Terug
Beantwoord Schriftelijke vragen 2026Z02955

Het bericht 'Israël neemt het bestuur van Palestijnse steden deels over: ‘Einde aan de Oslo-akkoorden’'

Beantwoord door

David van Weelminister van Buitenlandse Zaken
Ingediend · 11 februari 2026Beantwoord · 10 maart 202627 dagen

Vragen en antwoorden

7 vragen

Origineel
1

Vraag

Bent u bekend met het bericht 'Israël neemt het bestuur van Palestijnse steden deels over: 'Einde aan de Oslo-akkoorden''?[1]

Antwoord

Ja.
2

Vraag

Bent u het eens met de constatering in het artikel dat met de besluiten van het Israëlische kabinet "een einde [is gekomen] aan de Oslo-akkoorden"? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Een van de besluiten ontneemt de Palestijnse Autoriteit bepaalde bevoegdheden op het gebied van toezicht en handhaving in Gebieden A en B. Dit is niet in overeenstemming met de Oslo-akkoorden, waarin is vastgelegd dat Israël geen zeggenschap heeft over burgerzaken in die gebieden. Ook zetten de plannen de fragiele situatie op de Westelijke Jordaanoever verder onder druk, juist op het moment dat alle inspanningen gericht moeten zijn op het laten slagen van het vredesplan en het werken naar een tweestatenoplossing. Het is dan ook zaak dat de besluiten niet in uitvoering worden gebracht.
3

Vraag

Veroordeelt u, in navolging van onder andere het Verenigd Koninkrijk, de besluiten van het Israëlische kabinet? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Ja, Nederland heeft deze besluiten van het Israëlische veiligheidskabinet veroordeeld en zich hier publiekelijk over uitgesproken op politiek niveau en onder andere ook op 17 februari jl. in New York in een breed gezelschap van 80 VN-landen.
4

Vraag

Heeft u uw Israëlische ambtsgenoot aangesproken op de besluiten van het Israëlische kabinet? Zo nee, bent u bereid dit te doen?

Antwoord

In een publieke verklaring heeft Nederland Israël opgeroepen deze besluiten niet te implementeren. Daarnaast is deze boodschap bilateraal meermaals op politiek en hoog ambtelijk niveau aan Israël overgebracht, waaronder in mijn gesprek met Israëlische minister van Buitenlandse Zaken op 25 februari jl..
5

Vraag

Bent u bereid om consequenties te verbinden aan de blijvende ondermijning van het perspectief op een Palestijnse Staat door het Israëlische kabinet? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Nederland beschouwt de Israëlische bezetting van de Palestijnse Gebieden als onrechtmatig. Daar spreekt Nederland zich consequent en nadrukkelijk over uit, en ondersteunt dit standpunt met beleid. Zo ontmoedigt de Nederlandse overheid economische relaties met bedrijven in illegale nederzettingen, en beperkt het kabinet de samenwerking met Israël tot binnen de grenzen van 1967. Daarnaast heeft het kabinet reeds verschillende acties ondernomen naar aanleiding van unilaterale stappen van Israël die een tweestatenoplossing ondermijnen. Zo heeft het kabinet o.a. naar aanleiding van de ontwikkelingen op de Westelijke Jordaanoever het initiatief genomen tot de evaluatie van de naleving door Israël van artikel 2 van het EU-Israël Associatieakkoord. Ook heeft het kabinet, o.a. na het besluit tot uitbreiding van nederzettingen in E1-gebied in augustus 2025, besloten nationale maatregelen voor te bereiden om producten uit onrechtmatige nederzettingen in door Israël bezette gebieden te weren. Daarnaast heeft Nederland Israëlische ministers Smotrich en Ben Gvir tot persona non grata verklaard n.a.v. uitspraken over annexatie van de Westelijke Jordaanoever. Het kabinet blijft met relevante partners bespreken welke inzet, waaronder in EU-verband, effectief kan zijn. Zie ook antwoord op vraag 6.
6

Vraag

Heeft u reeds opvolging gegeven aan de aangenomen motie-Piri (Kamerstuk 23432, nummer 620) over het opnieuw agenderen van de opschorting van het handelsdeel van het EU-Israël-associatieakkoord? Zo ja, kunt u toelichten hoe? Zo nee, bent u bereid dit spoedig te doen?

Antwoord

Met het vredesplan van president Trump is de inzet van Nederland en de EU erop gericht om dit plan te laten slagen. Dat betekent niet dat de voorgestelde EU-maatregelen, zoals het gedeeltelijk opschorten van het handelsdeel van het EU-Israël Associatieakkoord, van tafel zijn. Naast de ontwikkelingen op de Westelijke Jordaanoever heeft Nederland o.a. ook grote zorgen over de humanitaire situatie in Gaza. Deze zorgen heeft Nederland ook bilateraal overgebracht bij Israel en Nederland heeft in de bijeenkomst van de Raad Buitenlandse Zaken van 23 februari jl. overgebracht dat, indien de situatie niet verbetert, het nodig kan zijn om de door de Commissie voorgestelde EU-maatregelen in het kader van de evaluatie van artikel 2 van het Associatieakkoord tussen de EU en Israël opnieuw te agenderen.
7

Vraag

Kunt u bovenstaande vragen elk afzonderlijk beantwoorden?

Antwoord

Zie antwoorden op vragen 1 t/m 6.

Bronnen

Voetnoten · 1

  • 1

    NRC d.d. 9 februari 2026