Brief regering 2026Z1994624 september 2026

Verslag van een schriftelijk overleg over de Raad Buitenlandse Zaken Defensie van 28 september 2026 (Kamerstuk 21501-28-311)

Afzender

D. Yeşilgöz-Zegeriusminister van Defensie

AI-samenvatting

Israël komt alleen ter sprake in de context van de UNIFIL-missie in Libanon: een mogelijke EU-trainingsmissie zou zich richten op het ondersteunen van lokale veiligheidsactoren, anders dan de huidige UNIFIL-missie die het monitoren van vijandelijkheden in het grensgebied tussen Israël en Libanon voorschrijft. De brief behandelt verder de beantwoording van vragen van verschillende fracties over verschillende onderwerpen tijdens de Raad Buitenlandse Zaken Defensie van 28 september, waaronder Europese defensiebeleidsinitiatieven, steun aan Oekraïne en Europese defensieprojecten.

Waarom staat dit in de monitor?

Israël

“Antwoord Het mandaat van UNIFIL komt voort uit de VNVR-resolutie 1701, die voorschrijft dat UNIFIL zich richt op het monitoren van vijandelijkheden in het grensgebied tussen Israël en Libanon en het ondersteunen van de inzet van de Lebanese Armed Forces (LAF).”

Inhoud

Vragen van de D66-fractie

1

Vraag

Afgelopen week sprak Von der Leyen de State of the Union uit. Kan de minister aangeven hoe zij reflecteert op de voorstellen gerelateerd aan Defensie die daarin zijn gedaan?

Antwoord

Het kabinet heeft met belangstelling kennisgenomen van de voornemens die Commissievoorzitter Von der Leyen tijdens de Staat van de Unie heeft gepresenteerd. Het kabinet deelt de urgentie om Europa meer verantwoordelijkheid te laten nemen voor zijn eigen veiligheid. Nederland zet daarbij in op een sterke en besluitvaardige Europese Unie, in nauwe samenwerking met de NAVO. Het kabinet ziet uit naar de nadere uitwerking van de nieuwe initiatieven door de Europese Commissie. Op basis daarvan zal het kabinet zijn positie bepalen. Daarbij is het belangrijk om bestaande instrumenten en samenwerkingsverbanden goed te benutten en daarop voort te bouwen en dubbelingen met reeds bestaande instrumenten te voorkomen.

2

Vraag

Hoe kijkt de minister naar het idee om het overgebleven SAFE-geld in te zetten voor steun aan de Oekraïense defensie-industrie?

Antwoord

Het militair steunen van Oekraïne draagt direct bij aan Europese veiligheid. Het kabinet zal zijn positie bepalen zodra de Europese Commissie met een concreet voorstel komt voor de inzet van de resterende SAFE-middelen.

3

Vraag

Hoe kijkt de minister naar het voornemen voor een Europese veiligheidsraad en op welke manier is tot op heden opvolging gegeven aan de aangenomen motie Klos c.s. (Kamerstuk 36 800 V, nr. 48)? Erkent de minister dat er op dit moment geen Europees gremium is dat adequaat en snel beslissingen kan nemen wanneer er een aanval plaats zou vinden op een EU-lidstaat?

Antwoord

Gelet op de verslechterde veiligheidssituatie verwelkomt het kabinet de urgentie die uitgaat van de toespraak van de voorzitter van de Europese Commissie. Het kabinet kijkt daarom met interesse naar haar ideeën over een Europese Veiligheidsraad. Het kabinet is van mening dat een dergelijk forum van toegevoegde waarde moet zijn op bestaande NAVO- en EU-structuren. Het EU-Verdrag kent al enkele mogelijkheden om in tijd van crisis bijeen te komen en actie te coördineren. Zo kan de Europese Raad in uitzonderlijke gevallen met spoed bijeen komen.

4

Vraag

Hoe kijkt de minister naar deelname aan een mogelijke SAFE II?

Antwoord

Nederland heeft ervoor gekozen niet mee te doen aan SAFE. Indien de Commissie met een voorstel komt voor een nieuw SAFE-programma, zal het kabinet opnieuw bezien of deelname opportuun is.

5

Vraag

Erkent de minister dat deelname goed zou zijn voor de toegang van de Nederlandse industrie tot de projecten onder SAFE?

