Terug
Beantwoord Schriftelijke vragen 2026Z08885

Het bericht 'Privacy toezichthouders vragen Europese Commissie Israëlische registratieplicht voor hulpverleners te toetsen'

Beantwoord door

Sjoerd Sjoerdsmaminister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Ingediend · 23 april 2026Beantwoord · 23 juni 202661 dagen

Vragen en antwoorden

8 vragen

Origineel
1

Vraag

Wat is uw reactie op het bericht van de Autoriteit Persoonsgegevens over de problemen met de Israëlische registratieplicht voor hulpverleners?[1]

Antwoord

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) meldt op haar website dat Europese gegevensbeschermingstoezichthouders willen dat de Europese Commissie (EC) zich buigt over de registratieplicht die de Israëlische overheid oplegt aan internationale ngo's die werken in Palestijnse gebieden. Het kabinet onderschrijft dat de verantwoordelijkheid voor adequaatheidsbesluiten ligt bij de EC. In 2011 oordeelde de EC, destijds onder de geldende gegevensbeschermingsrichtlijn, dat Israël een passend beschermingsniveau waarborgt voor persoonsgegevens die vanuit de EU worden doorgegeven. Met de inwerkingtreding van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) op 25 mei 2018 bleven de adequaatheidsbesluiten die onder de gegevensbeschermingsrichtlijn waren vastgesteld, van kracht. Tegelijkertijd heeft de AVG verduidelijkt dat adequaatheidsbesluiten "levende instrumenten" zijn, en bepaald dat de EC verantwoordelijk is voor het houden van doorlopend toezicht op mogelijke ontwikkelingen die afbreuk kunnen doen aan het vereiste beschermingsniveau. De eerste evaluatie van de adequaatheidsbesluiten die onder de richtlijn zijn genomen door de EC is afgerond op 15 januari 2024, daarbij is ook het adequaatheidsbesluit van Israël onder de loep genomen. De EC stelde in het verslag van die evaluatie aan de EP en de Raad vast dat Israël nog altijd een passend beschermingsniveau waarborgt en dat voor doorgifte, die onder de reikwijdte van het adequaatheidsbesluit vallen, naar Israël geen aanvullende waarborgen nodig zijn. Daarnaast schrijft artikel 97 AVG voor dat adequaatheidsbesluiten in elk geval iedere vier jaar dienen te worden geëvalueerd door de commissie. In het geval ontwikkelingen in een land of gebied met een passend beschermingsniveau een negatieve invloed zouden hebben op het vastgestelde beschermingsniveau, kan de EC gebruik maken van haar bevoegdheden op grond van artikel 45, lid 5, AVG om een adequaatheidsbesluit op te schorten, te wijzigen of in te trekken. De EC betrekt bij haar beoordeling alle relevante ontwikkelingen, zo nodig ook de in de vraag genoemde registratieplicht. Bij het maken van een beoordeling over de adequaatheidsbesluiten betrekt de EC alle relevante ontwikkelingen. Of in het geval van de herregistratiewet sprake is van een ontwikkeling die strijdig is met het adequaatheidsbesluit is dan ook aan de EC om te beoordelen. In elk geval heeft het Europees Comité voor gegevensbescherming (EDPB), mede dankzij de AP, middels een brief de EC aangeboden om samen op trekken waar dat past. Ten aanzien van de Israëlische herregistratiewet in huidige vorm heeft het kabinet veelvuldig zorgen geuit, waaronder in de reeds gepubliceerde gedeelde verklaring. Het Israëlische Constitutioneel Hof heeft op 19 mei definitief uitspraak gedaan over de zaak die 17 hulporganisaties samen met de koepelorganisatie voor internationale ngo's werkzaam in de Palestijnse gebieden (AIDA) hadden aangespannen tegen de Israëlische overheid over de herregistratieplicht. Deze valt overwegend slecht uit voor de hulporganisaties. Het Hof verzoekt de organisaties om voor 21 juni alsnog aan de vereisten voor herregistratie te voldoen. De organisaties zullen echter ook in deze periode niet in staat zijn om aan de Israëlische eisen te voldoen, omdat hun inhoudelijke bezwaren niet zijn veranderd en zij gevoelige persoonsbestanden nog steeds niet kunnen delen. Het kabinet blijft Israël oproepen de wet in deze vorm niet te implementeren. Hierbij wijst Nederland op het belang van veilige, ongehinderde en onvoorwaardelijke toegang voor humanitaire hulp.
2

