Vragen en antwoorden
5 vragen
1
Vraag
Bent u bekend met de op 11 juli 2011 door de Knesset aangenomen «antiboycotwet»?[1]
Antwoord
Ja.
2
Vraag
Hoe beoordeelt u deze wet?
Antwoord
De wet is in Israël onderwerp van discussie. De democratische instituties in Israël bieden ruimte voor debat tussen voor- en tegenstanders van deze wet. Daarnaast zijn er in Israël mogelijkheden om wetten aan te vechten bij de hoogste rechter.
3
Vraag
Deelt u de mening van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken dat deze wet in strijd is met fundamentele democratische rechten?[2] Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft laten weten dat de wet een interne Israëlische aangelegenheid is, en dat Israël sterke democratische instituties heeft die burgers in staat stellen eventuele zorgen over wetgeving kenbaar te maken. Vervolgens stelde het ministerie dat vrijheid van meningsuiting een basisrecht is in elke democratie. Ik ben het geheel eens met deze visie.
4
Vraag
Deelt u de mening dat een boycot in een democratische samenleving een legitiem en geweldloos middel is tot verzet en een uiting van de vrijheid van meningsuiting? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
De Nederlandse inspanningen, en die van de internationale gemeenschap, ten aanzien van het Midden-Oosten vredesproces zijn gericht op directe hervatting van de vredesbesprekingen tussen Israël en de Palestijnen. Oproepen tot boycot dragen hier niet aan bij.
5
Vraag
Ziet u aanleiding om – in samenspraak met uw Europese dan wel Amerikaanse collega's – de Israëlische regering aan te spreken op de aanname van deze wet? Zo ja, welke concrete stappen gaat u daartoe ondernemen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Ik zie hiertoe geen aanleiding, zie antwoorden 2 en 3.