Antwoord

SAFE is een leningeninstrument met als doel het versterken van de Europese defensie-industrie door gezamenlijke aanschaf van militair materieel te stimuleren. Nederland kan deelnemen aan gezamenlijke aanschaf met landen die hun aandeel via een SAFE-lening financieren, zonder dat Nederland zelf een SAFE-lening afneemt. Het enkel afnemen van een SAFE-lening leidt daarom niet automatisch tot een betere positie voor de Nederlandse defensie-industrie. Het is dan ook cruciaal dat het kabinet inzet op gezamenlijke aanschaf in bredere zin en daarbij een sterke positie voor de Nederlandse defensie-industrie borgt.

6

Vraag

In de geannoteerde agenda wordt ook geschreven over het reageren op hybride aanvallen. Wat is de inzet van de minister op offensief reageren op bewezen hybride aanvallen? Welke middelen zijn er nu en welke wet- en regelgeving ontbreekt om adequaat en gezamenlijk te kunnen reageren op hybride aanvallen?

Antwoord

Defensie zet in NAVO- en EU-verband in op het leveren van proactieve tegendruk aan landen die hybride acties, zoals (pogingen tot) cyber, sabotage, spionage en desinformatie, richten tegen Nederlandse belangen. Daarbij kunnen in beginsel alle machtsmiddelen worden ingezet, mits deze binnen het nationaal en internationaal recht blijven. Denk hierbij aan attributie en openbaarmaking van de hybride activiteiten, sancties en steun aan derde landen. We kunnen niet specifieker worden vanwege operationele vertrouwelijkheid. Defensie werkt tevens in nationaal verband aan wetgeving om beter op hybride dreigingen te kunnen reageren, zoals de Wet op de Defensie Gereedheid (WODG). De WODG biedt Defensie straks een wettelijk kader voor een goede en tijdige gereedstelling van de krijgsmacht passend bij de huidige geopolitieke situatie. Verder is recent de internetconsultatie van het voorstel voor de nieuwe Wet bescherming nationale veiligheid door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wbnv) gestart. Met deze nieuwe dreigingsgerichte wet kunnen de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) sneller en beter (hybride) dreigingen onderkennen.

Vragen van de PRO-fractie

7

Vraag

De leden van de PRO-fractie lezen in de brief over de voorziene EU-GVDB-missie in Libanon. Kan de minister toelichten op welke manier, zoals nu voorzien, de missie zal verschillen van de huidige UNIFIL-missie wat betreft mandaat, scope, exitstrategie en missiecapaciteit?

Antwoord

Het mandaat van UNIFIL komt voort uit de VNVR-resolutie 1701, die voorschrijft dat UNIFIL zich richt op het monitoren van vijandelijkheden in het grensgebied tussen Israël en Libanon en het ondersteunen van de inzet van de Lebanese Armed Forces (LAF). Een mogelijke EU GVDB-missie is nadrukkelijk geen vervanging voor UNIFIL in Libanon, maar zou zich moeten richten op trainingsactiviteiten met als doel lokale veiligheidsactoren (LAF en interne veiligheidsdiensten) in staat te stellen hun taken uit te voeren. De EU spreekt momenteel nog over het operationeel plan voor de missie. Het kabinet is voorstander van een EU-missie in Libanon; indien het kabinet besluit tot een Nederlandse bijdrage aan de missie, wordt de Kamer hierover geïnformeerd.

8

Vraag

De leden van de PRO-fractie lezen in de brief dat de RBZ Defensie zal spreken over de herziening van de aanbestedingsrichtlijn Defensie. Op welke termijn verwacht de minister dat er overeenstemming is over de wijziging van de richtlijn? Waar liggen volgens de minister op dit moment de belangrijkste knelpunten ten aanzien van administratieve lasten en samenwerking met andere EU-lidstaten?

