Vragen en antwoorden
5 vragen
1
Vraag
Heeft u kennisgenomen van het bericht dat enkele jongeren uit Arnhem discriminerende opmerking in het openbaar hebben geuit?[1]
Antwoord
Ja.
2
Vraag
Is het waar dat een Turkse man enige tijd ondergedoken heeft gezeten omdat hij openlijk afstand heeft genomen van antisemitische uitspraken gedaan door Turkse jongeren uit de Arnhemse wijk Broek? Zo nee, wat is er niet waar en hoe is het wel gegaan? Zo ja, betrof het hier doodsbedreigingen? Welke steun heeft de Turkse man vanuit de overheid gekregen bij het onderduiken toen bleek dat bedreigingen zich hadden gericht tot zijn persoon?
Antwoord
In een uitzending van het programma «Onbevoegd gezag» van de NTR op 24 februari jl., waarin het vrijwilligerswerk van de betreffende Turkse man centraal staat, zijn antisemitische uitspraken gedaan door enkele Turkse jongeren. Deze uitspraken werden door de Turkse man in de uitzending scherp veroordeeld. Naar aanleiding van de uitzending is enige commotie ontstaan; vanuit de Turkse gemeenschap zijn kritische vragen gesteld richting de Turkse man. De burgemeester van Arnhem heeft de betreffende Turkse man geadviseerd om tijdelijk ergens anders te verblijven om rust voor zichzelf en zijn omgeving te creëren. Aan dat advies heeft hij gehoor gegeven.[1] Uit onderzoek van de politie blijkt dat er geen sprake is van concrete bedreigingen tegen de Turkse man of zijn gezin.
3
Vraag
Zie vraag 2.
Antwoord
Zie antwoord vraag 2.
Zie antwoord op vraag 2
4
Vraag
Is er aangifte gedaan van deze bedreiging? Zo ja, wat is er met deze aangifte gebeurd?
Antwoord
Nee, er is geen aangifte gedaan.
5
Vraag
Zijn de daders in beeld en zijn zij door de politie gehoord? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Er is geen aangifte gedaan van bedreiging, daarom is er ook geen sprake van een onderzoek naar verdachten. Wel is de officier van justitie van het parket Oost-Nederland naar aanleiding van een melding van antidiscriminatiebureau Art.1 Gelderland-Midden een onderzoek gestart naar de uitspraken in het televisieprogramma. Het Openbaar Ministerie is van oordeel dat sprake is van strafbare groepsbelediging (art. 137 Sr) door een van de jongens. De officier van justitie zal deze minderjarige jongen een strafbeschikking opleggen waarbij het zwaartepunt zal liggen op een educatieve sanctie.
