Vragen en antwoorden
7 vragen
1
Vraag
Heeft u kennisgenomen van het bericht dat men in Israël voornemens is wetsvoorstellen te behandelen die grote beperkende gevolgen kunnen hebben voor de werkzaamheden van Israëlische NGO's?[1]
Antwoord
Ja.
2
Vraag
Deelt u de mening dat vreedzame maatschappelijke groepen ook in een democratie bescherming genieten en recht hebben op vrijheid van menings- uiting, het recht hebben van vereniging en vergadering en in staat moeten zijn (vreedzame) activiteiten te ontplooien? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Ja.
3
Vraag
Deelt u de zorgen over deze wetsvoorstellen, die forse financiële restricties en een beperking in politieke ruimte voor Israëlische NGO's tot gevolg hebben? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Het gaat om wetsvoorstellen die kunnen worden aangehouden, geamendeerd of verworpen. De behandeling van genoemde wetsvoorstellen is door de Israëlische regering voor onbepaalde tijd uitgesteld.
4
Vraag
Bent u van mening dat dit niet past binnen het liberale beleid dat de Israëlische overheid voert ten opzichte van de maatschappelijke organisaties binnen Israël? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Ik geef in dit stadium geen oordeel te geven over de consistentie van wetsvoorstellen met het algemene beleid van Israël.
5
Vraag
Op welke wijze heeft u uw zorgen over deze ontwikkeling, die strijdig is met het huidige liberale beleid van de Israëlische overheid en met de Nederlandse opvatting over de belangrijke rol van het maatschappelijk middenveld als het gaat om het opkomen voor de mensenrechten, tegen uw Israëlische ambtsgenoot geuit?
Antwoord
Nederland heeft via verschillende kanalen aandacht gevraagd voor vragen rond deze wetsvoorstellen.
6
Vraag
Op welke wijze heeft u uw zorgen kenbaar gemaakt in EU-verband?
Antwoord
De wetsvoorstellen worden aandachtig gevolgd in EU-verband.
7
Vraag
Welke stappen onderneemt u om in EU verband te komen tot een gezamenlijke verklaring over het voornemen van de Israëlische regering?
Antwoord
Het hoofd van de delegatie van de Europese Unie in Tel Aviv heeft dit namens de lidstaten aan de orde gesteld.
