Terug
Beantwoord Schriftelijke vragen 2026Z09308

Het bericht 'De invloed van het Hamasnetwerk op demonstraties in Nederland: 'Verdeeldheid in de samenleving''

Beantwoord door

David van Weelminister van Justitie en VeiligheidRianne Letschertminister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Ingediend · 6 mei 2026Beantwoord · 23 juni 202648 dagen

Vragen en antwoorden

18 vragen

Origineel
1

Vraag

Bent u bekend met het bericht 'De invloed van het Hamasnetwerk op demonstraties in Nederland: 'Verdeeldheid in de samenleving''?

Antwoord

Ja. De gesignaleerde invloed van het Hamasnetwerk op demonstraties in Nederland is zeer zorgelijk en onwenselijk.
2

Vraag

Hoe verklaart u dat de betrokkenheid van netwerken gelieerd aan Hamas bij demonstraties in Nederland volgens de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) nu expliciet wordt benoemd, terwijl signalen hierover volgens berichtgeving al veel langer bekend zouden zijn?

Antwoord

De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) heeft de taak, op basis van de Wet op Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (Wiv) 2017, onderzoek te doen naar personen of organisaties die (aanleiding geven tot een ernstig vermoeden dat zij) een dreiging vormen voor de nationale veiligheid. De AIVD brengt jaarlijks een openbaar jaarverslag uit waarin verantwoording wordt afgelegd over de activiteiten in het jaar ervoor. Dit schrijft de Wiv 2017 eveneens voor. Dat signalen volgens berichtgeving al langer bekend zouden zijn, leidt er niet automatisch toe dat de AIVD hierover in het openbaar rapporteert. De AIVD heeft in de jaarverslagen van 2023, 2024 en 2025 melding gemaakt over onderzoek naar de mogelijke dreiging vanuit de terroristische organisatie Hamas tegen de nationale veiligheid.
3

Vraag

Hoe kijkt u naar het feit dat eerdere Kamervragen over mogelijke buitenlandse beïnvloeding, aan minister Robbert Dijkgraaf, destijds zijn beantwoord met de mededeling dat er geen signalen waren? Hoe verhoudt zich dat tot de huidige bevindingen?

Antwoord

De Kamervragen waar uw Kamer naar verwijst, betreffen vragen of er signalen zijn van financiële steun van buitenlandse donoren aan de acties van Pro-Palestijnse demonstranten in Nederland, bijvoorbeeld de acties van Samidoun Nederland. Daarop is destijds geantwoord dat deze signalen niet bekend zijn.
4

Vraag

Kunt u aangeven wanneer het kabinet voor het eerst kennis heeft genomen van deze (nieuwe) informatie en welke instanties (zoals de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, AIVD, Openbaar Ministerie of Inspectie) daarbij betrokken zijn geweest?

Antwoord

Het kabinet kan geen uitspraken doen of er informatie via de geëigende kanalen van de AIVD is gedeeld, noch over de aard of het moment daarvan. Daarnaast doet de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) geen onderzoek naar personen en/of organisaties.
5

Vraag

Indien dergelijke signalen al langer bestonden, waarom is de Kamer hierover niet eerder geïnformeerd?

Antwoord

Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 4, kan het kabinet geen uitspraken doen over welke informatie wanneer via de geëigende kanalen van de AIVD is verworven.
6

Vraag

Kunt u aangeven welke landen, fondsen of organisaties betrokken zijn geweest bij financiële steun aan pro-Palestina-activiteiten, en via welke constructies of tussenpersonen deze middelen zijn verstrekt?

Antwoord

In algemene zin geldt dat indien er sprake is van signalen van ongewenste buitenlandse financiering, deze serieus worden genomen en waar nodig nader worden onderzocht door de bevoegde instanties. Het kabinet doet geen uitspraken over mogelijke individuele geldstromen, organisaties of landen indien dit betrekking heeft op lopende onderzoeken of inlichtingeninformatie.
7

Vraag

Bij welke universiteiten, studentenorganisaties, universitaire netwerken of andere organisaties is deze financiering (direct of indirect) terechtgekomen, en in welke omvang en periode?

Antwoord

Het kabinet heeft op dit moment geen informatie waaruit dit blijkt.
8

Vraag

In hoeverre is er bij deze financiering sprake geweest van voorwaarden, verwachtingen of ideologische sturing, bijvoorbeeld ten aanzien van politieke standpunten, campagnes, demonstraties of academische programma's?

