Terug
Beantwoord Schriftelijke vragen 2026Z16799

De intimidatie van Israëliërs en Joodse Nederlanders.

Beantwoord door

David van Weelminister van Justitie en Veiligheid
Ingediend · 10 augustus 2026Beantwoord · 29 september 202650 dagen

Vragen en antwoorden

16 vragen

Origineel
1

Vraag

Bent u bekend met het bericht 'Heksenjacht op Israëlische deelnemers: gecanceld debatkampioenschap, de sfeer was extreem onveilig'? Wat is uw reactie op de daarin geschetste gang van zaken?[1]

Antwoord

Ja, daar ben ik mee bekend. Het feit dat Israëlische deelnemers aan een debattoernooi in Nederland zich onveilig hebben gevoeld is triest en verontrustend.
2

Vraag

Hoe beoordeelt u het feit dat Israëlische deelnemers aan een internationaal debatkampioenschap in Nederland werden geconfronteerd met intimidatie, online speuracties, openbaarmaking van persoonsgegevens (doxing) en een zodanig vijandige sfeer dat het slotevenement uiteindelijk werd geannuleerd?

Antwoord

Het verzamelen of delen van persoonsgegevens, zoals een adres of telefoonnummer, om iemand te intimideren is strafbaar. Dat geldt zowel voor gegevens van Nederlandse als buitenlandse burgers. Het verzamelen en delen van persoonsgegevens online kan grote gevolgen hebben voor het privéleven van het slachtoffer en diens omgeving. Dat was in 2024, bij het tot stand brengen van de strafbaarstelling van doxing, een belangrijk deel van motivatie. Met de strafbaarstelling wordt een duidelijke normatieve grens getrokken. Of daadwerkelijk sprake is van doxing is aan het OM en uiteindelijk de rechter. Overigens was de reden om het slotevenement te annuleren volgens Tivoli/Vredenburg, waar het slotevenement zou plaatsvinden, de Universiteit Utrecht en University College van andere aard dan in de vraag gesteld wordt. Zij stellen dat het hen hier ging om kenmerken van institutionele betrokkenheid van Israëlische organisaties.
3

Vraag

Deelt u de opvatting dat ook Israëlische studenten en andere bezoekers in Nederland zich vrij en veilig moeten kunnen bewegen zonder angst voor intimidatie, bedreiging of doxing? Zo ja, welke verantwoordelijkheid neemt het kabinet om hun veiligheid te waarborgen?

Antwoord

Alle inwoners en bezoekers – en dus ook Israëlische studenten – dienen zich in Nederland vrij en veilig te voelen en te kunnen beweging zonder angst voor intimidatie, bedreiging en doxing. Dat is een wezenlijk onderdeel van onze democratische rechtsstaat. Dit ligt verankerd in onze wetgeving.
4

Vraag

Welke rol hebben politie, het Openbaar Ministerie (OM) en het lokaal gezag gespeeld bij het voorkomen en bestrijden van de intimidatie van de Israëlische deelnemers? Acht u die inzet afdoende? Zo ja, waarom?

Antwoord

Naar aanleiding van de signalen over de mogelijke verstoring van het debatkampioenschap, heeft het lokale gezag gedurende het evenement de veiligheidssituatie in samenwerking met de betrokken partners voortdurend gemonitord en zijn waar nodig aanvullende maatregelen getroffen. Er was vrijwel dagelijks (ambtelijk) contact met politie, universiteit en de Israëlische delegatie over de actuele situatie. Over de aard van de veiligheidsmaatregelen doe ik in het openbaar geen nadere mededelingen. Hoewel er bij de opening van de debatwedstrijd een demonstratie was georganiseerd, hebben alle debatbijeenkomsten doorgang kunnen vinden en vonden er, voor zover bekend, buiten enige geluidsoverlast, geen verstoringen plaats.
5

Vraag

Is naar aanleiding van de gebeurtenissen aangifte gedaan of ambtshalve strafrechtelijk onderzoek ingesteld naar mogelijke strafbare feiten, zoals doxing, bedreiging, discriminatie, opruiing of andere strafbare vormen van intimidatie? Zo ja, wat is de stand van zaken? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Bij het OM is één aangifte bekend naar aanleiding van de gebeurtenissen. Zoals u weet laat ik mij over lopende zaken niet uit.
6

Vraag

Waarom blijft het OM achter bij de opsporing en vervolging van personen die zich schuldig maken aan doxing, bedreiging, intimidatie en antisemitisch haatzaaien jegens Joden en Israëlische burgers? Acht u de huidige prioritering van het OM toereikend en in lijn met de belofte van het kabinet dat antisemitisme keihard zal worden aangepakt? Zo ja, waaruit blijkt dat?

