Terug
Beantwoord Schriftelijke vragen 2026Z15517

Een antisemitische en geweldverheerlijkende haatdemonstratie in Utrecht

Beantwoord door

David van Weelminister van Justitie en Veiligheid
Ingediend · 2 juli 2026Beantwoord · 7 september 202667 dagen

Vragen en antwoorden

5 vragen

Origineel
1

Vraag

Bent u bekend met de beelden[1][2][3] van een "demonstratie" in Utrecht waarbij personen in militaire gevechtskleding met Israëlische vlaggen op hun uniform de rol speelden van Israëlische militairen die gevangenen mishandelden en martelden en daarmee een antisemitisch bloedsprookje opvoerden? Deelt u de mening dat deze "demonstratie" niets anders was dan een antisemitische haatmanifestatie? Zo nee, hoe kwalificeert u deze "demonstratie" dan wel?

Antwoord

Ja, ik ben bekend met de beelden, maar kan als minister niet oordelen over de strafbaarheid van gedragingen tijdens demonstraties. De beoordeling of uitingen of gedragingen een strafbaar of discriminerend karakter hebben, is aan de daartoe bevoegde instanties. Het is aan politie en het Openbaar Ministerie (OM) en uiteindelijk aan de rechter om in individuele gevallen te beoordelen of sprake is van een strafbaar feit en of een discriminatoir aspect onderdeel uitmaakt van het delict.
2

Vraag

Deelt u de mening dat het volstrekt onacceptabel is dat voorbijgangers, waaronder kinderen, ongevraagd en zonder enige waarschuwing werden geconfronteerd met deze gewelddadige en antisemitische opvoering, terwijl voor omstanders niet duidelijk kenbaar was dat sprake was van een demonstratie? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Binnen de wettelijke kaders bestaat veel ruimte voor verschillende vormen van demonstraties, zolang deze vreedzaam verlopen. Het plegen van of aanzetten tot haat, geweld, intimidatie of discriminatie hoort daar niet bij. De beoordeling of in een specifiek geval sprake is van een strafbaar feit, is primair aan het OM en, indien een zaak aan de rechter wordt voorgelegd, uiteindelijk aan de rechter.
3

Vraag

Was deze "demonstratie" in deze vorm vooraf aangemeld bij de burgemeester? Zo ja, is daarbij gemeld dat de demonstratie een antisemitisch karakter zou hebben en dat daarbij door personen in militaire gevechtskleding met Israëlische vlaggen op hun uniform militair geweld, mishandelingen en martelingen zouden worden uitgebeeld, welke voorwaarden zijn aan deze demonstratie verbonden en bent u van mening dat aan die voorwaarden is voldaan of dat naar zijn oordeel had moeten worden ingegrepen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

De gemeente Utrecht heeft aangegeven dat er geen kennisgeving van deze demonstratie is gedaan en dat er anderszins ook geen contact is geweest met de organisatie over deze demonstratie.
4

Vraag

Is onderzocht of het dragen van militaire gevechtskleding met Israëlische vlaggen en andere herkenningstekens, terwijl voor omstanders niet duidelijk kenbaar was dat sprake was van een demonstratie, in strijd is met de Nederlandse wet- en regelgeving? Zo nee, waarom niet en bent u bereid dit alsnog te laten onderzoeken?

Antwoord

Het is aan het OM en vervolgens aan de rechter om te beoordelen of er in een individueel geval sprake is van een strafbaar feit. Het OM heeft mij laten weten dat er geen aangiften zijn gedaan naar aanleiding van dit incident en dat het mede daarom op dit moment geen aanleiding ziet om een onderzoek in te stellen naar de (strafbaarheid van eventuele) gedragingen. In het algemeen geldt dat het in het openbaar tonen van een bepaald symbool, tekst of afbeelding of het roepen van leuzen, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, een uitingsdelict kan opleveren. Daarbij kan gedacht worden aan onder meer groepsbelediging, het aanzetten tot haat, discriminatie of geweld en belediging. Als wordt aangespoord tot geweld, kan sprake zijn van opruiing. Voor de zomer is het wetsvoorstel dat terrorismeverheerlijking en openbare steunbetuigingen aan terroristische organisaties strafbaar stelt, ingediend bij Uw Kamer. Daarbij moet voor ogen worden gehouden dat de (voorgenomen) strafbepalingen in het Wetboek van Strafrecht niet zodanig specifiek zijn dat bijvoorbeeld het roepen van leus X of het tonen van symbool Y telkens afzonderlijk strafbaar is gesteld. Ter verzekering van een breed toepassingsbereik zijn de uitingsdelicten vrij algemeen omschreven. Deze systematiek zorgt ervoor dat per geval maatwerk kan en moet worden geleverd, waarbij het van de precieze omstandigheden van het geval afhangt of de desbetreffende uiting een strafbare uiting oplevert. Daarbij moet niet alleen worden gekeken naar de uiting op zichzelf, maar ook hoe deze in de omstandigheden van het geval moet worden begrepen, bijvoorbeeld in het kader van een demonstratie. Ook is relevant of de verdachte (voorwaardelijk) opzet had op het plegen van het strafbare feit.
5

Vraag

Welke maatregelen gaat u nemen om te voorkomen dat dergelijke antisemitische en geweldverheerlijkende haatmanifestaties zich opnieuw in de Nederlandse openbare ruimte kunnen voordoen?

Antwoord

Het waar mogelijk faciliteren van een demonstratie en de beoordeling wat wel en niet nodig en mogelijk is aan (preventieve) maatregelen is aan de burgemeester. Hierover vindt afstemming plaats in de lokale driehoek. Het is een lokale aangelegenheid en de burgemeester legt daarover verantwoording af aan de gemeenteraad. Het is dan ook niet aan mij om in deze beoordeling te treden of om daarop vooruit te lopen. Demonstraties mogen echter nooit een vrijbrief zijn voor (het aanzetten tot of verheerlijken van) haat, discriminatie of geweld.