Terug
Commissie · notaoverleg Ongecorrigeerd

Mensenrechtenbeleid

Mensenrechtenbeleid

5 oktober 2026 4u

AI-samenvatting

Samenvatting

In het debat werd de mensenrechtensituatie wereldwijd besproken. D66 pleitte voor consistente toepassing van mensenrechtenstandaarden, waaronder kritiek op de houding naar Gaza. Het CDA benadrukte religieuze vrijheid en ondersteuning voor vervolgde christenen. JA21 stelde vragen over prioriteiten en effectiviteit van het mensenrechtenbeleid, en pleitte voor herinterpretatie van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De PVV twijfelde aan de impact van mensenrechteneninvesteringen. PRO bracht specifieke casussen naar voren: Turkije, Georgië, Belarus, Egypte, Afghanistan, Marokko en Venezuela, inclusief de intrekking van visa voor Nederlandse diplomaten in Palestina en de situatie van geëvacueerde kinderen uit Gaza. De VVD richtte zich op straffeloosheid, Iran, conflictgerelateerd seksueel geweld en diaspomaradialisering.

De minister beantwoordde dat mensenrechten en internationale rechtsorde kernprioriteiten blijven, hoewel afwegingen moeilijker worden in een verschuivend geopolitiek landschap. Op China zei hij dat zorgen over extraterritoriale toepassing van de etnische-eenheidswet bij de VN waren aangekaart. Voor Iran benadrukte hij aandacht voor mensenrechtenschendingen en steun voor sancties. Op Gaza ondersteunde Nederland de toegang van het Rode Kruis tot Palestijnse gevangenen, ondersteund door een juni-uitspraak van het Israëlische hooggerechtshof. Voor een toezichthouder op dwangarbeid zei hij dat het kabinet op zeer korte termijn iemand wilde aanwijzen.

AI-gegenereerd op basis van trefwoord-relevante fragmenten. Controleer bij twijfel het volledige verslag hieronder.

Behandeld

Besproken in dit debat

6 stukken

Document

Verslag

9 sprekers · 180 bijdragen

Relevant

ONGECORRIGEERD STENOGRAM

Verslag OSV 10 (2026-2027) van 5 oktober 2026

Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl

VERSLAG VAN EEN NOTAOVERLEG

Concept

De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft op 5 oktober 2026 overleg gevoerd met de heer Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken, over:

de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 18 juni 2026 inzake Rapportage Mensenrechten, Democratie en Internationale Rechtsorde 2025 (32735, nr. 430);

de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 16 juni 2026 inzake Rapportage 2025 - Internationale Mensenrechtenprocedures (32735, nr. 429);

de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 19 augustus 2026 inzake uitvoering van de motie van het lid Sjoerdsma c.s. over het lokaal bekend stellen van het NIMH-overzicht en het in behandeling nemen van claims van slachtoffers van martelingen en verkrachtingen (Kamerstuk 26049-101) (26049, nr. 126);

de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 1 oktober 2026 inzake vertrouwelijke brief over uitvoering moties over mensenrechten (32735, nr. 431);

de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 1 oktober 2026 inzake kabinetsreactie op rapport van Amnesty International over Iran (2026Z20803).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,

Klaver

De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,

Westerhoff

VoorzitterVoorzitter

Rajkowski

Griffier: Muller

Aanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Boomsma, Van Lanschot, Piri, Rajkowski, De Roon en Van der Werf,

en de heer Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken.

Aanvang 15.01 uur.

De voorzitterVoorzitter

Bij dezen open ik het notaoverleg Mensenrechtenbeleid van de commissie voor Buitenlandse Zaken. Hartelijk welkom allemaal. Voordat we naar de inhoud gaan: ik heb spreektijden van u doorgekregen. Die zijn natuurlijk indicatief, maar ik ga daar toch een beetje op sturen, zodat we op tijd klaar kunnen zijn. Qua interrupties wil ik het volgende voorstellen: als ze onder de 30 seconden blijven, kunnen ze onbeperkt worden gedaan, maar boven de 30 seconden tellen ze als twee interrupties.

Een van de brieven die op de agenda staat, is een vertrouwelijke brief. Als u die heeft ingezien, wil ik u vragen om er goed op te letten dat u die vertrouwelijkheid in acht neemt in deze vergadering. Tot zover de huishoudelijke mededelingen. Overigens ook welkom aan de minister.

Ik ga als eerste het woord geven aan mevrouw Van der Werf, van de fractie van D66.

D66Mevrouw Van der WerfD66

Dank u wel, voorzitter. 72% van de wereldbevolking leeft onder een autocratisch regime, net als in 1985, midden in de Koude Oorlog. Moskou, Beijing en ook Washington lijken met de dag minder te geven om mensenrechten. Laat Europa daarom een voorvechter zijn, niet uit blind idealisme, maar omdat onze eigen vrijheid en veiligheid ervan afhangen. Willen we ons staande houden tussen grootmachten en onze banden met kleine machten en middenmachten verdiepen, dan moeten we geloofwaardiger worden. In grote delen van de wereld wordt het Westen namelijk als hypocriet gezien. Europa sprak terecht schande van de Russische bommen op Oekraïense ziekenhuizen, maar bij de ziekenhuizen in Gaza bleef het te lang stil. Dat onthoudt men, van Johannesburg tot Jakarta. Is de minister bereid om mensenrechten standaard mee te wegen bij iedere wijziging van het buitenlandbeleid, of het nu gaat om handel, politiek of veiligheid? Hoe borgt hij mensenrechten in de nieuwe Veiligheidsstrategie?

Voorzitter. Nog altijd zitten er naar schatting meer dan een miljoen Oeigoeren in kampen. Zo'n miljoen Tibetaanse kinderen zitten op staatskostscholen. Zij zijn weggehaald bij hun ouders, met als doel om hen hun taal, geloof en cultuur af te leren. Sinds juli is dat beleid wet geworden voor alle minderheden. Kinderen leren al voor de kleuterklas Mandarijn. Hun eigen taal mag niet langer de voertaal meer zijn op school. Religies moeten zich voegen naar de lijn van de partij. Dat betekent, zwart-op-wit, het uitwissen van hele culturen.

Die wet reikt verder dan China. Volgens Beijing geldt die ook in het buitenland, dus ook hier. Wie in Nederland opkomt voor een opgesloten familielid, of zich uitspreekt over mensenrechtenschendingen, kan worden aangemerkt als separatist, met alle mogelijke gevolgen van dien. Hoe kijkt de minister hiernaar en welke gevolgen van deze wet voorziet hij voor bijvoorbeeld Oeigoeren en Tibetanen in Nederland?

Het kabinet heeft ook in Beijing klare taal gesproken over mensenrechten. Dat verdient onze waardering. Maar woorden vragen om daden. Onze import uit Xinjiang is sinds 2023 verzesvoudigd, tot bijna 500 miljoen euro vorig jaar. Is er inmiddels een toezichthouder voor de Europese Anti-dwangarbeidverordening aangewezen, en zo niet, wanneer gebeurt dat dan wel? Is het kabinet bereid om in Brussel te pleiten voor een omgekeerde bewijslast voor producten uit Xinjiang?

Voorzitter. Over mensenrechtenschendingen kunnen we uren praten. Dat moeten we ook blijven doen. Maar ik wil vandaag ook aandacht vragen voor een, in mijn ogen, onderbelicht thema: marteling in detentie. In bezet Oekraïne ligt een heel netwerk van schaduwgevangenissen. Krijgsgevangenen, journalisten en politieagenten, maar ook gewone burgers, worden er inmiddels jarenlang mishandeld en in sommige gevallen ook vermoord. Niemand weet hoeveel dit gebeurt, maar we kennen de verhalen.

Voor de zomer was hier Oleksii Anulja op bezoek. Hij vertelde over zijn eigen ervaringen als krijgsgevangene. Maandenlang zat hij opgesloten in een kleine ruimte op de grond, waarin ze een hond op hem loslieten en waarin hij dagenlang in zijn eigen urine en ontlasting moest staan. Zijn benen waren weggebeten als gevolg daarvan.

We kennen ook het verhaal van journaliste Viktoria Rosjtsjyna, 27 jaar oud. Haar lichaam, uitgemergeld en vol sporen van extreme marteling, kwam in een lijkzak gelabeld "onbekende man" vanuit de gevangenis terug naar haar ouders. Haar ogen, hersenen en strottenhoofd ontbraken. Wat doet het kabinet om dit netwerk van formele en informele detentie in Oost-Oekraïne in kaart te brengen en de verantwoordelijken op de Europese sanctielijst te krijgen?

Voorzitter. Ook in Iran worden jongeren die opkomen voor vrijheid mishandeld. Ze zitten nog met honderden vast. Elke week zijn er executies. Ik zeg het opnieuw: Europa zal voor hen op moeten komen, want de Verenigde Staten gaan het niet doen. Is het lot van de Iraanse bevolking onderdeel van de gesprekken die Europa en Nederland met Iran voeren? Blijft het kabinet aandringen op sancties tegen elke rechter die een politiek doodsvonnis uitspreekt?

Voorzitter. Ook het misbruik van Palestijnse gevangenen is geïnstitutionaliseerd: ze krijgen geen zorg en krijgen structureel te weinig te eten. Sommigen worden bewust op het randje van de dood gehouden. Wie om een advocaat vraagt, wordt daarna vaak voor zo'n gesprek met de buitenwereld gestraft, met een mishandeling of met een verkrachting als gevolg. Vele gevangenen vragen er dus maar niet meer om. Dat is schokkend voor een land dat zich de enige democratie in het Midden-Oosten noemt. Ziet de minister mogelijkheden om hier in Europees verband een vuist tegen te maken? Gaan we ons hard maken voor toegang van het Rode Kruis tot Palestijnse gevangenen?

Voorzitter, ter afsluiting iets dat ons allemaal aangaat. De vrijheid om jezelf te zijn is misschien wel het meest basale mensenrecht. Die vrijheid staat wereldwijd onder druk. Jaren geleden zagen we conservatieve organisaties al successen boeken in Uganda en in Rusland. Hun campagne tegen vrouwenrechten, homorechten en migranten heeft nu ook een weg gevonden naar onze algoritmes. En met succes, want ook in Nederland daalt de acceptatie van homoseksualiteit onder jongeren en steeds meer mensen vinden het normaal dat je je vrouw slaat. Algoritmes zijn niet neutraal, want ze belonen extreme content. In de politiek zien we ook haatcampagnes die zich richten op minderheden en wie voor hen opkomt.

Europa heeft een antwoord, de Digital Services Act. Ondanks Amerikaanse druk bleef Nederland pal staan voor de handhaving daarvan. Ik zou deze minister en het kabinet willen aanmoedigen om die lijn vast te houden. Is het kabinet bereid met een gezamenlijke strategie van de ministeries te komen tegen deze antirechtenbeweging en de groei daarvan online, inclusief zicht op wie haar financiert? Hoe zet het kabinet zich in voor snelle en stevige handhaving van de DSA, juist op deze algoritmes die die haat versterken?

Dank, voorzitter.

De voorzitterVoorzitter

Dank. Er is een interruptie van de heer Van Lanschot van het CDA.

CDADe heer Van LanschotCDA

Collega Van der Werf noemt terecht een aantal zorgwekkende ontwikkelingen in de maatschappij. Zij koppelt algoritmes daaraan als mogelijke oorzaak. Ik ben wel benieuwd of zij die als enige oorzaak ziet of dat er meer zouden kunnen zijn. Ik ben benieuwd naar haar perspectief daarop.

D66Mevrouw Van der WerfD66

Ik benoem algoritmes, omdat die in dezen eigenlijk als een soort megafoon opereren. We hoorden deze geluiden natuurlijk 10 of 25 jaar geleden ook, maar ze werden minder gepusht in het debat en ze vonden minder de grond waar ze nu op terechtkomen.

De voorzitterVoorzitter

Dat was het. Dan ga ik naar de heer Van Lanschot voor de inbreng van het CDA.

CDADe heer Van LanschotCDA

Dank, voorzitter. Mensenrechten staan wereldwijd onder druk, niet alleen door oorlog en repressie maar ook doordat de internationale rechtsorde zelf wordt aangevallen. In een wereld waarin machtspolitiek terug is, moeten we daarom voorkomen dat de aandacht voor mensenrechten ondersneeuwt.

Voorzitter. Ik begin vandaag bij de journalistiek. De regering schrijft terecht dat vrije onafhankelijke journalistiek onmisbaar is voor de bescherming van mensenrechten en voor de accountability voor schending van mensenrechten. Journalisten worden echter wereldwijd volop tegengewerkt. We zien een stapeling van bedreigingen, zoals geweld tegen journalisten, juridische intimidatie, digitale aanvallen en steeds grotere financiële druk op onafhankelijke media. Helaas moeten we concluderen dat 2025 wereldwijd zelfs het dodelijkste jaar ooit voor journalisten is geworden: 126 doden, schrijft het Committee to Protect Journalists daarover. Nederland heeft een verantwoordelijkheid om journalisten wereldwijd te helpen. Gelukkig doen we dat ook. Nederland heeft vorig jaar meer dan 2.000 journalisten in 93 landen ondersteund via het Safety for Voices-programma, met een relatief beperkte jaarlijkse investering van 4 miljoen euro.

Mediaondersteuning is ook heel belangrijk met het oog op het tegengaan van desinformatie en propaganda. Neem als voorbeeld een groep onafhankelijke Russische media in ballingschap in Nederland, die maandelijks een internationaal publiek van honderden miljoenen bereikt. Is de minister het met het CDA eens dat tegengif tegen Kremlinpropaganda noodzakelijk blijft? Kan hij daarom toezeggen de Kamer voorafgaand aan de begrotingsbehandeling te informeren hoe we vanuit het Mensenrechtenfonds de onafhankelijke Russische media in ballingschap ook na 2027, als de subsidies aflopen, meerjarig blijven ondersteunen? Wat het CDA betreft doen we dat op hetzelfde niveau en weer voor vijf jaar.

Voorzitter. Ik mis één ontwikkeling in de mensenrechtenrapportage. Dat is het misbruik van de kunstmatige intelligentie. Dat maakt grootschalige surveillance en het volgen van dissidenten namelijk technisch veel makkelijker, terwijl juist die dissidenten, journalisten en religieuze minderheden daarvan het slachtoffer kunnen worden. Hoe zorgt de minister ervoor dat AI en mensenrechten niet twee gescheiden beleidsterreinen blijven? Is hij bereid hierover in de volgende mensenrechtenrapportage concreet te rapporteren?

Bijzondere aandacht verdient wat ons betreft de vrijheid van religie en levensovertuiging. Dank aan het kabinet voor het uitvoeren van de motie over het structureel financieren van de speciaal gezant religie en levensovertuiging. Dat was aan de hand van de motie die wij medeondertekenden met de collega's Ceder en Stoffer. Het kabinet schrijft dat bewindspersonen, de speciaal gezant religie en levensovertuiging, de mensenrechtenambassadeur en ambassades in onder meer Nigeria, Pakistan, China en Syrië concrete knelpunten op het gebied van vrijheid van religie in kaart hebben gebracht — ik weet dat dit een lange zin is — maar welke concrete verbetering heeft deze diplomatieke inzet volgens de minister opgeleverd, zowel voor vervolgde christenen als voor andere religieuze minderheden?

Dat brengt mij bij Syrië en de positie van minderheden aldaar. Eerder heeft onze CDA-fractie vragen gesteld over de positie van Arameeërs. Het kabinet erkent in de beantwoording dat deze gemeenschap een diepgewortelde aanwezigheid in Syrië kent. Het kabinet zegt ook dat de nieuwe Syrische grondwet gelijke behandeling en bescherming van alle etnische en religieuze gemeenschappen moet waarborgen. Inclusiviteit is bovendien een uitgangspunt voor Nederlandse en Europese steun aan de wederopbouw. Dat zijn dus belangrijke uitgangspunten, maar hoe worden die nou concreet getoetst? Hoe voorkomen we dat kleine gemeenschappen alsnog buiten beeld raken? Hoe wordt bijvoorbeeld de Aramese diaspora in Nederland structureel betrokken? Wil de minister zich er binnen de EU voor inzetten dat ook de taal, culturele identiteit en geloofsvrijheid zichtbaar worden meegenomen bij constitutionele hervormingen en wederopbouw?

Aandacht voor mensenrechten houdt niet alleen in dat we kijken naar het heden. We moeten ook de misdaden en genocides uit het verleden niet vergeten. De Tweede Kamer heeft eerder de Holodomor, oftewel de door het Sovjetregime opzettelijk veroorzaakte hongernood in Oekraïne in 1932 en 1933, naar hedendaagse maatstaven erkend en veroordeeld als genocide. Deze genocide wordt ieder jaar op de vierde zaterdag van november herdacht. Begin dit jaar is een motie van het CDA aangenomen waarin werd verzocht om samen met de gemeente Den Haag ter nagedachtenis aan de Holodomor een Nederlands monument te realiseren. Kan de minister aangeven wat hiervan de stand van zaken is?

Voorzitter. Tot slot vragen wij het kabinet om voortdurende aandacht en diplomatieke inzet voor de casus van Omar Elshal, en specifiek voor voldoende medische zorg voor hem.

Dank u wel.

D66Mevrouw Van der WerfD66

Dank aan collega Van Lanschot voor het betoog. Ik kan mij goed vinden in grote delen van het betoog. Ik ben wel benieuwd naar het volgende. De heer Van Lanschot had het over religieuze minderheden. Wil hij daarbij ongelovigen, bekeerlingen en anderen die niet per se zo aan het vakje minderheden toe te delen zijn, meenemen?

CDADe heer Van LanschotCDA

Als ik collega Van der Werf goed begrijp, gaat het erom dat er ook andere minderheden zijn dan religieuze. Als dat zo is, ben ik het volledig met haar eens. We moeten dat breder bekijken.

De voorzitterVoorzitter

Oké, dank. Dan geef ik nu het woord aan de heer Boomsma, JA21.

JA21De heer BoomsmaJA21

Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Hoe bescherm je mensenrechten in een wereld die draait om macht, een wereld waarin, in de woorden Thucydides, "de sterken doen wat ze kunnen en de zwakken ondergaan wat ze moeten"? Hoe bescherm je mensenrechten waar die door zo veel regimes vooral worden gezien als op z'n best een soort imagoprobleem en op z'n slechts als een hinderlijke afleiding van hun geopolitieke belangen of wensenlijstje, of zelfs als een manier om Europa mee te chanteren? Dat laatste gebeurt namelijk ook. Hoe kunnen we als Nederland en Europa mensenrechten nastreven zonder onze eigen belangen zodanig te schaden dat het gevolg is dat wij zelf verzwakken en dat de mensenrechten er ook niet beter van worden?

Voorzitter. Ik wil ook een kanttekening plaatsen bij het beeld dat de wereld nu zo veel transactioneler is geworden dan die was. Volgens mij is het niet zo dat er tot voor kort sprake was van een soort solide internationale rechtsorde en dat die nu opeens door Amerika overboord wordt gezet. Die orde was natuurlijk altijd grotendeels een streven, met name ook een streven vanuit West-Europa. Dat was altijd al afhankelijk van militaire en economische macht.