Antwoord

Ik herken het beeld dat het OM achterblijft bij opsporing en vervolging niet. Artikel 3.3 van de Aanwijzing discriminatie draagt het OM op om alle discriminatiefeiten (waaronder ook antisemitisme) geprioriteerd af te doen. Het OM rapporteert jaarlijks de inspanningen in Strafbare Discriminatie in Beeld. Dat geldt zowel voor strafbare discriminatie als voor strafbare feiten met een discriminator aspect (artikel 44bis Sr). Indien een strafbaar feit wordt begaan met een discriminatoir oogmerk dan wel bestaat uit, wordt voorafgegaan door, vergezeld van of gevolgd door gedragingen die haat tegen of discriminatie van een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun geslacht, hun seksuele gerichtheid of hun handicap tot uitdrukking brengen, kan de op dat feit gestelde tijdelijke gevangenisstraf of hechtenis met een derde worden verhoogd.
7

Vraag

Waarom maakt het OM in zaken als deze kennelijk onvoldoende gebruik van de bestaande strafrechtelijke mogelijkheden, waaronder artikel 285d van het Wetboek van Strafrecht (doxing), de artikelen 137c tot en met 137e van het Wetboek van Strafrecht, artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht en de strafbaarstellingen inzake stalking en opruiing? Welke concrete belemmeringen verhinderen een voortvarende strafrechtelijke aanpak?

Antwoord

Vanuit het ministerie is er een invoeringstoets naar doxing uitgevoerd. Deze heeft sinds de strafbaarstelling een duur van 2 jaar gehad. Dit najaar ontvangt uw Kamer een brief waarin u over de invoeringstoets wordt geïnformeerd. Naar aanleiding van de invoeringstoets kan worden geconcludeerd dat er geen aanwijzingen zijn voor knelpunten in de praktijk bij artikel 285d Sr.
8

Vraag

Deelt u de zorg dat online campagnes waarbij persoonsgegevens van Israëlische burgers in Nederland worden verzameld en verspreid een voedingsbodem vormen voor bedreiging, intimidatie en mogelijk fysiek geweld? Welke maatregelen treft u om dergelijke praktijken tegen te gaan?

Antwoord

Het verzamelen of delen van persoonsgegevens, zoals een adres of telefoonnummer, om iemand te intimideren is strafbaar. Dat geldt zowel voor Nederlandse als buitenlandse burgers. Indien er sprake is van een strafbare gedraging kan het OM overgaan tot strafrechtelijke vervolging van de dader. Het is belangrijk dat mensen aangifte doen bij de politie als ze slachtoffer zijn geworden van bedreiging, intimidatie en fysiek geweld al dan niet met een discriminatoir aspect.
9

Vraag

Hoe beoordeelt u de ontwikkeling dat in steden als Utrecht en Amsterdam particuliere actiegroepen en activisten actief op zoek gaan naar (voormalige) Israëlische militairen en andere Israëliërs om hun verblijfplaats en persoonsgegevens te achterhalen, hen publiekelijk aan de schandpaal te nagelen, bijeenkomsten te verstoren en druk uit te oefenen op organisatoren om hen uit te sluiten? Deelt u de opvatting dat dergelijke vormen van eigenrichting, intimidatie en maatschappelijke uitsluiting onverenigbaar zijn met de rechtsstaat en dat hiertegen krachtig moet worden opgetreden?

Antwoord

Vormen van eigenrichting, intimidatie en maatschappelijk uitsluiten horen inderdaad niet thuis in een rechtsstaat en daar zal altijd tegen worden opgetreden. Daarbij is optreden soms preventief maar helaas noodgedwongen soms reactief. Verboden gedrag kan niet altijd worden voorkomen.
10

Vraag

Herkent u de signalen vanuit de Joodse gemeenschap dat het toenemende antisemitisme ertoe leidt dat steeds meer Joodse Nederlanders zich in ons land niet langer veilig voelen? Welke betekenis kent u toe aan deze signalen en welke actie onderneemt u om dit tegen te gaan?

Antwoord

In gesprekken met Joodse Nederlanders hoort het kabinet, mede op basis van de signalen die door de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding worden gedeeld, zorgen over en ervaringen van antisemitisme in Nederland en de toename hiervan sinds 2023. Dit was mede de aanleiding voor de Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024-2030.
11

Vraag

Bent u bekend met signalen dat een groeiend aantal Joodse Nederlanders overweegt te emigreren naar Israël, de enige Joodse staat ter wereld, omdat zij zich in Nederland niet langer veilig achten? Zo ja, hoe beoordeelt u deze dieptreurige ontwikkeling?

Antwoord

Signalen dat er Joodse Nederlanders om veiligheidsredenen denken aan vertrek zijn mij helaas bekend. Het overwegen van emigratie is structureel hoog bij Joodse Nederlanders. In 2023 (voor aanslag in Israël op 7 oktober) gaf 39 % van de Nederlandse respondenten bij een Europa-breed onderzoek aan dat zij overwogen te emigreren om een reden die aan hun Joodszijn is gerelateerd. Het is pijnlijk dat mensen twijfelen over blijven in Nederland of hier zelfs geen toekomst meer voor zichzelf zien. Emigratie is een keuze van de persoon zelf en kan ook positieve redenen hebben. Wanneer het echter wordt ingegeven door een gevoel van onveiligheid in Nederland is dat betreurenswaardig. Aan dit gevoel van onveiligheid wordt ondermeer gewerkt met de Strategie Bestrijding Antisemitisme. Zowel werken aan daadwerkelijke veiligheid als het wegnemen van onveiligheidsgevoelens zijn processen van lange adem.
12

Vraag

Hoe beoordeelt u, in het licht van de recente aanvallen op Joodse Nederlanders en Israëliërs de effectiviteit van het huidige kabinetsbeleid tegen antisemitisme? Waaruit blijkt concreet dat de door het kabinet aangekondigde maatregelen daadwerkelijk leiden tot een betere bescherming van Joden en Israëliërs in Nederland?

