Terug
Beantwoord Schriftelijke vragen 2026Z07346

Het artikel 'Israël laat woningen in Zuid-Libanon versneld slopen en vernietigt infrastructuur'

Beantwoord door

Tom Berendsenminister van Buitenlandse ZakenSjoerd Sjoerdsmaminister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Ingediend · 8 april 2026Beantwoord · 5 oktober 2026180 dagen

Procedure

Uitstel tijdens beantwoording

De minister heeft tijdens de behandeling om uitstel verzocht. Laatste bericht op 12 mei 2026.

1 uitstelbericht
Uitstel 12 mei 2026 Origineel

Geachte voorzitter,

De schriftelijke vragen van lid Dobbe over ‘Israël laat woningen in Zuid-Libanon versneld slopen’ kunnen met het oog op een zorgvuldige afstemming en volledige beantwoording niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord. Het streven is de antwoorden zo spoedig mogelijk aan uw Kamer te sturen.

De minister van Buitenlandse Zaken,

T.B.W. Berendsen

Vragen en antwoorden

18 vragen

Origineel
1

Vraag

Wat is uw reactie op de uitspraken van defensieminister Katz die 'naar voorbeeld van Gaza' te werk wilt gaan in Libanon?[1]

Antwoord

Het kabinet heeft kennisgenomen van de uitspraken van Israëlische bewindspersonen waarin parallellen worden getrokken tussen militair optreden in Gaza en Libanon. Dergelijke uitspraken zijn verwerpelijk. Voor het kabinet staat voorop dat militair optreden binnen de kaders van het internationaal recht moet plaatsvinden. Burgerobjecten genieten te allen tijde bescherming onder het humanitair oorlogsrecht. Het aanvallen of vernielen van gebouwen die normaal bestemd zijn voor bewoning door burgers mag alleen onder strikte voorwaarden. Als niet aan die voorwaarden is voldaan, kan sprake zijn van een schending van het humanitair oorlogsrecht en mogelijk een oorlogsmisdrijf. Grootschalige opzettelijke en wederrechtelijke vernieling van goederen zonder militaire noodzaak geldt als een ernstige inbreuk op het humanitair oorlogsrecht.
2

Vraag

Veroordeelt u deze uitspraken? Zo ja, welke consequenties bindt u daaraan? Zo niet, hoe is dat te rijmen met het internationaal recht?

Antwoord

Zie antwoord vraag 1.

Zie antwoord op vraag 1

3

Vraag

Wat is uw reactie op de aanvallen van Israël op waterinstallaties in Libanon?[2]

Antwoord

Het kabinet maakt zich zorgen over de gevolgen van de oorlog tussen Israël en Hezbollah in Libanon, met veel slachtoffers, vernielingen, grootschalige ontheemding en toenemende humanitaire noden als gevolg. Militair optreden moet binnen de kaders van het internationaal recht plaatsvinden. Het humanitair oorlogsrecht vereist dat burgers en burgerobjecten worden ontzien en beschermd. Ook verbiedt het humanitair oorlogsrecht aanvallen op objecten die onmisbaar zijn voor de overleving van de burgerbevolking, zoals waterinstallaties. De bescherming van civiele objecten is overigens niet absoluut. Wanneer civiele objecten worden gebruikt voor militaire doeleinden, kunnen zij hun bescherming verliezen. In die gevallen dienen alsnog de regels over voorzorgsmaatregelen en proportionaliteit te worden toegepast. Wanneer er twijfel bestaat over of een object dat normaal voor burgerdoeleinden wordt gebruikt (zoals een school of woning) wordt gebruikt voor militaire doeleinden, wordt het beschouwd als een burgerobject. Het kabinet beschikt over onvoldoende informatie om over specifieke gevallen te kunnen oordelen. Om Libanon te ondersteunen in bewijsvergaring naar mogelijke schendingen van humanitair oorlogsrecht, heeft Nederland EUR 1.2 miljoen vrijgemaakt voor de capaciteitsversterking van het Libanees nationaal IHL comité, en EUR 450.000 voor de OHCHR-missie naar Libanon.
4

Vraag

Deelt u de mening dat het ontzeggen van water aan een bevolking een oorlogsmisdaad is? Zo ja, wat gaat het kabinet doen om hiertegen op te treden? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

