Terug
Beantwoord Schriftelijke vragen 2026Z16140

Het bericht dat Defensie scherfvesten wil afnemen van Chinees-Israëlische makelij

Beantwoord door

Derk Boswijkstaatssecretaris van DefensieHeleen Herbertminister van Economische Zaken en Klimaat
Ingediend · 13 juli 2026Beantwoord · 21 september 202670 dagen

Vragen en antwoorden

19 vragen

Origineel
1

Vraag

Klopt het dat Defensie binnen een bestaande raamovereenkomst met een Israëlisch bedrijf beschermende scherfvesten wil afnemen waarin Chinese vezels zijn verwerkt?

Antwoord

Nee dat klopt niet. Op 4 juni 2015 is uw Kamer met de D-brief van het project 'Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (VOSS)' (Kamerstuk 34 000-X, nr. 98) geïnformeerd over de uitkomst van de verwervingsvoorbereidingsfase en het voornemen om met de Israëlische firma Elbit een contract te sluiten voor de levering van het smart vest, met hierin ballistische platen. In juni 2024 heeft Defensie een instandhoudingsovereenkomst getekend met deze leverancier met een looptijd van drie jaar. Binnen deze overeenkomst kan Defensie elk jaar ballistische beschermingsmiddelen afroepen voor de opbouw van haar voorraden. Defensie heeft momenteel nog geen keuze gemaakt over de afname van extra scherfvesten, maar wacht een nieuw voorstel van Elbit af. In de huidige scherfvesten zijn Nederlandse supervezels verwerkt. Het voorstel van Elbit om Chinese supervezels te gebruiken is van de hand gewezen. Ook bij een toekomstige aanschaf voor de vervanging van de huidige vesten wil Defensie dat Europese of Nederlandse supervezels worden gebruikt. Zodra hierover meer duidelijkheid is, wordt uw Kamer hierover geïnformeerd. Defensie doet geen uitspraak over de verdere details uit lopende gesprekken met haar leveranciers en de specifieke gelden die met deze aanschaf zijn gemoeid. Hiermee beschermen we onze onderhandelingspositie en de commerciële belangen van de leverancier.
2

Vraag

Hoe verhoudt deze keuze zich tot het voornemen uit de actieagenda 'productie- en leveringszekerheid munitie en Defensiematerieel' van juni 2024, dat het mantra beste product, voor de beste prijs losgelaten wordt en dat de factor tijd en herkomst van het product - bij voorkeur Europees of Nederlands - zwaarder gaan meewegen?

Antwoord

Het is een keuze van de hoofdleverancier bij welke sub-leverancier opdrachten worden uitgezet. Defensie controleert - naast de kwaliteitskeuring - of de gekozen sub-leverancier aan de contractueel overeengekomen voorwaarden voldoet en kan in voorkomend geval een voorkeur uitspreken over te contracteren sub-leveranciers door de hoofdaannemer. Defensie heeft momenteel nog geen keuze gemaakt over de afname van extra scherfvesten, maar wacht een nieuw voorstel van Elbit af. Hierbij is het uitgangspunt zijn dat gebruik wordt gemaakt van Europese supervezels, tenzij hiervoor juridische belemmeringen zijn of er operationele redenen zijn om hiervan af te zien, waaronder onterechte prijsopdrijving door bedrijven die hier misbruik van maken. Zodra hierover meer duidelijkheid is, wordt uw Kamer hierover geïnformeerd. Het voor deze vraag relevante contract is getekend in juni 2024. In april 2025 lanceerden Defensie en EZK de DSII, binnen deze strategie is smart materials een van de vijf focusgebieden. Defensie ziet noodzaak om controle te kunnen uitoefenen op herkomst en productielocatie van supervezels. In de Kamerbrief Defensie actieplan Nederlandse heb ik uw Kamer geïnformeerd over de gekozen beleidslijn: "Defensie heeft, in goede afstemming met de ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Buitenlandse Zaken, Europese herkomsteisen voor supervezels geformuleerd die worden ingezet bij aanbestedingen (of bij lopende contracten) voor militaire producten waar supervezels in verwerkt zijn. Uitgangspunt is gebruik te maken van Nederlandse of Europese leveranciers, tenzij hiervoor juridische belemmeringen zijn of er operationele redenen zijn om hiervan af te zien, waaronder onterechte prijsopdrijving door bedrijven die hier misbruik van maken."
3

Vraag

Hoe beoordeelt u de keuze voor Chinese sterke vezels in het licht van het rapport 'Chemie en materialen voor Defensie', dat u onlangs met de Kamer heeft gedeeld?