Antwoord

Een heel concrete maatregel uit de Strategie Bestrijding Antisemitisme is het Veiligheidsfonds ofwel de regeling Veiligheid Joodse Instellingen en Evenementen waarbij mijn ministerie geld beschikbaar stelt om noodzakelijke maatregelen te kunnen treffen, bijvoorbeeld in de vorm van beveiligers of het aanpassen van een pand. De Strategie Bestrijding Antisemitisme wordt volgend jaar tussentijds geëvalueerd.
13

Vraag

Acht u het begrijpelijk dat veel Joodse Nederlanders het vertrouwen verliezen dat de overheid hen daadwerkelijk weet te beschermen tegen antisemitisme, intimidatie en doxing, wanneer dergelijke incidenten zich blijven voordoen? Hoe beoordeelt u signalen dat sommige Joodse Nederlanders daarom overwegen te emigreren? Welke extra maatregelen bent u bereid te treffen om dit vertrouwen te herstellen?

Antwoord

Het beschermen tegen incidenten zal een combinatie moeten zijn van inzet om deze te voorkomen en adequaat aanpakken wanneer ze toch voorvallen. De preventieve kant wordt op dit moment ingevuld in de Strategie Bestrijding Antisemitisme met het programma voor Joods Leven dat volgens principe 'Bekend maakt bemind' door kennis en ontmoeting (voor)oordelen wil wegnemen. Ook zijn er programma's in de sport om spreekkoren maar ook antisemitisme/discriminatie op de velden tegen te gaan en in het onderwijs. Adequaat aanpakken van daders vindt ondermeer plaats met de wetswijziging per 1 juli 2025 waarbij het verzwaren van straffen voor commune feiten met een discriminatoir motief is vastgelegd (artikel 44bis Sr). Antisemitisme is diepgeworteld en zal niet in één keer verdwijnen. Dit vraagt om consequente en langdurige inzet. Zo kan ook weer aan vertrouwen worden gebouwd.
14

Vraag

Welke aanvullende maatregelen bent u bereid te treffen om antisemitische intimidatie, doxing en bedreiging krachtiger te bestrijden en duidelijk te maken dat Joden en Israëliërs in Nederland veilig moeten kunnen deelnemen aan het openbare leven?

Antwoord

Het staat buiten kijf dat Joden en Israëliërs in Nederland veilig moeten kunnen deelnemen aan het openbare leven. Met de reguliere inzet, de prioritering van feiten met een discriminatoir en daarmee ook antisemitische kenmerk en daarnaast de maatregelen uit de reeds genoemde Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024-2030 zijn de inspanningen op dit vlak al aanzienlijk. In 2027 vindt de tussentijdse evaluatie van de strategie plaats. Als de resultaten daarvan aanleiding geven voor intensivering of verandering in (delen van) beleid of uitvoering zullen wij daar actie op nemen. Over doxing ontvangt u zoals reeds genoemd in het najaar een Kamerbrief naar aanleiding van de invoeringstoets.
15

Vraag

Bent u bereid de Kamer te informeren over de wijze waarop politie en OM de opsporing en vervolging van antisemitische strafbare feiten, waaronder doxing en online intimidatie, de komende periode zullen intensiveren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Zie antwoord vraag 14.

Zie antwoord op vraag 14

16

Vraag

Deelt u de opvatting dat het onaanvaardbaar is wanneer intimidatie, doxing en dreiging ertoe leiden dat deelnemers aan een internationaal evenement in Nederland zich moeten terugtrekken en onderdelen van dat evenement moeten worden geannuleerd? Welke maatregelen gaat u nemen om te voorkomen dat activisten door middel van intimidatie en eigenrichting feitelijk kunnen bepalen of Israëlische deelnemers nog veilig kunnen deelnemen aan publieke bijeenkomsten en evenementen in Nederland?

Antwoord

Op de andere reden van annuleren heb ik u bij mijn antwoord op vraag 2 al verwezen. Van terugtrekking is evenmin sprake geweest. Algemeen gesteld is intimidatie, doxing en dreiging altijd onaanvaardbaar omdat het hier strafbare feiten betreft, ongeacht tegen wie dit is gericht. Israëliërs en Joodse Nederlanders moeten zich vrij kunnen voelen om veilig deel te nemen aan publieke bijeenkomsten en evenementen in Nederland. Ik deel uw zorgenhierover.[1]