Inhoud
> Retouradres Postbus 20701 2500 ES Den Haag
de Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Bezuidenhoutseweg 67
2594 AC Den Haag
Datum
2 juli 2026
Betreft
Update Actieplan Productiezekerheid Onbemenste Systemen
Ministerie van DefensiePlein 4MPC 58 BPostbus 207012500 ES Den Haagwww.defensie.nlOnze referentieMINDEF20260046428Bij beantwoording, datum, onze referentie en onderwerp vermelden.
Geachte voorzitter,
‘De belangrijkste les die de oorlog in Oekraïne ons heeft geleerd, is dat het gebruik van onbemenste systemen oorlog voeren ingrijpend en voorgoed heeft veranderd’. Militaire operaties veranderen en dagen militaire organisaties uit om mee te veranderen. Snelheid is nodig om een achterstand te voorkomen. Creativiteit is nodig om meer en goedkoper te kunnen produceren dan de tegenstander. En samenwerking is nodig om de beste systemen te realiseren voor onze militairen in het veld, op zee en in de lucht. Eerder is uw Kamer geïnformeerd over het Actieplan voor de Productiezekerheid van Onbemenste Systemen (APOS). In deze brief informeren wij uw Kamer over de voortgang en drie nieuwe initiatieven binnen het Actieplan: Defensie investeert fors in lange afstandsdrones, onbemenste grondsystemen en software voor drones. Tot slot beschrijven we aanvullende maatregelen ter versnelling, om een Europese koploper te worden en te blijven.
Het doel van APOS is om de krijgsmacht te voorzien van de beste systemen die op elk moment up-to-date zijn, met het vermogen om het gevecht langere tijd vol te kunnen houden als dat moet. Dat vraagt om een florerende Nederlandse industrie voor onbemenste systemen, die ook internationaal een belangrijke bijdrage kan leveren. Defensie heeft tot op heden met de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie en het Actieplan forse stappen gezet. Er zijn investeringen gedaan in onbemenste systemen voor de Nederlandse krijgsmacht, ter land, ter zee en in de lucht en in Nederlandse productie van cruciale componenten. Ook in de steun aan Oekraïne heeft Nederland actief ingezet op de productie en levering van drones. In Nederland geproduceerde drones maken een verschil in de verdediging tegen Russische agressie. Defensie leert daarbij continu van deze samenwerking met Oekraïne.
Maar we moeten nog verder versnellen. Operationele eenheden van Defensie hebben sneller toegang nodig tot nieuwe innovatieve producten. De tijdlijn van idee naar prototype tot productie moet korter. We moeten de Nederlandse industrie, kennisinstellingen en universiteiten prikkelen en faciliteren om gezamenlijk de beste systemen te ontwikkelen. De defensieorganisatie en samenwerkingsmechanismen met de markt moeten er op zijn gericht om dit mogelijk te maken. Aan de hand van de drie actielijnen lichten wij toe welke stappen Defensie heeft gezet en welke aanvullende maatregelen wij nemen om te versnellen.
Investeringen in de industrie voor onbemenste systemen: extra impulsen en perspectief
Orders van Defensie kunnen een dynamiek in de markt brengen die leidt tot een ecosysteem waarin op basis van samenwerking voortdurende innovatie, productie en opschaling plaatsvindt. Zonder orders komt er geen ecosysteem tot stand. Tegelijkertijd koopt Defensie pas producten als deze goed genoeg zijn voor onze mensen in het veld. Dit leidt tot een patstelling die we moeten doorbreken. Om tot relevante industrie en het kunnen verwerven in Nederland te komen zijn innovatie, industrialisatie en opschaling nodig, mét zekerheid van uiteindelijke afname door Defensie. Een belangrijke rol die Defensie daarom in een nationaal ecosysteem voor onbemenste systemen heeft, is de rol van “smart developer”.
Met het Actieplan zet Defensie nieuwe stappen om de markt voor onbemenste systemen van een impuls te voorzien. Dat doet Defensie met gerichte investeringen waarin materieelvoorziening en industriebeleid samen komen. Hierbij wil Defensie de tijdslijn van idee tot implementatie fors verkorten. Defensie doet dit door operationele eenheden direct met de industrie samen te laten werken. De contracten die Defensie aan gaat, bieden de betrokken bedrijven voldoende financiële omvang en een meerjarige perspectief, zodat zij de kans krijgen om van prototype-ontwikkeling tot productie over te gaan (‘launching customership’). Tegelijkertijd blijft Defensie in specifieke gevallen de bedrijven uitdagen om onderling te concurreren voor de beste innovaties, technologie en productiemethoden. Op basis van deze concurrentie selecteert Defensie de beste partner voor het gewenste effect dat in de krijgsmacht breed zal worden geïmplementeerd.
