Vragen en antwoorden
10 vragen
1
Vraag
Heeft u kennisgenomen van het recente rapport van de onafhankelijke VN-onderzoekscommissie, waarin wordt geconcludeerd dat Israël zich schuldig maakt aan genocidale handelingen in Gaza en dat Palestijnse kinderen doelbewust zijn gedood en verwond door militair geweld?
Antwoord
Ja.
2
Vraag
Hoe beoordeelt het kabinet de conclusie van de VN-commissie dat sprake is van een patroon waarbij Palestijnse kinderen worden gedood, verwond en beroofd van hun toekomst door aanvallen op kinderen, scholen, weeshuizen en medische voorzieningen?
Antwoord
Het rapport geeft een hartverscheurend beeld van de situatie van kinderen in de bezette Palestijnse Gebieden. Het kabinet vindt de bevindingen van de VN‑onderzoekscommissie zorgwekkend en neemt de daarin genoemde incidenten en patronen – waaronder meldingen van gerichte verwondingen en dodelijke schoten bij kinderen – zeer serieus. Het kabinet beschikt zelf niet over informatie die nodig zou zijn om met zekerheid vast te stellen dat sprake is van stelselmatig, doelbewust beleid van Israël om Palestijnse kinderen in de bezette Palestijnse Gebieden aan te vallen. Wel voedt onafhankelijk onderzoek, zoals dit onderzoek door de Commission of Inquiry (CoI), de afwegingen van het kabinet voor het bepalen van de Nederlandse inzet.
3
Vraag
Herkent het kabinet zich in de conclusie van de VN-onderzoekscommissie dat Israëlische strijdkrachten Palestijnse kinderen in Gaza doelbewust doden en verwonden, wat onder meer blijkt uit terugkerende gevallen van enkelvoudige schotwonden aan hoofd of borst? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Zie antwoord vraag 2.
Zie antwoord op vraag 2
4
Vraag
Welke juridische gevolgen verbindt het kabinet aan deze bevindingen, in het bijzonder in het licht van de Nederlandse verplichting om genocide te voorkomen en het internationaal humanitair recht te doen eerbiedigen?
Antwoord
Het kabinet is zich bewust van de inspanningsverplichtingen van Nederland als derde staat op basis van het Genocideverdrag en het humanitair oorlogsrecht, en neemt deze verplichtingen serieus. De reikwijdte van deze verplichtingen hangt af van de mogelijkheden om invloed uit te oefenen. Het kabinet weegt continu af op welke wijze het beste invloed kan worden uitgeoefend.
5
Vraag
Welke consequenties verbindt het kabinet aan de ernstige bevindingen van de VN-commissie voor de Nederlandse relatie met de Israëlische regering?
Antwoord
Zie beantwoording vraag 4. Het kabinet hanteert een combinatie van druk en dialoog om Israël van gedrag te laten veranderen en om naleving van internationaal recht te bevorderen.
Zie antwoord op vraag 4
6
Vraag
Welke stappen zet Nederland om te voorkomen dat Nederlandse goederen, technologie, dual-use goederen, militaire onderdelen of doorvoer via Nederland bijdragen aan mogelijke oorlogsmisdaden, misdrijven tegen de menselijkheid of genocidale handelingen?
Antwoord
Het kabinet toetst alle individuele vergunningaanvragen voor de uit- en doorvoer van militaire en dual-use goederen per geval zorgvuldig aan de relevante Europese exportcontrolekaders. Daar waar duidelijke risico's bestaan dat militaire goederen of dual-use goederen worden gebruikt voor ernstige schendingen van mensenrechten of het humanitair oorlogsrecht wordt een vergunningaanvraag afgewezen. In de praktijk betekent dit dat het kabinet alleen vergunningen toewijst voor de uitvoer van militaire goederen die enkel defensief kunnen worden ingezet, zoals onderdelen voor het Iron Dome-luchtafweerysteem, en voor uitvoer van goederen ten behoeve van productie of onderhoud waarbij het eindgebruik niet in Israël ligt. Dat geldt eveneens voor de genoemde vergunningen.