Antwoord

In de huidige scherfvesten die aan Defensie zijn geleverd zijn Nederlandse supervezels verwerkt. Verder wordt in de Kamerbrief 'Kabinetsaanpak chemie en materialen voor Defensie' het actieplan ter bescherming van de Nederlandse supervezelsindustrie benoemd. In de Kamerbrief Defensie actieplan Nederlandse supervezelindustrie heb ik uw Kamer geïnformeerd over de gekozen beleidslijn: "Defensie heeft, in goede afstemming met de ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Buitenlandse Zaken, Europese herkomsteisen voor supervezels geformuleerd die worden ingezet bij aanbestedingen (of bij lopende contracten) voor militaire producten waar supervezels in verwerkt zijn. Uitgangspunt is gebruik te maken van Nederlandse of Europese leveranciers, tenzij hiervoor juridische belemmeringen zijn of er operationele redenen zijn om hiervan af te zien, waaronder onterechte prijsopdrijving door bedrijven die hier misbruik van maken."
4

Vraag

Wat is de totale looptijd van de genoemde raamovereenkomst met de Israëlische leverancier, op welke datum is deze ingegaan en wanneer loopt deze af? Welke verlengingsopties bevat de raamovereenkomst en onder welke voorwaarden kan Defensie daarvan gebruikmaken?

Antwoord

De raamovereenkomst voor de initiële levering van het smart vest is in 2015 getekend. In 2024 heeft Defensie een instandhoudingscontract getekend met de leverancier met een looptijd van drie jaar, dan eindigt het contract maar bestaat de mogelijkheid om het contract twee keer met twee jaar te verlengen. De raamovereenkomst geeft ruimte aan de leverancier om gedurende de looptijd voorstellen te doen om artikelen te verbeteren en door te ontwikkelen.
5

Vraag

Welke juridische mogelijkheden heeft u om deze raamovereenkomst tussentijds te beëindigen, op te schorten of aan te passen wanneer sprake is van nieuwe strategische risico's, zoals afhankelijkheid van Chinese materialen of onderdelen?

Antwoord

Deze overeenkomst loopt binnen een jaar af met de mogelijkheid om het contract twee keer met twee jaar te verlengen. Het voortijdig opzeggen van de raamovereenkomst zou betekenen dat Defensie niet tijdig kan beschikken over de benodigde scherfvesten om de juiste ballistische bescherming te bieden aan haar militairen en de groei van de krijgsmacht te faciliteren.
6

Vraag

Bevat de raamovereenkomst bepalingen over de herkomst van kritieke materialen, ketentransparantie, leveringszekerheid en uitsluiting van leveranciers of grondstoffen uit risicolanden zoals China? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

In dit raamcontract was het gebruikmaken van een toeleverancier uit China niet uitgesloten. Defensie heeft momenteel nog geen keuze gemaakt over de afname van extra scherfvesten. Bij een toekomstige aanschaf voor de vervanging van de huidige vesten waar Nederlandse supervezels in verwerkt zijn, wil Defensie dat Europese supervezels worden gebruikt (in lijn met de doelstellingen van de DSII en de Kamerbrief Defensie actieplan Nederlandse supervezelindustrie). Defensie heeft het voorstel van Elbit tot gebruik van Chinese supervezels van de hand gewezen en wacht een nieuw voorstel van Elbit af. Zodra hierover meer duidelijkheid is, wordt uw Kamer hierover geïnformeerd. Strategische autonomie is daarbij het uitgangspunt.
7

Vraag

Is het gebruik van Chinese vezels door de leverancier vooraf aan u gemeld en door u goedgekeurd? Op welk moment bent u hiervan op de hoogte gesteld?

