Debatten
Het werk van Tweede Kamerleden bestaat voor een groot deel uit debatteren. Tijdens debatten gaan Kamerleden in gesprek met elkaar en met ministers of staatssecretarissen. Zij overleggen over nieuwe wetten, vragen de bewindspersonen om aanvullende informatie of uiten hun ontevredenheid.
Er zijn verschillende soorten debatten, elk met hun eigen regels en procedures.
Plenaire debatten
De plenaire zaal is de grote vergaderzaal waar alle 150 Kamerleden tegelijk aanwezig kunnen zijn.
Tweeminutendebat
Een kort debat waarbij iedere politieke partij twee minuten spreektijd krijgt. Tijdens dit soort debatten kunnen Kamerleden moties indienen.
Begrotingsdebat
Na Prinsjesdag zijn er elk jaar debatten over de begrotingen van ministeries. Zie Begrotingen.
Dertigledendebat en interpellatiedebat
De Tweede Kamer vraagt een minister om uitleg over een belangrijk onderwerp. Er zijn dertig Kamerleden nodig om zo'n debat aan te vragen.
Commissiedebatten
De meeste debatten vinden plaats in commissies. Commissiedebatten worden vaak gebruikt om debatten in de plenaire zaal voor te bereiden.
Commissiedebat
De commissie vergadert met een minister of staatssecretaris. Een Kamerlid kan tijdens een commissiedebat vragen een onderwerp te behandelen in de plenaire zaal. Dat heet een tweeminutendebat.
Nota- en wetgevingsoverleg
Kamerleden praten met de minister of staatssecretaris over één beleidsnota of een bepaald wetsvoorstel. Kamerleden kunnen hierbij moties indienen.
Hoorzitting en rondetafelgesprek
Commissies organiseren hoorzittingen en rondetafelgesprekken waarbij ze experts of betrokkenen kunnen vragen om meer te vertellen over een bepaald onderwerp.
Procedurevergadering
In deze bijeenkomst besluiten de leden samen hoe zij stukken behandelen, welke onderwerpen op de agenda komen en welke activiteiten worden gepland.
Procedures en instrumenten
De Tweede Kamer werkt volgens procedures die zijn vastgelegd in het Reglement van Orde. Dat reglement bepaalt onder andere wie wanneer mag spreken, hoe besluiten tot stand komen en wat de taken zijn van commissies en van de Voorzitter. Kamerleden hebben daarbinnen de volgende instrumenten tot hun beschikking.
Vragenuur
Wekelijks kunnen Kamerleden mondelinge vragen stellen aan bewindspersonen. Dat gebeurt op dinsdag om 14.00 uur. Meestal komen er drie vragen aan bod, over drie verschillende onderwerpen, gesteld door drie Kamerleden van drie verschillende fracties.
Hoe verloopt het?
- De Voorzitter van de Tweede Kamer bepaalt in welke volgorde de onderwerpen worden behandeld.
- Per onderwerp krijgt het lid dat het heeft aangemeld (de vragensteller) in totaal 4 minuten voor een of meerdere vragen aan de bewindspersoon. Die mag daarop ook een of meerdere keren kort antwoorden.
- Daarna kunnen andere Kamerleden het woord vragen over hetzelfde onderwerp. Elke vraag duurt maximaal 30 seconden, waarna de bewindspersoon kort antwoordt.
- De leden van een fractie mogen samen maximaal twee van deze extra vragen stellen. Leden van een kleinere groep mogen er samen één stellen.
- Is een onderwerp aan het einde van het vragenuur (rond 15.00 uur) nog niet besproken, dan kan de Voorzitter besluiten dat het niet meer aan bod komt.
Onderwerpen voor het vragenuur worden op basis van ongeschreven regels geselecteerd. De griffie plenair adviseert het Presidium op basis van het belang voor de maatschappij en of het onderwerp vaker aan bod is gekomen.
Schriftelijke vragen
Individuele Kamerleden kunnen schriftelijke vragen stellen aan ministers of staatssecretarissen over vrijwel elk onderwerp. Dit gebeurt buiten de plenaire vergaderingen om.
- Vragen worden ingediend bij de Kamervoorzitter, die deze vervolgens doorstuurt naar het betrokken kabinet.
- De beantwoordingstermijn is 3 weken. Wordt die termijn niet gehaald, dan moet de bewindspersoon dat met redenen omkleed melden en mag de termijn worden verlengd tot zes weken.
- Blijft de vraag na 6 weken onbeantwoord, dan mag de Voorzitter besluiten de vraag te agenderen voor het mondelinge vragenuur, of een extra vragenuur te organiseren.
- Antwoorden worden openbaar gemaakt.
