Inhoud
Geachte Voorzitter,
Tijdens het plenaire debat over de Wijziging van de Kernenergiewet ten behoeve van bedrijfsduurverlenging van kerncentrale Borssele (36847) is door de voorzitter besloten om het debat te beperken tot de inbreng van de zijde van de Kamer in eerste termijn. Bijgevoegd vindt u een deel van de vragen schriftelijk beantwoord. Het overige deel zal mondeling worden beantwoord tijdens de voortzetting van het debat.
In deze brief komen de volgende onderwerpen aan bod: bedrijfsduurverlenging, EPZ, vergunningverlening door ANVS en overige vragen.
Hoogachtend,
Jo-Annes de Bat
Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei
Beantwoording vragen
Blok 1: Bedrijfsduurverlenging
De leden Van Oosterhout (GL-PvdA), Flach (SGP) en Kops (PVV) hebben gevraagd of er een kosten/batenanalyse is gemaakt over de bedrijfsduurverlenging en of deze vergeleken is met zon/wind/opslag en wat de waardering vanuit kostenperspectief voor bedrijfsduurverlenging ten opzichte van de nieuw te bouwen centrales is. Een dergelijke kostenvergelijking vergelijkt verschillende dingen met elkaar, want de huidige kerncentrale is al gebouwd en gefinancierd, terwijl nieuwe centrales nog moeten worden gebouwd. Dit geldt ook voor een vergelijking van investeringen en kosten voor bedrijfsduurverlenging ten opzichte van investeringen in nieuwe wind of zon projecten en voor de benodigde infrastructuur om het aan te sluiten. Inhoudelijk kan ik wel zeggen dat het kostenefficiënt is om een al gebouwde en gefinancierde centrale langer operationeel te houden. De details hiervan, inclusief de exacte kosten, zullen uit de haalbaarheidsstudies moeten blijken.
De leden Van Oosterhout (GL-PvdA) en Vermeer (BBB) hebben gevraagd of de Kamer geïnformeerd kan worden wanneer nieuwe informatie over de ophoging van de kosten van de subsidie voor de haalbaarheidsstudies beschikbaar is en wat dit betekent voor de energierekening van mensen en bedrijven. EPZ heeft duidelijk in beeld welke onderzoeken moeten worden uitgevoerd. Op dit moment wordt bepaald welk deel van de kostenstijging in aanmerking kan komen voor subsidie. Daarnaast wordt de ophoging van de subsidie weer voorgelegd aan de Europese Commissie ter goedkeuring op staatssteunaspecten.. De ophoging wordt bekostigd uit het Klimaatfonds. Deze kosten slaan dus niet direct neer op de energierekening van mensen en bedrijven. Zodra er breed gezien meer informatie is, bijvoorbeeld duidelijkheid over welk deel van de kosten voor subsidie in aanmerking komt, zeg ik toe dat ik uw Kamer hierover tijdig informeer.
De leden Flach (SGP) en Van Oosterhout (GL-PvdA) hebben gevraagd wat de laatste inzichten zijn van de kosten van de ontmanteling en de berging van het kernafval, mede gelet op de eventuele overname. Nucleaire vergunningshouders zijn verplicht om een actueel ontmantelingsplan en financiële zekerheid te hebben. Dat verandert niet door de bedrijfsduurverlenging. Beiden worden iedere 5 jaar geactualiseerd en beoordeeld. De ANVS keurt het ontmantelingsplan goed en de ministers van IenW en Financiën de financiële zekerheid. Een nieuwe aanvraag wordt verwacht in 2027. De opslag van radioactief afval vindt plaats bij Centrale Organisatie voor Radioactief Afval (COVRA). Bedrijven die het radioactief afval produceren betalen tarieven voor opslag en beheer van radioactief afval bij COVRA.
Wat betreft de eindberging werkt het ministerie van IenW momenteel aan het actieprogramma eindberging radioactief afval. Financiering is daarvan een onderdeel. Zie over de voortgang hiervan de voortgangsbrieven over nucleaire veiligheid en stralingsbescherming die aan uw Kamer worden gestuurd. In het kader van de eventuele overname heb ik een technisch adviseur ingehuurd om te onderzoeken of de verwachte ontmantelingskosten goed zijn ingeschat. De uitkomsten hiervan worden meegenomen in de gesprekken over de overname.
