Terug
Beantwoord Schriftelijke vragen 2026Z16278

Belastingontwijking door Israëlische bedrijven via Nederland

Beantwoord door

Tom Berendsenminister van Buitenlandse ZakenEelco Eerenbergstaatssecretaris van FinanciënSjoerd Sjoerdsmaminister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Ingediend · 16 juli 2026Beantwoord · 30 september 202676 dagen

Vragen en antwoorden

11 vragen

Origineel
1

Vraag

Bent u bekend met het rapport "The Netherlands-Israël Investment Files" van SOMO?

Antwoord

Ja.
2

Vraag

Waarom denkt u dat de financiële stromen tussen Nederland en Israël zoveel groter zijn dan tussen Israël en andere Europese landen?

Antwoord

Nederland heeft een open economie en gunstig investeringsklimaat. Dit maakt, in combinatie met een uitgebreid belastingverdragennetwerk, dat de financiële stromen tussen Nederland en andere landen groot zijn.
3

Vraag

In hoeverre is Nederland volgens u aantrekkelijk voor brievenbusmaatschappijen? Hoe komt dat? Vindt u dit wenselijk?

Antwoord

De Commissie Doorstroomvennootschappen heeft geconcludeerd dat, hoewel er legitieme redenen kunnen zijn voor het opzetten van een doorstroomvennootschap, een deel van de doorstroom door Nederland fiscaal of door investeringsbescherming wordt gedreven en vanuit internationaal perspectief onwenselijk is. De Commissie Doorstroomvennootschappen benoemt ook dat de Nederlandse vennootschap een zekere populariteit geniet bij buitenlandse multinationals, bijvoorbeeld ten behoeve van een beursnotering in de Verenigde Staten. Als vennootschappen met weinig reële economische activiteiten echter worden gebruikt om fiscale voordelen te halen, vindt het kabinet dit onwenselijk. Het belang van doorstroomvennootschappen voor de werkgelegenheid en belastingopbrengsten in Nederland is namelijk beperkt, terwijl deze vennootschappen negatieve effecten kunnen hebben op de belastingopbrengsten van andere landen en daarmee op de internationale reputatie van Nederland. In voorgaande kabinetten zijn daarom veel nationale en internationale, maatregelen genomen om doorstroomvennootschappen zonder reële economische activiteiten aan te pakken. Op internationaal terrein heeft Nederland actief en constructief meegewerkt aan de afspraken die zijn gemaakt over een herziening van het internationale belastingsysteem. Daarnaast heeft Nederland onder andere via het Multilateraal Instrument (MLI) van de OESO anti-misbruikbepalingen in belastingverdragen opgenomen. Ook nationaal zijn veel maatregelen genomen. Een belangrijk voorbeeld is de bronbelasting op renten en royalty's naar laagbelastende jurisdicties die Nederland vanaf 1 januari 2021 heeft ingevoerd en die sinds 1 januari 2024 ook geldt voor dividendstromen naar laagbelastende jurisdicties. Daarnaast heeft Nederland maatregelen genomen die zorgen voor een evenwichtigere belastingheffing van multinationals, mede naar aanleiding van het rapport van de Adviescommissie belastingheffing van multinationals. Al deze maatregelen hebben de mogelijkheden voor belastingontwijking in en via Nederland aanzienlijk verminderd en bijgedragen aan een evenwichtigere belastingheffing van multinationals. Cijfers laten zien dat de genomen maatregelen effectief zijn. Het kabinet zet de strijd tegen belastingontwijking onverminderd voort.
4

Vraag

Bestaat volgens u het risico dat Israëlische wapenbedrijven via Nederland belasting ontwijken en dat Nederland zo indirect bijdraagt aan de financiering van deze bedrijven? In hoeverre vindt u het dat wenselijk?

