Terug
Beantwoord Schriftelijke vragen 2019Z02376

Banden tussen BDS en terroristen

Beantwoord door

Stef Blokminister van Buitenlandse ZakenSigrid Kaagminister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Ingediend · 7 februari 2019Beantwoord · 13 maart 201934 dagen

Vragen en antwoorden

8 vragen

Origineel
1

Vraag

Kent u het bericht «Terrorists in Suits: banden tussen BDS en terroristen»?[1]

Antwoord

Ja.
2

Vraag

Klopt de bewering in het artikel, gedaan op basis van het rapport «Terrorists in Suits» van het Israëlische Ministerie van Strategische Zaken[2], dat er in algemene zin nauwe banden voorkomen tussen Palestijnse terroristen en terreurorganisaties enerzijds, en BDS (Boycott, Divestment and Sanctions)- organisaties anderzijds?

Antwoord

Het kabinet kan deze bewering niet bevestigen en is terughoudend met het maken van dergelijke algemene stellingen, zeker waar het beschuldigingen van banden met terrorisme betreft.
3

Vraag

Kunt u uitsluiten dat Palestijnse organisaties die direct of indirect financieel gesteund werden of worden door Nederland, bijvoorbeeld tot 2017 via het HR/IHL Secretariat, ten tijde van die steunverlening terroristen in dienst hadden of zich schuldig maakten aan terroristische activiteiten?

Antwoord

Fondsen van zowel Nederland als de EU worden pas verstrekt zodra zorgvuldige selectieprocedures zijn doorlopen. Beschuldigingen van steun aan terroristische organisaties worden door Nederland en de EU serieus genomen en individueel onderzocht en beoordeeld. Indien geconstateerd wordt dat er sprake is van schending van de (subsidie)voorwaarden zullen maatregelen worden getroffen, waarbij het opschorten of beëindigen van de bijdrage tot de mogelijkheden behoort. Het kabinet beschikt niet over eigenstandige informatie dat door Nederland gesteunde organisaties personen in dienst hebben/hadden die zich schuldig zouden maken of gemaakt zouden hebben aan terroristische activiteiten.
4

Vraag

Handhaaft u het eerdere kabinetsstandpunt, zoals uiteengezet per kabinets- brief van 7 juli 2016 over de uitvoering van de motie-Van der Staaij c.s.[3], dat Nederland a) tegen een boycot van Israël is; b) de internationaal georgani- seerde oproep van de BDS-beweging niet steunt; en c) de strikte lijn hanteert dat het kabinet geen activiteiten financiert die BDS tegen Israël propageren? Zo ja, hoe geeft u hier concreet uitvoering aan?

Antwoord

Ja. Zie de antwoorden op schriftelijke vragen d.d. 23 november 2016, Kamerstuk 23 432, nr. 442.
5

Vraag

Hoe beoordeelt u een campagne van Amnesty International waarin Booking- .com, Airbnb, TripAdvisor en andere toeristische organisaties worden opgeroepen om alle Joodse toeristische ondernemingen in betwiste Palestijnse gebieden als Judea en Samaria te boycotten?[4]

Antwoord

Het kabinet heeft kennis genomen van het rapport waarin Booking.com, Airbnb, TripAdvisor en andere toeristische organisaties worden opgeroepen om huidige aanbiedingen van accommodaties, activiteiten en attracties gesitueerd in Israëlische nederzettingen in de door Israël bezette gebieden niet meer aan te bieden. Het kabinet vindt het belangrijk dat consumenten op basis van volledige en juiste informatie hun beslissing kunnen nemen. De regels over oneerlijke handelspraktijken (afdeling 3a van titel 3 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek) gebieden handelaren om transparant en volledig te zijn in de informatieverstrekking. Ook is het handelaren op grond van deze wetgeving niet toegestaan om consumenten te misleiden over bestemming van een reis. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) is belast met het toezicht op deze regels. Bedrijven hebben een eigen maatschappelijke verantwoordelijkheid mensenrechten te respecteren. Het kabinet verwacht dan ook van alle Nederlandse bedrijven dat zij internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO) door invulling te geven aan internationale normen zoals die zijn neergelegd in de OESO Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen (OESO-richtlijnen), waar de UN Guiding Principles on Business and Human Rights onderdeel van uitmaken. Het is vervolgens aan bedrijven zelf om te bepalen welke activiteiten zij ontplooien en met welke partners zij samenwerken. Het kabinet verwacht van Nederlandse bedrijven dat zij in kaart brengen hoe zij via hun bedrijfsactiviteiten en hun ketenpartners verbonden zijn met risico's op mensenrechtenschendingen en deze risico's aanpakken en voorkomen. Hierover moeten bedrijven tot een afgewogen besluit komen waarover zij bereid zijn publiekelijk verantwoording af te leggen.
6

Vraag

Klopt het dat het hier gaat om een BDS-activiteit die als zodanig niet door Nederland gesteund dient te worden?[5]

Antwoord

In het rapport roept Amnesty International toeristische bedrijven op om geen diensten aan te bieden in de Israëlische nederzettingen in de door Israël bezette gebieden. Op grond van het internationaal recht beschouwen Nederland en de EU deze gebieden niet als onderdeel van het grondgebied van Israël. Het kabinet verwacht van alle Nederlandse bedrijven dat zij internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen en bereid zijn hier publiekelijk verantwoording over af te leggen. Zie ook het antwoord op vraag 5. Het staat maatschappelijke organisaties vrij om bedrijven aan te spreken op de wijze waarop zij invulling geven aan IMVO. Nederland heeft deze activiteit bovendien niet financieel gesteund.
7

Vraag

Kunt u uitsluiten dat Nederlandse subsidies, direct of indirect, voor deze en soortgelijke campagnes gebruikt worden?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 4.

Zie antwoord op vraag 4

8

Vraag

Eerder is aangegeven dat de huidige procedures, kaders en criteria voor het verstrekken van overheidssubsidies toereikend zijn en voldoende mogelijkheden bieden om adequaat op te treden indien er sprake blijkt te zijn van schending van de (subsidie)voorwaarden. Kunt u voorbeelden geven van een dergelijk optreden?

Antwoord

De procedures bieden voldoende mogelijkheden om adequaat op te treden indien er sprake blijkt te zijn van schending van de (subsidie)voorwaarden. Indien dit daadwerkelijk het geval is, dan treedt het kabinet hiertegen op. Dit heeft Nederland in het verleden ook gedaan, zoals bij het Women's Affairs Technical Committee (WATC). Zie tevens de beantwoording van de schriftelijke vragen hierover, gesteld door de leden Ten Broeke, Van der Staaij en Voordewind van 12 januari 2018.

Bronnen

Voetnoten · 5