Terug
Beantwoord Schriftelijke vragen 2023Z03685

De vele berichten van ongeregeldheden, excessief geweld en het nederzettingenbeleid van de nieuwe Israëlische regering in de bezette Westelijke Jordaanoever

Beantwoord door

Wopke Hoekstraminister van Buitenlandse Zaken
Ingediend · 2 maart 2023Beantwoord · 20 maart 202318 dagen

Vragen en antwoorden

21 vragen

Origineel
1

Vraag

Herinnert u zich uw uitspraak in het Commissiedebat Raad Buitenlandse Zaken d.d. 19 januari 2023 dat de regering de nieuw Israëlische overheid (geïnstalleerd op 29 december) op haar daden zou moeten beoordelen?[1]

Antwoord

Ja.
2

Vraag

Bent u bekend met het bericht van 26 februari: «Palestinian killed as settlers rampage in Huwara after deadly terror attack»?[2] Hoe beoordeelt u het feit dat Bezalel Smotrich, Minister van Financiën en Defensie, de tweet van Samaria Regional Council Deputy Chief Davidi Ben-Zion liket waarin wordt opgeroepen om Huwara «van de kaart te vegen»?

Antwoord

Ja, daarmee ben ik bekend; ik acht deze oproep onacceptabel.
3

Vraag

Bent u bekend met het bericht van 22 februari jl.: «Israëlische inval op Westoever escaleert: elf doden en 102 gewonden gemeld»?[3]

Antwoord

Ja.
4

Vraag

Bent u bekend met het bericht van 26 februari jl.: «Two Israeli brothers shot dead in West Bank terror attack – IDF»[4]

Antwoord

Ja.
5

Vraag

Hoe oordeelt u over deze aanval en spreekt u de Palestijnse autoriteiten hierop aan?

Antwoord

De huidige spanningen en gebruik van geweld nemen steeds verder toe, zoals ook blijkt uit de door u genoemde voorbeelden in vragen 3, 5, 6, 7 en 8. Dit geeft reden tot grote zorg. Het is in het belang van beide partijen om verdere escalatie te voorkomen. Nederland roept beide partijen hiertoe op, publiekelijk en in bilaterale contacten. Daarnaast spreekt Nederland zich nadrukkelijk uit tegen unilaterale stappen die de situatie verder onder druk zetten. Ook op Europees niveau wordt deze boodschap uitgedragen getuige de recente verklaring van hoge vertegenwoordiger Borrell en alle 27 lidstaten.[5] Nederland steunt in dit kader ook de recente initiatieven van Jordanië, Egypte en de VS in Aqaba om tot afspraken te komen om de situatie te de-escaleren.
6

Vraag

Hoe beoordeelt u de grootschalige inval van het Israëlische leger van 22 februari jl. waarbij geen rekening werd gehouden met de burgerbevolking en waarbij onschuldige mensen zijn omgekomen? Vindt u dat de Israëlische krijgsmacht daarbij proportioneel heeft gehandeld?

Antwoord

Het hoge aantal slachtoffers als gevolg van de operatie in Nablus en andere recente operaties en aanslagen die onderdeel vormen van de huidige negatieve geweldsspiraal, baart Nederland zorgen. Ik heb mijn zorgen geuit en opgeroepen tot de-escalatie. Nederland roept Israël op terughoudend te zijn met het gebruik van geweld in veiligheidsoperaties en verwacht van Israël dat ieder geweldsgebruik proportioneel is.
7

Vraag

Hoe beoordeelt u de inval van het Israëlische leger op 6 februari jl. in een Palestijns vluchtelingenkamp waarbij vijf Palestijnen om het leven kwamen?

Antwoord

Zie antwoorden op vragen 5 en 6.

Zie antwoord op vraag 5

8

Vraag

Hoe beoordeelt u de aanval van het Israëlische leger op een Palestijns vluchtelingenkamp op 26 januari jl. waarbij negen Palestijnen op het leven kwamen?

Antwoord

Zie antwoorden op vragen 5 en 6.

