Terug
Beantwoord Schriftelijke vragen 2013Z04752

Palestijnse gevangenen in Israëlische detentie

Beantwoord door

Frans Timmermansminister van Buitenlandse Zaken
Ingediend · 11 maart 2013Beantwoord · 18 april 201338 dagen

Vragen en antwoorden

7 vragen

Origineel
1

Vraag

Hebt u kennisgenomen van de situatie van de Palestijnse burgers Samer Issawi[1] en Ayman Sharawneh[2] in Israëlische gevangenschap, die reeds langere tijd in hongerstaking zijn en nu in levensgevaar verkeren?

Antwoord

Ayman Sharawneh is op 17 maart ontslagen uit Israëlische detentie en overgebracht naar Gaza waar hij 10 jaar moet verblijven alvorens terug te kunnen keren naar zijn woonplaats op de Westelijke Jordaanoever. De Palestijnse gevangene Samer Issawi is eind februari overgebracht naar het penitentiair ziekenhuis in Israël als gevolg van de langdurige hongerstaking.
2

Vraag

Deelt u de mening dat bij deze gevangenschap feitelijk sprake is van administratieve detentie, aangezien de tenlasteleggingen niet door een onafhankelijke rechter zijn getoetst?

Antwoord

Er is geen sprake van administratieve detentie. In het geval van Ayman Sharawneh en Samer Issawi is de rechtsgang uitgemond respectievelijk kan die uitmonden – afhankelijk van eventueel ingesteld beroep door de heer Issawi zelf – in toegang tot een onafhankelijke rechterlijke instantie, in beide gevallen het Hooggerechtshof.
3

Vraag

Deelt u de mening dat dit des te ernstiger is aangezien het ontbreken van een behoorlijke rechtsgang in beide gevallen leidt tot een detentie van tientallen jaren?

Antwoord

Zie antwoord vraag 2.

Zie antwoord op vraag 2

4

Vraag

Bent u bereid bilateraal of in EU-verband te interveniëren om voor beide gedetineerden te bewerkstelligen dat zij hun hongerstaking kunnen opgeven op basis van een geloofwaardige toezegging dat de aanklachten tegen hen op korte termijn behandeld zullen worden in een behoorlijk proces door een civiele rechtbank? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

De Nederlandse regering deelt de zorgen over de schaal en duur van deze detenties. De situatie van de Palestijnse gevangenen in Israëlische detentie wordt door Nederland en de EU nauwgezet gevolgd. In februari jl. heeft de EU-vertegenwoordiger in Tel Aviv administratieve detentie bij de Israëlische autoriteiten aan de orde gesteld. Ook tijdens het EU-Israël-subcomité voor politieke dialoog op 11 december 2012 stond de kwestie op de agenda. Op 16 februari jl. gaf de woordvoerder van de Hoge Vertegenwoordiger een verklaring af waarin de HV oproept tot nakoming van het recht op familiebezoek, naleving van internationale verplichtingen en het indienen van formele aanklachten tegen de gedetineerden.
5

Vraag

Deelt u de mening van mensenrechtenorganisaties in en buiten Israël dat de Israëlische autoriteiten de rechtsorde ondermijnen c.q. mensenrechten schenden door de schaal waarop zij mensen in administratieve hechtenis nemen (enige honderden op enig moment) en de duur van die hechtenis (oplopend tot enige jaren)? Zo nee, waarom niet? Zo ja: welke stappen gaat u bilateraal en in EU-verband zetten om Israël hierop aan te spreken?

Antwoord

Zie antwoord vraag 4.

Zie antwoord op vraag 4

6

Vraag

Deelt u de bezorgdheid van Israëlische mensenrechtenorganisaties als B'tselem en Hamoked – die daarover, met financiële steun van de EU, rapport uitbrachten – over de mishandeling van Palestijnse gevangenen in Israëlische detentie?

Antwoord

De regering deelt de zorg over de omstandigheden in de Israëlische gevangenissen en de behandeling van de gedetineerden, zoals geschetst door B'tselem[3] en Hamoked in hun rapport in 2010. De behandeling van gevangenen moet in overeenstemming zijn met het internationale recht, waaronder ook humanitair oorlogsrecht en mensenrechten. Na de vrijlating van de Israëlische militair Gilad Shalit in oktober 2011 hebben de Palestijnse gedetineerden en de Israëlische gevangenisautoriteit in mei 2012 een afspraak gemaakt om de situatie voor de Palestijnse gevangenen in Israëlische detentie te verbeteren. Het is echter niet mogelijk om een volledig beeld te krijgen van de omvang en impact van de verbeteringen, zolang de overeengekomen regeling niet wordt vrijgegeven.
7

Vraag

Deelt u de opvatting van de Verenigde Naties[4] dat onafhankelijk en transparent onderzoek geboden is naar de omstandigheden waaronder Arafat Jaradat overleed in Israëlische gevangenschap rond 22 februari jl. en dat de resultaten daarvan zo spoedig mogelijk openbaar gemaakt moeten worden? Zo nee, waarom niet? Zo ja: bent u bereid bilateraal en via de EU aan te dringen op een dergelijk onderzoek?

Antwoord

De regering deelt de opvatting dat onafhankelijk onderzoek naar deze omstandigheden geboden is en meent dat de uitkomsten openbaar moeten zijn. Eind februari heeft een eerste onderzoek plaatsgehad waarbij een Palestijnse patholoog-anatoom aanwezig was. Deze claimde dat Arafat Jaradat was gemarteld. Het Israëlische ministerie van Volksgezondheid stelt echter dat er – afgezien van de fysieke gevolgen van een langdurige reanimatie – geen verwondingen op het lichaam van Jaradat zijn gevonden. Het ministerie baseert zich daarbij op een onderzoek dat mede is uitgevoerd door het Nationaal Centrum voor Forensische Geneeskunde en het Pathologisch instituut. Er zal uitgebreider onderzoek naar de doodsoorzaak plaatsvinden.

Bronnen

Voetnoten · 4