Vragen en antwoorden
13 vragen
1
Vraag
Bent u bekend met het bericht dat in de afgelopen tien dagen drie synagogen in Nederland doelwit zijn geworden van vernieling of pogingen tot brandstichting?[1]
Antwoord
Uit het ambtsbericht van het College van Procureurs-Generaal blijkt het volgende. In Haaksbergen zijn twee ruiten van een synagoge vernield. In Arnhem is brand gesticht bij een synagoge, waardoor een afvalcontainer is uitgebrand, er brandschade is ontstaan aan een deur van de synagoge en roetschade aan de gevel. In Amsterdam is een molotovcocktail gegooid tegen de voordeur van een veilinghuis, tevens een voormalige synagoge, waardoor roetschade is ontstaan. Door de lokale politie is in verband met alle drie de incidenten een opsporingsonderzoek ingesteld. Uit deze onderzoeken zijn echter tot op heden geen verdachten naar voren gekomen.
2
Vraag
Zijn de daders van de vernielingen dan wel pogingen tot brandstichting bij bovenstaande synagogen opgespoord? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Zie antwoord vraag 1.
Zie antwoord op vraag 1
3
Vraag
Zijn er behalve de synagogen in Haaksbergen, Arnhem en Amsterdam bij u nog andere recente gevallen bekend waarin Joodse gebouwen, organisaties of personen doelwit zijn geworden van geweld? Zo ja, waar vond dit plaats en hoe is in deze gevallen gereageerd door politie en justitie?
Antwoord
Uit de ambtsberichten van het College van Procureurs-Generaal en de korpsbeheerders Brabant-Noord, Amsterdam-Amstelland en Utrecht blijkt het volgende. Van een synagoge te Oss, die niet meer als zodanig in gebruik is, is in januari 2009 twee keer een aantal ruiten ingegooid. Hier konden geen personen als verdachten worden aangemerkt. Een getuigenoproep van de politie in het Brabants Dagblad heeft geen aanvullende informatie opgeleverd.
In Amsterdam heeft een vernieling plaatsgevonden gericht tegen het Israëlisch Nationaal Verkeersbureau. In Amstelveen is een Joodse instelling voor geestelijke gezondheidszorg getroffen door twee kogels. Het strafrechtelijk onderzoek naar deze twee incidenten loopt nog. Voor meer informatie over het incident in Amstelveen verwijs ik u naar het antwoord op de vragen 2 en 3 van de leden De Roon en Wilders over de beschieting van een Joodse instelling (nummer 2080912150).
Op de Vakantiebeurs in Utrecht is een discusssie ontstaan tussen een man die pamfletten verspreidde voor de Israëlische stand en de directeur van het Israëlisch Verkeersbureau. De man is aangehouden door de politie, maar later weer heengezonden omdat er onvoldoende aanwijzingen waren voor bedreiging. Naar aanleiding van berichten in de media over bedreigingen aan het adres van het Verkeersbureau heeft de politie meerdere keren contact gezocht met de directeur, maar van bedreiging bleek geen sprake te zijn geweest.
4
Vraag
Kunt u uiteenzetten welke maatregelen er zijn genomen ter bescherming van Joodse gebouwen naar aanleiding van de incidenten van de laatste tijd? Worden er ook beschermende maatregelen genomen ten aanzien van personen of organisaties?
Antwoord
In de afgelopen periode heeft er in zowel het binnen- als het buitenland een groot aantal demonstraties plaatsgevonden naar aanleiding van de ontwikkelingen in de Gazastrook. In enkele gevallen leidde dit tot ongeregeldheden.
Daarom heb ik, samen met mijn ambtgenote van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), eind december 2008 reeds aan de twee meest betrokken regiokorpsen extra aandacht gevraagd voor de Joodse en Israëlische objecten. De suggestie dat pas na de incidenten actie is ondernomen is niet juist. Slechts één van de in de antwoorden op vragen 2 en 3 beschreven incidenten heeft plaatsgevonden vóór de verzending van deze brief. In navolging op de brief van eind december heb ik, samen met mijn collega van BZK, begin januari 2009, na de start van het Israëlisch grondoffensief in de Gazastrook, bij alle gemeentes en politieregio's aandacht gevraagd voor de bescherming van Joodse en Israëlische objecten.
Het treffen van aanvullende beveiligingsmaatregelen vindt plaats onder verantwoordelijkheid van het lokaal bevoegd gezag. Daar vindt regelmatig een afweging plaats welk niveau van maatregelen passend is. Voorbeelden van getroffen maatregelen zijn onder andere extra surveillance, het dagelijks bespreken van de situatie in de briefing, het preventief afsluiten van de toegangswegen naar een synagoge in verband met een pro-Palestijnse demonstratie en het ophangen van camera's. Indien daartoe aanleiding zou bestaan, kunnen de genomen maatregelen per direct worden uitgebreid. Dat geldt uiteraard ook voor het nemen van beschermende maatregelen ten aanzien van personen of organisaties. Verder vindt er, zowel op lokaal als landelijk niveau, regelmatig overleg plaats met vertegenwoordigers van de Joodse Gemeenschap.
Bij incidenten zoals beschreven in de beantwoording op de vragen 2 en 3 vindt feitenonderzoek plaats, dat bij voldoende aanwijzingen kan leiden tot opsporing van de dader(s). Het opsporings- en vervolgingsbeleid wordt verder beschreven in het antwoord op vraag 3 van het lid Van der Staaij (SGP) over een sterke toename van antisemitische incidenten (nummer 2080912200).
