 21: oordeel Kamer.
Dan gaan we naar de amendementen. Gaat uw gang.
Ik vrees dat ik voor de indieners van de amendementen helaas minder goed nieuws heb. Het amendement op stuk nr. 4, van mevrouw Dobbe, moet ik ontraden. Het goede nieuws bij het slechte nieuws is dat dat komt omdat de interpretatie van begrotingsmutaties op artikel 3.2 op een misverstand berust. De door de indiener genoemde 7,75 miljoen betreft een verschuiving binnen het thema van vrouwenrechten, en geen verlaging van het budget. Het budget voor artikel 3.2, waar mevrouw Dobbe het over heeft, wordt bij de eerste suppletoire begroting juist verhoogd met 5 miljoen euro in 2026 en in 2027. Om die reden ontraadt het kabinet dit amendement.
Het amendement op stuk nr. 4 wordt ontraden.
Dan ga ik naar het amendement op stuk nr. 5, van mevrouw Dobbe. Ik snap het amendement goed, maar het is te specifiek. Ik heb over de motie van, uit mijn hoofd, de heer Lohman gezegd dat we daar in brede zin naar kijken. Dit betreft slechts één organisatie. Belangrijker is dat de voorgestelde dekking uit artikel 5.4 niet mogelijk is. Dat artikel is volledig bezet. Die twee redenen — ik heb dus niet een, maar twee redenen — brengen mij tot het ontraden van dit amendement.
Het amendement op stuk nr. 5 wordt ontraden.
Dan ga ik naar het amendement op stuk nr. 6. Dat moet ik ook ontraden. Dit jaar zijn er geen middelen op de buffer, dus er is ook geen dekking. Ik zet een deel van de extra middelen die beschikbaar komen door de lagere asielraming, in voor de extra bijdrage aan onderzoek en monitoring, ook, zoals ik net heb gezegd, in reactie op haar motie. Op die manier kom ik wel aan haar wensen tegemoet, maar dat vind ik voldoende. Ik ga daar niet iets bovenop doen en daar is ook geen dekking voor.
Ik ben aan het einde gekomen van de appreciaties van de amendementen.
Dat betekent dus dat ook het amendement op stuk nr. 6 wordt ontraden. U heeft dat niet uitgesproken.
Dat klopt inderdaad. Dat is een correcte interpretatie.
Volgens mij wilde u nog een slotwoord houden.
Misschien heel kort. Ik dank de Kamer uiteraard voor het constructieve debat. Ik denk ook dat het fijn is dat het debat is gegaan over de mensen voor wie dit nu keihard nodig is. Dat zijn de mensen in enorme crisisgebieden. Overigens zitten daar ook Nederlanders bij. Voor hen is het ook keihard nodig. Ik dank de Kamerleden ook voor het brede draagvlak voor wat hier vandaag voorligt. Nou, uiteraard komt dat draagvlak niet van iedereen, maar ik zal niemands positie ondergraven. Het is wellicht niet perfect en het zal voor niemand perfect zijn, maar het is wel echt essentieel dat we dit nu doen en dat we dit met gezwinde spoed doen. Dank voor het debat en dank voor de steun.
Dank aan de minister. De heer Ceder heeft nog een interruptie.
De heer CederChristenUnieIk had om twee toezeggingen gevraagd. Volgens mij heb ik er één gehad. Die ging over het geld in de lokale context. Die andere ging over de diversificatie, namelijk dat als we die middelen inzetten, we dan ook terugkoppeling krijgen over of die op een manier besteed zijn die bijdraagt aan diversificatie. Ik heb gevraagd of ik daar een toezegging op kan krijgen.
Ik meen dat te hebben gezegd, maar daar komen we absoluut bij de begroting op terug.
Die had ik inderdaad. Ik ga proberen zo meteen de toezeggingen voor te lezen. Eerst ga ik het hebben over de stemmingen. Aanstaande dinsdag wordt er gestemd over de moties. De amendementen en de suppletoire begroting komen op dinsdag 23 juni in stemming.
Wij hebben twee toezeggingen genoteerd. Ik ga proberen ze voor te lezen.
De Kamer wordt bij de reguliere begroting geïnformeerd over de besteding van de extra middelen voor noodhulp. Dit gaat ook over de vraag via welk maatschappelijk middenveld dit gebeurt.
Dat gaat dan via de begroting.
De bevindingen van het onderzoek naar misstanden en geweld tegen hulpverleners komen, zodra ze definitief zijn en het openbaar kan, naar de Kamer. Als het niet kan, dan deelt de minister dat dit niet kan.
Als ik daarmee geen vragen meer zie van de kant van de Kamer, dan wil ik u allen hartelijk danken voor het constructieve debat. Minister en ondersteuning, dank voor alle antwoorden en de appreciaties. Ik wens u allemaal een veilige thuisreis.
Sluiting 19.58 uur.
