Terug
Beantwoord Schriftelijke vragen 2026Z16543

Het interview van Ilja Leonard Pfeijffer met Frans Timmermans

Beantwoord door

Rob Jettenminister-president
Ingediend · 28 juli 2026Beantwoord · 13 augustus 202616 dagen

Vragen en antwoorden

43 vragen

Origineel
1

Vraag

Bent u bekend met dit bericht/artikel?[1]

Antwoord

Ja.
2

Vraag

Kunt u uitleggen waarom u het in uw hoofd heeft gehaald om zo'n controversiële antisemiet te benoemen tot minister van staat? Bent u, indien u niet bereid bent deze benoeming terug te draaien, bereid de heer Timmermans in plaats daarvan een andere, bij zijn optreden passende eretitel te verlenen — bijvoorbeeld "ereminister van de antisemieten en controverses" — zodat voor het publiek duidelijk is waar het kabinet werkelijk voor kiest? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

De hoedanigheid van 'minister van staat' wordt bij hoge uitzondering verleend en slechts aan iemand die zich op hoog niveau jegens de Staat gedurende langere periode verdienstelijk heeft gemaakt. Het lijdt geen twijfel dat de heer Timmermans hieraan voldoet.
3

Vraag

Klopt het dat de heer Timmermans in dit interview letterlijk stelt: "In het Midden-Oosten wordt momenteel een heel volk uitgeroeid. We kijken ernaar en we zwijgen, terwijl de Palestijnen letterlijk in zee worden gedreven - en erger"? Kunt u bevestigen dat hij in hetzelfde interview stelt dat de regeringspartijen in Israël van mening zijn dat Israël "alleen maar kan overleven als de Palestijnen weg zijn", en dat hij deze redenering vergelijkt met de redenering van de nazi's ten aanzien van het "Arische ras"?[1]

Antwoord

De tekst van het interview is voor een ieder te lezen.
4

Vraag

Deelt u de opvatting dat het gelijkstellen van het beleid van de democratisch gekozen regering van de enige Joodse staat ter wereld aan de nazi-ideologie van de Endlösung een klassieke vorm van antisemitisme is, zoals ook wordt omschreven in de werkdefinitie van antisemitisme van de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA), die vergelijkingen tussen hedendaags Israëlisch beleid en het nationaalsocialisme expliciet als voorbeeld van antisemitisme aanmerkt? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Er geldt geen ministeriële verantwoordelijkheid voor uitspraken die ministers van staat doen en waarover zij zichzelf kunnen verantwoorden.
5

Vraag

Deelt u de opvatting dat er, anders dan de heer Timmermans stelt, in het geheel geen sprake is van genocide of uitroeiing van het Palestijnse volk, en dat het gebruik van deze term dan ook feitelijk onjuist is?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 4.

Zie antwoord op vraag 4

6

Vraag

Deelt u de opvatting dat het woord "uitgeroeid" in combinatie met een expliciete verwijzing naar de Holocaust en het "Arische ras" niet zomaar kritiek op Israëlisch beleid is, maar een vergaande relativering van de Holocaust en een vorm van Israël-demonisering, beide kernelementen van antisemitisme volgens de IHRA-definitie? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 4.

Zie antwoord op vraag 4

7

Vraag

Deelt u de opvatting dat uitspraken van een minister van staat een groter gezag en een grotere maatschappelijke uitstraling hebben dan die van een gewone burger of oud-politicus, juist omdat aan deze eretitel de aanspreekvorm "excellentie" is verbonden en de titel wordt toegekend wegens bijzondere verdiensten voor het openbaar bestuur? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 4.

Zie antwoord op vraag 4

8

Vraag

Is het kabinet, gelet op die bijzondere positie, bereid om formeel te (laten) beoordelen of de in vraag 3 t/m 6 genoemde uitspraken van de heer Timmermans zich verdragen met het aanzien van de titel minister van staat? Zo nee, waarom niet en op basis van welke afweging niet?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 2.