Vraag

Deelt u de mening van de Autoriteit Persoonsgegevens over de gevaren van de Israëlische registratieplicht voor hulpverleners? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Volgens de AP lijkt de Israëlische overheid de uit de registratieplicht verkregen informatie te gebruiken voor screening en profilering. Op basis van de informatie die de AP van hulporganisaties heeft ontvangen, verwacht de AP dat de gegevensdeling onrechtmatig is en dat de doorgifte kan leiden tot serieuze veiligheidsrisico's voor de hulpverleners en hun families ter plaatse. Het kabinet hecht veel belang aan de veiligheid van hulpverleners (zie antwoord vraag 6). De vraag die centraal staat in de brief van de EDPB aan Eurocommissarissen Lahbib en Mcgrath, is of deze uitvraag van data door Israël op gespannen voet staat met het adequaatheidsbesluit. Nederland ziet dat de EC doorlopend toezicht houdt op ontwikkelingen in Israël die mogelijk gevolgen hebben voor het functioneren van een adequaatheidsbesluit (artikel 45 AVG). Nederland volgt de ontwikkelingen nauwlettend.
3

Vraag

Bent u bereid om, als Nederland dan wel multilateraal, aan te dringen bij de Europese Commissie om zich hier over te buigen en over uit te spreken?

Antwoord

Nederland heeft de afgelopen maanden veelvuldig en op alle niveaus bij de Israëlische autoriteiten zorgen over registratiewet aangekaart. Ook in internationaal verband, spreekt Nederland zich hierover uit. Nederland heeft recentelijk, met 20 gelijkgezinde landen en Eurocommissaris Lahbib, een publieke verklaring gepubliceerd waarin zorgen worden geuit over de restrictieve maatregelen die humanitaire hulp in Gaza en de Westelijke Jordaanoever ernstig beperken. Met het statement wordt Israël opgeroepen om onmiddellijk veilige en ongehinderde humanitaire toegang tot Gaza te faciliteren en specifiek de herregistratiewetgeving voor internationale ngo's, één van de restrictieve maatregelen die ook humanitaire partners van Nederland raakt, niet in de praktijk te brengen. Tot op heden is er nog geen reactie geweest vanuit de EC op de brief van de EDPB. Nederland zal de EC wijzen op de positie van de EDPB.
4

Vraag

Op welke juridische gronden is deze registratieplicht gebouwd, gezien de hulporganisaties al geregistreerd zijn bij de Palestijnse Autoriteit, waar ook het werk zich centreert?

Antwoord

Het betreft een richtlijn van het Israëlische Ministerie van Diasporazaken en Bestrijding van Antisemitisme onder Israëlisch recht, die ziet op de registratie van hulporganisaties die werken met de Palestijnse bevolking. In de definitieve uitspraak van het Israëlische Constitutioneel Hof over de zaak die 17 hulporganisaties samen met AIDA hadden aangespannen tegen de Israëlische overheid over de herregistratieplicht, bevestigt het Hof de bevoegdheid van Israël om in het kader van veiligheid operationele beperkingen op te werpen aan hulporganisaties. Het Hof stelt tegelijkertijd dat Israël niet de bevoegdheid heeft om de hulporganisaties uit Gaza en de Westelijke Jordaanoever te weigeren, omdat deze gebieden onder het gezag en de rechtsmacht van de Palestijnse Autoriteiten vallen (het gaat hierbij niet in op hoe de uitspraak geldt in het door Israël geannexeerde Oost-Jeruzalem).
5

Vraag

Wat is het standpunt van het kabinet met betrekking tot het vraagstuk of de Israëlische registratieplicht valt binnen de reikwijdte van het adequaatheidsbesluit?

