Terug
Beantwoord Schriftelijke vragen 2011Z15568

De door het Israëlische parlement aangenomen ‘antiboycotwet’

Beantwoord door

Rosenthalminister van Buitenlandse Zaken
Ingediend · 15 juli 2011Beantwoord · 23 augustus 201139 dagen

Vragen en antwoorden

5 vragen

Origineel
1

Vraag

Bent u bekend met de op 11 juli 2011 door de Knesset aangenomen «antiboycotwet»?[1]

Antwoord

Ja.
2

Vraag

Hoe beoordeelt u deze wet?

Antwoord

De wet is in Israël onderwerp van discussie. De democratische instituties in Israël bieden ruimte voor debat tussen voor- en tegenstanders van deze wet. Daarnaast zijn er in Israël mogelijkheden om wetten aan te vechten bij de hoogste rechter.
3

Vraag

Deelt u de mening van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken dat deze wet in strijd is met fundamentele democratische rechten?[2] Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft laten weten dat de wet een interne Israëlische aangelegenheid is, en dat Israël sterke democratische instituties heeft die burgers in staat stellen eventuele zorgen over wetgeving kenbaar te maken. Vervolgens stelde het ministerie dat vrijheid van meningsuiting een basisrecht is in elke democratie. Ik ben het geheel eens met deze visie.
4

Vraag

Deelt u de mening dat een boycot in een democratische samenleving een legitiem en geweldloos middel is tot verzet en een uiting van de vrijheid van meningsuiting? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

De Nederlandse inspanningen, en die van de internationale gemeenschap, ten aanzien van het Midden-Oosten vredesproces zijn gericht op directe hervatting van de vredesbesprekingen tussen Israël en de Palestijnen. Oproepen tot boycot dragen hier niet aan bij.
5

Vraag

Ziet u aanleiding om – in samenspraak met uw Europese dan wel Amerikaanse collega's – de Israëlische regering aan te spreken op de aanname van deze wet? Zo ja, welke concrete stappen gaat u daartoe ondernemen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Ik zie hiertoe geen aanleiding, zie antwoorden 2 en 3.