Vragen en antwoorden
8 vragen
1
Vraag
Kent u het bericht «Rosenthal grijpt in bij kritische EU-tekst Israel?»[1]
Antwoord
Ja.
2
Vraag
Klopt het dat u heeft ingegrepen en erop heeft aangedrongen om in de EU-verklaring geen verwijzing te laten plaatsen naar een gevoelig rapport van de diplomatieke vertegenwoordiging van de EU in Israel? Indien ja, kunt u toelichten waarom u hierop heeft aangedrongen?
Antwoord
Nederland en veel andere EU-lidstaten hebben suggesties gedaan voor de redactie van de Raadsconclusies, aangenomen door de ministers van Buitenlandse Zaken op 23 januari 2012, over het Midden-Oosten Vredespro- ces (MOVP). Het eindresultaat weerspiegelt de consensus van de EU-lidstaten. Zie ook de volgende twee antwoorden.
3
Vraag
Kunt u toelichten wat er precies is aangepast in de EU-verklaring?
Antwoord
De besprekingen over Raadsconclusies zijn vertrouwelijk. De Nederlandse inzet daarbij, net als die van andere lidstaten, was er op gericht een gebalanceerde tekst te formuleren die de nadruk legt op ondersteuning van de rechtstreekse besprekingen die tot stand zijn gekomen dankzij de inspanningen van Jordanië.[1]
4
Vraag
Deelt u de mening dat het betreurenswaardig is te moeten constateren dat er niet naar een rapport dat door de diplomatieke vertegenwoordiging van de EU in Israel is gemaakt, verwezen mag worden in een gezamenlijke EU verklaring? Indien nee, waarom niet?
Antwoord
Het is niet gebruikelijk naar niet-openbare rapporten te verwijzen in verklarin- gen van de Raad.
5
Vraag
Klopt het dat u de tekst nog voorzichtiger geformuleerd had willen zien worden maar dat dit niet is gelukt? Indien ja, hoe had de EU-verklaring er volgens u uitgezien moeten hebben?
Antwoord
De uiteindelijke verklaring is geheel in lijn met de Nederlandse opvattingen ten aanzien van het MOVP.
6
Vraag
Deelt u de mening dat deze werkwijze niet bevorderlijk kan werken om tot een oplossing te komen in het Midden-oosten Vredesproces (MOVP)?
Antwoord
Neen. De regering meent dat een oplossing van het MOVP ligt in recht- streekse onderhandelingen tussen partijen zelf. De internationale gemeen- schap moet zich onthouden van handelingen en uitspraken die de voortzet- ting van de onderhandelingen in gevaar brengen. De voorliggende raadsconclusies steunen de onderhandelingen.
7
Vraag
Hebben uw collega-ministers uit Duitsland, Groot-Brittannië en Frankrijk aan u kenbaar gemaakt dat zij zich niet konden vinden in uw opstelling in deze kwestie?
Antwoord
Neen.
8
Vraag
Kunt u aangeven op welke wijze u zich inspant om de gesprekken tussen Israel en de Palestijnen te bevorderen?
Antwoord
De regering steunt het optreden van het Kwartet- en daarbinnen dat van de Hoge Vertegenwoordiger van de EU – om via rechtstreekse onderhandelingen tussen partijen te komen tot een vredesregeling. De regering roept partijen – ook in bilaterale contacten – zich te onthouden van unilateraal optreden dat daaraan in de weg staat. De regering is bereid verdere steun te geven aan concrete voorstellen van partijen die bijdragen aan het wegnemen van onderling wantrouwen en aan het verbeteren van het onderhandelingskli- maat.