We leven in een tijd van grote veranderingen en transities. De afgelopen 35 jaar waren tijden van globalisering, minder grenzen en steeds meer handel. Die periode is voorbij. Europa en de Verenigde Staten hadden eeuwenlang de macht, maar nu verschuift het geopolitieke zwaartepunt steeds meer naar het zuiden en het oosten.

Die verandering leidt tot grote verschuivingen, waaraan we in Europa mentaal nog steeds moeten wennen en waaraan we ons moeten aanpassen. Als je de sterkste bent en jouw wereldbeeld dominant is, zoals voorheen het geval was, dan hoef je anderen ook niet zo goed te begrijpen. Dan kun je het als vanzelfsprekend beschouwen dat mensen zich aan jou willen aanpassen en dat je je zin krijgt. Dat heeft het Westen heel lang naïef gemaakt. Europa dacht heel lang: met soft power komen we er wel. We zijn de taal van wenselijkheden gaan spreken en we zijn de taal van werkelijkheden een beetje vergeten.

Ik wil citeren wat de Belgische premier Bart De Wever daar onlangs over zei: "Our break from history is over. De wereld is geen kleuterschool. Hoe erg we het ook mogen vinden (…) De wereld, dat is ook onrust, ongenoegen, wrevel, wrok en brutaal geweld. Dat gaat niet zomaar veranderen door op de moral high ground te kamperen of door met uitgestrekte armen liefde de wereld in te sturen." In de ogen van de Verenigde Staten is Europa het irritante kneusje dat overal met een opgeheven vinger rondloopt. In de ogen van China is Europa in stijgende mate een irrelevante dreumes. Kortom, Europa moet ook de taal van macht gaan spreken, juist om de idealen van vrijheid, rechtvaardigheid en mensenrechten te kunnen blijven beschermen.

Ik kom op de Rapportage Mensenrechten, Democratie en Internationale Rechtsorde van vorig jaar. De eerste vraag is eigenlijk: hoe komt Nederland tot zo'n prioritering en hoe wordt bepaald hoe die keuzes zich vertalen in geld en capaciteit? Gaat het dan bijvoorbeeld om de ernst en de omvang van de schendingen, om de universaliteit of om waar wij denken dat Nederland de meeste toegevoegde waarde heeft? Kan de minister iets meer inzicht geven in wat ten grondslag ligt aan zo'n prioritering? Of is het een combinatie van die dingen? Ziet de regering eigenlijk een rangorde in mensenrechten wat betreft de inzet van Nederland in het buitenland?

Naast geld voor specifieke programma's en het sponsoren van allerlei organisaties gaat het natuurlijk ook om diplomatiek handelen en uiteindelijk mogelijk ook om sancties. Op welke manier wordt besloten om wel of niet landenspecifieke sancties in te stellen? D66 had het net over de dubbele standaard die Nederland zou hanteren als het gaat om het veroordelen van bombardementen op ziekenhuizen. Ik denk dat dat vooral heel erg het perspectief van D66 verraadt, maar dat dat niet zozeer door de rest van de wereld wordt gezien als hypocriet. Dat is het namelijk helemaal niet. Het zijn natuurlijk volstrekt verschillende situaties. In Gaza staan ziekenhuizen die worden gebruikt als uitvalsbasis door terreurstrijders die hun eigen mensen als menselijk schild gebruiken. Dat is in Rusland en Oekraïne natuurlijk niet zo. Ik zie wel een dubbele standaard als het gaat om hoe Nederland zich opstelt jegens Israël. Hoe wordt besloten wanneer er wel of geen sancties worden ingesteld?

Voorzitter. JA21 steunt in ieder geval de inzet op de vrijheid van religie. De meest vervolgde groep betreft nog altijd de christenen. We weten dat christenen in tal van landen worden onderdrukt, zwaar worden vervolgd en worden gediscrimineerd. Het kabinet zegt dat de christenvervolging nadrukkelijk prioriteit heeft. Voor vrijheid van religie in brede zin is bijna 35 miljoen euro beschikbaar van 2026 tot 2030. Welk bedrag daarvan is specifiek bestemd voor projecten die vervolgde christenen beschermen? Ik wil ook wat meer duidelijkheid over de uitspraak dat christenvervolging inderdaad een prioriteit is van dit kabinet. Hoe wordt dit verwerkt in de concrete plannen en uitgaven? Ik wil graag een soort uitsplitsing zien. Volgens ons zou het goed zijn om dat specifiek vast te leggen.

Hongarije heeft met Hungary Helps een heel succesvol concept opgebouwd om vervolgde christenen in het buitenland te steunen. In Irak zijn christelijke dorpen die zwaar zijn getroffen door ISIS mede met Hongaarse steun helemaal herbouwd, waardoor de lokale kerk weer kon worden opgebouwd. Duizenden gevluchte christenen konden zich daar opnieuw vestigen. Ik denk dat dat een goed uitgangspunt is: help die vervolgde gemeenschappen, zodat ze in hun eigen land kunnen blijven wonen en daar opnieuw een bestaan kunnen opbouwen. Gebruik die middelen rechtstreeks voor hulp aan dergelijke gemeenschappen in de vorm van wederopbouw, veiligheid, scholen en bestaansmogelijkheden. Hoe ziet de regering de successen van dat Hongaarse project, Hungary Helps? Dat wordt nu gelukkig voortgezet onder de huidige Hongaarse regering. JA21 denkt dat dit een goed voorbeeld kan zijn dat we dergelijke programma's zouden moeten implementeren. Hoe ziet het kabinet dat?

Dan de vraag welke concrete stappen zijn er eigenlijk zijn gezet jegens Nigeria en Pakistan, om er twee landen uit te lichten. Vorig jaar is in dit notaoverleg besproken hoe de vrijheid van religie onder druk staat doordat in veel islamitische landen op geloofsafval de doodstraf staat en er zogenaamde blasfemiewetten worden gebruikt om christenen te vervolgen, zeker in Pakistan. Wat heeft Nederland nou concreet gedaan en wat is Nederland verder nog van plan op dat vlak? Pakistan krijgt via GSP+ aanzienlijke handelsvoordelen van de EU, juist onder de voorwaarde dat ze de bestaande mensenrechtenafspraken respecteren. Welke concrete verbetering verlangt Nederland dan van Pakistan alvorens het opnieuw steun geeft aan een voortzetting van GSP+?

Wat heeft Nederland het afgelopen jaar concreet gedaan om de mensenrechtensituatie in West-Papoea eens aan te kaarten? Heeft Nederland de recente zorgen van de VN over de special autonomy law en het transmigratiebeleid expliciet opgebracht?

Voorzitter, dan over onafhankelijke journalistiek; inderdaad heel belangrijk, zoals het CDA al zei. Ik zag dat het kabinet een half miljoen euro heeft uitgegeven aan onafhankelijke journalistiek in de Palestijnse gebieden. Nou, het zou natuurlijk fantastisch zijn als daar onafhankelijke journalistiek zou kunnen plaatsvinden, maar hoe kan dat als er in Gaza feitelijk een terreurbeweging aan de macht is? Wat is er eigenlijk met dat geld gedaan? Hoe heeft de minister vastgesteld dat de journalisten en organisaties die uiteindelijk met Nederlands belasting werden gefinancierd daadwerkelijk onafhankelijk konden opereren? Wie zijn de uiteindelijke ontvangers? Worden zij bijvoorbeeld gecontroleerd op organisatorische, financiële of personele banden met Hamas of andere politieke organisaties? In hoeverre wordt er achteraf gecontroleerd wat daarmee is gedaan?

Diezelfde vraag heb ik ook over het geld dat is besteed aan West-Afrika. Nederland stelde daaraan vorig jaar ook €500.000 beschikbaar, ook om desinformatie tegen te gaan. Inmiddels wordt er gesproken over een veel uitgebreider programma, maar wie bepaalt daar wat als desinformatie geldt? Welke media ontvangen geld? We horen graag wat meer over wat daarmee wordt gedaan. Kan de Kamer misschien een overzicht krijgen van de uiteindelijke ontvangers van die middelen, de selectiecriteria, de wijze waarop de onafhankelijkheid wordt getoetst aldaar en de concrete resultaten die worden beoogd?

Voorzitter. Dan kom ik bij de tweede rapportage over de mensenrechtenprocedures. Ik heb nog een vraag over de Nederlandse inbreng bij de aanklacht van Zuid-Afrika tegen Israël voor het Internationaal Strafhof. Daarover is natuurlijk al eerder gedebatteerd, ook in de commissie, maar er is, voor zover ik kon nagaan, nog niet echt inhoudelijk gedebatteerd over de inhoudelijke rechtsopvatting die daar is gedebiteerd. De manier waarop dat verdrag dient te worden geïnterpreteerd is natuurlijk een politieke keuze. Andere landen hebben daarin andere keuzes gemaakt.

Ik vind het eigenlijk heel gek dat dit is ingebracht zonder politieke behandeling vooraf. Ik wil dat de minister aangeeft dat dit voortaan niet meer zo gaat en dat als Nederland zich gaat inmengen en een bepaalde visie neerlegt over de interpretatie, dat voortaan eerst met de Kamer moet worden besproken. Voor de toekomst: wat is nu de status ervan, is Nederland ontvankelijk verklaard, gaat Nederland nog aanvullende stukken inbrengen en, zo ja, hoe worden die dan uitgewerkt? Ik wil in ieder geval graag de toezegging dat wij dat in de Kamer kunnen bespreken voordat een en ander wordt opgestuurd.

Ik ben benieuwd: houdt Nederland onverkort vast aan de hoge maatstaf dat wanneer er genocidale intentie wordt afgeleid uit een patroon van gedragingen, die intentie dan "the only reasonable inference" moet zijn? Is dat inderdaad nog steeds het uitgangspunt? Waar ligt dan volgens de minister de grens tussen een holistische bewijswaardering en het feitelijk verlagen van de bijzondere intentiedrempel?

Voorzitter. Dan over het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Wat ons betreft is hierbij sprake van een onwenselijke rechteninflatie. Met het steeds verder opblazen en uitrekken van de definitie van mensenrechten via jurisprudentie raak je steeds verder verwijderd van de oorspronkelijke intentie en de bedoeling van de verdragspartijen. Zo worden mensenrechten als het ware tot een instrument gemaakt voor progressieve en politieke doeleinden, die dan geen democratisch mandaat nodig hebben. Je haalt dingen dus weg uit het politieke domein en verplaatst ze naar het juridische domein, maar daarmee haal je ze weg uit de democratische besluitvorming en dan is zeer onwenselijk. We zien dat zeker bij bijvoorbeeld migratie- en klimaatzaken. Ik denk dat het cruciaal is voor de bestuurbaarheid van Nederland, en ook voor het beschermen van de rechtsstaat en de mensenrechten zoals ze oorspronkelijk bedoeld waren, om die terug te brengen tot de oorspronkelijke kern. In onze schriftelijke inbreng voor het Nederlandse voorzitterschap van de Raad van Europa en het Mensenrechtencomité hebben wij al toegelicht waarom wij als JA21 vinden dat Nederland het voorzitterschap moet aangrijpen om dat met andere landen in de Raad van Europa aan de orde te stellen en een nieuw, zeventiende interpretatieprotocol moet gaan bepleiten voor het EVRM. Ik hoop dus echt dat de minister dat ook wil aangrijpen.

Het gaat om een beperkt aantal zaken, waarin door jurisprudentie met name de interpretatie van de artikelen 3 en 8 enorm is opgerekt. Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens was ook nadrukkelijk niet bedoeld voor migratie. Er zat geen recht op asiel in. Er werd gezegd: nee, we hebben ook het VN-Vluchtelingenverdrag al. Dat is dus echt later via allerlei rechterlijke interpretaties enorm opgeschoven. Ik denk dat dat heel cruciaal is, met name voor het terugdraaien van die opgeblazen interpretaties ten aanzien van artikel 3, het zogenaamde folterverbod. Dat is het met name ook voor de migratiedeals die dit kabinet en wij ook willen sluiten voor de terugkeerhubs en de opvang van de mensen in derde landen. Want als je al een schending van het zogenaamde folterverbod ziet in de mogelijkheid dat iemand terug wordt gestuurd naar België of Italië, hoe kan je dan een terugkeerhub in werking laten treden? Hoe kan je er dan voor zorgen dat die daadwerkelijk gaat werken, laat staan in een situatie waarin mensen daadwerkelijk opvang krijgen in een derde land, wat toch onze inzet is? Ik hoor dus graag hoe de minister dit nu ziet.

Tot slot, voorzitter. Er was ook een motie aangenomen in aanloop naar de Verklaring van Chisinau, in Moldavië, die ook hierover ging. Dat was een politieke verklaring die over hetzelfde ging, maar waarvan wij dus zeggen: dat is niet voldoende, want zo'n politieke verklaring is niet bindend. Het gaat echt om de jurisprudentie. In die verklaring werd eigenlijk de jurisprudentie herhaald, terwijl we die op een aantal fundamentele punten dus moeten wijzigen. Maar er is wel een motie van ons aangenomen die zegt dat Nederland zich in ieder geval vaker moet voegen als derde partij om onze inbreng te leveren als er een uitspraak op het spel staat waar ook onze belangen mee gemoeid zijn. Hoe wordt die nu uitgevoerd? Welke capaciteit is daarvoor beschikbaar gesteld?

Tot zover.

De voorzitterVoorzitter

Dank. Dan gaan we nu naar de inbreng van de PVV. De heer De Roon.

PVVDe heer De RoonPVV

Dank, voorzitter. De regering zegt het zelf: "De mensenrechtenrapportage 2025 laat opnieuw geen opwekkend beeld zien." Inderdaad, dat is namelijk het beeld dat in elke mensenrechtenrapportage sinds 2003 jaarlijks in soortgelijke bewoordingen wordt geformuleerd. De mensenrechtensituatie gaat wereldwijd achteruit. We zitten midden in een democratische recessie. Toch lezen we ook nu weer dat de inzet voor mensenrechten "geen verloren strijd is" en dat Nederland erin blijft investeren. Dat schrijft de minister allemaal in zijn voorwoord bij de mensenrechtenrapportage 2025.

De vraag is: wat levert die investering eigenlijk op? Waarom geven we jaarlijks tientallen miljoenen euro's uit aan mensenrechtenprojecten, terwijl we rapportage na rapportage lezen dat het steeds slechter gaat? Het antwoord op die vraag vinden we ook in het voorwoord dat de minister heeft geschreven bij dat rapport. Daarin staat namelijk dat we moeten kijken naar "lichtpuntjes". Lichtpuntjes, daar doen we het dus voor. Het doet een beetje denken, naar mijn mening, aan een voetbalcoach van een team dat na de zoveelste 10-0 nederlaag nog even wil benadrukken dat zijn team bij vlagen best aardig speelt. Iedereen op de tribune ziet het gruwelijke falen van die ploeg, maar de coach ziet lichtpuntjes en houdt zich daaraan vast. Alleen gaat het hier vandaag natuurlijk niet om een potje voetbal, maar om serieus veel belastinggeld. Alle fondsen bij elkaar opgeteld gaat het om 83 miljoen euro in 2025. Voor dat bedrag heeft het kabinet dus een klein brandblussertje aangeschaft om er een enorme brand, een bosbrand, zou je kunnen zeggen, van de achteruitgang van mensenrechten mee te blussen; ik kan het niet anders omschrijven. Die enorme bosbrand is de mensenrechtensituatie die wereldwijd achteruitgaat. Dat is een achteruitgang die gelijke tred houdt, naar mijn mening, met de afbrokkelende macht van het vrije Westen en de geopolitieke instabiliteit. Dat zijn twee oorzaken die niet worden geremd door ons mensenrechtenbeleid, hoe groot de brandblusser van de minister wellicht ook is. Deelt de minister de analyse die er samengevat op neerkomt dat Nederland alleen, en dan nog op een zeer beperkte schaal, aan pijnbestrijding doet?

Terug naar de lichtpuntjes. Wat zijn die lichtpuntjes? Nou, in het islamitische Somaliland is een workshop gegeven over gender en verkiezingen. Typerend is de bijgevoegde foto in de mensenrechtenrapportage, want daar staan alleen maar vrouwen met een hoofddoek op. Maar hé, ze hebben in ieder geval een workshop gehad. Daarover twee vragen. Zal die workshop deze vrouwen ook beschermen tegen de shariawetgeving, die een belangrijke rol speelt in het personen- en familierecht in Somaliland? Zal de workshop jonge meisjes in Somaliland beschermen tegen gedwongen huwelijken en andere vormen van misbruik? Ik denk het niet, maar misschien denkt de minister daar anders over. Ik hoor het graag. Goedbeschouwd beschouwt men het vooral als een lichtpuntje als men een goed gevoel overhoudt aan zo'n projectje. De casus-Somaliland roept wel nog een nieuwe vraag op: waarom is er in de rapportage eigenlijk geen enkele aandacht voor de schadelijke rol van de islam, terwijl de islam toch een soort van Roundup is — u kent dat bestrijdingsmiddel wel — maar dan voor mensenrechten? Graag een reactie van de minister.

Tot slot. Typerend voor het Nederlands beleid is het feit dat de top drie landen en gebieden waar het meeste geld aan uitgegeven wordt, achtereenvolgens bestaat uit de Palestijnse gebieden, China en Jemen. Waarom denkt de minister nou dat een blijvende Nederlandse inzet in deze landen en gebieden de mensenrechtensituatie daar zal verbeteren? Waarop is die hoop van de minister gebaseerd?

Tot zover, voorzitter.

De voorzitterVoorzitter

Dank, meneer De Roon. Dan ga ik naar de inbreng van PRO. Mevrouw Piri.

PROMevrouw PiriPRO

Dank u wel, voorzitter. In de rapportage schrijft het kabinet dat in 2026 de wereldwijde ODA-financiering voor mensenrechten met maar liefst 1,9 miljard per jaar zal afnemen. En dat in een tijd waarin volgens dezelfde rapportage 72% van de wereldbevolking in landen met een autocratisch regime leeft; het niveau van 1985. Mensenrechten zijn altijd een belangrijke hoeksteen geweest van het Nederlandse buitenlandbeleid, maar helaas zien we ook dat dit kabinet meegaat in de wereldwijde trend: miljardeninvesteringen in defensie, maar ook harde bezuinigingen op het mensenrechtenbudget, diplomatie en ontwikkelingssamenwerking. Het is goed om te zien dat het Matra- en het Shirakaprogramma zijn opgeplust. Dat is iets waar we ons in de Kamer vele jaren altijd over hebben laten horen, maar het totaalplaatje is nog echt niet voldoende.

