Vragen en antwoorden
9 vragen
1
Vraag
Heeft u kennisgenomen van de tv-uitzending met aantijgingen van de rechts-nationalistische organisatie «Ad Kan» tegen Breaking the Silence, een non-gouvernementele organisatie die Nederland via het Human Rights and International Humanitarian Law Secretariat steunt?[1]
Antwoord
Het kabinet heeft kennisgenomen van deze aantijgingen. Zoals uiteengezet in antwoorden op Kamervragen van de leden Van der Staaij, Voordewind en De Roon (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2015–2016, nr. 2371) maakt het kabinet zich zorgen over de bewegingsruimte van NGO's in Israël. Het kabinet constateert dat mensenrechtenorganisaties in Israël die kritiek hebben op de regering en op militaire acties toenemend negatief worden geportretteerd in de media en het publieke discours. De beschuldigingen aan het adres van Breaking the Silence, ongeacht het oogmerk dat eraan ten grondslag ligt, passen in deze zorgelijke trend. Het werk van mensenrechtenorganisaties is van groot belang voor een vrije en diverse samenleving. Nederland blijft deze boodschap bij Israël benadrukken.
2
Vraag
Deelt u de zorgen over de publiciteitscampagne in Israël tegen Breaking the Silence?
Antwoord
Zie antwoord vraag 1.
Zie antwoord op vraag 1
3
Vraag
Hoe beoordeelt u dat diverse leden van de Israëlische regering deze campagne versterken, onder wie Minister van Defensie Ya'alon, die Breaking the Silence van «verraad» heeft beschuldigd?[2]
Antwoord
Het kabinet acht het in algemene zin onwenselijk dat wordt vooruitgelopen op de uitkomsten van strafrechtelijk onderzoek. Zoals uiteengezet in antwoorden op Kamervragen van de leden Van der Staaij, Voordewind en De Roon (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2015–2016, nr. 2371) heeft het onderzoek door de Israëlische autoriteiten tot dusver niet geleid tot een aanklacht tegen Breaking the Silence.
4
Vraag
Deelt u de analyse dat het doel van de hetze tegen Breaking the Silence is om de organisatie te verbieden en het maatschappelijk verzet tegen de Israëlische bezetting te criminaliseren?
Antwoord
Zie antwoord vraag 1.
Zie antwoord op vraag 1
5
Vraag
Deelt u de mening dat Breaking the Silence, dat getuigenissen van Israëlische militairen publiceert, zich kenmerkt door een hoge standaard van professionaliteit en zorgvuldigheid?
Antwoord
Er is voor het kabinet geen aanleiding te twijfelen aan de professionaliteit en zorgvuldigheid van de organisatie. Breaking the Silence heeft bevestigd dat het personen die een getuigenis willen afleggen opdraagt geen geclassificeerde informatie te delen. Tevens heeft de organisatie verklaard dat alle getuigenissen vóór publicatie aan de militaire censor worden voorgelegd om er zeker van te zijn dat geen geclassificeerde informatie naar buiten wordt gebracht. De Israëlische military censor heeft dit recent publiekelijk beaamd. De military censor verklaarde tevens dat de door Breaking the Silence gepubliceerde informatie geen gevaar vormt voor de staatsveiligheid.
6
Vraag
Kunt u bevestigen dat alle getuigenissen die Breaking the Silence publiceert vóór publicatie door de Israëlische militaire censor zijn gecontroleerd en goedgekeurd?
Antwoord
Zie antwoord vraag 5.
Zie antwoord op vraag 5
7
Vraag
Deelt u de zorg dat mensenrechtenverdedigers en vredesactivisten in Israël een steeds groter risico lopen het doelwit te worden van een aanslag?
Antwoord
Het kabinet maakt zich zorgen over de toon van het publieke debat rond mensenrechtenorganisaties in Israël die kritiek hebben op de regering en op militaire acties. Deze toon draagt bij aan een algemeen klimaat waarin organisaties en personen met een afwijkende mening kunnen worden geconfronteerd met verbale, online en soms fysieke bedreigingen. Die ontwikkeling is zorgelijk.
8
Vraag
Herinnert u zich uw mededeling dat Nederland extra veiligheidsmaatregelen voor de Israëlische mensenrechtenorganisatie B'Tselem subsidieert?[3]
Antwoord
Ja.
9
Vraag
Bent u bereid te overwegen extra veiligheidsmaatregelen voor Breaking the Silence te subsidiëren, indien de organisatie hiervoor een verzoek zou indienen?
Antwoord
Indien een dergelijk subsidieverzoek zou worden ingediend, zal dat op zijn merites worden beoordeeld.