Zie antwoord op vraag 5

9

Vraag

Hoe beoordeelt u de overeenkomst die tussen het Israëlische Ministerie van Defensie en het Israëlische Ministerie van Financiën is gesloten over het geldende recht in de bezette gebieden?[6]

Antwoord

Het kabinet heeft kennis genomen van deze overeenkomst. Het kabinet maakt zich al langere tijd zorgen over ontwikkelingen in Israël die onduidelijkheid creëren over het bestuur over de door Israël bezette gebieden en die ertoe bijdragen dat het onderscheid tussen Israël en de bezette gebieden verder vervaagt en dat is problematisch. Nederland volgt de ontwikkelingen nauwgezet.
10

Vraag

Hoe beoordeelt u het handelen van de Israëlische overheid van 13 februari jl. om negen nederzettingen te bouwen op land dat is gestolen van de rechtmatige eigenaren?[7]

Antwoord

Ik heb mij hier duidelijk tegen uitgesproken. Het legaliseren van onder Israëlisch recht illegale outposts, net als het goedkeuren en uitbreiden van nederzettingen in het algemeen, is in strijd met internationaal recht en plaatst een toekomstige vreedzame oplossing verder op afstand.
11

Vraag

Hoe beoordeelt u het beleid van de Israëlische overheid om het aantal wapens onder kolonisten te vergroten?[8]

Antwoord

Het huidige wapenbezit in de fragiele veiligheidssituatie is problematisch, niet alleen onder kolonisten, maar over de gehele breedte in Israël en in de bezette Palestijnse gebieden. Wapenbezit vergemakkelijken werkt dit verder in de hand en is daarmee onwenselijk. Het kolonistengeweld is al geruime tijd aan het toenemen met als dieptepunt de recente gewelddadigheden in Huwara.
12

Vraag

Hoe beoordeelt u de keuze van de Israëlische overheid om 7.000 woningen voor kolonisten in de bezette Westelijke Jordaanoever goed te keuren en aan te kondigen?[9]

Antwoord

Nederzettingen zijn strijdig met het internationaal recht, ondermijnen de kansen op een twee-statenoplossing en doen spanningen op de grond toenemen. Nederland blijft zich uitspreken tegen illegale nederzettingen, of unilaterale acties die een duurzame oplossing verder op afstand plaatsten.
13

Vraag

Hoe beoordeelt u het feit dat het Israëlische leger kinderen gevangen neemt en inmiddels 160 kinderen in detentie houdt?[10]

Antwoord

Volgens het internationaal recht vormt arrestatie, detentie of gevangenschap van een kind een maatregel die alleen in een uiterst geval mag worden ingezet en voor een zo kort mogelijke tijd. Nederland blijft de Israëlische overheid consistent op haar internationaalrechtelijke verplichtingen aanspreken, waaronder het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind en verplichtingen onder internationaal humanitair recht.
14

Vraag

Herinnert u zich de aangenomen motie Sjoerdsma c.s. (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1669) waarin de regering wordt verzocht positieve maatregelen te formuleren en effectieve drukmiddelen in te zetten om de Israëli's en Palestijnen weer aan de onderhandelingstafel te krijgen? Waarom is geen gehoor gegeven aan deze motie? Bent u bereid dit alsnog te doen?

Antwoord

Deze motie is afgedaan middels Kamerstuk 23 432, nr. 484 van 16 juni 2021. In deze brief is toegelicht dat Nederland hier tijdens de Europese Raad en de informele bijeenkomst van Ministers van Buitenlandse Zaken op heeft aangedrongen.
15

Vraag

Herinnert u zich de aangenomen motie Karabulut c.s. (Kamerstuk 32 735, nr. 301) waarin de regering wordt verzocht opties in kaart te brengen van (mogelijk) te nemen maatregelen indien Israël overgaat tot annexatie van Palestijns gebied? Waarom is geen gehoor gegeven aan deze motie? Bent u bereid dit alsnog te doen?

Antwoord

Middels brief, Kamerstuk32 735, nr. 301, is destijds gehoor gegeven aan de motie. Het Midden-Oosten Vredesproces, inclusief mogelijke annexatie, en de EU-inzet zijn destijds meermaals besproken in de Raad Buitenlandse Zaken. De Nederlandse en Europese inzet was en is gericht op het tegengaan van annexatie en hierover vindt veelvuldig contact plaats met Israël en internationale partners.
16

Vraag

Herinnert u zich de aangenomen motie Servaes c.s. (Kamerstuk 23 432, nr. 434) die het kabinet oproept om concrete maatregelen te nemen «wanneer partijen afzien van constructieve deelname aan vredesbesprekingen en ondermijnend beleid blijven voeren»? Waarom is geen gehoor gegeven aan deze motie? Bent u bereid dit alsnog te doen?

