Vragen en antwoorden
13 vragen
1
Vraag
Bent u bekend met het bericht dat debatcentrum TivoliVredenburg op het laatste moment de finale van het debattournooi van het EK debatteren dat daar zou plaatsvinden heeft gecanceld, omdat ook Israëlische studenten mee zouden doen? [1]
Antwoord
Ja.
2
Vraag
Bent u met de indieners eens dat het zorgelijk, abject en verwerpelijk is dat organisaties bijeenkomsten cancelen vanwege de deelname van nota bene studenten, op basis van hun nationaliteit, en zeker wanneer dat gericht is op één specifieke nationaliteit? Graag een toelichting.
Antwoord
Net als vele anderen, hecht ik grote waarde aan een pluriforme sector waarin ruimte is voor verschillende geluiden. Juist studenten willen we immers de ruimte geven om met elkaar in debat te gaan, verschillende perspectieven te horen en van mening te verschillen. Culturele en internationale academische samenwerking draagt daar in belangrijke mate aan bij. Uitwisseling en samenwerking tussen individuen zorgt voor blijvende verbinding en dialoog, juist ook bij thema's die gezien hun aard en context schuren en heel gevoelig liggen.
Tegelijkertijd hebben instellingen een grote vrijheid en daarmee ook een belangrijke verantwoordelijkheid in het bepalen wat zij programmeren en met wie zij samenwerken. Die vrijheid is belangrijk en hoort bij een open en democratische samenleving. Dat instellingen zorgvuldig naar hun programmering kijken, zeker in het licht van het aanhoudende conflict in het Midden-Oosten, hoort bij het nemen van hun verantwoordelijkheid. Besturen dienen transparant te zijn over de afwegingen die zij maken. Ik vind het in dat verband goed dat TivoliVredenburg publiekelijk heeft toegelicht hoe zij tot hun besluit zijn gekomen.
De overheid moet afstand houden van de afwegingen die instellingen maken bij individuele casussen. Juist die terughoudendheid is van belang om de fundamentele vrijheden van onze democratie te beschermen.
3
Vraag
Meent u dat het wettelijk is toegestaan om evenementen te cancelen vanwege de deelname van Israëlische studenten? En zo ja, kunt u uitleggen hoe dat zich verhoudt tot het verbod op discriminatie en tot de Algemene wet gelijke behandeling?
Antwoord
Culturele instellingen gaan zelf over hun programmering en hebben zich daarmee te houden aan de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb). In dit geval is geen sprake van een verschil in behandeling bij de toegang tot een aangeboden dienst, omdat het evenement niet is doorgegaan.
4
Vraag
Bent u het met de indieners eens dat het weren van evenementen vanwege deelname van Israëlische studenten, ook wanneer dat wordt gedaan met een beroep op het feit dat zij de universiteit waar zij studeren zouden vertegenwoordigen (waarvan de organisatie nadrukkelijk heeft verklaard dat dit niet het geval is), directe, of in ieder geval indirecte, discriminatie is op basis van nationaliteit?
Antwoord
Het is niet aan het kabinet om in specifieke gevallen een oordeel te geven of er sprake is van (verboden) direct of indirect onderscheid. Dit is voorbehouden aan de rechter en/of het College voor de Rechten van de Mens.
5
Vraag
Heeft u kennisgenomen van het feit dat de organisator van het Europees Kampioenschap debatteren verklaart dat alle studenten op eigen titel deelnemen?
Antwoord
Ja.
6
Vraag
Deelt u de opvatting dat studenten niet verantwoordelijk mogen worden gehouden voor het handelen van de regering van het land waar hun universiteit is gevestigd? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Burgers, dus ook studenten, kunnen niet direct verantwoordelijk worden gehouden voor het handelen van een regering van een land.
7
Vraag
Is het kabinet bekend met andere evenementen die worden geannuleerd of geen doorgang vinden omdat daar Israëlische studenten aan zouden deelnemen?
Antwoord
Nee, daar is het kabinet niet mee bekend.
8
Vraag
Is het kabinet bekend met andere evenementen die worden geannuleerd of geen doorgang vinden omdat daar studenten aan zouden deelnemen van universiteiten gevestigd in een land omdat de regering van dat land ergens van wordt beschuldigd? Zo ja, welke? Zo nee, hoe beoordeelt u het dat dit blijkbaar alleen wordt gedaan bij studenten van de enige Joodse staat?
Antwoord
Nee, daarmee is het kabinet niet bekend. Zie het antwoord op vraag 2.