Voorzitter. Voordat ik inga op een aantal specifieke landen en casussen, wil ik graag stilstaan bij een algemene trend die zeer zorgelijk is. Naast het fenomeen van een shrinking civil space, waar we ook in Europa mee te maken hebben, zien we een wereldwijde aanval op de vrije pers. Waar in 2001 nog 20% van de wereldbevolking in een land leefde waarin persvrijheid de norm was, is dat inmiddels afgezakt naar nog maar 1%. Ook het vermoorden van journalisten is helaas geen nieuw fenomeen, maar de schaal waarop het de afgelopen jaren is gebeurd, is ongekend. Afgelopen week is Muhammad al-Najjar gedood. Hij is de 263ste journalist in Gaza die sinds oktober 2023 is gedood door Israël. Hetzelfde patroon zien we in Libanon, waar het Israëlische leger veertien journalisten heeft gedood. De enige getuige van genocide en misdaad tegen de menselijkheid wordt hiermee letterlijk het zwijgen opgelegd. Hoe zet het kabinet zich in om dit soort journalisten te beschermen? Hoe kunnen wij bijdragen aan het beschermen van deze journalisten wereldwijd?

Voorzitter. Dan wil ik graag stilstaan bij een aantal specifieke casussen, om te starten in Europa zelf. Turkije. Sinds ik in de Kamer zit, breng ik elk jaar de situatie in Turkije op. Als oud-Turkijerapporteur in het Europees Parlement ben ik bij een aantal van de politieke gevangenen al jarenlang ook persoonlijk betrokken. Het Hof in Straatsburg heeft klip-en-klare uitspraken gedaan in de zaak van Osman Kavala en Selahattin Demirtaş. In het laatste geval ben ik voor het eerst in jaren voorzichtig hoopvol dat de Koerdische politicus wellicht de komende periode wordt vrijgelaten in een breder kader van het Koerdisch vraagstuk, maar ik hoor graag hoe de minister hiernaar kijkt en hoe Nederland hier druk achter zet.

Dan mijn vriend Osman Kavala. Hij vierde afgelopen week zijn verjaardag voor het negende jaar opeen in gevangenschap. Er liggen nu drie gerechtelijke uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens waarin zijn vrijlating wordt geëist. Tot op heden weigert Turkije hieraan te voldoen. Ik heb begrepen dat de Raad van Ministers van de Raad van Europa Ankara nu tot 14 oktober de tijd heeft gegeven om te reageren op de zaak. Dat is volgende week. Wat gaat Nederland doen als Turkije, net als bij de eerste twee uitspraken de afgelopen jaren, volhardt in diens detentie? Is de minister dan bereid om te pleiten voor de schorsing van Turkije uit de Raad van Europa?

Dan de aanval op de grootste oppositiepartij, de arrestatie en politieke schijnprocessen tegen vele burgemeesters, en nu ook de aanval die de afgelopen week geopend is op de lhbti-gemeenschap. Dit brengt allemaal voor het voetlicht dat het nog steeds erbarmelijk is gesteld met de mensenrechten in Turkije. Maar waarom horen we daar niets meer over? Wanneer heeft deze minister zich hier voor het laatst publiekelijk over uitgesproken? Is hij bereid om Turkije hier consequent op te blijven aanspreken?

En dan dit: Turkije staat zeventiende op de lijst van prioriteitslanden, gemeten naar het mensenrechtenbudget dat het kabinet besteedt. Is het niet tijd om Turkije meer prioriteit te geven?

Dan over Georgië. Van alle landen op dit continent zien we in Georgië de snelste ontmanteling van de democratische rechtsstaat. Na het invoeren van de Foreign Agent Law hebben nu ook Duitse stichtingen deze week aangekondigd dat ze genoodzaakt zijn om hun kantoren in Tbilisi te sluiten. Georgië heeft op dit moment per capita de meeste politieke gevangenen en er is nu ook wetgeving in de maak om alle oppositiepartijen te gaan verbieden. Een land met een pro-Europese bevolking kan niet door datzelfde Europa in de steek worden gelaten. Is Nederland bereid om zich nu echt in te zetten voor persoonlijk gerichte sancties? Hoe kunnen we Georgische ngo's toch blijven ondersteunen?

Voorzitter. Over Belarus. Nog steeds honderden politieke gevangenen. Elke keer als er gevangenen worden vrijgelaten, zoals in de afgelopen maanden, zijn we daar zeer verheugd over, maar we weten ook dat er nog steeds honderden mensen vastzitten. Eerder heeft de Kamer op mijn initiatief gevraagd om een aantal studiebeurzen aan te bieden aan Belarussische studenten. Doen wij nog iets van zo'n soort projecten om de bevolking van Belarus te helpen?

Nog een korte vraag over Rusland. Ik zal hier niet op persoonlijke casussen ingaan, maar de minister weet ongetwijfeld dat wij een aantal keren voor journalisten en mensenrechtenverdedigers uit Rusland geen visa hebben verstrekt. Wat doen wij om dit soort mensen te helpen, wanneer zij vragen om een visum om in ieder geval drie maanden hun land uit te kunnen om weer even op adem te komen? Waarom wordt er dan automatisch doorverwezen naar het ministerie van AenM? Waarom gaat het ministerie van Buitenlandse Zaken niet staan voor deze mensen?

Voorzitter. Dan over Egypte. De Egyptische Nederlander Omar Elshal — ik begreep dat zijn vrienden hier in de zaal zitten — zit al sinds vorig jaar oktober in administratieve detentie. Ook zijn collega's bij ASML vragen al maandenlang om hulp. Deze week hebben de collega's ongetwijfeld ook die mails in hun mailboxen ontvangen. Wat doet het kabinet voor hem? Zit er al schot in de zaak? Vorige week arresteerden de Egyptische autoriteiten de volledige redactie van onderzoeksplatform Matsaddash op verdenking van "het dienen van buitenlandse belangen". Vorig jaar nam de Kamer een motie aan om het Europese steunpakket voor Egypte te verbinden aan concrete verbeteringen op het gebied van asielopvang. Egypte is daarmee akkoord gegaan. Maar wat zien we in de praktijk? Een deel van deze commissie heeft een bezoek gebracht aan Egypte en heeft het ook met eigen ogen kunnen zien: pushbacks, Sudanese vrouwen en meisjes die gedwongen sekswerk moeten doen, kinderen in detentie. Conclusie: om al deze redenen zou de Europese Commissie de laatste tranche van de macrofinanciële bijstand aan Egypte ter waarde van 1 miljard euro niet mogen overmaken. Zet de minister zich daarvoor in?

Dan over de intrekking van de visa van Nederlandse diplomaten voor de missie in Ramallah. Acht dagen geleden kondigde de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken aan de visa van Nederlandse diplomaten in Palestina in te willen trekken. Ramallah is geen Israëlisch territorium, noch heeft Israël daar een civiel dan wel militair bestuur. Kunnen Nederlandse diplomaten actief blijven in de Palestijnse gebieden en blijft de post in Ramallah dan operationeel? Trekt de minister op met bondgenoten als Noorwegen en het VK, die in hetzelfde schuitje zitten? En bent u bereid om eventueel samen met hen tegenmaatregelen te nemen?

Voorzitter. Ik las het verslag van vorig jaar terug. Ik zag daarin een lange interruptie tussen de heer Paternotte van D66 en de toen nog woordvoerder van de VVD, Eric van der Burg. Dat ging over de evacuatie van kinderen uit Gaza. Laten we puur kijken naar de feiten. Het kabinet-Schoof had 25 miljoen beschikbaar gesteld voor zorg in de regio en besloot na heel veel druk vanuit de Kamer om vijf kinderen te evacueren. Wat zien we bij het kabinet-Jetten? Er is 12 miljoen beschikbaar voor zorg in de regio, dus meer dan een halvering, en er is nul bereidheid om zelfs maar één kind hier te behandelen. Graag een reactie.

Dan over Marokko. Vorige week publiceerde Amnesty een nieuw rapport over de surveillancestaat in Marokko waarmee autoriteiten mensenrechtenverdedigers, journalisten en andere kritische stemmen in de gaten houden, intimideren en oppakken. We zagen hoe de Gen Z-demonstraties tegen hoge werkloosheid en de slechte staat van gezondheidszorg en onderwijs vorig jaar de kop in werden gedrukt. Nog steeds zitten zo'n 700 van die demonstranten vast, waaronder tientallen minderjarigen. In '22 nam de Kamer met een ruime meerderheid een motie van mijn hand aan om het beschermen van de mensenrechten in Marokko actief uit te dragen. Terwijl de mensenrechtensituatie de afgelopen jaren sterk achteruitgaat, intensiveert het kabinet juist de relatie met Marokko. We zeggen publiekelijk niets meer over schendingen. We schuiven op richting Rabat op het vraagstuk van de Westelijke Sahara. Terecht voelen vele Nederlandse Riffijnen zich in de steek gelaten als het gaat om de bescherming tegen de lange arm. Eerder dit jaar gaf de minister aan dit jaar een mensenrechtendialoog met Marokko te organiseren. Is dit al gebeurd? En is het kabinet bereid om op ministerieel niveau, dus niet alleen hoogambtelijk, aan te dringen op de vrijlating van Nasser Zefzafi? Wanneer is dit door het kabinet voor het laatst aangekaart bij de Marokkaanse autoriteiten?

Voorzitter. Dan Venezuela. Vorige week weigerde de luchtvaartautoriteit van Curaçao het vliegtuig van María Corina Machado te laten landen. Dat werd van hogerhand opgelegd. De Arubaanse minister van Toerisme zegt helder dat de kwestie met Nederland is gecoördineerd, zo konden we afgelopen week in het nieuws lezen. Sinds Machado in '24 de Nobelprijs voor de Vrede won, is ze niet meer in Venezuela terug geweest. De autoriteiten weigeren nog steeds haar toegang te verlenen. Nu lijkt Nederland voor een tweede keer, want voor het eerst in juni, beperkingen op te leggen aan de bewegingsvrijheid van Machado. Het kabinet weigert hierover openheid van zaken te geven. Waarom dwingt Nederland Curaçao tot het aan de deur weigeren van Machado? Hebben de Amerikanen het kabinet onder druk gezet? Hoe steunt Nederland Machado dan wel, en met haar de bevolking van Venezuela, die een democratische transitie wil?

Voorzitter. Dan China. Dit jaar nam China de wet ter bevordering van etnische eenheid en vooruitgang aan, waarmee de onderdrukking van 55 van de 56 etnische groepen verder wordt opgevoerd. Mensen mogen worden vervolgd voor de vage aanklacht van "ondermijning van etnische harmonie". In juli bracht minister Sjoerdsma, die zich als Kamerlid altijd zeer fel uitsprak over de onderdrukking van minderheden, een bezoek aan China. Heeft hij tijdens zijn bezoek de nieuwe wet besproken? Is het kabinet, in navolging van het Europees Parlement, bereid om te pleiten voor het sanctioneren van de kartrekkers van de nieuwe wet onder het EU-mensenrechtensanctieregime? Hoe zit het met de uitvoering van de motie-Paternotte/Boswijk over het inzetten van een speciale EU-vertegenwoordiger en een gezamenlijke EU-Tibetstrategie, of de motie-Van Baarle/Paternotte voor Europese sancties tegen plegers van mensenrechtenschendingen tegen de Oeigoeren?

Tot slot, voorzitter, Afghanistan. Dat is de meest gruwelijke plek op aarde voor meisjes en vrouwen. Na de overname door de taliban hebben we zelfs, terecht, Afghaanse oud-Defensiemedewerkers die hun leven niet zeker waren moeten evacueren. Wij waren twintig jaar intensief betrokken bij dit land. Dan denk ik met name aan de vele Nederlandse militairen die er met gevaar voor eigen leven hebben gediend. Hoe kunnen we ons nog inzetten voor de meisjes en vrouwen in dat land?

Voorzitter. De minister weet ook dat mijn fractie het schandalig vond dat Nederland deelnam aan een bijeenkomst met de taliban in Brussel. Kan de minister de Kamer garanderen dat wij op geen enkele manier overgaan tot normalisatie van dit regime? En kan de minister garanderen dat de geëvacueerde oud-medewerkers niet hoeven te vrezen dat ze worden teruggestuurd of te maken krijgen met transnationale repressie vanuit een toekomstige taliban-ambassade in Den Haag?

Dat was het. Dank u wel.

De voorzitterVoorzitter

Er zijn geen interrupties. Dan vraag ik mevrouw Van der Werf het voorzitterschap even over te nemen.

VoorzitterVoorzitter

Van der Werf

De voorzitterVoorzitter

Het woord is aan het lid Rajkowski.

VVDMevrouw RajkowskiVVD

Dank u wel. Mensenrechten zijn fundamentele rechten. In een democratisch land zijn goede mensenrechten een grote succesfactor. Dat is een land waar iedereen vrij en veilig kan leven: minderheden, vrouwen, meiden, iedereen. Tegelijkertijd voltrekt zich een ingrijpende verschuiving in de mondiale verhoudingen. Waar Nederland met de EU als ruggensteun eerder zaken kon doen in andere landen en daar eisen kon stellen aan de mensenrechten, zien we nu steeds meer een wereld waarin landen liever kiezen om zaken te doen met landen als Rusland en China, die vooral geen vragen stellen. Dat geeft ons wel moreel gelijk, maar het maakt Nederland en Europa ook steeds zwakker. Het innemen van een uitsluitend normatieve positie levert wellicht het morele gelijk op, maar het holt onze geopolitieke en economische slagkracht verder uit. We moeten voorkomen dat we onze invloed geheel verliezen door een opstelling die voorbijgaat aan de veranderende machtsbalans in de wereld.

Voorzitter. Mijn eerste onderwerp is het aanpakken van de straffeloosheid. Mensenrechten verliezen hun betekenis als daders van ernstige schendingen zich aan de verantwoording kunnen onttrekken. De uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens inzake MH17 maakt dat ook pijnlijk duidelijk. Rusland is verantwoordelijk gehouden voor het neerhalen van het vliegtuig en de dood van alle 298 inzittenden. Het gebrekkige Russische onderzoek en de gevolgen voor de nabestaanden zijn hier ook in meegewogen. De VVD wil dat Nederland blijft aandringen op de waarheid, genoegdoening en de uitvoering van die uitspraak. Graag een reactie van de minister.

Wat betreft de misdrijven van Rusland in en tegen Oekraïne steunen wij de vervolging van verdachten, het Speciale Tribunaal voor het Misdrijf Agressie en een mechanisme waarmee slachtoffers een schadevergoeding kunnen claimen. Nederland biedt ook ruimte aan de oprichtingsfase van het agressietribunaal. Ik heb hier in een vorig debat al aandacht voor gevraagd en wacht verdere informatie af, maar ik zou het toch raar vinden om dit hier niet te benoemen.

Voorzitter. Dan Iran. Vrouwenrechten vormen een pijler van het Nederlandse mensenrechtenbeleid, en terecht. Waar de rechten van vrouwen en meisjes worden ingeperkt of geschonden, staat de vrijheid en stabiliteit van de gehele samenleving op het spel. Nederland moet zich dan ook onvoorwaardelijk uitspreken tegen situaties waarin vrouwen en meisjes systematisch worden onderdrukt of uitgebuit, waar dan ook ter wereld. In Iran is de onderdrukking van vrouwen verworden tot staatsbeleid. Een recent rapport van Amnesty International schetst een ontluisterend beeld van de wreedheden die het regime heeft begaan tegen de demonstranten van de "Woman, Life, Freedom"-beweging. Vrouwen en meisjes zijn op grote schaal geconfronteerd met willekeurige opsluiting, marteling en seksueel geweld. Volgens het rapport moeten 87 functionarissen goed onderzocht worden.

De VVD vindt dat de verantwoordelijkheden voor deze schendingen niet onbestraft mogen blijven. Ziet de minister ruimte voor het inzetten van het internationale en onafhankelijke bewijs- en gerechtigheidsmechanisme? Ik zou aan het kabinet willen vragen hoe Nederland samen met andere Europese landen bijdraagt aan bewijsvergaring. Ook wil ik het kabinet vragen aan te dringen op gerichte Europese sancties tegen de betrokken Iraanse functionarissen. Ik zeg er alvast bij dat ik voor de tweede termijn een motie heb om dat in Europa kracht bij te zetten.

Voorzitter. Dan wil ik het ook nog hebben over conflictgerelateerd seksueel geweld. Ernstige mensenrechtenschendingen, cyberaanvallen en de verspreiding of inzet van chemische wapens kunnen in Europa rekenen op sanctiemaatregelen. Helaas wordt seksueel geweld in gewapende conflicten en door autoritaire regimes op grote schaal en systematisch ingezet als oorlogswapen, terreurinstrument en middel tot onderdrukking en ontwrichting. Wat sommige meiden en vrouwen wordt aangedaan, bijvoorbeeld in Sudan — daar is al een uitgebreid debat over gevoerd in de Kamer, maar ik wilde het hier toch even noemen — is niet met woorden te omschrijven. Daarom wil de VVD dat de monsters achter deze daden in Europa worden aangepakt met extra Europese sanctiepakketten die gericht zijn op het bestraffen en het tegengaan van conflictgerelateerd seksueel geweld. Hierover heb ik ook een motie in de tweede termijn.

Ik had een stuk over het aanpassen van het EVRM, maar daarvoor sluit ik me gemakshalve aan bij de heer Boomsma van JA21.

Voorzitter. Mijn laatste onderwerp is de diaspora en de binnenlandse veiligheid. De AIVD wijst erop dat terreurorganisaties zoals Hamas met actieve netwerken en operaties voet aan de grond proberen te houden in Europa en in Nederland. Inlichtingendiensten waarschuwen voor fondsenwerving en het aanjagen van polarisatie binnen het publieke debat en daarnaast voor cellen die terroristische acties voorbereiden tegen Joodse en Israëlische doelen in Europa. We mogen niet tolereren dat buitenlandse conflicten en extremistische doctrines naar onze straten worden geëxporteerd om minderheden te intimideren of onze samenleving te ontwrichten.

Ik wil het kabinet vragen welke stappen er worden gezet om de bedreigde leden van die diaspora — ik noemde net een voorbeeld, maar het zijn er natuurlijk meerdere — weerbaar te maken en te beschermen tegen buitenlandse spionage, hoe opsporing en ontmanteling van deze terreurbewegingen in Nederland prioriteit krijgt en of het kabinet ook hier bereid is om stevige sancties te blijven eisen tegen zowel statelijke als niet-statelijke actoren die onze soevereiniteit en rechtsorde bedreigen.

Dat was het.

De voorzitterVoorzitter

Dan geef ik het voorzitterschap weer aan mevrouw Rajkowski. Nee, excuus. De heer Boomsma heeft nog een interruptie.

JA21De heer BoomsmaJA21

Die gaat nog even over het EVRM. Mevrouw Rajkowski zei: ik sluit me aan bij de inbreng van de heer Boomsma van JA21 over de aanpassing van het EVRM. Voor alle duidelijkheid: het gaat er dus om dat we de interpretatie van de mensenrechten op een beperkt aantal punten herzien, niet de tekst van het verdrag zelf. We willen juist de oorspronkelijke bedoeling weer in ere herstellen. Dat deelt de VVD met ons, denk ik.