Antwoord

In haar werkprogramma heeft de Europese Commissie aangegeven in 2026 de Aanbestedingsrichtlijn op defensie en veiligheidsgebied volledig te willen herzien om de efficiëntie, transparantie en concurrentiekracht van het EU-kader voor defensieaankopen te versterken. De Commissie heeft hiertoe nog geen voorstel gedaan en de onderhandelingen zijn nog niet begonnen. Zodra er een voorstel is vanuit de Europese Commissie zal uw Kamer middels een BNC-fiche worden geïnformeerd over het voorstel en het Nederlands standpunt ten aanzien van het voorstel. Het ligt in ieder geval in de lijn van de verwachting dat, voortbouwend op de inzet bij de Defence Readiness Omnibus, de herziening zal bestaan uit vereenvoudiging van de regels en een focus op kostenverlaging voor zowel de lidstaten als de industrie. Voorts zal er parallel worden gezocht met de civiele Europese aanbestedingsregels die ook worden herzien. De Omnibus is reeds een goede stap voor het wegnemen van knelpunten en het bevorderen van samenwerking met andere lidstaten. Zonder vooruit te willen lopen op het herzieningsproces, verwacht ik dat ten aanzien van administratieve lasten een knelpunt ligt op het vinden van de juiste verhouding tussen de vereiste flexibiliteit bij inkopen, in het bijzonder waar het gaat om technologische gebieden die zich snel ontwikkelen, en het behouden van rechtszekerheid en eerlijke mededinging. Deze flexibiliteit is ook nodig bij Europese samenwerking en dient ook in verhouding te staan tot de uitgangspunten van het aanbestedingsrecht.

9

Vraag

De leden van de PRO-fractie hebben met genoegen kennisgenomen van de aankondiging van de president van de Europese Commissie om de banden met Canada aan te halen. Welke kansen liggen er volgens de minister nog voor de versterking van de Nederlandse en Europese samenwerking met Canada op het terrein van defensie?

Antwoord

Nederland en Canada werken reeds nauw samen op het gebied van defensie in NAVO-verband. Om de slagkracht van Europese landen, en daarmee de geloofwaardigheid van de afschrikking te vergroten, blijft het van belang om met onze belangrijkste partners buiten de EU samen te werken. Canada is op dit vlak een belangrijke en gewaardeerde partner. Een strategisch aandachtspunt in de samenwerking met Canada is de veiligheid in het Arctisch gebied, waar Canada een sleutelrol speelt. Canada organiseert verschillende oefeningen in dit gebied die tevens bijdragen aan afschrikking en monitoring. Defensie onderzoekt hoe de Nederlandse krijgsmacht hieraan kan bijdragen en daarbij de doelstellingen van de NAVO in het Arctisch gebied kan waarborgen. Hier liggen mogelijkheden voor gezamenlijke defensie-initiatieven. Ook op het gebied van materieelsamenwerking wordt nauw met Canada samengewerkt. Zo werd tijdens de NAVO Top afgelopen juli aangekondigd dat Nederland samen met negen Europese bondgenoten en Canada Saab GlobalEye toestellen aan gaat schaffen voor de vernieuwing van het Airborne Warning and Control System (AWACS). Daarnaast kan de samenwerking vanuit de EU verder worden verdiept, waarbij de verruimde toegang van Canadese defensie-industrie tot het SAFE-programma een concreet en veelbelovend voorbeeld is van deze versterkte synergie. Nederland acht het bij financiële EU-instrumenten voor defensie-industrie van belang dat voldoende ruimte blijft bestaan voor samenwerking met landen buiten de EU, in het bijzonder NAVO-bondgenoten zoals Canada.

10

Vraag

De leden van de PRO-fractie hebben met zorg kennisgenomen van de plannen van Rosatom om de productie van drones op te schroeven met 28.000 stuks per jaar, bovenop de huidige 36.000, volgens berichten van Politico. Dit zou een ongekende uitdaging zijn voor de Oekraïense luchtverdediging, die nu al onder grote druk staat. Hoe gaat de minister zich in de komende maanden samen met andere EU-lidstaten extra inzetten voor een gelijkwaardige opschaling van (counter)droneproductie in Oekraïne dan wel Europa om de luchtverdediging in Oekraïne zo dekkend mogelijk te maken?

Antwoord

Het kabinet deelt uw zorg: de verdere opschaling van de Russische productiecapaciteit vormt een ongekende uitdaging voor de Oekraïense luchtverdediging. Nederland heeft sinds het begin van de oorlog in Oekraïne substantieel bijgedragen aan de Oekraïense luchtverdediging, zowel op gebied van de bestrijding van drones, als tegen kruis- en ballistische raketten. Dit is vanaf het begin van de oorlog een van de focuspunten van de militaire steunverlening van Nederland aan Oekraïne. Nederland heeft eerder onder andere een Patriot-systeem inclusief munitie geleverd, MR2 luchtafweergeschut, MANPADS (Man-Portable Air-Defense Systems) en F-16 jachtvliegtuigen inclusief air-to-air munitie. Ook heeft Nederland zich aangesloten bij de Anti-Ballistic Missile Coalition (ABMC). Nederland zal zich, ook via het PURL-mechanisme, blijven inzetten om Oekraïne aan luchtverdedigingsmiddelen te helpen zodat het de eigen bevolking beter kan beschermen.