Antwoord

Middels de beantwoording van de feitelijke vragen inzake de begroting Buitenlandse Zaken voor het jaar 2017 (Kamerstuk 34 550-V, nr. 7)[11] is destijds gehoor gegeven aan de motie. Frankrijk nam het initiatief om een nieuwe dynamiek in het vredesproces te creëren en de bestaande patstelling te doorbreken. Nederland heeft zich ingezet om beide partijen te bewegen tot een constructieve deelname. Destijds is ook aangegeven dat de toekomstige dimensie van de motie («wanneer partijen afzien van constructieve deelname aan vredesbesprekingen en ondermijnend beleid blijven voeren, om concrete maatregelen te nemen, bijvoorbeeld door opschorting van bilaterale of Europese samenwerkingsovereenkomsten») op dat moment niet aan de orde was, omdat er geen sprake was van vredesbesprekingen.
17

Vraag

Herinnert u zich de Kamervragen van de leden Sjoerdsma en Agnes Mulder (Zaaknummer 2022Z03208) waarin de regering wordt opgeroepen maatregelen te formuleren om o.a. het illegale nederzettingenbeleid van Israël een halt toe te roepen?

Antwoord

Ja.
18

Vraag

Herinnert u zich artikel 2 van het associatieverdrag met Israel? Vindt u dat de huidige ontwikkelingen onder reikwijdte van artikel 2 vallen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Respect voor democratie en mensenrechten zijn integraal onderdeel van het associatieakkoord dat als basis fungeert voor de betrekkingen van de EU en Israël. Nederland benadrukt in EU-verband het belang van een brede dialoog met Israël, juist ook om gevoelige thema's en actuele ontwikkelingen gezamenlijk te kunnen adresseren als EU, bijvoorbeeld via de Associatieraden.
19

Vraag

Bent u het eens dat het ontmoedigingsbeleid van de Nederlandse regering en bondgenoten niet succesvol is geweest?

Antwoord

De Nederlandse overheid ontmoedigt al jaren economische relaties met bedrijven in Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied. Indien Nederlandse bedrijven aankloppen bij de overheid, worden zij over dit beleid geïnformeerd. De Nederlandse overheid verleent geen diensten aan Nederlandse bedrijven waar het gaat om activiteiten die zij ontplooien in of ten behoeve van Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied. Het kabinet heeft geen overzicht van de effecten van het ontmoedigingsbeleid. Het beleid is van toepassing op activiteiten van Nederlandse bedrijven als die direct bijdragen aan de aanleg en instandhouding van nederzettingen of als die de aanleg of instandhouding ervan direct faciliteren. Het gaat hierbij om activiteiten in nederzettingen, activiteiten met bedrijven gevestigd in nederzettingen en activiteiten buiten nederzettingen die ten gunste komen aan nederzettingen. In gevallen waarin op voorhand niet duidelijk is of een activiteit ten gunste komt van nederzettingen raadt het kabinet desgevraagd Nederlandse bedrijven aan het gesprek aan te gaan met het desbetreffende Israëlische bedrijf. Het kabinet verwacht van alle Nederlandse bedrijven dat zij internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen door invulling te geven aan internationale normen zoals die zijn neergelegd in de OESO Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen (OESO-richtlijnen), waar de UN Guiding Principles on Business and Human Rights onderdeel van uitmaken. Het is vervolgens aan Nederlandse bedrijven zelf om te bepalen welke activiteiten zij ontplooien en met welke partners zij samenwerken. In het kader van internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) wordt van Nederlandse bedrijven verwacht dat zij, met inachtneming van de OESO-richtlijnen, tot een afgewogen besluit komen waarover zij bereid zijn publiekelijk verantwoording af te leggen.
20

Vraag

Bent u bereid bilateraal en in Europees verband niet alleen grote zorgen uit te spreken over de huidige ontwikkelingen maar ook concrete drukmaatregelen voor te stellen om de Israëlische regering te laten stoppen met álle illegale maatregelen (van nederzettingenbouw tot excessief geweld)? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Nederland staat in goed contact met andere (EU) lidstaten over de huidige ontwikkelingen en blijft dit doen. Op Europees niveau wordt gesproken, met de EU-lidstaten en EU Speciaal Vertegenwoordiger voor het Midden-Oosten Vredesproces, over de wijze waarop de EU kan bijdragen aan de-escalatie.
21

Vraag

Kunt u deze vragen met spoed en afzonderlijk beantwoorden?

Antwoord

Er is getracht zo snel mogelijk en afzonderlijk antwoord te geven.

Bronnen

Voetnoten · 11