In algemene zin is het verboden om opzettelijk gebruik te maken van uithongering van burgers als methode van oorlogvoering, door hun voorwerpen te onthouden die onontbeerlijk zijn voor hun overleving, waaronder het opzettelijk belemmeren van de aanvoer van hulpgoederen. Het gebruik van uithongering als methode van oorlogsvoering is een ernstig internationaal misdrijf. Indien een vermoeden bestaat dat uithongering als methode van oorlogsvoering plaatsvindt, is het belangrijk dat dit wordt onderzocht en dat bewijsmateriaal van vermeende schendingen wordt verzameld. Het onderzoeken van (vermeende) schendingen van het humanitair oorlogsrecht is in eerste instantie aan de betrokken autoriteiten zelf. Het kabinet benadrukt het belang van gedegen, transparant en onafhankelijk onderzoek naar mogelijke misdrijven en draagt actief bij aan internationale mechanismes om dit te ondersteunen. Het kabinet beschikt over onvoldoende informatie om over specifieke gevallen te kunnen oordelen.
5

Vraag

Hoe gaat het kabinet de watervoorziening in Libanon ondersteunen?

Antwoord

Nederland werkt aan het versterken van waterzekerheid in Libanon door de komende vier jaar EUR 11 miljoen uit te geven aan duurzaam waterbeheer. Een deel van deze steun gaat specifiek naar het herstel van beschadigde drinkwaterinfrastructuur in hevig getroffen gebieden in Zuid-Libanon. Daarnaast ondersteunt Nederland met flexibele financiering humanitaire partners die betrokken zijn bij de hulpverlening in Libanon, zoals de Dutch Relief Alliance, het Nederlandse Rode Kruis, UNICEF en UNHCR. Deze hulporganisaties leveren met hun specifieke expertise een bijdrage op gebied van water- en sanitaire voorzieningen in Libanon.
6

Vraag

Wat doet het kabinet om zich in te zetten voor de-escalatie in het Midden-Oosten? Wat doet het kabinet om verdere aanvallen van Israël in Libanon te voorkomen?

Antwoord

Nederland zet zich, zowel bilateraal als in EU-verband en met partners in de regio, actief in voor de-escalatie en diplomatieke oplossingen. Nederland pleit voor actieve EU-steun aan alle diplomatieke inspanningen gericht op vrede en stabiliteit in het Midden-Oosten, en draagt voortdurend het belang uit van onderhandelingen tussen de Verenigde Staten en Iran. Daarnaast verwelkomt Nederland het staakt-het-vuren tussen Libanon en Israël, als gevolg van de directe onderhandelingen tussen deze landen onder leiding van de Verenigde Staten. Het kabinet roept, via de EU en in bilaterale contacten, alle partijen op zich aan de gemaakte afspraken te houden en de onderhandelingen voort te zetten om te komen tot een duurzame vrede.
7

Vraag

Bent het eens met de uitspraken van Human Rights Watch-onderzoeker Ramzi Kaiss over de situatie in Libanon? Wat gaat u doen om een humanitaire ramp te voorkomen?[3]

Antwoord

Het kabinet maakt zich ernstig zorgen over de humanitaire crisis in Libanon. De interne ontheemding blijft groot. De schaal van noden is enorm en hulporganisaties melden dat de vernietiging van civiele infrastructuur de hulpverlening bemoeilijkt. Het kabinet maakt zich tevens zorgen over de veiligheid van hulpverleners in Libanon. Sinds de geweldsescalatie zijn al tientallen hulpverleners gedood door Israëlisch vuur. Nederland roept op tot naleving van het humanitair oorlogsrecht en veilige, ongehinderde toegang voor hulpverleners. Zo ondertekende Nederland het Foreign Ministers' statement op 14 april jl. met 18 andere landen met de oproep tot directe de-escalatie in Libanon, waarin werd benadrukt dat alle partijen zich moeten houden aan het humanitair oorlogsrecht. De minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft dit tijdens zijn recente bezoek aan Libanon ook onder de aandacht gebracht. Tevens steunt Nederland o.a. het ICRC die met alle strijdende partijen contact heeft over naleving van het humanitair oorlogsrecht, en trainingen verzorgt over rechtmatig en onrechtmatig gebruik van geweld. Nederland ondersteunt met flexibele financiering verschillende hulporganisaties die actief zijn in Libanon. Met deze bijdragen zijn zij wendbaar, en kunnen zij goed inspelen op de snel veranderende noden. Zo heeft de Dutch Relief Alliance eerder dit jaar EUR 3 miljoen vrijgemaakt voor Libanon en het Nederlandse Rode Kruis EUR 0.5 miljoen. Daarnaast heeft het kabinet EUR 6 miljoen extra vrijgemaakt in reactie op de escalatie in het Midden-Oosten begin dit jaar. De Dutch Relief Alliance ontvangt hiervan EUR 3 miljoen en heeft hiermee hun respons in Libanon geïntensiveerd (totaal nu EUR 6 miljoen). De overige EUR 3 miljoen gaat naar het International Committee of the Red Cross (ICRC) voor zijn wereldwijde humanitaire respons, onder meer in Libanon. Tot slot heeft het kabinet een financiële bijdrage gedaan via de Verenigde Naties aan het initiatief van Jordanië voor hulpleveranties aan Libanon, samen met andere donoren, waaronder enkele EU lidstaten.
8

