Vragen en antwoorden
5 vragen
1
Vraag
Bent u bekend met het artikel «Gedenkteken wijkt voor haatzaaiers»?[1]
Antwoord
Ja.
2
Vraag
Klopt het dat een gedenksteen ter nagedachtenis aan joodse oorlogslachtoffers niet geplaatst is nadat islamitische buurtbewoners bezwaar hebben gemaakt?
Antwoord
Navraag heeft mij geleerd dat circa vijf jaar geleden in de betreffende wijk discussie is gevoerd over het plaatsen van een gedenkteken ter nagedachtenis aan het Joods Lyceum. Destijds speelde onder andere de vraag wat de historisch juiste locatie zou zijn van het gedenkteken. Het gesprek hierover heeft toen niet geleid tot een daadwerkelijk initiatief om een gedenkteken te plaatsen. Er was echter toentertijd voor zover bekend geen sprake van bezwaren vanuit islamitische buurtbewoners of van zorgen over islamitisch antisemitisme.
3
Vraag
Deelt u de mening dat het niet plaatsen van een joodse gedenksteen, als gevolg van bezwaren van islamitische buurtbewoners, een verschrikkelijke vorm van dhimmitude is? Zo neen, hoe duidt u dit zwichten voor islamitisch antisemitisme dan?
Antwoord
Zie antwoord vraag 2.
Zie antwoord op vraag 2
4
Vraag
In hoeverre deelt u de visie van professor Van der Horst dat het islamitisch antisemitisme een van de meest huiveringwekkende ontwikkelingen is van de afgelopen decennia? Op welke wijze gaat u dit probleem aanpakken?
Antwoord
Emeritus hoogleraar Van der Horst heeft bij zijn afscheid van de Universiteit van Utrecht in 2006 een rede gehouden met als titel «De mythe van het Joodse kannibalisme». In deze rede betoogde Van der Horst dat een «bloedsprookje» uit de Oudheid, waarbij Joden beschuldigd worden van rituele moorden en kannibalisme, opnieuw opgang doet in de moderne islamitische wereld. Deze rede zou in mijn ogen vooral gezien moeten worden als een pleidooi om te blijven strijden tegen discriminatie en antisemitisme en de verschillende gedaanten waarin dit tot uiting komt. Het verminderen van antisemitisme vraagt om intensieve samenwerking tussen ouders, scholen, gemeenten, onderzoeksinstellingen, wijkorganisaties en gemeenschappen. De minister van OCW en ik hebben, met een afvaardiging van deze partijen, op 14 juni een Ronde Tafel georganiseerd over de bestrijding van antisemitisme onder jongeren.
5
Vraag
Bent u bereid zo spoedig mogelijk een landelijk onderzoek te starten naar het antisemitisme binnen de islamitische gemeenschap? Zo neen, waarom niet?
Antwoord
Tijdens het Algemeen Overleg discriminatie van 14 maart 2013 heb ik, naar aanleiding van mondelinge vragen van lid Van Klaveren over de relatie tussen de islam en antisemitisme, aangegeven dat er op korte termijn een aantal onderzoeksresultaten beschikbaar komt die inzicht zouden kunnen bieden op welke wijze antisemitisme en de islam zich tot elkaar verhouden. Het gaat hier om onderzoek dat verricht wordt in opdracht van de Anne Frank Stichting onder leraren op middelbare scholen en een onderzoek van het SCP naar ervaren discriminatie. Ik ben bereid om specifiek vervolgonderzoek te laten uitvoeren als de te verwachten onderzoeksresultaten te weinig kennis opleveren over de relatie tussen de islam en antisemitisme in Nederland en de meest doeltreffende manieren om antisemitisme te verminderen.
