Terug
Ingediend Schriftelijke vragen 2026Z15517 Te laat

Een antisemitische en geweldverheerlijkende haatdemonstratie in Utrecht

Gericht aan

David van Weelminister van Justitie en Veiligheid
Ingediend · 2 juli 202661 dagen

Gestelde vragen

5 vragen

Origineel
Nog niet beantwoord
1

Vraag

Bent u bekend met de beelden[1][2][3] van een "demonstratie" in Utrecht waarbij personen in militaire gevechtskleding met Israëlische vlaggen op hun uniform de rol speelden van Israëlische militairen die gevangenen mishandelden en martelden en daarmee een antisemitisch bloedsprookje opvoerden? Deelt u de mening dat deze "demonstratie" niets anders was dan een antisemitische haatmanifestatie? Zo nee, hoe kwalificeert u deze "demonstratie" dan wel?
2

Vraag

Deelt u de mening dat het volstrekt onacceptabel is dat voorbijgangers, waaronder kinderen, ongevraagd en zonder enige waarschuwing werden geconfronteerd met deze gewelddadige en antisemitische opvoering, terwijl voor omstanders niet duidelijk kenbaar was dat sprake was van een demonstratie? Zo nee, waarom niet?
3

Vraag

Was deze "demonstratie" in deze vorm vooraf aangemeld bij de burgemeester? Zo ja, is daarbij gemeld dat de demonstratie een antisemitisch karakter zou hebben en dat daarbij door personen in militaire gevechtskleding met Israëlische vlaggen op hun uniform militair geweld, mishandelingen en martelingen zouden worden uitgebeeld, welke voorwaarden zijn aan deze demonstratie verbonden en bent u van mening dat aan die voorwaarden is voldaan of dat naar zijn oordeel had moeten worden ingegrepen? Zo nee, waarom niet?
4

Vraag

Is onderzocht of het dragen van militaire gevechtskleding met Israëlische vlaggen en andere herkenningstekens, terwijl voor omstanders niet duidelijk kenbaar was dat sprake was van een demonstratie, in strijd is met de Nederlandse wet- en regelgeving? Zo nee, waarom niet en bent u bereid dit alsnog te laten onderzoeken?
5

Vraag

Welke maatregelen gaat u nemen om te voorkomen dat dergelijke antisemitische en geweldverheerlijkende haatmanifestaties zich opnieuw in de Nederlandse openbare ruimte kunnen voordoen?