7
Vraag
Is het kabinet bereid in EU-verband te pleiten voor aanvullende maatregelen, waaronder gerichte sancties tegen verantwoordelijke Israëlische bewindspersonen en militairen en herziening van het EU-Israël Associatieakkoord? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Nederland blijft zich, in lijn met relevante moties en toezeggingen aan de Kamer, inzetten voor het realiseren van draagvlak voor de door de Europese Commissie voorgestelde EU-maatregelen, waaronder voor het voorstel om het handelsdeel van het EU-Israël Associatieakkoord gedeeltelijk op te schorten. Momenteel ontbreekt het draagvlak onder EU-lidstaten hiervoor. Daarnaast blijft Nederland een voortrekkersrol spelen in het sanctioneren van gewelddadige kolonisten en hun organisaties, alsook tegen Hamas en Palestinian Islamic Jihad (PIJ), en steunt het kabinet sancties tegen de extremistische Israëlische ministers Ben-Gvir en Smotrich.
8
Vraag
Welke inzet pleegt Nederland binnen de Europese Unie en de Verenigde Naties om onafhankelijke onderzoeken naar oorlogsmisdaden, misdrijven tegen de menselijkheid en mogelijke genocide in Gaza te ondersteunen?
Antwoord
Gedegen en onafhankelijk onderzoek is nodig om feiten te verzamelen en schendingen van internationaal recht vast te kunnen stellen. Onder andere middels Nederlandse financiering aan het kantoor van de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten (OHCHR), in het bijzonder de Human Rights Inquiries Branch (HRIB), ontvangen onafhankelijke onderzoeksmechanismen van de VN zoals de Commission of Inquiry ondersteuning bij de uitvoering van hun onderzoek. Nederland steunt daarnaast ook in 2026 het landenkantoor van de OHCHR in de Palestijnse Gebieden, middels iets meer dan EUR 2,1 miljoen. In VN-verband roept Nederland op tot onafhankelijk onderzoek naar eventuele schendingen van internationaal recht, zoals meerdere malen gedaan tijdens open debatten over het Midden-Oosten van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Dit gebeurt tevens in Europees verband, zoals tijdens de Raad Buitenlandse Zaken. Nederland blijft zich inzetten voor de bevordering van accountability en het tegengaan van straffeloosheid.
9
Vraag
Op welke wijze garandeert Nederland het onafhankelijk en onbelemmerd functioneren van het Internationaal Strafhof, het Internationaal Gerechtshof en andere bevoegde rechtsorganen om verantwoordelijken voor ernstige internationale misdrijven ter verantwoording te roepen?
Antwoord
Nederland is tegen iedere vorm van bedreiging en intimidatie van het Internationaal Strafhof, Internationaal Gerechtshof en andere bevoegde rechtsorganen, hun ambtsdragers en hun personeel en als zodanig door hen aangewezen getuigen. Het is van belang dat de organen hun mandaat onafhankelijk en onbelemmerd kunnen uitvoeren. Er moet wereldwijd gedegen en onafhankelijk onderzoek worden gedaan als er sprake is van mogelijke ernstige schendingen van internationaal recht, waaronder het humanitair oorlogsrecht. Nederland zet zich daar voor in en roept de partijen consequent op tot naleving van het internationaal recht. Nederland onderhoudt als gastland doorlopend contact met het Internationaal Strafhof en het Internationaal Gerechtshof, waarbij ook verschillende veiligheidszorgen aan de orde komen.
10
Vraag
Wat gaat het kabinet doen met de aanbevelingen van deze VN-commissie?
Antwoord
Het rapport van de VN-commissie bevat enkele duidelijke aanbevelingen, waartoe Nederland ook al langere tijd oproept en die het uitvoert. Dit heeft onder andere betrekking op de herhaalde oproep van het kabinet tot het verlenen van vrije toegang aan humanitaire actoren, accountability, en de Nederlandse inzet voor sancties in EU-verband ten aanzien van extremistische kolonisten en de extremistische Israëlische ministers Ben-Gvir en Smotrich. Tegelijkertijd mag de terreurorganisatie Hamas op geen enkele manier een rol spelen in het bestuur van de Palestijnse Gebieden. Het kabinet zet zich in voor een tweestatenoplossing: een onafhankelijke, democratische en levensvatbare Palestijnse staat naast een veilig Israël. Nederland zal deze inzet blijven voortzetten en hiertoe blijven oproepen in bilateraal en multilateraal verband.

