Brief regering 2026Z1906517 september 2026

Reactie op het verzoek van het lid Markuszower, gedaan tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen van 16 september 2026, over de raming van RaboResearch over de koopkracht

Afzender

J.A. Vijlbriefminister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Inhoud

37020 XVVaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2027

Nr. 4Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 september 2026

Het lid Markuszower heeft gevraagd om een reactie op de raming van RaboResearch over de koopkracht.

In Nederland worden economische ramingen gemaakt door het Centraal Plan Bureau (CPB), De Nederlandsche Bank (DNB) en verschillende banken. Deze ramingen verschillen van elkaar. Het kabinet baseert zich altijd op de economische raming van het CPB. Daarmee benut het kabinet in de augustusbesluitvorming de meest actuele gegevens als basis voor de besluitvorming. De wereld staat vervolgens niet stil, en nieuwe ontwikkelingen zijn onvermijdelijk zoals nu ook in het Midden-Oosten het geval is. Ook tussen nu en 1 januari 2027 zullen er veranderingen zijn, zowel in positieve als in negatieve zin.

RaboResearch heeft op 15 september een nieuwe raming van de inflatie en loonontwikkeling gepubliceerd. RaboResearch maakt verder geen eigen koopkrachtraming maar past de eigen inflatie en loonontwikkeling toe op de koopkrachtraming van het CPB. Met deze aanpak komt Rabo Research voor 2027 op een koopkrachtontwikkeling van -0,8%, terwijl het CPB op -0,1%. Hoewel de raming van RaboResearch niet één op één vergelijkbaar is met de cijfers in de Macro Economische Verkenning 2027, kan in algemene zin gezegd worden dat het verschil met name komt door een andere raming van energieprijzen. Dat er verschillen optreden is gezien de onzekerheid in de wereld onvermijdelijk. Zoals in het debat benoemd, zal dit thema ook aan de orde zal komen bij de Algemene Financiële Beschouwingen.

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J.A. Vijlbrief