Defensie start daartoe vanuit APOS de volgende drie nieuwe initiatieven:
Lange-afstandswapensystemen: drones hebben zich ontwikkeld van verkenningsmiddelen tot ook offensieve en defensieve wapensystemen. Als onderdeel van het project ‘Verwerving onbemenste systemen’ gaat Defensie met het Nederlandse bedrijfsleven in een programma van vijf jaar werken aan de ontwikkeling en productie van langeafstand wapensystemen voor de Nederlandse krijgsmacht (2027-2031). We richten een speciale landmachteenheid op die de systemen gaat beproeven en gebruiken. Voor het gehele programma stelt Defensie ruim 150 miljoen euro beschikbaar, binnen het Defensie Materieelbegrotingsfonds. Defensie implementeert in dit programma de lessen uit Oekraïne.
Onbemenste grondsystemen: Defensie daagt het Nederlandse bedrijfsleven uit om de (door)ontwikkeling van onbemenste grondsystemen te versnellen. Defensie gaat daarom in de zomer van 2026 in gesprek met verschillende bedrijven om de beste operationele toepassingen voor de krijgsmacht te realiseren. Defensie schetst actief een perspectief voor de lange termijn, door de lopende behoeftestelling voor onbemenste grondsystemen (onder andere voor het nieuwe Tankbataljon en het pantserinfanteriebataljon) te verbinden met deze vraag aan de markt.
Software voor drones: Defensie gaat een strategisch partnerschap aan met het bedrijf Intelic. In samenwerking met dit Nederlandse bedrijf gaat Defensie software ontwikkelen voor de inzet van drones op het slagveld. Defensie acht het van cruciaal belang dat deze ontwikkeling plaatsvindt met een Nederlands bedrijf om de ontwikkeling en het behoud van de kennis en technologie in Nederland te borgen.
Soms bestaat er nog geen (Europese) eindoplossing voor een gewenst operationeel effect van de Nederlandse krijgsmacht. Dit geldt nadrukkelijk in de verdediging tegen drones. Dit vraagt om een regisserende rol van Defensie in de markt, waarin de juiste voorwaarden worden geschept om nieuwe samenwerkingen tussen kansrijke Nederlandse bedrijven tot stand te brengen. Defensie doet dit aan de hand van de APOS Industry Challenges. In deze challenges ontwikkelt Defensie kansrijke oplossingen tot een gewenst effect voor de krijgsmacht, samen met de industrie. Er zijn reeds twee van deze challenges gestart met een omvang van respectievelijk 15 en 30 miljoen euro, vanuit de 1,1 miljard euro die Defensie beschikbaar heeft gesteld voor strategische samenwerking met de industrie. Succesvolle oplossingen hebben zicht op een langjarige relatie met Defensie die zekerheid biedt voor opschaling. In Q3 2026 en Q1 2027 zal Defensie het resultaat van deze challenges beproeven. Defensie verwacht dit najaar een nieuw programma te starten (zo mogelijk binnen de op te richten Defensie Innovatie en Opschalingsautoriteit), op basis van deze werkwijze.
Continue doorontwikkeling van onbemenste systemen: nieuwe benadering en versimpeling
Defensie leert van de huidige conflicten in de wereld. Een centrale les is daarin dat het tempo van ontwikkelingen hoog ligt. Aanpassingsvermogen redt levens. Binnen elk Operationeel Commando wordt gewerkt aan versnelling op het gebied van onbemenste systemen, zodat Defensie nieuwe ontwikkelingen continu kan implementeren in de operationele doctrines. Defensie doet dit met bijvoorbeeld de Taskforce Drones (Commando Landstrijdkrachten) en de Taskforce Maritime Uncrewed (Commando Zeestrijdkrachten). Binnen de Luchtmacht wordt in rap tempo kennis opgebouwd voor Combat Collaborative Aircraft (CCA) en binnen de Marechaussee is de inzet van drone en counterdrone systemen een prioriteit.