Vraag

Hoe gaat Nederland Libanon steunen in de strijd tegen Israël én bij het ontwapenen en beteugelen van de bewapende tak van Hezbollah, gezien het feit dat de Libanese regering maatregelen heeft genomen om het geweld te stoppen?[4]

Antwoord

Het kabinet verwelkomt de stappen van de Libanese autoriteiten om het staatsmonopolie op geweld te hervestigen en de invloed van Hezbollah te beteugelen, onder meer door inzet op ontwapening van Hezbollah in Zuid-Libanon, het illegaal verklaren van alle militaire acties van Hezbollah, en het verbieden van de Iraanse Revolutionaire Garde (IRGC) in Libanon. Om de Libanese autoriteiten verder te steunen in het bestrijden van Hezbollah heeft het kabinet dit jaar EUR 7 miljoen vrijgemaakt voor steun aan de Lebanese Armed Forces, ter ondersteuning van het herstel van het geweldsmonopolie van de Libanese staat. Voor het kabinet gelden VN-resoluties 1701 en 1559 als uitgangspunt: die stellen dat het Libanese grondgebied moet worden gerespecteerd en dat er in Zuid-Libanon geen andere gewapende groepen mogen zijn dan UNIFIL en de Libanese krijgsmacht. In dit kader verwelkomt en ondersteunt het kabinet waar mogelijk de directe onderhandelingen tussen Israël en Libanon, om tot een duurzame vrede te komen.
9

Vraag

Hoe gaat Nederland, samen met de EU, de Golfstaten of andere landen, komen tot de-escalatie en gesprekken tussen alle partijen om deze oorlog zo snel mogelijk te beëindigen, zeker gezien Libanon al aangeeft in gesprek te willen, en de aangenomen motie Dobbe (Kamerstuk 23 432, nr. 640)? Welke stappen gaat het kabinet wanneer nemen?

Antwoord

Zowel in bilaterale gesprekken als in multilateraal verband roept Nederland de Verenigde Staten en Iran op om terug te keren naar de onderhandelingstafel en via diplomatieke weg tot een oplossing te komen. Nederland spreekt daarnaast met partners, waaronder Europese partners, en landen in de Golf-regio over de rol die het kan spelen bij het ondersteunen van onderhandelingen en het herstel van de vrije doorvaart door de Straat van Hormuz. Nederland verwelkomt de directe onderhandelingen tussen Israël en Libanon die tot een staakt-het-vuren hebben geleid. Het kabinet roept alle partijen op zich aan dit bestand te houden en de onderhandelingen voort te zetten om te komen tot een duurzame vrede. De directe gesprekken tussen Israël en Libanon zijn historisch, maar blijven complex. Waar nodig en nuttig is Nederland bereid deze gesprekken te steunen.
10

Vraag

Hoe rijmt u het advies van het Internationaal Gerechtshof uit 2024[5] met de actuele berichten uit de Westelijke Jordaanoever waarbij kinderen worden vermoord, huizen in brand worden gestoken en de uitbreiding van illegale nederzettingen?[6]