Antwoord

Het risico op belastingontwijking is net als bij andere bedrijven niet uit te sluiten en is voor alle bedrijven onwenselijk. Belastingontwijking ondermijnt namelijk de belastingmoraal en schaadt de Nederlandse reputatie. Zoals gezegd in het antwoord op vraag 3, heeft Nederland daarom de afgelopen jaren veel maatregelen tegen belastingontwijking genomen en zal dit kabinet zich blijven inzetten om belastingontwijking te bestrijden. Tevens bevat het belastingverdrag tussen Israël en Nederland antimisbruikbepalingen in lijn met de minimumstandaard van het Base Erosion and Profit Shifting project van de OESO.
5

Vraag

Klopt het dat Nederland via een Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA)-kantoor in Tel Aviv de handel met Israël bevordert? Spreekt dat kantoor ook met Israëlische wapenbedrijven en andere bedrijven die bijdragen aan de illegale bezetting en/of aan de genocide in Gaza? Zo ja, waarom?

Antwoord

De Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) is een uitvoeringsorganisatie van de Nederlandse overheid en heeft als primaire taak het ondersteunen van buitenlandse bedrijven die activiteiten in Nederland willen opzetten of uitbreiden. Waar dit Israëlische bedrijven betreft, opereert de Nederlandse ambassade in Tel Aviv, en daarmee ook het NFIA kantoor Israël, in lijn met het beleid van de Nederlandse overheid ten aanzien van de economische betrekkingen met Israël en Israëlische bedrijven. Enkel bedrijven die gevestigd zijn binnen de grenzen van 1967 en die geen activiteiten ontplooien die direct bijdragen aan nederzettingen, komen in aanmerking voor NFIA's reguliere dienstverlening.
6

Vraag

Is het een doelstelling van de NFIA dat deze bedrijven zich in Nederland vestigen dan wel in Nederland actief worden? Zo ja, waarom?

Antwoord

De NFIA richt zich op het aantrekken en behouden van buitenlandse bedrijven die Nederlandse ecosystemen versterken en daarmee bijdragen aan het duurzaam verdienvermogen van Nederland. Deze doelstelling is ook van toepassing op de activiteiten in Israël zolang deze binnen het Nederlandse beleid passen. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 5.
7

Vraag

Klopt het dat het Internationaal Gerechtshof (IGH) in zijn Advisory Opinion van 19 juli 2024 heeft uitgesproken dat derde landen zouden moeten afzien van economische of handelsrelaties met Israël die de illegale bezetting kunnen verstevigen?

Antwoord

In het advies van het Internationaal Gerechtshof (IGH) van 19 juli 2024 wijst het Hof onder meer op de verplichting van VN-lidstaten om maatregelen te nemen om handels- of investeringsrelaties te voorkomen die bijdragen aan het in stand houden van de onrechtmatige situatie die door Israël in het bezette Palestijnse gebied is gecreëerd.
8

Vraag

Op welke manier verhoudt het bevorderen van economische betrekkingen met Israëlische wapenbedrijven en andere bedrijven die bijdragen aan de illegale bezetting en/of aan de genocide in Gaza door de NFIA zich tot de uitspraak van het IGH?

Antwoord

Het kabinet handelt in lijn met zijn internationaalrechtelijke verplichtingen ten aanzien van de situatie in de bezette Palestijnse gebieden, inclusief Gaza. Het advies van het Internationaal Gerechtshof rechtvaardigt de instandhouding van het Nederlandse beleid. De NFIA verleent, conform het ontmoedigingsbeleid, geen diensten aan bedrijven waar het gaat om activiteiten die zij ontplooien in of ten behoeve van Israëlische nederzettingen in bezet gebied. Aanvullend verwacht het kabinet van bedrijven dat zij hun verantwoordelijkheid nemen door te opereren volgens de OESO-richtlijnen en de UNGP's. Dit betekent in de kern dat bedrijven risico's voor mens en milieu in hun (gehele) waardeketen in kaart brengen en waar nodig aanpakken. Wanneer bedrijven deze internationale kaders niet onderschrijven kunnen zij geen gebruik maken van het handelsinstrumentarium van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Sinds het uitbreken van de oorlog heeft het kabinet zich naar vermogen ingezet om de situatie in de Gazastrook te verbeteren en Israël opgeroepen zich aan het humanitair oorlogsrecht te houden. Deze inzet loopt langs verschillende sporen: diplomatiek, humanitair, veiligheid en bestrijding van straffeloosheid.
9

Vraag

Op welke manier verhoudt het juridisch faciliteren van Nederlands fiscaal en financieel advies door Nederlandse belastingadviseurs en trustkantoren aan Israëlische wapenbedrijven en andere bedrijven die bijdragen aan de illegale bezetting en/of aan de genocide in Gaza, zich tot de uitspraak van het IGH?

