Terug
Beantwoord Schriftelijke vragen 2026Z15967

De levensbedreigende gezondheidstoestand van de Palestijnse arts dr. Hussam Abu Safiya in Israëlische detentie

Beantwoord door

Tom Berendsenminister van Buitenlandse Zaken
Ingediend · 8 juli 2026Beantwoord · 18 augustus 202641 dagen

Vragen en antwoorden

21 vragen

Origineel
1

Vraag

Bent u bekend met de berichtgeving dat dr. Hussam Abu Safiya, directeur van het Kamal Adwan-ziekenhuis te Gaza, na achttien maanden Israëlische detentie in kritieke, levensbedreigende toestand verkeert, en volgens zijn advocaat vrijwel onherkenbaar, ernstig verzwakt en zichtbaar gewond is?

Antwoord

Ja.
2

Vraag

Hoe beoordeelt u het feit dat dr. Abu Safiya sinds zijn arrestatie op 27 december 2024 zonder aanklacht of proces wordt vastgehouden, op grond van de Israëlische wet op Unlawful Combatants, de detentie voor onbepaalde tijd zonder juridische toetsing mogelijk maakt?

Antwoord

De situatie van dr. Abu Safiya past binnen het beeld en de zorgen die het kabinet heeft ten aanzien van de toepassing van arbitraire detentie. Het kabinet acht het gebruik van administratieve detentie door Israël, alsook de duur en schaal hiervan, zorgwekkend en onderstreept in gesprekken met de Israëlische autoriteiten het belang van een eerlijke rechtsgang. Op basis van het humanitair oorlogsrecht is detentie om dwingende veiligheidsredenen, zonder dat dit samenhangt met een strafrechtelijk proces, geoorloofd als een uitzonderlijke maatregel. Een dergelijke detentie dient conform internationaalrechtelijke waarborgen en zonder willekeur te worden uitgevoerd. Ook gelden er internationale waarborgen die stellen dat de reden voor arrestatie gecommuniceerd moet worden. Dit draagt Nederland actief uit richting Israël.
3

Vraag

Bent u op de hoogte van de bevindingen van de VN-werkgroep inzake willekeurige detentie dat de gevangenhouding van dr. Abu Safiya in strijd is met internationale mensenrechtenverdragen zoals het Internationale Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten, alsmede hun oproep hem onmiddellijk vrij te laten? Zo ja, welke consequenties verbindt u hieraan?

Antwoord

Zie antwoord vraag 2.

Zie antwoord op vraag 2

4

Vraag

Deelt u de opvatting dat het langdurig vasthouden van een persoon zonder aanklacht, zonder regulier strafproces en op grond van geheim bewijs dat niet door de verdediging kan worden betwist, fundamenteel in strijd is met het recht op vrijheid en een eerlijk proces? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Zie antwoord vraag 2.

Zie antwoord op vraag 2

5

Vraag

Deelt u de oproep van VN-experts en Amnesty International dat dr. Abu Safiya onmiddellijk moet worden vrijgelaten? Zo nee, welke concrete feiten rechtvaardigen volgens u zijn voortdurende detentie zonder aanklacht of proces?

Antwoord

Zie antwoord vraag 2.

Zie antwoord op vraag 2

6

Vraag

Hoe beoordeelt u de verklaring van zijn advocaat Nasser Odeh dat dr. Abu Safiya nauwelijks herkenbaar is als gevolg van ernstige verwondingen en ernstig gewichtsverlies, dat hij zich nu sinds een maand in eenzame opsluiting bevindt en dat hij tegen zijn advocaat heeft verklaard dat hij naar de Rakefet ondergrondse gevangenis is overgebracht om te worden vermoord?

Antwoord

Dit zijn zorgelijke berichten en beelden. Het kabinet onderstreept dat het menslievend behandelen van gevangenen een van de basisregels van het humanitair oorlogsrecht is, en dat daarnaast ook op basis van de mensenrechten, onder andere op basis van artikel 7 IVBPR, niemand mag worden onderworpen aan folteringen, of aan wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing.
7

Vraag

Hoe verhoudt de behandeling van dr. Abu Safiya zich tot de verplichtingen van Israël onder de Vierde Conventie van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd en het absolute verbod op foltering?

Antwoord

Zie antwoord vraag 6.