Dit aanpassingsvermogen vraagt om andere samenwerkingsvormen met de markt. Defensie investeert steeds vaker in partnerschappen, waarin producten continu kunnen worden doorontwikkeld. Met het Actieplan verstevigt Defensie deze aanpak. Voor drones vraagt Defensie de industrie niet langer om een specifiek product, maar om een operationeel effect. Op basis van dit effect, werkt Defensie langjarig met de industrie samen (binnen een zogeheten ‘kavel’). Defensie en de betreffende bedrijven zullen binnen een dergelijke kavel producten continu doorontwikkelen om in het operationele effect te kunnen blijven voorzien. Defensie past haar behoeftestellingsproces hierop aan. De voortgang wordt getoetst aan de hand van vooraf afgesproken mijlpalen. Op deze wijze past Defensie haar behoeftestellingsproces en contractvormen op het gebied van drones aan. Hiermee vergroot Defensie ook de private financierbaarheid van bedrijven. Wanneer bedrijven meer afnamezekerheid hebben, kunnen private financiers ook meer financiering verschaffen, bijvoorbeeld voor werkkapitaal of nieuwe productiefaciliteiten
Tegelijkertijd vraagt aanpassingsvermogen om versimpeling. Ontwikkelingen aan het front vragen om directe aanpassingen. Bijvoorbeeld in de technische functie in de drone; of de noodzaak om onderdelen te 3D-printen. Tijdens de oefening Fighter Lion en de Maritime Uncrewed Sea Trials (MUST) werkte Defensie daarom met de industrie en kennisinstellingen, direct achter het ‘front’ samen. Dit TechDevOps-concept (Technology Development Operations) is succesvol en implementeert Defensie nu samen met de Nederlandse industrie en kennisinstellingen.
Succesvoorwaarden en wegnemen barrières
Internationale samenwerking
Nederland ziet internationaal grote kansen om het Actieplan verder te versnellen. Zo is samenwerking met Oekraïne op het gebied van onbemenste systemen een randvoorwaarde voor succes in Nederland. Oekraïne is bewezen koploper op het gebied van inzet van, en verdediging tegen, drones in de verdediging tegen de aanhoudende Russische agressie. Defensie leert daarom actief van de operationele ervaring van Oekraïne en spoort Nederlandse bedrijven aan de samenwerking met Oekraïense partners te verdiepen, bijvoorbeeld via het Build With Ukraine-programma waarmee de productie van Oekraïense systemen in Nederland mogelijk wordt gemaakt.
Europese samenwerking op het gebied van onbemenste systemen is een belangrijke succesvoorwaarde voor de Nederlandse krijgsmacht én industrie. Alleen in een Europese context kan onze industrie wereldwijd concurreren met de besten. Daarom heeft Nederland de leiding genomen in de European Priority Capability Area Drones & Counterdrones, samen met Letland, Kroatië, Denemarken en Spanje. Door met prioriteit te bouwen aan Europese samenwerking, kunnen Europese krijgsmachten het potentieel van de Europese markt versterken. Op basis van deze economische kracht van een gemeenschappelijk Europa, versterken we de collectieve verdediging van de NAVO. Nederland hanteert daarbij een visie voor een Europees ecosysteem voor onbemenste systemen over twee sporen:
Gezamenlijke partnerschappen met de Europese industrie, door vraag te bundelen op basis van gewenste effecten van de Europese krijgsmachten. Door gezamenlijk gewenste effecten in de markt te plaatsen, wordt de Europese markt uitgedaagd om hechter samen te werken, met open toeleveringsketens.
Gezamenlijk testen en experimenteren in een netwerk van Europese Drone Technology Hubs, zodat krijgsmachten, industrie, kennisinstellingen elkaar binnen Europa makkelijker vinden en gezamenlijk kunnen ontwikkelen en produceren op basis van pan-Europese kwaliteitseisen.
Strategische afhankelijkheden
Het ontwikkelen en produceren van onbemenste systemen begint bij toegang tot de noodzakelijke technologie, componenten en grondstoffen. Defensie gaat daarom proactief ongewenste afhankelijkheden terugdringen, om de leveringszekerheid van onbemenste systemen te versterken. Daartoe onderneemt Defensie de volgende acties:
Defensie streeft naar strategische onmisbaarheid van de Nederlandse industrie in de markt voor drones. Dat betekent dat Defensie inzet op de ontwikkeling en productie van kritieke componenten voor drones in Nederland op gebieden waarin Nederland een toonaangevende internationale positie kan innemen, alsmede de ontwikkeling, productie en doorontwikkeling van drones in Nederland, in samenwerking met buurlanden.