Antwoord

Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 7, heeft het kabinet op dit moment geen informatie waaruit dit blijkt.
9

Vraag

Acht u het aannemelijk dat buitenlandse financiering heeft bijgedragen aan radicalisering binnen (universitaire) gemeenschappen, aan de normalisering of legitimering van antisemitische uitingen onder het mom van activisme, en aan een aantasting van de academische vrijheid en de veiligheid van Joodse studenten en medewerkers op Nederlandse universiteiten?

Antwoord

Zoals eerder aangegeven in de beantwoording van vragen 7 en 8 beschikt het kabinet momenteel niet over informatie waaruit dit blijkt. Het kabinet acht iedere vorm van antisemitisme, intimidatie en bedreiging onacceptabel.
10

Vraag

Kunt u toelichten in hoeverre de informatiepositie van het kabinet ten aanzien van buitenlandse beïnvloeding en extremistische netwerken in de afgelopen jaren tekort is geschoten?

Antwoord

Het kabinet beziet voortdurend of de informatiepositie ten aanzien van extremisme, terrorismefinanciering en ongewenste buitenlandse beïnvloeding voldoende aanleiding geeft om maatregelen te kunnen treffen of doeltreffend te kunnen handelen. Daarbij wordt nauw samengewerkt tussen de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, opsporingsinstanties en lokale partners. Zoals in ieder veiligheidsdomein geldt dat de informatiepositie voortdurend in ontwikkeling is en aanpassing vraagt aan veranderende dreigingen en netwerken.
11

Vraag

Kunt u toelichten op welke manier de aangenomen motie-Van Zanten (Kamerstuk 30821, nr. 311) over onderzoeken in hoeverre pro-Palestijnse demonstraties op en via universiteiten worden gefinancierd door buitenlandse mogendheden is of wordt uitgevoerd?

Antwoord

Zoals in antwoord op vraag 2 aangegeven, geldt in algemene zin dat dreigingen die de sociale en politieke stabiliteit, als onderdeel van de nationale veiligheid, kunnen aantasten, door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten kunnen worden onderzocht. Waar de inlichtingen- en veiligheidsdiensten diensten concreet onderzoek naar doen worden in het openbaar geen uitspraken over gedaan. Indien er sprake is van heimelijke buitenlandse beïnvloeding of inmenging, kunnen de diensten anderen daarop alerteren, zodat passende maatregelen kunnen worden getroffen. Dat laatste kan onder meer binnen de rijksbrede aanpak van ongewenste buitenlandse inmenging. Op basis van het dreigingsbeeld wordt voortdurend gekeken naar mogelijkheden om risico's op ongewenste inmengingsactiviteiten te voorzien, verstoren, verijdelen of mitigeren. Het kabinet is daarnaast in gesprek over mogelijkheden om de motie van Zanten ten uitvoer te brengen, met name in relatie tot de (ontbrekende) grondslag tot het doen van onderzoek naar personen of organisaties bij verschillende organisaties. Uw Kamer wordt hier zo spoedig mogelijk over geïnformeerd.
12

Vraag

Welke concrete maatregelen worden op dit moment door het kabinet genomen om buitenlandse financiering en beïnvloeding van pro-Palestina-activiteiten te signaleren, te monitoren en waar nodig te stoppen?

Antwoord

In algemene zin geldt dat nauw wordt samengewerkt door de betrokken veiligheidspartners om ongewenste buitenlandse financiering tegen te gaan. Om effectief op te kunnen treden tegen ongewenste buitenlandse financiering dient de overheid zich te richten op specifieke vormen van financiering. Nederland kent daarom een systeem waarbij in de eerste plaats de inlichtingen- en veiligheidsdiensten onderzoek kunnen doen in de gevallen waarin er ernstige vermoedens zijn van financiering vanuit het buitenland die een gevaar opleveren voor de democratische rechtsorde of waardoor risico's ontstaan voor de nationale veiligheid. Indien het ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ) notes verbales over financieringsstromen van derde landen ontvangt, kan BZ deze doorsturen naar de AIVD. Ook kent Nederland verschillende instrumenten om witwassen en terrorismefinanciering tegen te gaan. Zo analyseert de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU) ongebruikelijke en verdachte transacties en kan de FIU deze delen met de opsporings-, inlichtingen- en veiligheidsdiensten om hierop te acteren. Daarnaast blijft Europese samenwerking in de aanpak van ongewenste buitenlandse financiering van belang. Binnen het Radicalisation Awareness Netwerk (RAN) en diens opvolger de EU Knowledge Hub on Prevention of Radicalisation, wordt gewerkt aan bewustwording over het onderwerp binnen de lidstaten. Dit onder andere in de vorm van het delen van best practices en het komen tot mogelijke maatregelen. Daarnaast moest de voorgestelde Wet transparantie en tegengaan ondermijning door maatschappelijke organisaties (Wtmo) de overheid onder andere helpen bij het tegengaan van financiering van activiteiten die de democratische rechtsstaat ondermijnen. Met dit voorstel werd beoogd onwenselijke buitenlandse beïnvloeding door middel van ontvangen donaties bij maatschappelijke organisaties in Nederland tegen te gaan. Zoals uw Kamer weet, is de Wtmo op 24 maart jl. door de Eerste Kamer verworpen. Het kabinet beziet momenteel welke aanvullende instrumenten – eventueel via lopende en/of voorgenomen wetsvoorstellen - kunnen worden ingebouwd om ongewenste buitenlandse financiering te voorkomen. Uw Kamer wordt voor het einde van dit jaar hierover geïnformeerd.
13