Het lid Van Oosterhout (GL-PvdA) heeft gevraagd welke voorwaarden uit de Borselse Voorwaarden voor bedrijfsduurverlenging gehonoreerd zullen worden. Mijn voorganger heeft een eerste reactie gegeven op de Borselse en Zeeuwse voorwaarden. Er zijn geen voorwaarden die expliciet zien op de bedrijfsduurverlenging van de kerncentrale Borssele. Er wordt momenteel met de Zeeuwse medeoverheden toegewerkt naar een voorlopig Rijk-Regiopakket bij het ontwerp locatiebesluit van de nieuwbouw van de kerncentrales, indien deze in Zeeland zouden komen. Dit is één pakket voor meerdere projecten en ontwikkelingen. Parallel hieraan wordt met de Zeeuwse overheden vanuit hun rol als aandeelhouder van EPZ het gesprek gevoerd over het borgen van de publieke belangen die nu liggen besloten in het aandeelhouderschap van de Zeeuwse overheden in EPZ.
De leden Klos (D66) en Van den Berg (JA21) vroegen hoe het staat met de afhankelijkheid van Rusland in de nucleaire brandstofketen. Voor het opwekken van elektriciteit is EPZ niet afhankelijk van nucleaire brandstof uit Rusland. De indirecte afhankelijkheid bestaat alleen in het hergebruiken van het uranium. Het kabinet is in gesprek met partijen actief in de nucleaire brandstofcyclus om te bezien of er een mogelijke alternatieve oplossing is voor de Rusland route. Dit vergt tijd. Mocht er geen alternatief komen, dan zal het kabinet een weging moeten maken tussen het belang van hergebruik en deze afhankelijkheid. Er zal duidelijkheid moeten zijn over het beschikbaar zijn van een alternatief voordat een investeringsbeslissing wordt genomen door EPZ en haar aandeelhouders over bedrijfsduurverlenging, dit besluit is voorzien in 2029.
Het lid Van den Berg (JA21) vroeg hoe juridische procedures parallel kunnen lopen. De onderzoeken (technisch en naar milieu) vinden zoveel mogelijk parallel plaats. EPZ is reeds het vooroverleg met de ANVS gestart, parallel aan het technisch onderzoek dat nu door EPZ wordt uitgevoerd. Na de wetswijziging zal EPZ het milieueffectrapport fase 2 opstellen voor de vergunningsaanvraag en na afronding van de haalbaarheidsstudies kan EPZ vervolgens de formele vergunningsaanvraag indienen bij de ANVS.
Het lid Jumelet (CDA) en het lid Vermeer (BBB) vroegen hoe geborgd wordt dat de centrale ook in de toekomst aan alle veiligheidseisen kan blijven voldoen. EPZ zal bij de ANVS een vergunning voor bedrijfsduurverlenging moeten aanvragen. De ANVS beoordeelt vervolgens of de kerncentrale ook na 2033 aan alle veiligheidseisen kan blijven voldoen. Tevens houdt de ANVS toezicht hierop en worden regelmatig internationale reviews uitgevoerd om na te gaan of de kerncentrale aan alle eisen blijft voldoen. EPZ is verplicht de nucleaire veiligheid van de kerncentrale continue te blijven verbeteren.
Het lid Kops (PVV) vroeg wanneer er een vergunningsaanvraag verwacht wordt en wanneer de wet in werking treedt. Het lid Flach (SGP) vroeg hoe de verschillende rollen van het Rijk inzake besluitvorming bedrijfsduurverlenging zich tot elkaar verhouden. Het lid Jumelet (CDA) vroeg wanneer het kabinet duidelijkheid verwacht over de investeringen die nodig zijn om de kerncentrale langer open te houden. Het lid Van Oosterhout (GL-PvdA) vroeg daarnaast of het Rijk de financiële verantwoordelijkheid van de investeringen voor de bedrijfsduurverlenging op zich neemt. Het lid Vermeer (BBB) vroeg waarom ervoor gekozen is de inhoudelijke afweging over veiligheid en kosten na deze wetswijziging plaats te laten vinden. Het lid Klos (D66) vroeg welke investeringen nodig zijn om de centrale na 2033 veilig open te houden, wat dat betekent voor de kostprijs van de elektriciteitsproductie en of er uiteindelijk publieke steun nodig zal zijn en of ik in dat geval bereid ben de Tweede Kamer te betrekken bij de besluitvorming en daarbij de mogelijke overschrijdingen in kaart te brengen zodat mensen een realistische verwachting hebben van de besteding van het geld dat we samen opbrengen.