Zie antwoord op vraag 2

9

Vraag

Heeft u, of een van uw ambtsvoorgangers dan wel bewindspersonen, sinds het interview contact gehad met de heer Timmermans over deze uitspraken? Zo ja, wat was de uitkomst van dat contact? Zo nee, bent u daartoe alsnog bereid?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 4.

Zie antwoord op vraag 4

10

Vraag

Deelt u de constatering dat andere levende ministers van staat in hun publieke optredens doorgaans een terughoudende, beschouwende en niet-partijpolitieke toon aanhouden, gericht op staatsrechtelijke reflectie of bestuurlijke ervaring, en zich doorgaans onthouden van uitgesproken, ideologisch gekleurde stellingnames over actuele, verdelende politieke twistpunten?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 4.

Zie antwoord op vraag 4

11

Vraag

Kunt u aangeven of er in de afgelopen tien jaar precedenten zijn van een zittende minister van staat die een vergelijkbaar breed uitgesponnen, sterk gekleurd en op de actualiteit toegespitst interview heeft gegeven, met expliciete politieke stellingnames over onder meer het Midden-Oosten-conflict, Europese verkiezingen, individuele politici en partijen?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 4.

Zie antwoord op vraag 4

12

Vraag

Deelt u de opvatting dat het geven van een dergelijk interview, waarin de heer Timmermans zich niet beperkt tot reflectie of advies maar actief en scherp politiek stelling neemt — onder meer door zijn eigen opvolgers en politieke tegenstanders te typeren en partijpolitieke aanbevelingen te doen — zich moeizaam verhoudt tot de aard van de eretitel minister van staat, die immers wordt geacht boven de dagelijkse partijpolitieke strijd te staan? Zo nee, waarom niet, en kunt u dit onderbouwen met voorbeelden van vergelijkbaar optreden van andere ministers van staat?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 4.

Zie antwoord op vraag 4

13

Vraag

Bent u bekend met de uitspraak die de heer Timmermans in 2014 als minister van Buitenlandse Zaken deed in het televisieprogramma Pauw, dat er bij een slachtoffer van vlucht MH17 een zuurstofmasker over de mond was aangetroffen, met de toevoeging "die heeft dus de tijd gehad om dat te doen"?[2]

Antwoord

De aangehaalde mediaberichtgeving is openbaar. Het is verder niet aan mij om deze berichtgeving uit het verleden te recenseren.
14

Vraag

Kunt u bevestigen dat het Openbaar Ministerie destijds heeft moeten vaststellen dat deze uitspraak feitelijk onjuist was, omdat het masker bij het slachtoffer om de nek zat en niet over de mond, en dat de heer Timmermans naar aanleiding hiervan publiekelijk excuses heeft moeten aanbieden aan de nabestaanden?[2]

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 13.

Zie antwoord op vraag 13

15

Vraag

Deelt u de opvatting dat het doen van feitelijk onjuiste, emotioneel zeer beladen uitspraken over de laatste momenten van slachtoffers van een vliegramp, richting hun nabestaanden, een ernstige zaak is die zwaar dient mee te wegen bij de beoordeling van iemands geschiktheid voor een eretitel?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 13.

Zie antwoord op vraag 13

16

Vraag

Bent u bekend met de verklaring van oud-minister Ronald Plasterk (PvdA), die in de Volkskrant van 27 december 2016 en nadien herhaaldelijk heeft gesteld dat de heer Timmermans na zijn terugkeer in de Tweede Kamer in 2010 gedurende ongeveer een half jaar feitelijk geen fractiewerk heeft verricht, omdat hem niet meteen de portefeuille Buitenlandse Zaken werd toegekend?[3]

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 13.

Zie antwoord op vraag 13

17

Vraag

Kunt u bevestigen dat Plasterk hierover het volledige verhaal als volgt heeft weergegeven: "Hij speelde het snoeihard. Timmermans zei eenmaal terug in de Kamer: 'Ik wil de buitenlandportefeuille.' Toen de partijleiding dat weigerde, zei Timmermans: "Nou, dan doe ik gewoon niks", waarna Plasterk concludeert: "Echt, die heeft een half jaar niks gedaan. Ik vond het een rare vertoning"?[3]

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 13.