Zie antwoord op vraag 2
9
Vraag
Hoe verhoudt het annuleren van nota bene de finale van een debatwedstrijd bedoeld voor ideeënuitwisseling vanwege de identiteit van een deel van de deelnemers zich volgens u tot de academische vrijheid en de maatschappelijke opdracht van universiteiten om de vrije uitwisseling van argumenten te bevorderen?
Antwoord
Ik betreur het dat deze situatie is ontstaan. Juist studenten moeten de ruimte hebben om met elkaar in debat te gaan. Het valt onder de vrijheid en verantwoordelijkheid van TivoliVredenburg om een afweging te maken over wat zij programmeren en met wie zij samenwerken. Die vrijheid is belangrijk en hoort bij een open en democratische samenleving. Dat instellingen daarbij extra zorgvuldig naar hun programmering kijken hoort bij het nemen van hun verantwoordelijkheid.
10
Vraag
Ontvangt TivoliVredenburg subsidie van het Rijk of uit andere publieke middelen? Zo ja, om welke bedragen en subsidieregelingen gaat het en welke voorwaarden inzake gelijke behandeling en toegankelijkheid zijn daaraan verbonden?
Antwoord
De overheid heeft geen rechtstreekse subsidierelatie met TivoliVredenburg. Wel ontvangt TivoliVredenburg een jaarlijkse bijdrage van € 13,4 miljoen van de gemeente Utrecht in het kader van de Utrechtse Cultuurnota 2025-2028. Vanuit het Fonds Podiumkunsten ontvangt TivoliVredenburg € 58.450 per jaar vanuit de Podiumregeling. Vanuit Fonds voor Cultuurparticipatie ontvangt zij € 32.360 vanuit de regeling co-creatie instellingen. Voor alle bovengenoemde financiers is het in het kader van de code diversiteit en inclusie een voorwaarde dat TivoliVredenburg een visie moet hebben hoe het omgaat met gelijke behandeling en toegankelijkheid. Het is echter aan TivoliVredenburg zelf om doelstellingen m.b.t. de code te formuleren en ook bepaalt de organisatie zelf hoe zij deze willen bereiken. Ik ga ervan uit dat TivoliVredenburg, net als iedere instelling, hierbij het gelijkheidsbeginsel uit Artikel 1 van de Grondwet in acht houdt.
11
Vraag
Klopt het voorts dat de Universiteit Utrecht en University College Utrecht vanwege de deelname van Israëlische universiteiten hun steun aan het debattoernooi hebben ingetrokken? Zo ja, welke betrokkenheid hadden deze instellingen bij het toernooi, en op welke gronden hebben zij hun steun ingetrokken? Bent u het met de indieners eens dat ook universiteiten hun steun aan dergelijke evenementen niet behoren in te trekken alleen vanwege de deelname van studenten met bepaalde nationaliteiten?
Antwoord
De rol van de Universiteit Utrecht (UU) en University College Utrecht (UCU) was het faciliteren van debatruimtes en overnachtingsplekken. Deze steun hebben ze ingetrokken nadat zij van de organisatie informatie hadden ontvangen die wees op kenmerken van institutionele betrokkenheid van Israëlische organisaties. Volgens de UU sluit dit niet aan bij hun generieke beleid als het gaat over institutionele samenwerkingen met Israëlische instellingen op gebied van onderwijs en onderzoek. Het besluit van de UU en UCU om de steun aan EUDC 2026 in te trekken valt onder de autonomie van kennisinstellingen. Een zorgvuldige afweging hoort bij de verantwoordelijkheid van institutionele autonomie.
12
Vraag
Deelt u de opvatting dat van instellingen die met publieke middelen worden gefinancierd in het bijzonder mag worden verlangd dat zij geen personen uitsluiten op grond van nationaliteit of nationale afkomst?
Antwoord
Artikel 1 van onze Grondwet en de daaraan gelieerde gelijkebehandelingswetgeving in Nederland regelt dat iedereen in Nederland in gelijke gevallen gelijk behandeld dient te worden. De kaders hiervoor zijn neergelegd in de Awgb. Deze plicht geldt voor elke organisatie, ongeacht hoe zij wordt gefinancierd. Van iedere instelling mag worden verlangd dat zij geen verboden onderscheid maakt. Daar waar een vermoeden van verboden onderscheid bestaat, is het aan de rechter en/of het College voor de Rechten van de Mens om hierover te oordelen.
13
Vraag
Bent u het eens met de indieners dat dit een ontoelaatbare vorm van discriminatie betreft en dat het noodzakelijk is om hier een morele grens te trekken door dit publiekelijk af te keuren? Is het kabinet bereid dit te doen?
Antwoord
Of er in het voorliggende geval sprake is van verboden onderscheid in de zin van de Awgb staat niet vast. Zie verder het antwoord op vraag 12.
Zie antwoord op vraag 12