Zonder deze wetwijziging kan EPZ geen vergunning aanvragen. Daarom is ervoor gekozen om eerst de wetswijziging in gang te zetten, omdat anders het traject voor bedrijfsduurverlenging niet verder kan. Indien de behandeling van de wet voorspoedig verloopt is inwerkingtreding op 1 januari 2027 mogelijk. Eerder dan die datum is het indienen van een vergunningsaanvraag niet mogelijk. EPZ heeft aangegeven de vergunning in 2027 aan te willen vragen. EPZ voert op dit moment haalbaarheidsstudies uit naar bedrijfsduurverlenging. Uit deze studies zal onder andere moeten blijken welke investeringen nodig zijn om de KCB na 2033 open te houden. Deze onderzoeken zullen grotendeels afgerond moeten zijn op het moment dat EPZ een vergunningsaanvraag indient bij de ANVS. De beoordeling van de nucleaire veiligheid van de kerncentrale en of de kerncentrale ook na 2033 aan alle geldende veiligheidseisen kan blijven voldoen, ligt bij de ANVS. Bedrijfsduurverlenging kan alleen doorgaan als deze beoordeling positief is. Het is vervolgens aan de aandeelhouders om te bepalen of bedrijfsduurverlenging ook bedrijfseconomisch mogelijk is. De investeringsbeslissing wordt voorzien in 2029. Indien de investeringsbeslissing voor bedrijfsduurverlenging tot gevolg heeft dat daarvoor middelen vanuit het Rijk nodig zijn, dan kan de Tweede Kamer zich daar op dat moment via het budgetrecht over uitspreken.
Het lid Flach (SGP)vroeg of het klopt dat de seinen voor bedrijfsduurverlenging technisch gezien op groen staan en er geen grote verrassingen te verwachten zijn. EPZ heeft aangeven dat de eerste resultaten van de technische haalbaarheidsstudies geen showstoppers laten zien.
Het lid Flach (SGP) vroeg op welke wijze de bedrijfsduurverlenging kan bijdragen aan het uitbouwen van het nucleaire kenniscluster. De huidige kerncentrale in Borssele is een belangrijk onderdeel van het nucleaire ecosysteem. Door de bedrijfsduurverlenging van de huidige kerncentrale blijft de kennis die wordt opgedaan bij de exploitatie van de centrale beschikbaar. Die kennis kan worden gebruikt voor het opleiden en trainen van nieuw personeel via o.a. stages (ook met het oog op de nieuw te bouwen centrales) wat bijdraagt aan kennisoverdracht. Ook kan specifiek nieuwe kennis op worden gedaan over bedrijfsduurverlenging wat weer bijdraagt aan de versterking van het nucleaire kenniscluster.
Het lid Vermeer (BBB) vroeg hoe wordt geborgd dat de tweede fase van de mer leidend is in de uiteindelijke besluitvorming. Er is in deze fase een project-MER fase 1 ten behoeve van de wetswijziging opgesteld. Hieruit blijken op voorhand geen belemmeringen vanuit milieu, maar wel aandachtspunten voor de volgende fase (vergunningverlening). De milieueffecten kunnen pas helemaal in kaart worden gebracht in de vergunningsfase en dan neemt de ANVS een besluit over de vergunning: hierin wordt breed aan de nucleaire en milieukundige vereisten getoetst aan de hand van een gedetailleerder project-MER fase 2. Dit besluit van de ANVS over de vergunning is leidend om de bedrijfsduur te kunnen verlengen.
Blok 2: EPZ
De leden Jumelet (CDA), Van Oosterhout (GL-PvdA), Müller (VVD), Kops (PVV) en Flach (SGP) hebben om meer duidelijkheid omtrent de onderhandelingen met de aandeelhouders van EPZ gevraagd. Ik kan u meedelen dat de onderhandelingen voorspoedig verlopen. Na het uitgebrachte, niet-bindende, bod is een boekenonderzoek uitgevoerd. Op dit moment wordt toegewerkt naar een onderhandelaarsakkoord. Ik hoop rond de zomer tot een onderhandelaarsakkoord te kunnen komen, maar daarvoor ben ik natuurlijk ook afhankelijk van de snelheid van anderen. Ik zal in dat geval het akkoord na het zomerreces en voordat de aandelen worden overdragen ter kennis brengen van beide Kamers middels de voorhangprocedure als bedoeld in artikel 4.7 Comptabiliteitswet.