Antwoord

Ja, het voorgenomen gebruik van Chinese vezels – in plaats van de huidige Nederlandse supervezels - in een nog af te nemen hoeveelheid scherfwerende vesten is gemeld. Zoals toegelicht is Defensie in gesprek met Elbit over de herkomst van de door Elbit gebruikte supervezels. Gelet op de Europese herkomsteisen die Defensie samen met de ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Buitenlandse Zaken heeft geformuleerd, wil Defensie dat Europese supervezels worden gebruikt (in lijn met de doelstellingen van de DSII en de Kamerbrief Defensie actieplan Nederlandse supervezelindustrie).
8

Vraag

Herkent u de uitspraak van de Stichting Nederlandse industrie voor defensie en veiligheid (NIDV) dat Nederland juist op dit soort materialen over topbedrijven beschikt?

Antwoord

Ja. In april 2025 lanceerden Defensie en EZK de DSII, binnen deze strategie is smart materials een van de vijf focusgebieden. Mede vanwege de wens van dit kabinet om Nederland autonomer te maken en ook de Nederlandse defensie-industrie te stimuleren werkt Defensie de implementatie van deze strategie op dit moment nader uit. Daarbij onderzoekt Defensie ook hoe om te gaan met lopende contracten en hoe de betrokkenheid van de Nederlandse en Europese industrie beter kan worden geborgd.
9

Vraag

Zijn de Nederlandse en Europese partijen die de vesten, platen en daarvoor benodigde sterke vezels kunnen leveren benaderd door Defensie om ook mee te dingen naar deze opdracht? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Deze specifieke raamovereenkomst betreft de levering van onderdelen van het bestaande scherfwerende vest. Het gaat hier om een voorstel van de leverancier binnen de bepalingen van de lopende raamovereenkomst. Er heeft daarom geen nieuwe besluitvorming plaatsgevonden en er zijn geen andere partijen benaderd voor een nieuwe opdracht. Defensie onderwerpt het product wel aan nieuwe certificeringsproeven om zeker te stellen dat de kwaliteit van de platen aan de gestelde eisen voldoet. In de oorspronkelijke aanbesteding hebben ook Nederlandse en Europese partijen een offerte ingediend. Op 4 juni 2015 is uw Kamer met de D-brief van het project 'Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (VOSS)' geïnformeerd over de uitkomst van de verwervingsvoorbereidingsfase en het voornemen om met de firma Elbit een contract te sluiten (Kamerstuk 34 000-X, nr. 98).
10

Vraag

Als deze Nederlandse en Europese partijen niet benaderd zijn, hoe weet u dan dat zij voor de beste oplossing hebben gekozen?

Antwoord

Zie antwoord vraag 9.

Zie antwoord op vraag 9

11

Vraag

Is het binnen dit project mogelijk om alsnog te kiezen voor vesten en platen van Nederlandse of Europese makelij, met sterke vezels uit Nederland? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid de afname van deze beschermende scherfvesten op te schorten totdat duidelijk is welke Nederlandse of Europese alternatieven beschikbaar zijn en welke risico's kleven aan het gebruik van Chinese vezels?

Antwoord

Defensie is niet bereid om de afname binnen de huidige raamovereenkomst op te schorten, maar is in gesprek met Elbit. Daarbij wordt ook gesproken over de herkomst van de door Elbit gebruikte supervezels. Defensie heeft het voorstel van Elbit tot gebruik van Chinese supervezels van de hand gewezen. Opschorten betekent dat Defensie niet tijdig beschikking heeft over de benodigde scherfvesten om de juiste ballistische bescherming te bieden aan haar militairen en de groei van de krijgsmacht te faciliteren.
12

Vraag

Hoe voorkomt het kabinet in het algemeen dat Nederland voor essentiële defensiematerialen afhankelijk wordt van productielocaties buiten Europa?

