Brief regering 2026Z1925218 september 2026

B-Brief Maritieme kinetische counter-UAS

Afzender

D.G. Boswijkstaatssecretaris van Defensie

Inhoud

> Retouradres Postbus 20701 2500 ES Den Haag

de Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Bezuidenhoutseweg 67

2594 AC Den Haag

Datum

18 september 2026

Betreft

B-Brief Maritieme kinetische counter-UAS

Ministerie van DefensiePlein 4MPC 58 BPostbus 207012500 ES Den Haagwww.defensie.nlOnze referentieMINDEF20260060131Bij beantwoording, datum, onze referentie en onderwerp vermelden.

Geachte voorzitter,

De aard van militaire dreigingen verandert in hoog tempo. De oorlogen in Oekraïne en het Midden-Oosten laten zien dat onbemenste systemen (Unmanned Aerial Systems, UAS) zoals drones een steeds grotere rol spelen. Vanwege het toegenomen belang van onbemenste systemen investeert Defensie hierin nadrukkelijker.

De dreiging van onbemenste systemen bestaat niet alleen boven land. Ook voor marineschepen en koopvaardij neemt de dreiging van bewapende UAS snel toe. De inzet van onbemenste luchtsystemen door zowel statelijke als niet-statelijke actoren kan tijdens maritieme operaties ernstige operationele gevolgen hebben. Uw Kamer is eerder geïnformeerd over de urgente behoefte van de Koninklijke Marine aan een counter-UAS (C-UAS) capaciteit, om te voorzien in kinetische (hard-kill) afweer van onbemenste luchtsystemen, waaronder drones.

In de A-fase was voorzien dat uw Kamer met een gecombineerde B/D-brief nader zou worden geïnformeerd over het project ‘Maritieme kinetische C-UAS’. De onderzoeksfase heeft echter uitgewezen dat, vanwege de ontwikkel- en integratierisico’s, afzonderlijke B- en D-brieven wenselijk zijn. Met deze brief wordt uw Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van de onderzoeksfase (B-fase) en het voorgenomen vervolg van het project.

Behoefte

De dreiging van onbemenste systemen, met name de inzet van grote aantallen drones tegelijk, leidt tot een andere manier van optreden van maritieme eenheden. Tegenstanders kunnen met de inzet van onbemenste systemen eenvoudiger een vlootverband of een eenheid mariniers detecteren en aanvallen. Waar eigen vlooteenheden voorheen juist dicht bij elkaar opereerden om ondersteuning aan elkaar te kunnen leveren, worden zij nu genoodzaakt over te gaan tot een meer gedistribueerde vorm van optreden. Dit betekent dat eenheden beter in staat moeten zijn om zelfstandig bij te dragen aan de verdediging van het eigen schip en, waar van toepassing, de bescherming van koopvaardij tegen onbemenste luchtsystemen.

Defensie wil hieraan invulling geven door de verwerving van een maritieme kinetische C-UAS capaciteit als aanvulling op de bestaande gelaagde luchtverdediging om de bescherming van marineschepen, maritieme taakgroepen en koopvaardij, tijdens nationale en internationale operaties te vergroten. Hiermee wordt de operationele inzetbaarheid van de Koninklijke Marine versterkt en kan Nederland ook in een omgeving met een toenemende onbemenste dreiging effectief bijdragen aan de bescherming van nationale en bondgenootschappelijke belangen.

Kwalitatieve behoefte

Defensie wil op korte termijn beschikken over C-UAS capaciteit die geschikt is voor inzet door varende eenheden. De capaciteit moet bijdragen aan de bescherming van marineschepen en maritieme taakgroepen tegen onbemenste luchtsystemen en tegelijkertijd kunnen meegroeien met de ontwikkeling van nieuwe dreigingen.

Marktonderzoek

Defensie heeft gedurende de onderzoeksfase verschillende oplossingsrichtingen onderzocht en beoordeeld om tot het beoogde operationele effect te komen, waarbij operationele prestaties, technische haalbaarheid, integratiemogelijkheden, levertijd, instandhouding en mogelijkheden voor verdere doorontwikkeling de criteria waren. Defensie streeft naar een oplossing die zoveel mogelijk gebruikmaakt van bestaande technologie en aanvullend wordt ontwikkeld om het geschikt te maken voor toepassing aan boord van marineschepen en de integratie met de bestaande systemen. Uit het marktonderzoek blijkt dat op dit moment geen volledig bewezen oplossing beschikbaar is die zonder aanvullende ontwikkeling kan voorzien in de gewenste operationele effecten.

Daarom is gekozen voor een gefaseerde verwerving, waarbij Defensie samen met de Nederlandse leverancier Destinus N.V. een innovatieve capaciteit ontwikkelt en beproeft voor de maritieme omgeving. Binnen dit project wordt het systeem dat door de leverancier wordt doorontwikkeld, geschikt gemaakt voor toepassing aan boord van marineschepen en geïntegreerd met de bestaande systemen.

Het marktonderzoek bevestigt dat deze verwerving, waarin ontwikkeling en beproeving onder operationele omstandigheden samenkomen, de beste balans biedt tussen snelheid van invoering, operationele effectiviteit en beheersbaarheid van de technische risico's. De verwerving omvat tevens de benodigde logistieke ondersteuning, opleidingen en instandhouding.

