Terug
Beantwoord Schriftelijke vragen 2025Z10495

Het politiegeweld tijdens de ontruiming van het universiteitsgebouw in Utrecht bij een pro-Palestina demonstratie

Beantwoord door

David van Weelminister van Justitie en Veiligheid
Ingediend · 26 mei 2025Beantwoord · 7 juli 202542 dagen

Vragen en antwoorden

10 vragen

Origineel
1

Vraag

Bent u bekend met het bericht van de NOS waarin wordt gemeld dat bij de beëindiging van de bezetting van het universiteitsgebouw in Utrecht politiegeweld is toegepast, terwijl dit volgens burgemeester Dijksma niet was afgesproken?[1]

Antwoord

Ja.
2

Vraag

Klopt het dat de instructie voor het politieoptreden was om «zo gefaseerd, de-escalerend en geweldloos mogelijk» op te treden?

Antwoord

Zoals u weet laat ik mij als Minister van Justitie en Veiligheid niet uit over het optreden van de politie in individuele gevallen. De politie oefent haar taken uit onder verantwoordelijkheid van het lokaal gezag. De burgemeester kan de politie toestemming geven om op te treden ter handhaving van de openbare orde en daartoe aanwijzingen geven. Desgevraagd legt de burgemeester verantwoording af in de gemeenteraad over het optreden van de politie. Ik wil benadrukken dat de politie niet zomaar overgaat tot het gebruik van geweld. Bij elk optreden is het uitgangspunt dat de politie probeert een situatie zonder gebruik van geweld tot een goed einde te brengen (de- escalatie). Er kunnen zich echter situaties voordoen waarin de politie genoodzaakt is om tijdens haar taakuitvoering geweld toe te passen, als laatste redmiddel. Er gelden strenge regels voor het gebruik van geweld. Zo mag de politie bij het aanwenden van geweld niet verder gaan dan noodza- kelijk is voor de uitvoering van haar taken. In geval van een demonstratie geldt bovendien dat het optreden van de politie niet zo ingrijpend mag zijn dat mensen hierdoor worden afgeschrikt of ontmoedigd om gebruik te maken van hun demonstratierecht. Om te waarborgen dat de politie terughoudend en verantwoord gebruikmaakt van het aan haar toegekende geweldsmonopolie, schrijft de wet voor dat iedere geweldsaanwending door de politie moet worden gemeld bij, en getoetst door de hulpofficier van justitie. Die beoordeelt of de opsporings- ambtenaar in een concreet geval heeft gehandeld in overeenstemming met de geweldsinstructie.[2] Op grond van de geweldsinstructie is de politie gehouden om bij iedere aanwending van geweld de beginselen van proportionaliteit, subsidiariteit, redelijkheid en gematigdheid in acht nemen. Naast de rechtmatigheid beoordeelt de hulpofficier van justitie ook of het geweldgebruik in het concrete geval in overeenstemming was met de beginselen van professioneel vakmanschap. Daarnaast wordt een deel van de geweldsaanwendingen door de politiechef (namens de korpschef) beoordeeld. In bepaalde gevallen wordt ook het Openbaar Ministerie (OM) in kennis gesteld. Indien de officier van justitie van oordeel is dat een politieambtenaar zich niet heeft gehouden aan de geweldsinstructie, kan worden overgegaan tot vervolging van de betrokken politiemedewerker. In voorkomende gevallen is het aan een rechter om te beoordelen of de opsporingsambtenaar zich door het geweldgebruik schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit, en welke eventuele gevolgen daaraan moeten worden verbonden. De Nederlandse wet- en regelgeving bevat diverse regelingen waarin de geweldsinstructie voor de politie nader is uitgewerkt. Daarnaast bestaan er diverse procedures in het kader waarvan een concrete geweldsaanwending onafhankelijk en onpartijdig kan worden beoordeeld. Dat biedt niet alleen een belangrijke waarborg voor een terughoudend en verantwoord gebruik van het geweldsmonopolie, maar stelt de politie tevens in staat te leren van geweldsaanwendingen. Op dit moment wordt onderzoek gedaan naar het voorval in Utrecht en de wijze waarop de politie heeft opgetreden. Zoals u weet kan ik geen uitspraken doen over lopende onderzoeken.
3

Vraag

Zo ja, hoe verklaart u dat agenten desondanks demonstranten met fysiek geweld hebben verwijd- erd?

Antwoord

Zie antwoord vraag 2.

Zie antwoord op vraag 2

4

Vraag

Kunt u toelichten welk type geweld is toegepast door de politie bij de ontruiming en of daarbij onder meer het bovenhands slaan met de wapen- stok heeft plaatsgevonden, zoals door de advocaat van de demonstranten wordt gesteld?

Antwoord

Zie antwoord vraag 2.

Zie antwoord op vraag 2

5

Vraag

Hoe beoordeelt u het gebruik van dit geweld in het licht van het recht op demonstratie en de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit die gelden voor politieoptreden?

Antwoord

Zie antwoord vraag 2.

Zie antwoord op vraag 2

6

Vraag

Is het waar dat het besluit tot ingrijpen genomen is in de lokale driehoek? Kunt u aangeven of en hoe de rechtmatigheid en noodzakelijkheid van het toegepaste geweld op dat moment is besproken? Wordt het optreden van de politie bij deze ontruiming onderzocht als mogelijke overschrijding van bevoegdheden of disproportioneel geweld? Zo nee, waarom niet? Zo ja, door wie en op welke termijn?