Antwoord

Het zekerstellen van leveringszekerheid en waar mogelijk voorkomen en verminderen van ongewenste strategische afhankelijkheden is een belangrijke prioriteit voor het kabinet, omdat deze afhankelijkheid een negatieve impact kan hebben op het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht. Daarom werken Defensie en EZK met de DSII aan de versterking van de NLDTIB. In het Nationaal Programma Defensie-Industrie en Innovatie wordt deze strategie verder geconcretiseerd en uitgevoerd. In de Kamerbrief Defensie actieplan Nederlandse supervezelindustrie heb ik uw Kamer geïnformeerd over de gekozen beleidslijn: "Defensie heeft, in goede afstemming met de ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Buitenlandse Zaken, Europese herkomsteisen voor supervezels geformuleerd die worden ingezet bij aanbestedingen (of bij lopende contracten) voor militaire producten waar supervezels in verwerkt zijn. Uitgangspunt is gebruik te maken van Nederlandse of Europese leveranciers, tenzij hiervoor juridische belemmeringen zijn of er operationele redenen zijn om hiervan af te zien, waaronder onterechte prijsopdrijving door bedrijven die hier misbruik van maken."
13

Vraag

Hoe wordt bij grote defensieorders geborgd dat Nederlandse bedrijven kunnen deelnemen aan de toeleveringsketen en dat kennis, innovatie en werkgelegenheid in Nederland behouden blijven?

Antwoord

Bij grote defensieorders kijken Defensie en Economische Zaken in een vroeg stadium naar de mogelijkheden voor deelname van de Nederlandse defensie-industrie, onder meer door marktconsultatie, industriële samenwerking en het betrekken van Nederlandse bedrijven in de toeleveringsketen. Het Industriële Participatiebeleid zorgt ervoor dat, indien we genoodzaakt zijn in het buitenland aan te schaffen, bijvoorbeeld omdat we de betreffende industrie zelf niet in huis hebben, de Nederlandse defensie-industrie en kennisinstituten toch betrokken worden bij de ontwikkeling, productie en instandhouding van deze defensieorders. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar directe levering, maar ook naar de bijdrage aan kennisontwikkeling, innovatie, onderhoud, productiecapaciteit en werkgelegenheid in Nederland. Het kabinet zet zich er daarnaast voor in dat Nederlandse bedrijven kunnen aansluiten bij internationale en Europese defensieprogramma's, zodat de Nederlandse industriële basis wordt versterkt en de strategische autonomie van Nederland en Europa wordt vergroot.
14

Vraag

Is het kabinet van mening dat de huidige aanbestedingsregels voldoende ruimte bieden om bij defensie-inkopen de strategische autonomie van Nederland en Europa mee te wegen?

Antwoord

Zie antwoord vraag 17.

Zie antwoord op vraag 17

15

Vraag

Welke mogelijkheden benut u nu al om bij aanbestedingen leveringszekerheid, strategische autonomie en behoud van kritieke productiecapaciteit als gunningscriterium mee te wegen?

Antwoord

Zie antwoord vraag 17.

Zie antwoord op vraag 17

16

Vraag

Is het kabinet bereid te onderzoeken hoe bij defensie-aanbestedingen meer gewicht kan worden toegekend aan productie, onderhoud en innovatie in Nederland of Europa, binnen de geldende Europese regelgeving?

Antwoord

Ja. Het Nationaal Programma Defensie Industrie & Innovatie zal hier verder invulling aan geven, in lijn met de gekozen focusgebieden in de Defensie Strategie voor Industrie & Innovatie, en conform de ambities uit het coalitieakkoord om 50% in Nederland en Europa aan te besteden. Zoals toegelicht, heb ik in de Kamerbrief Defensie actieplan Nederlandse supervezelindustrie uw Kamer in dat verband geïnformeerd over de gekozen beleidslijn: "Defensie heeft, in goede afstemming met de ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Buitenlandse Zaken, Europese herkomsteisen voor supervezels geformuleerd die worden ingezet bij aanbestedingen (of bij lopende contracten) voor militaire producten waar supervezels in verwerkt zijn. Uitgangspunt is gebruik te maken van Nederlandse of Europese leveranciers, tenzij hiervoor juridische belemmeringen zijn of er operationele redenen zijn om hiervan af te zien, waaronder onterechte prijsopdrijving door bedrijven die hier misbruik van maken."
17

Vraag

Is het kabinet bereid zich in Europees verband in te zetten voor aanpassing van de aanbestedingsregels, zodat lidstaten bij defensie-inkopen meer ruimte krijgen om strategische economische belangen en leveringszekerheid mee te wegen?