Vragen van de CDA-fractie

11

Vraag

De leden van de CDA-fractie vragen allereerst of de minister een eerste reactie kan geven op de voorstellen die zijn gedaan door de Voorzitter van de Europese Commissie tijdens de Europese State of the Union op het gebied van defensie, namelijk het European Security Protocol, de Europese Veiligheidsraad, het nieuwe instrument voor Strategic Enablers en de nieuwe European Security Strategy. Als het voor nu te kort dag is om hier een uitgebreide appreciatie op te geven, kan de minister dan aangeven op welke termijn de Kamer wel een kabinetsappreciatie kan ontvangen op deze onderwerpen?

Antwoord

Gelet op de verslechterde veiligheidssituatie verwelkomt het kabinet de urgentie die uitgaat van de toespraak van de Europese voorzitter van de Commissie. Het kabinet kijkt daarom met interesse naar haar ideeën over een Europese Veiligheidsraad. Het EU-Verdrag kent al enkele mogelijkheden om in tijd van crisis bijeen te komen en actie te coördineren. Zo kan de Europese Raad al in uitzonderlijke gevallen met spoed bijeen komen. Wat betreft het door de Voorzitter van de Europese Commissie aangekondigde Instrument for Stategic Enablers wacht het kabinet het concrete wetsvoorstel af. Het in Europa kunnen beschikken over strategic enablers is essentieel voor de Europese veiligheid. Het zal als gebruikelijk een BNC–fiche hierover opstellen. Het is op dit moment niet bekend wanneer de Commissie voornemens is dit voorstel te delen.

12

Vraag

Het kabinet pleit voor snelle operationalisering van €6,6 miljard aan middelen uit de Europese Vredesfaciliteit (EPF), waarbij een combinatie wordt voorzien van compensatie voor reeds geleverde steun, nieuwe steun en voldoende middelen voor de EU-trainingsmissie EUMAM. De leden van de CDA-fractie vragen welke concrete belemmeringen nog bestaan voor de operationalisering van de €6,6 miljard uit de EPF. Op welke termijn verwacht de minister dat deze middelen daadwerkelijk kunnen worden ingezet? Welke stappen kan Nederland zetten om besluitvorming hierover te versnellen?

Antwoord

Nederland zet inderdaad in op een combinatie van compensatie voor reeds geleverde militaire steun, nieuwe steun en het reserveren van voldoende middelen voor EUMAM. Het besluitvormingsproces in Brussel over de besteding van deze 6,6 miljard euro aan European Peace Facility (EPF)-gelden is helaas nog niet afgerond. Nederland pleit voor spoedige operationalisering van de middelen en zal dit tijdens de aankomende Raad Buitenlandse Zaken Defensie opnieuw onderstrepen. De Tweede Kamer wordt geïnformeerd zodra er een besluit genomen is.

13

Vraag

Het kabinet stelt daarnaast dat significante bilaterale steun van de lidstaten noodzakelijk blijft en dat Nederland andere lidstaten zal aanspreken op een eerlijke lastendeling. Hoe wil de minister dit concreet bevorderen, zo vragen de leden van de CDA-fractie. Ziet de minister mogelijkheden om bijdragen van lidstaten inzichtelijker en beter vergelijkbaar te maken, zodat duidelijker wordt welke landen naar draagkracht bijdragen aan de ondersteuning van Oekraïne?

Antwoord

Het kabinet zet consequent in op eerlijke lastendeling tussen de lidstaten. Aandacht hiervoor is onderdeel van nagenoeg alle bi- of multilaterale gesprekken die hierover worden gevoerd. Nederland spreekt landen hierbij onder meer aan op hun toezeggingen ten aanzien van steun aan Oekraïne, waaronder de Ankara Pledge van de NAVO Top van 2026. Tegelijkertijd is het aan de lidstaten zelf om af te wegen hoe en op welke manier militaire steun inzichtelijk wordt gemaakt.

14

Vraag

Het tegengaan van de Russische schaduwvloot is expliciet onderdeel van de bespreking over Oekraïne tijdens deze Raad. De leden van de CDA-fractie vragen in hoeverre Europese sancties op dit gebied aangescherpt kunnen worden naar aanleiding van de onlangs door de Verenigde Staten doorgevoerde extra sancties tegen de schaduwvloot (de “Lindsey O. Graham Sanctioning Russia and Iran Act of 2026”).