Antwoord

In het IGH advies van 19 juli 2024 wijst het Hof onder meer op de verplichting van VN-lidstaten om maatregelen te nemen om handels- of investeringsrelaties te voorkomen die bijdragen aan het in stand houden van de onrechtmatige situatie die door Israël in het bezette Palestijnse gebied is gecreëerd. Nederland handelt in overeenstemming met deze verplichting en geeft door middel van verschillende maatregelen, zoals het ontmoedigingsbeleid en nationale maatregelen om goederen uit onrechtmatige Israëlische nederzettingen te weren van de Nederlandse markt, (nadere) invulling aan deze verplichting. Het is uiteindelijk de verantwoordelijkheid van Nederlandse private partijen zelf om beslissingen te maken binnen de kaders van de wet. Zie ook het antwoord op vraag 8.
10

Vraag

Klopt het dat het voor Nederlandse belastingadviseurs en trustkantoren verboden is om diensten te verstrekken aan Russische bedrijven?

Antwoord

De Europese sancties tegen Rusland bevatten verschillende maatregelen die belastingadviseurs en trustkantoren raken. De sancties bevatten een verbod op het verstrekken van diensten op het gebied van accountancy en audit (onder andere wettelijke controle, boekhouding, belastingadvies) aan in Rusland gevestigde bedrijven. Daarnaast is er een verbod op een groot aantal trustdiensten aan in Rusland gevestigde bedrijven. In algemene zin geldt verder dat het verboden is om zaken te doen met gesanctioneerde (Russische) bedrijven en/of personen. Dat verbod geldt dus ook voor belastingadviseurs en trustkantoren. Voor beide verboden kunnen zeer beperkte uitzonderingen- of ontheffingsgronden bestaan waardoor het in een beperkt aantal gevallen mogelijk is deze diensten toch te verstrekken. Naast deze Europese sanctiemaatregelen bevat de Wet toezicht trustkantoren 2018 een nationaal verbod voor trustkantoren om trustdiensten te verlenen aan bedrijven, cliënten, doelvennootschappen en uiteindelijk belanghebbenden die woonachtend, gevestigd zijn of hun zetel hebben in Rusland.
11

Vraag

Bent u bereid om, in navolging van de Ruslandsancties, te pleiten voor een Europees verbod op fiscale en financiële dienstverlening aan Israëlische wapenbedrijven en andere bedrijven die bijdragen aan de illegale bezetting en/of aan de genocide in Gaza?

Antwoord

Er bestaat momenteel geen Europees sanctieregime op grond waarvan het verlenen van fiscale en financiële diensten aan Israëlische bedrijven in de defensiesector in algemene zin verboden kan worden; ook niet binnen het bestaande EU-mensenrechtensanctieregime. Voor een dergelijk algemeen verbod, zou een nieuw (EU-)sanctieregime moeten worden aangenomen. Dit betreft een verstrekkende maatregel waar momenteel in de EU geen draagvlak voor is. Het kabinet blijft in het licht van de situatie in Gaza en de Westelijke Jordaanoever pleiten voor maatregelen die de Europese Commissie heeft voorgesteld naar aanleiding van de evaluatie van de naleving door Israël van artikel 2 van het EU-Israël Associatieakkoord, en handelspolitieke maatregelen in relatie tot de onrechtmatige nederzettingen. Ook blijft het kabinet zich inzetten voor aanvullende sancties tegen gewelddadige kolonisten en hun organisaties, en tegen Hamas en Palestinian Islamic Jihad.