5
Vraag
Waarom zijn politie en justitie pas in actie gekomen tegen het groeiende aantal antisemitische incidenten nadat er vernielingen bij synagogen zijn aangericht?
Antwoord
Zie antwoord vraag 4.
Zie antwoord op vraag 4
6
Vraag
Wat gaat u doen om de terechte angst die is ontstaan onder de Joodse gemeenschap in Nederland weg te nemen?
Antwoord
Zie antwoord vraag 4.
Zie antwoord op vraag 4
7
Vraag
Kent u de berichtgeving over de beschieting van het Sinai Centrum (Joodse instelling voor geestelijke gezondheidszorg te Amsterdam)?[2]
Antwoord
Ja.
8
Vraag
Hoe heeft deze beschieting kunnen plaatsvinden, terwijl joodse gebouwen extra worden beveiligd?
Antwoord
Uit de ambtsberichten van het College van procureurs-generaal en de korpsbeheerder Amsterdam-Amstelland blijkt het volgende. Op dinsdagochtend 3 februari 2009 is melding gemaakt van een mogelijke beschieting van een ruit van het Sinaï Centrum, vestiging Amstelveen. Het is bevestigd dat het pand is getroffen door twee kogels. Op dit moment vindt forensisch en tactisch onderzoek plaats. De mogelijkheid dat de motieven een discriminatoire achtergrond hebben is aanleiding geweest het opsporingsonderzoek in omvang uit te breiden en daaraan prioriteit toe te kennen. Er zijn echter geen aanwijzingen gevonden voor discriminatoire, terroristische of andere motieven. Ook is op dit moment niet vast te stellen wanneer de beschieting heeft plaatsgevonden. Omdat niet bekend is wanneer de beschieting heeft plaatsgevonden was ook niet bekend of het Sinaï Centrum op het moment van de beschieting extra was beveiligd.
9
Vraag
Zijn er aanwijzingen dat er sprake is van een terroristische aanslag?
Antwoord
Zie antwoord vraag 8.
Zie antwoord op vraag 8
10
Vraag
Ziet u in deze beschieting aanleiding om de beveiliging van joodse gebouwen in ons land te verzwaren? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Zoals aangegeven in de beantwoording van vragen 4, 5 en 6 van de leden Wilders en Brinkman (PVV) over de recente golf van incidenten jegens synagogen (nummer 2080910360) zijn de ontwikkelingen in de Gazastrook eind 2008 en de demonstraties die in het binnen- en buitenland de afgelopen periode hebben plaatsgevonden aanleiding geweest om extra alert te zijn op de bewaking en beveiliging van Joodse en Israëlische personen en objecten in Nederland. Onder de bevoegdheid van het lokale gezag zijn voor geselecteerde Joodse gebouwen en instellingen extra beveiligingsmaatregelen getroffen. Het lokaal bevoegd gezag overweegt op periodieke basis welk niveau van beveiligingsmaatregelen passend is.
11
Vraag
Hebt u kennisgenomen van het bericht over de beschieting van het Sinaïcentrum in Amstelveen?[3]
Antwoord
Ja.
12
Vraag
Deelt u de bezorgdheid van het Centrum Informatie en Documentatie Israel (CIDI) over de toename van antisemitische incidenten ten opzichte van 2007? Wordt deze toename ook ondersteund door de registratie door politie en justitie? Kan de Kamer meer inzicht krijgen in de ontwikkeling van antisemitische uitingen en incidenten in de afgelopen jaren?
Antwoord
De cijfers van de politie met betrekking tot het aantal antisemitische incidenten en uitingen in 2008 zijn nog niet beschikbaar. Wanneer deze beschikbaar komen, naar verwachting in april 2009, zal ik u daarover nader informeren.
13
Vraag
Bent u bereid de inzet inzake opsporing en vervolging verder te versterken, te versnellen en duidelijker zichtbaar te laten plaatsvinden, zodat voor iedereen duidelijk is dat antisemitische incidenten in Nederland niet worden getolereerd en streng bestraft? Op welke wijze geeft u uitvoering aan de motie-Van der Staaij c.s.[4] over een actief vervolgingsbeleid ten aanzien van antisemitisme?
Antwoord
Ten aanzien van alle vormen van discriminatie, dus ook ten aanzien van antisemitisme, wordt reeds een actief opsporings- en vervolgingsbeleid gevoerd. Per 1 december 2007 geldt de huidige OM-aanwijzing discriminatie[1], waarin is bepaald dat de politie aangiften van discriminatie altijd opneemt. Uitgangspunt is dat bij alle discriminatieaangiften opsporingsonderzoek plaatsvindt naar de identiteit van de verdachte. Wanneer sprake is van overtreding van de discriminatiebepalingen, de zaak bewijsbaar is en de verdachte strafbaar, is het beleid dat een strafrechtelijke reactie volgt in de vorm van een dagvaarding of een transactie.
Daarnaast wordt ingezet op verbetering van de informatiepositie van de politie. De politie registreert alle meldingen en aangiften van discriminatie-incidenten. Mede op basis van deze registratie wordt een landelijk criminaliteitsbeeld discriminatie opgesteld, dat moet bijdragen aan een goede prioriteitstelling.

