Terug
Beantwoord Schriftelijke vragen 2026Z06487

Het Concertgebouw dat musici en orkesten weert die direct of indirect betrokkenheid hebben bij oorlogsmisdaden en genocide

Beantwoord door

Rianne Letschertminister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Ingediend · 30 maart 2026Beantwoord · 12 mei 202643 dagen

Vragen en antwoorden

17 vragen

Origineel
1

Vraag

Klopt het dat het Concertgebouw nieuwe richtlijnen heeft ingevoerd waarbij artiesten, musici en orkesten kunnen worden geweerd indien zij (direct of indirect) betrokken zouden zijn bij discriminatie, geweld of ernstige schendingen van internationaal recht, waaronder oorlogsmisdaden en genocide?

Antwoord

Ja.
2

Vraag

Hoe beoordeelt u dat Het Concertgebouw nieuwe richtlijnen hanteert waarbij artiesten, musici of complete orkesten kunnen worden geweerd op basis van vermeende betrokkenheid bij internationale misdrijven, zonder dat daar een juridisch oordeel of individueel onderzoek aan voorafgaat?

Antwoord

Voorop staat dat culturele instellingen zelf gaan over hun programmering, verhuur en richtlijnen die ze daarvoor hanteren. Naar ik begrijp heeft Het Concertgebouw ervoor gekozen om de richtlijnen aan te vullen zodat transparant is hoe de organisatie bepaalde toekomstige situaties weegt. Het gaat daarbij om keuzes die alle instellingen maken op basis van het profiel van de instelling. Instellingen zijn daar vrij in.
3

Vraag

Klopt het dat deze richtlijnen zijn opgesteld naar aanleiding van activistische druk rondom het optreden van een cantor van het Israëlische leger en dat deze richtlijnen zonder openbare toelichting of consultatie zijn ingevoerd?

Antwoord

Het Concertgebouw is een privaatrechtelijke onderneming. Ze zijn niet gebonden aan openbare consultaties om hun richtlijnen aan te passen.
4

Vraag

Acht u het passend dat een gesubsidieerde culturele instelling beleid formuleert dat in de praktijk kan leiden tot collectieve uitsluiting van artiesten uit bepaalde landen of culturele groepen en daarmee het risico loopt op discriminatoire besluitvorming of zelfs (juridisch relevante) groepsbelediging?

Antwoord

Culturele instellingen zijn vrij in het bepalen wat zij programmeren. Die vrijheid is belangrijk en hoort bij een open en democratische samenleving. Vanuit dat uitgangspunt gaan culturele instellingen dus ook over hun eigen programmering/samenwerkingen. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap staat voor deze artistieke vrijheid. Deze vrijheid is uiteraard wel begrensd daar waar de wet wordt overtreden. Keuzes in samenwerking mogen – ook door culturele instellingen – bijvoorbeeld nimmer gebaseerd zijn op gronden die wettelijk als discriminatie worden aangemerkt. In dat geval kan men aangifte doen. Ik kan als minister echter niet op de stoel van de rechter gaan zitten.
5

Vraag

Kunt u toelichten op welke wijze een instelling als Het Concertgebouw, dat geen internationaal‑juridische bevoegdheid heeft, kan vaststellen of een artiest schuldig is aan oorlogsmisdaden of misdrijven tegen de menselijkheid en ziet u risico's in deze vorm van zelftoegeëigende morele rechtspraak?

Antwoord

Zie antwoord 2.

Zie antwoord op vraag 2

6

Vraag

Bent u het ermee eens dat dergelijke uitsluiting kan leiden tot (juridisch relevante) groepsbelediging, omdat hiermee een volledige bevolkingsgroep of nationale culturele sector collectief wordt weggezet als medeplichtig aan internationale misdrijven? Zo ja, overtreedt Het Concertgebouw hier dan niet gewoon de wet?

Antwoord

Het is aan de rechter om te beoordelen of Het Concertgebouw de wet overtreedt.
7

Vraag

In hoeverre zijn deze richtlijnen verenigbaar met de wettelijke non‑discriminatienormen en de Governance Code Cultuur?

Antwoord

Het is aan de rechter om te beoordelen of de richtlijnen verenigbaar zijn met de wettelijke non-discriminatienormen. Wat betreft de Governance Code Cultuur: ik zie niet direct reden om aan te nemen dat de richtlijn hiermee in strijd is. De code doet geen uitspraken of aanbevelingen over specifieke zaken rond de bedrijfsvoering, zoals het opstellen van een huishoudelijk reglement. Ook stelt de code niet verplicht dat culturele instellingen met iedereen moeten samenwerken, of dat niemand mag worden buitengesloten op grond van bijvoorbeeld ethische overwegingen. Overigens wil ik benadrukken dat de code is opgesteld door de sector zelf. Het is een richtlijn over de principes van goed bestuur en toezicht in de culturele en creatieve sector, alleen het onderschrijven hiervan is verplicht binnen de basisinfrastructuur voor de periode 2025-2029. De naleving is in beginsel niet juridisch afdwingbaar.
8

Vraag

Acht u het wenselijk dat een instelling die (zelfs beperkt) wordt gefinancierd met publieke middelen, circa 4% gemeentelijke subsidie, een politiek‑activistische boycot kan effectueren, met verstrekkende maatschappelijke gevolgen?