Vraag

In hoeverre zijn Nederlandse universiteiten en andere onderwijsinstellingen volgens u kwetsbaar voor buitenlandse beïnvloeding via financiering, gastdocenten of samenwerkingsverbanden?

Antwoord

Universiteiten en hogescholen hebben de maatschappelijke opdracht om onderzoek te doen en onderwijs te geven. Zij zijn hierin afhankelijk van internationale samenwerking, deels van externe financiering naast de Rijksbijdrage en open kennisuitwisseling. Het kabinet onderkent dat dit kansen én risico's met zich brengt. In bepaalde gevallen kunnen Nederlandse kennisinstellingen te maken krijgen met pogingen van statelijke en niet-statelijke actoren tot beïnvloeding van meningen en inmenging in publicaties, of worden pogingen gedaan wetenschappelijk onderzoek en onderzoeksresultaten te censureren. Daarom zet het kabinet en de sector hoger onderwijs zich in voor versterking van kennisveiligheid, zoals toegelicht in diverse Kamerbrieven hierover. In de nieuwe Nationale Leidraad Kennisveiligheid wordt hier extra aandacht aan besteed. Instellingen die hier vragen over hebben kunnen terecht voor advies bij het Loket Kennisveiligheid.
14

Vraag

Welke concrete acties zijn sinds de ontvangen signalen over buitenlandse beïnvloeding daadwerkelijk ondernomen en kunt u per actie aangeven wat het doel, de reikwijdte en het resultaat is geweest?

Antwoord

Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 11, geldt dat dreigingen tegen de sociale en politieke stabiliteit door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten kunnen worden onderzocht. Indien er signalen zijn van heimelijke beïnvloeding of inmenging, kunnen de diensten anderen daarop alerteren. Indien sprake is van ongewenste buitenlandse inmenging wordt niet geschroomd op te treden. Voor een actueel overzicht en het voorgenomen beleid inzake ongewenste buitenlandse inmenging en beïnvloeding verwijs ik uw Kamer naar de meest recente Kamerbrieven over dit thema.
15

Vraag

Welke maatregelen worden genomen om te voorkomen dat Nederlandse organisaties, stichtingen of informele netwerken worden gebruikt voor de financiering van terroristische organisaties zoals Hamas?