VVDMevrouw RajkowskiVVD

Ja, honderd procent. Het EVRM en ook de interpretatie daarvan is op heel veel vlakken echt belangrijk, wereldwijd. Als we nu het hele EVRM ter discussie stellen, maakt de VVD zich grote zorgen over meerdere mensenrechten die juist via het EVRM beschermd worden. Het gaat ons inderdaad specifiek om het interpretatieprotocol, dat ervoor moet zorgen dat we de jurisprudentie die ervoor zorgt dat wij in Nederland minder zeggenschap hebben over wie hier mag blijven en wie hier weg moet, weer indammen naar de oorspronkelijke bedoeling van het EVRM. Dat is de precieze bewoording die ik had opgeschreven.

De voorzitterVoorzitter

Dan geef ik u nu nogmaals het woord, maar dan weer als voorzitter.

VoorzitterVoorzitter

Rajkowski

De voorzitterVoorzitter

Even kijken. Dan gaan we schorsen tot 16.15 uur.

De vergadering wordt van 15.51 uur tot 16.24 uur geschorst.

De voorzitterVoorzitter

Ik heropen de vergadering. Er zijn een heel aantal vragen gesteld. We hebben tot 19.00 uur. De eerste termijn ging snel en ik hoop dat dat met de beantwoording en de interrupties ook gaat lukken. In eerste instantie houd ik even dezelfde interruptiemanier aan, dus onder de 30 seconden kan het onbeperkt en daarboven gaan ze tellen. Dan mag u twee keer. Mocht u echt uit de pas lopen, dan laat ik het weten en ga ik ingrijpen. Aan de minister heb ik de vraag of hij straks bij de inbreng wil aangeven welke blokken er zijn. Ik zou aan het eind van elk blok een vragenronde willen doen en niet tussendoor. Ja? Akkoord. Ik kijk naar de minister voor zijn inbreng.

Minister BerendsenMinister

Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Kamer voor de inbreng en het duidelijke belang dat u hecht aan mensenrechten en de internationale rechtsorde. Excuses voor de vertraging, maar dat is ook een compliment voor de diversiteit van de door de Kamer gestelde vragen. Ik heb een korte introductie en dan het blokje landen/regio's, vervolgens het blokje thematische mensenrechtenprioriteiten en tot slot het blokje overige thema's.

Ik gaf al aan dat uw Kamer belang hecht aan mensenrechten en de internationale rechtsorde. Dat is terecht. Mensenrechten, de democratische rechtsstaat en de internationale rechtsorde zijn geen abstracte begrippen. Ze gaan over fundamentele afspraken over hoe we met elkaar om willen gaan in de wereld. Ze gaan ook over onze vrije manier van leven. Een wereld zonder die regels wordt onvoorspelbaarder, onveiliger en minder welvarend. Het bevorderen en beschermen van mensenrechten en de internationale rechtsorde is daarom een kernprioriteit binnen het brede buitenlandbeleid. Dat is het al decennia. We staan er internationaal om bekend. Onze inzet is niet vrijblijvend. We doen dit ook vanwege onze grondwettelijke en internationaalrechtelijke verplichting.

Zoals velen van u al constateerden, is de inzet niet makkelijker geworden. De wereld zoals we die willen, staat ver af van de wereld zoals die is. Dat vinden wij niet alleen. Dat bleek ook duidelijk uit de week in New York en de gesprekken met partners daar. Juist nu moeten we werken met nieuwe partners, ook als ze onze waarden wellicht niet volledig delen. Zo organiseerden we tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties bijeenkomsten met Zuid-Afrika over het tegengaan van de antirechtenbeweging, met Mexico over mensenrechten en met Oekraïne over accountability. Juist door samen te werken met een brede groep landen vergroten we het draagvlak voor mensenrechten en de internationale rechtsorde.

Ondertussen blijven we vanzelfsprekend aandacht vragen voor ernstige mensenrechtensituaties, zoals voor de situatie in Sudan, in de Mensenrechtenraad, of voor mensenrechtenschendingen in Rusland. We blijven steun bieden aan mensenrechtenverdedigers en journalisten en staan pal voor de vrijheid van religie en levensovertuiging, voor lhbtiq+-rechten en, zoals we vorige week in deze Kamer bespraken, voor instituties die het internationaal recht beschermen, zoals het Internationaal Gerechtshof.

Tegelijkertijd voeren we ook een realistisch buitenlandbeleid. We kunnen niet alles of overal, hoe graag we dat ook zouden willen. Afwegingen tussen belangen zijn soms moeilijker geworden. Vanwege onze agenda om afhankelijkheden af te bouwen moeten we ook wereldwijd samenwerken met nieuwe partners. We zullen ook samenwerken met partners die niet altijd al onze waarden delen. Wij hebben het geloof dat we in brede partnerschappen nog steeds onze zorgen bespreekbaar kunnen maken en daar impact op kunnen hebben. De bezuinigingen en de personele taakstelling hebben ook grote impact. Met minder middelen, maar soms ook met minder bewegingsruimte kunnen we niet alles hetzelfde blijven doen. Dat betekent dat we scherpere keuzes moeten maken over waar we onze capaciteit en inzet op richten, zodat onze inzet zo effectief mogelijk blijft.

Dan China. Mevrouw Van der Werf vroeg naar de inzet op de Chinese wet. We delen de zorgen over de Chinese wet op de etnische eenheid. Extraterritoriale toepassing van nationale wetgeving kan niet als excuus gelden voor transnationale repressie van personen in Nederland, en in dit geval van etnische groepen zoals Oeigoeren en Tibetanen buiten China. Hier zijn expliciet zorgen over bij het maatschappelijk middenveld. Die zorgen kaarten we aan bij China, samen met gelijkgezinde landen. Onlangs gebeurde dat nog bij een statement in de VN-Mensenrechtenraad van afgelopen september. Tegelijkertijd, de betreffende wet is pas recent in werking getreden, dus het is ook onduidelijk hoe deze in de praktijk werkt. We houden de effecten in Nederland nauw in de gaten en we zullen bij signalen van repressie maatregelen nemen binnen de aanpak van ongewenste buitenlandse inmenging.

Mevrouw Piri vroeg ook of mijn collega van BHOS dit ter sprake heeft gebracht. Over het bezoek is deze zomer reeds schriftelijk teruggekoppeld. De wet voor etnische eenheid is tijdens het bezoek van collega Sjoerdsma niet ter sprake gekomen. Nederland heeft deze zorg wel elders benoemd, zoals bijvoorbeeld in de Mensenrechtenraad in september, waar ik net naar verwees.

Mevrouw Piri vroeg ook naar de uitvoering van de motie-Paternotte/Boswijk over een EU-vertegenwoordiger voor een gezamenlijke EU-Tibetstrategie. Wanneer nieuwe informatie naar buiten komt over de betrokkenheid van personen of identiteiten bij mensenrechtenschendingen tegen Oeigoeren zal Nederland zich conform de motie inzetten voor het opleggen van aanvullende sancties. Het instellen van nieuwe sancties vindt echter plaats met unanimiteitsbesluitvorming. Er moet dan worden voldaan aan technische en juridische vereisten. Vooralsnog ziet het kabinet onvoldoende draagvlak binnen de EU voor het instellen van nieuwe mensenrechtensancties. Nederland richt zich daarom in de tussentijd ook op andere manieren om de situatie van de Oeigoeren te verbeteren, zoals het aandringen op implementatie door China van alle aanbevelingen van het OHCHR-rapport van 2022. Conform de motie van de leden Paternotte en Boswijk heeft het kabinet zich in EU-verband ingezet voor een speciale EU-vertegenwoordiger en een gezamenlijke EU-Tibetstrategie. Op dit moment is er, zoals ik net al noemde, onvoldoende steun binnen de EU om dit op dit moment te realiseren.

Mevrouw Van der Werf vroeg naar dwangarbeid en de Nederlandse toezichthouder voor de EU-dwangarbeidverordening. Dwangarbeid is natuurlijk een ernstige aangelegenheid. Nederland heeft inmiddels vier markttoezichthouders genotificeerd voor de handhaving van het verbod nadat eenmaal is vastgesteld dat producten met dwangarbeid zijn vervaardigd. De Douane wordt verantwoordelijk voor het aan de grens tegenhouden van producten waarbij dit is vastgesteld. Het ministerie voert al geruime tijd gesprekken met verschillende partijen die geschikt kunnen zijn voor de rol van leidende bevoegde autoriteit. Dat vergt zorgvuldigheid. Het kabinet hoopt op zeer korte termijn een toezichthouder te kunnen aanwijzen. De Europese Commissie gaat over de inrichting van het toezicht buiten de EU en de bewijslast die deze zal hanteren. Ik ben natuurlijk bereid om bij de Commissie aandacht te vragen voor strengere handhaving.

Dan de vraag of het lot van de Iraanse bevolking onderdeel is van gesprekken met Iran. Ik kan u verzekeren dat het kabinet Iran aanspreekt over de mensenrechtensituatie in Iran, de schendingen door het regime en een eventuele druk op de diaspora in Nederland. De minister-president en ik hebben onze ernstige zorgen hierover onderstreept bij de Iraanse autoriteiten tijdens de week in New York. Hierover hebben we ook de Kamer per brief geïnformeerd. Het kabinet steunt in brede zin sancties stegen Iran op het gebied van mensenrechten, ook binnen de EU. Hieronder vallen ook de politieke doodvonnissen.

Mevrouw Rajkowski vroeg naar de bewijsvergaring en hoe we daaraan bijdragen. Nederland hecht sterk aan de internationale inzet voor accountability, ook in de context van Iran. We zetten ons in de VN-Mensenrechtenraad jaarlijks in voor de verlenging van de fact-finding mission en de speciaal rapporteur van Iran ten behoeve van onderzoek naar ernstige mensenrechtenschendingen. Ook steunt Nederland het kantoor van de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten met 3,5 miljoen in 2025 tot 2027. Dat ondersteunt op zijn beurt de werkzaamheden van de fact-finding missie in Iran.

Dan de vraag over wat we doen om het netwerk van Russische detentie en martelcentra in kaart te brengen.

Dan de vraag wat we doen om het netwerk van Russische detentie- en martelcentra in kaart te brengen. De Europese Unie heeft de afgelopen jaren tientallen Russische militairen en civiele bezettingsautoriteiten die betrokken zijn bij arbitraire detentie, marteling en seksueel geweld in de bezette Oekraïense gebieden, op de sanctielijst geplaatst. We hebben als Nederland steeds een actieve rol gespeeld bij de totstandkoming van deze sancties. Het doen van zelfstandig onderzoek in bezette gebieden is natuurlijk zeer ingewikkeld. We maken daarom gebruik van informatie afkomstig van onafhankelijke ngo's en onderzoekers, en we wisselen informatie uit met Oekraïne en andere partnerlanden.

De heer Boomsma vroeg naar eventuele dubbele standaarden. Het kabinet beoordeelt elke situatie op haar eigen merites. Stappen die ondernomen worden, zijn gewogen op basis van ontwikkelingen ter plekke. Daarbij is geen sprake van dubbele standaarden. Op basis van die ontwikkelingen baseren we de stappen die we nemen. Dat geldt in die zin ook voor Israël.

Dan de procedure van Zuid-Afrika versus Israël. We zijn nog in afwachting van het besluit van het Internationaal Gerechtshof over de verklaring tot interventie. Indien het Gerechtshof de verklaring tot interventie toelaat, valt het daarna binnen de beleidsvrijheid van de minister om over te gaan tot interventie. Zoals u weet heeft de regering de grondwettelijke verplichting om de ontwikkeling van de internationale rechtsorde te bevorderen, wat ook een belangrijke basis is om de interventie te plegen. Daarom hebben we daarvoor de procedure gestart.

Mevrouw Van der Werf vroeg naar de mishandeling van Palestijnse gevangenen. Nederland maakt zich zorgen over de situatie rondom de detentie van Palestijnen in Israëlische detentiefaciliteiten en roept consequent op tot toegang voor het Rode Kruis. Op 3 juni jongstleden oordeelde het Israëlische hooggerechtshof dat Israël bezoeken van het Internationaal Comité van het Rode Kruis aan Palestijnse gevangenen moet toestaan, in lijn met het internationale recht.

Nederland roept op om dit oordeel na te leven. Dat doet het kabinet in bilaterale contacten met de Israëlische autoriteiten, zoals ook tijdens het bezoek van de mensenrechtenambassadeur van november afgelopen jaar. Ook in Europees verband zetten we hier ons voor in. Eind juli is op Nederlands initiatief een gezamenlijke verklaring hierover gepubliceerd door de diplomatieke vertegenwoordiging van elf landen en de EU in de Palestijnse gebieden. Nederland staat ook in nauw contact met het Internationaal Comité van het Rode Kruis over hoe zij het beste kunnen worden ondersteund.

De heer Boomsma vroeg naar de vrije journalistiek in Gaza. Juist in conflictsituaties is het werk van journalisten cruciaal. Het is daarom van belang dat internationale journalisten, ten eerste, toegang krijgen tot Gaza en, ten tweede, hun werk veilig kunnen doen. Vorig jaar heeft Nederland een half miljoen vrijgemaakt voor het werk van Free Press Unlimited in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever voor de bescherming van de persvrijheid. Ze werken met lokale journalisten, mediawerkers en mediaorganisaties om hen te ondersteunen in hun werk. Free Press Unlimited heeft een gedegen due diligence-proces voor de mensen en de organisaties waar ze mee werken, die er onder andere voor waken dat dat geld niet direct of indirect ten goede komt aan terroristische organisaties. Bij elke subsidieaanvraag wordt er opnieuw op toegezien dat deze due diligence-processen op orde zijn. Dat is in dit geval ook gebeurd.

Mevrouw Piri vroeg naar het intrekken van de documenten van Nederlandse diplomaten in Ramallah. Nederland betreurt het onnodige besluit van Israël om de diplomatieke status van Nederlandse diplomaten en de privileges die daarbij horen in te trekken. Het betreft geen persona-non-grataverklaring, met als gevolg dat diplomaten het land zouden moeten verlaten. Zoals u weet heb ik direct de Israëlische ambassadeur in Nederland laten ontbieden. Op dit moment is de situatie sinds de aankondiging van het besluit nog niet gewijzigd. Er vinden bilaterale gesprekken over plaats, onder andere om scherp te krijgen wat de exacte consequenties zijn van het besluit. Onze collega's aldaar hebben de hoogste prioriteit. Het verliezen van diplomatieke immuniteit in de regio is niet een lichtzinnig iets. Het maakt natuurlijk het werk daar erg ingewikkeld. De impact wordt op dit moment zorgvuldig in kaart gebracht. Aangezien de gesprekken nog lopen kan ik omwille van het functioneren van de vertegenwoordiging en de veiligheid van onze mensen hierover niet verder in detail treden, maar we staan hierover ook in nauw contact met like-minded landen.

De heer Van Lanschot vroeg naar de nieuwe Syrische grondwet. Inclusiviteit, gelijke rechten en bescherming van alle gemeenschappen, waaronder het respect voor taal, culturele identiteit en geloofsvrijheid, zijn essentiële voorwaarden voor duurzame stabiliteit in Syrië. We brengen die boodschap consequent over in de gesprekken met de Syrische autoriteiten. Dat heb ik tijdens mijn bezoek ook gedaan. Daarbij trekken we ook gezamenlijk op in EU- en likeminded verband, omdat een eensgezinde boodschap richting de autoriteiten ons uiteindelijk sterker doet staan.

Ook als het gaat om de conditionaliteit van steun voor wederopbouw is de inzet helder, waarbij we oog houden voor de brede Nederlandse belangen ten aanzien van Syrië op het gebied van veiligheid, stabiliteit en terugkeer. De stappen die de Syrische autoriteiten zetten in het politieke transitieproces, waartoe zij zichzelf ook hebben gecommitteerd, houden wij nauwlettend in de gaten. Dit proces moet uiteindelijk uitmonden in parlementaire en presidentsverkiezingen en grondwettelijke hervormingen, waarbij de rechten en veiligheid van alle gemeenschappen, evenals ruimte voor hun taal, culturele identiteit en geloofsvrijheid, worden geborgd. Tijdens mijn bezoek aldaar heb ik ook niet alleen gesproken met de autoriteiten, maar ook met vertegenwoordigers van verschillende groepen in de Syrische samenleving.

De heer Boomsma vroeg naar West-Papoea. De mensenrechtensituatie in de Papoeaprovincies van Indonesië is zorgelijk, zoals verschillende mensenrechtenorganisaties, waaronder Human Rights Watch, Amnesty International en de VN, ook rapporteren. De bilaterale relatie met Indonesië is breed en hecht. Het bespreken van de mensenrechtensituatie blijft hiervan een vast onderdeel. Op verschillende niveaus wordt de mensenrechtensituatie besproken. Dit gebeurt zowel in bilateraal als in EU- als in multilateraal verband.

Mevrouw Piri vroeg naar de situatie in Georgië en hoe we Georgische ngo's kunnen blijven ondersteunen. Nederland pleit in Europees verband steevast voor het instellen van persoonsgerichte sancties en zal dit ook blijven doen. De eerlijkheid gebiedt ook te zeggen dat hier tot dusver geen unanimiteit voor bestaat. De financiering van projecten in Georgië wordt nagenoeg onmogelijk gemaakt door op het maatschappelijk middenveld gerichte restrictieve maatregelen, die in hoog tempo zijn ingevoerd. Als gevolg van deze wetgeving hebben Nederland en internationale partners programmering moeten stopzetten of moeten aanpassen. Wij blijven kijken naar steun die past binnen de grenzen van de Georgische wet. Een voorbeeld van nieuwe steun is het beurzenprogramma Dutch Bridge for Georgia. Via dit beurzenprogramma zal Nederland opleidingsmogelijkheden aanbieden aan personen uit het Georgisch maatschappelijk middenveld.

Mevrouw Piri vroeg naar Afghanistan. De situatie voor vrouwen en meisjes in Afghanistan is schrijnend. We roepen in EU- en VN-verband de taliban steevast op om de rechten van vrouwen en meisjes te respecteren. We doen meer. Nederland heeft samen met Australië, Canada en Duitsland Afghanistan ook aansprakelijk gesteld voor grove en systematische schendingen van het Vrouwenverdrag. Ook is het kabinet gecommitteerd aan het steunen van de Afghaanse bevolking, met name vrouwen en meisjes, via humanitaire hulp, steun aan multilaterale instellingen en steun aan verschillende lokale organisaties die zich richten op het bevorderen van de rechten van vrouwen en meisjes in Afghanistan.

Voor wat betreft gesprekken met de taliban. Nederland erkent de taliban niet als legitieme vertegenwoordiging van de Afghaanse bevolking. Dat is zo en dat blijft zo en er is dus ook geen sprake van het normaliseren van de relatie met de taliban. Wel onderhoudt Nederland minimale operationele contacten met de de-factoautoriteiten in Afghanistan. Eerdere technische gesprekken in Brussel passen in dit kader, maar het normaliseren van de relatie is niet aan de orde. Gedwongen terugkeer van Afghanen vindt op dit moment ook niet plaats.

