Vragen en antwoorden
6 vragen
1
Vraag
Heeft u kennisgenomen van het bericht «Aantal antisemitische incidenten toegenomen in EU»?[1]
Antwoord
Ja.
De in het genoemde bericht aangehaalde mening van de heer Kjaerum, de directeur van het Bureau van de Europese Unie voor de Grondrechten, dat iedereen het recht heeft om zich veilig en beschermd te voelen ongeacht geloof of etnische afkomst, deel ik. Elke vorm van discriminatie vind ik verwerpelijk. Elk antisemitisch incident is onacceptabel. Het EU-Grondrechtenbureau gebruikt cijfers van het Landelijk Expertise Centrum Discriminatie (LECD), het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI), de Anne Frank Stichting en Art.1 (de landelijke vereniging ter voorkoming en bestrijding van discriminatie op alle gronden) voor zijn rapportages. Deze cijfers, over de periode 2001–2007, wijzen gelukkig allemaal op een dalende trend van antisemitische incidenten in Nederland. De cijfers van 2007 liggen zelfs aanzienlijk lager dan alle jaren daarvoor. Tegelijkertijd merkte ik wel dat er sprake was van toenemende spanningen tussen groepen in de Nederlandse samenleving als gevolg van de oorlog in Gaza en dat er in de media vaker melding werd gedaan van antisemitische incidenten.
Het aanpakken van discriminatie heeft zeker mijn aandacht. Iedere burger die zich gediscrimineerd voelt, kan voor hulp en bijstand terecht bij een lokaal antidiscriminatiebureau of aangifte doen bij de politie. Met het wetsvoorstel gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (ADV) (Kamerstukken I, 2008/09, 31 439, nr. A), dat onlangs door uw Kamer is aangenomen, wordt een landelijke dekking van toegang tot antidiscriminatiebureaus gerealiseerd. Daarnaast wordt door het kabinet ook sterk ingezet op het vergroten van de meldings- en aangiftebereidheid van slachtoffers van discriminatie. In de zomer van 2009 zal een publiekscampagne worden gelanceerd om burgers te informeren over de mogelijkheden van melding van discriminatieklachten bij een ADV. De nadruk in de campagne zal liggen op de boodschap dat het zinvol is om een klacht te melden. Ook wordt er reeds door de politie en het OM ten aanzien van de bestrijding van discriminatie, dus ook ten aanzien van antisemitisme, een actief opsporings- en vervolgingsbeleid gevoerd. Hiervoor verwijs ik naar de beantwoording van de Kamervragen over «de recente golf van incidenten jegens synagogen», «de beschieting van een joodse instelling» en «een sterke toename van antisemitische incidenten» door mijn ambtgenoot van Justitie (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2008–2009, nrs. 1880, 1881 en 1882).
2
Vraag
Deelt u de mening dat dit een zorgelijke ontwikkeling betreft? Zo ja, welke acties gaat u ondernemen?
Antwoord
Zie antwoord vraag 1.
Zie antwoord op vraag 1
3
Vraag
Hoe gaat u voorkomen dat het Midden Oosten conflict een explosief importproduct wordt?
Antwoord
In januari van dit jaar heb ik gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van verschillende islamitische en joodse organisaties die zich betrokken voelen bij dit conflict. Zij realiseren zich dat de joodse en islamitische gemeenschappen in Nederland geen oplossingen kunnen aandragen voor het politieke conflict in het Midden-Oosten maar wél kunnen blijven investeren in vreedzame onderlinge verhoudingen door zich te verdiepen in elkaars standpunten en emoties. Als minister voor Wonen, Wijken en Integratie moedig ik deze gesprekken aan (zie ook het antwoord op vraag 4).
4
Vraag
Herinnert u zich uw uitspraak dat «Arabieren zich moeten verdiepen in de Holocaust en de Israëliërs in de Nakba» tijdens uw toespraak op 22 januari jl.? Bent u bereid dit te stimuleren voor Nederlandse moslims en joden?
Antwoord
In die toespraak heb ik geciteerd uit de Volkskrant, die verwees naar een website waarop twee auteurs dit voorstel doen.
Ik laat nu mogelijkheden onderzoeken om te bevorderen dat met name jongeren op middelbare scholen zich in elkaars geschiedenis en standpunten verdiepen en over deze zware thema's met elkaar in gesprek gaan. Overigens ben ik van mening dat zo'n dialoog zich niet zou moeten beperken tot joden en moslims.
5
Vraag
Bent u bereid met islamitische en joodse Nederlanders om de tafel te gaan zitten om te komen tot gezamenlijke initiatieven?
Antwoord
Zie antwoord vraag 3.
Zie antwoord op vraag 3
6
Vraag
Bent u ook bereid binnen de EU het voortouw te nemen om antisemitisme tegen te gaan? Zo ja, hoe gaat u dat doen?
Antwoord
Binnen de EU wordt op meerdere terreinen werk gemaakt van de bestrijding van discriminatie, waaronder antisemitisme. Het Europese anti-discriminatiebeleid omhelst onder andere activiteiten op het gebied van rechtsbescherming, financiële steun voor anti-discriminatie maatregelen, integratie («mainstreaming») van non-discriminatie op alle beleidsterreinen, voorlichting en de bevordering van vernieuwingen en goede praktijken.[1] Zo heeft de Raad van Justitie en Binnenlandse Zaken van de Europese Unie op 28 november 2008 het Kaderbesluit betreffende de bestrijding van bepaalde vormen en uitingen van racisme en vreemdelingenhaat door middel van het strafrecht vastgesteld[2]. Het in 2007 opgerichte EU-Grondrechtenbureau en zijn voorloper, het Europese Waarnemingscentrum voor Racisme en Vreemdelingenhaat, verzamelen vanaf 2000 informatie en gegevens over racisme en vreemdelingenhaat in EU-lidstaten, waarbij er sinds 2002 ook speciale aandacht is voor de ontwikkelingen rondom antisemitisme. Ieder jaar wordt er een overzicht van de situatie in de EU gepresenteerd. Het EU-Grondrechtenbureau werkt daarnaast aan bewustwording van fundamentele rechten en adviseert EU-organisaties en lidstaten bij het implementeren van Gemeenschapsrecht. Nederland hecht op dit terrein belang aan de institutionele samenwerking met de Raad van Europa, met name zijn toezichtorgaan de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI).
Op veel terreinen wordt derhalve gestalte gegeven aan het anti-discriminatiebeleid. Met het oog hierop is het niet nodig dat Nederland met betrekking tot al deze initiatieven het voortouw neemt. Wanneer Nederland signaleert dat er op een bepaald terrein meer gedaan kan worden, zal het niet schromen om het initiatief te nemen. Een recent voorbeeld hiervan is het initiatief van de minister van Buitenlandse Zaken voor een alternatieve slottekst voor de VN-conferentie tegen racisme.