Bekijk de Palestina-gerelateerde Kamervragen in de Monitor
Feitelijke vragen
Feitelijke vragen geven Kamerleden de gelegenheid puur informatieve vragen te stellen over bijvoorbeeld een brief van een bewindspersoon, een rapport of een wetsvoorstel. Deze vragen richten zich op feitelijke duidelijkheid: cijfers, definities en uitleg van beleidsonderdelen.
Feitelijke vragen kunnen alleen op vooraf bepaalde momenten worden ingediend en komen niet op naam van een fractie te staan. Dit instrument is dus gebonden aan de behandeling van Kamerstukken binnen een bepaalde commissie.
Indienen, beantwoording en rol in het proces
Indienen: Kamerleden dienen namens hun fractie feitelijke vragen per e-mail in bij de griffier van de betreffende commissie.
Beantwoording: de regering beantwoordt de feitelijke vragen uiterlijk voor een afgesproken datum, bijvoorbeeld voorafgaand aan een commissiedebat of verdere besluitvorming.
Rol in het proces: na beantwoording worden de vragen en antwoorden opgenomen in het verslag over het wetsvoorstel of het besproken onderwerp.
Moties
Kamerleden kunnen moties indienen om de regering op te roepen tot actie of tot het bepalen van een standpunt. Daar geldt een vast format voor. Een motie begint altijd met "De Kamer, gehoord de beraadslaging" en eindigt altijd met "en gaat over tot de orde van de dag", gevolgd door de naam van het Kamerlid. In een motie verzoekt het Kamerlid de regering iets te doen. Dat verzoek kan worden onderbouwd met overwegingen, constateringen of meningen.
Bekijk de Palestina-gerelateerde moties in de Monitor
De cyclus: commissiedebat, tweeminutendebat en stemming
De cyclus rond het commissiedebat en het tweeminutendebat is een belangrijk onderdeel van de parlementaire controle en besluitvorming.
- 1
Commissiedebat
Een of meer Kamercommissies debatteren met ministers en/of staatssecretarissen over beleid, vaak naar aanleiding van een kabinetsbrief of actuele ontwikkelingen. Daarnaast zijn er vaste commissiedebatten over onderwerpen die periodiek terugkomen.
- 2
Tweeminutendebat aanvragen
De eerste spreker in een commissiedebat kan namens de commissie een tweeminutendebat aanvragen.
- 3
Tweeminutendebat in de plenaire vergadering
Dit is een kort plenair debat waarin elk Kamerlid maximaal twee minuten heeft. Kamerleden dienen moties in en stellen aanvullende vragen, bijvoorbeeld om aanvullende informatie via een brief te krijgen.
- 4
Appreciatie door de bewindspersoon
Direct na het tweeminutendebat beoordeelt de bewindspersoon de ingediende moties ter plekke.
- 5
Stemming over de moties
Meestal op de dinsdag volgend op het tweeminutendebat. Kamerleden kunnen door het aannemen van moties het kabinet formeel binden of een politieke boodschap afgeven.
De bewindspersoon beoordeelt een motie ter plekke na afloop van een debat. Er zijn vijf mogelijke appreciaties, die een eerste indicatie geven van de reactie van het kabinet.
| Appreciatie | Betekenis |
|---|---|
| Oordeel Kamer | De bewindspersoon verwijst de beoordeling naar de Kamer. |
| Ontijdig | De motie komt te vroeg in het proces. |
| Overbodig | De motie is niet nodig omdat het onderwerp als geregeld wordt beschouwd. |
| Ontraden | De bewindspersoon raadt de motie af. |
| Overgenomen | De bewindspersoon neemt de motie over. Meestal staat de motie dan op de stemmingslijst, maar komt zij niet in stemming, tenzij de Kamer dat alsnog wil. |
De stemming over de moties vindt meestal plaats op de dinsdag volgend op het tweeminutendebat. Een Kamerlid kan echter ook met goede reden verzoeken op een ander moment te stemmen. Dit gebeurt bijvoorbeeld als een bewindspersoon naar Brussel vertrekt en de stemming over moties daarvoor moet plaatsvinden.
Amendementen en initiatiefvoorstellen
- Initiatiefvoorstellen: Kamerleden hebben het recht zelf wetsvoorstellen in te dienen (het recht van initiatief).
- Amendementen: Kamerleden kunnen wetsvoorstellen wijzigen door amendementen in te dienen.
Regeling van werkzaamheden
Elke dinsdag om 16.00 uur regelt de Kamer haar werkzaamheden. De agenda wordt dan vastgesteld, waaronder verzoeken tot spoeddebatten en verslagen van algemene overleggen worden geplaatst. Ook worden spreektijden geregeld, benoemingen van commissie- en delegatieleden vastgesteld en verzoeken van Kamerleden om brieven van het kabinet besproken. De regeling van werkzaamheden zorgt zo voor de ordening en afstemming van de dagagenda en het verloop van de vergadering.
