Vragen en antwoorden
6 vragen
1
Vraag
Kent u de berichtgeving over het voornemen van de Israëlische regering om Palestijnen te weren uit Israëlische bussen op de bezette Westelijke Jordaanoever?[1]
Antwoord
Ja.
2
Vraag
Deelt u de opvatting dat voor het gebruik van het openbaar vervoer geen onderscheid gemaakt mag worden op basis van afkomst, etniciteit of religie?
Antwoord
Israël heeft als bezettende mogendheid de plicht om de belangen van de Palestijnse bevolking in overeenstemming met het humanitair oorlogsrecht te behartigen. Israël is daarnaast gehouden om de mensenrechten van eenieder die binnen zijn rechtsmacht valt te verzekeren. Daaronder valt het verbod op discriminatie. Palestijnse arbeiders met een vergunning tot toegang tot Israël hebben volgens de Israëlische wet het recht het openbaar vervoer aldaar te gebruiken.
3
Vraag
Deelt u de opvatting dat een de facto ban van Palestijnen op een populaire buslijn onwenselijk is en een verkeerd signaal afgeeft in een tijd waarin de vredesonderhandelingen tussen Israël en Palestina toch al tot stilstand zijn gekomen en nieuwe bouwplannen voor nederzettingen de hervatting van deze besprekingen op korte termijn steeds onwaarschijnlijker maken?[1]
Antwoord
Het kabinet heeft kennisgenomen van deze opvattingen. Het kabinet is in afwachting van het antwoord van de Israëlische Minister van Defensie op het verzoek om opheldering van de procureur-generaal teneinde meer duidelijkheid te verkrijgen over de aangekondigde maatregel.
4
Vraag
Hoe beoordeelt u de reactie van Israëlische oppositiepartijen die het besluit «gelijkstaand aan apartheid» noemden?[2] Hoe beoordeelt u de stelling van de Israëlische mensenrechtenorganisatie B'Tselem dat de Minister van defensie met deze procedure «op nauwelijks verhulde wijze toegeeft aan de vraag naar rassenscheiding in bussen»?[3]
Antwoord
Zie antwoord vraag 3.
Zie antwoord op vraag 3
5
Vraag
Bent u bereid de Israëlische regering aan te spreken op deze de facto ban van Palestijnen van een populaire buslijn? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze en wanneer?
Antwoord
Naar aanleiding van de berichtgeving heeft de ambassade bij de Israëlische autoriteiten om een toelichting gevraagd en de zienswijze van het kabinet, zoals weergegeven in het antwoord op vraag 2, uiteengezet. Het kabinet is nu in afwachting van het antwoord van de Israëlische Minister van Defensie op het verzoek van de procureur-generaal teneinde meer duidelijkheid te verkrijgen over de aangekondigde maatregel. De berichtgeving geeft aanleiding om de situatie in de tussentijd kritisch te blijven volgen.
6
Vraag
Bent u bereid de de facto ban van Palestijnen van een populaire buslijn door de Israëlische regering aan te kaarten in Europees verband en aan te dringen op een Europese veroordeling hiervan? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Zie antwoord vraag 5.
Zie antwoord op vraag 5