Zie antwoord op vraag 13

18

Vraag

Deelt u de opvatting dat een volksvertegenwoordiger die willens en wetens weigert zijn werk te doen omdat hij een bepaalde portefeuille niet krijgt, terwijl hij gewoon zijn volledige Kamervergoeding bleef ontvangen, zich niet gedraagt zoals van een dienaar van het algemeen belang mag worden verwacht?

Antwoord

Het is niet aan mij om het doen en laten van een (voormalig) volksvertegenwoordiger te kwalificeren. Zie voorts het antwoord op vraag 13.
19

Vraag

Bent u bekend met de bredere kwalificatie die Ronald Plasterk in november 2024 publiekelijk aan de heer Timmermans heeft gegeven, onder verwijzing naar in elk geval de volgende voorbeelden: a) over de ministerraad-kwestie schreef Plasterk: "Hij verklaarde dat racistische uitspraken die in de ministerraad zijn gedaan de samenleving verdelen, en sprak daar schande van." Kunt u bevestigen dat de vertrokken staatssecretaris Achahbar dit vervolgens heeft weersproken met de woorden: "Ik ben niet weggegaan vanwege racisme"? b) over de Poetin-klimaatbewering schreef Plasterk dat de heer Timmermans als vicevoorzitter van de Europese Commissie op 25 januari 2022 stelde dat Poetin Oekraïne zou zijn binnengevallen om de aandacht af te leiden van "zijn klimaatprobleem", en concludeert Plasterk daarover: "Ook dat was een verzonnen stelling waar nooit meer iets over is gehoord"; c) de MH17-kwestie zoals beschreven in vraag 13 t/m 15?[4]

Antwoord

Ja.
20

Vraag

Bent u voorts bekend met: a) de uitspraak van de heer Timmermans dat Israël "moedwillig op vrouwen en kinderen" zou schieten, een uitspraak die commentatoren hebben vergeleken met een eeuwenoud "bloedsprookje"; b) de maatschappelijke ophef over zijn recente uitlatingen naar aanleiding van de moord op de Amerikaanse activist Charlie Kirk; c) de kritiek dat de heer Timmermans zich ten onrechte zou hebben gepresenteerd als "architect" van de EU-Turkijedeal uit 2016?[5]

Antwoord

Ja.
21

Vraag

Deelt u de opvatting dat dit patroon van feitelijk onjuiste en tegenstrijdige beweringen, herkend en benoemd door zowel partijgenoten als buitenstaanders, een probleem van geloofwaardigheid en betrouwbaarheid raakt dat zwaarder weegt dan een incidentele misstap?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 13.

Zie antwoord op vraag 13

22

Vraag

Bent u bekend met de berichtgeving, onder meer van de Duitse krant Die Welt en het Nederlandse Wynia's Week, dat de Europese Commissie onder verantwoordelijkheid van de heer Timmermans als uitvoerend vicevoorzitter voor de Green Deal, contracten is aangegaan met klimaat-ngo's waarbij financiering afhankelijk werd gesteld van lobbyactiviteiten van die ngo's bij het Europees Parlement en tegen bijvoorbeeld kolencentrales, ten gunste van zijn eigen Green Deal-beleid?[6]

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 13.

Zie antwoord op vraag 13

23

Vraag

Kunt u bevestigen dat het zou gaan om een bedrag van ten minste 750 miljoen euro tot mogelijk 7 miljard euro, afhankelijk van de bron en de onderzochte periode?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 13.

Zie antwoord op vraag 13

24

Vraag

Kunt u bevestigen dat de Europese Rekenkamer in 2025 scherpe kritiek heeft geuit op het gebrek aan transparantie en toezicht bij de financiering van deze ngo's, en dat de Taxpayers Association of Europe naar aanleiding hiervan een strafklacht heeft ingediend?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 13.

Zie antwoord op vraag 13

25

Vraag

Klopt het dat een meerderheid in het Europees Parlement (D66, CDA, VVD) een voorstel voor een onafhankelijke audit naar deze kwestie heeft weggestemd?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 13.

