Terug
Beantwoord Schriftelijke vragen 2017Z05193

De verboden stille tocht van Christenen voor Israel in Rotterdam

Beantwoord door

Ronald Plasterkminister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Ingediend · 18 april 2017Beantwoord · 2 juni 201745 dagen

Vragen en antwoorden

5 vragen

Origineel
1

Vraag

Kunt u aangeven waarom de stille tocht van Christenen voor Israel (CvI) vandaag in Rotterdam door B&W is verboden?

Antwoord

De handhaving van de openbare orde in Rotterdam is de verantwoordelijkheid van de burgemeester van Rotterdam. Hij legt daarover verantwoording af aan de gemeenteraad. Overigens heeft de organisatie uiteindelijk zelf besloten af te zien van een stille tocht.
2

Vraag

Hoe verklaart u dat de veiligheid van 150 wandelaars niet gegarandeerd kon worden terwijl er voor een congres van het Palestinian Return Centre (PRC), met sprekers met connecties met de terroristische Hamas, deze inspanning wel geleverd kon worden?

Antwoord

Zie antwoord vraag 1.

Zie antwoord op vraag 1

3

Vraag

Kunt u aangeven waarom er geen rekening is gehouden met de wens van de organisator van CvI om een stille en vreedzame wandeling te houden, zodat de joodse Rotterdammers – vanwege de sabbath is het hen niet toegestaan te demonstreren maar wel een stille wandeling te maken – ook in staat zouden zijn om mee te lopen?

Antwoord

Zie antwoord vraag 1.

Zie antwoord op vraag 1

4

Vraag

Kunt u aangeven en nagaan waarom er tijdens de Turkse demonstraties in Rotterdam, zoals o.a. op 16 juli vorig jaar, wel voldoende politiecapaciteit beschikbaar was?

Antwoord

Het handhaven van de openbare orde is de verantwoordelijkheid van de burgemeester. De burgemeester van Rotterdam heeft bij de genoemde manifestaties in nauw overleg met de politie een afweging gemaakt over de wijze waarop de openbare orde het beste kon worden gehandhaafd. Op basis van de door de burgemeester gemaakte afweging, heeft de organisatie besloten de tocht niet door te laten gaan. In soortgelijke toekomstige situaties zal een burgemeester ook steeds in overleg met de politie bezien op welke wijze de openbare orde het meest adequaat kan worden gehandhaafd. Ik zal niet treden in de bevoegdheden van burgemeesters.
5

Vraag

Bent u bereid de volgende keer dat een soortgelijke situatie zich voordoet, er zorg voor te dragen dat wel voldoende politiecapaciteit beschikbaar gesteld wordt, uiteraard in samenwerking met de betreffende burgemeester?

Antwoord

Zie antwoord vraag 4.

Zie antwoord op vraag 4