In de eerste fase wordt een recent ontwikkelde hard-kill C-UAS-capaciteit geschikt gemaakt voor inzet in de maritieme omgeving en geïntegreerd op een Luchtverdedigings- en Commandofregat (LCF). Deze fase heeft zowel een ontwikkel- als beproevingskarakter. Tijdens de Sea Acceptance Test (SAT), voorzien in het tweede kwartaal van 2027, wordt de werking van het systeem onder operationele omstandigheden beproefd en beoordeeld. Op basis van de uitkomsten van de SAT wordt het advies voor de voortzetting naar de volgende fase voorbereid, waarin de capaciteit vlootbreed kan worden ingevoerd en verder worden ontwikkeld op basis van de actuele dreiging.

Met de gekozen gefaseerde verwerving kan Defensie op korte termijn een eerste operationele capaciteit realiseren, terwijl de resultaten van de beproevingen worden benut om een zorgvuldig besluit te nemen over de vervolgfase van het project.

Verwervingsstrategie, industriële aspecten en internationale samenwerking

Voor de eerste fase waarin wordt ontwikkeld, getest en geëvalueerd (Concept Development & Experimentation, CD&E) is in augustus jl. een overeenkomst ondertekend met Destinus. Voor deze eerste fase heeft Defensie gekozen voor een verwerving zonder concurrentiestelling op basis van artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Hiermee worden de wezenlijke belangen van de nationale veiligheid beschermd en kan urgent worden voorzien in de operationele behoefte. Met de keuze voor een Nederlandse leverancier wordt bovendien bijgedragen aan de versterking van de nationale defensie-industrie. Verdere relevante informatie is opgenomen in de commercieel vertrouwelijke bijlage bij deze brief.

Na succesvolle afronding van de eerste fase wordt bezien hoe het systeem verder kan worden uitgerold binnen de vloot. Bij deze uitrol wordt ook gekeken naar mogelijkheden voor verdere betrokkenheid van de Nederlandse defensie-industrie, bijvoorbeeld op het gebied van onderhoud, kennisopbouw en ondersteuning. Daarnaast onderzoekt Defensie de mogelijkheden voor samenwerking met partnerlanden.

Gerelateerde projecten

Dit project is gerelateerd aan de instandhoudingsprogramma’s van de verschillende schepen waar dit C-UAS systeem op wordt geïntegreerd, waaronder die voor de luchtverdedigings- en commandofregatten. Een afweersysteem tegen onbemenste luchtsystemen draagt bij aan de operationele relevantie van de platformen.

Doeltreffendheid en doelmatigheid

Met de uitvoering van dit project geeft Defensie, onder verwijzing naar artikel 3.1 van de

Comptabiliteitswet 2016, invulling aan doeltreffendheid en doelmatigheid.

Doeltreffendheid: Defensie voorziet in de urgente behoefte van varende eenheden van de

Koninklijke Marine voor de kinetische afweer van onbemenste luchtdreigingen. Dit verkleint de kans dat vijandelijke inzet van drones tot een ernstige belemmering of stopzetting leidt van onze maritieme operaties wereldwijd.

Doelmatigheid: de inzet van de bestaande lange afstand wapensystemen op de schepen van de Koninklijke Marine die onbemenste luchtsystemen kunnen bestrijden, is niet

kostenefficiënt ten aanzien van de dreiging van goedkope (kamikaze)drones. Specifieke

kinetische middellange afstand C-UAS middelen vormen een meer doelmatig tegenwicht.

Projectrisico’s

Gedurende de onderzoeksfase is een integrale risicoanalyse uitgevoerd. De belangrijkste risico’s hebben betrekking op de tijdige inbouw van en integratie van het systeem op maritieme platformen van de Koninklijke Marine, de levering van onderdelen, de certificering van het systeem en de succesvolle integratie in de maritieme omgeving.

Voor deze risico’s zijn passende beheersmaatregelen getroffen en is binnen de projectbegroting een risicoreserve opgenomen. Defensie acht deze risico’s beheersbaar en blijft deze gedurende de verdere uitvoering van het project monitoren en waar nodig aanvullende maatregelen treffen. Daarmee ziet Defensie voldoende basis om de verwervingsvoorbereidingsfase voort te zetten.

Financiële aspecten

Met dit project is een investering gemoeid binnen de Defensie Materieel Proces-bandbreedte van

€ 250 miljoen en € 1 miljard. Deze investering komt ten laste van het investeringsbudget van Defensie. De middelen voor dit project komen uit de aanvullende middelen die in de Voorjaarsnota 2025 aan Defensie zijn toegewezen.

Planning en vooruitblik

Met de ondertekening van het contract voor fase 1 in augustus jl. kan worden gestart met het geschikt maken van het systeem voor maritiem gebruik en de integratie ervan. De installatie op het eerste LCF is voorzien vanaf het vierde kwartaal van 2026. Naar verwachting wordt uw Kamer in het derde kwartaal van 2027 met een D-brief geïnformeerd over de resultaten van de verwervingsvoorbereidingsfase.

Hoogachtend,

DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE

Derk Boswijk