Terug
Beantwoord Schriftelijke vragen 2026Z11056

Opnieuw een verdrijving van Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever

Beantwoord door

Tom Berendsenminister van Buitenlandse Zaken
Ingediend · 27 mei 2026Beantwoord · 24 juni 202628 dagen

Vragen en antwoorden

9 vragen

Origineel
1

Vraag

Bent u bekend met berichten dat de Israëlische minister van Financiën heeft aangekondigd de inwoners van een Palestijns dorp in het E1-gebied, Khan Al-Ammar, uit hun huis te zetten uit wraak voor een mogelijk arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof?[1]

Antwoord

Ja.
2

Vraag

Klopt het dat het E1-gebied de tweestatenoplossing onmogelijk maakt en altijd een rode lijn is geweest voor de Europese Unie (EU) en voor Nederland? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Het standpunt van Nederland en de EU ten aanzien van het nederzettingenbeleid is bekend: dit is tegen internationaal recht. De plannen voor nederzettingen in E1-gebied bestaan al lange tijd en zijn omstreden omdat de bouw ervan de Westelijke Jordaanoever zou opsplitsen en een tweestatenoplossing ernstig zou bemoeilijken. Nederland heeft het besluit tot de ontwikkeling van Israëlische nederzettingen in E1-gebied, die bij implementatie neerkomen op verdere annexatie van delen van de Westelijke Jordaanoever, dan ook veroordeeld. Ook tekende Nederland op 22 mei jl. een door het Verenigd Koninkrijk geïnitieerde leidersverklaring waarin Israël wordt opgeroepen dit plan een halt toe te roepen en waarin bedrijven worden opgeroepen niet mee te dingen bij de aanbesteding voor de bouw van E1.
3

Vraag

Veroordeelt u de aangekondigde verdrijving van Palestijnen uit Khan Al-Ammar? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Het kabinet veroordeelt deze aangekondigde verdrijving.
4

Vraag

Kunt u, net als de Duitse regering, de Israëlische regering waarschuwen dat er absoluut geen huisuitzettingen mogen plaatsvinden? Zo nee, waarom niet?[2]

Antwoord

Nederland veroordeelt het Israëlische nederzettingenbeleid, waaronder huisuitzettingen, en acht de Israëlische bezetting van de Palestijnse Gebieden onrechtmatig. Dit draagt Nederland zowel voor- als achter de schermen consistent uit. Zie ook het antwoord op vraag 2. Nederland tekende op 22 mei jl. een door het Verenigd Koninkrijk geïnitieerde leidersverklaring, waaronder met Duitsland, waarmee hiertoe wordt opgeroepen.
5

Vraag

Bent u bereid om openlijk te pleiten voor opschorting van het handelsdeel van het EU-Israël Associatieakkoord? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Tijdens de Raad Buitenlandse Zaken Handel van 22 mei jl. heeft het kabinet onderstreept dat Israël van koers moet veranderen en dat de door de Commissie voorgestelde EU-maatregelen, waaronder de opschorting van het handelsdeel van het EU-Israël Associatieakkoord, middelen tot dat doel zijn, en geen doel op zichzelf. Op dit moment ontbreekt het draagvlak onder EU-lidstaten voor de door de Commissie voorgestelde maatregelen. Het kabinet zal zich in lijn met relevante moties en toezeggingen aan het parlement blijven inzetten voor het vergroten van dit draagvlak, ook in bilaterale contacten met EU-lidstaten. In dat kader heeft het kabinet tijdens de Raad het belang benadrukt van een voortzetting van de discussie over het Commissievoorstel voor een gedeeltelijke opschorting van het handelsdeel van het EU-Israël Associatieakkoord. Tot dusverre ontbreekt het aan het benodigde draagvlak voor bovengenoemde maatregelen.
6

Vraag

Bent u bereid om in de EU initiatief te nemen voor een EU-breed verbod op de import van goederen uit de illegale nederzettingen, dan wel een algemeen verbod op economisch verkeer met de illegale nederzettingen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Nederland heeft tijdens de Raad Buitenlandse Zaken van 15 juni jl. aangegeven, mede in het kader van de eigen verplichtingen onder internationaal recht, te werken aan nationale maatregelen tegen producten uit illegale nederzettingen in de door Israël bezette gebieden. Hierbij onderstreepte Nederland wederom dat EU-maatregelen effectiever zijn en daarom de voorkeur hebben. Nederland verzocht om een analyse van de naleving van het beleid met betrekking tot de export van goederen uit illegale nederzettingen uit de Bezette Gebieden. Tevens verzocht Nederland de Commissie om opties voor mogelijke maatregelen, waaronder maatregelen om de invoer van goederen uit illegale nederzettingen, te voorkomen. Dit verzoek van Nederland kreeg steun van een grote groep van lidstaten. HV Kallas heeft daarop toegezegd in aanloop naar de volgende Raad Buitenlandse Zaken van 13 juli de Commissie te vragen opties voor mogelijke maatregelen, waaronder maatregelen om de invoer van goederen uit illegale nederzettingen te voorkomen, en een beoordeling van de reikwijdte van kwesties die verband houden met de oorsprongsregels te presenteren.
7

Vraag

Welke consequenties hebben de verdrijvingen voor de bilaterale relatie tussen Nederland en Israël?

Antwoord

Deze berichten passen in een bredere trend van ontwikkelingen in Israël en de Palestijnse Gebieden waar het kabinet zich zorgen over maakt. Het kabinet gebruikt combinatie van druk en dialoog om gedragsverandering bij Israël te bewerkstelligen. Door dialoog te behouden, kunnen kritische boodschappen worden overgebracht. Zie daarnaast de antwoorden op vragen 2, 5 en 6.
8

Vraag

Bent u bereid om extra nationale maatregelen te nemen als in de EU de opschorting van het handelsdeel van het Associatieakkoord uitblijft? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Nederland zet zich in voor het creëren van draagvlak voor een voortzetting van de discussie over het Commissievoorstel voor een gedeeltelijke opschorting van het handelsdeel van het EU-Israël Associatieakkoord. Op dit moment ontbreekt dit draagvlak. Daarnaast pleit het kabinet voor handelspolitieke EU-maatregelen tegen de onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden. Op nationaal niveau richt het kabinet zich op een zo spoedig mogelijke inwerkingtreding van de nationale maatregelen tegen handel in goederen uit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden die het kabinet op 22 mei jl. aanhangig heeft doen maken voor spoedadvies bij de Raad van State. Het ontwerpbesluit met het voorstel voor nationale maatregelen ziet alleen toe op goederen; niet op diensten en investeringen. Voor nationale maatregelen tegen goederen is een duidelijke grondslag beschikbaar in het Unierecht, maar voor diensten en investeringen heeft het kabinet een dergelijke evidente grondslag (nog) niet gevonden. Een dergelijke grondslag is noodzakelijk in verband met de exclusieve bevoegdheid van de EU op het gebied van handelspolitiek. Om recht te doen aan de urgentie van de situatie en de oproep vanuit uw Kamer om de nationale maatregel zo spoedig mogelijk tot stand te laten komen, is niet verder gewacht bij het opstellen van de nationale maatregel jegens goederen. Het kabinet zal doorgaan met het onderzoeken van de verdere (juridische) mogelijkheden ten aanzien van diensten en investeringen.
9

Vraag

Bent u bereid om op korte termijn de Kamer te informeren over de mogelijkheden voor de verbreding van het aangekondigde verbod op de import van goederen uit de illegale nederzettingen naar het een verbod op economisch verkeer van diensten en investeringen met de illegale nederzettingen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Zie antwoord 8.

Zie antwoord op vraag 8