Defensie gaat de veiligheidsbelangen van de Nederlandse staat actief wegen binnen verwerving van drones. Indien noodzakelijk, worden aanvullende afspraken bovenop de geldende veiligheidsmaatregelen gemaakt met bedrijven die leveren aan Defensie om de productie- en leveringszekerheid van de krijgsmacht al bij de start van een samenwerking te waarborgen.
Defensie geeft actief de voorkeur aan samenwerking met bedrijven die de herkomst en leveringszekerheid van componenten voor drones kunnen aantonen in het verwervingsproces. We implementeren hiervoor een bonus-malus systeem.
Defensie is voor de leveringszekerheid van specifieke systemen soms afhankelijk van anderen. Indien dit risico’s voor het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht oplevert, start Defensie (parallel aan verwerving voor urgente behoeften) ontwikkelingstrajecten om met Nederlandse en Europese producenten alternatieve systemen te realiseren die hetzelfde effect kunnen bewerkstelligen.
Defensie identificeert componenten binnen onbemenste systemen welke van kritiek belang zijn voor het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht. Indien kritieke afhankelijkheden op specifieke componenten bestaan, zal worden bezien of deze componenten met de markt en kennisinstellingen kunnen worden ontwikkeld en kunnen leiden tot toonaangevende Nederlandse of Europese producten. Informatie daaromtrent haalt Defensie uit nationaal onderzoek door de kennisinstellingen en de onderzoeken die de Nederlands geleide Working Group Enablement van de Drone Capability Coalition (DCC) in samenwerking met het Nederlands Materialen Observatorium (NMO).
Defensie trekt in het versterken van de productie- en leveringszekerheid voor componenten en grondstoffen nauw op met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat dat de Nationale Grondstoffenstrategie (NGS) coördineert. Binnen de NGS is leveringszekerheid voor de defensie-industrie als een van de prioritaire gebieden aangemerkt. Uw Kamer wordt voor de zomer geïnformeerd over de Kabinetsinzet Nationale Grondstoffenstrategie.
Testen en experimenteren voor krijgsmacht én industrie
In Nederland zijn er beperkte mogelijkheden om te oefenen, trainen en testen met drones en counter-drone systemen. Testen in realistische omstandigheden met bijvoorbeeld explosieve ladingen en munitie of GPS-verstoringen is complex. Om de testmogelijkheden met drone en counter-drone systemen te vergroten wordt er vanuit Defensie gekeken naar het intensiveren van de samenwerking met internationale partners. Het recent gesloten strategisch partnerschap met Letland tijdens de Drone Summit in Riga maakt intensief gebruik van een Lets oefenterrein mogelijk. Dit bilaterale initiatief is in lijn met lopende internationale inspanningen, zoals de European Priority Capability Area Drones & Counterdrones en de Drone Capability Coalition. De intentieverklaring biedt ook kansen voor de industrie om samen met Defensie te testen met drone en counter-drone systemen in een realistische omgeving. Daarnaast blijven we inzetten op meer testmogelijkheden in Nederland en de wijzigingen in regelgeving die daarvoor nodig zijn.
In nationale context moet de Wet op de Defensiegereedheid aanvullende mogelijkheden bieden. Bovendien investeert Defensie in test- en experimenteerlocaties die over indoor-faciliteiten beschikken. Zo gaat Defensie samen met de industrie, Technische Universiteit Delft en de Provincie Zuid-Holland samen werken aan de ontwikkeling van drones in Delft. Bovendien blijft Defensie investeren in de maritieme testlocatie in Scheveningen, het Seabed Security Center (SeaSec).
Ten slotte
De markt voor drones is exemplarisch voor de bredere ontwikkelingen binnen de defensie-industrie. Nieuwe technologieën worden in toenemende mate ingezet om sneller, goedkoper of effectiever militaire doelen te kunnen verwezenlijken. In de conflicten van vandaag en morgen zijn slimme, simpele en schaalbare toepassingen daarom bepalend voor het voortzettingsvermogen van een krijgsmacht. Deze ontwikkelingen zijn dermate belangrijk geworden, dat het beschikken over ontwikkel-, productie- en opschalingscapaciteit voor deze technologie raakt aan de strategische inzetbaarheid van Defensie en de veiligheidsbelangen van de Nederlandse Staat.
Hoogachtend,
DE MINISTER VAN DEFENSIE
Dilan Yeşilgöz-Zegerius
DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE
Derk Boswijk