Antwoord

Zie antwoord vraag 4.

Zie antwoord op vraag 4

9

Vraag

Hoe kijkt u aan tegen het feit dat in de regeling Vierjarige subsidies Kunstenplan 2025–2028 van de gemeente Amsterdam staat dat subsidie wordt geweigerd of ingetrokken wanneer een instelling in strijd handelt met wet- of regelgeving en bent u het ermee eens dat deze richtlijnen strijdig zijn met deze subsidievoorwaarden, en dus een grond vormen voor ingrijpen richting Het Concertgebouw?

Antwoord

Ik heb geen rol, noch bevoegdheid in de relatie tussen de gemeente Amsterdam en Het Concertgebouw. Interventie door de rijksoverheid in subsidierelaties tussen gemeenten en hun instellingen is bovendien onwenselijk, omdat het in strijd is met de bestuurlijke autonomie van de gemeente.
10

Vraag

Hoe kijkt u aan tegen het feit dat Het Concertgebouw zich in de aanvraag van de subsidie presenteert als toegankelijk huis "voor alle Amsterdammers", met nadruk op diversiteit en inclusie en bent u bereid om tijdens een overleg met de gemeente Amsterdam te pleiten voor een onderzoek naar mogelijke schendingen van subsidievoorwaarden door Het Concertgebouw?

Antwoord

Zie antwoord vraag 9, 10, 11.

Zie antwoord op vraag 9

11

Vraag

Kunt u toezeggen de gemeente Amsterdam expliciet te adviseren de subsidie te heroverwegen of in te trekken zodra wordt vastgesteld dat Het Concertgebouw met dit boycotbeleid buiten zijn statutaire doel treedt én in strijd handelt met de aan de subsidie verbonden normen van non-discriminatie en diversiteit en inclusie?

Antwoord

Zie antwoord vraag 9, 10, 11.

Zie antwoord op vraag 9

12

Vraag

Hoe kijkt u aan tegen het feit dat deze richtlijnen een precedent kunnen scheppen waardoor andere musea en culturele instellingen onder activistische druk vergelijkbare uitsluitingscriteria overnemen, met alle gevolgen voor artistieke vrijheid, publieke toegankelijkheid en maatschappelijke polarisatie?

Antwoord

Zie antwoord op vraag 4.

Zie antwoord op vraag 4

13

Vraag

Klopt het dat u bevoegd bent om in te grijpen wanneer gesubsidieerde instellingen handelen op een wijze die strijdig is met wettelijke normen en bent u bereid dit te doen wanneer blijkt dat Het Concertgebouw met deze richtlijnen de grenzen van non‑discriminatie overschrijdt?

Antwoord

Als een rechter vaststelt dat een instelling die door mijn ministerie wordt gesubsidieerd in strijd met de wet handelt bij het uitvoeren van de gesubsidieerde activiteiten kan ik de subsidie (al dan niet gedeeltelijk) proberen in te trekken. Mijn ministerie heeft echter geen directe subsidierelatie met Het Concertgebouw. Dit is aldus niet aan de orde.
14

Vraag

Ziet u aanleiding om Het Concertgebouw erop aan te spreken dat hun richtlijnen mogelijk buiten hun statutaire doelstelling vallen nu in de statuten van Het Concertgebouw is vastgelegd dat de instelling tot doel heeft het geven van concerten, het instandhouden van het gebouw en educatie en uitdrukkelijk géén taak heeft op het gebied van internationale politieke oordeelsvorming of sanctiebeleid?

Antwoord

Nee. Ik zie hier geen rol of bevoegdheid voor mijzelf. Zoals gezegd heb ik geen directe subsidierelatie met Het Concertgebouw.
15

Vraag

Kunt u toezeggen te laten onderzoeken of de richtlijnen van Het Concertgebouw in strijd zijn met het discriminatieverbod en/of strafrechtelijke bepalingen rond groepsbelediging en de Kamer te informeren over de juridische beoordeling?

Antwoord

Nee. Ik heb geen subsidierelatie met het Concertgebouw en zie aldus ook geen rol of bevoegdheid voor mijzelf. Bovendien is het aan de rechter om vast te stellen of sprake is van een strafbaar feit. Het is m.i. onwenselijk en strijdig met onze democratische rechtsstaat als politici op de stoel van de rechter gaan zitten.
16

Vraag

Kunt u toezeggen om bij gemeenten die, ondanks evidente schendingen van subsidievoorwaarden door musea of andere culturele instellingen, deze subsidies toch in stand houden, te onderzoeken op welke wijze kortingen op de algemene uitkering uit het Gemeentefonds kunnen worden gedaan?

Antwoord

De middelen uit het gemeentefonds zijn vrij besteedbaar. Over de besteding van deze middelen hoeft dan ook geen verantwoording te worden afgelegd aan het Rijk. Het is aan het college van B&W om de subsidievoorwaarden te controleren. Het is aan de gemeenteraad om het college te controleren.
17

Vraag

Kunt u toezeggen de Kamer te informeren over eventuele uitkomsten van dergelijke onderzoeken en eventuele maatregelen, inclusief financiële consequenties voor Het Concertgebouw, indien blijkt dat de richtlijnen onrechtmatig of onwenselijk zijn?

Antwoord

Zoals bij antwoord 16 aangegeven, dit is aan het college van B&W en de gemeenteraad.