Zie antwoord op vraag 6

8

Vraag

Deelt u de opvatting dat de arrestatie van medisch personeel tijdens de uitoefening van hun taken een ernstige schending vormt van het internationaal humanitair recht? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Volgens het humanitair oorlogsrecht moet geneeskundig personeel onder alle omstandigheden worden ontzien en beschermd, tenzij deze buiten hun humanitaire taak voor de vijand schadelijke handelingen verricht.
9

Vraag

Heeft de Nederlandse regering sinds de arrestatie van dr. Abu Safiya op 27 december 2024 bij de Israëlische autoriteiten geïnformeerd naar zijn verblijfplaats, gezondheidstoestand, detentieomstandigheden en juridische status? Zo ja, wanneer, op welk niveau en met welk resultaat? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Het kabinet brengt zorgen op het gebied arbitraire detentie, de detentieomstandigheden zelf, en het gebrek aan toegang tot gevangenen, met regelmaat op bij de Israëlische autoriteiten. De Nederlandse Mensenrechtenambassadeur heeft o.a. deze zorgen bij Israël opgebracht tijdens zijn bezoek aan Israël en de Palestijnse Gebieden afgelopen november. Daarnaast heeft de Europese Unie Israël recentelijk aangesproken op de zaak van dr. Abu Safiya. Middels een lokale verklaring met gelijkgestemde landen heeft Nederland eveneens aandacht voor zijn casus gevraagd en Israël opgeroepen alle gedetineerden te behandelen in lijn met diens verplichtingen onder het internationaal recht.
10

Vraag

Bent u bereid de Israëlische ambassadeur met spoed te ontbieden en te eisen dat dr. Abu Safiya onmiddellijk toegang krijgt tot onafhankelijke artsen, zijn advocaten, zijn familie en het Internationale Comité van het Rode Kruis?

Antwoord

Zie antwoord vraag 9.

Zie antwoord op vraag 9

11

Vraag

Bent u bereid van Israël te verlangen dat een onafhankelijk medisch onderzoek plaatsvindt, waarvan de bevindingen aan zijn familie en juridische vertegenwoordigers worden verstrekt, en dat hij onmiddellijk wordt overgebracht naar een geschikte medische instelling wanneer zijn gezondheidstoestand dat vereist?

Antwoord

Het kabinet verlangt dat eenieder de juiste medische hulp ontvangt, zie ook het antwoord op vragen 6 en 7. In de lokale verklaring met gelijkgestemden roept Nederland Israël ook op alle gedetineerden te behandelen in lijn met diens verplichtingen onder het internationaal recht.
12

Vraag

Bent u bereid om bij de Israëlische regering, bilateraal dan wel in EU-verband, aan te dringen op de onmiddellijke vrijlating van dr. Abu Safiya, op toegang tot adequate medische zorg en juridische bijstand voor alle Palestijnse gedetineerden, en op onafhankelijk onderzoek naar de omstandigheden van zijn detentie?

Antwoord

Zie antwoord vraag 9.

Zie antwoord op vraag 9

13

Vraag

Deelt u de zorg dat de arrestatie en behandeling van dr. Abu Safiya onderdeel vormen van een breder patroon van aanvallen op de Palestijnse gezondheidszorg en de detentie van Palestijnse artsen en andere zorgverleners? Hoe beoordeelt u in dit verband de berichtgeving dat minstens veertien artsen uit Gaza al langer dan een jaar zonder aanklacht door Israël worden vastgehouden?

Antwoord

Het kabinet ziet inderdaad dat er herhaaldelijk sprake is van beperking van handelen van medisch en humanitair personeel, in Gaza en wereldwijd. Het kabinet maakt zich hier ernstig zorgen over. Zie ook de antwoorden op vragen 2 t/m 8.
14

Vraag

Bent u bereid bij Israël een volledige lijst op te vragen van alle uit Gaza gevangengenomen Palestijnse zorgverleners, met vermelding van hun verblijfplaats, juridische status, gezondheidstoestand, toegang tot advocaten en medische zorg en eventuele tegen hen ingediende aanklachten?

Antwoord

Het monitoren en documenteren van behandeling en detentieomstandigheden van gedetineerden valt binnen het mandaat van het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRC). Nederland zet zich daarom consequent in voor de toegang van het ICRC tot Palestijnen in Israëlische detentiefaciliteiten.
15

Vraag

Welke consequenties verbindt u eraan wanneer Israël geloofwaardige beschuldigingen van foltering en mishandeling niet onafhankelijk laat onderzoeken en de verantwoordelijken niet vervolgt? Bent u bereid in dat geval te pleiten voor gerichte sancties tegen verantwoordelijke Israëlische functionarissen en leidinggevenden binnen het gevangeniswezen?

Antwoord

Zoals u stelt is het aan het land zelf onderzoek te doen naar vermeende schendingen van het internationaal recht. Het kabinet constateert eveneens dat Israël tekort schiet in het doen van onderzoek hiernaar. Dit onderstreept het belang van de lopende onderzoeken en processen via bestaande internationale organisaties en onderzoeksmechanismen naar de situatie in Israël en de Palestijnse Gebieden, waaronder het onderzoek van het Internationaal Strafhof en het werk van de Commission of Inquiry. Zie ook het antwoord op vraag 19.
16

Vraag

Deelt u de opvatting dat Nederland geen militaire, veiligheids- of andere samenwerking mag onderhouden met Israëlische diensten of instellingen die betrokken zijn bij willekeurige detentie, foltering of andere ernstige mensenrechtenschendingen? Bent u bereid de bestaande samenwerking hierop met spoed door te lichten?