Het antwoord op de vraag van de leden Van den Berg (JA21), Flach (SGP) en Vermeer (BBB) over de stand van zaken rond het convenant: mochten de onderhandelingen deze zomer worden afgerond dan zal ik met de andere partijen van het convenant bezien of aanpassing of beëindiging van het convenant nodig is. Mochten de onderhandelingen uiteindelijk niet slagen verwacht ik dat de kans klein is dat in de kerncentrale Borssele na 2033 nog kernenergie zal worden vrijgemaakt. De huidige publieke aandeelhouders hebben namelijk aangegeven niet te willen bijdragen aan de voorbereidingskosten en hebben de wens uitgesproken om de aandelen te verkopen. EPZ staat als exploitant positief tegenover bedrijfsduurverlenging en voert nu studies uit om de technische bereikbaarheid te testen. Hiermee ben ik ook ingegaan op de vraag van het lid Kops (PVV) wat betreft de toekomst van de kerncentrale.
Blok 3: Vergunningverlening door ANVS
De leden Müller (VVD) en Van den Berg (JA21) vroegen of er op dit moment voldoende capaciteit en specifieke expertise is bij de ANVS. De ANVS heeft vanwege de nucleaire ambities van afgelopen kabinetten extra middelen gekregen voor uitbreiding van haar capaciteit en opleiding van nieuwe medewerkers. Op basis van de Kernenergiewet moet de minister van IenW voldoende middelen aan de ANVS ter beschikking stellen voor de uitvoering van haar taken. Daarmee wordt capaciteit bij de ANVS geborgd.
Daarnaast vroeg het lid Müller (VVD) of ik bereid ben om in te zetten op de standaardisatie van vergunningsvragen en beoordelingskaders, om zo voorspelbare trajecten te borgen. De ANVS beoordeelt de veiligheid zorgvuldig en bewaakt op deze manier de nucleaire veiligheid in Nederland. De ANVS werkt intensief samen met buitenlandse regulators om ook daar zoveel mogelijk harmonisatie en samenwerking te realiseren. Zo wordt met de herziene handreiking Veilig Ontwerp en Bedrijfsvoering Kerninstallaties (VOBK) aangesloten bij internationale standaarden. Beoogd is de in het VOBK opgenomen onderdelen in een verordening van de ANVS op te nemen.
Blok 4: Overig
Het lid Van Duijvenvoorde (FVD) vroeg naar aanleiding van de voorjaarsnota welke onderdelen van de nucleaire agenda dreigen te vertragen of af te vallen als daar geen aanvullende middelen voor worden toegekend. Daarnaast vroeg het lid van Duijvenvoorde of ik gesmolten-zout-reactoren en andere advanced modular reactors als een strategische kans voor Nederland zie om een leidende rol te pakken in de nucleaire keten. En zo ja welke concrete stappen er worden gezet om te voorkomen dat deze kennis en bedrijven naar het buitenland verdwijnen.
Het kabinet zet zich al vele jaren in om nucleaire innovatie te stimuleren, waaronder ook voor kerncentrales die zich richten op het gebruik van gesmolten zout. In Nederland hebben we het bedrijf Thorizon dat aan innovaties werkt om o.a. Thorium als brandstof in kernreactoren te kunnen gebruiken.
Voor deze innovatieve technologie is voornamelijk de verkenning van de IPCEI (Important Project of Common European Interest) ter ondersteuning van innovatieve kernenergietechnologieën van belang. Deze route kan de ruimte voor ondersteuning bieden, omdat projecten die aangemerkt worden als IPCEI binnen het ruime IPCEI-staatssteunkader van de Europese Commissie vallen. Wanneer de Europese Commissie instemt met projectvoorstellen die onder een IPCEI vallen, dan mag er, overeenkomstig het IPCEI-kader, meer steun gegeven worden dan binnen andere staatssteunkaders mogelijk is. Het IPCEI-instrument geeft een grote impuls aan het Nederlandse innovatiepotentieel en het trekt additionele private investeringen aan in de nucleaire sector. Ik heb eerder aangegeven dat ik de mogelijkheden om deel te nemen aan een IPCEI voor kernenergie onderzoek. Met Prinsjesdag kan het kabinet hier meer zeggen over de financiering van een IPCEI, 2 juli is hiervoor te vroeg.
In beantwoording op de vraag van het lid Van den Berg (JA21) welke gevolgen het heeft als middelen voor onderzoek naar berging van kernafval worden uitgegeven aan een treinabonnement. De gevolgen voor overheveling worden momenteel nog in kaart gebracht. De middelen voor het treinabonnement zijn voorzien uit het mobiliteitsfonds en klimaat- en energiefonds.