Antwoord

Voor een adequaatheidsbesluit moet volgens de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) worden beoordeeld of een derde land het niveau van gegevensbescherming biedt dat in wezen gelijkwaardig is aan dat binnen de Europese Unie. Zoals wordt uiteengezet in de brief van de EDPB, het samenwerkingsverband van Europese toezichthouders waarin ook de AP zitting heeft, roept de Israëlische herregistratieplicht voor hulporganisaties verschillende vragen op waaraan ook in een adequaatheidsbesluit dient te worden getoetst. Zo dient de proportionaliteit, noodzakelijkheid en transparantie van de verwerkingsactiviteiten te worden gewaarborgd. Ook is vereist dat voor dergelijke verwerkingen een geldige rechtsgrondslag bestaat als bedoeld in artikel 6 AVG, en dient te worden verzekerd dat betrokkenen hun rechten daadwerkelijk kunnen uitoefenen. Mede in het licht van deze genoemde vereisten uit de AVG, stelt de EDPB in haar brief aan Eurocommissarissen Lahbib en Mcgrath de vraag of de herregistratieplicht in lijn is met het adequaatheidsbesluit. Het is in de eerste plaats aan de Europese Commissie om op deze brief te reageren.
6

Vraag

Deelt u de mening van de vraagstellers en het rapport van AIV & CAVV dat humanitaire hulp in conflictgebieden beschermd moet worden door zowel stille diplomatie als openlijke uitspraken? Zo ja, hoe gaat u hier aan bijdragen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Humanitaire toegang en veiligheid van humanitaire hulpverleners moeten ook in conflictgebieden beschermd worden. Het kabinet heeft het AIV en CAVV advies over geweld tegen hulpverleners verwelkomd omdat het cruciaal is manieren te vinden om het in vele conflicten toenemende geweld tegen hulpverleners te keren. In de reactie op het AIV en CAVV advies heeft het kabinet uiteengezet langs welke verschillende sporen het dit soort geweld, evenals straffeloosheid van schendingen van het humanitair oorlogsrecht wil tegengaan.
7

Vraag

Is de conclusie terecht dat hulporganisaties zich in een onmogelijke spagaat bevinden, waarin ze enerzijds zich moeten houden aan Europese privacyregels, maar anderzijds zich niet kunnen veroorloven om mensen die afhankelijk zijn humanitaire hulp in de steek te laten? Zo ja, wat gaat u hieraan doen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Het kabinet begrijpt dat in de huidige situatie hulpverlening in de bezette Palestijnse gebieden – ook vanwege de situatie in verband met de herregistratieplicht in de vorm die nu wordt beoogd – buitengewoon complex is. Ook maakt het kabinet zich ernstig zorgen over de gevolgen van de recente uitspraak van het Israëlische Constitutionele Hof op het werk van de organisaties, welke naar verwachting overwegend negatief zullen zijn. Nederland blijft Israël dan ook oproepen om de VN, Rode Kruis- en Halve Maanbeweging en internationale ngo's veilige, volledige en onvoorwaardelijke humanitaire toegang te verschaffen tot de bezette Palestijnse Gebieden, inclusief Oost-Jeruzalem. Het kabinet blijft zich ervoor inzetten dat Israël de herregistratieplicht, in de huidige vorm, van tafel haalt.
8

Vraag

Welke humanitaire consequenties voorziet u als deze organisaties hun werk daadwerkelijk moeten stopzetten in bezet Palestijns Gebied?

Antwoord

Het humanitaire werk van de internationale hulporganisaties die werken in Palestijnse gebieden is onmisbaar. Gezien bijna de gehele populatie van Gaza afhankelijk is van humanitaire hulp, zullen de consequenties, indien de hulporganisaties hun werk zouden moeten staken, verstrekkend zijn. De VN heeft vastgesteld dat de hulporganisaties o.a. verantwoordelijk zijn voor 42% van alle water- en sanitaire installaties, 60% van de beschikbare veldhospitalen beheren of ondersteunen en meer dan 75% van alle ontmijningsinspanningen leveren. Ze spelen verder een sleutelrol in het onderwijs en de ondersteuning van ondervoede kinderen.