Mevrouw Piri vroeg ook naar de berichtgeving over een eventuele terugkeer van mevrouw Machado naar Venezuela. Onze inzet in brede zin als het gaat om Venezuela, is een proces gericht op democratische transitie, het vrijlaten van politieke gevangenen en ook de veilige terugkeer richting Venezuela van oppositieleiders in exile, in een zeer complex veld waarin ook de landen van het Caribisch deel van ons Koninkrijk en andere actoren in de regio zich bevinden. We hebben al jarenlang nauwe en intensieve contacten met mevrouw Machado en haar team. De minister-president en ik hebben mevrouw Machado ook ontvangen in april. Onze inzet richting Venezuela hebben we ook in ons recente gesprek met Delcy Rodriguez besproken. Ik blijf hierbij uitdragen dat ik in de berichtgeving verder niet kan ingaan op individuele reisbewegingen, ook in het diplomatieke belang. Maar rekent u erop dat wij vanuit onze kant richting Venezuela en ook richting mevrouw Machado zelf er alles aan doen om het democratisch proces en een veilige terugkeer van oppositieleiders te kunnen garanderen.

Egypte. Allereerst het Europese steunpakket aan Egypte verbinden met concrete verbeteringen op het gebied van asielopvang. Wij zijn voorstander van strategische partnerschappen, waarbij wij onze belangen kunnen behartigen, waaronder, maar niet exclusief, op het gebied van migratie. Op basis van deze brede relatie gaat de EU ook het gesprek aan over migratie. Dat is gaande. Daarnaast is er onder het partnerschap ook specifiek budget beschikbaar voor samenwerking op het gebied van migratie, wat onder andere wordt ingezet voor de aanpak van irreguliere migratie, waaronder de eerbiediging van mensenrechten. Nederland zal een actieve rol blijven spelen bij de verdere vormgeving van het EU-Egyptepartnerschap, waarbij het monitoren van mensenrechten voor Nederland gewoon belangrijk blijft, inclusief de mensenrechten van vluchtelingen, ook in lijn met de motie van mevrouw Piri.

Voor wat betreft de diplomatieke inzet voor de genoemde specifieke casus: het ministerie van Buitenlandse Zaken zet zich wereldwijd in voor consulaire bijstand aan en toegang tot Nederlandse gedetineerden die dat ook willen. Dat geldt nadrukkelijk ook voor de door u opgebrachte gedetineerde Nederlander in Egypte. We blijven ons op politiek niveau en ook in mijn persoonlijke gesprekken onverminderd inzetten om de autoriteiten in Egypte te bewegen om consulaire toegang en bijstand te faciliteren, een eerlijke rechtsgang te garanderen en medische zorg te bieden. Ik heb dat zelf al een aantal keren nadrukkelijk onder de aandacht gebracht. Tegelijkertijd kunnen we als Nederlandse overheid niet treden in de rechtsgang van een ander land. Dat zou andersom ook onwenselijk zijn. Maar wij blijven ons hierop inzetten.

Voor wat betreft de mensenrechtendialoog met Marokko: in een open en gelijkwaardige relatie met Marokko kunnen allerlei onderwerpen worden besproken, zo ook de mensenrechten. De Nederlandse mensenrechtenambassadeur bezocht Marokko in september 2025. Tijdens het bezoek van mijn Marokkaanse evenknie aan Nederland in december 2025 is afgesproken dat Nederland en Marokko een informele mensenrechtendialoog zullen beginnen. De eerste editie is voorzien voor dit najaar. Ook individuele gevallen kunnen onderdeel uitmaken van deze gesprekken.

Wie bepaalt wat in West-Afrika als misinformatie geldt? Dat vroeg de heer Boomsma. De Nederlandse inzet is dat journalisten onafhankelijk en veilig hun werk kunnen doen. Het programma in West-Afrika waar de heer Boomsma naar verwees, richt zich op het versterken van journalistieke capaciteiten en wil journalisten in de regio in staat stellen om hun netwerk te onderhouden en informatie te ontsluiten voor de bevolking van West-Afrika. Nederland heeft geen inhoudelijke bemoeienis bij het werk van de journalisten die wij steunen. Er is dus geen toets door de overheid om te vragen of iets desinformatie is. Hiervoor gelden de journalistieke criteria van journalisten.

Mevrouw Piri vroeg naar de zaken van Osman Kavala en Selahattin Demirtaş in Turkije. De gesprekken over de zaak-Kavala lopen binnen de Raad van Europa. De zaak staat frequent op de agenda. Nederland vindt het belangrijk om dit gesprek ook binnen de Raad van Europa met Turkije te kunnen blijven voeren. Daarbij pleit het kabinet zowel binnen de Raad van Europa als in bilaterale contacten met Turkije voor zijn onmiddellijke vrijlating. Ook voor de zaak-Demirtaş geldt dat het kabinet binnen de Raad van Europa en in bilaterale contacten met Turkije pleit voor zijn onmiddellijke vrijlating. Het kabinet zal dat ook blijven doen. In algemene zin kan ik ook zeggen dat het kabinet de ontwikkeling in het Koerdische vredesproces met belangstelling en toch ook met hoop volgt.

De mensenrechtensituatie in Turkije in het algemeen. De ontwikkelingen op rechtsstaatgebied in Turkije baren het kabinet absoluut zorgen. Mevrouw Piri noemde daarbij terecht de druk op oppositiepartijen in Turkije en de recente arrestaties binnen de lhbtiq+-gemeenschap. Zorgen daarover zijn bilateraal, in EU-verband en in de Raad van Europa aan Turkije overgebracht. We zijn zeker bereid om dat te blijven doen. Dat is ook de inzet. De Nederlandse mensenrechtenambassadeur heeft zich publiekelijk uitgesproken tegen de recente arrestaties. Via het postennet pleegt Nederland inzet op de mensenrechtensituatie in Turkije, onder meer door financiering van ngo's vanuit het Mensenrechtenfonds. Dat blijven we ook doen.

Nigeria en Pakistan. Het klopt dat de vrijheid van religie en levensovertuiging onder meer in Pakistan en Nigeria onder druk staat. Bescherming van de vrijheid van religie en levensovertuiging is een belangrijke mensenrechtenprioriteit. Nederland spreekt Pakistan en Nigeria actief aan op schendingen van de vrijheid van religie en levensovertuiging, waaronder met zorgen over blasfemiewetgeving. Dat gebeurt bilateraal, in EU-verband en in VN-verband. Eerder dit jaar bracht de mensenrechtenambassadeur in dit kader een bezoek aan Pakistan. Nederland zal samen met andere EU-lidstaten de voortgang van Pakistan op de implementatie van 27 internationale verdragen, waaronder op het gebied van mensenrechten, meewegen in de EU-handelsbesprekingen met Pakistan, ook over de voortzetting van GSP+. Nederland zet deze inzet voort en blijft Pakistan, Nigeria en andere landen aanspreken op concrete schendingen en hun internationale mensenrechtenverplichtingen. Daarbij blijft Nederland zich ook inzetten voor verbetering van de positie en bescherming van vervolgde christenen en andere religieuze minderheden.

Voorzitter, dat was het rondje wereld.

De voorzitterVoorzitter

Dank. Dan wil ik eerst een rondje gemiste vragen doen. Er is genoeg tijd voor interrupties. Zijn er geen gemiste vragen? Dan gaan we eerst naar de heer Boomsma. Onder de 30 seconden zijn interrupties onbeperkt. Gaat uw gang. Heeft u er toch eentje, mevrouw Piri?

PROMevrouw PiriPRO

Nou, voorzitter, ik was nog even in mijn lange lijst aan het checken of alles voorbij is gekomen. Ik zie in ieder geval al meteen dat er over de Gaza-evacuaties en het verschil met het vorige kabinet niets is gezegd door de minister.

De voorzitterVoorzitter

Oké, dan hebben we die nog staan.

D66Mevrouw Van der WerfD66

Ik dacht dat ik ook niks had gehoord over financiering van de antirechtenbeweging en de handhaving op de DSA.

De voorzitterVoorzitter

Is dat het blokje wereld? Die komt in een ander blokje, denk ik.

Minister BerendsenMinister

Ja, volgens mij heb ik die in het thematische blokje zitten, maar het onderscheid is soms fluïde.

De voorzitterVoorzitter

Oké. Dan gaan we eerst naar de vragen van mevrouw Piri en doen we daarna de interrupties.

Minister BerendsenMinister

Over de Gaza-evacuaties is uitgebreid het debat gevoerd met mijn collega Sjoerdsma, dus over de keuze die gemaakt is om op deze manier meer kinderen te kunnen helpen.

De voorzitterVoorzitter

Dan gaan we naar de interrupties. Allereerst meneer Boomsma.

JA21De heer BoomsmaJA21

Mijn interruptie gaat over het Nederlandse interveniëren bij het Internationaal Gerechtshof. De minister zegt: als daar een vervolg aan wordt gegeven, dan is dat de verantwoordelijkheid van de minister. Mijn vraag was natuurlijk dit eerst te bespreken met de Kamer. Het gaat om zeer gevoelige materie die veel consequenties kan hebben. Het is gewoon een politieke discussie. Er wordt een politieke keuze gemaakt om op een bepaalde manier te interveniëren bij verdrag. Verdragen zijn toch echt iets waar de Kamer bij betrokken zou moeten worden. Ik wil hem dus echt vragen om dat eerst voor te leggen aan de Kamer. Ik had ook nog specifiek gevraagd in hoeverre Nederland onverkort vasthoudt aan de hoge maatstaf van the "only reasonable inference".

Minister BerendsenMinister

Een interventie an sich is op voorhand vertrouwelijk. We hebben niet voor niets met de Kamer gedeeld dat de interventie die we doen, neutraal is. Dat betekent dat we niet een van de partijen steunen, maar dat we dit doen op basis van onze grondwettelijke verplichting ter bevordering van het internationaal recht. Daar zal de interventie op gericht zijn. Op de tweede vraag moet ik in de tweede termijn even terugkomen. Ik was er in de eerste termijn al van onder de indruk dat de vraag gesteld werd, maar ik heb het antwoord niet bij me, dus daar zal ik in de tweede termijn op terugkomen.

De voorzitterVoorzitter

Oké, helder.

JA21De heer BoomsmaJA21

Dat die neutraal is in de zin dat Nederland niet zegt "die is schuldig" of "die is niet schuldig" is een andere vraag dan … Feitelijk wordt er natuurlijk wel een standpunt ingenomen over hoe dat verdrag dient te worden geïnterpreteerd. Dat kan wel weer gevolgen hebben. Mijn vraag is dus om het wél voor te leggen aan de Kamer voordat Nederland hier een vervolg aan geeft, inderdaad wordt toegelaten tot de zaak en wordt uitgenodigd om nadere informatie te geven en het nader toe te lichten. Het gaat dan niet zozeer om het alvast innemen van een standpunt over de uitslag van die rechtszaak, maar over hoe dat verdrag moet worden geïnterpreteerd.

De voorzitterVoorzitter

U bent nu twee keer over de 30 seconden heen gegaan met uw interruptie. Gezien de hoeveelheid vragen die u nog heeft, bied ik een beetje coulance, maar het zou fijn zijn als u het iets korter houdt. U heeft nu dan dus nog één interruptie boven de 30 seconden.

Minister BerendsenMinister

Nogmaals, de inhoud van onze interventie is gebaseerd op wat ik zojuist omschreven heb en op de juridische interpretatie van de verdragen voortkomend uit onze grondwettelijke verplichtingen. In algemene zin geldt dat het de Kamer natuurlijk altijd vrijstaat om ergens een debat over te voeren. Dan ga ik ook graag het debat met u aan, maar het gaat nu niet specifiek over de interventie.

PROMevrouw PiriPRO

Even voor de duidelijkheid: zei u dat het aantal interrupties onbeperkt is wanneer die onder de 30 seconden zijn?

De voorzitterVoorzitter

Ja, maar het is dus klaar zodra u twee keer boven de 30 seconden zit.

PROMevrouw PiriPRO

Oké, dan ga ik mijn best doen. Allereerst zei de minister "binnen de Georgische wet", maar het punt is volgens mij juist dat we de maatschappelijke organisaties die buiten de Georgische wet vallen moeten helpen. Is hij het daarmee eens?

Minister BerendsenMinister

Ik ben het ermee eens dat we het maatschappelijk middenveld in Georgië moeten ondersteunen en dat we manieren moeten vinden om dat te doen. Tegelijkertijd kunnen de consequenties van een wet natuurlijk zijn dat dat lastiger is en dat we dus naar andere manieren moeten kijken, maar ik denk dat het uitgangspunt hetzelfde is.

PROMevrouw PiriPRO

Dan heb ik een vraag over de zaak van Zefzafi in Marokko. Het viel me op dat de minister zijn naam niet noemt. De laatste keer dat een minister een naam heeft genoemd, ontstond er volgens mij een diplomatieke rel met Marokko. Wanneer is zijn zaak voor het laatst opgebracht?

Minister BerendsenMinister

In algemene zin bespreken wij dit soort zaken vaak met onze diplomatieke contacten. Ik moet even dubbelchecken of we een specifiek antwoord hebben op de vraag wanneer dit voor het laatst is gebeurd. In algemene zin kunt u erop rekenen dat wij dit soort zaken in al onze diplomatieke contacten onder de aandacht brengen.

PROMevrouw PiriPRO

Als het kan, wil ik in de tweede termijn echt graag een specifiek antwoord, ook op de vraag op welk niveau dat was.

Dan heb ik nog een andere vraag. Wat is nou de consequentie voor Turkije als het structureel weigert om uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens uit te voeren?

Minister BerendsenMinister

Op alle verschillende niveaus die ik al noemde, zitten we in het proces van Turkije aanspreken op het geven van een vervolg aan duidelijke uitspraken. Wij werken aan de ene kant nauw samen met Turkije binnen de NAVO. Turkije is daarin een belangrijke partner. Tegelijkertijd maken we ons ook zorgen over een aantal andere aspecten. Binnen de brede partnerschappen die wij bouwen, spreken we Turkije daar ook op aan. Ook de Raad van Europa zit natuurlijk in het traject om Turkije daarop te blijven aanspreken.

PROMevrouw PiriPRO

Met alle respect, maar dit was geen antwoord op mijn vraag. Het zijn heel veel algemeenheden. Turkije moet voor volgende week op de Raad van Ministers antwoorden. In december is er een vergadering. Ik vraag wat de inzet van Nederland is als Turkije gewoon weigert — dat doen het al sinds 2019 — om voor die vergadering de uitspraken in de zaak van Kavala na te leven.

Minister BerendsenMinister

Ik kan op dit moment geen specifieke inzet noemen, dus misschien kan ik daar in de tweede termijn nog even op terugkomen.

PROMevrouw PiriPRO

Dan kom ik op de zaak van Machado. Inmiddels staat gewoon in de krant dat Nederland er verantwoordelijk voor was dat zij niet kon landen op Aruba en Curaçao. Ik snap dat dingen soms gevoelig zijn, maar op welke manier kunnen wij als Kamer de regering hierin controleren? Wat stelt de minister voor?

Minister BerendsenMinister

In dit geval beantwoord ik uw vragen aan mij op de manier waarop ik ze kan beantwoorden. Op het moment dat de Kamer het op een andere manier wil doen, sta ik daar ook voor open. Maar in deze vergadering kan ik alleen maar antwoorden zoals ik nu antwoord.

PROMevrouw PiriPRO

Daarover kan ik heel kort zijn: het liefst heb ik gewoon dat u in het openbaar zegt wat daar de reden voor was. Als het niet openbaar kan, is de minister dan bereid om dat vertrouwelijk met de Kamer te delen?

Minister BerendsenMinister

In dit geval gaat het om een uitermate complexe diplomatieke situatie, die loopt zoals die op dit moment loopt. Daarbij heb ik de belangen al genoemd. Ik heb genoemd wat onze inzet richting Venezuela is. Als er zaken zijn die vertrouwelijk gedeeld kunnen of moeten worden, dan sta ik daar altijd voor open, maar in dit geval vraag ik me af of dat echt een meerwaarde heeft.

PROMevrouw PiriPRO

Het is heel raar dat een kabinet een Nobelprijswinnaar geen toestemming geeft om te landen in en terug te keren naar haar land. Vervolgens krijgen we dit vage antwoord. Dus nogmaals: als het niet openbaar kan, is de minister dan bereid om de Kamer gewoon vertrouwelijk mee te delen wat de reden was waarom Nederland haar heeft verboden om te landen in Aruba en Curaçao?

Minister BerendsenMinister

Dat punt wil ik bevestigen noch ontkennen. Ik ben uiteraard bereid om in een vertrouwelijke setting dingen te delen die niet in het openbaar gedeeld kunnen worden.

De voorzitterVoorzitter

Mevrouw Piri heeft nog een interruptie. Ik krijg vanzelf wel appjes of boze blikken als de rest er klaar mee is, dus gaat uw gang.

PROMevrouw PiriPRO

Oké. Dan de zaak van Omar. Volgens mij heeft de minister eerder aangegeven dit aangekaart te hebben bij zijn counterpart. Wat is nu de situatie?

Minister BerendsenMinister

Ook voor dit onderwerp geldt: als ik dit publiekelijk ga bespreken, komt dat de zaak niet ten goede. Mijn inzet is volstrekt helder. Die is duidelijk op alle niveaus, ook in gesprekken die ik voer met mijn collega. We zijn nog niet waar we willen zijn, dus die inzet gaat onverminderd door.

PROMevrouw PiriPRO

Is de minister dan ook bereid om zelf nog een keer dit gesprek aan te gaan of, als het moet, de premier te vragen om dit aan te kaarten bij de Egyptische autoriteiten?

Minister BerendsenMinister

Die inzet is er en die blijft voortgaan.

PROMevrouw PiriPRO

Dat zie ik dan maar als iets positiefs. Dan had ik nog vragen die niet beantwoord waren, over Belarus en Rusland: over de visa en over studiebeurzen die we eerder hadden voor mensen uit Belarus.

Minister BerendsenMinister

Ik stel voor dat we die even opzoeken. Daar kom ik dan hopelijk na de volgende blokjes even specifiek op terug.

De voorzitterVoorzitter

Ja, dat is goed. Dan bewaren we die.

JA21De heer BoomsmaJA21

De minister zei net dat Pakistan wordt aangesproken op de situatie ten aanzien van christenen, maar welke concrete verbetering verlangt Nederland nou van Pakistan? Wanneer heeft dit consequenties voor eventuele steun voor een vervolg van GSP+?

Minister BerendsenMinister

Dat gaat precies over de onderdelen die zojuist genoemd zijn. Wij willen gewoon verbeteringen zien wat betreft de christenvervolging en de zorgen die wij hebben over minderheden in Pakistan. Die zijn misschien niet altijd meetbaar, maar wij willen wel gewoon serieuze verbeteringen zien. Dat is gewoon cruciaal. Ook daarvoor geldt dat we, in de veranderende wereld waarin we zitten, met heel veel landen bredere partnerschappen hebben waarbinnen we gesprekken aangaan over zorgen die we hebben.