Antwoord

Bilaterale samenwerking die Nederland aangaat met Israëlische partijen vindt plaats binnen het kader van het (inter)nationaal recht. Het kabinet beoordeelt de samenwerking op verschillende terreinen ook binnen dit kader.
17

Vraag

Bent u bekend met het antwoord van uw voorganger Van Weel dat het kabinet zich al geruime tijd zorgen over de situatie rondom de detentie van Palestijnen in Israëlische detentiefaciliteiten en dat het kabinet de zorgen deelt die door het VN-Comité tegen foltering zijn gepresenteerd in hun concluding observations on the sixth periodic report of Israël van 22 december 2025. Welke stappen heeft het kabinet nadien richting Israël ondernomen?

Antwoord

Zie antwoord vraag 9.

Zie antwoord op vraag 9

18

Vraag

Nederland heeft samen met Canada Syrië voor het Internationaal Gerechtshof gedaagd wegens schending van het VN-Verdrag tegen Foltering. Welke juridische of feitelijke reden bestaat er om ernstige en structurele meldingen van foltering van Palestijnse gevangenen door Israël niet met een vergelijkbare mate van urgentie, consequentie en bereidheid tot internationale aansprakelijkstelling te behandelen? Welke uitvoering hebben jullie aan de aangenomen motie Teunissen over 'onderzoeken welke juridische stappen Nederland kan zetten opdat Israël het Verdrag tegen foltering van de Verenigde Naties naleeft'?

Antwoord

Zoals uw Kamer onder meer is medegedeeld in het verslag van de Europese Raad van 18 december 2025, kan geen van de verdragspartijen stappen zetten die leiden tot een bindende uitspraak van een internationaal hof of tribunaal over de naleving door Israël van het Antifolteringverdrag. Het verschil tussen Syrië en Israël is in dit geval dat Israël een voorbehoud heeft gemaakt bij de geschillenbeslechtingsclausule van artikel 30 van het Antifolterverdrag. Als gevolg daarvan bestaat geen mogelijkheid tot bindende geschillenbeslechting met Israël over de naleving van dit verdrag. Dit neemt niet weg dat het kabinet bij Israël consequent wijst op naleving van het internationaal recht, waaronder het Antifolteringverdrag.
19

Vraag

Welke mogelijkheden ziet u om onafhankelijk internationaal onderzoek naar de arrestatie, detentie en behandeling van dr. Abu Safiya te ondersteunen, onder meer door VN-mechanismen, het Internationaal Strafhof en Palestijnse en Israëlische mensenrechtenorganisaties?

Antwoord

Gedegen en onafhankelijk onderzoek is nodig om feiten te verzamelen en schendingen van internationaal recht vast te kunnen stellen. Onder andere middels Nederlandse financiering aan het kantoor van de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten (OHCHR), in het bijzonder de Human rights Inquires Branch, ontvangen onafhankelijke onderzoeksmechanismen van de VN zoals de Commission of Inquiry ondersteuning bij de uitvoering van hun onderzoek. Nederland steunt daarnaast in 2026 het landenkantoor van het OHCHR in de Palestijnse Gebieden met iets meer dan EUR 2 miljoen. De afgelopen paar jaren heeft Nederland een extra vrijwillige bijdrage aan het Internationaal Strafhof gedaan van in totaal EUR 6 miljoen, voor de versterking van de algehele onderzoekscapaciteit van het Hof. In verband met de onafhankelijkheid van het Strafhof is het niet mogelijk vrijwillige bijdragen te oormerken voor specifieke onderzoeken. Ten slotte steunt Nederland verschillende Israëlische en Palestijnse organisaties die bijdragen aan het verzamelen van feiten ten aanzien van vermeende schendingen van het internationaal recht.
20

Vraag

Bent u bereid Israël te verzoeken al het bewijsmateriaal veilig te stellen dat betrekking heeft op de detentie en behandeling van dr. Abu Safiya, waaronder medische dossiers, camerabeelden, registraties van overplaatsingen en namen van betrokken functionarissen en bewakers?

Antwoord

Het kabinet roept Israël consequent op onderzoek te doen naar vermeende schendingen van het internationaal recht. Het veiligstellen van bewijsmateriaal is relevant voor het doen van onderzoek. Zie ook het antwoord op vraag 19.
21

Vraag

Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?

Antwoord

Vragen en antwoorden met eenzelfde strekking zijn gecombineerd.