Terug
Beantwoord Schriftelijke vragen 2024Z02725

Pro-Palestina demonstratie plaats in Amsterdam

Beantwoord door

Dilan Yeşilgöz-Zegeriusminister van Justitie en Veiligheid
Ingediend · 19 februari 2024Beantwoord · 2 april 202443 dagen

Vragen en antwoorden

6 vragen

Origineel
1

Vraag

Bent u ermee bekend dat er op zaterdag 17 februari 2024 een pro-Palestina demonstratie plaatsvond in Amsterdam?

Antwoord

Ja, daar ben ik mee bekend.
2

Vraag

Bent u ermee bekend dat tijdens die demonstratie een bord omhoog werd gehouden door de vicefractievoorzitter van GroenLinks in provinciale staten van Gelderland met daarop de tekst «viva viva INTIFADA» (zie de foto in het bericht)?[1]

Antwoord

Ja, daar ben ik nu mee bekend.
3

Vraag

Deelt u de mening dat «viva viva INTIFADA» niets anders is dan een keiharde oproep tot geweld?

Antwoord

Ik ben van mening dat de leus als zodanig te veroordelen is. De beoordeling of er mogelijk sprake is van een strafbaar feit in een individueel geval is primair een verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie en – mits de zaak wordt aangebracht bij de rechtbank – uiteindelijk is die beoordeling voorbehouden aan de rechter.
4

Vraag

Is de politie in Amsterdam overgegaan tot het aanhouden van deze persoon? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

De hierboven, in vraag 2 aangehaalde specifieke uiting is tijdens de inzet niet gesignaleerd door de aanwezige politieagenten. Er is derhalve ten tijde van de demonstratie niet tot aanhouding overgegaan. Het Openbaar Ministerie is niet bekend met een aangifte en is geen strafrechtelijk onderzoek gestart.
5

Vraag

Kunt u de Kamer informeren of het Openbaar Ministerie tot vervolging over gaat van deze oproep tot geweld door deze politicus?

Antwoord

Zie antwoord 4.

Zie antwoord op vraag 4

6

Vraag

Wanneer zorgt u er nu eens voor dat dit soort handelingen keihard aangepakt wordt?

Antwoord

De beoordeling of er mogelijk sprake is van een strafbaar feit in een individueel geval is primair een verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie en – mits de zaak wordt aangebracht bij de rechtbank – uiteindelijk is die beoordeling voorbehouden aan de rechter.