De voorzitterVoorzitter

Gaat uw gang.

JA21De heer BoomsmaJA21

Maar ik wil graag iets meer weten over wat dan precies de verbetering is die Nederland echt eist, dus los van het feit dat er gesprekken over zijn.

Minister BerendsenMinister

Daar kan ik op dit moment niet in detail op ingaan. Ik wil best nog een poging doen in tweede termijn om te kijken of ik dat op een goede manier onder woorden kan brengen. Dat gaan we zien.

CDADe heer Van LanschotCDA

Ik wil even terugkomen op de casus van de Nederlander die in Egypte gevangen zit. Fijn dat de minister zich zo persoonlijk inzet voor zijn zaak. Fijn dat hij wil kijken of de premier ook een duit in het zakje kan doen. We hebben natuurlijk ook nog andere kabinetsleden die op verschillende momenten hun Egyptische counterparts spreken. Wij zouden dan ook een oproep doen om vooral die diplomatieke kanalen te benutten.

Minister BerendsenMinister

Ja, dat is het beleid dat we op dit moment voeren. We proberen hiervoor op alle niveaus aandacht te vragen.

De voorzitterVoorzitter

Helder. Zijn er nog andere vragen van de zijde van de Kamer? Nee. Dan gaan we naar het volgende blokje.

Minister BerendsenMinister

De heren Van Lanschot en Boomsma vroegen naar — hoe kan ik dit samenvatten? — de concrete verbetering die de inzet op het gebied van de speciaal gezant religie en levensovertuiging voor christelijke minderheden heeft gehad. Het kabinet deelt de zorgen over vrijheid van religie en levensovertuiging in de genoemde landen. Die genoemde landen zijn Nigeria, Pakistan, China en Syrië. Onze diplomatieke inzet zorgt ervoor dat concrete zorgen over vervolgde christenen en andere religieuze minderheden rechtstreeks bij autoriteiten worden aangekaart en via de EU en de VN internationaal op de agenda blijven. De informatie die bewindspersonen, de speciaal gezant, de mensenrechtenambassadeur en de ambassades ter plaatse ophalen, stelt Nederland bovendien in staat om gerichter op te treden en lokale, religieuze gemeenschappen en maatschappelijke organisaties beter te ondersteunen. Nederland ondersteunt maatschappelijke organisaties die schendingen monitoren, rechtsbijstand verlenen en bijdragen aan de bescherming van religieuze minderheden. Zoals vaak is het lastig om bepaalde beleidsinzet op mensenrechten een-op-een te koppelen aan een verbetering van de specifieke situatie — zie ook mijn antwoord van zojuist voor wat betreft Pakistan — maar we horen van groepen en ngo's dat onze inzet waardevol is. Er moet ook aandacht voor gevraagd blijven worden. Een concreet voorbeeld is Nigeria. Nederland heeft in EU-verband meermaals gepleit voor het opschroeven van de veiligheidssamenwerking met Nigeria om haar burgers beter te kunnen beschermen, waaronder religieuze minderheden. Er zijn inmiddels ook vergevorderde plannen om hier uitvoering aan te geven.

De 35 miljoen tegen christenvervolging wordt voortgezet onder het nieuwe beleidskader Focus. Het geld is gereserveerd voor bevordering van vrijheid van religie en levensovertuiging met bijzondere aandacht voor kwetsbare religieuze minderheden, waaronder vervolgde christenen. Het fonds zal actief zijn in meerdere landen die ook op de Ranglijst Christenvervolging van Open Doors staan, waaronder Syrië, Nigeria en Pakistan. De focusregio's zijn het Midden-Oosten, Afrika en Azië. Om veiligheidsredenen worden niet alle landen bekendgemaakt. Middelen worden contextspecifiek ingezet voor bescherming van kwetsbare religieuze gemeenschappen, waaronder christenen.

De heer Van Lanschot zei dat tegengif tegen Kremlinpropaganda noodzakelijk blijft. Het gaat om steun aan journalisten. Ik zie het belang. Onafhankelijke Russischtalige journalisten vormen tegenwicht aan de Russische propaganda en desinformatie binnen en buiten Europa. Ik hecht ook veel waarde aan verschillende programma's die bijdragen aan de persvrijheid en de veiligheid van journalisten. Er is ook bijzondere aandacht voor de Russischtalige journalistiek. We onderzoeken nu welke mogelijkheden er zijn na het aflopen van de huidige programma's. De impact van de bezuinigingen op het Mensenrechtenfonds is namelijk groot. Op dit moment is het niet mogelijk om projecten na 2027 op hetzelfde financiële niveau voort te zetten, maar in aanloop naar de begrotingsbehandeling hoop ik uw Kamer nader te informeren over de mogelijkheden die we zien.

Mevrouw Piri vroeg in algemene zin naar de bescherming van journalisten. Persvrijheid en in ruimere zin de vrijheid van meningsuiting zijn sinds jaar en dag een van de prioriteiten binnen het Nederlandse mensenrechtenbeleid. Onafhankelijke media maken maatschappijen weerbaar. Journalisten zijn in hun hoedanigheid als burgers beschermd onder het internationaal recht. Zij moeten hun belangrijke werk ook in conflictengebieden in vrijheid en veiligheid kunnen uitvoeren. Het kabinet veroordeelt elke doelbewuste aanval op journalisten overal ter wereld. Nederland steunt vanuit het centrale Mensenrechtenfonds het werk van Free Press Unlimited en Reporters Without Borders, vanuit het Safety for Voices-subsidiekader. Deze organisaties bieden fysieke, juridische, digitale, financiële en psychosociale hulp aan journalisten in nood en zijn wereldwijd actief. Daarnaast steunt Nederland programma's van UNESCO ten aanzien van de veiligheid van journalisten. Nederland blijft ook in het diplomatieke verkeer het belang van vrije media en de bescherming van journalisten onderstrepen.

Mevrouw Van der Werf vroeg om nieuwe afspraken op het gebied van politiek, handel en veiligheid te toetsen op mensenrechten en naar hoe dit is geborgd in de nieuwe Veiligheidsstrategie. De bevordering en bescherming van mensenrechten en de internationale rechtsorde zijn kernprioriteiten binnen het brede buitenlandbeleid. Dat is ook vastgelegd in het coalitieakkoord en de beleidsbrieven die hierover zijn uitgebracht. Een coherent mensenrechtenbeleid is ook onderdeel van de dialoog die ik en collega Sjoerdsma hebben met het Breed Mensenrechten Overleg.

Dat overleg had ik vorige week overigens voor de tweede keer. Ik heb duidelijk gemaakt dat een effectief buitenlandbeleid begint met een krachtige basis in ons eigen land. Mede daarom heb ik samen met de minister van Defensie en de minister van BHOS de Adviesraad Internationale Vraagstukken om advies gevraagd over hoe de Nederlandse mensenrechteninzet gemoderniseerd kan worden en een geïntegreerde bijdrage kan leveren aan andere Nederlandse belangen, in het bijzonder het veiligheidsbeleid.

Mevrouw Van der Werf vroeg ook naar de antirechtenbeweging. Dat antwoord had ik beloofd. We delen de zorgen van de Kamer over de groeiende invloed van de mondiale antirechtenbeweging. Onze premier heeft zich hier recent tijdens de High-level Week in New York over uitgesproken. We staan voor onze vrijheden. Dat is duidelijk gemarkeerd in onze beleidsbrief. Interdepartementale samenwerking is onderdeel van de bredere inzet van het kabinet, zoals is te zien in de onlangs gepubliceerde Emancipatienota van OCW. Uw Kamer heeft hier later dit jaar ook een debat over gepland. Het is goed om hier dan nader over te spreken. Voorafgaand aan het Kamerdebat zal ook een kabinetsbrief over de antirechtenbeweging namens mijn collega Sjoerdsma en mijzelf aan de Kamer worden verzonden.

Mevrouw Rajkowski vroeg naar bedreigde leden van de diaspora en naar hoe ze weerbaar gemaakt kunnen worden tegen buitenlandse spionage et cetera. Het vergroten van de weerbaarheid van bedreigde leden van de diaspora ligt enerzijds in het vergroten van het bewustzijn bij potentiële slachtoffers en anderzijds in het vergroten van het bewustzijn bij lokale overheden en professionals, zodat er adequaat gesignaleerd en gehandeld kan worden. Een centraal onderdeel hiervan is de vertrouwenslijn buitenlandse inmenging.

Deze vertrouwenslijn wordt momenteel ontwikkeld. Er is een wetgevingstraject gestart om de juridische grondslag hiervoor te bewerkstelligen. In de tussentijd wordt gekeken naar alternatieven. Binnen de EU spant Nederland zich in om de kosten van inmenging voor statelijke actoren te verhogen. Nederland verwelkomt dat de EU in 2025 sancties aannam tegen criminele netwerken die door Iran worden geïnstrumentaliseerd. Nederland zal blijven kijken naar de inzet van het sanctie-instrument op de voor ons belangrijke onderwerpen, zoals terrorisme, cybercriminaliteit en mensenrechten.

Voorzitter, dit was het blokje thematische mensenrechtenprioriteiten. Ik heb ook nog een blokje met overige thema's. Ik wil voorkomen dat er vragen worden gesteld die misschien nog langskomen.

De voorzitterVoorzitter

We gaan even kijken.

CDADe heer Van LanschotCDA

Fijn dat de minister toezegt dat hij voor de begrotingsbehandeling terugkomt op het steunen van onafhankelijke Russische media. Mijn vraag is: kan hij dat schriftelijk doen?

Minister BerendsenMinister

Sorry, ik had het eerste gedeelte van de vraag gemist.

CDADe heer Van LanschotCDA

Kan de minister voor de begrotingsbehandeling schriftelijk terugkomen op de vraag over de steun aan Russische onafhankelijke media?

Minister BerendsenMinister

Dat kunnen we doen.

De voorzitterVoorzitter

Oké. Helder. Zijn er nog andere vragen? Anders heb ik er nog een.

PROMevrouw PiriPRO

Volgens mij heb ik nog steeds niks over Belarus en Rusland gehoord.

Minister BerendsenMinister

Dat klopt. Die vraag kan ik nu meteen beantwoorden, voorzitter.

De voorzitterVoorzitter

Gaat uw gang.

Minister BerendsenMinister

Het betrof de vraag over Belarus en de studiebeurzen voor Belarussische studenten. Wij zien het belang van de ontwikkeling van internationale studies voor Belarussische studenten. Belarussische studenten kunnen daarom gebruikmaken van bestaande Nederlandse en Europese beurzen en onderwijsprogramma's. Daarnaast zet het kabinet zich in, onder meer in EU-verband, voor verdere mogelijkheden voor Belarussische studenten. We zullen moeten kijken hoe we dit in de toekomst verder mogelijk kunnen maken, maar dit is de inzet.

De voorzitterVoorzitter

Een vervolgvraag?

PROMevrouw PiriPRO

De vragen die ik had over Rusland en waarom wij structureel visa weigeren aan journalisten waarvan de individuele casussen ongetwijfeld bekend zijn bij de minister?

Minister BerendsenMinister

Daar kom ik op terug in de tweede termijn.

De voorzitterVoorzitter

Staat genoteerd. Dan had ik nog een vraag over de diaspora. Het is goed om te horen dat er een wet komt voor de vertrouwenslijn buitenlandse inmenging. Wanneer komt die wet naar de Kamer, wat is de status daarvan: is die in consultatie?

Minister BerendsenMinister

Dat is een hele goede vraag. Ik zal daar in de tweede termijn informatie over geven. Dat ligt natuurlijk op het terrein van mijn collega.

De voorzitterVoorzitter

Oké, top. Dan heb ik twee dingen voor de tweede termijn. Nog anderen in dit blokje? Nee? Dan gaan we naar het laatste blokje: overig.

Minister BerendsenMinister

Voorzitter. De heer Van Lanschot vroeg naar een Nederlands monument voor de Holodomor. Wij waarderen het dat de Kamer initiatieven naar voren brengt om ook morele steun te verlenen aan de Oekraïense diaspora. Zoals eerder aangegeven, is het realiseren van een monument geen kerntaak van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Een monument ter nagedachtenis van de Holodomor is primair een lokaal initiatief, waarover de besluitvorming op gemeentelijk niveau plaatsvindt. Ongeacht het gebruik van specifieke juridische terminologie erkent het kabinet volmondig de ernst en omvang van de Holodomor. Het kabinet zal de Oekraïense regering daarbij steunen waar dat gepast is en aandacht schenken aan het onderwerp, bijvoorbeeld tijdens de jaarlijkse herdenking.

De heer Van Lanschot vroeg ook naar misbruik van kunstmatige intelligentie, en dan in het kader van grootschalige surveillancemogelijkheden op dat gebied. Bescherming van mensenrechten en democratische waarden is kernonderdeel van het Nederlandse internationale AI-beleid. Het staat ook zo in de Internationale AI-strategie, die we in 2026 hebben vastgesteld. Nederland is bijvoorbeeld in 2026 covoorzitter van de Taskforce on AI and Human Rights binnen de Freedom Online Coalition, maar ik rapporteer daar ook graag over in de volgende mensenrechtenrapportage, dus over het jaar 2026. Dat is zeker een belangrijk onderwerp om met hernieuwde en intensieve aandacht te blijven volgen.

Mevrouw Van der Werf vroeg naar de DSA, de Digital Services Act. We zien dit instrument als hét instrument van de Europese technologische soevereiniteit om minder afhankelijk te worden van grote platforms door meer concurrentie, betere bescherming van mensenrechten zoals privacy en vrijheid van meningsuiting. De DSA verplicht zeer grote platforms om de risico's van hun algoritmes te beoordelen, te beperken en daarover transparant te zijn. De Europese Commissie is hierop de toezichthouder. Wij steunen de Commissie om als hoedster van de verdragen naleving te waarborgen. De Commissie handhaaft steeds steviger, met recente boetes voor onder andere X. Inzet ten behoeve van de handhaving van de DSA ligt primair bij de staatssecretaris van Economische Zaken, maar dit is de algemene inzet op dat gebied.

Dan het EVRM. Wat Nederland betreft bieden het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens voldoende ruimte om strafrechtelijk veroordeelde vreemdelingen uit te zetten. Nederland heeft daarnaast nauw opgetrokken met andere Raad van Europalidstaten die aangaven wel problemen te ervaren. Dit heeft geleid tot de verklaring van Chisinau, die de soevereiniteit van lidstaten in dit kader nog verder expliciet verankerd heeft. Deze verklaring is met consensus aangenomen door de Raad van Europalidstaten.

De eerste jurisprudentie sinds Chisinau geeft bemoedigende signalen, maar het is nog te vroeg om hieraan conclusies te verbinden. Het kabinet ziet dan ook op dit moment geen noodzaak voor een verdergaand juridisch instrument zoals een additioneel protocol. Ook andere lidstaten hebben de Raad van Europa niet opgeroepen om tot een protocol te komen. Wel wordt er binnen de Raad van Europa gesproken over hoe er verder opvolging kan worden gegeven aan de verklaring van Chisinau. Hierbij is Nederland actief betrokken. Hierbij is het van belang te noemen dat de onafhankelijkheid en autoriteit van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens essentieel zijn en ook te allen tijde gewaarborgd dienen te worden.

Wat betreft de uitvoering van de motie om meer gebruik te maken van de interventies: die motie voeren we uit. Recentelijk hebben we in de zaak van Al-Badri versus Denemarken nog geïntervenieerd. Nee, we hebben een verzoek tot interventie gedaan; zo moet ik het formuleren. En het is goedgekeurd.

Voorzitter. Er was nog specifiek een vraag over het voorzitterschap van het Comité van Ministers in het kader van het EVRM. De verdere opvolging van de Verklaring van Chisinau zal Nederland tijdens het voorzitterschap op zich nemen, ook als belangrijk onderdeel van het werkprogramma van het Comité van Ministers.

De voorzitterVoorzitter

Zijn er gemiste vragen? Ja, meneer Boomsma.

JA21De heer BoomsmaJA21

Dat is fijn. De minister gaat dat dus aankaarten. Maar op welke manier doet hij dat? Wat is dan de inzet van de Nederlandse regering op dit punt?

Minister BerendsenMinister

De basis van onze inzet is een goed gebruik van de ruimte die de Chisinauverklaring biedt. Ik denk dat daar nog steeds werk aan de winkel is. Dat betekent dat we dat ook in ons voorzitterschap gewoon blijven aankaarten en dat we erop door zullen gaan. De gedetailleerde inzet op het EVRM en de koppeling die dat heeft met asiel en migratie is natuurlijk ook onderwerp van gesprek met de minister van Asiel en Migratie. Overigens is het dat ook tussen de Kamer en de minister op dat gebied.

JA21De heer BoomsmaJA21

Wij denken dus echt dat er iets meer nodig is. De Nederlandse rechter in het Hof heeft al aangekondigd dat hij niet denkt dat rechters anders gaan oordelen. Maar op welk moment kunnen we hier dan verder bespreken wat Nederland daar als inzet heeft?

Minister BerendsenMinister

Onze inzet voor het voorzitterschap komt richting de Kamer. Dat gaat niet heel lang meer duren. Dan zal ik er ook voor zorgen dat dit specifieke onderdeel daar schriftelijk in zit.

De voorzitterVoorzitter

Helder. Dank. Dan had ik nog een gemiste vraag over conflictgerelateerd seksueel geweld. Zal ik die voor de tweede termijn noteren?

Minister BerendsenMinister

Voorzitter, zou ik die voor de tweede termijn mogen gebruiken?

De voorzitterVoorzitter

Ja, dat ga ik doen. Zijn er verder nog interrupties of vragen? Nee. Is er behoefte aan een tweede termijn? Ja.

PROMevrouw PiriPRO

Er zijn een aantal vragen doorgeschoven naar de tweede termijn, maar dat maakt wel uit of ik wel of niet een motie indien. Nu krijgen we straks het rare dat ik een motie indien en dat ik daarna een antwoord krijg dat misschien had kunnen voorkomen dat ik een motie indien. Ik kijk dus even naar u, voorzitter. Ik weet niet hoelang de minister nodig heeft om de antwoorden te geven die hij heeft toegezegd.

Minister BerendsenMinister

De beantwoording wordt voorbereid of is voorbereid. Dat betekent dat die antwoorden gewoon nog mijn kant op moeten komen, met excuses, gezien de diversiteit van vragen. Wat mij betreft kunnen we dus over tien minuten antwoord geven op de resterende vragen, als de stukken naar mij zijn gebracht. Dat is in ieder geval vanuit mijn kant mogelijk.

De voorzitterVoorzitter

Dan gaan we dat doen. U wilt eerst even schorsen, bedoelt u?