Zie antwoord op vraag 13

26

Vraag

Deelt u de opvatting dat, ongeacht de uiteindelijke juridische uitkomst, het gebrek aan transparantie rond miljarden aan publiek geld tijdens het bewind van Timmermans op zijn minst een ernstige smet werpt op zijn bestuurlijke nalatenschap?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 13.

Zie antwoord op vraag 13

27

Vraag

Deelt u de constatering dat de Green Deal, waarvoor de heer Timmermans als "vader" en architect wordt gezien, mede aan de basis heeft gelegen van een verslechterde Europese concurrentiepositie, zoals beschreven in het rapport "The future of European competitiveness" van Mario Draghi (september 2024), waarin wordt gewezen op regeldruk en hoge energiekosten als knelpunten voor de Europese industrie?[7]

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 13.

Zie antwoord op vraag 13

28

Vraag

Kunt u bevestigen dat Europese energieprijzen structureel circa drie keer hoger liggen dan in de Verenigde Staten, dat de Nederlandse boerensector langdurig heeft geprotesteerd tegen de Europese stikstof- en natuurdoelen die uit dit beleid voortvloeiden, en dat ook de heer Timmermans zelf in het interview waarnaar in vraag 1 wordt verwezen erkent dat "energieprijzen bij ons tot drie keer hoger liggen dan in de Verenigde Staten"?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 13.

Zie antwoord op vraag 13

29

Vraag

Deelt u de opvatting dat het feit dat de architect van dit beleid zelf, jaren later, in het openbaar erkent dat de kosten voor de Europese industrie en voor gewone huishoudens torenhoog zijn opgelopen, een relevant gegeven is bij het beoordelen of hij zich "bijzonder verdienstelijk" heeft gemaakt voor het openbaar bestuur?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 2.

Zie antwoord op vraag 2

30

Vraag

Deelt u de opvatting dat de optelsom van de in vraag 3 t/m 29 genoemde kwesties — een vergelijking van Israëlisch beleid met het nazisme, herhaaldelijk gesignaleerde onwaarheden (ook door partijgenoten), een lobbyschandaal met miljarden aan publiek geld, en een beleidsnalatenschap die de Europese economie fors heeft geschaad — bij elkaar genomen zwaarder wegen dan wanneer het om een enkel incident zou gaan, en dat dit relevant is voor de beoordeling of iemand nog wordt geacht zich "buitengewoon verdienstelijk" te hebben gemaakt voor het openbaar bestuur, de maatstaf die het kabinet zelf hanteert bij de toekenning van de titel minister van staat? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Nee. Zie het antwoord op vraag 2.
31

Vraag

Kunt u toelichten hoe de benoeming van de heer Timmermans tot minister van staat tot stand is gekomen?

Antwoord

Een benoeming tot minister van staat vindt plaats bij koninklijk besluit, op voorstel van de minister-president, die het besluit medeondertekent, en na melding hiervan in de ministerraad.
32

Vraag

Klopt het dat deze benoeming, samen met die van de heren Remkes en De Graaf, op 10 juli 2026 plaatsvond bij Koninklijk Besluit, op voordracht van de ministerraad en op voorstel van u als minister-president?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 31.

Zie antwoord op vraag 31

33

Vraag

Kunt u bevestigen dat de heer Timmermans op 29 oktober 2025 is teruggetreden als partijleider en Kamerlid, en dat hij dus nog geen negen maanden uit de actieve, dagelijkse partijpolitiek was op het moment van zijn benoeming tot minister van staat?

Antwoord

Nee. Het terugtreden van de heer Timmermans als partijleider en Kamerlid heeft op verschillende dagen plaatsgevonden.
34