Antwoord

Het Internationaal Gerechtshof (IGH) stelt in het advies dat Israël door zijn optreden in de bezette Palestijnse Gebieden verschillende regels van het internationaal recht schendt en verbindt verschillende, met name op Israël gerichte, rechtsgevolgen aan deze schendingen. Zo moet Israël zo snel mogelijk een einde maken aan zijn aanwezigheid in de Palestijnse Gebieden, onmiddellijk stoppen met uitbreiding van de nederzettingen en alle kolonisten in de bezette Palestijnse Gebieden evacueren. Daarnaast moet Israël rechtsherstel bieden aan alle natuurlijke en juridische personen die schade hebben opgelopen als gevolg van zijn onrechtmatig handelen. Het Hof oordeelt ook dat andere staten (waaronder Nederland) onder internationaal recht de verplichting hebben om de situatie die is ontstaan door de onrechtmatige bezetting van Israël van de Palestijnse Gebieden niet te erkennen en om geen hulp of assistentie te bieden die bijdraagt aan het handhaven van de onrechtmatige situatie. Nederland roept Israël consistent op om het IGH-advies na te leven, veroordeelt nederzettinguitbreidingen en toenemend kolonistengeweld. Het kabinet constateert dat Israël het IGH-advies niet naleeft; dit blijkt ook uit de verslechterende situatie op de Westelijke Jordaanoever. Afgelopen voorjaar is het derde sanctiepakket tegen gewelddadige kolonisten en organisaties aangenomen. Nederland werkt nu aan een vierde sanctiepakket tegen kolonisten en hun organisaties, in lijn met de motie Van Lanschot/Van der Werf, Hirsch en Van Baarle. Daarnaast heeft het kabinet nationale maatregelen tegen producten uit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden geïntroduceerd. Deze maatregelen zijn op 22 september in werking getreden. Hierbij benadrukt het kabinet dat EU-maatregelen effectiever zijn en daarom nog altijd de voorkeur hebben.
11

Vraag

Hoe effectief is tot nu toe het Nederlandse beleid geweest ten aanzien van het opvolgen van deze adviezen?

Antwoord

Zie antwoord vraag 10.

Zie antwoord op vraag 10

12

Vraag

Deelt u de mening dat als we doen wat we al deden, de verwachte resultaten hetzelfde blijven? En herinnert u zich de ambtelijke nota van afgelopen zomer waarin bleek dat als handelen niet effectief is, je moet opschalen?[7]

Antwoord

Het kabinet erkent dat de situatie op de Westelijke Jordaanoever verslechtert. Het kabinet beziet voortdurend hoe het meest effectief kan bijdragen aan verbetering van de situatie op de Westelijke Jordaanoever. De nota waarnaar wordt verwezen ziet niet op de situatie op de Westelijke Jordaanoever.
13

Vraag

Hoe gaat u de adviezen van het Internationaal Gerechtshof in 2024 omzetten in handelen van dit kabinet, daarin meewegend dat als handelen tot nu toe ineffectief is gebleken dit kabinet zal opschalen, waarbij het doel is de Israëlische aanwezigheid in de Palestijnse gebieden beëindigd wordt, Israël onmiddellijk moet stoppen met het bouwen van nieuwe nederzettingen en Nederland de Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden erkent als onrechtmatig? Kunt u dit uitsplitsen per te nemen maatregel en uitleggen waarom u kiest voor deze maatregel?

Antwoord

Zoals eerder onderstreept, erkent het kabinet in navolging van het IGH-advies dat de Israëlische bezetting van de Palestijnse Gebieden onrechtmatig is. Dit is aanvullend op de reeds jarenlang bestaande kabinetspositie dat uitbreidingen van nederzettingen, vernielingen of uithuisplaatsingen in de bezette gebieden in strijd zijn met internationaal recht. Het kabinet schaart zich eveneens achter de oproep de bezetting zo spoedig mogelijk te beëindigen, met inachtneming van de legitieme veiligheidsbelangen van Israël. Deze positie draagt Nederland uit in relevante internationale fora en in bilateraal verband. Het kabinet zal zich hiertegen blijven uitspreken. Zie daarnaast het antwoord op vraag 10 en 11.
14

Vraag

Wat is uw reactie op het rapport van de High Commissioner for Human Rights van afgelopen februari over de mensenrechtensituatie in de bezette Palestijnse gebieden?[8]

Antwoord

Het kabinet heeft kennisgenomen van het rapport van de VN Hoge Commissaris voor de Rechten van de Mens na publicatie in februari 2026. Dergelijke rapporten leveren een belangrijke bijdrage aan het vergaren van informatie over mensenrechtenschendingen. Het rapport schetst een schokkend beeld van de misstanden die zich hebben voorgedaan in de bezette Palestijnse gebieden. Het kabinet dringt bij Israël consequent aan op de naleving van het internationaal recht.
15

Vraag

Deelt u de conclusies van het rapport waarbij de straffeloosheid van Israëls oorlogsdaden de afbraak van het internationaal recht hebben ingezet en dat deze beweging gestopt moet worden?