Stemmingen
De Tweede Kamer neemt besluiten meestal door te stemmen. Dit kan op verschillende manieren verlopen, afhankelijk van de situatie en van het verzoek van Kamerleden.
Stemmen bij handopsteken
De meest gebruikte manier is stemmen bij handopsteken. Fractieleden steken hun hand op als zij voor een voorstel zijn. Daarbij wordt er in principe van uitgegaan dat alle leden hetzelfde stemmen, ook als niet iedereen aanwezig is.
Hoofdelijke stemming
Als een Kamerlid erom vraagt, of als de uitslag bij handopsteken onduidelijk is, kan er een hoofdelijke stemming plaatsvinden. Daarbij wordt de naam van elk aanwezig Kamerlid opgenoemd; dat lid zegt dan duidelijk "voor" of "tegen".
Vergist een Kamerlid zich, dan kan dit alleen worden hersteld voordat het volgende lid heeft gestemd. Wordt de vergissing te laat opgemerkt, dan wordt dat wel aangetekend in het verslag, maar het verandert de uitslag niet.
Zijn alle leden aanwezig maar is er een gelijk aantal stemmen voor en tegen (dit heet "staken der stemmen"), dan wordt het voorstel verworpen.
Besluit zonder stemming (hamerstuk)
Soms besluit de Kamer zonder te stemmen. Dit gebeurt als niemand om een stemming vraagt en de Voorzitter bepaalt om een besluit zonder stemming aan te nemen. Kamerleden kunnen wel aantekenen dat zij voor of tegen zijn. Hamerstukken betreffen meestal onbetwiste of weinig omstreden onderwerpen.
Stemverklaring
Leden mogen in maximaal één minuut vlak voor de stemming uitleggen waarom zij voor of tegen zijn.
De stemmingsbel
Om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk Kamerleden bij de stemming aanwezig zijn, gaat er vlak voor het stemmen een lange bel door het gebouw.
Commissies
Commissies vormen de spil van het inhoudelijk werk in de Tweede Kamer. Per commissie houden gespecialiseerde groepen Kamerleden zich bezig met specifieke beleidsterreinen die vaak overeenkomen met de ministeries. Zij bereiden het parlementaire werk voor, controleren de regering en ontwikkelen eigen initiatieven.
- Behandeling van stukken: commissies bespreken beleidsstukken, wetsvoorstellen, brieven van de regering, rapporten en andere relevante documenten. Commissieleden delen het standpunt van hun partij en bepalen de verdere behandeling.
- Controlerende taak: commissies houden toezicht op ministeries en bewindspersonen door beleidsvoorstellen kritisch te bespreken en het kabinet te bevragen tijdens debatten en overlegmomenten.
- Initiatief en onderzoek: commissies kunnen zelf onderzoek doen, zoals werkbezoeken en gesprekken met experts. Ook kunnen zij gebruikmaken van instrumenten als parlementaire onderzoeken, ondervragingen en parlementaire enquêtes.
Bekijk de commissieagenda in de Monitor
Instrumenten binnen de commissies
Naast het commissiedebat zijn er diverse instrumenten waarmee commissieleden informatie kunnen verzamelen, beleid kunnen toetsen en hun controlerende taak kunnen uitvoeren.
Rondetafelgesprek
Kamerleden gaan in gesprek met deskundigen, belanghebbenden of vertegenwoordigers van organisaties. Dit geeft de commissie meer inzicht in verschillende meningen en expertise.
Technische briefing
Ambtenaren of externe deskundigen geven toelichting op specifieke onderwerpen. Kamerleden kunnen dan ook gericht vragen stellen.
Gesprek
Commissies kunnen specifieke personen of organisaties uitnodigen voor een informeel overleg.
Werkbezoek
Commissieleden bezoeken bedrijven, instellingen of projecten die relevant zijn voor het beleidsterrein van de commissie. Zo zien zij het beleid in de praktijk.
Hoorzitting
Een meer formele zitting waarin direct betrokkenen en experts hun standpunt voor de commissie toelichten.
Parlementaire verkenning
Een commissie onderzoekt snel en grondig een complex beleidsvraagstuk via gesprekken, schriftelijke inbreng en bijeenkomsten. Soms ter voorbereiding op een diepgaander parlementair onderzoek.
Kennisagenda
Een commissie legt vast welke thema's zij wil verkennen en hoe zij die kennis zal vergaren.
