Vragen en antwoorden
10 vragen
1
Vraag
Hoe beoordeelt u de berichtgeving over de beschuldiging van de planning van een couppoging ten aanzien een groot aantal hooggeplaatste militairen in Turkije?[1]
Antwoord
Genoemde militairen zijn aangehouden in het kader van het «Sledgehammer-proces»; een breder justitieel onderzoek naar een vermeende samenzwering van onder meer Turkse militairen tegen de regering Erdoğan. Deze verdachten dienen een eerlijk proces te krijgen.
2
Vraag
Hoeveel actieve en gepensioneerde officieren zijn in totaal gearresteerd op deze gronden? Klopt het dat nog nooit eerder zo'n grote groep officieren vervolgd is in Turkije en dat nog bovenop de 400 schrijvers, journalisten en militairen die de afgelopen jaren reeds gearresteerd en vervolgd zijn in de «Ergenekon» zaak?
Antwoord
Volgens informatie van de Europese Commissie zijn er intussen 224 militairen aangeklaagd (106 actief dienende militairen). In het kader van de «Ergenekon»-zaak zijn 238 schrijvers en journalisten aangeklaagd (53 in hechtenis).[1]
3
Vraag
Hoe beoordeelt u het feit dat openlijk wordt getwijfeld aan de mogelijkheid voor deze arrestanten in deze zaken om een eerlijk proces krijgen? Is de bewijslast tegen hen openbaar? Hoe beoordeelt u de opmerkingen die een Turkse rechter in dit licht heeft gemaakt?[2]
Antwoord
Nederland volgt, net zoals de Europese Commissie en andere EU-lidstaten, deze ontwikkelingen. Alle verdachten in Turkije moeten op een transparante, eerlijke, onafhankelijke en niet onnodig lange rechtsgang kunnen rekenen. Dat is juist in deze politiek zeer beladen zaak van belang.
4
Vraag
Deelt u de mening dat de EU een open en transparante rechtsgang dient te bevorderen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid dit in EU-verband te bepleiten?
Antwoord
Ik bepleit dit in EU-verband.
5
Vraag
Deelt u de zorgen over de toegenomen spanningen tussen de regering van premier Erdogan en de Turkse krijgsmacht?
Antwoord
De afgelopen jaren is het Turkse leger steeds meer onder civiele controle komen te staan, hetgeen een positieve ontwikkeling is.
6
Vraag
Klopt het dat Turkije zowel Cyprus als Israël het recht ontzegt om gasboringen te doen en daartoe de wateren ten zuiden van Cyprus met marineschepen betreedt, alsmede met F-16's Israëlische jachtvliegtuigen verjaagt?
Antwoord
Turkije betwist de rechtmatigheid van de Cypriotische proefboringen in de Oostelijke Middellandse Zee. Daarbij is de Turkse regering van mening dat eventuele gasopbrengsten ook aan de Turks-Cypriotische gemeenschap ten goede dienen te komen. De Cypriotische regering maakt regelmatig, ook al vóór de boringen, melding van Turkse schendingen van haar territoriale wateren en luchtruim. Turkije betwist niet de exploraties in de Israëlische territoriale wateren.
7
Vraag
Klopt het bovendien dat Turkije besloten heeft het IFF-identificatiesysteem op haar F-16's te vervangen door een eigen systeem, waardoor Israëlische gevechtsvliegtuigen niet langer als vriend, maar als vijand geïdentificeerd worden? Hoe beoordeelt u deze stap?
Antwoord
Het Turkse leger is voornemens het bestaande IFF-identificatiesysteem in eigen beheer te moderniseren. Het positief identificeren van vijandelijke vliegtuigen is met dit systeem niet mogelijk.
8
Vraag
Deelt u de zorgen met betrekking tot deze daden van de Turkse regering, in combinatie met de toenemende, dreigende retoriek? Zo ja, welke consequenties heeft een en ander wat u betreft voor de relatie met de EU en de positie van Turkije binnen de NAVO?
Antwoord
Ik maak mij zorgen over de effecten van retoriek op de stabiliteit in de regio. De positie van Turkije in de NAVO staat niet ter discussie. Wat het EU-toetredingsproces betreft, dient kandidaat-lidstaat Turkije zich volgens het onderhandelingsraamwerk uit 2005 onder meer te blijven inspannen om vooruitgang te boeken in de normalisatie van de betrekkingen met Cyprus.
9
Vraag
Bent u bereid deze zorgen richting Turkije te uiten en in EU-verband te pleiten voor maatregelen tegen Turkije indien de Turkse regering volhardt in deze opstelling? Zo ja, welke?
Antwoord
Nederland heeft zijn zorgen over de regionale ontwikkelingen eerder bij Turkije aan de orde gesteld en zal dit, indien nodig, blijven doen.
10
Vraag
Bent u bereid deze vragen te beantwoorden vóór de behandeling van de begroting Buitenlandse Zaken?
Antwoord
De beantwoording van deze vraag heeft meer tijd gevraagd.[3]