Vraag

Kunt u dit afzetten tegen andere recente benoemingen tot minister van staat, waaronder: a) Jan Peter Balkenende, die in 2010 de actieve politiek verliet en pas in oktober 2022 — twaalf jaar later — minister van staat werd; b) Piet Hein Donner, die in 2018 minister van staat werd na zijn aftreden als vicepresident van de Raad van State, een onafhankelijk staatsrechtelijk adviesorgaan zonder partijpolitieke functie; c) Herman Tjeenk Willink, die tot 1 februari 2012 vicepresident van de Raad van State was en pas op 21 december van dat jaar — ruim tien maanden later — minister van staat werd, eveneens vanuit een onafhankelijke, niet-partijpolitieke functie; d) Frits Korthals Altes, die weliswaar direct na zijn aftreden als voorzitter van de Eerste Kamer in 2001 minister van staat werd, maar dan vanuit het bij uitstek boven de partijen staande ambt van Kamervoorzitter, en niet vanuit een actief partijleiderschap; e) Johan Remkes, wiens laatste actieve politieke rol (informateur, voorzitter Staatscommissie Parlementair Stelsel) enkele jaren vóór zijn benoeming in 2026 eindigde?[8]

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 2. De duur van de periode tussen de laatste hoofdfunctie en de benoeming tot minister van staat is niet van doorslaggevende betekenis voor de benoeming.
35

Vraag

Deelt u de opvatting dat de heer Timmermans, in vergelijking met al deze precedenten, de enige is die vanuit een actief, uitgesproken en verdelend partijleiderschap — en niet vanuit een onafhankelijke, boven de partijen staande functie zoals de Raad van State of het Kamervoorzitterschap — in een ongekend kort tijdsbestek tot minister van staat is benoemd, en dat dit haaks staat op de gebruikelijke praktijk waarbij deze eretitel wordt toegekend aan personen die al geruime tijd uit de actieve, dagpolitieke arena zijn getreden?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 34.

Zie antwoord op vraag 34

36

Vraag

Welke overweging heeft het kabinet gemaakt om van deze gebruikelijke praktijk af te wijken, en is daarbij meegewogen dat de heer Timmermans, ook ná zijn aftreden als Kamerlid, actief politiek en maatschappelijk commentaar is blijven leveren, onder meer in het interview waarnaar in vraag 1 wordt verwezen?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 34.

Zie antwoord op vraag 34

37

Vraag

Is het juist dat de titel minister van staat geen wettelijke basis kent, geen vastomlijnde toekenningscriteria heeft, en volledig ter discretie van de ministerraad wordt toegekend?[9]

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 31 en 34.
38

Vraag

Deelt u, indien vraag 37 bevestigend wordt beantwoord, de opvatting dat dit tevens betekent dat het kabinet een bijzondere verantwoordelijkheid heeft om alleen personen voor te dragen wier optreden onomstreden verenigbaar is met de waardigheid van deze eretitel, en dat deze verantwoordelijkheid extra zwaar weegt wanneer, zoals hier, wordt afgeweken van de gebruikelijke termijn tussen aftreden en benoeming?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 34.

Zie antwoord op vraag 34

39

Vraag

Is het kabinet bekend met het feit dat de titel minister van staat in de Nederlandse geschiedenis tweemaal is ingetrokken: in 1819 bij Gijsbert Karel van Hogendorp, wegens zijn kritiek op het financiële beleid van koning Willem I, en in 1947 bij Dirk Jan de Geer, wegens diens houding tijdens de Duitse bezetting?[10]

Antwoord

Ja.
40

Vraag

Deelt u de opvatting dat deze precedenten aantonen dat het intrekken van de titel een bestaand en niet louter theoretisch instrument is, dat het kabinet ter beschikking staat wanneer het optreden van een minister van staat niet langer verenigbaar wordt geacht met de eretitel?

Antwoord

Ja.
41

Vraag

Kunt u bevestigen dat het intrekken van de titel minister van staat, net als de toekenning ervan, zou plaatsvinden bij Koninklijk Besluit, op voordracht van de ministerraad?

Antwoord

Voor de intrekking geldt dezelfde procedure als voor de verlening. Zie hiervoor het antwoord op vraag 31.
42

Vraag

Is het kabinet bereid een dergelijk besluit voor te bereiden ten aanzien van de heer Timmermans, gelet op de in deze vragen genoemde uitspraken en kwesties? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Nee, ik zie hier geen aanleiding toe. Zie de hiervoor gegeven antwoorden.
43

Vraag

Bent u bereid deze vragen op de meest spoedige termijn en één voor één te beantwoorden?

Antwoord

Ja.

Bronnen

Voetnoten · 8