Antwoord

De Amerikaanse wet maakt uitgebreide sancties mogelijk, waaronder tegen de Russische schaduwvloot. Hiermee streeft de wet hetzelfde doel na als Europese sancties; het opvoeren van de druk op Moskou om de agressie-oorlog tegen Oekraïne te stoppen. In de afgelopen jaren zijn de Europese sancties tegen Rusland constant verder aangescherpt en uitgebreid, voor het laatste tijdens het 21ste pakket dat voor de zomer is aangenomen. Zo zijn steeds meer schaduwvlootschepen op sanctielijsten gekomen en steeds vaker sancties tegen facilitators van de schaduwvloot aangenomen. Nederland is voorloper op de ontwikkeling van nieuwe sancties tegen de schaduwvloot en draagt daar substantieel aan bij. Verdere maatregelen tegen de schaduwvloot onder de “Lindsey O. Graham Sanctioning Russia Act of 2026” kunnen bijdragen aan de gezamenlijke effectiviteit van deze maatregelen.

15

Vraag

Het kabinet meldt dat naar verwachting een lijst met European Defence Projects of Common Interest (EDPCI's) wordt vastgesteld. De leden van de CDA-fractie vragen of het klopt dat de Europese Commissie vijf projecten heeft voorgesteld, namelijk drones en counter-drones (DECODER), geïntegreerde maritieme en zeebodemverdediging, militaire ruimtecapaciteiten, geïntegreerde lucht- en raketverdediging en Eastern Flank Watch. Kan de minister bevestigen dat Nederland voornemens is aan alle vijf de voorgestelde EDPCI's deel te nemen? Welke concrete rol voorziet de minister voor Nederland bij ieder van deze projecten en welke financiële verplichtingen kunnen daarmee gemoeid zijn? Welke mogelijkheden ziet de minister om Nederlandse defensiebedrijven, innovatieve mkb-bedrijven en kennisinstellingen hierbij te betrekken?

Antwoord

De Europese Commissie heeft 3 juli jl. vijf projecten (EDPCI’s) voorgesteld. Tijdens de komende RBZ-Defensie worden deze vijf projecten naar alle waarschijnlijk vastgesteld. Nederland is voornemens aan al deze projecten deel te nemen en in één project de leiding te nemen (Drone and Counter Drone European Resolve, DECODER). Vanuit DECODER zal een gedeelte van het European Network of Drone Technology Hubs gefinancierd worden. Dit betreft een initiatief om krijgsmachten, kennisinstellingen, en innovatieve bedrijven samen te brengen om tot een ecosysteem voor continue innovatie te komen op het gebied van drones en counter-drone systemen. Het is op dit moment nog niet mogelijk om inzicht te geven in de financiële verplichtingen, aangezien dit afhankelijk is van de hoeveelheid financiering die er vanuit de Europese Commissie wordt toegekend en de te maken afspraken met de andere deelnemende landen. De EDPCI’s zijn elk toegespitst op een voor de EU vitaal belang. Ze moeten de Europese Defensie Technologische en Industriële Basis versterken, en bijdragen aan het versterken van militair vermogen van de lidstaten. Door deel te nemen aan de EDPCI’s kan Nederland de eigen belangen vertegenwoordigen in de samenwerkingsverbanden, en de Nederlandse industrie betrekken wanneer er kansen liggen.

16

Vraag

Tijdens de ministeriële Steering Board van het Europees Defensieagentschap wordt het eerste Annual Defence Readiness Report besproken. Volgens het kabinet zal dit rapport naar verwachting ingaan op militaire tekortkomingen per prioritair capaciteitsgebied en op reeds gelanceerde projecten en verworven capaciteiten. Ook worden naar verwachting aanbevelingen opgenomen. De leden van de CDA-fractie vragen de minister of het rapport na publicatie zo spoedig mogelijk naar de Kamer kan worden gestuurd.

Antwoord

Het eerste Annual Defence Readiness Report van het Europees Defensieagentschap (EDA) is door de opsteller geclassificeerd met het stempel EU LIMITE en zal niet openbaar worden gepubliceerd. Een reguliere, openbare toezending aan de Kamer is om die reden niet mogelijk.