Vragen en antwoorden
5 vragen
1
Vraag
Bent u bekend met het artikel 'UvA student sails with flotilla to Gaza: "We are preparing for the worst"'?[1]
Antwoord
Ja.
2
Vraag
Kunt u aangeven of u het wenselijk vindt dat docenten studenten aanmoedigen om dergelijke gevaarlijke reizen naar onder andere Gaza te ondernemen? Zo nee, welke maatregelen gaat u hierop ondernemen?
Antwoord
Het kabinet doet geen uitspraken over individuele casuïstiek. In algemene zin is het reisadvies van het ministerie van Buitenlandse Zaken voor de Gazastrook rood. Dat betekent dat het advies is aan Nederlanders: wat uw situatie ook is, reis hier niet heen, het is er te gevaarlijk. Ook waarschuwt het ministerie in het reisadvies dat de Nederlandse vertegenwoordiging niet kan helpen als Nederlanders in de Gazastrook in de problemen komen. Het reisadvies is helder, het is onverstandig dit te negeren.
3
Vraag
Kunt u bevestigen dat studenten alleen recht hebben op studiefinanciering wanneer zij hun studie daadwerkelijk volgen en niet door eigen toedoen of vrijwillige uitstapjes bewust studievertraging veroorzaken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Nee, voor een aanspraak op studiefinanciering is het niet vereist dat iemand daadwerkelijk de studie volgt. Ook vervalt hun aanspraak niet op het moment dat zij door eigen toedoen bewust studievertraging veroorzaken. De aanspraak op studiefinanciering is verbonden aan de inschrijving bij een opleiding die aanspraak geeft op studiefinanciering, en daarnaast aan het voldoen aan de overige leeftijds- en nationaliteitseisen. Daarbij is wel het aantal maanden prestatiebeurs dat een student kan ontvangen gemaximeerd. Bij studievertraging kan een student gedurende de opleiding dus in de leenfase terecht komen en geen recht meer hebben op een prestatiebeurs. Wanneer de student niet binnen de diplomatermijn een diploma haalt, wordt de prestatiebeurs bovendien niet omgezet in een gift. Het is aan de student zelf om tegen deze achtergrond keuzes te maken om ingeschreven te blijven staan of de studie (tijdelijk) te stoppen.
4
Vraag
Kunt u bewerkstelligen dat studenten die deelnemen aan extremistische activiteiten hun recht op studiefinanciering verliezen en bovendien worden geschorst of van hun onderwijsinstelling worden verwijderd? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Waar het gaat om studiefinanciering vervalt de aanspraak alleen als is vastgesteld dat de student een uitreiziger is. Daarvan is sprake als uit een melding van bevoegde opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten blijkt dat er een gegronde reden bestaat dat de student zich buiten Nederland bevindt met het doel zich aan te sluiten bij een terroristische organisatie. Op basis daarvan kan ik als minister van OCW besluiten de aanspraak op studiefinanciering te laten vervallen. Waar het gaat om schorsing of verwijdering van een student van de onderwijsinstelling, heb ik als minister van OCW daartoe geen mogelijkheden. Die bevoegdheid ligt bij het bestuur van de onderwijsinstellingen op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (hierna: WHW). Wanneer een student de huisregels overtreedt en een veilige leer- en/of werkomgeving voor studenten en/of medewerkers schaadt, kan het instellingsbestuur die student voor maximaal een jaar de toegang tot de gebouwen en terreinen ontzeggen of de inschrijving voor eenzelfde periode beëindigen. Wanneer een student de huisregels overtreedt, ernstige overlast heeft veroorzaakt en ook na waarschuwingen daarmee niet is gestopt, kan het instellingsbestuur die student de toegang tot de instelling definitief ontzeggen of zijn inschrijving beëindigen. Een instellingsbestuur neemt een dergelijk besluit niet lichtvaardig en de impact is groot, mede ook tegen het licht van het recht op onderwijs. Daarom wordt tegen dit soort besluiten vaak in beroep gegaan bij een rechter. Uit de rechtspraak blijkt het belang van een gedegen belangenweging en proces, voordat tot zo'n beslissing kan worden overgegaan. Een schorsing moet evenredig zijn aan de mate waarin de huisregels zijn overtreden. Daarbij moet waar mogelijk de onderwijsvoortgang niet onevenredig worden belemmerd als gevolg van een maatregel. Ook moet eerst gekeken worden of op andere manieren het gedrag kan worden gewijzigd. Als dit na aanhoudende pogingen niet lukt, kan een student definitief worden uitgeschreven.
5
Vraag
Welke maatregelen wil u nemen om vroegtijdige radicalisering in het onderwijs, vooral de breed geaccepteerde linkse radicalisatie, aan te pakken om deze situaties in de toekomst te voorkomen?
Antwoord
Ik heb geen signalen dat er sprake is van breed geaccepteerde linkse radicalisatie in het onderwijs.