Antwoord

Nederland zal altijd optreden tegen organisaties die als doel hebben om geweld te plegen tegen onschuldige burgers. De Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) heeft als doel witwassen en terrorismefinanciering tegen te gaan. Het verplicht meldingsplichtige instellingen (financiële instellingen/banken, makelaars, notarissen, advocaten etc.) om cliëntenonderzoek te verrichten en ongebruikelijke transacties te melden bij de Financial Intelligence Unit-Nederland. Terrorismefinanciering is strafbaar gesteld in artikel 421 van het Wetboek van Strafrecht. In geval er sprake is van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit kan een opsporingsonderzoek gestart worden en kan het OM besluiten om al dan niet over te gaan tot vervolging. Daarnaast is een aantal personen en terroristische organisaties op de Nationale sanctielijst geplaatst, ook zijn terroristische organisaties in EU-verband gesanctioneerd. Bij aanwijzingen van overtreding van de Sanctiewet kan het OM ook een strafrechtelijk onderzoek starten en besluiten om al dan niet over te gaan tot vervolging. Ook het lokaal bestuur (onder andere in het kader van de Wet Bibob) en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten kunnen onderzoek doen. Binnen het Financieel Expertisecentrum (FEC), wordt in de TF-Taskforce samengewerkt tussen publieke en private organisaties en wordt in het Programma FEC TF tussen publieke organisaties informatie gedeeld, om zo inzicht te verkrijgen in de financiële netwerken. Financiering via stichtingen met weinig transparantie over financiën en geen zelfregulering wordt in de 3e National Risk Assessment (NRA) Terrorismefinanciering benoemd als één van de risico's. De onderzoekers constateren echter ook dat in Nederland hiertegen waarborgen bestaan. Zo zijn er stichtingen met de status van Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Een stichting kan een ANBI-status krijgen als minimaal 90% van haar activiteiten het algemeen belang dient, indien er geen sprake is van een winstoogmerk en wanneer zij beschikt over een beperkt eigen vermogen. Een stichting met ANBI-status is verplicht om specifieke gegevens, waaronder een financiële verantwoording, openlijk op de eigen website te publiceren. Ook zijn er stichtingen met een Erkenning van het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF), een onafhankelijke stichting die toezicht houdt op de inzameling van geld voor goede doelen. Een CBF-erkenning geldt als keurmerk voor goede doelen in Nederland die moeten voldoen aan enkele kwaliteitseisen en zich vrijwillig laten toetsen. Stichtingen die hier niet aan voldoen kunnen deze status ook kwijtraken. Indien een stichting geen ANBI-status of CBF-erkenning heeft en niet aan een vorm van zelfregulering doet, zouden Wwft-poortwachters bij zo'n stichting nader cliëntonderzoek kunnen verrichten om een goed beeld te verkrijgen van het daadwerkelijke risiconiveau ten aanzien van terrorismefinanciering. Los van het beleid omtrent stichtingen zijn er verschillende sancties van kracht tegen Hamas en gelieerde organisaties die terrorisme financieren, zowel op nationaal als op Europees niveau. Om inzicht te krijgen in de internationale geldstromen rondom Hamas en financiering tegen te gaan is een specialistische taskforce opgericht bestaande uit Financial Intelligence Units uit verschillende landen, waaronder Nederland. Ook is er sinds januari 2024 een aanvullend Europees sanctieregime van kracht, gericht op het bestrijden van de sponsoren en financiers van Hamas en de Palestijnse Islamitische Jihad en daaraan geaffilieerde organisaties. Deze nieuwe regeling vormt een aanvulling op de beperkende maatregelen die eerder in het kader van de EU-sanctielijst terrorisme zijn aangenomen. Wanneer in Nederland stichtingen in verband kunnen worden gebracht met het financieren van Hamas, kunnen deze op de nationale sanctielijst terrorisme worden geplaatst. Zo staat de aan Hamas gelieerde Stichting Al Aqsa sinds 2003 op deze lijst. Daarnaast bezie ik, zoals aangegeven op het antwoord op vraag 12, momenteel welke aanvullende instrumenten – eventueel via lopende en/of voorgenomen wetsvoorstellen - kunnen worden ingebouwd om ongewenste buitenlandse financiering te voorkomen.
16

Vraag

Kunt u toelichten hoe toezicht wordt gehouden op geldstromen vanuit het buitenland richting maatschappelijke organisaties en activistische netwerken in Nederland?

Antwoord

Graag verwijs ik uw Kamer naar het antwoord op vraag 12 voor een overzicht van de bestaande instrumenten ter voorkoming van ongewenste buitenlandse financiering. Daarbij heb ik toegezegd uw Kamer vóór het einde van dit jaar te informeren over de voortgang met betrekking tot aanvullende instrumenten om ongewenste buitenlandse financiering tegen te gaan.
17

Vraag

U heeft eerder aangegeven dat dit onderwerp voor u topprioriteit is en dat u hier persoonlijk verantwoordelijkheid (chefsache) voor neemt; kunt u toelichten welke concrete stappen u sindsdien zelf heeft gezet en hoe uit uw handelen blijkt dat u hier daadwerkelijk de regie op voert?

Antwoord

De aanpak van extremisme, terrorismefinanciering en ongewenste buitenlandse beïnvloeding heeft onverminderd prioriteit binnen het kabinet. Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 16 wordt er momenteel bezien welke aanvullende instrumenten kunnen worden ingebouwd om ongewenste buitenlandse financiering te voorkomen. Voor het einde van dit jaar zal ik uw Kamer informeren over de voortgang hierover.
18

Vraag

Kunt u deze vragen afzonderlijk en zo spoedig mogelijk beantwoorden?

Antwoord

Ja.