Hoe komt iets op de agenda? De procedurevergadering verder uitgelegd
In deze bijeenkomsten besluiten de commissieleden samen hoe zij stukken behandelen, welke onderwerpen op de agenda komen en welke activiteiten worden ingepland. Ook wordt afgesproken hoe en wanneer brieven aan ministers worden verstuurd en beantwoord. Procedurevergaderingen kunnen besloten zijn; de agenda en besluitenlijsten worden in principe vooraf openbaar gemaakt, tenzij spoed dat verhindert.
Bij elk punt op de procedurevergadering moet een meerderheid van de aanwezigen in de commissiezaal achter het voorstel staan voordat het wordt gepland.
Procedurevergaderingen zijn dus belangrijk om de agenda van de commissie en deels de plenaire agenda te sturen. Fracties kunnen deze benutten om hun eigen onderwerpen verder te brengen.
Ook tijdens een strategische procedurevergadering worden agenda's bepaald. Deze gesprekken zijn besloten en gericht op de samenhang en effectiviteit van het commissiewerk op langere termijn.
Wetten
De Tweede Kamer speelt een centrale rol in het maken van wetten. Dat proces verloopt als volgt.
- Indiening: een wetsvoorstel kan worden ingediend door een minister, een staatssecretaris of een Kamerlid. In dat laatste geval heet het een initiatiefwet.
- Behandeling: het voorstel wordt besproken in commissies (wetgevingsoverleg) en vervolgens in de plenaire vergadering.
- Amendementen: Kamerleden kunnen wijzigingen voorstellen.
- Stemming: na behandeling stemt de Kamer over het voorstel. Eerst over de amendementen, dan over het wetsvoorstel inclusief de aangenomen amendementen.
- Eerste Kamer: na goedkeuring verdedigt het Kamerlid of de bewindspersoon het voorstel in de Eerste Kamer, die het kan aannemen of verwerpen. De Eerste Kamer kan niet meer amenderen.
Bekijk de Palestina-gerelateerde wetsvoorstellen in de Monitor
Begrotingen
De begroting is een belangrijk instrument waarmee de Tweede Kamer controle uitoefent op de uitgaven van de overheid.
Prinsjesdag valt op de derde dinsdag van september. De minister van Financiën biedt dan de Rijksbegroting en de Miljoenennota aan de Tweede Kamer aan: de begroting voor het komende jaar. In plaats van dat de voorstellen zoals gewone wetsvoorstellen per post worden gestuurd, brengt de minister van Financiën ze persoonlijk naar een vergadering van de Tweede Kamer. Tijdens die bijeenkomst geeft de minister het zogenoemde "koffertje" met de begrotingsstukken aan de Voorzitter van de Kamer, en houdt daarbij een korte toespraak om het pakket officieel aan te bieden.
Algemene Politieke Beschouwingen (APB): direct na Prinsjesdag, op woensdag en donderdag, debatteert de Kamer over de hoofdlijnen van het beleid.
Algemene Financiële Beschouwingen (AFB): na de APB volgen de AFB. Dat debat wordt meestal in oktober gevoerd door de financiële woordvoerders van de fracties met de minister van Financiën.
Begrotingsbehandeling: daarna behandelt de Kamer de begrotingen van de verschillende ministeries en kan zij wijzigingen voorstellen via moties en amendementen.
De begrotingsbehandeling in vier stappen
- Schriftelijke vragenronde. Kamerleden stellen feitelijke vragen over de begroting, die de minister schriftelijk moet beantwoorden. Deze vragen zijn anoniem, waardoor fracties ruim gebruik kunnen maken van de mogelijkheid om informatie op te vragen.
- Begrotingsonderzoek (wetgevingsoverleg). Een overleg tussen de woordvoerders van de fracties en de verantwoordelijke ministers, waarbij de ministers mondeling vragen over de begroting beantwoorden.
- Plenair debat tussen de woordvoerders en de ministers. Tijdens dit debat kunnen Kamerleden moties en amendementen indienen.
- Stemming. De Tweede Kamer stemt over de wetsvoorstellen voor de begroting en over de ingediende moties en amendementen.
Budgetrecht: de begrotingen worden bij wet vastgesteld. Zo maakt de Tweede Kamer gebruik van haar budgetrecht: de Kamer keurt de begroting goed, wijzigt haar of verwerpt haar.
De parlementaire begrotingsbehandeling moet in beide Kamers vóór 1 januari zijn afgerond.
Bron
Over deze uitleg
Deze pagina beschrijft de gangbare praktijk in de Tweede Kamer. Procedures en termijnen kunnen wijzigen. Raadpleeg voor de formele regels altijd het Reglement van Orde en de informatie van de Tweede Kamer.