Antwoord

Zie antwoord vraag 2.

Zie antwoord op vraag 2

7

Vraag

Kunt u bevestigen dat demonstranten aangifte doen of hebben gedaan tegen het politieoptreden? Wordt deze aangifte serieus en onafhankelijk onder- zocht?

Antwoord

Zoals u weet kan ik niet ingaan op dit individuele incident. Wel wil ik benadrukken dat iedere burger die aangifte doet, ervan uit kan gaan dat deze serieus en onafhankelijk wordt onderzocht, ongeacht wie er bij het incident of de aangifte betrokken is. Bovendien, ook als er geen aangifte wordt gedaan, wordt elk politieoptreden waarbij geweld is gebruikt getoetst en beoordeeld. Ik verwijs u naar het antwoord op vragen 2 tot en met 6 voor een nadere uitleg van dit beoordelingsproces.
8

Vraag

Welke mogelijkheden hebben demonstranten op dit moment om excessief politiegeweld te melden en te laten toetsen, en hoe wordt gewaarborgd dat zij dit in veiligheid en zonder repercussies kunnen doen?

Antwoord

Net als iedere burger heeft een demonstrant die meent slachtoffer te zijn geworden van excessief politiegeweld de mogelijkheid om dit veilig en zonder repercussies te melden en te laten beoordelen. Zo kan hij een klacht indienen over het door de politie gebruikte geweld. Ook kan een burger aangifte doen over een (gewelds)handeling van een politiemedewerker, wanneer sprake is van een vermoedelijk strafbaar feit. De klachtprocedure en het doen van aangifte tegen de politie zijn de afgelopen maanden meermaals onder de parlementaire aandacht gebracht.[3] In de beantwoording van verschillende Kamervragen is aandacht besteed aan de kenmerken van beide procedures en de kwaliteitswaarborgen die daarvoor gelden op grond van geldende wet- en regelgeving. Voor nadere uiteenzettin- gen over de klachtprocedure en het doen van aangifte tegen de politie verwijs ik u naar de betreffende antwoorden,[4] alsmede naar de beantwoor- ding van vragen 2 tot en met 5.
9

Vraag

Hoe waarborgt u dat demonstraties, ook wanneer zij politiek gevoelig liggen, niet onnodig worden beëindigd met geweld, maar in lijn met de geldende grondrechten worden benaderd?

Antwoord

In de Nederlandse democratische rechtsstaat is het demonstratierecht een groot goed, waar de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en ik pal achter staan. Het demonstratierecht wordt beschermd door de Grondwet en diverse verdragen, en wordt nader gereguleerd in de Wet openbare manifestaties. Het demonstratierecht is echter niet absoluut; onder omstandigheden kan hierop een beperking worden gemaakt. Het lokale gezag, dat verantwoordelijk is voor het faciliteren van demonstraties en de handhaving van de openbare orde, gaat zorgvuldig om met het beperken of in het uiterste geval verbieden van een demonstratie. Een besluit van het lokale gezag om een demonstratie te beperken of te verbieden, kan in rechte worden aangevochten. Uiteindelijk is het aan de onafhankelijke rechter om te oordelen of een eventuele beperking of een verbod in een concreet geval terecht was. Zodoende wordt gewaarborgd dat burgers veilig gebruik kunnen maken van het recht om te demonstreren.
10

Vraag

Welke boodschap heeft u aan studenten en andere burgers die hun stem vreedzaam laten horen via demonstraties, maar geconfronteerd worden met repressief optreden door de politie?

Antwoord

Het staat iedere inwoner van Nederland volledig vrij om voor zijn of haar mening uit te komen en deel te nemen aan demonstraties, uiteraard binnen de grenzen van de wet. Deze boodschap wil ik ook meegeven aan studenten en andere burgers die vreedzaam hun stem laten horen via demonstraties.

Bronnen

Voetnoten · 4

  • 1

    NOS, 22 mei 2025, Geweld tegen betogers was volgens Dijksma niet de afspraak, demon- stranten willen aangifte doen

    nos.nl/regio/utrecht/artikel/636754-geweld-tegen-betogers-was-volgens-dijksma-niet-de-afspraak-demonstranten-willen-aangifte-doen
  • 2

    Artikel 90novies, eerste lid, Wetboek van Strafrecht.

  • 3

    Vragen van het lid Mutluer over het doen van aangifte tegen een politieagent (ingezonden 4 maart 2025, 2025Z03794); Vragen van het lid Mutluer over de onafhankelijkheid van de beoor- deling van politiegeweld in Nederland (ingezonden 13 maart 2025, 2025Z04654); Vragen van het lid Teunissen over het chilling effect van acties van de politie (ingezonden 17 april 2025, 2025Z07781).

  • 4

    Op 11 april 2025 is de beantwoording van vragen van het lid Mutluer over het doen van aangifte tegen een politieagent met uw Kamer gedeeld: Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2024–2025, nr. 1735. Op 8 mei 2025 is de beantwoording van vragen van het lid Mutluer over de onafhankelijkheid van de beoordeling van politiegeweld in Nederland met uw Kamer gedeeld: Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2024–2025, nr. 2114. Op korte termijn zal ook de beantwoording van vragen van het lid Teunissen over het chilling effect van acties van de politie met uw Kamer worden gedeeld.