PROMevrouw PiriPRO

Ik denk dat het belangrijk is dat de minister nog even terug kan komen op de vragen voordat de Kamer begint aan de tweede termijn. Dan kan ik misschien één of twee moties alsnog niet indienen, mochten dat hele goede antwoorden zijn.

De voorzitterVoorzitter

Het is nu wel heel aantrekkelijk om hele goede antwoorden te geven.

Minister BerendsenMinister

Het is altijd aantrekkelijk om goede antwoorden aan de Kamer te geven, maar binnen tien minuten hebben wij antwoord op alle vragen.

De voorzitterVoorzitter

Dat betekent dat we zouden kunnen starten met … Nee, dan moeten we gewoon even tien minuten schorsen. Dat is, denk ik, de enige route. Dan schors ik de vergadering voor tien minuten.

De vergadering wordt van 17.19 uur tot 17.32 uur geschorst.

De voorzitterVoorzitter

Ik heropen het debat. Voordat we naar de tweede termijn van de Kamer gaan, geef ik eerst de minister nog het woord.

Minister BerendsenMinister

Dank u wel, voorzitter. Eerst de vraag over seksueel geweld dat systematisch ingezet wordt als oorlogswapen. Nederland is zeer actief op inzet van EU-sancties op dit gebied onder het mensenrechtensanctieregime. Zo nam Nederland reeds initiatief op drie thematische sanctiepakketten op dit onderwerp. Dit is dus ook nadrukkelijk onderdeel van de staande beleidsinzet.

Mevrouw Piri vroeg naar de zaak-Zefzafi. Afgelopen jaar is er op hoogambtelijk niveau contact geweest met de Marokkaanse ambassadeur. Conform de motie van het lid Piri is verzocht om onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van de heer Zefzafi en andere politiek gevangenen. Ook in de komende hoogambtelijke contacten, waaronder de aanstaande mensenrechtendialoog, zal aandacht gevraagd worden voor deze specifieke casus en andere casus.

De heer Boomsma sprak over de ontwikkelingen in Pakistan in combinatie met het GSP+-programma. Nederland zal samen met andere EU-lidstaten de voortgang van Pakistan op de implementatie van 27 internationale verdragen, waaronder op het gebied van mensenrechten, meewegen, juist ook in de EU-handelsbespreking met Pakistan over de voortzetting. Dit betekent dat we op de brede waaier aan die 27 internationale verdragen duidelijke voortgang willen zien.

Mevrouw Piri vroeg naar de inzet van Nederland in de Raad van Europa in december wat betreft het vervolg op de zaak-Kavala. De inzet blijft onmiddellijke vrijlating. De gesprekken daarover met Turkije lopen binnen en via de Raad van Europa. Wij vinden het van belang dat die gesprekken in het kader van de Raad van Europa gevoerd blijven worden. Ik wil, ook in het licht van de gesprekken, niet helemaal vooruitlopen op wat dat op een bepaald moment gaat betekenen, ook voor vergaderingen later dit jaar. Maar onze bijdrage in de zaak staat en blijft staan.

Dan wat betreft de visumverlening aan Russische mensenrechtenverdedigers. Als het gaat om Schengenvisa en visa voor kort verblijf kunnen Russische mensenrechtenverdedigers en journalisten gebruikmaken van de reguliere aanvraagprocedure. Hierbij wordt getoetst op de voorwaarden zoals vastgelegd in de EU-visumcode. Op basis van de motie-Dobbe kan er voor Russische mensenrechtenverdedigers en journalisten ook bij een eerste aanvraag een meerjarig visum met een geldigheidsduur van maximaal vijf jaar worden afgegeven. Op individuele gevallen kan ik niet ingaan, maar u kunt erop rekenen dat BZ het belang ziet om deze mogelijkheid te behouden en daar ook met de collega's gesprekken over voert.

Dan wat betreft de vraag van de heer Boomsma over de interventie. Nederland heeft samen met Canada, Denemarken, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk een standpunt ingenomen ten aanzien van deze discussie in een gezamenlijke interventie in de zaak bij het Internationaal Gerechtshof tussen Gambia en Myanmar over vermeende genocide jegens de Rohingya in Myanmar. In de Kamerbrief van januari 2025 over het Genocideverdrag staat een uitgebreide uitleg over de Nederlandse interpretatie van genocidale opzet. In deze interventie stelden landen onder andere dat het Hof een evenwichtige benadering zou moeten hanteren bij het afleiden van genocidale opzet uit een patroon van handelingen waarbij de ernst van het misdrijf in acht wordt genomen, zonder dat de drempel voor het afleiden van genocidale opzet zodanig hoog wordt dat vaststellingen van genocide vrijwel onmogelijk worden. Daarbij is van belang dat beschikbaar bewijsmateriaal op een alomvattende manier wordt getoetst en een dergelijke evenwichtige benadering wordt gebaseerd op bestaande jurisprudentie van het IGH.

Voorzitter, ik hoop dat ik daarmee alle vragen in ieder geval van een antwoord heb voorzien.

De voorzitterVoorzitter

Zo te zien wel. Dan gaan we naar de tweede termijn. Ik geef als eerste het woord aan mevrouw Van der Werf.

D66Mevrouw Van der WerfD66

Dank, voorzitter, en dank aan de minister en de mensen achter hem, niet alleen hier in de zaal maar ook elders, voor de beantwoording van de vele vragen.

Het is goed dat de regering inzet op toegang voor het Rode Kruis tot Palestijnse gevangenen, maar we weten ook dat Netanyahu zich tot nu toe weinig aantrekt van gerechtelijke uitspraken. Ik denk dus dat dit een aandachtspunt blijft.

Het is ook goed om te horen dat het kabinet niet voornemens is om relaties met de taliban te normaliseren en om een blijvende inzet bevestigd te krijgen in de zaak-Omar Elshal.

Ik heb ook nog een motie. Zoals ik in mijn inbreng heb aangegeven, hebben wij grote zorgen over de Chinese wet ter bevordering van etnische eenheid en vooruitgang en de invloed die die heeft op de gemeenschap hier in Nederland.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Chinese wet ter bevordering van etnische eenheid en vooruitgang sinds 1 juli 2026 van kracht is en expliciet voorziet in de mogelijkheid om ook personen en organisaties buiten China juridisch aansprakelijk te stellen voor het vermeend ondermijnen van de Chinese etnische eenheid;

overwegende dat deze wet daarom niet alleen betrekking heeft op personen in China, maar ook vergaande gevolgen kan hebben voor Chinezen, Oeigoeren, Tibetanen en andere groepen in Nederland;

overwegende dat maatschappelijke organisaties en vertegenwoordigers van betrokken gemeenschappen waarschuwen dat daarmee de veiligheid en vrijheid van personen in Nederland in het geding kunnen komen, en dat de wet vragen oproept over de Nederlandse nationale veiligheid en mogelijke buitenlandse inmenging;

verzoekt de regering de gevolgen van deze wet voor Nederland en voor in Nederland wonende Chinezen en andere gemeenschappen in kaart te brengen, een plan van aanpak op te stellen voor de bescherming van personen in Nederland en het waarborgen van dẹ nationale veiligheid, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitterVoorzitter

Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Werf, Van Lanschot, Rajkowski en Piri.

Zij krijgt nr. 432 (32735).

De heer Van Lanschot.

CDADe heer Van LanschotCDA

Dank, voorzitter. Van onze kant geen moties; ik teken wel een aantal moties mee van collega's.

Rest mij onze minister te bedanken voor zijn uitvoerige beantwoording over een heel breed palet van mensenrechtenonderwerpen. Ik bedank ook iedereen achter de schermen die daaraan hard heeft meegewerkt.

De voorzitterVoorzitter

Dank. De heer Boomsma, JA21.

JA21De heer BoomsmaJA21

Dank, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording. Bij veel dingen blijft vaag wat er nou concreet wordt bereikt, concreet wordt beoogd, wat de concrete inzet is, wat er met het geld gebeurt. Misschien is dat ook gewoon de aard van het onderwerp, maar ik zoek wel een beetje naar manieren om daar meer grip op te krijgen, ook vanuit de Kamer.

Neem de inzet ten aanzien van de journalistiek in West-Afrika. Wie ontvangen dat geld? Wat gaat daarmee gebeuren? In hoeverre wordt dat gecontroleerd? Hoe wordt getoetst of het ook echt gaat naar mensen die onafhankelijk zijn en dat werk op een onafhankelijke manier kunnen doen et cetera? Daar heb ik allemaal vragen over. Ik verwacht overigens niet dat de minister die nu kan allemaal beantwoorden, maar misschien wel de bredere vraag hoe we als Kamer meer grip kunnen krijgen op de gevolgen van de inzet van al deze financiële middelen.

Over de interventie van Nederland bij het Internationaal Gerechtshof: ik heb de inbreng van Nederland gelezen toen het ging over Myanmar. Nu wordt er op een aantal accentpunten behoorlijk verder gegaan. Er worden in ieder geval andere punten gemaakt. Het gaat om gedwongen verplaatsing en dergelijke. Ik denk toch dat het goed is dat wij dit als Kamer kunnen bespreken, want het is niet een soort neutrale positie die voortvloeit uit de Nederlandse verplichting om bij te dragen aan de internationale rechtsorde. Hier zitten gewoon politieke keuzes achter. Er zijn ook landen die zeggen dat het begrip "genocide" niet mag verwateren. Het is een ingewikkelde discussie, maar ik denk dat het goed is om dit verder met elkaar te bespreken voordat Nederland hierin een volgende stap zet.

Ik heb nog twee moties. De eerste.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland een verklaring tot interventie heeft ingediend bij het Internationaal Gerechtshof in de zaak Zuid-Afrika tegen Israël betreffende de toepassing van het Genocideverdrag;

constaterende dat Nederland daarmee een specifieke rechtsopvatting over de interpretatie van het Genocideverdrag bij het Hof naar voren brengt, waarbij duidelijke inhoudelijke keuzes zijn gemaakt;

overwegende dat een dergelijke keuze onderwerp dient te zijn van parlementaire controle en debat;

overwegende dat eventuele verdere Nederlandse schriftelijke of mondelinge inbreng bij het Hof nieuwe of nadere standpunten over de interpretatie van het Genocideverdrag kan bevatten;

verzoekt de regering voortaan als Nederland voornemens is te interveniëren bij het Internationaal Gerechtshof met betrekking tot de interpretatie van het Genocideverdrag, de inhoudelijke strekking en keuzes daarbinnen eerst voor te leggen aan de Kamer;

verzoekt de regering eventuele verdere Nederlandse inbreng in de procedure van Zuid-Afrika tegen Israël, als de Nederlandse interventie wordt toegelaten, voorafgaand aan indiening bij het Gerechtshof eerst aan de Kamer voor te leggen en de Kamer voldoende gelegenheid te bieden hierover met de regering van gedachten te wisselen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitterVoorzitter

Deze motie is voorgesteld door het lid Boomsma.

Zij krijgt nr. 433 (32735).

PROMevrouw PiriPRO

Ik heb een vraag over deze motie. Een van die dingen — want wij hebben soms die neiging — is dat wij in ieder geval niet op de stoel van het kabinet moeten gaan zitten. Ik kijk even naar hoe de heer Boomsma de rol van de Kamer ziet. Volgens mij kan de regering van alles en nog wat inbrengen, ook in de VN et cetera. Het is dan vervolgens aan ons om het te controleren, maar niet om vooraf teksten goed te keuren. Ik vraag me af of dat ook de zienswijze is van JA21.

JA21De heer BoomsmaJA21

Uiteraard heeft in veel gevallen de minister, het kabinet, een eigen positie en kan men voortdurend zaken inbrengen. Dat hoort dan bij de rol van het kabinet. Maar in dit geval gaat het wel om de specifieke interpretatie van een verdrag die mogelijk grote consequenties heeft. Dat heeft veel te maken met de internationale rechtsorde. En hiervan zijn op dit vlak gewoon wel verschillende interpretaties mogelijk. Dat zie je ook aan de interventies die zijn voorgelegd door andere landen. Ik vind dat het dan logisch is dat wij als Kamer daar wel over kunnen praten, zeker natuurlijk als het gaat om zaken die politiek zeer gevoelig zijn, waarover heel verschillend wordt gedacht en waarbij het nog wat meer losstaat van de rol van het kabinet, laat staan van de rechter, wat er uiteindelijk wordt geoordeeld. Maar als het gaat om hoe wij een verdrag interpreteren, moeten wij als Kamer wel de kans hebben om daarover van gedachten te wisselen.

PROMevrouw PiriPRO

Volgens mij zegt niemand dat wij hier als Kamer niet de kans moeten hebben om hierover van gedachten te wisselen. Volgens mij kunt u de minister gewoon ter verantwoording roepen. Sterker nog, u kunt ook een motie van wantrouwen indienen tegen de minister of het hele kabinet als u vindt dat ze daarin te ver gaan. Maar ik zou er echt voor willen waken, en daar waarschuw ik ook voor, dat wij als Kamer op de stoel gaan zitten van het kabinet en dat we van tevoren alle handelingen van het Nederlandse kabinet recenseren ten aanzien van internationale organisaties, of het nou de VN is of het Internationaal Strafhof of het Internationaal Gerechtshof. Als u het er dan niet mee eens bent, kunt u de minister gewoon naar huis sturen.

JA21De heer BoomsmaJA21

Dit vind ik een beetje een vreemde interruptie. Wij proberen dat natuurlijk te voorkomen door het gewoon met elkaar eens te worden. "Op de stoel van het kabinet te gaan zitten"? Het is natuurlijk de Kamer die, als volksvertegenwoordiging, veel te zeggen heeft over hoe verdragen dienen te worden geïnterpreteerd. Ik vind het merkwaardig om te doen alsof dat iets is wat losstaat van de parlementaire controle, of dat daarbij alleen parlementaire controle achteraf mogelijk zou zijn. In veel gevallen zou dat kunnen, maar in dit geval denk ik dat dat niet goed is, ook omdat bijvoorbeeld specifiek ten aanzien van deze interventie eerst een motie is verworpen die Nederland opriep om wel te interveniëren, waarna het kabinet dat alsnog heeft gedaan. Er was dus eigenlijk al een uitspraak van de Kamer om dat niet te doen. Goed, dan kan het kabinet inderdaad zeggen "wij doen het toch", maar ik vind het dan wel belangrijk om daarover van gedachten te kunnen wisselen. Het gaat ook zeker niet om alle internationale verdragen of alle zaken die worden aangeleverd, maar wel om dit specifieke geval hier. Nogmaals, ik denk dat het echt belangrijk is dat we hierover van gedachten wisselen.

PROMevrouw PiriPRO

Heel kort, for the record. Volgens mij ging die motie daar niet over. De motie die verworpen is, vroeg het kabinet om aan de kant van Zuid-Afrika een inbreng te doen. Dit even, for the record, over wat dat was. Daar heeft het toenmalige kabinet van gezegd: dat gaan we niet doen. Vervolgens is ervoor gekozen om als gastland van het Strafhof gewoon de eigen zienswijze naar voren te brengen, zonder daarbij de kant van een van de partijen te kiezen. Dat wou ik gewoon even on the record genoteerd hebben.

De voorzitterVoorzitter

Oké. De tweede motie van de heer Boomsma.

JA21De heer BoomsmaJA21

Die gaat over de christenvervolging.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat wereldwijd veel christenen vanwege hun geloof worden vervolgd, bedreigd of verdreven en de Kamer de regering eerder heeft opgeroepen prioriteit te geven aan het tegengaan van geweld tegen christenen;

overwegende dat in de periode 2026 tot 2030 bijna 35 miljoen beschikbaar is voor de bredere inzet op geloofsvrijheid;

overwegende dat concrete ondersteuning van vervolgde christelijke gemeenschappen, bijvoorbeeld door het ondersteunen van wederopbouw, er effectief aan kan bijdragen dat deze gemeenschappen in hun land van herkomst kunnen blijven bestaan of kunnen terugkeren;

overwegende dat andere Europese landen ook al ervaring hebben opgedaan met programma's die rechtstreeks zijn gericht op ondersteuning van vervolgde christelijke gemeenschappen;

verzoekt de regering binnen de bestaande middelen voor mensenrechten een herkenbaar programma in te richten voor concrete ondersteuning van vervolgde christelijke gemeenschappen, gericht op onder meer veiligheid, wederopbouw en bestaanszekerheid, en de Kamer vóór de begrotingsbehandeling van Buitenlandse Zaken over de uitwerking en financiële omvang daarvan te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitterVoorzitter

Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma en Ceder.

Zij krijgt nr. 434 (32735).

Oké, dank. Het woord is aan mevrouw Piri.

PROMevrouw PiriPRO

Dank u wel, voorzitter. Ook namens mij dank aan de minister. Alvast excuses aan de ambtenaren voor het behandelen van de hele wereld. Het is een beetje ons jaarlijkse gebeuren, al moet ik zeggen dat ik vrij voorspelbaar ben. Als je kijkt naar vorig jaar en het jaar daarvoor, dan zie je dezelfde thema's naar voren komen. De ambtenaren weten dat vast.

Ik ben blij met de toezegging om in ieder geval wat er gebeurd is rondom Machado vertrouwelijk als Kamer ontvangen.

Ik ben ook blij dat de minister nog een keer benadrukt dat BZ echt een specifieke rol moet hebben bij het ministerie van Asiel en Migratie wat betreft het ervoor zorgen dat mensenrechtenverdedigers en journalisten uit Rusland daadwerkelijk de mogelijkheid hebben om visa te verkrijgen.

Ik begrijp van de minister dat de zaak van Zefzafi hoogambtelijk is opgebracht. Ik vraag hem of hij bereid is om de eerstvolgende keer dat hij zelf spreekt met zijn Marokkaanse counterpart deze zaak op te brengen. Het speelt enorm, al jarenlang, ook bij heel veel Nederlanders die uit het Rifgebied komen.

Wat betreft Georgië wil ik de minister echt aanmoedigen om innovatief om te gaan met het ondersteunen van het maatschappelijk middenveld en oppositiepartijen in Georgië. Helaas kan dat niet volgens de formele gangen. Dat weten we. Ik hoef ook niet precies te weten hoe de minister dat dan gaat doen, maar doe het.

Wat betreft Ramallah hoop ik dat we optrekken met Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk, want dit zal een antwoord moeten krijgen. Ik hoop op een stevig antwoord. Dan is het gewoon fijn om samen met bondgenoten op te trekken.

Tot slot, voorzitter. Er was nog één vraag, over Turkije. Ik vroeg het volgende. Ik zie dat Turkije zeventiende staat op de lijst van prioriteiten van Nederland. Gezien onze relatie met Turkije — het ligt in Europa, het is op papier nog steeds een kandidaat-lidstaat en we zitten samen in organisaties, namelijk in de Raad van Europa en in de NAVO — lijkt het me, gezien alles wat er gaande is, dat dit wel wat meer prioriteit kan krijgen. Kan de minister daarop reageren? Ik heb drie moties.

