Vragen en antwoorden
4 vragen
1
Vraag
Waarom kiest u ervoor zich publiekelijk via Instagram te profileren met de Moslim Studenten Associatie, terwijl joodse studenten al maanden worden weggepest, bedreigd en de campus moeten mijden uit doodsangst door islamitische haat en begrijpt u dat dit de indruk wekt dat joodse zorgen totaal niet serieus worden genomen? Zo nee, waarom niet?[1]
Antwoord
Ik vind het van groot belang dat iedereen zich thuis voelt binnen het onderwijs. Daarom spreek ik met een brede groep studenten met verschillende achtergronden. Ik neem de zorgen van Joodse studenten zeer serieus en zet me via de uitwerking van de kabinetsbrede Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024–2030 in om de situatie voor hen te verbeteren.
2
Vraag
Hoeveel gesprekken heeft u sinds 7 oktober 2023 eigenlijk gevoerd met joodse studentenorganisaties over de explosie aan islamitisch antisemitisme of zijn die gesprekken op één hand te tellen omdat u de islamitische agenda prioriteit geeft boven de joodse slachtoffers?
Antwoord
Sinds de aanvang van mijn ambtsperiode voer ik regelmatig gesprekken met een variëteit aan vertegenwoordigers uit de Joodse gemeenschap over hun veiligheid, omdat ik dit belangrijk vind.
3
Vraag
Waarom kiest u ervoor om de islamitische agenda voor te trekken door moslimstudenten publiekelijk in de schijnwerpers te zetten, terwijl joodse studenten de dupe worden van deze eenzijdige aanpak en dagelijks te maken hebben met antisemitisme en onveiligheid en is dit niet precies de capitulatie voor de islam die joodse studenten opoffert?
Antwoord
Ik zet geen enkele groep studenten boven de andere. Het is geen competitie. Elke groep studenten is belangrijk voor mij.
4
Vraag
Deelt u de mening dat uw Instagram-bericht met de Moslim Studenten Associatie, terwijl joodse studenten dagelijks worden geconfronteerd met islamitische Jodenhaat, antisemitisme en intimidatie, getuigt van verraad aan joodse studenten en capitulatie voor de islamisering van ons onderwijs? Zo nee waarom niet?
Antwoord
Nee, zie mijn antwoord op vraag 1.
Zie antwoord op vraag 1

