Vragen en antwoorden
6 vragen
1
Vraag
Bent u bekend met het bericht «Rotterdam voelt ook als een bezet gebied»?[1]
Antwoord
Ja.
Ik heb er begrip voor dat het conflict in Gaza emoties losmaakt onder jongeren die zich het lot van de Palestijnse bevolking aantrekken, maar ik vind dat we het conflict in Gaza niet moeten importeren naar Nederland. Ik vind de situatie van de bewoners van Gaza en de Marokkaans-Nederlandse jongeren in Nederland ook onvergelijkbaar, want deze jongeren leven immers niet in een situatie van gewapend conflict.
2
Vraag
Deelt u de mening dat het bespottelijk is dat de Rotterdamse welzijnswerker M. Tachi stelt dat de door Marokkaanse jongeren veroorzaakte rellen zijn veroorzaakt door het feit dat deze jongeren zich verwant voelen met de Palestijnen in de Gazastrook omdat zij zich net als deze Palestijnen gediscrimineerd voelen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Zie antwoord vraag 1.
Zie antwoord op vraag 1
3
Vraag
Deelt u tevens de mening dat het bedreigen en molesteren van omstanders, het verbranden van Israëlische vlaggen en het schreeuwen van racistische en antisemitische leuzes op geen enkele wijze valt goed te praten, en al helemaal niet met het flauwekulargument van genoemde welzijnswerker dat zeventig procent van de Marokkanen zich gediscrimineerd voelt door de politie? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Ja. Het tijdens de demonstratie vertoonde wangedrag valt niet goed te praten.
4
Vraag
Kunt u begrip opbrengen voor de inwoners van Rotterdam die juist het gevoel hebben in bezet gebied te wonen wegens de grootschalige en niet aflatende straatterreur van Marokkaanse straatterroristen die het dagelijks leven in deze stad grondig verzieken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Ik heb er begrip voor dat de overlast, vernielingen en intimidatie door groepen Marokkaans-Nederlandse jongeren onbegrip en onvrede wekken bij burgers. Samen met de gemeenten zet ik mij daarom in voor een aanpak die deze jongeren grenzen stelt én perspectief biedt. Overigens wil ik de term terroristen reserveren voor mensen die zich in georganiseerd verband met gebruikmaking van grof geweld richten tegen de Nederlandse staat en de Nederlandse burger.
5
Vraag
Hoe verhouden de uitspraken van de welzijnswerker de heer Tachi zich met de veroordeling van het wangedrag van Marokkaanse relschoppers door de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb?
Antwoord
De ongeregeldheden tijdens de demonstratie en de uitlatingen van de heer Tachi zijn afzonderlijk behandeld en afgedaan door de gemeenteraad van Rotterdam in de actualiteitenraad van 15 januari 2009.[1] Tijdens dit debat heeft burgemeester Aboutaleb aangegeven dat hij de situatie van Marokkaans-Nederlandse jongeren in Rotterdam uiterst serieus neemt, maar dat hij het gevaarlijk, kwalijk en volstrekt misplaatst vindt om jongeren in Gaza te vergelijken met jongeren in Rotterdam. De burgemeester heeft de heer Tachi hier in een persoonlijk gesprek op aangesproken.
6
Vraag
Is de betreffende welzijnswerker in dienst van de gemeente Rotterdam, dan wel van een instelling die met overheidsgeld wordt gefinancierd? Zo ja, bent u bereid te bevorderen dat deze persoon onmiddellijk uit zijn functie wordt gezet? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
De heer Tachi is niet in dienst van de gemeente Rotterdam noch in dienst bij een instelling die met overheidsgeld wordt gefinacieerd.