Eentje dien ik eigenlijk in omdat het antwoord over de zaak-Kavala me helaas absoluut niet aanstaat. Deze uitspraak van het hof is er sinds 2019. Het is een bindende uitspraak. We hebben de afgelopen negen jaar al diplomatie geprobeerd in deze zaak. Het wordt nu echt tijd, nu er ook een definitief en derde oordeel ligt, om er gewoon consequenties aan te verbinden als Turkije niet levert.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens reeds in 2019, in 2022 en in 2026 bindende uitspraken heeft gedaan in de zaak van Osman Kavala en zijn onmiddellijke vrijlating heeft geëist;

overwegende dat Turkije tot op heden weigert gevolg te geven aan het definitieve vonnis;

verzoekt het kabinet om te pleiten voor de schorsing van Turkije in de Raad van Europa als de regering in Ankara blijft weigeren om bindende uitspraken van het Hof uit te voeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitterVoorzitter

Deze motie is voorgesteld door het lid Piri.

Zij krijgt nr. 435 (32735).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Egypte aan de EU heeft toegezegd de asielopvang en asielprocedures te verbeteren in lijn met het Vluchtelingenverdrag;

constaterende dat veel migranten en vluchtelingen onder erbarmelijke omstandigheden in Egypte verblijven en de afgelopen maanden veel migranten slachtoffer zijn van razzia's door de autoriteiten;

verzoekt het kabinet er in de Raad en in de Europese Commissie voor te pleiten om de laatste tranche van de macrofinanciële bijstand aan Egypte niet over te maken zolang Egypte niet de gedane beloftes nakomt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitterVoorzitter

Deze motie is voorgesteld door het lid Piri.

Zij krijgt nr. 436 (32735).

PROMevrouw PiriPRO

Hierop wil ik het volgende aanvullen. We waren daar zelf met leden van de commissie voor Buitenlandse Zaken. Van links tot rechts waren we geschokt over de manier waarop die razzia's nu gaande zijn. Dat zorgt er gewoon voor dat mensen over de grens worden gejaagd, met name ook naar Libië, vanwaar weer alle bootjes vertrekken naar Europa.

Tot slot de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Egyptische Nederlander Omar Elshal al sinds een jaar in administratieve detentie zit in Egypte;

overwegende dat ondanks meerdere verzoeken van Nederland om hem consulaire bijstand te verlenen, dat wordt geweigerd door de Egyptische autoriteiten;

verzoekt het kabinet om de zaak van Omar Elshal op het hoogste diplomatieke en politieke niveau aan te kaarten bij de Egyptische regering,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitterVoorzitter

Deze motie is voorgesteld door de leden Piri, Van Lanschot, Van der Werf en Van Baarle.

Zij krijgt nr. 437 (32735).

PROMevrouw PiriPRO

Dank u wel.

De voorzitterVoorzitter

Dank u wel. Van mijn kant ... O, wacht. Dan ga ik eerst het voorzitterschap overgeven aan mevrouw Van der Werf.

VoorzitterVoorzitter

Van der Werf

De voorzitterVoorzitter

Ga uw gang, mevrouw Rajkowski.

VVDMevrouw RajkowskiVVD

Dank. Dat was mijn enthousiasme. Ik heb twee moties, voorzitter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Amnesty International in het rapport Architects of Atrocities 87 personen aanwijst die schuldig zijn aan ernstige schendingen tijdens de "Vrouw, Leven, Vrijheid"-protesten in Iran;

constaterende dat het hardhandig neerslaan van de protesten in januari aantoont dat de straffeloosheid van het Iraanse regime nog altijd voortduurt;

overwegende dat het onbestraft laten van straffeloosheid de onderdrukking van de Iraanse bevolking in de hand werkt;

verzoekt de regering om er in Europees verband voor te pleiten dat de 87 geïdentificeerde personen op de EU-sanctielijst worden geplaatst;

verzoekt de regering tevens om zich ervoor in te zetten het noodzakelijke bewijsmateriaal te verzamelen, te valideren en aan te leveren ter onderbouwing van deze sanctiedossiers,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitterVoorzitter

Deze motie is voorgesteld door de leden Rajkowski, Boomsma en Piri.

Zij krijgt nr. 438 (32735).

VVDMevrouw RajkowskiVVD

Voorzitter. Nog een motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese Unie reeds beschikt over thematische sanctiepakketten gericht op onder meer ernstige mensenrechtenschendingen, cyberaanvallen, de verspreiding en inzet van chemische wapens en terrorisme;

constaterende dat seksueel geweld in gewapende conflicten en door autoritaire regimes op grote schaal en systematisch wordt ingezet als oorlogswapen, terreurinstrument en middel tot ontwrichting en onderdrukking;

overwegende dat verantwoordelijke bevelhebbers en daders nu te vaak buiten schot blijven;

verzoekt de regering om in Europees verband actief te pleiten voor de ontwikkeling van een specifiek thematisch EU-sanctiepakket gericht op het bestraffen en tegengaan van conflictgerelateerd seksueel geweld,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitterVoorzitter

Deze motie is voorgesteld door de leden Rajkowski, Van Lanschot, Van der Werf en Piri.

Zij krijgt nr. 439 (32735).

VVDMevrouw RajkowskiVVD

Ik heb nog een vraag. Die gaat toch nog over Iran. De minister heeft mijn vragen beantwoord, maar de beantwoording leek meer te gaan over de inzet die nu al gebeurt. Mijn vraag ging eigenlijk over zorgen dat we meer doen, zodat we ook echt voor accountability kunnen gaan zorgen. Zouden wij dus bijvoorbeeld het initiatief kunnen nemen voor een international justice mechanism? Kan het kabinet hiernaar kijken?

Dat was 'm.

De voorzitterVoorzitter

Dan kijk ik even naar de voorzitter en naar de minister voor de schorsing.

VoorzitterVoorzitter

Rajkowski

De voorzitterVoorzitter

Dank. Hoelang heeft u nodig, minister? Een kwartier? Dan schorsen we een kwartier, tot 18.10 uur.

De vergadering wordt van 17.53 uur tot 18.10 uur geschorst.

De voorzitterVoorzitter

Hierbij heropen ik de vergadering en kijk ik naar de minister voor de beantwoording namens het kabinet in de tweede termijn. Gaat uw gang.

Minister BerendsenMinister

Dank u wel, voorzitter. Ik heb hier nog de antwoorden op een aantal openstaande vragen. Kunnen we het initiatief nemen tot een international justice mechanism? Wij vinden het juist van belang dat de mechanismen die we nu al hebben verder worden versterkt. Daarom blijft Nederland ook de fact-finding mission en de speciaal rapporteur voor Iran ondersteunen alsook de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN. Deze dragen reeds bij aan onderzoek naar mensenrechtenschendingen en het tegengaan van straffeloosheid. Dus wat ons betreft: laten we vooral versterken wat er is en binnen die mogelijkheden bekijken hoe we dat verder vorm kunnen geven.

De heer Boomsma vroeg nog specifiek naar West-Afrika. Eigenlijk stelt de heer Boomsma een vraag over een uitdaging die we natuurlijk altijd hebben: hoe zorgen we er nou voor dat we weten waar het geld exact terechtkomt, hoe het gebruikt wordt, wat de impact ervan is et cetera? In algemene zin hebben we natuurlijk de inspectiedienst, de Auditdienst Rijk. De mensenrechtenrapportage zelf is natuurlijk een onderdeel van hoe we meten. Denk ook aan contact met actoren in het veld. Het blijft een opdracht om dat zo goed mogelijk te doen, maar het komt uiteindelijk altijd met uitdagingen.

Mevrouw Piri vroeg naar het opbrengen van de casus van de heer Zefzafi. Ik acht het momenteel het meest effectief om specifieke kanalen, zoals de mensenrechtendialoog, te benutten voor specifieke casus. Ik zal in brede zin voorafgaand aan mijn eigen contacten steeds blijven wegen of ik het opbreng, ook afhankelijk van de gesprekken in eerdergenoemde kanalen. Er is dus bewust aandacht voor, maar uiteindelijk gaat het er ook om op welke manier we effectief zijn. Ik geef overigens ook toe dat we op dit moment nog niet effectief genoeg zijn geweest daarin, maar het blijft onze aandacht houden.

Voor wat betreft Georgië hoor ik wat mevrouw Piri gezegd heeft. Volgens mij waren dat de openstaande vragen.

PROMevrouw PiriPRO

Ik denk: het is toch niet zo moeilijk? Als we dit vanaf 2021 hebben opgebracht bij de Marokkaanse autoriteiten en we er in ieder geval de afgelopen vijf jaar publiekelijk niets over hebben gehoord, kan de minister toch gewoon toezeggen: als ik mijn counterpart spreek, zal ik deze zaak opbrengen? Dat is toch niet te veel gevraagd?

Minister BerendsenMinister

Wij brengen onze zorgen over dit soort zaken altijd over in de brede gesprekken die we voeren met de counterparts. Niet voor niets zijn we ook een mensenrechtendialoog gestart met Marokko, waarvan dit soort individuele gevallen ook onderdeel kunnen zijn. Ik denk dat we niet heel erg ver langs elkaar heen spreken. U kunt ervan op aan dat ik dit soort casus zal blijven benoemen.

PROMevrouw PiriPRO

Die laatste zin interpreteer ik als: ja, als ik mijn counterpart spreek, zal ik ook de zaak van Zefzafi opbrengen. Klopt dat?

Minister BerendsenMinister

Nogmaals, we moeten effectief zijn. Dat betekent dus dat ik steeds weeg wanneer ik dit opbreng, maar het is er continu op gericht om Marokko erop te wijzen dat deze zaak en ook andere zaken onze blijvende aandacht hebben en dat we daar verbetering op willen zien.

De voorzitterVoorzitter

Piri, laatste keer.

PROMevrouw PiriPRO

Ik maak me echt zorgen over dit antwoord. Het is kennelijk afgelopen jaar niet door deze minister opgebracht. Ik stel voor om het niet alleen hoogambtelijk te doen, maar ook gewoon politiek. Ik zou er bij de minister echt op willen aandringen.

Bovendien had ik ook nog de vraag of Turkije niet meer prioriteit kan krijgen. Gezien alles wat ik erover heb gezegd, vind ik het nogal karig om het op plek 17 te hebben staan.

Minister BerendsenMinister

Voor wat betreft de individuele zaak: uiteindelijk blijft het zoeken naar hoe we effectief zijn en het moet ook in het belang van de zaak zijn. Wij wegen steeds op welk niveau wij wat bespreken. Ook op mijn niveau is er in ieder gesprek aandacht voor de zorgen die wij hebben op bepaalde gebieden. Over Turkije heb ik ook al in de vorige beantwoording meegenomen dat Turkije een heel belangrijke partner is, omdat wij in het brede partnerschap dat wij hebben met Turkije ook dingen op dit gebied bespreekbaar maken en dat er ook aandacht is met middelen en inzet richting het maatschappelijk middenveld.

PROMevrouw PiriPRO

Zei u "laatste interruptie", voorzitter?

De voorzitterVoorzitter

Er komt nog een tweede vraag tussendoor. U stelde twee vragen en één als laatste, dus ...

PROMevrouw PiriPRO

Voorzitter. Wij hebben het hier niet over een land ver weg, hè. We hebben hier in Nederland een grote Turkse diaspora, Turkse Nederlanders. Het is nog steeds een kandidaat-lidstaat van de Europese Unie, een lid van de Raad van Europa en een bondgenoot binnen de NAVO. Vandaar dat je ook extra invloed hebt én ook de extra verantwoordelijkheid om, zolang Turkije zichzelf nog steeds ziet als kandidaat-lid van de Europese Unie, aan te dringen op mensenrechten en op rechtsstaatzaken. Vandaar mijn verrassing dat wij aan Turkije niet meer prioriteit geven.

Minister BerendsenMinister

Ik denk dat er in alle gremia die we hebben een hele hoop aandacht is voor Turkije. Dat geldt zowel in het EU-traject als in de Raad van Europa en in bilaterale contacten. Het is ook onze gemeenschappelijke inzet met alle internationale partners richting Turkije om uiteindelijk ook verschil te maken.

De voorzitterVoorzitter

Is er nog een vraag van andere leden? Nee. Dan gaan we naar de moties.

Minister BerendsenMinister

Voorzitter. De motie op stuk nr. 432 apprecieer ik als ontijdig, want over de aanpak van ongewenste buitenlandse inmenging spreken we op 14 oktober met de vaste Kamercommissie JenV, ook samen met de minister van JenV en de minister van Werk en Participatie, en dat zijn natuurlijk ook de ministers die betrokken zijn bij deze specifieke inhoud.

De voorzitterVoorzitter

De motie op stuk nr. 432: ontijdig. Mevrouw Van der Werf, houdt u de motie dan aan? Wat gaat u doen?

D66Mevrouw Van der WerfD66

Nee, voorzitter, want er staat een Kamermeerderheid onder deze motie. Ik vind het ook vreemd om het alleen in dat debat te parkeren, want deze motie vraagt om een onderzoek van die Chinese wet, wat die betekent voor de gemeenschap hier in Nederland, en om daar een plan op te bedenken en dat terug te koppelen aan de Kamer. Het is dus niet iets wat mij onmogelijk lijkt of wat doorkruist wordt door dat andere debat.

Minister BerendsenMinister

Nogmaals, dan zitten er ook ministers aan tafel die bij dit onderwerp meer betrokken zijn. Dan kunnen we dit onderwerp ook verder bespreken en kan die motie op een goede manier geapprecieerd worden, omdat die andere ministers daar ook bij betrokken zijn.

De voorzitterVoorzitter

Gaat u verder. De motie op stuk nr. 433.

Minister BerendsenMinister

De motie op stuk nr. 433 ontraad ik. Eigenlijk wil ik hierbij verwijzen naar het debat dat kort tussen mevrouw Piri en de heer Boomsma heeft plaatsgevonden.

De voorzitterVoorzitter

De motie op stuk nr. 433: ontraden.

Minister BerendsenMinister

De motie op stuk nr. 434 acht ik overbodig. Nederland kiest bewust voor een brede inzet op vrijheid inzake religie en levensovertuiging, een universeel mensenrecht. Via het Focusprogramma is er 35 miljoen gereserveerd. Nederland is hiermee echt een van de meest actieve en zichtbare donoren op dit gebied. Daarmee is de motie wat ons betreft overbodig.

De voorzitterVoorzitter

De motie op stuk nr. 434: overbodig.

Minister BerendsenMinister

De motie op stuk nr. 435 ontraden we. De gesprekken met Turkije lopen nog. Op de resultaten daarvan wil ik niet vooruitlopen. Onze inzet in die gesprekken blijft onmiddellijke vrijlating.

De voorzitterVoorzitter

De motie op stuk nr. 435: ontraden.

PROMevrouw PiriPRO

De deadline die de minister samen met zijn collega-ministers in de Raad van Europa heeft gesteld, loopt af op 14 oktober. Volgens mij is het helemaal niet zo gek om dan als Kamer te zeggen: op het moment dat niet wordt voldaan aan drie bindende uitspraken van het EHRM, gaan we over tot het gevolg, namelijk schorsing van Turkije uit de Raad van Europa.

Minister BerendsenMinister

Ik heb mijn appreciatie gedeeld.

De voorzitterVoorzitter

Oké, helder. De volgende.

Minister BerendsenMinister

De motie op stuk nr. 436 ontraden we. De UNHCR heeft benoemd dat Egypte in een transitiefase zit waarbij niet alle afgesproken verbeteringen in één keer gerealiseerd zijn. Een deel van de financiële bijstand draagt bij aan migratiemanagement en bescherming. Bij het niet overmaken van de financiële bijstand snijden we ons als EU dus ook zelf in de vingers. Nederland pleit op dit moment daarom voor monitoring en dialoog.

De voorzitterVoorzitter

De motie op stuk nr. 436: ontraden.

PROMevrouw PiriPRO

Ik kan dit niet onbeantwoord laten. Het gaat hier niet om een verbetering maar om een ernstige verslechtering van de situatie, waardoor de mensen die wij spraken, nu gewoon richting Libië gaan om daar bootjes te nemen naar Europa. Ik snap dat het de minister niet populair zou maken als hij zou zeggen dat hij dit een topmotie vindt, maar ik geef hem toch even mee dat we de realiteit gewoon moeten schetsen zoals die is. Het is niet het uitblijven van verbetering. Het is gewoon een enorme verslechtering van de situatie van migranten in Egypte.

Minister BerendsenMinister

Daarom ook onze inzet op monitoring en dialoog.

De voorzitterVoorzitter

De motie op stuk nr. 437.

Minister BerendsenMinister

De motie op stuk nr. 437 gaat over de specifieke casus van Omar Elshal. Wij doen er alles aan. Dat is ook in lijn met de motie. Die motie geven we oordeel Kamer. Dank voor de steun van de Kamer voor de inzet die we op dat gebied hebben.

De motie op stuk nr. 438 krijgt oordeel Kamer, mits we het kunnen beschouwen als "inzetten voor". Het is namelijk ook belangrijk om de motie uitvoerbaar te houden. "Pleiten" zien we als "inzetten voor". Dat is de interpretatie.

De voorzitterVoorzitter

Dat is voor mij helemaal oké. Dan heeft de motie op stuk nr. 438 oordeel Kamer. De motie op motie op stuk nr. 437 heeft ook oordeel Kamer. Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 439.

Minister BerendsenMinister

De motie op stuk nr. 439 krijgt ook oordeel Kamer.

PROMevrouw PiriPRO

Ik kreeg net een berichtje van de heer Van Baarle. Hij wil graag onder de motie over Omar. Dat heb ik hierbij doorgegeven.

De voorzitterVoorzitter

Dan staat de heer Van Baarle onder de motie op stuk nr. 437. Hij wordt toegevoegd.

Dan zijn we er. Ik ga eerst de toezeggingen voorlezen. We gaan volgende week over de moties stemmen. Ik heb vier toezeggingen.

De minister van Buitenlandse Zaken zegt toe voorafgaand aan de aankomende begrotingsonderhandelingen van Buitenlandse Zaken de Kamer schriftelijk te informeren over de vragen van het lid Van Lanschot over mogelijkheden tot verdere financiële ondersteuning van onafhankelijke Russische media in ballingschap.

De minister van Buitenlandse Zaken zegt toe in de volgende mensenrechtenrapportage in te gaan op de implicaties van de ontwikkelingen van AI op mensenrechten, naar aanleiding van de vragen van het lid Van Lanschot.

De minister van Buitenlandse Zaken zegt toe in de brief over de inzet van het aankomende Nederlandse voorzitterschap van het Comité van Ministers van de Raad van Europa in te gaan op vragen van het lid Boomsma over de Chisinauverklaring en de interpretatie van het EVRM.

De minister van Buitenlandse Zaken zegt toe de Kamer vertrouwelijk te informeren over de kwestie en eerdere gebeurtenissen omtrent Machado, specifiek over het niet kunnen landen op Aruba en Curaçao, naar aanleiding van de vragen van het lid Piri.

Ja, akkoord? Aldus besloten. Dan sluit ik de vergadering.

Sluiting 18.21 uur.