Antwoord

Voor een goed functionerende internationale rechtsorde is het belangrijk dat de regels worden nageleefd, door iedereen. Het is duidelijk dat de naleving van internationaal recht – ook ten tijde van de oorlog tussen Israël en Hamas – onder druk staat. Daarom blijft het kabinet ook Israël consequent aanspreken op de naleving van internationaal recht. Nederland draagt actief bij aan de ontwikkeling van regels die de internationale rechtsorde belichamen en op de bescherming van de instellingen die deze rechtsorde kunnen borgen. Zo spant Nederland zich in voor de totstandkoming van nieuwe verdragen, bijvoorbeeld over de wereldwijde justitiële samenwerking bij de opsporing en vervolging van internationale misdrijven, het zogeheten Verdrag van Ljubljana-Den Haag. Ook zet Nederland zich in voor de versterking van organisaties, instellingen, structuren en instrumenten die mensenrechten en de internationale rechtsorde beschermen, bijvoorbeeld door het geven van steun aan verschillende VN onderzoeksmechanismes t.b.v. bewijsvergaring van internationale misdrijven, waaronder de mechanismes in de Palestijnse Gebieden, Oekraïne en Sudan.
16

Vraag

Bent u bereid, zoals de High Commissioner for Human Rights oproept, om een wapenembargo in te voeren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Wat betreft de uitvoer van militaire goederen worden alle individuele vergunningaanvragen voor de uitvoer van militaire goederen per geval zorgvuldig getoetst aan de daarvoor geldende wapenexportcontrolekaders (het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport en het Wapenhandelsverdrag), zo ook voor Israël. Daarbij geldt dat een vergunningaanvraag wordt afgewezen indien er een duidelijk risico wordt geconstateerd dat militaire goederen kunnen bijdragen aan ernstige schendingen van de mensenrechten of het humanitair oorlogsrecht. Gezien de situatie in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever, verleent Nederland op dit moment geen vergunningen voor de uitvoer van militaire goederen die kunnen bijdragen aan de activiteiten van de Israëlische krijgsmacht in de Gazastrook of op de Westelijke Jordaanoever vanwege het risico op ongewenst eindgebruik. Binnen de bestaande kaders is er enkel ruimte voor de uitvoer van militaire goederen die alleen voor zelfverdedigingsdoeleinden kunnen worden gebruikt, zoals onderdelen voor het Iron Dome-luchtafweersysteem. Een wapenembargo zou ook effect hebben op de levering van deze goederen. Het kabinet hecht waarde aan het recht op zelfverdediging van Israël. Het kabinet is daarmee van mening dat het staande beleid volstaat om ongewenste transacties te voorkomen.
17

Vraag

Op welke manier gaat Nederland bijdragen om Israël zover te krijgen om een onderzoek te starten naar de straffeloosheid van Israëlische kolonisten met betrekking tot het doden van Palestijnse burgers op de Westelijke Jordaanoever, zoals staten verplicht zijn?[9]

Antwoord

Nederland benadrukt het belang van gedegen, transparant en onafhankelijk onderzoek naar mogelijke misdrijven, ook als het gaat om de misstanden met betrekking tot het doden van Palestijnse burgers op de Westelijke Jordaanoever. Het is in eerste instantie aan de nationale autoriteiten in kwestie zelf om onderzoek te doen. Nederland constateert op basis van openbare informatie en diplomatieke contacten dat tot op heden te weinig actie is ondernomen om gewelddadige kolonisten te berechten in Israël. Nederland spreekt Israël hier dan ook consequent op aan. Zowel het Internationaal Strafhof als diverse onderzoeksmechanismen ingesteld door de VN(-Mensrechtenraad) doen reeds onderzoek naar de misstanden als gevolg van dit conflict.
18

Vraag

Hoe is het kabinet van plan om de motie Paternotte c.s. (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3236), over een nationaal verbod op handel met illegale nederzettingen, uit te voeren gezien de actuele situatie?

Antwoord

Zoals bekend bij uw Kamer, is de algemene maatregel van bestuur op 13 juli vastgesteld en op 21 juli gepubliceerd in het Staatsblad. De maatregelen zijn op 22 september in werking getreden.

Bronnen

Voetnoten · 9