Antwoord

Het kabinet zet zich in Europees verband in voor aanpassing van de aanbestedingsregels op defensie- en veiligheidsgebied, zoals aangegeven in de updates over versnellen van het inkoopproces en zoals recent verzocht met de motie van lid Peter de Groot (VVD). Binnen de huidige (aanbestedings-)regelgeving laat Defensie bij de aanschaf van materieel, naast kwaliteit, prijs, levertijd ook strategische autonomie en leveringszekerheid van het materieel in toenemende mate meewegen. In de Kamerbrief Defensie actieplan Nederlandse supervezelindustrie heb ik uw Kamer geïnformeerd over de gekozen beleidslijn: "Defensie heeft, in goede afstemming met de ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Buitenlandse Zaken, Europese herkomsteisen voor supervezels geformuleerd die worden ingezet bij aanbestedingen (of bij lopende contracten) voor militaire producten waar supervezels in verwerkt zijn. Uitgangspunt is gebruik te maken van Nederlandse of Europese leveranciers, tenzij hiervoor juridische belemmeringen zijn er operationele redenen zijn om hiervan af te zien, waaronder onterechte prijsopdrijving door bedrijven die hier misbruik van maken."
18

Vraag

In hoeverre biedt de Industrial Accelerator Act ruimte voor bescherming en versterking van de binnenlandse defensie-industrie?

Antwoord

Het Commissievoorstel voor de Industrial Accelerator Act (IAA) bevat geen directe maatregelen voor de defensie-industrie, omdat dit voorstel primair is gericht op het versterken van de Europese industriële capaciteit in strategische (civiele) sectoren, zoals energie-intensieve industrieën, net-zero technologieën en de automotive sector. Het voorstel voor de IAA bevat wel verschillende instrumenten die industrie kunnen versterken, zoals de mogelijkheid om een Europees voorkeursprincipe toe te passen bij overheidsaanbestedingen en subsidieregelingen, strengere voorwaarden voor grote buitenlandse investeringen en versnelde vergunningprocedures, in overeenstemming met de internationale verplichtingen van de EU. Hoewel deze maatregelen niet specifiek op defensie industrie zijn gericht, versterken zij wel de Europese industriële basis en kunnen zij ook de productiecapaciteit van bedrijven vergroten die zowel civiele als militaire producten ontwikkelen (dual-use industrie). Daardoor kan ook de defensiesector indirect profiteren. De ruimte om specifiek de binnenlandse industrie te beschermen blijft echter beperkt, omdat de IAA is gericht op versterking van de Europese industriële basis als geheel, en niet nationaal gericht is.
19

Vraag

Kunt u aangeven welke kansen u ziet om defensie-investeringen sterker te benutten voor de versterking van de Nederlandse maakindustrie en technologische kennisbasis?

Antwoord

De Nederlandse en Europese defensie-industrie en kennisbasis is cruciaal voor het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht. Zonder een sterke industriële basis kan Defensie niet tijdig beschikken over voldoende materiaal en onderhoudscapaciteit in een Hoofdtaak 1 scenario. Bovendien is een technologische voorsprong nodig om de tegenstander een stap voor te blijven. Daarom wil het kabinet ten minste 50% van het Defensiematerieel inkopen bij de Nederlandse en Europese industrie. Om hier concreet uitvoering aan te geven, werkt het kabinet aan een Nationaal Programma Defensie Industrie en Innovatie. Dit plan van aanpak wordt in Q4 van dit jaar met uw Kamer gedeeld.