Terug
Beantwoord Schriftelijke vragen 2026Z16801

De IPC-analyse van de voedingssituatie in de Gazastrook

Beantwoord door

Tom Berendsenminister van Buitenlandse Zaken
Ingediend · 10 augustus 2026Beantwoord · 30 september 202651 dagen

Vragen en antwoorden

5 vragen

Origineel
1

Vraag

Bent u bekend met deze IPC-analyse van de acute ondervoedingssituatie in de Gazastrook?

Antwoord

Ja.
2

Vraag

Kunt u bevestigen dat volgens deze analyse alle door de IPC geanalyseerde gouvernementen in de Gazastrook voor de periode van 16 april tot en met 30 juni 2026 zijn geclassificeerd op IPC AMN Fase 1 (Acceptabel) en voor de projectieperiode van 1 juli tot en met 31 december 2026 op IPC AMN Fase 2 (Alert), waarbij Rafah wegens onvoldoende gegevens niet is geanalyseerd? Zo nee, waarom niet en welke classificatie hanteert u dan?

Antwoord

De IPC Acute Malnutrition (IPC AMN) classificatie kijkt specifiek naar de ondervoeding van kinderen. De op 23 juli jl. uitgebrachte IPC-analyse stelt inderdaad dat de acute ondervoeding van kinderen in de periode april tot medio juni is verbeterd naar Acceptable (IPC AMN fase 1), en dat deze naar verwachting van de IPC in de periode juli tot december 2026 weer zal verslechteren naar Alert (IPC AMN fase 2). Daarnaast stelt de IPC dat ruim 1,2 miljoen mensen in Gaza (59 procent van de bevolking) nog altijd te maken hebben met een hoge mate van voedselonzekerheid. Naar verwachting zal dit aantal stijgen tot 1,4 miljoen mensen (67 procent van de bevolking) tussen juli en december 2026. Ook kampen nog steeds meer dan 200.000 mensen met extreme voedseltekorten en zeer acute ondervoeding (IPC fase 4 i.e. Emergency). Het kabinet acht de voedselsituatie in de Gazastrook daarom nog altijd zeer zorgelijk.
3

Vraag

Kunt u bevestigen dat de IPC in deze analyse vaststelt dat sinds het staakt-het-vuren van oktober 2025 grootschalige hulpverlening heeft geleid tot verbeteringen in de voedselzekerheid en voedingsomstandigheden in de Gazastrook, en dat de voedingssituatie sinds begin 2026 aanzienlijk is verbeterd, terwijl de behoeften volgens de IPC hoog blijven? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

De afgelopen maanden verbeterde de voedselsituatie volgens de IPC-analyse door de toename in humanitaire en commerciële leveringen, alsook door de afname van vijandelijkheden. De IPC waarschuwt echter dat de situatie zeer kwetsbaar is en snel verder kan verslechteren, mede door onzekerheid omtrent de herregistratieplicht voor internationale ngo's, overvolle opvanglocaties als gevolg van de opschuivende Gele Lijn en beperkte toegang tot sanitaire voorzieningen. De beperkingen op commerciële en humanitaire toevoer zorgen ervoor dat Palestijnen in Gaza nog altijd volledig afhankelijk zijn van Israëlische beleidskeuzes om goederen, diensten en materialen al dan niet door te laten. Het Nederlands Rode Kruis berichtte op 7 september jl. dat de hulpverlening een kritiek dieptepunt heeft bereikt, o.a. door het feit dat steeds minder hulpgoederen worden binnengelaten en ziekenhuizen door tekort aan medische materialen steeds minder behandelingen kunnen uitvoeren. Voor het duurzaam veranderen van de situatie is het volgens de IPC noodzakelijk dat ongehinderde, constante, en veilige humanitaire hulp op grote schaal binnenkomt. Dit is momenteel niet het geval.
4

Vraag

Kunt u bevestigen dat u in de beantwoording van de Kamervragen van 24 september 2025, in antwoord op vraag 20, heeft gesteld dat er sprake was van een hongercrisis in de Gazastrook "vanwege de maandenlange blokkade van humanitaire hulp door Israël" en dat dit "een gevolg van menselijk handelen" was? Kunt u tevens bevestigen dat u in antwoord op vraag 11 heeft gesteld: "De hongercrisis in de Gazastrook is het gevolg van menselijk handelen. Israël heeft hierin een belangrijke verantwoordelijkheid."? Handhaaft het kabinet deze kwalificaties en de daaraan ten grondslag liggende beoordeling in het licht van de sindsdien gewijzigde omstandigheden en de meest recente IPC-analyses? Zo ja, op welke actuele feiten en bronnen baseert het kabinet deze beoordeling? Zo nee, bent u bereid de eerdere beoordeling expliciet richting de Kamer te actualiseren?

Antwoord

De beantwoording op de kamervragen van 24 september 2025 gaat in op de voedselsituatie in Gaza tijdens die periode. De meest recente IPC-analyse geeft aan dat de voedselsituatie de afgelopen maanden is verbeterd, maar nog steeds zeer kwetsbaar is en snel verder kan verslechteren. Zie ook het antwoord op vraag 2 en 3.
5

Vraag

Kunt u aangeven welke bronnen het kabinet tot dusver heeft gehanteerd voor zijn kwalificaties van de voedselzekerheids- en ondervoedingssituatie in de Gazastrook en in hoeverre het zijn beoordeling bijstelt naar aanleiding van de meest recente IPC-analyses? Bent u tevens bereid deze analyses, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen acute ondervoeding (AMN) en acute voedselonzekerheid (AFI), actief onder de aandacht te brengen bij EU-partners en de Europese Commissie? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Het kabinet baseert zijn beoordeling van de situatie in de Gazastrook, naast de IPC-analyses, op rapportages van de Verenigde Naties, zoals OCHA, WHO, WFP en UNICEF, de Rode Kruis en -Halve maan beweging, en onze humanitaire partners in de regio, alsook de diplomatieke contacten van het kabinet. De humanitaire situatie in de Gazastrook wordt regelmatig besproken met EU-partners en de Europese Commissie. Zoals in het antwoord op vraag 4 aangegeven stelt de meest recente IPC-analyse dat de voedselsituatie de afgelopen maanden is verbeterd, maar nog steeds zeer kwetsbaar is en snel verder kan verslechteren. Het kabinet acht de voedselsituatie in de Gazastrook daarom nog altijd zeer zorgelijk.